Zondag 46 – Christus leert bidden: Onze Vader die in de hemel woont!

januari 25, 2016

Preek Heemse, 24 januari 2016
Tekst: Mat 6:1-18 / Zondag 46

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Voor Bertus is het best wel eens lastig om te gaan bidden. Hij bidt regelmatig. Noemt God graag ‘Onze Vader’. Maar soms heeft hij gevoel dat hij te vaak hetzelfde zegt. Hij vindt het dan lastig om zijn aandacht er goed bij te houden. Om niet te vervallen in dezelfde vaste dingen. Bidden is voor zijn idee vaak een stukje gewoonte. Het voelt soms als bidden op de ‘automatische piloot’.

Diana vindt het juist fijn om te bidden. Ze noemt God wel eens ‘Papa’. Ze vindt het heerlijk om de dingen die haar bezighouden met God te delen. Soms is ze alleen wel eens verwonderd: hoe is het toch mogelijk dat ik zomaar met mijn Vader in de hemel kan praten. Ik als zondig mens, die toch nog best wel verkeerde dingen doe. Wat een wonder eigenlijk dat ik zomaar met God mag praten!

Pascal wil wel graag bidden, hij noemt God graag ‘machtige God’, maar soms vraagt hij zich wel eens af: Kan God mij wel horen en zien. God is zo groot. Hij woont in de hemel. Ik ben maar een millimeter als je het vanuit de hemel bekijkt. Hoe kan hij dan toch mij horen en helpt hij mij echt bij mijn vragen aan hem, ook als die lastige dingen gebeuren, als ik zo graag genezing wil of zo graag mijn gebed verhoord wil zien!

En u? Als ik uw of jouw naam in zou vullen? Op welke manier begin jij je gebed en noem jij God in je gebed? Wat zegt dat over manier waarop jij met God omgaat? God wil graag gebeden zijn: laten we van de Here Jezus leren hoe we ons gebed tot God dan mogen beginnen. Want als je met de juiste houding begint, weet je dat je je gebed op de goede manier bidt!

Christus leert ons bidden: Onze Vader die in de hemel woont!
Onze Váder die in de hemel woont: God van liefde
Ónze Vader die in de hemel woont: God van zijn volk
Onze Vader die in de hémel woont: de machtige God

Christus leert aan het begin van zijn optreden, in de Bergrede, hoe het goed is om te bidden. Hij is in discussie met de Farizeeën: de leiders van het volk. Zij hebben van God een God gemaakt die ver weg staat. Een God van wie je de naam niet eens meer mag noemen: in plaats van JHWH zeggen ze: ‘De almachtige’, ‘de heilige’. Zij hebben het idee gekregen dat bidden vooral een prestatie is. Je moet maar vaak bidden, je moet maar veel bidden, je moet het maar doen voor het oog van de mensen. Dat is eigenlijk net als de heidenen: zoals heel veel mensen met godsdienst en goden omgaan. Als wij de goden of godheid maar gunstig stemmen door veel voor hen te doen, dan zullen ze ons ook wel gunstig zijn. Bid maar veel en vaak en dan vind je genade bij God.
Wordt ons in de manier van bidden ook niet een spiegel voor gehouden? Soms kun je ook denken: God zal mij wel niet zo goed vinden, want ik bidt weinig. Of je kunt denken: zou ik wel tot God mogen komen, als ik in mijn leven zoveel zondige dingen heb? Denk aan wat ik net zij over Diana, zich afvraagt hoe het mogelijk is dat ze zomaar bij God kan komen.
Wanneer Jezus zijn optreden begint, stelt Hij die verkeerde houding van de Farizeeën aan de kaak. Of het nu gaat over het geven van giften, over het bidden of over het vasten zodra je het doen om daarmee iets te verdienen, omdat je jezelf goed vindt of omdat je denkt dat God je dan wel goed zal vinden zit er iets verkeerd. Jezus wil geen schijnheilig gedrag en al helemaal niet dat God een verre God zou zijn bij wie je je plekje moet verdienen, bij wie je de verhoring van je gebed zou moeten verdienen.
Jezus wil de mensen weer opnieuw leren wie God is. God is niet in de eerste plaats een strenge, verre God, voor wie wij alles moeten presteren. Nee: Hij is de God van het verbond. Hij is in liefde naar ons toegekomen en heeft zijn eigen Zoon gegeven. Wat heeft God veel voor ons over gehad. Zijn eigen Zoon leed aan het kruis … dank u Heiland voor uw lijden, voor uw angst en nood, voor de weg die U, als de Zoon van God, gegaan bent voor ons. U maakt het mogelijk maakt dat wij, ondanks onze zonden, kinderen van God kunnen zijn. Wat een liefde!
Was God in het Oude Testament dan niet zo? Ja daar was Hij ook al liefdevol. Daarom zei Hij in het oude verbond al tegen zijn volk: Ik was er, Ik ben er en Ik zal er zijn. Noem mij daarom maar JHWH. Maar die omgang met God, uit liefde, was het volk door de Farizeeën kwijtgeraakt. Zij leerden de mensen leven als knechten, je werd zelf aan het werk wordt gezet. Nu komt Jezus hen weer leren wie JHWH echt is: Hij geeft het volk de liefdevolle God terug en leert hen weer de God van het verbond kennen. Dan mag Hij in het nieuwe verbond hen met name de naam ‘Vader’ leren. Nu Gods Zoon gekomen is, mogen we met name die naam op de lippen nemen.
Jezus leert dus niet wat anders dan God in het Oude Testament! Hij gaat juist verder in dezelfde lijn. Kijk maar eens in de psalmen hoe vertrouwelijk de mensen met God kunnen praten. Wat er daar al gesproken wordt over Gods genade en zijn liefde. HEER, U bent mijn redding, mijn behoud!
Als we tot God komen mogen we die houding aannemen. En mogen we elk gevoel dat we het niet waard zijn, dat we eerst iets moeten verdienen, dat we wat moeten presteren voor God wegdoen … want Jezus zegt: Noem God maar Vader! In dit korte stukje wordt God heel vaak zo genoemd: God is mijn Vader en ik ben zijn kind!
Zo leert Jezus ons om in termen van het gezin met God te praten. Als je gaat bidden, aarzel dan niet of God je wel wil horen. Een Vader houdt niet pas van zijn kinderen, als ze genoeg voor hem gedaan hebben en lief genoeg geweest. Een Vader houdt van zijn kinderen, omdat het zijn kinderen zijn. Hij wil hen het goede geven. Dan zal zeker de hemelse Vader als de echte en betrouwbare Vader je het goede willen geven! Daarom zegt God: Spreek mij aan als Vader!
God wil dat we in liefde met hem omgaan. Wie niet snel en gedachteloos die eerste woorden van zijn gebed zegt, maar heel bewust begint met te zeggen: ‘Onze Vader’, die zal ook minder snel afgeleid zijn in zijn gebed. Die zal zich beter kunnen concentreren. Zoals je met een goede vader graag praat en aan Hem je dank, je zorgen en je wensen bekend maakt, zo mag dat ook bij de hemelse Vader. Wie het wonder beseft dat God zoveel om je geeft dat Hij je aanneemt als zijn kind: die wordt gegrepen door die liefde en zal ook steeds meer in aandacht tot God kunnen bidden! Opwekking 399

2. Christus leert ons bidden: Onze Vader die in de hemel woont! Ónze Vader die in de hemel woont: God van zijn volk. In het tweede punt willen we er vooral op letten, dat we niet zeggen: ‘mijn Vader’, maar ‘onze Vader’. Natuurlijk mag je ook zeggen ‘mijn Vader’. In Psalm 27 roept David God aan en hij heeft het over mijn licht, mijn behoud! Maar Jezus leert ons hier te bidden onze Vader, en ik hoor daar iets heel moois in. We zijn maar niet in ons eentje met God verbonden. We mogen in de gezinssfeer met God omgaan: Hij is onze Vader, maar dat betekent ook dat we broers en zussen gekregen hebben met wie we die Vader kunnen aanroepen.
We leven in een tijd, waarin het makkelijk kan gaan over onszelf. De relatie tussen God en mij is belangrijk. Maar het is goed om te zien, dat we aan elkaar gegeven zijn als broers en zussen. In de kerkdiensten en juist bij het avondmaal wordt dat ook zichtbaar: Je viert dat niet in je eentje. Je viert dat omdat Christus zijn lichaam gegeven heeft voor zijn volk, voor de gemeente. In het oude verbond was dat volk heel duidelijk het volk Israël, maar nu geeft God zijn kerk en zijn gemeente. Het is ook belangrijk om dat te beseffen.
Ik merk wel bij sommigen dat ze zeggen: het gaat er toch om dat je in Jezus gelooft. Dat het tussen jou en God goedzit? Maar laten we ook het belang van de kerk beseffen: God geeft je aan elkaar, om samen kinderen van de hemelse Vader te zijn. Daarin geeft Hij ons ook de opdracht om naar elkaar om te zien en samen voor elkaar te bidden. Laten ons daar ook steeds op toeleggen. Bid je voor de mensen die in het kerkblad genoemd zijn? Bid je voor elkaar als broeders en zusters? Bid je voor de zondagse kerkdiensten? En tegelijk let de dominee en kerkenraad erop dat in het zondagse gebed ook de noden die leven in de gemeente bij God gebracht worden? God roept je steeds weer op om die band met elkaar niet uit het oog te verliezen, maar je in te zetten met elkaar. Samen zijn we kinderen van één Vader!
Ook in de psalmen zie je steeds weer die beweging: het kan heel persoonlijk zijn, ik zit in de put, ik heb mijn moeite, ik ben blij en dankbaar, ik prijs God. Ik vraag of God mij de weg wil wijzen: ‘Heer wijs mij toch zelf de wegen’, ‘Gods vertrouwelijke omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont’ maar toch komt dan ook steeds heel het volk weer in beeld: Heer wilt u omzien naar Israël, wilt u omzien naar heel uw volk.
Bidden is maar niet een aller-individueelste bezigheid, bidden plaatst je midden in het volk van God.
Als je bidt word jouw gebed, samen met de gebeden voor je broeders en zusters door Jezus gebracht voor Gods troon! (zingen Psalm 133:1, 3)

