Romeinen 8:14-17 – Leef geleid door de Geest van Christus!

mei 26, 2015

Pinksterpreek 2015, gehouden in Enschede-Zuid en Heemse,
Tekst: Romeinen 8:14-17
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Hoe nauw ben je met Christus verbonden? Laat je je leiden door zijn woorden? Denk je veel aan Hem? Maak je je leven nieuw en mooi door zijn Geest? Dat je door Hem leert op een liefdevolle manier je op te stellen op je werk, in je klas, met je vrienden? Dat het je lukt om geduldig met elkaar om te gaan? Dat je jezelf ook geliefd en kostbaar weet in Gods ogen: dat je als je in de spiegel kijkt, dat je dan ook zegt: kijk, ik ben werkelijk Gods eigen kind. Hij heeft mij lief!
Toen de leerlingen van Jezus op aarde waren hadden zij Jezus dicht bij zich. Je zou kunnen zeggen, dat ze nauw met Hem verbonden waren. Ze hoorden zijn stem, ze konden echt met Hem meelopen over de wegen van Galilea en Judea, ze zagen Hem! Maar stierf Jezus aan het kruis. Hij werd begraven. Stond op, maar ging naar de hemel. Werd Hij nu niet vergeten, kwam Hij nu niet op een afstand, is er nu niet een grote kloof tussen Gods Zoon en deze wereld? Kun je nu nog wel nauw met Hem verbonden zijn?
[dia 2] Gelukkig is het Pinksterfeest! De Heilige Geest kwam van boven! Met het geluid van een windvlaag, met vlammen als vuur die zich op de hoofden van de leerlingen zetten, mensen werden gedoopt met water en vuur, gingen spreken in andere talen. Christus ging weg, maar gaf zijn eigen Geest, de Heilige Geest. Nu wil Hij wonen in je hart. Nu mag dus nog nauwer met hem verbonden zijn, dan in de tijd dat Hij op aarde was. Nu woont Hij in je: Hij helpt je in je denken, je willen, je kunnen, je doen! Eigenlijk is Hij voor ons nog dichterbij dan Hij dichtbij was in zijn tijd op aarde: we mogen nu leven, vervuld van Hem, als Gods eigen kinderen: leven door de Geest van Christus!
Leef geleid door de Geest van Christus
1) Laat je niet leiden door je aardse ik
2) Weet je een kind van Vader
3) Laat je leiden door de Geest

[dia 3] 1) Laat je niet leiden door je aardse ik
Wat je dus niet moet doen is je laten leiden door je aardse ik. Paulus schrijft zijn brief aan de Romeinen, en in dit hoofdstuk maakt hij een sterke tegenstelling tussen leven uit het vlees, het lichamelijke, aardse en aan de andere kant het leven uit door de Heilige Geest. Hij ziet om zich heen dat er een aardse manier van leven is. Dat is de manier van leven die gericht is op het hier en nu, op het eigen ik (vs 5). Sinds de zonde en de dood in wereld is gekomen, sinds het paradijs leven we allemaal zo. We zijn onderworpen aan de zonde en de dood. God heeft wel zijn goede wetten steeds weer gegeven, een weg gewezen hoe je je leven mooi kan maken. Maar het lukt ons eigen ik niet om dat te doen. Paulus keert zich in zijn brief tegen de Joodse gedachte dat je wel door zelf de wet te houden je leven goed voor God kan maken. Maar steeds zijn er dan weer punten waarop je tekort schiet. Dan kun je je best doen: maar toch kan steeds weer het verkeerde aanwezig zijn. En als je God dan voorstelt als een rechter, dan ziet Hij wat er ontbreekt: die lelijke opmerkingen, die dingen die je deed, maar niet uit liefde, die verkeerde daden. Dan leef je eigenlijk als iemand die voortdurend angstig is voor het oordeel. Onze eigen wil onderwerpt zich niet aan de wet van God en is daartoe ook niet in staat, zegt Paulus.
[dia 4] Angst voor het oordeel: dat is waarmee de duivel ons graag gevangen houdt. Sinds het paradijs heeft hij door de zonde het wapen van de dood. Voor wie niet met God verbonden is, is het leven eindig geworden. Wie overgeleverd is aan de macht van het kwaad, gaat verloren, is veroordeeld. Er is een grote kloof tussen God en jou gekomen! Onderschat niet wat het betekent om in angst voor God te leven. Je kunt al bang zijn voor een aardse rechter: stel je hebt iets verkeerd gedaan. Geappt tijdens het rijden, je iets toegeëigend wat van een ander is, niet eerlijk je belasting ingevuld: dan kun je bang worden. Stel je voor dat ze erachter komen. Dan leef je in angst voor het oordeel: dan kan de rechter je een straf opleggen. Een boete van 10.000 euro, misschien een gevangenisstraf of misschien moet je wel een taakstraf doen. Dan leef je uit angst voor het oordeel, uit angst voor de straf.
Het kan ook zomaar zo zijn dat je zo met het geloof omgaat. Dat geloven een systeem is geworden waarin je je laat leiden door je aardse ik. Als ik nu maar goed genoeg mijn best doe, dan kom ik er wel. Maar zegt Paulus: je eigen ik brengt niets anders dan de dood, onze eigen wil staat vijandig tegenover God, wij kunnen God niet behagen. Wie steeds op eigen kracht probeert goed te doen, krijgt uiteindelijk steeds meer angst.
[dia 5] En als je dan in de spiegel kijkt? Dan wordt je negatief over jezelf. Doe je dat wel eens? Eerlijk in de spiegel kijken? En wat denk je dan? Het kan zomaar zo zijn dat je dan denkt aan die verkeerde dingen. Dat je een negatief zelfbeeld hebt. Dat je leeft in angst voor wat anderen van je zullen zeggen en vinden, in angst of je wel goed genoeg voor God bent. Dat je het moeilijk vind om werkelijk positief over jezelf te denken en te spreken, zodat het ook moeilijk wordt om de ander werkelijk lief te hebben. Dat is wat een wettische manier van leven voort kan brengen. Voor wie zich laat leiden door zijn aardse ik wordt de afstand tussen God en Hem steeds groter. Is er niet die verbondenheid met Christus door zijn Geest, maar ben je uiteindelijk aan jezelf overgelaten.
[dia 6] 2. Weet je een kind van Vader
Paulus zet op een pijnlijke manier neer hoe er afstand kan zijn tussen God en ons. Maar als hij dat gedaan heeft, roept hij het uit: ‘Maar u leeft niet zo!’. Wat geweldig dat hij op zo’n manier de gemeente van Christus mag aanspreken. Bij u, jou en mij mag er wat veranderd zijn. En wat is er dan veranderd? U laat u leiden door de Geest, want de Geest van God is in U! Wat een verandering. Hoe kan dat? Dat staat in 3 en 4, het grote nieuws, het goede nieuws. God heeft zijn eigen Zoon gegeven, als mens. Hij heeft onze menselijke natuur aangenomen. Hij heeft met een menselijk ik wel de wet van God volbracht en voor ons het oordeel en de dood gedragen. Waar het je laten leiden door je eigen wil de dood brengt, daar brengt het je laten vullen door de Geest van God leven en vrede. Mooi die twee woorden!
Geen angst meer om te moeten sterven, geen angst meer voor de dood, maar Christus heeft de dood gedragen: nu komt er leven, eeuwig leven met God.
Geen angst meer voor veroordeling, maar vrede. Het is goed tussen God en mij, het leven mag vernieuwd en veranderd zijn!
Wat gebeurt er dan met het Pinksterfeest? De Geest van God komt in ons. We hoeven niet langer als slaven in angst te leven. Nee! Christus is voor ons gestorven en we mogen nu Gods eigen geliefde kinderen zijn.
Wie nu in de spiegel kijkt, mag het zien en geloven: ik ben werkelijk een kind van God. Waar we dat zelf misschien nog maar moeilijk zeggen, want we zien soms nog verkeerde dingen in dit sterfelijk lichaam, daar wil de Geest je helpen. De Geest getuigt met onze Geest dat we God kinderen zijn. Dat God je werkelijk geadopteerd heeft, aangenomen. Door die Geest ga je ook ‘Abba, Vader’ zeggen: de kloof tussen God en jou is weg door Christus. Het is weer goed! Wat een wonder dat de Geest dat geloof en vertrouwen in je hart wil geven. Dat je zo jezelf steeds meer mag gaan leren zien wanneer je in de spiegel kijkt, omdat je weet dat God zo als Vader naar je kijkt. Niet als een rechter, die op zoek is naar fouten, niet als een heer die zijn slaven aan moet sporen, maar als een vader: een vader die zijn eigen kinderen ziet, liefheeft, bij de hand neemt, leidt, kent, omgeeft met zijn vader zorg. Een vader die met een glimlach kan genieten van wat zijn kinderen doen.
Soms hoor ik als een aardse vader overleden is, kinderen zeggen: ik was eigenlijk altijd op zoek naar waardering van mijn vader. Als ik kijk naar wat ik in mijn eigen leven doe, dan is er zo vaak dat stemmetje in mijn achterhoofd: is dit goed genoeg voor mijn vader? Of als dochter van waardering van je moeder. Wat kunnen ouders soms veel van hun kinderen verwachten, en wat kan het dan soms ook zo zijn dat je zo teleurgesteld bent in je ouders, of dat ouders zoveel verwachtingen hebben dat je je gewoon niet geliefd weet en het moeilijk vind om ze steeds weer op te zoeken.
God zegt: Jij bent kostbaar in mijn ogen, omdat ik jou zie in Christus. Hij is aan het kruis gestorven, zijn bloed bedekt ook jou zonden! Als je beschadigd bent, als je het moeilijk vindt om dat te geloven: mijn Geest helpt jouw eigen geest om dat werkelijk aan te nemen. Om jou daarvan te overtuigen. Jij mag mijn kind zijn, ik kijk met liefde naar jou, dus weet je geliefd, en noem mij maar: ‘Abba, Vader’; Weet dat ik je nooit zal vergeten, zoals een moeder haar kinderen niet vergeet!

