Psalm 138 – Oudjaarsdag – Hij laat niet los het werk van zijn handen!

januari 14, 2016

Preek Heemse, oudejaarsdag 2015

Tekst: Psalm 138

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Wat is er gebeurd? Eigenlijk laat die vraag mij niet los als ik zo psalm 138 lees. Zie je hem staan? Hoor je hem zingen: “Loof de Heer o mijn ziel, prijst nu mijn heilige naam!”? Wat heeft die dichter van de psalm allemaal meegemaakt? Je krijgt er in deze psalm maar weinig van mee. Je ziet wel dat het maar niet voor de vorm, maar dat het recht uit zijn hart komt. Je kunt het aan zijn lichaamstaal zien: Hij knielt er zelfs bij! Hij is vol aanbidding. Hij gaat een lied zingen, misschien met een harp of gitaar in zijn handen. Hij is blij en dankbaar, maar wat heeft Hij allemaal meegemaakt: waarvoor prijst hij de Here. Wat is er gebeurd?

 

[dia 2] Wat is er gebeurd? Dat is eigenlijk ook de vraag die ik vanavond aan u en jou en aan mijzelf stel. Wat is er gebeurd in 2015? Wat is er terecht gekomen van je plannen? Wat heb je allemaal meegemaakt? Allereerst wat betreft je geloof en vertrouwen: ben je dichter bij God gekomen, of juist van Hem verwijderd? Maar verder ook: wat gebeurde er allemaal in je leven? Jongens en meisjes, wat gebeurde er in 2015 … ging je met plezier naar school? Had je leuke vriendjes? Ben je misschien verhuisd? Wat is er gebeurd bij U? Was er de blijdschap van een geboorte of het verdriet van een overlijden? Wat er gezondheid, of was er ziekte? Was er verwijdering, pijn van scheiden of kreeg je verkering, ben je in je 2015 getrouwd? Ging het goed op je werk, of waren er juist zorgen en moeiten?

 

[dia 3] Vandaag willen een beetje dieper in de huid van David kruipen, deze psalm beter begrijpen. Omdat deze psalm eindigt met die woorden: laat het werk van uw handen niet los. Wie samen met David zich op God gaat richten, bij alles wat er gebeurd is, vindt een houvast bij de Heer. Dat is waar David uitkomt aan het eind van de Psalm: dat is waar we uit mogen komen aan het eind van 2015, als om ons heen de knallen klinken en de oliebollen en kniepertjes gegeten worden. Here, als de jaren wisselen, als we zien hoe kwetsbaar en vergankelijk we zijn als mensen: wilt u onszelf dan vasthouden. U die ons geschapen hebt, wilt u, als de jaren als een schaduw heen vliegen, zelf de rost zijn die blijft. Wilt u niet loslaten, u niet verwijderen van ons, maar vasthouden het werk van uw handen!?

 

[dia 4] Je kunt de psalm dertig keer lezen en toch weet je dan nog niet precies wat er gebeurd is. We hebben een paar kleine aanwijzingen. David zegt: Toen ik U aanriep … David heeft tot God geroepen. Roepen naar God dat doe je niet zomaar. De meeste gebeden die je gebeden hebt dit jaar zullen vrij rustig verlopen zijn. Of je nu zelf bad of meebad aan tafel. Rustig uitgesproken: gedankt, gebeden. Maar David zegt: Ik heb tot U geroepen. Kennelijk zat hij in hele grote nood. Hij zegt: mijn weg was vol gevaren, er waren vijanden, mijn leven werd bedreigd. Hij zag geen uitweg meer. Wist niet of hij in leven zou blijven, of hij het wel zou redden. Toen heeft hij in zijn nood tot God geroepen! Was het vanwege de gevaren die hij liep omdat Saul hem naar leven stond? Omdat Saul niet wilde dat hij koning werd. Was hij in een hinderlaag, of waren de vijanden heel dichtbij? Zou God zijn belofte wel houden dat David koning zou worden? In ieder geval: Hij hield het niet meer. Hij riep het uit, schreeuwde het uit: Here, help mij! Here, hoor mijn gebed!

 

[dia 5] Was er dit jaar misschien ook een moment dat jij het uitriep naar de Here. Here, hoor mij … nu ik dit vreselijke bericht gekregen hebt dat er kanker in mijn lichaam is geconstateerd. Here, hoor mij … nu dat vriendje van mij zo ontzettend ziek is en voor zijn leven wordt gevreesd. Of dat bericht dat iemand overleden is, misschien heel onverwachts. Je roept het naar de Here. Misschien wel ’s avonds o je bed. Of dat je iemand niet verder wilde in de relatie, dat je ouders gingen scheiden. Of dat je grote vragen had aan God: Heer, bent U er wel. Heer, geef toch een teken dat U bestaat! Dat U doet wat u belooft en mij niet loslaat. Of dat je zoveel pijn had dat je het uitriep tot God: Heer, doe het overgaan! Misschien was wel bang voor je eigen leven. Deze week zag ik nog een filmpje van iemand die dwars door een bosbrand heen moest rijden over de snelweg. Links en rechts waren de vlammen. Je zag niets door de rook, en hoopt maar dat je nergens tegenaan rijdt of stil komt te staan: wat een angst, wat een gevaar. Heer, hoor mij, hoor mijn roepen, hoor mijn nood. Zo kan het zijn dat je soms in angst, of in boosheid, in pijn of verdriet geroepen hebt tot God.