3. Tenslotte Christus leert ons bidden: Onze Vader die in de hémel woont: de machtige God. Als je zo, alleen, of samen met anderen tot God komt, mag je weten dat Hij naar je wil luisteren. Het is goed om te beseffen dat Hij in de hemel woont. Dat betekent dat je niet klein hoeft te denken van zijn kracht en macht. Als ik tot Hem bid, is dat nog wel wat anders dan dat ik tot een aardse Vader bidt. Hij woont in de hemel! Hij kan mij horen en Hij kan mij zien! Hij wil heeft ook de macht om mijn gebed te verhoren.
Stel je maar eens voor hoe geweldig God daar troont in de hemel. Zij macht en luister, het licht, de engelen en serafs, Christus die voor ons bidt aan Gods rechterhand. De regenboog van Gods trouw die om Hem heen staat. Zoals Stefanus dat mocht zien in de hemel. Zoals Johannes in Openbaring in de hemel mag kijken: Degene die daar zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruitzag als smaragd.
Ja maar, hoe kan het dan dat Hij zoveel gebeden tegelijk kan horen? De vraag van Pascal in de inleiding. Als we daar als kleine mensen over na gaan denken, kun je er niet bij. Net als je niet kunt begrijpen wat een eeuwigheid is, of dat er geen tijd meer zal zijn, of hoe ontzagwekkend groot het heelal is. Je wordt er stil van als je hoort over miljoenen lichtjaren. Toch is God zo groot en machtig dat hij in staat is vele gebeden tegelijk te horen, om ook het zachtste gebed van een kind of kleuter, of van een oude man of vrouw te horen, ja, Hij weet zelfs al van tevoren wat wij Hem willen vragen. Van verre kent Hij mijn gedachten, en voordat er een woord op mijn lippen is, heeft Hij het al gehoord. Laten we daarom als we beseffen hoe groot God is, dát maar gelovig in zijn handen leggen en daardoor vooral vertrouwen krijgen: Hij is zo groot en machtig dat hij dus ook mijn gebed kan verhoren. Ps 116 drukt het heel mooi uit: ‘Hij neigt zijn oor’, als het ware buigt God zich uit de hemel naar ons toe om onze gebeden te horen!
Tegelijk mogen we naar onszelf kijken: in Mat 6, gelijk naar het onze Vader staat ook dat we onze gebeden niet moeten laten belemmeren, doordat we zelf niet aan anderen vergeven. Wie als man niet leeft op een goede manier met zijn vrouw, zijn gebed wordt belemmert. Wie zijn oren afwendt van de wet zijn gebed is een gruwel voor de HERE. Wie bidt als egoïst is verkeerd bezig. Wie geen liefde toont voor de ander, geen open houding heeft, die zijn zonden zullen niet vergeven worden.
Als de machtige vader kan Hij geven wat we nodig hebben, omdat Hij Vader is wil Hij dat ook. Hij zoekt wat goed is voor zijn kinderen. Tegelijk kan de moeite dan wel eens zijn: als Hij het hoort vanuit de hemel, waarom krijg ik dan niet altijd wat ik vraag? God verhoort soms anders en soms later dan wij willen. God weet wat uiteindelijk goed voor ons is en zal ons geven wat dienen moet tot ons heil.
Heeft bidden dan zin? Ja! Juist in dit gedeelte waarin Jezus leert bidden en wil dat het op een goede manier bidt, komt keer op keer voor dat God een God van nabij is. In plaats van de ‘eeuwige’, of de ‘levende’, mogen wij Hem zelfs vader noemen. God ziet ons zelfs als je in de binnenkamer bidt, Hij kan in het verborgene kijken (vs. 4/6/18). Of het nu gaat over de aalmoes, het vasten of het bidden keer op keer zes keer zegt Jezus in dit gedeelte jullie Vader. Juist wie weet dat God almachtig is, mag weten dat God je ziet en weet wat je nodig heeft. Laten we daarom ons steeds in vertrouwen tot “onze” Vader wenden. We hoeven niet aarzelen om tot Hem te komen. Of je nu Bertus, Pascal of Diana heet, of hoe je zelf ook maar heet: Heel bewust mogen we het gebed beginnen en God aanspreken als “onze Vader, die in de hemel is”! Amen


Zondag 39 – Neem Gods woorden die je via je ouders hoort ter harte!

december 16, 2015

Preek, Heemse, 13 december 2015
Tekst: Zondag 39, Spreuken 1:7-9 (viering en nabetrachting Heilig Avondmaal)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Kees-Jan is zeven en zit in de kerk. De eerste keer mee naar de kerk was nog wel spannend, maar nu vindt hij het niet zo leuk. Hij zit te draaien, vraagt telkens hoe lang het nog duurt. De volgende keer zegt hij: ik ga niet mee ik vind het maar saai in de kerk. Misschien vind jij het ook wel eens dat de kerkdienst lang duurt. Wat kan het lastig zijn voor jou als ouder om dan goed te reageren. Je hebt belooft om ze te onderwijzen in geloof. Thuis heb je het vaste moment om voor te lezen uit de kinderbijbel. Maar je vindt het lastig om Kees-Jan toch steeds weer mee te nemen naar de kerk.

Een half jaar geleden was de belijdeniszondag. Veel jongeren zeiden ja tegen God. Ze vieren vandaag avondmaal mee. Je bent als ouders dankbaar, ook omdat je beseft dat je zelf het geloof niet kan doorgeven. Maar Piet wil helemaal niets meer van God weten. Hij ging nog een tijdje naar de kerk om zijn ouders. Maar eigenlijk zei het hem niets meer. Hij geeft aan niets meer van God te willen weten. Als ouders voel je het moment aankomen dat afgekondigd gaat worden dat hij zich onttrokken heeft. Je voelt als ouders de pijn. Is je opvoeding nu mislukt? Had je niet het grote verlangen toen God je een kind gaf en je met je kind bij de doopvont stond, dat hij ook later zelf ja tegen God zou zeggen?

Een ander voorbeeld: ‘Mijn vriendinnen geven een feest, en nou moet ik van mijn ouders om 00.30u thuis zijn. Belachelijk toch! Waarom zou ik naar mijn ouders luisteren. Anderen mogen ook veel langer blijven en ik weet echt wel wat ik doe. Waarom zou ik me iets van hen aantrekken? Ik bepaal toch zelf wat ik doe, ik ben al oud genoeg!’

Vandaag gaat het over het gebod ‘Toon eerbied voor je vader en je moeder’. Wat betekent dat in deze tijd? Waarom geeft de Here dit gebod? Hoe kunnen we als ouders op een goede manier onze kinderen opvoeden?

[dia 2] Neem Gods woorden die je via je ouders hoort ter harte!
1) Hoor die woorden
2) Spreek die woorden
3) Toon eerbied voor die woorden
[dia 3.1] In Israël gaan de jongens en meisjes op een gegeven moment naar een speciale school waar ze wijsheid leren. Wijze levenslessen over hoe je goed en slim in het leven kunt staan. Maar als de schrijver het dan opschrijft in zijn boek, terwijl de kinderen bij die eerste lessen nog op het puntje van hun stoel zitten omdat ze het goed willen horen, legt hij eerst uit waar de wijsheid begint. [dia 3.2] Het begint bij het kennen van de Heer. Hij heeft je gemaakt, je mag Hem herkennen in een mooie zonsondergang, in het eekhoorntje dat Hij gemaakt heeft, in je lichaam dat elke jaar zomaar weer een paar centimeter langer wordt, in de liefde die Hij voor jou heeft. Dat Hij als een hemelse Vader voor jou wil zorgen, ook al ben je een zondig mens. [dia 3.3] Een mens die uit zichzelf niet op God gericht is. De God die zich liet zien in de gebeurtenissen met Israël: dat Hij zelfs als alles dood leek te lopen weer een weg kon openen, en het volk door de Schelfzee kon laten gaan. Die de hemel opende en Jezus Christus gaf als verlosser: als degenen die voor onze zonden gestorven is.

