Micha 7:7 en 19 – Advent

december 22, 2019

Preek gehouden Heemse, 22 december 2019    

Tekst: Micha 7:7;18 Lezen: Micha 7:1-9,18-20 en Luk 1 (Zacharias)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De scholen zijn al dicht. Nog een paar dagen en dan is het jaar 2019 weer voorbij.

Tien dagen die je waarschijnlijk met degenen die je het liefst en dierbaarst zijn zult doorbrengen.

Genieten van muziek, van eten, van elkaar, samen kerstfeest vieren, samen knallen.

Met name de kerst staat vaak in het teken van familie.

Bij wie ben je? Met wie ga je wat vieren? Wat is je verlangen?

* Wat is het geweldig als je familie hebt. Als je mensen hebt op wie je terug kan vallen.

Als je samen mooie dingen mag beleven, en er voor elkaar kan zijn.

Die arm om je schouder, dat telefoonnummer dat je altijd kan brengen.

Daar waar de koffie altijd klaar staat, waar je je verhaal kwijt kan.

Dat broertje dat je soms uitscheldt of een klap verkoopt, maar met je wie ook op avontuur kan.

Dat zusje die soms jou spulletjes afpakt, maar met wie je ook heerlijk dingen kan beleven.

* Als er zoveel nadruk op familie komt te liggen, kan dat ook pijn doen.

Als er iemand overleden is, en er een stoel leegt blijft.

Als door een scheiding de verhoudingen moeilijk liggen.

Als je je niet serieus genomen voelt en alleen gelaten, de sfeer niet goed is.

Als je ruzie hebt gemaakt en elkaar niet goed kan zien.

Als je worstelt met vragen rondom een kinderwens, een beperking, een relatie …

En God? Wie is Hij in deze dagen? Waar is Hij en wat betekent Hij voor je?

Bemoeit God zich werkelijk met je leven, met je familie, met je contacten.

Is kerst alleen een feest van mooie woorden, maar verandert er niet werkelijk wat?

Of verlang je naar God en leer je Hem kennen als de koning die het kwaad overwon?

[#2] HEER, wees mijn verlangen, wijs mij omhoog, waar uw liefde mij wacht!

1) Vanuit de ellende

2) Blijf ik hopen

3) Op de HEER 

[#3] Vanuit de ellende. Dat kun je hier wel over Micha zeggen.

Hij begint zelfs ook zo: Wee mij, ongelukkige. Hij zit in de ellende.

Voor hem geen vrolijke, gezegende dagen en hij is zeker niet happy.

Hij geeft woorden aan zijn ellende. Hij laat zijn gejammer horen.

Hij zoekt nog naar iets moois en positiefs, maar hij kan niets vinden.

Je kan wel zeggen: moed houden! Hoop houden! maar dat is er voor hem niet bij.

Hij is als iemand die in de zomer, nadat de druiven en de vijgen zijn geoogst, het land opgaat.

Je hoopt dat er nog wat over is, dat ze niet alles hebben weggehaald.

Zoals Ruth op de akker van Boaz nog genoeg vond om te eten.

Ze hadden wat laten liggen voor haar.

Maar Micha vindt niets: geluk onder de wijnstok en vijgenboom.

Geen goed en gezegend leven met familie en vrienden.

Nee, totale verlatenheid. Geen druif, geen vijg, een droge mond en dorstige keel.

[#4] Je ziet hier Micha in de eindtijd, de oordeelstijd.

Het oordeel was voorzegd en nu wordt het ook uitgevoerd.

De dag van Gods straf, aangezegd door de profeten is gekomen (vers 4).  

Er is nu niet meer een bepaalde groep die als schuldige aangewezen wordt.

Nu wordt iedereen slecht genoemd. Ze zijn uit op het kwaad.

Van de mensen van wie je nog wat eerlijkheid zou verwachten, kun je ook niets meer verwachten.