3. Laat je leiden door de Geest
Zo kan Paulus dus zeggen: Allen die door de Geest van God geleid worden zijn kinderen van God. Ik heb laatst nog gezegd: dit is één van de mooiste hoofdstukken uit de Bijbel. Waarom? Paulus heeft eerst uitgelegd hoe je gered kan worden, maar nu beschrijft hij het nieuwe leven, het leven door de Geest. Hij zet hier geweldig mooi neer, hoe wij als mensen, die omgeven zijn door lijden en sterfelijkheid, toch nu al kinderen van God mogen zijn en ons mogen laten leiden door de Geest van God.
Wat betekent dan dat je je laat leiden door de Geest? Gaan we dan bij elkaar op zoek naar de tekenen van de Geest. Bijzondere ervaringen of stemmen. Spreken in tongen en spirituele gebeurtenissen. Zo begint Paulus hier niet.
Wie zich laat leiden door de Geest, weet zich in de eerste plaats vrijgekocht door Christus. Die gaat daarvoor niet onrustig zoeken in zijn eigen ik, eigen ervaringen. Maar die mag luisteren naar Gods Woord in de bijbel, die mag de preken horen, die mag het teken van de doop zien en Gods vaste beloften horen. Die mag naar het avondmaal gaan met lege handen en het lichaam en bloed van Christus ontvangen. Die mag zien dat er de kerk van Christus is die samenkomt in zijn naam. Dan mag Gods liefde zijn woord naar je toekomen. Door de Geest deel je dan in de verlossing van Christus. Wordt je heel nauw met Christus en zo met de gemeente verbonden.
Het tweede is dat we nu we kinderen ook erfgenamen zijn. Paulus zegt: we delen in het lijden van Christus, we zullen ook delen in de erfenis. Wanneer het leven moeilijk is, wanneer er pijn is over onrecht je aangedaan, wanneer er verdriet is over overlijden, wanneer je op weerstand stuit omdat je Christus volgt, wanneer de nood van de wereld je aanvliegt, mag je weten dat je mag delen in het lijden van Christus. Maar niets zal je van Hem kunnen scheiden, niets op weg naar de volmaakte heerlijkheid. Die erfenis die voor al Gods kinderen klaarligt. Hij zal je, door zijn Geest!, krachtig met Christus verbinden.
En wat gebeurt er dan concreet? Wat verandert er dan? Dan woont die stem van Christus in je. Dan zoek je het leven en de vrede. Begint de vrucht van de Geest in je te groeien. Dan ben jij de eerste die opstaat om te helpen, als dat je gave is. Dan ben jij degene die leiding geeft aan die groep mensen, dan leg jij de bijbel uit aan anderen, dan doe je de financiën voor de kerk, dan pas jij op de kinderen, dan zorg je voor een heerlijke maaltijd voor mensen die het minder hebben, zet je je in voor vluchtelingen. Vertelt het evangelie. Je kunt het praktisch zien: een leven geleid door de Geest! Niet uit angst, maar omdat je ziet hoe je hemelse Vader ervan geniet dat je je laat leiden door de Geest van Christus.
En dat blijft dan niet bij hoofd en handen, bij zeggen en doen: nee, kijk dan word je hart geraakt. Dan word je blij, besef je weer hoe groot de liefde van Christus was! Wat een wonder, wat een vernieuwing. Dan steek je misschien wel je handen in de lucht, een glimlach op je gezicht wordt zichtbaar. Je zingt het uit, maakt muziek en juicht voor de Heer! Gods Geest werkt in mij. Hem zij de lof, tot in eeuwigheid!!
Amen

Advertenties

Psalm 47 – Juich, o volken, juich!

mei 15, 2015

Preek gehouden in Heemse op 14 mei 2015 (Hemelvaart)
Tekst: Psalm 47

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Juicht, o volken, juicht, handklapt en betuigt … een oproep om te juichen en te applaudisseren voor onze God klinkt door in Psalm 47. Een oproep aan de volken: Hoe vaak zal die oproep vandaag niet klinken over heel de wereld? Waar christenen samenkomen om de hemelvaart van Christus te vieren wordt als sinds de vroege kerk Psalm 47 gezongen. Wat is het goed om juist vandaag deze psalm te zingen. God verdient ons applaus, God verdient het dat we muziek voor Hem maken, God verdient het dat we met blijdschap voor Hem zingen. Het is vandaag Hemelvaartsdag: we vieren Koningsdag en Bevrijdingsdag op één dag! Jezus is onze Koning: Hij ging naar de hemel, ging zitten en aan de rechterhand van zijn Vader, en regeert daar. Hij is zo’n machtige heerser dat alle volken aan Hem onderworpen zijn. Hij onze Bevrijder uit de macht van de duivel, Hij houdt de scepter, het teken van macht en regering in zijn hand. De Heer alleen regeert!

[dia 2] Als je psalm leest, zoals we net deden, dan buitelen de woorden om voor hem te zingen en te juichen over elkaar heen. Klap in de handen, jubel, juich. God steeg op onder gejuich, bij hoorngeschal. En dan staat er tot vijf keer toe: Zing voor de Heer een lied! Het maakt je wel nieuwsgierig. Waarom is de dichter zo uitgelaten? Waarom is hij zo blij, dat er een loflied gezongen gaat worden? Wij kunnen ons dat alleen voorstellen als er een club heel blij is dat ze de beker gewonnen hebben, en zo hard juichen dat de aarde trilt. Of als koning Willem-Alexander koning wordt en het gejuich van buiten binnendringt in de kamer waar Beatrix en hij de documenten voor de troonsoverdracht tekenen.