[dia 4.1] Maar dan zegt hij ook: het is hier op deze school niet zo dat we een nieuwe start maken. Hij sluit aan bij thuis. Hij zegt: luister naar de lessen van je vader, verwaarloos niet wat je moeder je leert. [dia 4.2] God heeft allereerst je vader en moeder gegeven om je een weg wijzen in het leven. Om je te vertellen over de Here, maar ook om je te leren wat gezond en wat ongezond is, wat slim is en wat dom is, hoe je goed voor jezelf zorgt en hoe je jezelf in de nesten werkt. En geloof maar dat ze het goed met je voor hebben: ze hebben je het licht doen zien, je rond gedragen toen je huilde, je eten en drinken gegeven. Later zegt spreuken: ‘Als je je vader en moeder vervloekt, wordt je levenslicht gedoofd in de diepste duisternis.’ Hij zegt dus: luister naar ze. Dat wil niet zeggen: ‘je trommelvlies heen en weer laten gaan en dan gewoon doen wat je zelf wilt’. Nee, dat is luisteren en het ter harte nemen. Je mobieltje of boek even wegleggen zodat het echt tot je door kan dringen. En dan er ook naar doen … ook al past het jou niet dat je op tijd moet zijn voor het eten, wil jij liever je computerspel afmaken, wil jij liever wel naar dat feest, of heb jij niet zoveel zin om naar de kerk te gaan. Wie wijs wil zijn: luistert naar het onderwijs van zijn vader en moeder! Natuurlijk mag je voor jezelf leren denken, zelfstandig worden, soms je neus stoten, moeten ouders je ruimte geven: maar dat bekent niet dat je je ouders gewoon kunt laten praten. Soms moet je gewoon naar ze luisteren wat je hormonen of vriendinnen ook zeggen.

[dia 5.1] Daarbij zijn vader én moeder beiden belangrijk. We kennen ook wel zulke wijsheidsscholen ook uit het oude Egypte, maar het bijzondere is dat daar de moeder vaak niet genoemd wordt. De bijbel zet, dwars tegen de gewoonte van die tijd in, de moeder op een voetstuk. Kan zelfs in Leviticus 19:3 zeggen: toon respect voor je moeder en vader. De moeder komt voorop. En daarbij is het de les van je vader: Je vader kan je duidelijke regels geven, zeggen wat de afspraak is, kan soms straf geven als dat nodig is. [dia 5.2] En bij de moeder staat dan een ander woord. Bij moeder staat niet zozeer ‘vermaan’, maar staat eerder het onderwijs: de gesprekken die je met je moeder hebt. Wat is het belangrijk dat die momenten er zijn: dat er rust is rondom de eettafel, dat je even dat moment hebt als je samen naar de ortho fiets, dat je samen een wandeling maakt. Laten we zorgen dat onze agenda’s niet zo vol gepland staan dat er geen moment meer is voor echte aandacht voor elkaar. Dan moet je echt op zoek gaan naar quality time: maar hoe meer ruimte je voor je kinderen inruimt, hoe meer kans er is dat er ook echt quality time is. Wanneer er opeens een vraag komt, neem je dan ook even de tijd en ga je erop in. Ben je er voor ze om ze ook echt een weg te wijzen, wat goed is en wat niet.

[dia 6] 2) Spreek die woorden
Het is niet altijd makkelijk om in deze tijd goed je kinderen op te voeden. Wanneer het gaat over hoe leg je je kind in de wieg kun je al heel wat verschillende adviezen krijgen en ook over hoe je nu precies het beste borstvoeding geeft. Maar als ze dan ouder worden dan komt er ook veel meer op de kinderen af. Rust, reinheid en regelmatig was vroeger een handige basis in de opvoeding … maar wie lukt het vandaag de dag nog om dat vorm te geven: met zoveel verplichtingen, met soms gebroken gezinnen, zo’n complexe samenleving waarin zoveel gevraagd wordt van de kinderen, een stroom aan informatie via de sociale media die nooit ophoudt, computerspelletjes en berichten die de kinderen bezighouden. Het kan zinvol zijn om die drie r’s van rust, reinheid en regelmatig na te streven.

[dia 6.2] Toch wil ik vooral op een vierde r wijzen: de r van richting. Als ouders mag je vooral je kinderen ook voorgaan in een leven met de Here. Waar steeds meer mensen om hen heen niet meer geloven, niet meer naar de kerk gaan, of God naar de achtergrond laten verdwijnen, mag je heel duidelijk een richting wijzen. We krijgen de woorden van God niet op een briefje, maar God heeft ons wel ouders gegeven waarmee Hij kinderen een weg wil wijzen. Wil laten zien waarom je hier op aarde bent, wat de bedoeling is van je leven, wanneer je echt gelukkig wordt. Je mag als ouder de verhalen van God doorvertellen, je mag als ouder duidelijk een richting wijzen, ook in deze eeuw als er zoveel op kinderen en jongeren afkomt. Je mag een richtingwijzer zijn: soms een weg wijzen in het wirwar van vragen, twijfels, verplichtingen, mails, keuzes die op je af komen. Soms ook een richtingwijzer naar boven: wijzen op God, wijzen op Hem die je gemaakt heeft. Ik hoop zo dat er moment zijn van geloofsoverdracht, binnen het gezin. Dat je met spreuken 23:19 zegt: ‘Luister mijn zoon, wijs wees, kies de juiste weg!’ Bij de tafel, als ze thuiskomen uit school, ’s avonds voor het slapen gaan. Dat je ze trouw meeneemt naar de kerk. En dan kun je veel zeggen, maar uiteindelijk nemen ze vooral over wat je laat zien, wat je voorleeft.

[dia 7] En als de kerkdienst saai is? Als ze geen zin hebben in catechisaties? Dan is het belangrijk dat we als gemeente eraan werken dat we aandacht hebben voor alle leeftijden. Daar wordt veel aan gedaan via kinderbladen, door catecheten, verenigingsleiders. Wat is de jeugd belangrijk: ook voor de kerk geldt: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Laten we daar als gemeente ook steeds open voor staan en oog voor hebben. Zoals we bij de doop ook steeds opgeroepen worden. En soms is het ook een kwestie van gewoon doen: al vindt een kind het saai, toch gewoon meenemen. Ook de zwemles, de school, of de sport is wel eens saai: maar dan zeg je toch ook niet na drie keer: o is het saai, dan hoef je er niet meer heen. Laten we net als bij de andere dingen, uitleggen waarom het belangrijk is: daar kun je je ook in oefenen. Hoe leg ik nu kort uit waarom geloof zo belangrijk is en ik daarin wil groeien Je kunt je kinderen ook voorbereiden op een dienst en doorpraten over de dienst. Op zondag de kerkdienst de eerste plek geven pas daarna kijken of je nog andere dingen wilt gaan. Zo kunnen kerkdiensten hele waardevolle momenten zijn die je samen met je gezin beleeft.

[dia 8] En als je kind uiteindelijk toch een andere weg gaat? Ik las ergens een mooi stukje erover. Over ouders die die pijn voelen. Over de pijn van mensen die hen missen in de kerk. Je hebt met vallen en opstaan je kinderen gewezen op de Here. Hebt goede richtingwijzer willen zijn, maar toch kiezen ze een andere weg. Het kan moeilijk zijn. Een gevoel van gevoel van bezorgdheid over jouw zoon, jouw dochter. Het is een hele kunst om dat dan los te laten. Om daarin ook de accepteren dat kinderen op een gegeven moment op eigen benen staan en zelf keuzes moeten en mogen maken. Of het nu gaat over beroep, partner of … geloof. Dan blijven bidden en voorleven. Opvoeden is vaak ook loslaten. Maar wat nog beter is: leer om je kinderen toe te vertrouwen aan God. Als wij kinderen loslaten, mogen we ze biddend in de handen van God leggen. De God van hun doop. Waar wij onze machteloosheid voelen, onze kinderen in zijn handen leggen.
[dia 9] 3) Toon eerbied voor die woorden
Het vijfde gebod over het eren van onze ouders kan soms een moeilijk gebod zijn. Als ouders door hun manier van opvoeden je een zwaar juk in je leven hebben meegegeven. Als er geen tijd, geen liefde, geen aandacht was. Als er geen veiligheid was. Het kan je leven lang met je mee gaan. De catechismus heeft oog voor het menselijke van ouders. [dia 10] Als ze spreken over ‘goede onderwijzing’, kan er dus ook slechte zijn. Daar hoef je dan niet naar te luisteren. Uiteindelijk zijn we God meer gehoorzaam dan mensen. Je kunt iemand niet eren, als hij geen eer verdient. De spreukendichter zegt terecht: ‘Zoals sneeuw niet bij de zomer past, en regen niet bij de oogst, zo past eer niet bij een dwaas.’ (26:1). Je gaat geen sneeuw in de zomer op het dak leggen: dat smelt zomaar. En als je gaat oogsten, moet er eigenlijk niet teveel regen zijn: een dwaas moet je geen eer geven. Je mag de ouders de eer geven die ze verdienen. Je mag afstand nemen van wat niet goed is. Laten we dan als kerkgezin dicht om zulke mensen heen gaan staan!

