Marc. 10 – Volg Jezus! De weg omlaag voert omhoog …

februari 10, 2011

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen en Zuidlaren, februari ’11

Tekst: Marc 10:42-45

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als er een sportwedstrijd is, dan wil je graag de beker winnen. Dan wil je graag de hoogste plek op het podium. Of het nu gaat om hardlopen of schaatsen, om voetbal of volleybal. Wat is het mooi als je de eerste prijs wint.

Maar sommige mensen willen altijd de eerste zijn. Ze willen belangrijk zijn. Ze willen veel te zeggen hebben. Misschien heb je ook wel kinderen in je klas die altijd een grote mond hebben en uiteindelijk gebeurt er dan wat zij zeggen (Eustaas uit Narnia pestte altijd kinderen en dieren). Niet alleen bij kinderen, ook bij grote mensen gebeurt dat. Kijk maar op de beamer: sommigen willen graag bepalen wat anderen doen. Sommigen willen graag macht en invloed hebben.

Ook in de kerk kan dat een rol spelen. Dat je ook in de gemeente graag gehoord wilt worden. Dat je invloed wilt hebben. Als je samen bijbelstudie doet weet jij hoe het zit en moeten anderen luisteren. Als er een meningsverschil is, ben jij degene die gelijk heeft. Als er dingen in de kerk veranderen wil je graag dat er naar jou geluisterd wordt, of het nu gaat over de beamer, bijzondere diensten of conflicten in de kerk. Soms zie je dat in gemeentes sommige mensen ongezond veel macht en invloed hebben. Iets waar ouderlingen, diakenen en dominees, en dus ook ik als dominee voor op moeten passen.

Hoe zou Jezus daar nu tegenaan kijken? Hoe reageert Hij als hij leerlingen heeft die straks veel macht willen hebben?  Laten we luisteren wat zijn reactie is en van daaruit eerlijk naar ons zelf kijken. In hoeverre is er bij ons soms een ongezond verlangen naar macht en naar de eerste plek?

Volg Jezus!

1. Ontdek je eigen streven

2. Zie hoe Jezus dient

3. Leer om zelf te dienen

1. Ontdek je eigen streven

Jakobus en Johannes volgen Jezus al een paar jaar. Ze hebben heel wat ingeleverd om hem te kunnen volgen. Ze hebben hun eigen vissersbedrijf achter hen gelaten en zijn achter Jezus aangekomen. Nu komt het moment steeds dichterbij dat Jezus zal gaan sterven. Jezus heeft hen er net nog over verteld. Over hoe hij zal lijden en sterven, maar ook dat Hij weer op zal staan in zijn glorie, op de derde dag.

Voor Johannes en Jakobus is dit het moment om Jezus even apart te nemen. ‘Meester, we willen dat u doet, wat wij u vragen’. Heel indringend geven ze aan hun meester een opdracht! Jezus zal hen aangekeken hebben. Hij wist wat hen bezig hield, maar toch vraagt Hij hun: wat willen jullie dan dat ik voor je doe? Misschien bedenken ze zich nog. Maar dat doen ze niet. Ze stellen hun vraag aan Jezus: Meester wanneer U heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts zitten en de ander links. Ze hopen dat zij straks na Jezus onderkoning mag zijn. Dat zij de eervolle plek krijgen, zoals Jozef bij de Farao onderkoning was en Daniël bij Darius. En was het vreemd dat ze daarop hoopten? Zij waren degenen die met Petrus mee naar binnen mochten bij het dochtertje van Jaïrus en mee naar boven mochten toen Mozes en Elia op de berg bij Jezus kwamen.

Als je erover nadenkt, wat is het dan een brutale vraag van de leerlingen. Wat laten ze duidelijk zien wat hun streven is: ze willen macht en invloed. Het draait uiteindelijk om henzelf. Dat wordt ook duidelijk als de andere leerlingen in de gaten krijgen dat Johannes en Jakobus dit gevraagd hebben. Toen zij dit hoorden werden ze woedend op Johannes en Jakobus. Wat? Willen jullie die erebaantjes. Waarom zouden jullie die plek krijgen? En wij niet? Het lijken wel een stel kinderen die met elkaar aan het bekvechten zijn wie er voorin de auto mag zitten.