[dia 3] Je zou kunnen zeggen dat de dichter op drie manieren heel blij is. Allereerst past deze psalm in de serie van koningspsalmen. De dichter denkt aan God en zegt: Hij is de allerhoogste. Hij heeft alle macht. In Psalm 46 kwam Hij naar voren als de allerhoogste, als de veilige burcht bij wie je kan schuilen. In Psalm 48 wordt de stad van onze koning bezongen: God houdt zijn stad voor eeuwig in stand. En straks in 97 en 99 komt het thema weer terug: De Heer alleen regeert. God is koning, hij sticht zijn heerschappij!
Het tweede wat de dichter blij maakt, waar hij van gaat juichen is dat hij in de geschiedenis, in zijn leven ook kan aanwijzen dat God machtig en je niet loslaat. Het volk van Abraham, dat zo klein was en veracht, waar bijna geen toekomst voor leek, dat uit leek te sterven in Egypte, heeft Hij zelf geleid en verzorgd. Hij heeft het gebracht naar het land waar het hoorde, ‘een eigen land’ (vs. 5). Hij liet zijn macht zien door andere volken te onderwerpen. Hij dwong die volken op de knieën, legde ze onder onze voeten. Je moet je voorstellen dat men toen vaak een voet op de nek van de tegenstander zette om te laten zien dat men hem verslagen had. Het volk mocht nu veilig wonen in het eigen land dat God gegeven had. God liet zien dat Hij niet alleen de allerhoogste is, maar dat Hij ook werkelijk regeert en zijn macht laat zien door in te grijpen in de geschiedenis.
Dan de derde reden: Hij is blij omdat deze God ook te midden van zijn volk wil wonen. De ark die eerst in de tabernakel stond, die bij Obed-Edom was onder gebracht. Die heilige kist waarmee God liet zien dat hij zijn volk wilde wonen, die ark mocht naar Jeruzalem gebracht worden. David ging dansend en juichend voor de ark uit, als de ark opvaart naar de berg Sion. Wat een blijdschap mocht het geven dat God omzag naar zijn volk. Dat de ark met het verzoendeksel in Jeruzalem mocht komen. Het verzoendeksel dat liet zien dat er door God een weg geopend was om bij Hem te komen. Dat Hij zijn volk niet zou vernietigen, maar sparen, dat Hij zelfs in hun midden wilde wonen. Wat was het die dag een feest geweest! De koning had het volk getrakteerd op allerlei geschenken, ze hadden gratis eten gekregen, ze hadden gejuicht en gezongen: want God was in hun midden. Dat was al zo, maar nu mochten ze dat ook samen echt zien aan de ark en samen vieren.

[dia 4] Wat een juichstemming … maar hoe ging het nu verder? Dit lied was gemaakt. God had zijn macht laten zien. In de tijd van Salomo waren er inderdaad volken onderworpen aan Israël. Maar het volk was snel vergeten dat God de enige en hoogste koning was. Ze gingen op het leven van elke dag. Ze vergaten de allerhoogste koning, en gingen knielen voor de afgoden van die andere volken. Tegen een steen zeiden ze: dit is nu Baal, tegen een paal zeiden ze: dit is Asjera. Ze brachten hun offers: ze raakten verwend, en vet. Als vetgemeste koeien, trapten ze achteruit en vergaten hun God. Dachten niet meer aan de tempel in Jeruzalem, gingen niet meer naar het huis van de Heer, maar ze besteden hun tijd met de afgoden, leefden voor aards geluk en aardse roem. Het waren net zulke mensen als wij: als de baas je vraagt voor een promotie en 500 euro meer verdienen, dan lukt het soms wel om 5 uur extra te werken. Maar wat kan het soms veel gevraagd zijn om tijd te maken voor de Gever van dit alles en Hem echt te danken: bij te dragen aan zijn gemeente en zijn huis. God was boos op zijn volk. Er bleven er maar weinig over die niet hun knieën voor het geld, voor de Baal gebogen hadden. Het volk werd weggevoerd, andere volken leken machtiger, en spotte met de God van Israël. Geen god hield stand tegen de Babyloniërs, de god van Moab en Edom niet. Waarom zou de HEER wel stand houden tegen Edom? Calvijn zegt: het is alsof tussen Salomo en Jezus de aarde openscheurde, en het is alleen Gods genadevolle hand geweest dat het volk er niet in verdwenen is. Hij ging door: Hij was trouw aan zijn belofte aan Jakob! En zo bleef er een groep mensen over die wachtte op de Messias, op de grote koning: een groep die bleef zingen over de hoogste koning en toch riep: Juich voor de Heer, Hij regeert!

[Dia 5] En dat was niet voor niets! Want God zag om naar zijn volk. Hij gaf zijn eigen Zoon als redder voor deze wereld. De engelen in de hemel juichten toen Hij geboren werd: Eer zij God in de hoge en vrede op aarde! God deed zijn eigen Zoon afdalen naar de aarde. Hij zocht zijn volk op: waar het verzoendeksel van de ark vooruitwees naar Hem, kwam Hij zelf (niet als een schaduw) maar om met zijn eigen lichaam de straf van God over de zonden te dragen. De mensen hadden het gezien, ze hoorden Hem, ze zagen hoe rondom Hem iets van het koninkrijk zichtbaar werd: zieken werden genezen, doden werden levend, het goede nieuws klonk. Hij stierf aan het kruis, maar stond op uit de dood. Nu gaat Hij met zijn leerlingen naar de olijfberg. Ze zijn benieuwd naar de verdere plannen van God, maar Hij legt uit dat die dingen in handen van de Vader zijn. En dan verlaat Hij hen: zegenend stijgt Hij op van de berg. Een wolk komt tussen hen in. Vol vreugde keren de leerlingen terug naar Jeruzalem. Er staat niet over groot gejuich op aarde, maar ze weten wel dat Christus gezegd heeft: Ik ben met je, alle dagen! In de hemel klinkt wel gejuich! Christus heeft de duivel verslagen. We lezen in Openbaring 12 dat de duivel dan de hemel uit moet. Juich hemel! Wees blij! God stijgt voor ons oog met gejuich omhoog: Hij is de hoogste vorst. Hij regeert! Daarom vieren we vandaag het feest van bevrijding: Christus liet zien dat hij sterker is dan de duivel. Daarom vieren we vandaag het feest van onze koning. Jezus regeert … laten we voor hem zingen, laten we voor Hem juichen, laten we Hem groot maken en eren. Hem alle lof geven!

[Dia 6] Dat mogen we dan ook doen om die drie redenen: Als je ziet dat God de grote schepper is van alle dingen. Hoe Hij alles heeft gemaakt. Hoe Hij het leven geeft. We zijn hier maar niet toevallig, nee, er is een hoogste Heer, die alles gemaakt heeft.
Je mag het ook doen omdat je ziet hoe God zijn Zoon gegeven heeft. Hij heeft laten zien dat Hij zijn redding wereldwijd wil maken. Als je aan kan wijzen dat ook jij tot het geloof in die God gekomen bent en Hem wil volgen, als je gelooft dat Hij je draagt, dag aan dag, en dat Hij uiteindelijk volkomen uitredding wil geven.
Maar je mag Hem ook prijzen omdat Hij hier in ons midden wil zijn. Het volk ging naar de tempel, bracht de offers. Maar wij mogen samen komen rond het woord. Christus wil hier door het woord, door de bijbel in ons midden zijn. We mogen met elkaar gemeente zijn en samen God groot maken en loven. Hij troont op onze lofzangen en de muziek die we met elkaar maken. Hij is opgevaren naar de hemel, maar tegelijk wil Hij door zijn Geest en Woord hier in het midden van de gemeente blijven werken. Hij laat ons niet alleen!

[Dia 7] Toch kan het zijn dat je maar weinig van deze blijdschap mee kan maken. Wat zie ik er van dat God regeert? Als er zoveel gewapende conflicten zijn en er nog steeds wereldwijd bommen vallen. Zit Christus wel aan Gods rechterhand? Als er op het journaal steeds weer berichten zijn over bootvluchtelingen en aardbevingen, is het dan niet beter om jezelf maar te verdoven met sport, muziek of plezierprogramma’s? En als je zelf dreigt vast te lopen: niet meer ziet hoe het verder moet, om hoe het in je leven gaat. Als er zo’n zwarte rand om je leven is gekomen of je met je handen in het haar zit? Wat moet je dan met zo’n gloriastemming: juicht, handklapt, maak muziek!?

[Dia 8] Laten we dan nog eens de laatste verzen lezen van de Psalm. God heerst als koning over de volken, God zetelt op zijn hoge troon. De vorsten van de volken zijn bijeen in het gevolg van Abrahams God. Zij zijn schildwachten op aarde. Het is alsof iedereen al luistert naar God. Toch was dat niet zo toen de dichter dit gedicht maakte. En ook al is Gods naam nu verspreid onder veel volken, na het pinksterfeest, nog steeds luistert niet elke vorst naar de Heer. De dichter bezingt niet alleen wat er al is, maar hij bezingt hoe het zal worden. Niet voor niets worden juist in het boek openbaring veel gedeelten uit deze psalm weer aangehaald. Straks zal alles nieuw worden, zal elke knie zich buigen voor God. En waar we nu nog tegen de rafelige onderkant van het borduurwerk aankijken zullen we dan helemaal begrijpen hoe het Gods plan was om zo uiteindelijk alles goed te maken.
Dat vraagt wel een keus: blijven we ons richten op die God, of verlies je het zicht op Hem. Laat je je meeslepen door verleidingen die op je af kunnen komen.
Wanneer Paulus in Romeinen 8 zingt over de macht van God, dan spreekt hij de mensen moed in. Ook al hebben we het moeilijk, worden we vervolgd en verdrukt, toch is er niets dat ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Jezus Christus. Jezus zit in aan God rechterhand: Hij heeft alle macht en regeert. Hij zal alles goed maken. Laten we daarom juist vandaag met elkaar juichen en zingen, muziek maken en God groot maken: Hij is koning, en als koning is Hij opgestegen naar de troon. Juicht alle volken en juicht, God vaart voor ons oog met gejuich omhoog!