[dia 11.1] Daarbij blijft de band tussen ouders en kinderen wel altijd bestaan, ook als je zelf volwassen bent geworden en je ouders oud. Als langzaam de gebreken komen. Als ze verhuizen van hun woning, via een aanleunwoning naar het verpleeghuis. De laatste woning. Eerst vroegen de kinderen: komen opa en oma ook op mijn verjaardag. Maar als ze niet meer kunnen? Blijft de kamer dan leeg, omdat je zelf toch ook je vakantie nodig hebt, de kinderen druk zijn met sport en muziek, met school en feestjes? Omdat je zoveel werk te doen hebt. Zeker in deze tijd waarin er veel verandert in zorg, wijst God ons een weg van het blijven zorgen voor ouderen. Het ter harte nemen van zijn goede onderwijzing ook hierin.
[dia 11.2] Dan is dit een gebod met een geweldige, een grote belofte: wie zijn ouders eert, mag lang leven. Je hebt er niet voor gekozen om deze ouders te krijgen, maar God heeft je deze ouders gegeven. Laten we ondanks alle beperkingen die je bij ze ziet, niet vergeten hoe ze je een richting hebben willen wijzen. Wie waardering heeft voor de wijsheid van de ouderen, die ooit ook eens jong zijn geweest, mag gewaarschuwd zijn voor gevaren. Zet ze niet weg als ‘die ouwe’, maar ziet dat ze je een weg kunnen wijzen naar een stabiel en eerlijk leven. Hoe gebroken het hier ook is. [dia 11.3] Wat mag je dankbaar zijn als je ouders je ook de liefde van God hebben doen kennen. Dan is het maar niet een stabiel leven hier op aarde wat ze je willen geven, dan mag je ook zicht hebben op een eeuwig leven bij God. Een leven in al zijn goedheid en heerlijkheid. Een eeuwig leven. Waar we vandaag bij het avondmaal al iets van hebben mogen proeven. Amen.


Zondag 38 – Vier de rustdag als teken van Gods verbond

november 16, 2015

Preek gehouden in Heemse, 15 november 2015
Tekst: Heidelbergse Catechismus, zondag 38 en Jesaja 56:1-8 en Jesaja 58:13,14

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
In het sacrament van de doop, geeft God een teken en zegel van zijn verbond. God laat zien dat Hij zich aan ons verbindt. Je ziet dat God de zonden af wil wassen, om Christus wil, dat Hij als een Vader voor je wil zorgen, en dat door de Geest in je hart wil werken. Dat mag de basis, de start van je leven zijn: God verbindt zich aan jou, aan Mark. Nu hebben we het vandaag over een ander teken van Gods verbond: over de Sabbat, de rustdag. En eigenlijk zou je mogen zeggen dat de rustdag als teken van God ons ook heel duidelijk laat zien wie God is. Waar het teken en zegel van de doop ons eenmalig gegeven wordt, daar krijgen we elke week het teken van de rustdag. Geen sacrament, maar elke week opnieuw mag je zien en ervaren dat we de week niet beginnen op eigen kracht, maar vanuit de verbondenheid met God, vanuit de rust die God geeft. Als er zorgen zijn, als er verdriet is, als er zulke vreselijke aanslagen in Parijs gebeurd zijn. We mogen onze basis bij de Here zoeken en vinden.

Als we de rustdag goed vieren, dan schijnt daarin de liefde en zorg van God door. We hoeven ons leven niet zelf te maken, we hoeven ons niet eerst zelf te bewijzen of iets verdienen: God begint en we mogen elke week eerst bij Hem komen. Dan mogen we hier al iets proeven, ervaren en merken van hoe er straks voor altijd rust zal zijn: als Jezus weerkomt en de eeuwige sabbat begint. Maar ja, hoe vier je de zondag goed? Hoe wordt het geen dag waarop van alles niet mag, waarop je discussies krijgt over wat wel en niet kan? Hoe vier je de zondag, zodat het werkelijk een dag van rusten, genieten en vreugde wordt, waarin je ervaart dat het goed is om bij God te zijn?

Vier de rustdag als teken van Gods verbond
1) Ontdek de rust van God
2) Gun je handen en voeten rust
3) Zo vind je vreugde in de Heer

1) Ontdek de rust van God. Je zou je af kunnen vragen: is het nodig om het eerst punt zo te noemen. De rust van God ontdekken? We zitten toch in de kerk. We weten toch wel wie God is en wat geloven is. Vertel me nu in de preek over de sabbat maar wat ik wel en niet mag doen en leg maar uit waarom de kerk de sabbat, de rustdag op de zondag viert. Maar toch wil ik eerst een andere stap zetten, je op iets anders wijzen. Op de basis waar vandaan je ook als ambtsdrager mag wijzen. Ik was er net eigenlijk al mee begonnen: in de Sabbat straalt iets door van het verbond van God. En je zou kunnen zeggen: als je dat verbond niet kent, als je de rust van God in je leven nog niet ervaren hebt, dan kun je eigenlijk ook geen rustdag vieren.
Want wat is het mooie van de rustdag? Toen God de mens gemaakt heeft, was de eerste complete dag waarop de mens leefde al gelijk een rustdag. Op de zevende dag rustte God van zeven dagen werken, maar de mens mocht beginnen met de dag van rust. En wanneer God uitlegt waarom Hij de sabbatdag geeft dan legt Hij uit in Deuteronomium 5: Ik wil niet dat jullie slaven worden van je werk. Boven de wet staat al: ik heb je bevrijd van de slavernij van Egypte. Je mag bij Mij ervaren wat het is om ‘vrij’ te zijn, om niet langer als slaaf te dienen. Je mag delen in mijn rust.
[dia] Toen kwam Jezus Christus. Hij stierf voor onze zonden. En juist op de zaterdag, de sabbatdag gingen onze zonden met Hem in het graf. Wat geweldig dat Hij onze zonden weg wil doen! Begraaft! Dat mag je elke dag weer bemoedigen: dat mag ook zichtbaar zijn in de doop. Jezus stond op op de zondag en de kerk viert nu die dag van bevrijding, van opstanding, van nieuw leven als rustdag. Waarom viert de kerk dat? Mensen mochten ervaren dat hun leven, hun geliefd-zijn, niet langer afhing van hun eigen prestaties, van het houden van de wet, maar dat Christus met zijn offer voor alle onze slechte dingen en zonden betaald heeft. Genade zo oneindig groot, voor mij die het niet verdient! Dat is een bepaalde rust, een bepaalde liefde, dat is een genade die je een keer in je leven moet gaan ervaren. Die je hopelijk al ervaren hebt, al spreekt dat niet vanzelf. Ik hoop dat dat ook gebeurt bij u, bij jullie jongens en meisjes, jongeren. Dat je op een gegeven moment ook zelf ervaart wat een blijdschap het geeft dat je met God verbonden mag zijn en dat Jezus je gered heeft. Ik hoop dat Mark dat straks ook mag gaan ervaren.
Die verlossing, die redding mag je vieren op de rustdag. Daar mag je al iets van proeven in het op die dag bij de Here zijn, op die dag mogen stoppen met al de andere dingen die vaak je leven bepalen. Je werk, je huiswerk, je taken waar je mee bezig bent. Alle dingen waarin je steeds weer wilt presteren en jezelf moet bewijzen. [dia] We lazen net in Jesaja dat er ook vreemdelingen waren in de ballingschap, die bij het volk van God wilden horen. Er waren zelfs eunuchen, gecastreerde hovelingen, die bij dat volk wilden horen. Volgens Gods wet kon dat eerst niet; maar nu verandert er veel: het volk is in Babel geweest, er is voor de straf betaald. Jesaja is de profeet die mag aankondigen dat Gods heil wereldwijd wordt. Dat het voor iedereen is. Iedereen die in God gelooft en bij Hem wil horen. God gaat het heil breder maken dan Israël. Maar toch noemt hij dan de opdracht om de sabbat te onderhouden: dat is een merkteken dat je bij het volk van God hoorde, dat je met de Joden mee opging om hun God te dienen. Daaraan kon je zien dat je een dienaar van JHWH wilde zijn. Dat je zijn rust had leren kennen!