Als Jezus dat in de gaten krijgt, roept Hij zijn leerlingen bij zich. Hij geeft hen aan hoe het er in de wereld aan toegaat: Volken worden onderdrukt door hun eigen heersers en hun leiders misbruiken hun macht’. Zulke koningen en machthebbers had je in de tijd van Jezus. Maar in die tweeduizend jaar is er niet veel veranderd. Ook vandaag kun je nog zeggen: ‘macht corrumpeert’. Denk aan hoe Mubarak aan zijn macht gehecht heeft en gezorgd heeft dat zijn familie voor 70 miljard aan bezittingen heeft. Berlusconi doet er alles aan om aan de macht te blijven en niet aangeklaagd te worden. En als Poetin merkt dat er tegenstanders zijn dan verdwijnen die in de cel. Maar niet alleen bij andere machthebbers, ook bij onze eigen regeerders en leiders is dat gevaar aanwezig. Dat gevaar schuilt in de mens om te streven naar macht en om als je macht hebt die macht te misbruiken. Dan krijg je vriendjespolitiek, voortrekkerij of hielenlikkerij. Op allerlei manier kunnen mensen verkeerd met macht en invloed omgaan.

Hoe zit dat bij jou? De afgod van het streven naar macht, zit niet alleen bij belangrijke mensen. Ook in de buurt, bij je collega’s of in de familie kun je op allerlei manier macht zoeken: door de baas te spelen, steeds te mopperen of steeds te willen dat het gebeurt zo als jij wil. Zo kan het ook in de kerk zijn: ook de gemeente is een groep mensen, waar zomaar macht een rol kan spelen. Je kunt dominant en gelijkhebberig zijn. Je kunt je er lekker bij voelen als anderen naar jou luisteren. Je kunt altijd de leiding willen hebben, ook wanneer je dat helemaal niet toekomt. Het kan heel vroom lijken alsof je voor God en zijn zaak bezig bent, maar in hoeverre ben je soms niet op je eigen eer, je eigen gelijk en je eigen macht gericht.

Ontdek je eigen streven! Zo heet dat eerste punt. Jakobus en Johannes hadden niet in de gaten waar ze mee bezig waren. De leerlingen zaten te bakkeleien over de eerste plek, maar Jezus wijst erop waar ze mee bezig zijn. En Hij zegt er heel duidelijk bij: dat streven naar macht, dat misbruik van gezag: laat dat bij jullie niet voorkomen. Zoals het gaat in de wereld, zo mag het bij jullie niet zijn.

Wees eerlijk en kijk naar de manier waarop je zelf je plek inneemt in het rijk van God. In hoeverre ben je aangetast door deze zonde? Wat kan er veel kapot gaan in een gemeente, maar ook daarbuiten, als u, jij en ik onszelf laten leiden door streven naar macht en invloed. Laten we eerlijk kijken in hoeverre de afgod van de macht door ons vereerd wordt. Jezus wil niet dat het in zijn rijk is, zoals het in de wereld is!

2. Zie hoe Jezus dient

Wat is er tegen machtsmisbruik te doen? Heel belangrijk is dat we Jezus als voorbeeld nemen. Dat we Hem willen volgen. In dit tweede punt willen we erop letten wat hij zegt, en wat hij doet. Hij die nu alle macht in hemel en op aarde heeft.

Het eerste wat opvalt is dat Jezus voorop loopt. Hij loopt voor zijn leerlingen uit. Niet om daardoor de eer te krijgen, maar hij gaat zelf voorop op weg naar Jeruzalem. Een weg waar de leerlingen misschien de rillingen van krijgen. Ook de andere mensen die hem volgen zijn bang. Ze weten dat Jezus daar gearresteerd en gestraft kan worden. Jezus gaat voorop in het dienstbaar zijn, in het de minste zijn. Dat legt Hij ook uit aan zijn twaalf leerlingen: hij zal bespot worden, bespuwd worden, gegeseld en gedood, maar ook weer opstaan. Wat een geweldige Heer en meester is Hij, die niet komt voor zijn eigen macht. Hij geeft juist alle macht op. Hij wordt een knecht, een dienaar van de mensen. Hij wil lijden voor ons. En wat extra pijnlijk is dat dan, dat juist op dit moment zijn leerlingen gaan vechten om de eerste plaats. Ze hebben er nog niets van begrepen dat het koninkrijk van God geen aards rijk is, met aardse macht, maar een hemels macht. Een rijk waar de eerste laatsten zullen zijn en de laatsten de eersten.