 

[dia 6] Toen ik riep, hebt u geantwoord … Voordat ik verder ga met de psalm wil ik dan eerst iets zeggen: deze psalm spreekt over dank van iemand waarbij God het roepen gehoord heeft en hem gered heeft. Soms gebeurt het dat je denkt: hoort de Here mij wel? Als er geen genezing was van het ziekzijn, als iemand kwam te overlijden, als iemand heel plotseling uit het leven werd weggegrepen. God hoort ons gebed, maar Hij geeft niet altijd een antwoord op onze vragen. Soms verhoort Hij anders. Soms verhoort Hij later. En soms begrijpen we er helemaal niets van. Wat is er een kwaad, een pijn en soms duivelse macht in de wereld. Toch mogen we geloven dat God sterker is dan het kwaad: dat we door het lijden en sterven van Christus, zijn kinderen mogen zijn. Hij spoort ons aan om te blijven bidden, te blijven zoeken, Hij zal niet in plaats van een vis een slang geven of in plaats van een brood een steen. Hij is een goede Vader, die goed is voor zijn kinderen. Zo zal Hij, zegt Jezus, zijn heilige Geest geven aan wie Hem daarom vragen. Wat is dat belangrijk! Ook al krijg je niet precies wat je vraagt, God wil wel in je hart komen, door zijn Geest. Hij wil je waar je eigen geest soms zwak en verdrietig is, de Geest geven van Christus. Om je ook op moeilijke momenten te helpen om nieuw vertrouwen te krijgen, moed om verder te gaan. Een houvast!

 

[dia 7] En eigenlijk is dat ook het belangrijkste wat David ervaren heeft van God: Hij zegt niet alleen U hebt geantwoord, maar ook bemoedigd en gesterkt (vers 7). In de gevaren hield u mij in leven. Wat is er gebeurd met dichter van de psalm? Hij was in nood, dat weten we, maar wat precies? Was hij ontsnapt uit de handen van Saul. Kwam de profeet Natan bij hem om te vertellen dat zijn zonen altijd op de troon zouden zitten. We weten het niet. En eigenlijk is dat ook niet het belangrijkste. David vond het niet nodig om het op te schrijven. Maar waar besteedt hij deze verzen dan wel veel tijd aan? Om op te schrijven dat de Here trouw is. Hoe hij er weer kracht uit put dat Hij mag bouwen op de vaste grond van Gods beloften en van zijn verbond. In Psalm 136 staat het aan het eind van elke regel: want Uw goedertierenheid zal bestaan in eeuwigheid. Maar ook in deze psalm komt dat steeds terug. Lees maar mee: 2: Ik wil U loven om uw liefde en trouw; U hebt grote dingen beloofd. Vers 4: De koningen hebben beloften uit Gods mond gehoord. Vers 7: U houdt mij in leven Vers 8: uw trouw duurt eeuwig. Zo mogen we vanavond ook vooral overtuigd worden van Gods trouw, van zijn beloften. Hij was erbij in 2015, in je gebeden en in je roepen. Hij gaat mee, ook in 2016. En als het moeilijk is: grijp je vast aan zijn beloften, neem je toevlucht tot het gebed. God belooft zijn Geest, Hij belooft vergeving van zonden en eeuwig leven. Hij laat het werk van zijn handen niet los. Paulus zegt: Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus (Fil 1:6)

 

[dia 8] Het bijzondere van de Psalm is dat de dichter het zo alomvattend maakt. Hij staat tegenover zijn God, dankt Hem, na alles wat er gebeurd is. Hij doet dat tegenover onder het oog van de ogen, ‘al staan de goden om hem heen’. De eeuwige God is trouw, maar er zijn zoveel dingen die voorbij gaan. Er zijn in de wereld zoveel krachten die zich goden noemen. Je kunt je leven door zoveel dingen laten vullen, je kunt in zoveel dingen wegvluchten. In de leegte van alcohol of drugs, in de verleidingen van geld en loterijen, je houvast zoeken in mensen of idolen. God doorziet de trotsen al van verre: mensen die het van zichzelf verwachten. De aarde schudt. We horen het gebindte van het gebouw kraken. Alles vergaat, alles is ijdel … er is er maar één die blijft. Die boven al die leegte staat: de God die is van eeuwigheid tot eeuwigheid. Als je Hem kent weet je waar je vandaan komt, waarom je hier was in 2015 en waar je heen gaat. Als je het nederig van Hem verwacht, mag je geloven dat God naar je uitziet. En als je niet met hem leeft … Satan gaat te keer, de goden staan om je heen. Satan probeert je in de macht te krijgen. Hij zal met zijn laatste stuiptrekkingen alles proberen en gaat rond als een leeuw om te zoeken wie hij kan verslinden. Bekeer je voor het te laat is!

 

[dia 9] Ja, de dichter zegt zelfs: Laten alle koningen op aarde u loven. Alle heersers op aarde. Laten zij de wegen van de Heer bezingen. Met kerst mochten we in de toespraak van de koning horen hoe Hij wees op de kracht van de liefde. De Engelse koningin en de Duitse president wezen nog nadrukkelijker op de boodschap van het kerstfeest: God kiest de weg van de nederigen. Ook met de wereldproblemen van dit moment: vluchtelingen die niet weten waar ze het zoeken moeten en roepen om hulp; aanslagen zoals die er in Parijs geweest zijn; een klimaat dat steeds verder opwarmt en mensen een veilige plek ontneemt; een Europese crisis waardoor het zoeken is welke weg Europa moet gaan. Er zijn ook mooie dingen: een aantrekkende economie, maar wat is er een wijsheid nodig van regeringsleiders. Wat zien we duidelijk dat ook dit jaar de Here weer een stap verder is gekomen richting de wederkomst. Als Hij alles nieuw zal maken.