Hooggeplaatsten doen wat hun het beste uitkomt.

Rechters die recht moeten spreken laten zich omkopen.

Ieder is op bloed belust.

En de beste, degene die wel eerlijk is, die het wel goed doet?

Die is als een doornstruik: waar je bij het wandelen je behoorlijk aan kan openhalen.

Als een stekelhaag, waardoor je allemaal schrammen oploopt. Mensen doen elkaar pijn.

[#5] Soms is het makkelijk om te mopperen op anderen: de overheid moet eens beter luisteren.

Moet mee oog hebben voor boeren, voor het milieu, voor onderwijs, verpleging.

De rechters lijken niet beseffen dat een moordenaar een zware straf verdiend.

De overheid kijkt niet naar belangen van ondernemers en burgers maar alleen naar zichzelf.

Maar … de situatie is zo erg dat zelfs moeders hun dochters niet meer vertrouwen.

Dat vaders en zonen ruzie krijgen. Dat je op moet passen, zelfs als je bij goede vrienden bent.

Zelfs diegene bij wie je in de armen ligt, die is niet meer te vertrouwen.

Zelfs tussen mensen die samen eten met de feestdagen.

Mensen die hunkeren naar vriendschap en liefde. Kan het helemaal mis zijn.

[#6] Het doet denken aan de tijd die Jezus beschrijft als Hij het over zijn komst met licht heeft.

Let op de vijgenboom die uitloopt, let op de tekenen. Er gaat wat gebeuren!  

De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden.

Vaders doen hetzelfde met hun kinderen en kinderen staan op tegen hun ouders.

Jullie zullen gehaat worden om mijn naam. Er zal vervolging zijn

Het éne volk zal opstaan tegen het andere volk.

Niet alleen voor de eerste komst van Jezus was het donker. Ook nu kan het ellendig zijn.

Kan het donker zijn.

[#7] Het is niet iets om je bij neer te leggen: maar om over te klagen.

God heeft ons geen weg zonder moeiten belooft: maar Micha gaat ons wel voor.

We mogen de klacht bij God neerleggen. De moeilijke vragen. Over leed, over ruzie.

Over pijn, over onrecht. Over teleurstelling in vrienden of juist de overheid.

Oefen je ook daarin, om dat te delen met elkaar, met God, in je gebed.

Om God dan niet even uit te schakelen, maar ook met je klacht naar hem toe te gaan.

[#8] 2. (Vanuit de ellende) blijf ik hopen

[#9] Het is vandaag de vierde adventszondag. Vier keer hebben we een kaars aangestoken.

De eerste keer hadden we het al over de hoop die er is. Over uitzicht uit de moeite.

Maar is er wat veranderd? Blijft het niet hetzelfde?

Iemand die het één keer moeilijk heeft, kun je misschien opbeuren en zeggen het komt goed.

Maar wat als je keer op keer teleurgesteld raakt? Als je het idee hebt

dat het niet licht wordt, als er geen positieve berichten zijn,

als dat kindje niet komt, wanneer de pijn niet minder wordt?

Toch doet Micha hier een sterke uitspraak.

[#10] Hij zegt: ik blijf hopen.

Ik blijf uitzien naar de God die mij redding biedt.

Hij zal mij horen, mijn God.

Al ben ik gevallen, ik sta weer op.

Al is het donker om me heen, de Heer is mijn licht.

Hij zal me naar het licht voeren.

Het volk Israël heeft vele eeuwen moeten wachten.

Er kwam een tijd van ballingschap, van vijandschap.

Samaria werd verwoest, Jeruzalem werd neergehaald.

Maar toch is er een hele kleine groep vromen.

Je zou zeggen: wat was de kerk nog. Wie hield dit vol?

Wat heeft het voor zin om te geloven. Zou er ooit uitkomst zijn?

[#11] Toch was er een kleine groep. Zacharias en Elisabeth, Maria en Jozef, Simeon en Hanna. 