Jezus geeft dat ook aan ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Kunnen jullie soms de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan? Jezus gebruikt deze twee beelden om aan te geven wat Hij zal gaan doen. Hij zal een beker moeten drinken. Met een beker leegdrinken wordt in de Bijbel, en we lazen dat ook net in Jesaja, wel bedoeld dat je een straf helemaal moet volvoeren. Je krijgt een straf, een beker vol, en heel die straf moet je dragen. God had de zonden van zijn volk gezien. God zag de zonden van de mensen: hij wilde de mensen straffen. Maar … hoewel het Jezus moeite kostte .. hoewel hij smeekte of de beker aan hem voorbij mocht gaan … hoewel het hem zweetdruppels van bloed van angst opleverde in Getsemane … toch heeft hij die beker niet aan zich voorbij laten gaan maar helemaal gedronken. Daardoor versloeg hij de macht van de dood en duivel en droeg Hij Gods toorn! Hij werd de minste, vernederd tot de dood, om zo de eerste te worden. Hij nam niet de weg omhoog, maar de weg omlaag … Hij dronk de beker van Gods toorn. Jezus vraagt ‘kunnen jullie die beker drinken?’ Nou als ze in de hof zijn, en het is donker, en het is spannend, zijn Johannes, Jakobus en ook Petrus, die altijd haantje de voorste is, niet eens in staat om wakker te blijven. Die beker kunnen ze niet drinken!

Jezus vraagt ook of zij de doop kunnen ondergaan, die hij moet ondergaan. Het is een lastig beeld wat hier gebruikt wordt. Maar ook hiermee zal Jezus duiden op zijn sterven. De doop wast zonden weg. Jezus zelf was ook gedoopt door Johannes de Doper. Maar zijn doop, en later zijn dood, zijn er niet om zijn eigen zonden af te wassen. Hij neemt juist alle zonden op zich. De zonden van het volk in de Jordaan, kwamen op Hem. Zo zal hij ook door zijn door onze zonden op zich nemen. Dat zullen Jakobus en Johannes nooit voor anderen kunnen doen.

Met deze twee beelden legt Jezus uit waarom hij gekomen is. Ook in vers 45 legt hij uit dat hij niet gekomen is om de baas te spelen. Jezus is niet gekomen om gediend te worden, maar hij kwam om zelf te dienen. Hij kwam om zijn leven te geven: om te sterven. Hij ging de weg omlaag. Op die manier, door de minste te worden heeft hij ons vrijgekocht van de boosheid van God en gekocht uit de macht van de duivel. Zo was Hij heel zijn leven: ook later wast hij de voeten van zijn discipelen, als niemand dat wil doen. Als ieder zich daar te goed voor voelt. Hij laat de kinderen bij zich komen, terwijl de discipelen die kinderen wegsturen. Zie hoe Jezus kwam om te dienen. Zelfs toen hij uitgescholden werd schold hij niet terug, hij bad voor de soldaten die niet wisten wat ze deden. Hij was trouw, hij vernederde zich diep, zo diep dat hij uit liefde voor ons stierf aan het kruis. Hij was bereid zijn leven te geven …

3. Leer om zelf te dienen.

Nu weten Johannes en Jakobus nog niet wat ze zeggen. Ze denken: wij kunnen die beker ook wel drinken, wij kunnen ook wel met die doop gedoopt worden. Ze lijken wel op Petrus die ook zegt dat Hij Jezus nooit zal verlaten. Die zelfs zijn zwaard pakte om Jezus te verdedigen. Uit zichzelf zullen ze niet kunnen wat Jezus zal gaan doen. En toch zegt Jezus dan: jullie zullen die beker drinken en met die doop gedoopt worden. Wat je niet uit jezelf kan, kun je wel als je Jezus volgt. Hij ging voorop in de weg van lijden en als Johannes en Jakobus dat later gehoord en geloofd hebben, willen zij zelf ook dienen. Dan kiezen ze niet voor de macht, maar zijn ze gehoorzaam aan Jezus, dienen ze hem tot in de dood. Jakobus wordt al 11 jaar na de dood van Jezus door Herodes Agrippa gedood. En Johannes? Men zegt dat hij ‘een gifbeker’ gedronken heeft en in een bad met hete olie gegooid. Dat zal wel verzonnen zijn vanwege deze tekst. Maar dat Johannes geleden heeft in zijn ballingschap is zeker.