 

[dia 10] Wat geweldig als je dan de Here hebt leren kennen in je leven. De koningen mogen de weg van de Here bezingen. In deze psalm klinkt al iets door van de bijzondere weg die God zal gaan. De koningen, de wijzen kwamen om te aanbidden. Hij die omziet naar nederigen … het zijn woorden die we hoorden uit de mond van Maria. De Here die redding brengt: in het woord redding klinkt de naam Jezus, redder al door. Hij die de wereld werkelijk zal verlossen. Het is kerstfeest geweest: en nu na de komst van Jezus, de Messias, weten we het helemaal zeker. God laat zijn volk niet in de kou staan: hij heeft het roepen gehoord. Hij gaf zijn eigen Zoon, geboren in een kribbe. Om de weg te gaan. Om voor ons aan het kruis te sterven….

 

[dia 11] En dus kunnen we zingen: als ik omringd door tegenspoed, bezwijken moet … schenkt u mij leven. Toen ik dat iemand las, zei ze: ja, maar dat gaat over David toen. Wat heb ik daar nu aan. Dat neemt mijn verdriet niet weg. Ze had aan de ene kant gelijk. Maar ik denk dat David niet voor niets maar weinig verteld heeft, over zichzelf en wat er gebeurd is. Hij heeft vooral willen vertellen over hoe God is en met ons om wil gaan. Hij heeft een lied gemaakt dat wij ook op onze lippen mogen nemen. Ook als ze terugblikken op het jaar 2015: er waren mooie dingen, er waren verdrietige dingen, maar laten we alles we vandaag vragen, aan de hand van de agenda of foto’s: ‘wat is er gebeurd in 2015?’, vooral ook zien hoe God erbij was en mee wilde gaan. Want bij alles wat vlied en bezwijkt, getrouw is mijn God. Als God mij vertroost, is het kruis niet te zwaar, dan ken ik geen vrees in het bangste gevaar, dan win ik strijdend vertrouwen en kracht en zing ik psalmen in duistere nacht: Hij laat het werk van zijn handen niet los! Ook niet in 2016. Amen.

Liturgie Oudejaarsdag 2015, 10.00u en 19.30u
Welkom en mededelingen; Votum en zegengroet (staande)
Zingen Psalm 113 (staande):
Gebed
Zingen Psalm 138:1 en 2
Lezen Psalm 138:5-8
Lezen Lucas 11:5-13
Zingen Lied 397 (O God, die droeg ons voorgeslacht)
Preek Psalm 138:8: De HEER zal mij altijd beschermen. HEER, uw trouw duurt eeuwig, laat het werk van uw handen niet los.
Zingen Ps 138:3 en 4
Belijdenis H.C. Zondag 1
Zingen Ps 90:1 en 6
Gebed; Collecte
Zingen Opwekking 733 (Tienduizend redenen, staande, aangekondigd na collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)

Advertenties

Psalm 77 – Ik zie terug …

januari 11, 2015

Preek gehouden in Heemse, oudejaarsdag 2014
Tekst: Psalm 77

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 1] ‘Ik zie terug’
‘Ik zie terug … op voorbije tijden, op de dagen en jaren van vroeger’.
Zo horen we de psalmist in Psalm 77 spreken.
Zijn dat ook niet de woorden die nu in onze gedachten zijn?
Ik zie terug.
2014 is bijna voorbij. Het jaar loopt ten einde.
Je ziet terug op afgelopen jaar.
De kranten, radio en televisie zagen terug en stonden vol van jaar overzichten.
Alles kwam weer langs: WK voetbal, koningsdag, Voetbal. Maar ook het ongeluk met de MH17, Ebola en de strijd van Isis. ‘Ik zie erop terug’.
Maar je ziet ook terug op wat 2014 voor jou betekende: je school, je baan, je relatie, je verlangens, je pijn. Dingen die al wat wegzakten in je geheugen, komen misschien weer naar boven: extra mooi en dankbaar, dat je er weer even bij stil staat: wat heb ik, wat hebben we toch veel. We kunnen wonen, werken, naar schoolgaan. Wat zijn we bewaard, soms zo wonderlijk. Maar soms kan het ook het verdriet, het conflict, de teleurstelling, het overlijden, de scheiding als een pijnlijke pijl weer in je hart schieten: Ja, vandaag zien we terug op de dagen van 2014, en op het jaar waarvan we straks zeggen: het is voorbij, het is geschiedenis, het is van vroeger.