Zij hadden ook gezegd: wij blijven hopen. Wij geloven dat het licht wordt.

En toen … toen kwam er een duidelijk teken. De engel Gabriel verscheen bij Zacharias.

Zijn vrouw Elisabeth zou een kind krijgen. En wat een wonderlijke boodschap:

Hij zal zondaars tot gerechtigheid brengen; mensen zullen weer te vertrouwen zijn.

Hij zal de ouders verzoenen met hun kinderen en kinderen met hun ouders.

Familierelaties zullen weer goed worden. Er komt vrede. God kan dingen veranderen.

Hij wil ingrijpen en zal mensen tot inkeer brengen.

Laten zien hoe egoïstisch, kortzichtig, fout en vervelend ze soms zijn.

Zodat ze gaan delen, liefhebben en in vrede met elkaar willen leven.

[#12] Maar heeft dat werkelijk zin? Zin om te blijven hopen en bidden?

Tijdens de huisbezoeken als ik het over het gebed heb, merk ik die vraag ook.

Zou God werkelijk luisteren? Of is bidden meer even je hart luchten?

Kan God dingen veranderen als je er om bidt?

Kun je dat geloven? Soms kun je zo je vragen en twijfels hebben.

Gewoon … omdat het zo slecht past ons wereldbeeld. Is er een God die aan de touwtjes trekt?

Of omdat je soms al zo vaak gebeden hebt. Of omdat je zoveel ellende ziet gebeuren.

Waarom heeft God toen niet ingrepen: dan hadden die ouders niet zoveel verdriet gehad.

Vragen waar je misschien zelfs wel eens wel van schrikt: geloof ik dan nog wel.

Mag ik dit wel aan God vragen? Of past dat niet bij een gelovige. Ga ik dan te ver?

Maar kijk dan eens naar de reactie van Zacharias. Hij is één van die kleine groep gelovigen.

Maar zelfs als er een engel bij hem komt, dan kan hij het niet geloven.

Hoe weet ik nu dat dat waar is, vraagt hij.

Ze hebben al zo lang gewacht en zijn al zo vaak teleurgesteld.

Mijn vrouw is al op leeftijd en ik ben een oude man.

Het kan er gewoon bij hem niet in. Hoe kan een oude vrouw een kind krijgen.

Het gaat zijn verstand te boven. Hij kan het niet bevatten.

[#13] Dan kan Zacharias niet spreken. Hij blijft zwijgen tot het kind geboren is.

Je kunt het lezen als een terechtwijzing, maar ook als een hulp.

God geeft door Gabriel een heel duidelijk teken.

Ik ben degene die te vertrouwen is. Die werkelijk wil werken. Kijk maar wat ik doe.

En dan gebeurt ook wat tegen Zacharias gezegd is. Elisabet wordt zwanger.

Zacharias krijgt nieuw vertrouwen. Krijgt nieuw geloof.

Hij zingt het uit als Johannes is geboren. God is zijn volk niet vergeten.

God heeft gedacht aan wat hij beloofd heeft. 

Zo spoort God je aan om te blijven hopen en bidden.

Om uit te zien naar het licht om soms tegen wat je zelf denkt in, het God te vragen.

Resultaten uit het verleden laten zien, dat we niet te klein van God hoeven te denken.

Ook al is het niet te bevatten en kun je er niet bij. Ik hoop dat je blijft zeggen:

U bent mijn verlangen, wij mij omhoog!

[#14] Wees mijn verlangen, wijs mij omhoog, waar uw liefde mij wacht!

1) Vanuit de ellende 2) Blijf ik hopen 3) Op de HEER 

Het boek Micha loopt uit op een loflied.

In zeven korte zinnen wordt beschreven hoe groot en machtig God is.

Indrukwekkende zinnen waarin het licht van Jezus verlossingswerk aan het kruis schijnt

Want het licht dat God belooft, de redding die God brengt, die is indrukwekkend.