2) Gun je handen en voeten rust
Zo is het vandaag ook nog met de zondag. In een maatschappij waarin de zondag steeds meer een gewone dag wordt, word je een uitzondering als je de dag van de Here als zijn dag blijft zien. Afgelopen week vroegen Luther en Okto van Papua aan de catechisanten: bid je voor je eten in een restaurant, of val je zo op je eten aan? Lang niet iedereen stak zijn hand op. Door wel te bidden, laat je zien dat jij God dankbaar bent voor het eten. Het onderscheidt je van anderen. Zo is de rustdag ook vaak een merkteken. Eerst niet, toen de Joden nog niet in ballingschap waren. Maar nu wel: nu ze in ballingschap zitten. Het wordt een merkteken, een manier waarop je laat zien dat je bij God hoort. Dan mag je het zeggen: Ik heb de rust van God leren kennen. Ik ken zijn genade en vaderzorg. Dan wil ik ook elke week eerst met Hem beginnen, met Hem verbonden zijn. Juist op die dag iets proeven van de eeuwige rust die Hij mij belooft.
En mag je dan niets? Het valt op dat Jesaja het gebod van de rustdag negatief invult. Je moet niet gewoon je gang gaan, je mag geen handel drijven, geen zaken bespreken, je moet de sabbat niet ontwijden, je moet je hand onthouden van het kwaad. Positief zegt hij: gun je voeten rust op de sabbat. Toch zijn er dus een aantal dingen die je gewoon op de rustdag niet moet doen. Het kan voor ons een les zijn: waar je misschien eerst het idee hebt, wat vervelend dat iets niet mag, dat ik niet kan doen waar ik zelf zin in heb, kan kennelijk God goede bedoeling met de rustdag goed tot zijn recht komen, door tegen sommige dingen gewoon ‘nee’ te zeggen.
We leven steeds meer in een tijd waar een gemeenschappelijk afspraak over de invulling van de zondag verdwijnt. Ik zie verschillen onder kerkmensen toenemen. Sommigen hebben voor de zondag allerlei afspraken, gaan sporten of ondernemen van alles, terwijl dat vroeger echt niet zou gebeuren. Toch is het goed om tegen sommige dingen gewoon ‘nee’ te zeggen. Ik heb dat in zomervakantie laten zien in de preek over het sabbatsjaar, de opdracht om je land eens in de zeven jaar braak te laten liggen. Wanneer wij als mensen altijd maar doorgaan, wanneer je slaaf wordt van je werk of huiswerk, van de verplichtingen van familie of vereniging, dan word je geleefd. God geeft ons één dag om echt tot rust te komen: om bezig te zijn met de belangrijkste dingen van het leven. Hem liefhebben en de naaste als jezelf. Juist vanuit de rust kun je dan ook weer met nieuwe energie en motivatie, met een goede motivatie het dagelijks leven weer in.
Juist vandaag de dag mogen we extra de waarde van een rustdag zien. De telefoons, sociale media, internet het gaat steeds meer elk moment van ons leven beheersen. Ik doe er net zo hard aan mee, en het is vaak heel handig. Maar als je er niet bewust mee omgaat word je steeds geleefd door mails, appjes en nieuwsflitsen. Worden kinderen niet meer opgevoed, maar aan het schermpje gelegd. Sommigen liggen tot laat nog in bed met hun telefoon, voor anderen wordt de maaltijd, het moment van ontmoeting, erdoor beheerst en als je niet uitkijkt zit je als je bij elkaar op bezoek bent nog op je eigen schermpje. Ik vond het mooi om te lezen in de serie die het Nederlands Dagblad over de zondag heeft dat iemand zei: Juist op zondag zetten wij de WIFI soms bewust een tijdje uit. Even tot rust komen van alle input, vragen, informatie die je tegenwoordig op zoveel manieren binnenkrijgt. Gun daarom je lichaam en geest één dag in de week rust. Een dag dat je afstand mag nemen van je werk, een dag waarop je weet van ophouden en extra mag genieten van wat God je geeft in Hem en in elkaar en in de gemeente. En laten we er dan een uitdaging van maken om de zondag niet saai te maken, maar juist een dag van extra gezelligheid, van vreugde in God

3) Zo vind je vreugde in de Heer
Zo is de zondag goed voor ons. Is de zondag dan een rustdag, omdat het zo goed voor ons? Omdat wij dan goed aan onze trekken komen? Het past wel helemaal bij deze tijd om het zo onder woorden te brengen. Toch is het jammer als je het doel van de zondag daarin zoekt. Het is niet alleen voor onszelf om te ontvangen, om te krijgen. Het is een dag van de Heer. Het is een dag waarop we vooral zijn rust mogen ervaren. Zo mag je vragen aan het eind van de zondag: niet wat je er zelf aan hebt gehad, maar wat de Heer eraan heeft gehad. Zag Hij dat je koos voor iets anders, of zag Hij dat je Hem op de eerste plaats stelde: en liet jij jouw plek in de kerk tijdens de zondagse kerkdiensten niet leeg? Het is mooi dat je tegenwoordig mee kan kijken op internet of luisteren via de kerktelefoon, het kan een geweldige uitkomst zijn, maar het kan nooit een vervanging van de kerkdienst zijn. De catechismus zegt: trouw tot God gemeente komen, zijn naam aanroepen, de sacramenten te gebruiken, we mogen iets van onze overvloed geven in de collecte, en delen met mensen die het minder hebben. Zo wordt niet alleen de liefde voor God, maar ook voor de naaste zichtbaar en de diakenen geholpen bij hun werk. We mogen onze nood in onze gebeden aan de Here opdragen. Jesaja zegt: als je je voeten rust gunt op de sabbat, dan vind je vreugde in de Heer (58:13).
Doordat je die dag in de beide kerkdiensten, in de ontmoeting dicht bij de Heer leeft, mag je vreugde ervaren. Ik was verheugd … toen men mij zei …. Dat ik in een wereld die in brand staat, rust in de Heer vinden. Ik was verheugd … toen ik de door de Geest van God gevuld, God mocht prijzen en groot maken. Ik was verheugd … toen men mij zei: laat ons naar het huis des Heren gaan, om voor Gods aangezicht te staan!
Nee, dat zal niet altijd vanzelf gaan. Het is iets wat je mag ontdekken. Je moet je er wel eens toe zetten. Het is ook wat hier op aarde omgeven is door onze menselijke beperktheid: maar als je de zondag goed besteedt, zal die vreugde toenemen. Kan het je soms werkelijk pijn doen als het niet of niet meer lukt om de kerkdiensten zelf mee te maken.
Dus dan zeg je niet: Nu moet ik naar de kerk, wat blijft er van de zondag over? Maar op zondag hoef je geen agenda te hebben, mag het de speciale dag zijn om hem te eren. Dat kan ook in de eigen gebed, in je bijbellezen, je eigen dienst aan God thuis. Maar er is op aarde één dag waarop we God in het speciaal mogen dienen: waarop iedereen die kan tot de gemeente mag komen. Dan mag het volk van God samen God de lof zingen. Dat mag de hopelijk door werken in de andere dagen van de week.
Juist als de zondag een dag wordt tot Gods eer, mag je iets van de echte rust, en de verbondenheid met God gaan ervaren. Dan vind je werkelijk vreugde in de Heer. Een voorproefje van de eeuwige rust, de eeuwige sabbat die er straks zal zijn als Jezus weerkomt. Amen