[Dia 2] En nu zien we in de kerk terug. Kun jij, kunt u, kan ik het afgelopen jaar ook met God verbinden? Kun je ook gelovig terugkijken op het afgelopen jaar? Zag je de Here aan het werk in jouw leven? Zag je wat Hij je gaf en wat Hij je onthield? Ontdekte je de boosheid van God, maar vooral ook zag je zijn liefde, genade en zorg in jouw leven? Lukte het om samen met God te leven? Het ergste wat ons kan overkomen is, als er een kloof komt tussen God en jou, tussen God en je dagelijks leven. Als God langzaam uit je leven verdwijnt. Als je terugziet, maar niet ziet hoe God de uren en dagen leidt. Als je bijbeltje dicht blijft, of als het je niet lukt om te zien hoe Gods woord ook voor jouw situatie, voor jouw behoeften wil spreken en helpen. Dagelijks komen er zoveel andere meningen op ons af, dagelijks gebeuren er weer nieuwe dingen, dagelijks kunnen we opgeslokt worden door allerlei dingen. Maar lukt het om in verbondenheid met God te leven. Of blijft de hemel gesloten en is God vooral ver weg?
Lukt het jou als jongere om met God te leven? Het is een leren, een ontdekken! Ik vind het zo mooi als ik op catechisatie dat omslagpunt bij sommigen mag merken: dat je eerst hoort, ‘ik lees bijna niet voor mezelf uit de Bijbel’. En dat ik dan opeens aan sommige van jullie merk: ‘Ik lees uit de Bijbel, ik heb een dagboekje, ik probeer het vol te houden, want ik heb wat aan de woorden van God’.
Lukt dat jou als volwassene? Om ondanks teleurstellingen, moeiten, of frustraties je eerste liefde voor God niet te verliezen en met Hem door het leven te gaan? Om juist door of in beproevingen weer sterker te worden en met God verbonden te worden?

[Dia 3] We hebben net kunnen zien dat het de dichter van Psalm 77 eerst niet echt lukt om zijn leven aan God te verbinden.
Er is geen psalm met zoveel vraagtekens erachter als Psalm 77.
Goed, hij denkt terug aan de tijd van vroeger.
Maar: Hij merkt niet meer dat God in zijn leven is.
Hij roept het uit, Hij heft zijn handen in de lucht, zo bad men in die tijd. Hij smeekt de Here om hulp. Hij schreeuwt het uit.
Hij roept overdag, maar hij roept ook ’s nachts. Soms in een heel heftig gebed: “Heer waar bent U?”, Waarom zie ik niets van U?
Ik weet niet of jij ’s nachts wel eens ligt te piekeren, maar deze dichter wel. Misschien ligt hij overdag wel te slapen, omdat hij ’s nachts niet in slaap kan komen. Juist ’s nachts als er geen mensen om je heen zijn, kunnen de gedachten extra op je afkomen. De dichter wordt zo moe van zijn gedachten. Ze houden hem uit de slaap. Ik hoorde van iemand die dan maar even opstaat en de krant gaan lezen of een glas melk gaat drinken. Van dat draaien en piekeren word je alleen maar moe. “U laat mij de ogen niet sluiten”.
En dan lijkt hij murw geslagen (vs. 5). “Van onrust vind ik geen woorden”. Hij weet het niet meer, Hij kan niet meer bidden, Hij weet niet meer wat Hij tegen God moet zeggen. Hij ziet gewoon niet dat God er is en dat God hem kan helpen.
Het lijkt wel op de strijd van Christus in Getsemane. Hij stelde zijn vragen aan God. Hij die uiteindelijk aan het kruis ervoer hoe het was om zelfs van God verlaten te zijn!

[Dia 4] Toch geeft deze psalmist het niet op. Hij strijdt. Hij vecht. Hij bidt. Hij legt zich neer bij zijn verdriet, bij de wanhoop. Hij wil niet dat de weg naar God geblokkeerd blijft. Kijk: dat iemand die van God niet wil weten, God niet ervaart is nog tot daar aan toe, maar wat is het erg als je naar God zoekt en het lijkt alsof hij er niet is. Wat zou het erg zijn, dat het dan zo donker wordt in ons hart en dat er geen troost meer gevonden wordt…
Nee, het is niet erg, dat het soms moeilijk kan zijn, dat je soms strijdt en vecht,
maar wel als je niet strijdt, als je leven van God wordt afgesloten.
Als je het opgeeft en zonder God verder gaat.
Los van God terugkijkt op het afgelopen jaar. Als geloof iets wordt van: dat hoort erbij, het is traditie, geeft iets gezamenlijks: maar als je niet meer dat geloof in je hart voelt.
Daarom gaat de dichter door. Hij doet, wat het beste is om dan te doen. Hij gaat op zoek naar God. Hij probeert na te denken wie God is en of het zou kunnen dat God nu echt op een afstand blijft. Hem als het ware in zijn sop laat gaar koken.
En daarom stelt Hij al die vragen. ‘Mijn hart zoekt, mijn geest vraagt’
Zou het kunnen dat de Here niet langer liefheeft?
Zou de HEER voor eeuwig verstoten?
Is zijn trouw voorgoed verdwenen?
Is zijn woord voor eens en altijd verstomd? Jaar na jaar?
Vergeet God genadig te zijn?
Verbergt zijn ontferming zich achter zijn toorn?
Dat zijn vragen waar je op een afstand naar kan kijken. Kijk hem eens schreeuwen! Kijk hem eens vragen! Maar het zijn ook vragen waar je echt mee kan worstelen. Misschien dat je daar zelf midden inzit. Misschien omdat je zo misselijk bent van de beelden en al die ellende op televisie. Misschien vanwege de zonde die in je leven was. Probeer je het eens voor te stellen. Stel dat God iemand van jou had weggenomen uit je leven. Stel dat jij in de woestijn was en er was geen water was. De schrijver stelt die vragen omdat het zo wel lijkt te zijn. God waar bent U?
Als het gaat om ons land kun je ook zulke vragen aan God hebben!
Here, hoe kan het dat er zoveel mensen zonder God leven. Dat er zoveel ongeboren leven vermoord wordt? Dat mensen het heft in eigen hand nemen en als er ziekte komt, op de stoel van God zitten en euthanasie laten plegen? Waarom zien mensen niet Gods goedheid en de goedheid van Gods regels? Waarom is er zoveel geweld, zelfs tegen hulpverleners. Welke kant gaat het op? Hoe ver moet het komen, voordat God ingrijpt. Voordat mensen zich weer tot God keren en zich door Hem laten leiden? En laten wij dat niet alleen aan anderen vragen. Laten we dat ook aan onszelf vragen!