[#15] Het sluit aan bij de naam van Micha: wie is als U?

Zo wordt het hier gevraagd: wie is een God als U?

Het volk van Israël hoeft niet hopeloos in de ellende achter te blijven.

Met vertroostende woorden mag Micha zijn boek besluiten.

Er wordt wanneer er die moeilijke situatie is, niet opnieuw straf aangekondigd.

Nee, God wil juist de zonden vergeven.

Hij zal het kwaad bestrijden als een vijand: kapot trappen en vertreden.

Het kwaad en de duivel zullen vernietigd worden. Het licht zal gaan schijnen.

Er is soms veel gebroken. Mensen maken veel kapot.

Maar uiteindelijk wil God eraan voorbij gaan.

Hij maakt het goed door de zonden echt weg te nemen.

Hij is een God die vergeeft.

[#16] En dan gebruikt hij dat indrukwekkende beeld van de zee.

Wanneer God de zonden wegdoet, dan gooit hij ze in de diepten van de zee.

Zoals eens de vijand en het kwaad, de wagens en ruiters van Egypte.

Zij die het volk wilden doden en straffen, verdwenen in het water.

Zo sluit God het water boven het kwaad en de zonden. Hij doet ze ver weg!

God kan het niet uitstaan als de goede sfeer wordt verpest.

Als zijn schepping wordt vervuild. Als er haat is en egoïsme.

Hij wil het dan ook wegdoen en uitbannen.

Zo ver weg dat hij er niet aan wil denken en nooit op terugkomt.

Zacharias zingt ervan: Johannes mag de komst van de allerhoogste aankondigen.

Die het volk vergeving van zonden verteld. Het kwaad zal worden opgeruimd. 

[#17] Wat betekent dat nu? Voor de tien dagen die ons nog resten dit jaar?

Het schijnt dat de Joden aan het eind van het jaar naar een rivier of naar de kust gaan.

Ze nemen een steen mee. En denken aan alles wat is misgegaan.

Dan gaan ze bij het water staan en gooien die steen in het water.

Die zinkt naar de bodem. Dat staat symbool voor de het grote kwaad.

En vervolgens keren ze hun zakken om en vallen de kruimels eruit.

Ze slaan het stof van hun kleren. Ook dat valt in het water.

Wanneer er geen vrede is. Wanneer je zaken verkeerd hebt gedaan.

Ruim ze dan op: verbrand of begraaf samen het conflict dat je hebt, de strijdbijl.  

Durf de eerste stap te zeggen: dat vraagt lef. Niet koppig zijn of bang zijn, maar zeggen: ik heb er genoeg van. Zullen we op een eerlijke manier met elkaar praten wat de oorzaak is?

Kijk samen wat de oorzaak is en durf de hand in eigen boezem te steken.  

Geef elkaar een hand, een arm om de schouder, vraag of die ander je fouten wil vergeven.

En vertel het aan God. Geloof dat hij een God is die wil vergeven.

Die vuil opruimt, zodat het licht door kan dringen.

Omdat Hij trouw is aan zijn belofte. Omdat het licht van de wereld is gekomen.

Omdat je je vast mag houden aan Jezus Christus. Wie is als God! Hij geeft zijn eigen zoon.

Laten we vol verlangen en vreugde het kerstfeest gaan vieren. In vrede met je naaste.

Omdat God een God is die vergeeft en ons uiteindelijk naar zijn licht en liefde zal leiden!

Amen


Lucas 2:16-20 – Hoe reageer je op de kerstboodschap?

december 28, 2016

Preek gehouden in Heemse, 25 december

Tekst: Hoe reageer je op de kerstboodschap? 1) Op weg gaan 2) Spreken 3) God Prijzen

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het goddelijk licht schijnt met kerst in de duisternis, maar schijnt dat licht ook weer terug omhoog. Er klinken stemmen uit de hemel, maar klinken er ook stemmen naar de hemel toe?