Gal 6:8-10 – Zaai mee in de Geest, zodat er straks een schitterende oogst is!

mei 16, 2013

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, Pinksteren mei ’13

Tekst: Gal 6:8-10

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 0.1] Een mooie bos chrysanten, uit eigen tuin, die zou ik straks in de zomer of het najaar wel aan Petra willen geven! Als ik dat wil doen, zal ik eerst kleine zaadje moeten kopen, een plekje klaar moeten maken in de tuin, eerst moeten zaaien …

Het is nu wel de tijd van zaaien: Als je nu op de akkers kijkt dan zie je dat de eerste plantjes al weer boven komen. Er is weer van alles gezaaid: bieten, haver, tarwe, maïs, misschien wel mooie bloemen.

Het is nu een spannende tijd: hoe zullen de gewassen gaan groeien?

Er zal toch hopelijk geen nachtvorst meer komen,

het zal toch niet te droog zijn en toch niet te nat.

Het is afwachten wat er straks geoogst gaat worden.

[dia 0.2] Zaaien kost geld en tijd en energie. Je investeert en nu is het maar te hopen dat het goed uit gaat pakken! Dat er straks een mooie oogst zal zijn. Eigenlijk kun je zeggen: Heel het leven is zaaien. Zo zijn er veel dingen die je in dit leven zaait, waar je in investeert. Je investeert tijd in je schoolwerk, en hoopt straks een goed resultaat op je examens te hebben. Je investeert tijd in je relatie en hoopt dat het goed zal gaan. Je investeert tijd in contacten. Investeert in je huishouden, je werk, je training en je hobby. Wat is er het mooi als je een goed, mooi resultaat binnen kunt halen.

[dia 0.3] Vandaag vieren we het pinksterfeest. Het feest van de eerste oogst. Doordat het lichaam van Christus gezaaid was en Hij opgestaan is en naar de hemel gegaan, kan de Geest komen. Mag er al iets moois en goeds in ons leven gaan groeien: Bindt de Geest ons samen en maakt ons één. Maar straks zal er de complete oogst zijn: als Christus terugkomt. Maar zullen we straks die schitterende bos bloemen in ontvangst kunnen zien? Hoe moeten we dan nu onze tijd en energie besteden? Hoe houden we het vol tussen Pinksteren en de wederkomst?

[Dia 1.1] Zaai mee in de Geest, zodat er straks een schitterende oogst is!
1. Zaai niet in eigen vlees,

2. maar zaai in de Heilige Geest,

3. verwacht een schitterende oogst

Paulus wijst erop dat je op twee manieren in het leven kan staan. God heeft zijn Geest gegeven en wie zich laat leiden door de Geest, zaait in de Geest. Die doet wat God vraagt en luistert naar de aanwijzingen die Hij geeft.

[Dia 1.2] Maar het kan ook zijn dat je zaait in je eigen vlees, zaait in de akker van je zondige natuur. Paulus denkt daarbij natuurlijk allereerst aan de mensen aan wie hij de brief schrijft. Zij denken dat ze door het houden van de regels, door hun eigen vlees te laten besnijden het verschil kunnen maken. Maar eigenlijk verwachten ze het dan van zichzelf. Dan menen ze zelf wat te zijn, denk je dat je zelf hier het leven wel kan maken. Dan verwacht je het niet van de Geest, maar leef je vanuit de werken van het vlees, je eigen wil: dan komt er ruzie, zedeloosheid, afgunst, dronkenschap en losbandigheid.

Zo kunnen wij ook onze tijd en energie besteden aan aardse dingen. Dat je veel tijd besteedt aan de verzorging van je lichaam, dat je gericht bent op geld en luxe hier, dat alles erop gericht is dat je het hier op aarde goed voor elkaar hebt. Dat je je laat leiden door je eigen lusten en begeerten. Soms kan dat best veel geld en energie kosten: je investeert in het leven hier en hoopt het hier goed voor elkaar te krijgen.

[Dia 1.3] Dan bedoelt Paulus niet alleen iemand die verslaafd is aan de drank, en daardoor helemaal in de problemen komt. Hij heeft het over jou en mij. Kijk bijvoorbeeld naar John, gewoon een doorsnee gemeentelid dat van voetbal houdt. Niets mis mee, zou je zeggen, gezond en ontspannen. Zouden meer mensen moeten doen. Maar het kan ook teveel van het goede worden, dat het je leven gaat beheersen. Al zijn geld dat over is besteedt hij aan voetbalspullen en kaartjes voor wedstrijden; zijn tijd besteedt hij aan zelf voetballen, naar een wedstrijd gaan of aan het kijken van studiosport. Zelfs de dag voor de Heer en voor elkaar staat in het teken van koning voetbal en de catechisatie komt onder druk omdat hij naar training moet. Op woensdagavond kon hij wel tijd maken voor de finale van de championslaege, maar dat gemeentelid dat de hele dag alleen zat, bleef nog een dag langer alleen zitten. John zaait veel, investeert veel tijd en energie in voetbal. Wat levert het op? Hopelijk ontspanning, en in die zin is sport iets moois. Maar verder? Als het teveel van het goede wordt? Uiteindelijk niets. Je kunt er niets van meenemen je graf in je, uiteindelijk zal zelfs de beste voetballer sterven en is het allemaal voorbij.

Het is maar een voorbeeld: maar kijk maar eens kritisch naar je leven. Waar besteed jij veel tijd en energie aan. Waar zaai jij en wat zul je dan oogsten?

De Heilige Geest wil graag dat we zaaien in dat wat goed is. Wie alleen met zichzelf en zijn eigen dingen bezig is, houdt geen tijd over voor anderen. De Geest wil juist dat we ons zelf niet zo belangrijk vinden, maar dat we juist gericht zijn op elkaar, op de ander. Hij spoort ons aan om elkaars lasten te dragen. Wie hoogmoedig is, verwaten, alleen op zichzelf gericht, die zal een ander niet gaan helpen. Die zaait alleen in zijn eigen lichaam. Die investeert alleen in zichzelf, in zijn eigen leven, in de zorg voor zichzelf, in zijn eigen carrière. Die zet zichzelf op de eerste plaats. En dan blijft er weinig ruimte over voor de ander.

[Dia 1.4] Ik vraag me wel af, hoeveel ruimte heb jij, hebt u, om iets voor de ander te doen? Hebben je vaak de handen niet vol aan jezelf? Hoeveel tijd en geld kun jij maken om iets goeds voor de ander te doen? Wat kan dat moeilijk zijn hè, niet alleen omdat je zelf je ontspanning, sportschool en hobbys hebt, maar als je zelf te maken hebt met zorgen, hoe kun je dan voor de ander klaar staan? Als je je financiële zorgen maakt, hoe kun je dan een ander financieel ondersteunen? Als je het druk hebt met je baan, hoe kun je dan tijd vrijmaken voor iemand die zwak is? Als je als jongere druk bent om je diploma te halen, hoe kun je dan een ander helpen? Laten we bidden of God ons de ogen wil openen als we wel heel erg met onszelf bezig zijn, met onze eigen geest, en als we ons weinig laten leiden door zijn Heilige Geest. Of God ons wil leren om niet alleen in ons eigen vlees te zaaien en te investeren, want God vergist zich niet: dan oogsten we de dood …

[dia 2.1] 2. Zaai in de Heilige Geest

Wie alleen voor zijn eigen leven leeft, die zal het leven verliezen. Jezus zelf heeft ons al geleerd: als de graankorrel niet gezaaid wordt, als hij niet sterft, dan zal hij geen vrucht dragen. ‘Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden’ (Matteüs 11:39). Wat is het belangrijk om in de Heilige Geest te zaaien. Wie niet zichzelf probeert te redden en het leven hier op aarde het belangrijkste vindt, maar wie ziet dat hij gered is door Jezus, die zal de kracht krijgen om zijn leven, zijn tijd, zijn energie te geven voor de ander en voor de gemeenschap. Want de heilige Geest geeft gaven, maar die zijn steeds gericht op de ander. Door zijn gaven kun je liefde hebben voor God en voor elkaar.