[Dia 5] Maar dan lijkt er toch een verandering in de psalm te komen.
De dichter pakt zijn Bijbel. De dichter denkt terug aan Gods grote daden.
Hij pakt het schild dat God geeft, als zulke pijnlijke pijlen je hart bereiken.
Is het echt mogelijk dat God verandert? Dat Hij ons zou vergeten. Dat Hij niet trouw is aan zijn verbond?

Maar dan denkt hij terug aan Gods weg. De heilige, bijzondere weg van God.
Want als je dat op je in laat werken is God toch groter dan alle afgoden.
Bood Hij geen hulp van omhoog (Ps 18)?
Hij denkt aan hoe het water van de Rode Zee in tweeën gedeeld werd.
Hoe het water zich terugtrok. Hoe de bodem zichtbaar werd.
Hoe naar jaren van ellende, Gods volk werd uit de ellende van Egypte geleid!
De andere volken zagen het. God heeft toen zijn macht getoond!
Dan denkt hij aan hoe de hemel dreunde.
Hoe lichtflitsen de berg Sinaï omgaven.
Hoe de aarde trilde en schokte. God liet zien hoe Hij er was voor zijn volk in de woestijn.
Hij sloot zijn verbond en ontfermde zich over zijn volk.
Dan weet de dichter het: Hij denkt aan hoe God is. Aan het karakter van God.
God zal zijn genade niet vergeten! Hij is de God die zijn volk bevrijd heeft.
Die trouw is aan zijn belofte gegeven op de berg Sinaï. Trouw is aan zijn verbond.
Hij is dezelfde, gisteren, heden, Hij zal de toekomst tegen treden, van geslacht op geslacht!
Zo mag je ook geloven dat God trouw is in jouw leven. Zo mag je gelovige terugkijken op 2014. Diezelfde God, die een God is van liefde en genade. Hij was het echt die jou door de moeite heen lijden, er niet overheen tilde, maar midden in de moeite erbij was en je kracht gaf! Hij is het die je wil dragen met zijn eeuwige armen, je op wil vangen in de nood. Hij ging mee, ook als het een woestijn tijd was.

[Dia 6] Maar als je nu naar de Rode Zee ziet? Zie je dan nog de voetstappen van God?
Als je nu naar de Sinaï gaat, naar de berg Horeb? Zie je dan nog vuur en bliksem?
Gods pad was door de golven, maar de wateren hebben het weer bedolven!
Zijn voetspoor is uitgewist, geen die nog uw treden gist. Je ziet het niet meer!

Nu begrijp je de moeite van de psalmist. Begrijp je ook de moeite die er kan zijn.
Want uit onszelf, met onze eigen ogen zien we niet altijd het werk van God.
Het vraagt geloof, het vraagt dat je bijbeltje opent. Het vraagt dat je je weer heel goed richt op Jezus Christus. Hij is het, die ook al waren we van God vervreemd, zichzelf gaf. De hemel ging open, vrede kwam op aarde. Jezus werd geboren! Hij stierf voor onze zonden. God zoekt ons op in de moeite. Nee, dan kunnen we ook vandaag niet terug om te zien wat God gedaan heeft bij de rode zee. We kunnen de stal in Bethlehem niet meer vinden, geen kruis meer op Golgotha. De sporen zijn uitgewist. De geschiedenis is verleden tijd. Maar God is wel de weg gegaan van bevrijding en verlossing. Ook het afgelopen jaar was hij bij je. Ik hoop dat je het ziet. Hoe Hij er was, door zijn Woord te geven. Zijn Bijbel. Door de mogelijkheid te geven hier naar de preken te luisteren. Doordat Hij je beschermde en bewaarde. Doordat Hij kracht gaf in moeite. Dat hij de veilige God is van het verbond, die door de doop laat zien dat onze kinderen en onze jeugd veilig zijn bij Hem! Doordat Hij ons leert zien dat we er niet alleen voor staan, maar dat Hij bij je is, ook als er moeite is. Ik bid dat dat je steeds weer voor ogen mag staan!

[Dia 7] En dan belooft God ook voor de toekomst goede leiding. Hij gaf Mozes en Aäron. Mozes die zorgde dat het volk verder kwam, die opkwam voor het volk bij de berg, die Gods woorden overbracht. Aäron die in de tabernakel de offers bracht. Zonder iets af te doen aan het belang van die leiders, mogen we ook geloven dat zij maar tijdelijk waren, een zwakke schaduw van het grote licht, van de grote leider, Jezus Christus die God ons nu gegeven heeft. De psalm eindigt vrij abrupt, maar het eindigt wel met het beeld van de kudde. Jezus wil de goede Herder wezen. Laten we Hem dan ook volgen, door het leven heen. Laten we zo terugkijkend op 2014, het jaar 2015 in mogen gaan. Terwijl wij zien op wat Hij eens deed, terwijl wij we ons vastklampen aan het hart van God. Hij is een God van liefde en genade! Hij zal zijn kinderen zeker niet loslaten, maar ze uiteindelijk veilig thuis brengen, als een goede Herder, door de tijden en eeuwen heen! Amen.