Zondag 36-37 – God heeft zich een naam gemaakt

november 2, 2015

Preek gehouden in Heemse, 1 november 2015
Tekst: Zondag 36.37

Geliefden van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] What’s in a name? Zo kunnen de Engelsen doen alsof een naam niet belangrijk is. Als het beesje maar een naampie heeft. Een naam zou niets uitmaken: zou niets meer zijn dan een etiket en volstrekt niet belangrijk. Nu zou je kunnen denken: als een naam toch niets uitmaakt, waarom maken christenen zich er dan zo druk om als er gevloekt wordt met Gods naam of mensen woorden gebruiken die lijken op vloeken? Dan kun je daar toch wel boven staan?
[dia 2] Toch kun je dat niet zo stellen. Wanneer Mozes in de woestijn God ontmoet en God hem de opdracht geeft om Israël uit de slavernij weg te halen, dan vraagt Mozes: Hoe moet ik U dan noemen? Wat is uw naam? Dat wilde niet zeggen dat Mozes God nog niet kende. Dat hij alleen maar een naam hoefde te horen. Maar hij was bang dat de mensen zouden zeggen: Mozes, je hebt mooie praatjes, maar wie stuurt jou eigenlijk? En hoe kunnen we geloven dat we hier veilig uitkomen?
Kijk en op dat moment geeft God ‘zijn naam’. Dan maakt Hij bekend dat Hij JHWH is. Dat betekent: Ik ben die Ik ben. Deze God is wie Hij is, Hij doet wat Hij zegt. ‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam; Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan; Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
Vroeger heeft Hij waargemaakt wat Hij aan Abraham, Isaak en Jacob beloofd heeft. Hij heeft het volk in het beloofde land gebracht. Maar ook vandaag mogen we God zo kennen: deze God heeft zich laten kennen in Christus. Wie zijn naam kent, wie Hem aanroept: die zal nooit beschaamd uitkomen. Want deze God zal doen wat Hij beloofd, ons vergeven en redden en uiteindelijk voeren naar het hemelse beloofde land!
God heeft zich een naam gemaakt!
1. Doe niet alsof Gods naam niets voorstelt
2. Voorkom dat anderen hem misbruiken.
3. Prijs die naam!
[dia 4] God maakte zich een naam door het volk uit te leiden. Wanneer de andere volken de naam van JHWH hoorden, dan was dat met ontzag. Wat heeft Hij veel laten zien toen het volk bevrijd werd! Met de tien plagen had Hij laten zien hoe groot Hij was, en hoeveel machtiger dan de Egyptische goden.
Maar toen de Israëlieten uitgetrokken waren, waren er niet alleen Israëlieten uitgetrokken, maar er was ook een mengelmoes van anderen meegetrokken, lezen we in Ex 12, 38: een grote groep mensen van allerlei herkomst. Nu lazen we net dat er een conflict ontstond tussen een Israëliet en iemand die de zoon was van een Egyptische vader en Israëlitische moeder, namelijk van Selomit. Samen kregen ze ruzie, en dat bleef niet bij woorden: ze raakten slaags met elkaar en er vielen een paar rake klappen. In het conflict komt de ware aard van die halve Egyptenaar naar voren – en hoe vaak laten ook wij in boosheid niet ons echt kennen? – Zijn aard komt daarin naar voren dat hij Gods naam lastert. Hij beschimpt Gods naam, de God die zulke grote wonderen heeft gedaan. Daarmee vloekt hij. Daarom wordt hij naar Mozes gebracht. Daar wordt hij gevangen gezet en wordt er gewacht wat de HERE zelf aangeeft wat voor straf hij zal krijgen.
Letterlijk staat er dat deze man Gods naam ‘licht maakte’. Dat kan ook bij mensen onderling gebeuren. Wanneer de enorme reus Goliath voor David staat maakt hij ook David ‘licht’. Hij doet alsof David niets voorstelt. Of David niets kan. Moet zo’n jonge, kleine vent tegen mij vechten? Laat me niet lachen! Ook Hagar deed dat: wanneer Sara geen kinderen krijgt, drijft de slavin Hagar de spot met haar en doet alsof Sara helemaal niets meer voorstelt nu zij geen kinderen meer heeft. Zo doet deze halve Egyptenaar alsof de God van Israël helemaal niets voorstelt. Onbelangrijk is. Verachtelijk is. Helemaal niets kan. Terwijl God net zulke grote daden in de uittocht heeft laten zien. Hij heeft zich een goede naam opgebouwd, juist in zijn werken.
De man probeert zijn tegenstander onderuit te halen, door belachelijk over zijn God te spreken. Te doen alsof die God niets voorstelt.

[dia 5] Het is precies dit woord wat ook in het derde gebod staat. We mogen Gods naam niet lichtvaardig, niet ijdel gebruiken. Niet zomaar optillen en op de lippen nemen. Als je dat doet, dan doe je wat een houthakker met een bijl zou kunnen doen. Als je een bijl zomaar optilt, zonder erbij na te denken en er mee rond gaat zwaaien alsof het niets is, dan ben je gevaarlijk bezig! Zo’n scherpe bijl moet je voorzichtig en met respect gebruiken. Daarom moet je ook Gods naam ook niet zomaar gebruiken en al helemaal niet doen alsof die naam niets voorstelt.
Soms kan dat heel bewust gebeuren: dat mensen zeggen ‘God stelt niets voor”. Ik hoef geen rekening met hem te houden. Hij kan toch niets doen in deze wereld. Waarom voorkomt Hij dan niet de ellende en moeite. Als Hij echt God was en sterk was, dan had Hij er wat aangedaan. Jobs vrouw spoort Job eigenlijk aan om dat te gaan zeggen: dat God niets voorstelt. Hij moet God vervloeken: zeggen dat God er niets aan kan doen. Maar dat weigert Job. Hij wil niet doen alsof God niets kan.

[dia 6] Vloek jij wel eens? Doet u wel eens of God niets voorstelt?
Weet je op wat voor manieren wij kunnen doen alsof Gods naam niets voorstelt? Dat is wanneer mensen zonder erbij na te denken vloeken. In elke zin als een stopwoordje Gods naam gebruiken. Ook dat is erg, dan doe je alsof God niets voorstelt.
Het kan ook zijn dat mensen God wel heel bewust noemen, maar hem voor hun eigen doeleinden gebruiken. Bij de kruistochten werd gezegd: “God wil het!”. Hitler had op de soldatengordels gezet: Gott mit uns. In de naam van God hebben veel christenen oorlog gevoerd. Afschuwelijk als je zo vloekt met Gods naam! Als je in de kerk je eigen wil doordrijft en zegt: “God wil het!”
Maar het gaat niet alleen over Gods naam, het gaat ook over Gods werken: als je verkeerd omgaat met de schepping, met de schepselen dan haal je Gods naam eigenlijk ook door het slijk. Als wij de schepping vervuilen: met olie, met stinkende sloten, met dode bossen, met verontreinigde rivieren. Dan spot je met Gods naam en werk.
Vloeken is het ook als je onder ede iets gezegd hebt, maar ondertussen de boel bedriegt. Als je met een stalen gezicht dingen beweerd, maar er ondertussen niets van klopt. Als mensen voor een enquêtecommissie de waarheid verdraaien of verzwijgen. Wanneer je niet nadenkt bij belijdenis, bij het avondmaal, wanneer je zomaar aan tafel gaat, maar ondertussen huichelt, ja dan is je woord tegenover God, ook eigenlijk een vloek geweest.
Maar het meest bekend is het vloeken zelf. Dat God verwenst wordt. Soms uit woede, soms zomaar, om niets. God vindt dat heel erg. Je ziet het aan de manier waarop de Egyptenaar wordt gestraft. Hij moet omkomen door steniging. Gelukkig leven wij niet meer in die tijd, maar het laat wel zien hoe je met een vloek God pijn doet. Er is geen groter zonde zegt de catechismus. Het eerst gebod is erg, omdat je je van God afkeert, het twee omdat je een beeld gaat vereren, maar het derde is het ergste: met een vloek geef je God als het ware een klap in zijn gezicht.

2. Voorkom dat anderen hem misbruiken.
Als je weet hoe erg God vloeken vindt, dan zul je het niet snel doen. Maar toch hoor je steeds weer mensen om je heen vloeken. Wat moet je dan doen?
Laten we kijken wat er met de halve Egyptenaar gebeurden: de mensen moesten voordat hij gestenigd werd, de handen op zijn hoofd leggen. Zelf waren ze als het ware door zijn vloek ook mee besmet. Het raakt je als iemand Gods naam beledigt. Maar nu mogen ze die schuld bij die man neerleggen.
Daarom zegt de catechismus: laat het niet zomaar gebeuren dat mensen vloeken, maar zeg er wat van. Het is verleidelijk te doen alsof je oost-indisch doof bent. Om het maar te negeren. Maar God vraagt dat je in actie komt, als het maar even kan. Een moord of een diefstal laat je ook niet zomaar gebeuren, dan kom je ook in actie. Daarom wordt dat ook van je gevraagd als je in actie komt. Bij vloeken in een boek of op televisie is dat niet zo moeilijk. Die kun je gelijk uitdoen of wegleggen. Maar mensen met wie je hele dag optrekt, samen op je werk zit of samen sport??
Ja maar hoe moet dat dan? Moet ik er altijd wat van zeggen? Allereerst is het belangrijk dat de mensen van je weten dat je christen bent! Dat je daarvoor uitkomt in je gesprekken, dat je dat laat zien in je zondagsbesteding, dat je niet als de ongelovigen je lunchpakket aanvalt alsof het de normaalste zaak van de wereld is, maar dat God dankt omdat hij zorgt voor eten en drinken. Dan is het al heel wat makkelijker om van anderen respect te vragen.
Dan kun je als iemand vloekt zoeken naar een goede manier om er wat van te zeggen. Niet te zwaar, maar misschien kun je er een draai aangeven. Op een ontspannen manier er iets van zeggen. Doe in ieder geval niet te verontwaardigt, probeer als er ruimte voor is uit te leggen waarom het je pijn doet als Gods naam misbruikt wordt.
Ik las een verhaaltje van iemand die met Spurgeon op een schip zat en die regelmatig vloekte. Spurgeon had er al een paar keer wat van gezegd maar hij ging gewoon door. Die man heette Smith. Toen ging Spurgeon terwijl hij bij die man in de buurt was, tijdens de krant lezen, steeds zijn naam noemen. Die man vroeg: waarom doe je dat. Hou eens op. Ik vind het irritant en vervelend. Toen vroeg Spurgeon kunt u zich voorstellen dat God dat ook irritant en vervelend vind als zijn naam steeds misbruikt wordt!?