Het verblindende licht dringt door in de duisternis van de nacht.

We horen de engelen zingen van Gods grote plan: vrede op aarde, in de mensen een welbehagen en ze brengen de eer aan God.

En ook al is dit hemelse lied, het mooiste lied wat je kunt bedenken: een lied gedicht in de hemel, een lied gezongen door engelen,

toch is dat licht, en dat lied, niet het mooiste van het kerstfeest. Veel mooier is het nog als de mensen zelf gaan zingen. Als we de waarde van het kerstfeest gaan zien: dat hij zoals zondag 14 zegt onze zonden voor Gods aangezicht bedekt.

Daarvoor is de Christus immers gekomen: dat de herders zelf God gaan loven en prijzen,

en Hanna en Simeon loven: Een licht zo groot zo schoon, gedaald van hemels troon, straalt volk bij volk in d’ogen. Als de wijzen komen om te aanbidden voor de redder van de wereld. Ja: als u, jij en ik vandaag God de eer brengen is dat God nog meer waard dan de engelenzang;

Daarom bij elkaar om te luisteren, te zingen, te belijden, te zien en te horen. Om God te loven en te prijzen.

 

[#2] Laten we nog eens rustig kijken wat er allemaal al gebeurd is, om zo te ontdekken wat het betekent om tot Gods eer bij elkaar te komen!

Jozef en Maria die uit Nazaret vertrokken zijn en een lange reis gemaakt hebben.

Ze kwamen vermoeid aan bij de herberg, waar alleen plek was in de stal.

De geboorte van het kindje.

De verschijning van een engel, midden in de nacht die vertelde dat de Messias geboren was: de Messias, waarvan de komst al voorzegd was door de profeten.

De hemel die openging en het leger van engelen dat daar zong.

Aan de éne kant zijn dat hele gewone menselijke dingen die daar gebeurd zijn.

– Het alledaagse leven onder de Romeinen,

– er wordt een kindje geboren,

– herders houden net als andere nachten de wacht over hun kudde.

Toch zijn het ook bijzondere dingen:

– Het kindje van Maria komt van de heilige Geest;

– er verschijnt eerst een engel en dan een talrijk engelenkoor, in de velden rondom Bethlehem, de buurt waar de Messias geboren zou worden;

– er wordt gezongen van vrede op aarde … terwijl het volk zucht onder de verstikkende bezetting van de Romeinen, waarbij de wil van de keizer wet is.

Dan zijn de engelen teruggegaan naar de hemel. De lucht is weer donker, misschien bewolkt, misschien nog met een enkele ster. Duisternis omringt hen. Nu hebben de herders gehoord wat ze moeten horen …

 

[#3] Is het genoeg als je het kerstnieuws gehoord hebt? Nee. Bij kerst gaat het er niet alleen om dat je hoort van de geboorte, het gaat niet alleen daarom dat de engelen het nieuws verder verteld hebben. Bij kerst hoort ook dat je in beweging komt. En dat is wat in het derde gedeelte van het kerstevangelie gebeurt. Dan zie je een en al beweging:

Ze willen naar Bethlehem gaan.

Ze willen met hun eigen ogen gaan zien.

Ze gaan haastig op weg. Zo graag willen ze het beloofde teken zien!

Ze treffen het kind aan, in arme, troosteloze omstandigheden.

Ze vertellen wat er gebeurd is aan Maria.

Ze gaan weer terug, terwijl ze God loven en prijzen!

Wat gebeurt er veel, wat doen ze veel, wat zijn ze in beweging gezet. Deze herders, die normaal zoveel uren rustig bij de kudde doorbrachten, in weer en wind. Die zo dicht bij de natuur leefden. Zij hebben het bijzondere begrepen en zijn op weg gegaan.

 

Deze mannen, over wie we niet veel weten. Zelfs hun namen kennen we niet!