Jeremia 18:6b – Zoals klei in de hand van de pottebakker …

december 30, 2010

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, december ’10

Tekst: Jer. 18:6b

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Hoe ga je 2011 vormgeven?

Heb je in je hoofd al een beeld gevormd van alle dingen die wilt gaan doen?

Een beeld van de dingen die zullen veranderen en een beeld van de dingen die anders moeten?

Welke keuzes ga je maken? Wat ga je afronden en wat ga je beginnen?

Ben je ook nieuwsgierig hoe je volgend jaar op 2011 terug zal kijken? Of je er straks tevreden over zult zijn?

 

Jongens en meisjes, misschien heb je de afgelopen dagen wel iets gemaakt van de sneeuw. Vaak heb je dan ook vaak iets bedacht wat je wil maken. Je hebt misschien een mooie sneeuwpop in je hoofd of een echte kasteelmuur van sneeuw. Soms kan het ook zijn dat het niet lukt, dat je sneeuwbal uit elkaar valt en dat je dan maar opnieuw gaat beginnen. Iedereen die wel eens iets maakt, die weet dat het zo gaat met dingen maken: soms lukt het wel zoals je het in je hoofd had en soms lukt het helemaal niet. Maar wat ben je blij als het precies wordt zoals je gedacht had en wat ben je dan trots. Dit hebben wij gemaakt!

 

Nu gaan we dus een nieuw jaar maken.

Als ik dat zo zeg, dan begrijp je gelijk wel dat je dat eigenlijk niet zo kunt zeggen.

Want wij kunnen wel dingen in ons hoofd hebben, uiteindelijk is God het die ons leven in zijn hand heeft. Hij heeft ons gemaakt en Hij leidt ons leven.

Wij kunnen keuzes maken, wij kunnen met Hem of zonder Hem willen leven, maar Hij is wel degene die ons leidt. Hij is het ook die een doel met ons leven heeft, Hij wil er iets moois van maken. Dat is het doel waar Hij ook in het komende jaar weer verder aan wil werken!

Vanuit wat we lezen in Jeremia mogen we dit nieuwe jaar, 2011,  ingaan, terwijl we zeggen:

Leven als klei in de hand van de pottenbakker

1. Hij maakt je

2. Hij brengt je naar zijn doel

3. Hij vraagt dat je je laten vormen

Als er één iemand nieuwsgierig is naar wat er zal gaan gebeuren, naar wat God zal gaan doen in de toekomst, dan is dat wel Jeremia. Hij moet het volk vertellen dat God hen zal straffen voor hun zonden, terwijl de andere profeten allemaal zeggen dat het goed zal blijven gaan. ‘Wij zijn Gods volk! Wij hebben de tempel, de tempel van de HEER’. Jeremia moet komen met een boodschap van oordeel, terwijl hij er nog niets van ziet. In het vorige hoofdstuk (17:15) hebben de mensen het zelfs aan hem gevraagd: wat komt er uit van de woorden van HEER? Dat wil zeggen: Jeremia, je zegt veel, maar we zien er nog maar weinig van. Gebeurt er nu echt wel wat jij zegt?

Om Jeremia te leren hoe God met mensen omgaat en hoe hij hen de toekomst inleidt, moet Jeremia naar de pottenbakker gaan. Ook wij kunnen daarvan leren hoe God ons de toekomst in wil leiden.

Om naar de pottenbakker te gaan moet je naar het zuidoosten van de stad gaan. Daar loop je de heuvel af en dan kom je bij de rivier. Daar bij het water in het dal staan veel huizen van de pottenbakkers. Er zijn grote bakken waar ze het water en de klei, de leem met elkaar mengen. Er zijn hopen met scherven van potten die kapot gegaan zijn en daar heb je ook de werkplaatsen van de pottenbakker. In Jezus Sirach lezen we hoe de pottenbakker in die tijd werkte: ‘Zo vergaat het de pottenbakker die aan het werk is, en met zijn voeten het wiel draait. Met zijn handen vormt hij de klei, met zijn voeten kneedt hij hem.’ (38:29,30).

Jeremia loopt naar binnen. Daar is net de pottenbakker bezig om een mooie pot te maken. Hij draait met zijn voet aan het wiel. Je had als pottenbakker namelijk een speciale werkplek om je potten te maken. Onder de tafel is een wiel, een platte schijf, waar je met je voet aan draait, dat wiel via een as verbonden met een andere draaischijf boven het werkblad. Daarop legt de pottenbakker zijn klomp klei en door te duwen met zijn handen, als de klei ronddraait, krijg je een mooie pot. Een vaas, of een kruik, of een pot om van alles in te bewaren. In die tijd was aardewerk nog veel belangrijker dan in onze tijd dat we allerlei soorten plastic hebben.

 

Nu er een nieuw jaar begint mag je weten dat je bent als klei in de hand van de pottenbakker. Je leeft hier niet zomaar, nee, je bent gemaakt, geschapen door je hemelse Vader. Het woord voor pottenbakker is eigenlijk: ‘maker, formeerder’. Zo mag je nu weten God is je formeerder. Hij heeft je gemaakt. Hij zag je al in de buik van je moeder. Hij heeft je afgelopen jaar geleid. Ook in het nieuwe jaar mag je weten dat hij met je bezig gaat. In Jes 64:7 wordt het beeld van de pottenbakker en de Vader ook naast elkaar gebruikt. Here, wil toch aan ons denken. U bent toch onze Vader, en wij uw kinderen. Wij zijn toch klei, door u gevormd, het werk van uw handen?