3. prijs die naam
God wil niet dat we doen alsof zijn naam niets voorstelt, maar dat we juist beseffen dat zijn naam veel voorstelt. Niet licht is, maar zwaar: heilig, vol van heerlijkheid. Dat die naam dan ook niet leeg, of ijdel, maar heilig en met eerbied gebruikt moet worden. De Joden hebben dat zover doorgevoerd dat ze Gods meest eigen naam, JHWH, HERE geschreven met allemaal hoofdletters, dat die naam door hen niet meer genoemd wordt. Maar dan wordt Gods naam te heilig gemaakt. Natuurlijk kun je nooit te eerbiedig zijn, maar het kan ook niet zo zijn dat Gods naam niet meer genoemd wordt. God vraagt juist dat we hem aanroepen, prijzen! Dat we Hem belijden voor de mensen!
Dat wil echt niet zeggen dat we van ons leven een eindeloze kerkdienst moeten maken. God wil juist ook gediend worden als met ons dagelijks werk bezig zijn. Door te werken, naar school te gaan, te ontspannen en plezier te hebben voor Gods aangezicht, terwijl Hij het ziet en kan genieten, maak je zijn naam ook groot. Door goed met zijn schepping om te gaan, prijs je Hem om zijn werken.
We kunnen zijn naam ook goed gebruiken in de eed. Als de overheid, of ons beroep dat van ons vraagt. Laten we, als de gelegenheid zich voor doet ons niet schamen voor die naam, maar die naam vrijuit gebruiken, ook in de eed. Mensen gebruiken die eed steeds minder. Dat is jammer. Juist door de eed kun je je afhankelijk van God opstellen. Laat je niet zien dat je zelf een naam kan maken, maar dat je vertrouwt op Gods grote naam.
God gaf ons zijn naam: HEER, de God van het verbond. Maar die naam hebben we het best leren kennen in Jezus Christus. Hij heeft Gods naam bekend gemaakt: In Hem hebben we de liefde van God voor ons schepselen leren kennen. Hij heeft ons verlost uit de ellende, zodat we heilige kinderen van God zijn. zodat we Hem kunnen loven en prijzen! Laten we in gedachten, woorden en werken steeds meer Gods naam groot maken. Niet om er iets mee te presteren, maar juist: om te laten zien hoe dankbaar we zijn dat deze God zijn naam aan ons verbindt. Die grote naam van God wordt daarvoor nooit genoeg geprezen in ons leven!
O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn. Amen


Zondag 32 – Laat het geloof zichtbaar zijn in je leven

september 28, 2015

Preek gehouden in Heemse, zondagmiddag 27 september 2015
Tekst: Zondag 32, Hebr 12:14-17; 13:1-6

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
‘Laat je geloof zichtbaar zijn in je leven!’ Eigenlijk een vreemde boodschap voor vanmiddag, een preek die niet nodig zou moeten zijn. Het spreekt toch vanzelf dat geloof zichtbaar is, dat mensen aan je kunnen zien dat je gelooft. Is dit niet het intrappen van een open deur, net zoiets als ‘laat zwart een donkere kleur zijn’ en ‘wees blij als je hebt gewonnen’ en ‘Laat de zon stralen’. Dat zijn toch dingen die vanzelf spreken?

Toch is de oproep om je geloof ook echt te leven, van tijd tot tijd weer op zijn plaats. Christus wil graag dat we vruchten voorbrengen, dat ons leven mooi wordt. Het probleem is dat het onkruid in onszelf vanzelf wel de kop opsteekt, maar om te zorgen dat er vruchten groeien en je kan oogsten moet je je steeds weer inzetten.

Dat inzetten is niet iets wat van buiten jezelf moet komen. Er zijn mensen die van geloof heel veel ‘moeten’ maken. O, als je gelooft mag je zeker van alles niet. Moet je heel veel extra dingen doen. En als je dan maar netjes je aan de regels houdt, bijvoorbeeld de dingen die op het blaadje bij de preek staan, dan ben je wel gelovig. Een wettisch geloof. Maar het mooie van de catechismus is dat het begint met de ontmoeting met Jezus: wie Hem leert kennen, wie ziet dat Hij de zonden wil vergeven, die ziet zoveel liefde, zoveel zorg dat je met een binnenpretje, met een glimlach ook het goede gaat en wil doen.
En daarom: zoals de zon niet zonder stralen, en stralen niet zonder zonde. Zo kan het geloof niet zonder werken, en de werken niet zonder geloof. Goede werken komen er als je werkelijk Jezus Christus hebt leren kennen als je verlosser. Maar laat het geloof dan ook zichtbaar zijn: wie gewoon doorgaat met zondigen, niet zich wil bekeren, niet Christus in geloof omhelst zal verloren gaan en niet in het koninkrijk van God komen, zegt de H.C. Daarom is het zo belangrijk om geloof zichtbaar te laten zijn. En laat het dan maar dubbelop zijn, net als wanneer je zegt: ‘Laat de zon stralen’, zo zeg ik ook:

Laat Christus stralen in je leven, laat het geloof zichtbaar zijn in je leven!
1) voor God; 2) voor jezelf; 3) voor anderen
Preek: Laat je geloof zichtbaar zijn in je leven! 1) voor God
Wat is de belangrijkste reden dat je goede werken doet? Waarom zou je je houden aan de geboden van Gods wet? De catechismus is dan met de geniale stap gekomen om het te hebben over dankbaarheid. We doen onze goede werken niet om er iets mee te verdienen, om goed genoeg te zijn om bij God te komen, om een plaatsje in de hemel te verdienen. God is in je leven gekomen. Jij mag Hem leren kennen. Horen hoe Hij zegt: Ik ken je leven, ik weet van je slechte kanten, hoe je soms de hoop verliest, van die zonde die steeds weer de kop op steekt, maar, weet je, ik heb mijn Zoon gegeven voor jou, voor jouw zonden, voor jouw tekorten. Jij mag mijn kind zijn, je mag eeuwig leven met Mij. Wat een liefde. Abba Vader, u behoor ik toe.

En dan mag je uit dank aan God laten zien hoe dankbaar je bent voor dit leven dat je van Hem krijgt. Hoe kun je dat dan laten zien? Daarvoor wijst God allereerst de weg van het gebed: het voornaamste van de dankbaarheid. Zeg het maar tegen God! Vertel het hem maar, hoe dankbaar je bent dat je zijn kind bent. Mijn Vader! Bid maar dat zijn rijk, zijn plan, zijn wil helemaal mag komen. Bid maar dat Hij de eer mag krijgen. Niet mezelf, maar God wil ik danken, prijzen, eren, grootmaken. Abba Vader, U behoor ik toe. Laat mij zijn van u alleen.

En dan mag je ook de goede regels van God leren kennen. Zijn geboden die ons leren om Hem liefde te geven, niet alleen door wat je zegt, maar ook door wat je doet. Door je leven heilig te maken, dat het past bij God. Door van de zondag een heilige dag te maken waarop God op de eerste plek komt. Door alleen op God te vertrouwen. Door zijn naam niet te misbruiken, maar groot te maken en te danken. Door de tijd te nemen om zijn naam en woord ook beter te leren kennen via een bijbelstudie of door zelf bijbel te lezen.
Wie ziet dat hij het leven van God heeft gekregen heeft, mag het leven ook in Gods handen leggen. Hebreeën zegt: wat zou een mens mij aandoen? Ik ben door hem gekocht en betaald. Dan vertrouw ik op Hem. Ook als mijn leven soms een reis door de nacht is, als het niet goed gaat. Soms kun je je heel ongelukkig en alleen voelen. Alsof er niemand is die jou ziet staan. Wat doe je dan? De schrijver waarschuwt voor geldzucht. Dat je zou denken: als ik maar geld heb, dan wordt ik wel gelukkig en zijn mijn problemen weg. De schrijver waarschuwt voor seksuele losbandigheid. Dat je denkt dat je in seksbeelden of vluchtige relaties wel gelukkig kan worden. De weg die God ons wijst is: wees tevreden met wat Ik je geef. Ik ga een weg met jou. Je hebt bepaalde mogelijkheden wat betreft geld of huis: wees tevreden. Als je getrouwd bent, wees tevreden met je eigen man of vrouw, ook al heeft zij of hij zijn eigen moeite, ziekte of karakter. Wees tevreden met wat ik je geef. En als er leegte is of moeite is: stel je vertrouwen op Mij. Leef met Mij, en vind in Mij je geluk! Want juist door mijn goede regels zorg ik dat je echt kan genieten van mensen om je heen, van seksualiteit, van wat je gekocht hebt, van de natuur of van muziek.
Ik hoop dat je zo in je leven ook de tijd neemt om God te danken. Om met Hem te zijn. Om tot zijn eer te leven. Want dat is het doel waarom we hier op aarde zijn: leven tot zijn eer. Alleen aan Hem de eer, Soli Deo Gloria.