Van Zacharias, van Maria, van Jozef, van Elisabeth, van Simeon en Hanna weten we de namen. Maar wie deze mannen waren?  Ze komen uit het duister en keren daar ook weer naar terug.

Het waren herders.

In de Bijbel komen veel herders voor. De aartsvaders, Abraham, Isaak en Jakob waren herders. Het joodse volk in Egypte was bij uitstek het volk van herders. Koning David was de herder en heeft de mooiste psalm over de goede herder geschreven. Jezus zelfs sluit graag aan bij het beeld van de herder. De herders zijn verantwoordelijk voor de schapen. Schapen die in duizenden tegelijk geslacht werden bij de feesten in Jeruzalem. Toch werd er vaak op deze herders neergezien, werden ze veracht door de mensen. Wilde niemand deze stinkende mannen ontvangen.               Wat doen de herders?

  1. Als we goed op deze herders letten dan zien we eerst dat ze met elkaar in gesprek gaan. Samen overleggen ze over de boodschap die ze gehoord hebben. Ze besluiten om op weg te gaan. De engel had immers gezegd: ‘voor jullie is de redder geboren’. ‘Jullie zullen een teken ontvangen’. Dus het goede nieuws is in de eerste plaats voor de herders bedoeld! Het is bedoeld voor de gewone mensen uit Israël, die geen naam hebben. Het herdersvolk van Abraham mag als eerste horen van verlossing en redding. Dan zeggen ze ook tegen elkaar, laten we op weg gaan en dat kind met eigen ogen gaan zien. Ze willen die wonderlijke gebeurtenis gaan aanschouwen, zelf op kraambezoek gaan, zodat ze weten welke blijdschap allereerst hen, maar uiteindelijk heel het volk zal ten deel vallen. Dwars door het veld heen gaan ze met spoed naar Bethlehem.
  2. Als ze in de stal zijn, valt op dat ze boodschappers zijn. Ze vertellen over wat er gebeurd is, over wat de engel gezegd heeft. De mensen staan verbaasd en zijn onder de indruk. Wat een bijzondere dingen zijn er gebeurd, wat een vreemde dingen gebeuren hier! Maria reageert anders. Die bewaart de woorden ook in haar hart: letterlijk alsof ze het in haar geheugen grafeert, zoals de letters in een ring.

De Herders zijn dus in de tweede plaats gaan vertellen: Wat wordt er veel in beweging gezet door de herders die naar de stal zijn gegaan. Het goede nieuws weerklinkt in dat dierenverblijf. Herders hebben de boodschap van engelen op de lippen genomen en doorverteld.

  1. Maar de herders vertellen niet alleen verder wat de engelen zeiden. Ze sluiten zich ook aan bij de engelen. Als ze weg gaan zingen ze : ‘ere zij God’, ze loven en prijzen ze God. In hun lied klinkt de echo van het engelenlied. Waarom? Omdat ze het in de stal zo aangetroffen hebben als hen gezegd was. Omdat inderdaad een kind in doeken gewikkeld was. Omdat het in de voederbak ligt. Ze hebben het goede nieuws gehoord, ze zijn gegaan en hebben verteld, maar nu hebben zij het kind ook echt mogen zien. Ze loven God om zijn grootheid, ze zijn onder de indruk van zijn werk (loven) en ze prijzen om het goede wat ze hierin zelf mogen ontvangen! Ze zijn niet teleurgesteld, maar juichend en zingend gaan ze terug naar hun schaapskudde. Wat past er dan ook beter om God ook zelf te prijzen: Ere zij God, Gloria in exelcis deo. Zo keert het licht terug naar God

 

We zitten vandaag in de kerk. Juist door naar de kerk te gaan, blijven we op de goede toonhoogte, blijven we op de juiste manier gericht. God wil niet dat het kerstfeest ons even omhoog tilt, en dat we dan weer in de alledaagse werkelijkheid verder leven. God wil dat we het kerstfeest zo vieren, dat we daarna op geloofsniveau verder gaan. Of je nu arm bent of rijk, jong of oud, werknemer of werkgever, veel of weinig gestudeerd, getrouwd of gescheiden, alleengaand of anders geaard. God wil je optillen en dragen, brengen op het niveau van vertrouwen op Hem. Het kerstfeest moet daarom niet op aardse dingen gericht zijn, maar mag een ‘geloofsniveau’ hebben. Dat je ziet op God!