[dia 2.2] Er zouden hele lijsten aan te voeren zijn, van wat je allemaal zou kunnen doen, maar Paulus houdt het in het slot van zijn brief heel kort. Doe het goede! Het is een kleine vraag: “Doe ik het goede?”, maar het is zo nuttig om je die vraag te stellen. Wat is het vaak verbluffend hoe makkelijk we over een ander ons oordeel klaar hebben. Belachelijk dat hij zo doet, echt raar dat zij zo doet. Hij of zij doet het fout! Maar Paulus zegt: je hoeft het niet van een ander te beoordelen. Ieder moet zijn eigen last dragen. Ieder zal beoordeeld worden op zijn eigen daden. Dus stel die vraag maar aan jezelf: doe ik het goede? ’s Morgens als je opstaat, als je mensen ontmoet, als je ergens naar toegaat, als je fit bent, maar ook als je moe bent, ’s avonds laat. Doe ik het goede? Zoek ik mijn medemens, en wat hem kan helpen, of zoek ik mezelf? Als je het goede doet, dan zaai je het goede, dan zaai je in de Geest, dan kan er iets moois gaan bloeien.

[dia 2.3] Paulus zegt dan: draag elkaars lasten. Wat kan er een moeite in ons leven zijn, een zware taak, iets waar je van wakker ligt. Wie een boekje over zijn leven open moet doen kan waarschijnlijk wel dingen opnoemen die hem zwaar gevallen zijn. Die tijd van psychische moeite, die tijd van lichamelijke moeite, die periode van conflict of die periode van spanning. Wat kan zoiets een last zijn. Paulus zegt: draag elkaars lasten. Leef niet alleen voor jezelf, maar wees gericht op de ander. Wie zo doet die zaait in de Geest: die heeft een luisterend oor, die springt financieel bij, die legt een arm over de schouder, geeft een zakdoek als er tranen zijn. Wat gebeurt er dan veel goeds als we zo door de Geest aan elkaar verbonden worden.

[dia 2.4] Hoe dat kan? Paulus zegt: dat is nu de wet van Christus. De houding van Christus. Als je zijn uitnodiging hebt aangenomen, zijn uitnodiging waarin staat: “Kom bij mij met je last … ik wil je werkelijk rust geven”, dan mag je steeds meer rust vinden. Dan mag je de heilige Geest in je hart ontvangen. Hij vraagt je om te zaaien in die Geest, dat is zijn wet, dat is zijn voorbeeld: dat is zijn juk dat zacht is en zijn last die licht is.

[Dia 3.1] 3. Verwacht een schitterende oogst

Maar hoe krijg je de kracht om dat vol te houden? Het is pinksterfeest! De eerste oogst mag er zijn, de pinksterbloemen bloeien in de wei. Maar zal het ons lukken om straks een heel boeket bloemen te oogsten. Ik geloof dat degenen die wel eens landleven op de computer spelen weten dat het veel tijd en energie kost om werkelijk een grote oogst binnen te halen!

We leven nu in de tijd tussen pinksterfeest en de wederkomst. Paulus roept op om in deze korte tijd die ons rest, de moed niet op te geven. Het kan zomaar gebeuren dat we zeggen: wat zie je nu van het werk van de Geest? Waar blijven de plantjes nu? Wanneer komen de bloemen? Je kunt zomaar verzwakken en het zicht op Jezus verliezen. Heeft het wel zin om je in te zetten voor de ander? Wat krijg je er nu echt voor terug? Ik zie om me heen dat andere verslappen en afhaken. Zal ik het volhouden?

[Dia 3.2] Laten we bidden om kracht om vol te houden. Om het goede te doen! Daarbij is het belangrijk om te zien dat je niet zelf voor de oogst kan zorgen. Wij kunnen zaaien, het goede doen, de juiste keuzes maken, maar uiteindelijk moet de groei van boven komen. Net als bij de bloemen, hebben wij niet in de hand of er regen komt of zonneschijn.

God geeft het, op zijn tijd. Laten we het van Hem verwachten. Of Hij het goede wat we doen ook wil zegenen. Laten we bidden of Hij zijn licht en liefde over ons wil doen schijnen. Niet voor niets zaaien we in de Geest: we bidden dat de Geest ons wil leiden!

Juist omdat de Heilige Geest ons leidt, mag je een schitterende oogst verwachten. Hij doet ons delen in wat Jezus ons geeft: hij geeft niet alleen de vergeving van de zonden in ons hart, maar ook de heiliging. Hij zal ons leven nieuw en mooi maken. Een schitterende bloem.

[Dia 3.3] Juist die kracht van de Geest, dat Hij samenbindt, brengt Paulus hier onder de aandacht. Juist op het eerste pinksterfeest worden mensen aan elkaar verbonden, begrijpen ze elkaar, ook al spreken ze andere talen. Worden mensen door de doop bij de gemeente gevoegd. Komt er het nieuwe huisgezin van het geloof. Daarom kan Paulus ook zeggen: doe het goede aan alle mensen, vooral aan de geloofsgenoten. Daarbij bedoelt hij: sluit je niet op in je eigen groepje, eigen clubje, bij je eigen vrienden, de mensen met wie altijd al praat, de mensen die je liggen. Maar zoek contact, doe het goede, zet je in voor een ieder die God op je weg plaatst. Of dat nu in de winkel, op school, op de buurtverenging of voetbalclub, en doe zeker het goede als het ook nog eens broers en zussen in de Here zijn! Zo schept de Geest, die bijzondere familieband.

Door de Heilige Geest groeit dan de liefde steeds meer. Sta je niet alleen, maar voegt God ons samen. Zodat wij langzaam groeien tot dat mooie boeket, kleurrijke boeket dat klaar zal zijn als Christus weerkomt. Waarin jij ook, als je gezaaid hebt in Gods Geest, als een schitterende bloem zal bloeien.  Amen

Liturgie Pinksteren Middagdienst Hooghalen/Beilen
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Psalm 68:2,8
Gebed
Lezen Gal 3:1-5Gal 5:25-6:10
Zingen Liedboek 39:1m,2v,3m,6v,9a
Tekst Gal 6:8-10
Preek
Zingen Ps 126:1 en 3
Geloofsbelijdenis
Zingen Opwekking 354 – Glorie aan God (graag beamen met muzieknoten erbij)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 102a:1 en 5 – Ja, de trooster …
Zegen en amen

Hand. 2:1-4 – Vervuld/gedoopt met de Heilige Geest

juni 9, 2011

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, juni ’11

Tekst: Hand. 2:1-4

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als je het woord ‘Heilige Geest’ hoort, kun je je afvragen, wat betekent dat?

Vandaag vieren we Pinksteren. We vieren dat God zijn Heilige Geest gegeven heeft.

Er zijn veel verschillende woorden waarmee in de teksten die we lazen, duidelijk gemaakt wordt, hoe die Geest gegeven wordt, aan mensen zoals u en ik.

Juist die manier waarop Hij gegeven wordt, laat ook veel zien van wie Hij is.

Gedoopt met de Heilige Geest,

Vervuld met de Heilige Geest,

De Heilige Geest zal u geschonken worden.  

1) Het is eerste wat we lazen is, dat de leerlingen ‘gedoopt zullen worden met de Heilige Geest’. De Here Jezus zegt dat dat zal gaan gebeuren. Daarvoor haalt Jezus de doop van Johannes aan.

Jongens en meisjes, weten jullie nog van Johannes de Doper. Hij vertelde dat het nieuwe rijk heel dichtbij was. Johannes kwam uit de woestijn, in zijn kameelharen mantel en hij riep de mensen op om zich te bekeren. Om te stoppen met verkeerd doen en om de zonden af te laten wassen. Dan waren ze klaar om de Messias, de beloofde Redder te ontvangen. Tegelijk voorzegde Johannes de Doper al dat die Messias nog veel meer zou brengen: “Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur” (Luc. 3:16). Vanaf het begin is duidelijk dat er meer nodig is, dan alleen een afwassen van de zonden.