Jezus hamert erop dat ze anderen moeten dienen. Dan zullen ze de belangrijkste zijn. Wie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn. Dat is ook de boodschap die Jezus voor ons heeft. Een houding die je niet automatisch hebt. Ook Paulus moet er in de Christelijke gemeente van Filippi nog op wijze: Laat de één de ander hoger achten dan zichzelf. En zoek niet je eigen belang en het belang van anderen. Neem de houding aan van Christus. Uit onszelf is zo’n dienend leven onmogelijk. Dan raak je uitgeput, dan verlies je energie, dat kost alleen maar moeite. Wat kan het vermoeiend zijn om steeds maar weer te geven en dienen. Toch wijst Christus die weg: dat doet hij omdat hij de bron van leven wil zijn, omdat hij voor onze zonden betaald heeft, ook voor ons verkeerde streven naar eigen gelijk, invloed en macht. Hij gaf zichzelf in liefde, hij diende om ons met de kracht van zijn Geest te vullen om ook te kunnen dienen.

Dat vraagt wel een omkeer in onszelf: in het derde deel van Narnia is er een jongetje met de naam ‘Eustaas Schreutel’. Hij was geniepig en wilde steeds macht hebben: Hij peste andere kinderen en probeerde zich geliefd te maken bij grote mensen. Op een nacht valt hij op een enorme schat in slaap en droomt hij over hoe hij machtig kan zijn en iedereen naar zijn hand kan zetten. Maar als hij wakker wordt is hij een draak geworden. Zo’n eng dier dat precies het ware gezicht laat zien van mensen die zelf macht willen hebben. Als hij dat is, wil hij dat niet meer zijn: hij probeert die drakenhuid eraf te halen. Maar dat lukt niet. Dat kan alleen als de leeuw Aslan komt: Jezus Christus. Hij haalt met zijn klauw de huid eraf. Dat gaat zo diep dat Eustaas het idee heeft dat hij in zijn hart geraakt wordt. C.S. Lewis legt uit: dat hoogmoed leidt tot de dood, tot instorting, tot verlies van menselijkheid. Maar als je nederig tot God gaat en niet voor je eigen eer leeft, dan kun je opnieuw geboren worden, vernieuwd worden in je hart. (Tim Keller, namaakgoden).

Als je in deze preek ontdekt bent je eigen verkeerde verlangen naar eer, ontdoe je dan van die eer! Bidt of Jezus je hart wil veranderen! Streef niet langer naar de eerste plaats en naar de macht, maar als je de eerste wil zijn wees dan een dienaar van de anderen. Hoe diep wil jij je vernederen. In hoeverre wil jij het lijden dragen. Wil jij zelfs de vieze voeten van anderen wassen. Jezus roept u op: kom achter Mij aan. Durf je eigen leven los te laten, te je eer te verliezen, want dan zul je het nieuwe leven vinden. Hij zegt: ik kan niet de plaatsen verdelen in de hemel, maar ik wijs je wel de weg naar de eerste plaats. Uiteindelijk is het de Vader die dan aan de minste, de eerste plaats geven. Die de nederigen zal verhogen. Die van de laatsten de eersten maakt. Ga de weg omlaag … want die weg voert omhoog!

zondag 13 februari 2011

Liturgie Morgendienst Beilen 9.30 Middagdienst Hooghalen 14.15 / Zuidlaren 16.30
Welkom en mededelingen Ps 27:7 (i.v.m. overlijden)
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 68:2 en 8 Ps 68:2 en 8
Zuidlaren: H.A. formulier II
Aan tafel: zingen Ps 63:2
Wet
Zingen Gz 106:3 en 4
Gebed
Lezen Jes 51,21-23 

Marc 10,32-45

Jes 51,21-23 

Marc 10,32-45

Zingen Ps 47:1 en 3 (groep 5) Ps 47:1 en 3 (groep 5)
Tekst Marc 10,42-45 Marc 10,42-45
Preek
Zingen Lied 442 (Jezus ga ons voor) Lied 442 (Jezus ga ons voor)
Geloofsbelijdenis
Zingen Gz 139:3 (U, Vader, U zij) Gr6
Dankgebed en voorbede Gz 181d (onze vader)
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 79:2,3,6 Gz 79:2,3,6
Zegen en amen