Woensdag is de kerst weer voorbij. Voor sommigen zijn het moeilijke dagen, juist omdat je dan zo de eenzaamheid en het gemis ervaart. Maar ook voor degenen die genoten hebben geldt: dat straks het gewone leven weer gaat beginnen met z’n ups en downs, z’n voors en tegen, de lach en de traan, de zondag en de maandag. Dan gaat de kerstboom op de deur uit, de stekker van de kerstverlichting uit het stopcontact en zijn de speciale concerten afgelopen. Soms kan het leven je dan extra rauw op het dak vallen. De lastige situatie waar je in zit, de vragen die je hebt. Maar laten we daarom juist van de herders leren!

 

[#4] De herders 1. gingen kijken, 2. spraken over wat er gebeurd was en 3. prezen God. Deze drie dingen hebben we in de tekst gezien. Maar ging dat vanzelf? Kregen ze vanzelf dat geloof en waren ze blij en dankbaar? Is het makkelijk om dansend naar huis te gaan. Dan zou je kunnen zeggen: ook wij gaan weer makkelijk het nieuwe leven in. We weten dat Jezus is geboren, we hebben het gevierd en nu houden we het wel vast. Of zou het voor de herders ook moeilijk zijn geweest. Eerst schrokken ze heel erg van engel. Hij moet zeggen: ‘weest niet bang’. Ze moeten eerst met elkaar praten over de vreemde gebeurtenissen en ze gaan wel op weg. Maar dan laten ze het kindje weer achter zich. Ze gaan weer de duisternis in en er is echt niet wat veranderd aan hun schapen, aan het gras, aan de plek waar ze zaten. Hoe kunnen ze dan toch zo vol lof zijn en zo zingen? Hoe houden zij dat vol? Iemand dichtte eens:

‘Het lampje flakkerde uit, het Kind ging slapen als een roos.

Wij moesten weer door ijs en wind, alleen en machteloos,

 

[#5] Hoe houden we het kerstfeest vast?

Het eerste wat dus opvalt als we de tekst goed lezen is dat de herders met elkaar in gesprek gaan. Ze zullen vast helemaal verbaasd zijn geweest over wat er gebeurd. Hoe is dat mogelijk, zoveel engelen opeens bij elkaar. Dit is toch wel echt, of hebben we gedroomd? Zou het echt zo zijn, zou de Messias werkelijk gekomen zijn. Kijkt God om naar zijn volk?

Ze zeggen niet: kijk wat een bijzondere gebeurtenis, nu geloof ik dat er meer is tussen hemel en aarde.

Ze zeggen ook niet: wat een geweldig muziekstuk was dit en wat een schitterende stemmen. Zoals wij zeggen als een koor een optreden heeft gegeven.

Nee, ze zeggen tegen elkaar: ‘laten we dan ook snel gaan kijken’, ja laten we op weg gaan naar de kribbe. Ze helpen elkaar en zo hebben ze elkaar nodig. Zoals later de Joden in Berea samen naar Paulus woorden luisteren en met elkaar de schriften onderzoeken, samen kijken ze of klopt wat Paulus gezegd heeft. Zo hebben we het nodig om met elkaar in gesprek te blijven over Gods woord, samen de Bijbel te bestuderen. Elkaar aan te sporen om trouw te blijven in het dienen van de HEER en achter Hem aan te blijven gaan.