Jezus zegt in Handelingen dat binnenkort dat moment zal komen. Hij heeft zijn werk gedaan: Hij is gekruisigd en opgestaan als de Redder en Verlosser. De mensen mogen vrede hebben met God, de zonden zijn weggewassen, maar nu wil Hij ook dat mensen in vuur en vlam raken voor God, dat ze innerlijk helemaal vol worden van de Heilige Geest. In het Grieks staat dat bij Heilige Geest nog een voorzetsel: gedoopt werden met water, maar in de Heilige Geest. Een aanwijzing waarin je kan zien dat dit veel meer hun innerlijk raakt, veel meer hun hart raakt.

Jezus zegt dit op het moment dat Hij opgestaan is uit de dood. In het begin van Handelingen beschrijft Lukas dat hij dit boek voor Theofilus schrijft om te vertellen wat Christus allemaal gedaan heeft. Nu gaat Lukas verder Christus’ grote daden beschrijven. Het gaat dus om zijn werk en niet zo zeer over de handelingen van de apostelen. Als we willen begrijpen wat gedoopt worden met de Heilige Geest betekent, dan moeten we zien dat Christus hier aan het werk is om de apostelen toe te rusten het rijk van God uit te dragen. Hij heeft al drie dingen gedaan (1) Hij heeft hen duidelijk gezegd wat hun opdracht is (2b) (2) Hij heeft laten zien dat Hij leefde. Daar mogen ze dus van vertellen en zijn ze dus getuigen van (3a) en (3) Hij spreekt met hen over het koninkrijk van God. Zodat heel duidelijk is hoe Hij verder zal werken. En in dit kader, in het kader van de apostolische instructie, past ook de belofte: jullie zullen gedoopt worden met de Geest. Daardoor zullen ze de kracht krijgen om te vertellen over de levende Heer en over zijn koninkrijk. De doop met de Heilige Geest is dan ook heel duidelijk verbonden met kracht die ze zullen krijgen. Want, ook al zegt Jezus nog niet wanneer het koninkrijk komt, ze zullen wel kracht krijgen om van dat rijk te getuigen (vs. 8). Kracht ontvangen om te getuigen in Jeruzalem, Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde!

Dit is een punt om goed vast te houden! Gedoopt worden met de Heilige Geest betekent diep in je innerlijk de kracht krijgen om te vertellen van Jezus Christus. Het is maar niet zomaar een kracht om in tongen te spreken, grote wonderen te doen, te springen en blij te zijn. Het is een innerlijke kracht, waardoor je mogelijkheden krijgt om iets te vertellen van het werk van Jezus Christus. Omdat je er zelf innerlijk door geraakt bent. Omdat God zelf door de Heilige Geest in je wil werken. Wie onder de indruk is van Gods machtige werk, van zijn redding door Jezus Christus, die wordt gedoopt door de Heilige Geest, die ontvangt de kracht om het door te geven, uit te dragen en met enthousiasme over te brengen. Thuis, om zich heen, in het verenigings of catechisatielokaal, als leerkacht op school of bij de bijbelstudie. Wie zo door de Geest gedoopt wordt, komt in beweging en dan zet de Geest ook weer anderen in beweging. Vuur ontsteekt vuur!

Gezang 105:1-3

Het tweede waar we dan op letten is dat er in 2:4 staat dat de apostelen vervuld worden van de Heilige Geest. Het woord dat hier gebruikt wordt betekent dat je iets vol giet. Zoals je een kopje koffie, een flesje of een maatbeker helemaal kan vullen, zo wordt dat hier over mensen gezegd. Zij worden helemaal vol van de Heilige Geest.

Dat je helemaal vol wordt van de Heilige Geest kun je niet zien. Bij de doop van Jezus door Johannes lezen we dat de Heilige Geest neerdaalt op Jezus. Er staat dan bij ‘in de gedaante van een duif’ (Luc. 3:22). Maar ook dat is een beeld, om aan te geven dat de persoon van de Heilige Geest, die je niet kunt zien op Jezus neerdaalt. Ook nu geeft Lukas de beelden en geluiden weer die gepaard gaan met vol worden van de Geest. Daar is het beeld van de geweldige windvlaag. Je wordt niet van je plek geblazen, je kunt hem niet voelen. Maar hij is er wel. En dan maar niet in een klein plekje van het huis. Heel het huis is vol, alle kamers en vertrekken van dat geluid. Zeg maar: tot de nok toe gevuld!

Het andere beeld dat Lukas hier beschrijft is dat je op al die mensen die daar waren, het waren er 120!, tongen als van vuur ziet. Hier ook weer geen vuur dat verbrandt, geen vuur dat heet is. Het vuur zet zich op hen: als het ware kun je zien dat ze helemaal gevuld zijn van de kracht van de Geest. Helemaal door hem geleid worden.

Wat doet het met hen als ze zo vol zijn van kracht en van vuur? Dan beginnen ze te praten. Zoals bij Jezus ook gelijk na zijn doop staat dat zijn verkondiging begint, zo staat dat ook hier gelijk als ze de Geest ontvangen hebben dat ze gaan praten. In vreemde talen. Iedereen kan het verstaan: een wonder waardoor het koninkrijk van God zich baan kan breken, beginnend in Jeruzalem, maar gericht op alle volken en talen, gericht op de uiteinden van de wereld.

Een aantal keren vaker komt het woord vervuld voor in Handelingen. De kerk ontvangt de Geest. Maar als je doorleest in de geschiedenis van de kerk, in het boek Handelingen, dan is er ook steeds tegenstand. Gelijk al aan het begin wordt Petrus opgepakt. Maar dan staat er in 4:8: ‘Petrus antwoordde, vervuld van de Heilige Geest’. Hij krijgt een speciale kracht om voor die rechtbank van de Joden te vertellen over de naam van Jezus. Ook in 4:31 staat dat ze omdat ze vervuld zijn van de Heilige Geest, vrijmoedig over God spreken. In 7:55: staat dat Stefanus vervuld is van de Heilige Geest!  In 13:9 als de zendingsgemeente van Antiochië Paulus en Barnabas naar Cyprus uitzendt, (waar Barnabas vandaan komt), dan stuiten ze op tegenstand. Een tovenaar Elymas, die de proconsul wel raadpleegde, probeert de proconsul van het geloof te houden: maar juist bij die tegenstand, juist als het werk van de zending geblokkeerd lijkt te worden, wordt Paulus opnieuw vervuld van de Heilige Geest en krijgt de kracht om de man te ontmaskeren. Die tovenaar wordt met blindheid geslagen en de proconsul neemt het geloof aan!

Wat kun je nu onthouden van dit woord ‘vervuld’? Dit is geen woord dat beschrijft dat je gelovig bent. Ook daarvoor heb je de Heilige Geest nodig. Niemand kan geloven, dan door de kracht van de Heilige Geest. Wanneer je vervuld wordt van de Heilige Geest, dan betekent dat de Heilige Geest heel je leven doortrekt, dat je tot de rand toe vol raakt van die Geest. Zoals Paulus ook aan kan sporen: ‘Laat de Geest u vervullen.’. Soms kan je geloof op een laag pitje staan, heb je er wel van gehoord, maar doe je er niet zoveel meer mee. Soms kun je te maken krijgen met tegenstand, dat mensen vinden dat je er maar niet teveel over moet zeggen. Soms kun je lauw worden: je viert misschien wel het avondmaal, bidt om vergeving, maar aan wie vertel je het geloof. Je vlammetje lijkt wel haast gedoofd en het is eerder de vraag of je hem zelf nog brandend houdt, dan dat het een aanstekend vuur is. Als je je leven vergelijkt met een huis: is het dan alleen in de woonkamer verwarmd, of kun je zeggen: heel mijn huis, al de kamers, het huis is tot de nok toe warm, God mag in heel mijn leven wonen en komen? Of houd je veel voor jezelf, en heb je ook een klein hoekje voor het geloof ingeruimd. In hoeverre doortrekt het geloof echt heel je leven en neemt het een belangrijke plaats in. Als je niet zo vol bent van de Geest: Kniel dan voor de Heer en bid of je vervuld mag worden van de Geest. Nieuw elan, een nieuwe kracht mag ontvangen.

Gezang 105:4-6

Het laatste woord waar we op letten staat in hoofdstuk 2:38, het gaat daar over dat de Heilige Geest geschonken wordt. In dit gedeelte zien we wat het met de mensen doet, dat ze horen dat Jezus de Heer is. De mensen schrikken dat ze eraan meegewerkt hebben dat Jezus gekruisigd is en ze vragen: wat moeten we doen? Anders dan bij de apostelen zie je dat zij eerst nog de omkeer moeten maken. Zij moeten zich bekeren en vergeving van zonden ontvangen. Dat is de eerste stap. Maar gelijk daar achteraan staat: ‘Dan zal de Heilige Geest u geschonken worden’.