 

Zoals klei in de hand van de pottenbakker, zo ben jij in mijn hand, zegt de HEER.

Als je het nieuwe jaar misschien onzeker instapt, mag je deze woorden in je hart sluiten.

Als je vragen hebt over gezondheid, als je jaren beginnen te tellen.

Als je als jongere vragen hebt over God, over je relatie, over je opleiding.

Als er onzekerheid is wat betreft werk en inkomen, zorgen over kinderen.

Als je niet weet wat de toekomst gaat brengen, ontvang die dan als een bemoediging:

God wil je Vader zijn, of zoals het jaarthema zegt: Heer u bent mijn leven.
zo weet ik mij veilig, want Uw hand laat mij nooit los.

Je mag veilig zijn, als kind aan Vaders hand, als klei in de hand van de pottenbakker!

2. Hij brengt je naar zijn doel

Jeremia is nog niet uitgekeken. Hij ziet niet alleen dat de klei door de pottenbakker gemaakt wordt, Hij ziet ook dat het wel eens misgaat.

Net als je sneeuwpop of sneeuwmuur wel eens mislukt,

net zoals dat wat je zelf maakt wel eens verkeerd gaat,

zo gaat dat ook bij de pottenbakker wel eens mis.

Soms is de structuur van de klei niet goed, is de klei te hard of te zacht en kan hij het niet goed in vorm krijgen. Soms zit er net een steentje op de verkeerde plek, dan heb je als je het weghaalt een gat en als je het laat zitten een bobbel.

Wat doet de pottenbakker dan? dan begint hij opnieuw.

Misschien dat hij de oude pot in de hoek gooide, maar ook grote kans dat hij het in elkaar duwt en opnieuw begint te draaien. Hij werkt er dan aan, zodat hij een pot krijgt, precies zoals hij die zich had voorgesteld.

Als Jeremia dit gezien heeft, ontvangt hij een nieuw woord van God. Want hiermee wil God het volk iets leren. Hij kan met het volk zelfde doen, als de pottenbakker met zijn klei doet. Dan begrijp je dat God soms iets zegt, ergens aan begint en het dan toch niet doet of verandert.

In vers 7 en 8 legt God uit dat Hij zijn profeet kan laten zeggen dat Hij een volk zal gaan verwoesten, zoals je een stad verwoest, zal gaan uitrukken, zoals je een plant uitrukt, of zal gaan ombrengen, de mensen zal gaan doden … dat is dan het voornemen van God en dat heeft Hij laten weten. Zoals hij dat de laatste jaren keer op keer aan het volk van Juda heeft laten weten. Daarvoor was Jeremia aangesteld als profeet. Zo liet hij dat ook eens door zijn profeet Jona aan Nineve weten: God zou de stad Nineve in drie dagen omkeren, als ze zich niet bekeren …. Maar toen ze zich wel bekeerden, deed God dat niet. En was Jona boos op God. Zo zegt God ook hier: als het volk breekt met de boze praktijken, dan zie ik af van het onheil waar ik het mee wilde treffen.

Maar andersom kan het ook gebeuren (vers 9 en 10). God kan tegen een volk zeggen dat Hij het zal opbouwen en planten. Zo had God beloften gegeven aan Israël, aan Juda, aan Jeruzalem, aan het huis van David. Daar voelden de mensen zich ook veilig bij. Ze dachten, wij hebben God en de tempel ons kan niets gebeuren …. Maar zegt God, als het volk dan niet luistert en doet wat slecht is mijn ogen, dan zie ik af van dat wat ik beloofd heb. Daarom moeten de mensen nu gelijk stoppen met zondigen en hun eigen plannen volgen. Want nu zegt God tegen het volk: ik ben niet tevreden over jullie, jullie bereiken zo niet het doel dat Ik wil, dit maaksel van mij als pottenbakker mislukt, daarom beraam ik kwade plannen tegen jullie!

 

Zoals God bezig is met het volk, zo is Hij vandaag ook met jou bezig. Hij wil van het volk een ‘vat tot zijn eer maken’. Hij wil dat het goed en mooi wordt, en Hij weet precies hoe het zijn moet. Hij heeft ook met jouw leven in 2011 een doel. Hij wil je leiden op de weg naar zijn heil. Hij wil dat je de vergeving van Jezus Christus aanneemt en dat je je laten vernieuwen door zijn Geest. Zodat je leeft in liefde, terwijl God de de eer krijgt van je leven. Maar die weg gaat Hij niet zonder jou. Het is een verbondsmatige omgang die hij met zijn kinderen wil hebben. Hij schakelt ons niet. Hij wil dat we ons laten vormen tot zijn eer, dat we ons laten kneden. Hij wil dat we die weg ook gaan in geloof. Hij geeft zijn beloften aan jou, aan het begin van het leven bij de doop, op het moment van je belijdenis en het aan begin van je huwelijk, bij de aanvaarding van je ambtswerk. Hij geeft je ook aan het begin van het nieuwe jaar zijn zegen mee: zijn vrede en genade. Maar hij vraagt ook dat je dan met hem leeft, leeft tot zijn eer, je leven op hem afstemt en leeft vanuit zijn genade en op de wegen die hij wijst. Als je denkt: met mij zit het wel goed, dan kan het wel eens helemaal mis zijn (denk aan de farizeeër die hoogmoedig bad in de tempel), maar als je beseft dat er soms veel mis is, als je een beroep doet op Gods genade, dan hoef je niet tevergeefs te hopen dat God zijn vergeving zal willen schenken. Als je dan bidt als de tollenaar: wees mij zondaar genadig, dan wil God je genadig zijn! Dan maakt hij jou een vat tot zijn eer!