 

Het tweede wat ze dus doen, is dat ze het zelf verder vertellen. Hoewel het maar eenvoudige herders zijn, die geen speciale scholing hebben gehad om te preken, vertellen ze door wat ze gehoord hebben. Zij worden zo boden van God. en de mensen staan verbaasd! Hun woorden komen wel over en worden door de mensen met belangstelling gehoord! Zo horen anderen ervan. Wie waren er nog meer in de stal dan? Misschien andere mensen die geen plaats in de herberg hadden kunnen krijgen, of misschien mensen uit de herberg die naar achter zijn gelopen om te kijken wat daar toch gebeurde. Maar niet alleen die mensen zijn verwonderd over het woord van de herders. Ook Maria en Jozef zijn erdoor bemoedigd. God wil dat zij nogmaals horen dat dit in een bijzonder kind is. Dat dit de redder van Israël is en zo bewaard Maria deze woorden, als kostbare parels in haar donkere hart.

Zo hebben wij het ook nodig om steeds dat woord weer te horen, in de preken, maar ook van elkaar. Want je hebt allemaal wel eens je vragen en je moeiten. Wat is het fijn als je dan door anderen weer gewezen wordt op het woord van God, op zijn goede nieuws en plan met deze wereld.

 

  1. Tenslotte keren de herders terug. Dat veld waarin ze terugkeren zal weinig veranderd zijn. Maar waar het om draait, is dat de herders veranderd zijn. Zij hebben nu het kind, de zoon van God gezien en weten dat God zijn volk niet vergeten is. Zij zingen daar ook van. Zo voegen zij juichend hun stem in het koor van Bethlehem. Stoere herdersmannen, zingen psalmen tot eer van God, zingen liederen om God groot te maken. Hun Aramese klanken klinken over de vlakten van Efrata. Juist door te zingen maken ze God groot.

Deze zondagmiddag zingen we  samen in de kerken onze psalmen en liederen. ‘we mogen weer zingen’. Begrijpen we voldoende hoe bijzonder het zingen in de kerkdienst is: zingen is dubbel bidden, zei Augustinus al. Als je samen een psalm of lied zingt, dan gaat dat soms verder dan woorden kunnen zeggen. Vaak kun je juist door een lied enorm geraakt of bemoedigd worden. Uit zingen mag je kracht putten, als je eenzaam bent, in de nacht of als je samen bent.

Maar niet alleen zelf word je er beter van, God zelf wil graag gezongen zijn! U komt de lof toe, u komt ons lied toe, U komt de eer toe: wij loven u met heel ons hart, alles wat in ons is, looft uw heilige naam! Dat mogen de herders doen in het open veld, dat mogen wij doen in de kerkdiensten, maar dat mogen we ook doen in onze huizen en op onze kamers.

Als we zo de kerkdienst gaan beleven en ervaren, dan krijgt dat betekenis voor ons leven. Dan begrijpen we beter wat het betekent om ons met elkaar dieper in Gods woord te verdiepen. Dan begrijpen we beter wat het is om toegerust te worden om anderen dat woord te vertellen. Maar dan ervaren we nog meer wat het is om God de loven en te prijzen. Dat kleurt dan ons bestaan, niet alleen van de zondag, maar ook van de maandag. Het zet ons leven in een glans. Het veld veranderde niet, de schapen veranderde niet en het zal na afloop ook donker geweest zijn voor de herders. Maar ze hadden met elkaar het kind bezocht en prezen God. Ons leven verandert niet zomaar, pijn en verdriet kunnen blijven, na kerst en oud en nieuw pak je de dagelijkse gang weer op. Maar … we hebben het kind bezongen, die onze verlosser is, we hebben Hem geprezen die naar ons om ziet. Dat mag ons bemoedigen en vanuit elke zondagse liturgie mogen we zo opnieuw in het leven staan. Zo mogen we zelf bemoedigd op weg gaan, het doorvertellen en God blijven prijzen! Amen.