De Heilige Geest is dus niet iets wat je zo even kan pakken, het is iets wat je ontvangt van God. Het is een cadeau, een geschenk. God zelf wil het in je geven en in je bewerken! En dan staat erachteraan: ‘Want voor u is de belofte’. Over welke belofte gaat het hier? Dat woord belofte kwamen we in hoofdstuk 1 ook al tegen. Jezus zegt daar: Straks zal de belofte van de Vader, waarover jullie van mij gehoord hebben, in vervulling gaan. Dan zullen jullie de Heilige Geest ontvangen.

Wanneer heeft God die belofte gegeven? Je zou kunnen denken aan beloften dat Jezus onze zonden zou dragen (Jes 53), je zou kunnen denken aan een belofte dat we de Geest in ons hart krijgen (Jer 31). Maar welke belofte heeft God gegeven als het gaat om het Pinksterfeest? God belooft niet zomaar vergeving van zonden, Hij heeft ook iets anders voorzegt. En daarvoor moeten we naar Joël. De belofte die er is voor ons, voor onze kinderen, voor allen die ver weg zijn, die werd aangekondigd door Joël. Joël zegt: Aan het einde der tijden, zal ik over alle mensen mijn Geest uitgieten! Wat een woord! God beloofd dat Hij zijn Geest uit zal gieten. Hij zal ons er helemaal vol van maken. Hij zal ons er als het ware in onderdompelen, mee dopen. En wat gebeurt er dan? Dan worden je ogen geopend. Dan kom je onder de indruk van Gods grote werk. Ouderen en jongeren, zien wat Gods plan is met deze wereld. Mannen en vrouwen zien visioenen en dromen over Gods koninkrijk dat baanbreekt in deze wereld. En zoals Jezus toen Hij de Geest ontving zijn verkondiging begon, zoals de leerlingen daar op de pinksterdag staan te profeteren, zo zal iedereen profeteren en spreken van de grote daden van God. Want wie de Geest ontvangt, wordt geraakt, die zie het voor zich, dat God zijn eigen Zoon gegeven heeft, om daar waar zonde en nood en moeite is: vergeving en verlossing te schenken. Die houdt het niet voor zich, maar wil er over spreken. Die vertelt die boodschap tot aan de einde van de aarde! Die wordt het zout van de aarde, die laat licht schijnen in de duisternis. Die wil ook anderen doen delen in die rijkdom. Wat een geweldig geschenk: En zo zal iedereen die de naam van God aanroept, behouden worden ! Halleluja. Amen

Liturgie zondagmiddag 12 juni Pinksteren

Liturgie Middagdienst 14.15 Middagdienst 16.30
Welkom en mededelingen Gedicht
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 42:1 en 5 Ps 42:1 en 5
Gebed
Lezen Hand 1:4-8Hand 2:1-4Hand 2:36-40 Hand 1:4-8Hand 2:1-4Hand 2:36-40
Zingen Ps 68:8 Ps 68:8
Tekst Hand 2:1-4 Hand 2:1-4
Preek
Zingen Gz 105 (in vuur en vlam) Gz 105 (in vuur en vlam)
Geloofsbelijdenis
Zingen Gz 165 (Machtig God) Gz 165 (Machtig God)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 160 (Groot is uw trouw) Gz 160 (Groot is uw trouw)
Zegen en amen

Ef 3:14-19 – Wordt vervuld met de kracht van de Geest!

mei 25, 2010

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, mei ’10

Tekst: Ef 3:14-21

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,  Sanne, Roelof, Sua, Gerdi, Janneke,

[Dia 1] Jullie doen vandaag belijdenis van je geloof. Iedereen mag horen en zien dat jullie bij Jezus Christus willen horen. God in de hemel is blij met deze dag, wij als gemeente zijn blij. In jullie zien we heel duidelijk dat de Pinkstergeest aan het werk is! Maar tegelijk … juist nu zal de duivel zijn best doen je weer in zijn kamp te trekken, willen verleiden tot erge zonden. Ook nu nog zul je met verschrikkelijke vormen van lijden te maken kunnen krijgen, levensgroot verdriet of verstoorde verhoudingen wat de glimlach uit je leven wegneemt. Je kunt teleurgesteld raken in Gods kerk en of in andere christenen.

Hè, waarom moet je nu met die dingen aankomen op zo’n mooie dag. Ik doe dat, omdat Paulus zelf eigenlijk ook in zo’n moeilijke situatie zit. Paulus die zo geweldig blij is met God en het geloof! Hij schrijft deze brief vanuit de gevangenis. Dan moet je niet denken aan een cel van tegenwoordig, maar een Romeinse gevangenis met slechte omstandigheden en een aantal mensen in de cel. Hij zit gevangen, omdat hij een knecht van Christus geworden was. Maar ze zaten niet te wachten op zijn boodschap. Toch zegt Hij in vers 13: Ik vraag u de moed niet te verliezen, wanneer ik lijdt omwille van u. Er kunnen allemaal tegenslagen zijn, moeite en aanvechtingen op je weg komen: maar houdt vol, geef niet op, verlies de moed niet! Dat is de boodschap voor jullie die belijdenis doen. Dat is wat God tegen iedereen wil zeggen, soms door de mond van ambtdragers of medechristenen : ‘In wat voor situatie je ook zit: houdt vol, en geef niet op. Houdt je hooft omhoog gericht, op de geweldige God die we hebben!’. En … bidt vooral tot Hem, Almachtige & vooral Liefdevolle Vader, onze God.(Gerdi).

[Dia 2] Hoe kun je moed houden? Door je kracht te zoeken in God. door te bidden. Paulus werpt zich op zijn knieën, zoals Salomo, Daniël en Petrus zich wel eens op hun knieën wierpen. Het laat zien dat je jezelf klein maakt voor God, en vooral ook dat hij groot van God denkt. God staat boven alle machten in de hemel en de aarde. Boven alle mensen en engelen. Boven alle krachten die je in verzoeking kunnen brengen. Paulus schrijft aan het eind ook heel nadrukkelijk van de geestelijke strijd die gaande is. De God tot wie Hij bidt is de God die kan helpen, als de almachtige vader, maar een God die je ook wil helpen als de liefdevolle vader in Jezus Christus.

Straks gaan jullie op de knieën. Mag je zelf ook laten zien dat je alle van die God verwacht. Maar doe dat niet alleen vandaag. Ga elke dag op je knieën, en niet alleen jullie , maar ieder van ons. Ook jullie jongens en meisjes, ’s avonds voor je gaat slapen. Laten we steeds alles van God verwachten!

Wat bidt Paulus dan? Hij richt zich op de volmaakte hemel van God, waar God woont in al zijn heerlijkheid en luister. Hij bidt om een geschenk uit die hemel. Eigenlijk vraagt Paulus hier: Heer laat nu ook gebeuren, wat er op het Pinksterfeest gebeuren. Kom met kracht uit de hoogte! Schenk uw Geest! Met Pinksteren kwam de Geest met het geluid van een geweldige wind, het klonk als een storm. De wind kun je niet zien, maar bij de wind kun je wel zien wat er allemaal omgewaaid of weggewaaid is. Zo is het ook met Gods geest: Je kunt Hem niet zien, Hij wil in je hart wonen, maar je kunt wel merken dat hij orde op zaken wil stellen. Hij wil je losmaken van je zonden, van je slechte begeerte, van alles wat niet goed en mooi is. Geef jij hem de ruimte om in jouw hart orde op zaken te stellen? Hoe dan?

Hij kwam met wind en met vuur: zoals vlammen op de hoofden van de mensen kwamen, zo wil de Geest nog steeds werken: hij wil je hart verwarmen, in vuur en vlam zetten voor Jezus Christus. Brandt uw hart voor Jezus Christus?