3. Hij vraagt dat je je laat vormen

De vraag is … wat doe je met deze woorden van God? Wat doe je ermee dat je weet dat God een doel met je leven heeft en ook met jouw in 2011? Je kunt twee dingen doen. Je kunt luisteren naar je eigen hart, je eigen verlangens, je eigen plannen maken en goede voornemens. Misschien zien je al wel veel dingen voor je die je bedacht had: aan werk, aan relaties, aan contacten, dingen die je voor jezelf wilt bereiken.

Als je leest wat het volk van plan is, dan schrik je. Laat ons toch begaan Jeremia, wij willen onze eigen plannen volgen. Wij laten ons alleen leiden door ons eigen hart. Jeremia zegt: Dit is toch ongehoord! Dit kan toch niet … hoe is het mogelijk een God die zijn volk zo liefheeft, die zoveel belooft en zoveel geeft, en toch verlaat het volk Hem. Heb je ooit wel eens gehoord dat de eeuwige sneeuw uit de rotsspleten van de Libanon verdween? Heb je ooit wel eens gehoord dat het water uit de verre bron opraakte? Dat kan niet. Dat gebeurt niet. En toch is dit volk Mij vergeten. Ik zal ze verstrooien en wegsturen, het zal zijn dat iedereen er van huivert. Ik keer hen de rug toe!

Hun afkeer van Gods woord gaat zelfs zover dat ze Jeremia het zwijgen op willen leggen. Zij hebben liever een profeet die alleen goede dingen vertelt, die profeten zijn er genoeg. Jeremia moet maar in de gevangenis. Zo doen we met onruststokers, het lijkt Rusland wel, waar mensen die een andere mening hebben ook achter slot en grendels worden gezet.

Laten we eerlijk naar onszelf kijken: in hoeverre laten we eerlijk Gods woord in ons leven klinken? Klinkt Gods woord echt elke dag, ook voor de kinderen in ons leven. Of laten we de Bijbel dicht? Vinden we het wel genoeg als we alleen de woorden over liefde en geluk uit de Bijbel halen? Laten we de woorden van de preek in 2011 echt toe in ons leven, of hoor je niet welke boodschap de HEER via de zijn ambtsdragers voor je heeft?

Maar je kunt nu ook aan het begin van het jaar je leven in de handen van de HEER leggen. Dat je zegt: Here, welke weg wilt u dat ik zal gaan? Of het nu gaat om mijn persoonlijke groei, om mijn ziekte en moeite, mijn psychische nood. Of het nu gaat over mijn baan, mijn opleiding en mijn relatie. Heer mijn God, Kneed mij en vorm mij, u weet precies hoe ik zijn moet. Kneed mij Heer mij God, ook als het soms wel eens pijn doet. Wanneer je dat gebed op je lippen hebt, dan komt er misschien niet een toekomstbeeld met je zelf in het midden, die geniet van alle het goede dat jij hebt en alle roem die jij ontvangt, maar dan komt er een toekomstverwachting waarin de Here Jezus in het midden staat. Waarin Hij alle eer krijgt, ook door jouw leven. Dan komt er toekomstverwachting waarin de mensen om je heen, dichtbij en verweg, door wat jij gedaan hebt en de liefde die jij gegeven hebt steeds gelukkiger worden. Dan kijk je of alles wat je van plan bent meewerkt richting de komst van Gods nieuwe rijk.

Anno Domini 2011, het jaar des Heren 2011 ligt nog bijna maagdelijk voor u, jou en mij. Ik bid dat aan het eind van dit jaar gezegd kan worden over alle dingen die gebeurde: dit was een jaar tot Gods eer, Annus Soli Deo Gloria. Amen

Liturgie 2 januari 2011 Morgendienst (Hoogh. 9.15) Middagdienst (Beilen 16.30)
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Psalm 121 Psalm 121
Wet
Zingen Gezang 140:1, 2 (alle roem)
Gebed
Lezen Jeremia 18:1-18 Jeremia 18:1-18
Zingen Psalm 31:9,11,14 Psalm 31:9,11,14
Tekst Jeremia 18:6b Jeremia 18:6b
Preek
Zingen Ps 144:2,5,6 Ps 144:2,5,6
Geloofsbelijdenis
Zingen Gz 147:1,3 en 4 (Maak muziek)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 111 (Jezus leeft) Gz 111 (Jezus leeft)
Zegen en amen

Liturgie Oudejaarsavond 19:30 (Beilen)

december 28, 2010

Zingen: Ps 124: 1 en 3 (staande)

Gebed

Lezen: Ex 12,5-13

Lezen: 1 Kor 7,28-35

Zingen: Ps 90,1.6.8

Tekst: 1 Kor 7,29-31

Preek

Zingen: Ps 62,3.4.5.6

Geloofsbelijdenis Gz 123,1 (+Geloofsbelijdenis+) 5 (staande)

Zingen: Lied 397:1,3 (O God, die droeg …)

Gebed

Zingen: Lied 397:4,6

Collecte

Zingen: Lied 300,1.4.5.6 (staande): eens als de bazuinen …