Paulus bidt dat je nu kracht en sterkte mag ontvangen door die Geest een kracht die je nodig hebt om … steeds weer het verlangen en de energie te hebben om je bijbeltje te pakken, te bidden, te zingen. Om echt op God gericht te blijven. De geest wil je dat verlangen en dat dorstgevoel naar God geven. Hij wil je kracht geven … als je te maken hebt met intens verdriet, met ernstige ziekte, met lijden waar je zoveel vragen bij hebt. Alle moeite die op je weg komt. Kracht om op God gericht te blijven. Hij wil je kracht geven … die Geest van God om heel je denken, doen, handelen, beslissen te vervullen en te blijven kiezen voor God. Hij wil je kracht geven ….om ja te zeggen tegen God: Met Pinksteren kregen 3000 mensen de kracht om ‘ja’ te zeggen tegen God en zich te laten dopen.

Sua brengt dat zo onder woorden Als ik denk: ‘het lukt mij niet’ zegt God: ‘Alles is mogelijk’ (Luc18:27) Dat geeft mij de kracht voor elke dag.


Hoe moet je dat nu voorstellen, dat je kracht van de Geest krijgt? Paulus maakt het duidelijk, door het met andere woorden nog een keer te zeggen in vers 17. Hij zegt: de Geest komt in je als door het geloof Christus in je hart gaat wonen. Paulus is zijn brief begonnen met Gods grote liefde, al voor dat de wereld begon. Hij heeft laten zien hoe Christus machtig is en dat Hij gekomen is omdat Gods liefde voor ons zo groot is. Door die liefde zijn we gered, als je die in geloof aanneemt. Maar wanneer Christus in jou gaat wonen, kun je zeggen: ik leef niet langer, Christus leeft in mij. Het is niet langer mijn kracht, mijn verlangen, mijn wil die bepaalt wat ik doe: maar ik laat mij leiden door Christus. Ik besef hoeveel hij voor mij heeft over gehad door aan het kruis te sterven,nu wil ik ook zelf voor worden van zijn liefde. Ik wil geworteld en gegrondvest worden in zijn liefde. Zoals een boom zijn wortels diep in de grond uitslaat en de sterkste winden kan verdragen. Zoals een gebouw met een stevig fundament niet snel wegspoelt, zo bidt ik of u door uw Geest Christus in mij wilt laten worden. Laat mij in zijn liefde blijven.

En dan weet ik er kunnen stormen in mijn leven komen, ik kan door een donker dal gaan, voor mijn gevoel kan ik God helemaal niet meer ervaren, misschien langere tijd op een dwaalspoor zitten … maar Heer, ik ben geworteld in u, u bent de grond waarop ik bouw. Wilt u mij kracht geven om door te gaan. Ik zoek het niet mijn eigen kracht, ik zoek het in uw liefde.

Dat betekent dat je eerst nee zegt tegen je eigen ik en je zwakheid erkent. Christus  vraagt dat je achter Hem aankomt. Dat je het kruis op je neemt. Dat je bereid ben om je eigen leven te verliezen, zodat je in Hem het leven zult vinden. Maar al te makkelijk kan geloven verworden tot het naleven van wetjes en regeltjes, vasthouden aan tradities of gewoontes, maar God vraagt van u en jou: kun je zeggen: ‘U genade is mij genoeg’. Ik ben bereid om af te zien van mijn eigen begeerten, verlangens, mening, gelijk, ik wil dat u met uw liefde in mij komt. Zodat ik de kracht krijg om de minste te zijn, in contacten met anderen. Zodat ik de kracht krijg om liefde te tonen, ook richting in mijn vijanden. Wilt u in mij komen zodat ik ga ontdekken wat uw doel met mijn leven is, en ik niet mijn eigen doelen nastreef.

Bidt zo maar tot God, of Christus door de Geest in je mag wonen en je leven mag gaan beheersen. Zoals Jabes als de kracht van het gebed zag en God vroeg om beschermen tegen kwaad en om Gods zegen. Roelof noemt dat gebed in het liturgieboekje: Jabes zag al de kracht van het gebed. Bij hem gaf God wat hij vroeg. Soms zijn Gods wegen anders, of verhoort God later. Soms vragen we dingen die uiteindelijk niet goed voor ons zijn. Maar bidt maar om de Geest of hij ook je gebed wil richting op God en op zijn rijk!

Wat gebeurt er dan, als je met dat gebed op de lippen belijdenis doet? Als je zo als gelovige door het leven gaat? God belooft: dan zul je met alle heiligen in staat zijn om de lengte en breedte, de hoogte en diepte te begrijpen en de liefde van Christus kunnen kennen. Dan begrijp je ook steeds beter je eigen plek in Gods plan.

Heel indringend wil ik jullie aansporen om op die manier in het geloof te blijven staan. Juist in deze tijd, als geloof soms een gevoel wordt, een vage kracht. Als je heel de brief van Paulus aan de Efeziërs leest dan zie je dat je niet als mensje alleen op deze wereld staat, maar je bent opgenomen in God grote plan, in Gods geschiedenis van redding en in zijn verbond. Sanne zegt: God heeft mij uitgekozen en Zijn hand naar mij uitgestoken met de vraag of ik bij Hem wil horen.

Het is belangrijk om dat grote plan van God steeds te blijven zien en steeds meer te gaan begrijpen. Dat je de lengte en breedte, hoogte en diepte daarvan ziet. Dat je in de kerk maar niet zit als mensje die eruit moet halen wat er in zit, maar dat je je ook opgenomen en ingeschakeld weet bij Gods grote plan. Dat je niet gericht bent op je eigen eer, maar dat God uiteindelijk alle eer en lof krijgt. Hij is het die je redt. Je leeft voor hem! Hoe meer je dat plan van God leert kennen, hoe meer je ook zult gaan geven uit dank voor zijn geweldige liefde. En dat is dan geen kennen met het verstand, maar dat is een kennen van het hart, in liefde.

Geloven doe je niet in je eentje, we hebben elkaar nodig. Daarom zeg je niet alleen ja tegen Jezus,maar beantwoord je ook te vraag: of je trouw tot de gemeente zult komen en het avondmaal zult gebruiken. Of je je dienstbaar op zal stellen in de gemeente. Zodat je elkaar ook opbouwt en stimuleert, helpt om te zoeken naar het plan van onze Heer. Zodat je luistert naar Gods woord!

Wat bedoelt Paulus dan met de hoogte en breedte, lengte en diepte? Duidelijk is dat hij het over Gods liefde in Christus heeft, maar wat moet je bij de afmetingen voorstellen? Er zijn veel uitleggingen gegeven, maar ik kwam een uitleg tegen uit de eerste eeuwen na Christus die wel heel mooi is. Augustinus zei al: ‘het gaat erom dat we kijken naar het kruis van Christus, of beter nog: naar Christus zoals Hij aan het kruis hing’. Andreas zegt: ‘Ik ken het geheim. Ik weet waarom dat kruis daar staat. U bent vastgemaakt in de aarde, omdat u de aarde weer vastmaakt. Het kruis wijst naar de hemel omdat u van de hemel komt. Uw armen breidt u uit naar links en rechts, omdat u zo de vijandelijke machten wegstuurt, maar ook volken samenbindt van links en rechts. Het kruis staat in de aarde, maar is ook gericht op de hemel. Omdat u hemel en aarde verbindt. O kruis, u laat zien hoe de hoogste God ons redt!’.

Wat is God een geweldige weg gegaan. Vanaf de schepping, maar ook in zijn Zoon Jezus Christus. Hij is geboren, gestorven, Opgestaan en opgevaren, nu geeft hij zijn Geest.

We kunnen Gods grote plan niet alleen bevatten, maar alleen samen met de heiligen. Samen met Gods kerk en zijn gemeente. Soms met de kerk van alle plaatsen, in Nederland, in Afrika, in Amerika, op alle continenten van deze wereld.

God gaat door met zijn werk. Laten we steeds gericht zijn op het kruis van Christus!

[Laatste dia] Tenslotte is het gebed dat we vol mogen stromen met Gods volkomenheid.

Christus, wil maar niet een beetje in je wonen, Hij wil je helemaal vervullen.

Hij is nog in staat om oneindig meer te doen dan wij denken of beseffen.

Hij wil je sterk maken, ook als je weg misschien door moeite heen gaat.

Hij spoort  je aan om steeds achter God en Christus aan te gaan:

Janneke: Vandaag ga ik Ja tegen God zeggen omdat ik weet dat ik niet zonder Hem kan. Ik wil graag als kind van Hem door het leven gaan.

Ga met hem door het leven, vanuit de rijke zegen die Petrus geeft:

Al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen.

Hem komt de eer toe in de kerk in Jezus Christus.

Alle generaties, tot in eeuwigheid.

Amen