Laat je geloof zichtbaar zijn in je leven! 2) voor jezelf
Ik heb een lijstje gegeven bij de preek met allerlei dingen waar je aan kan werken. De vraag is: waar zou je deze week het meest mee bezig kunnen gaan? Het zijn allemaal voorbeelden van hoe je je Christen-zijn kan laten zien en eruit kan leven. Nu is het niet mijn bedoeling om de voorbeelden helemaal uit te werken. We hopen de komende weken stap voor stap door de tien geboden heen te lopen. Vaak preken waar je praktisch ook veel mee kan. Maar vandaag is vooral de vraag: hoe ga je met de regels van God om?

Zie je zo’n lijstje en ga je denk je dan bij jezelf: het is voor mij vaak lastig om de zondag geen werk of huiswerk te doen of mezelf niet te laten vullen door sport; ik ben bang dat ik iets kwijtraat als we vluchtelingen ontvangen; eigenlijk zou ik meer tijd voor anderen moeten maken en minder met mijn eigen ding bezig moeten zijn??

De catechismus zegt: door de vruchten, door je goede werken, mag je zeker zijn van je geloof. Nu zijn er mensen geweest die dat zo opvatten dat ze enorm gaan moeten navelstaren, die enorm onzeker werden, doe ik dan wel genoeg voor God? Houdt Hij dan wel van mij? Ze gaan zo’n briefje of de tien geboden gebruiken als een rapport: als er teveel rood gekleurd is, teveel onvoldoende, dan heb ik kennelijk te weinig geloof. Dan blijf ik zitten.

Maar het mooie is juist dat Christus zegt: geef dat lijstje eens hier! Je hoeft er niet mee te verdienen. Ik geef je voor alles een tien! Ik heb alles voor jou helemaal volmaakt volbracht en gedaan. Ik deed het voor jou in de plaats. Die slechte cijfers die heb ik op mijn rapport gezet, en de gevolgen daarvan … de straf, de boosheid van mijn Vader. Die heb ik gedragen aan het kruis. Maar jij bent geliefd in zijn ogen.

Wat nodig is, is dat je dat gelooft, dat je zo bidt om vergeving van de zonden, dat je Jezus ervoor bedankt.

En dan kun je het vergelijken met een speler die voor een team geselecteerd is. Je mag meespelen in het beste team. Je straalt als je het hoort. Wat geweldig! Meedoen bij het eerste! En zeg je dan bij jezelf: nu ben ik binnen? Nu ga ik ook mijn eigen gang? Of ga je je dan ook inzetten… Natuurlijk ga je dan ook je best doen om te laten zien dat je er helemaal voor wilt gaan. Wie zo met zijn geloof omgaat, die laat zijn geloof zien in de praktijk. Die laat Christus in zijn leven stralen!

En wat bedoelt de catechismus dan met dat zelfonderzoek, met kijken naar wat je doet? Ik zei al: ‘Laat je geloof zichtbaar zijn’, is eigenlijk dubbelop. Daarom mag je door te letten op de mooie dingen die je doet in je leven, zien hoe het er met je geloof voorstaat. Het is bedoelt als steun in de rug, als extra bevestiging, als extra zekerheid.

Kijk ik heb de liefde van Christus leren kennen, nu wil ik die ook in mijn leven laten zien.
Laat ik een voorbeeld gebruiken: Hebreeën roept op om de gastvrijheid in ere te houden. Dat je anderen verwelkomt, dat anderen zich welkom weten, dat je anderen wil helpen. Dan kun je zelf wel eens vragen hebben: ja, maar ik moet ook mijn werk en mijn gezin goed verzorgen, mijn huishouden afkrijgen. Of: heb ik het wel netjes genoeg en genoeg eten in huis voor mijn gasten. Of je bent bang voor anderen: omdat je vaker teleurgesteld bent in mensen, of niet gewend bent aan andere culturen. Dat is allemaal heel begrijpelijk. Zou God jou ook niet begrijpen, zoals je bent: Hij heeft jou lief, zonder dat jij eerst wat gepresteerd hebt. Bij Hem mag je thuis zijn! Kijk en als je die liefde, die gastvrijheid op je in laat werken, ervaren hebt, dan is het niet langer iets wat je misschien zou moeten doen: maar is het iets wat je zelf ervaren hebt. En dan krijg daardoor misschien de kracht en wil om je deur wijd open te doen, een vreemdeling, iemand in moeite op te vangen, oftewel engelen te herbergen. Dan bekommer je je om mensen die mishandeld worden, want het zijn ‘mensen die net zo’n lichaam hebben als u’.

3. Laat je geloof zichtbaar zijn in je leven! 3) voor anderen
Tenslotte zegt de catechismus dat je juist door de goede dingen te doen, de naaste kan winnen voor Christus. Nu is mijn ervaring dat sommige mensen het idee hebben bij de kerk: dat is toch heel veel moeiten en veel niet mogen. Je kunt daar wel eens tegenaan lopen. Win je zo anderen voor de kerk? Is dat iets wat wervend is?

Laten we eerst eens kijken hoe Hebreeën spreekt over de regels. Wanneer er staat: streef ernaar om in vrede te leven en leid een heilig leven, dan is dat eigenlijk de kern van de wet: heb liefde voor je naaste en heb liefde voor God. En laat die liefde dan maar zien door gastvrij te zijn, door voor gevangen te zorgen, door het huwelijksbed zuiver te houden, laat je niet beheersen door geldzucht. Eigenlijk allemaal mooie dingen. Wat niet altijd makkelijk is. Waar christenen helaas soms ook in struikelen. Maar: je bent erop aan te spreken! Wanneer jij de naam van Jezus draagt, wanneer je je christen noemt dan mogen ze dat ook van jou verwachten.

Misschien ken je wel iemand die later bij de kerk is gekomen. Dat kan zijn om de goede boodschap die in kerk verteld wordt. Omdat iemand de Christus heeft gezien. Maar vaak is toch wel heel belangrijk dat hij of zij bij andere mensen heeft gezien dat het ook goed is om in God te geloven. Dat er voorbeelden zijn, waardoor Christus als het ware op zijn of haar weg geplaatst wordt. Dan zien mensen wel de echtheid.

Ik hoop zo dat je de komende weken ook met God geboden om mag gaan. Heel veel dingen waar je praktisch wat mee kan. Maar wat een moeten wordt, een zwaar juk, een last als het niet voortkomt uit de liefde van God. Wanneer het een wettisch geloof wordt zal het juist mensen afschrikken. En dan moeten er soms wel dingen: maar wanneer je dat doet uit liefde, uit geloof dan zal het iets zijn wat je met liefde doet. Omdat je het grotere doel in de gaten hebt. Je wilt zo met God leven en Hem prijzen. Het begint met geloof. Stralen voortbrengen zonder zon dat lukt niet. Laten we daarom nooit, nooit, nooit vergeten als het gaat over de goede werken: dat alles begint met Christus liefde voor ons aan het kruis van Golgotha. Christus heeft alles al voor ons verdiend!
Wie geraakt is door die liefde zal God eeuwig dankbaar zijn, zal met vreugde naar zichzelf als kind van God kijken en maakt andere jaloers op zo’n manier van leven! Amen.


Zondag 27 – Niet te veel, maar ook niet te weinig van de (kinder)doop verwachten!

augustus 31, 2015

Preek gehouden in Heemse, 30 augustus 2015
Tekst: Zondag 27 – 1 Joh. 2 – Gal. 3:27

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 1] Waarom twee zondagen over de doop?
De catechismus heeft de bijbel nagesproken over wat de doop betekent.
Ik vertrouw op vergeving van de zonden.
Ik bid om de Geest in mijn leven en gaat steeds meer voor God leven.
Toch vonden Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus het niet genoeg om maar één zondag met de jeugd door te spreken over de doop. Ze plakten er nog een zondag aan vast.
Waarom?
Omdat ze willen dat je de waarde van de doop op de juiste manier inschat.
[Dia 3] Het kan zijn dat je te klein denkt van de doop. Dat je zegt: eigenlijk is die doop maar niets. Die kinderdoop was niet mijn eigen keuze. Het is alleen wat water. Er is daar eigenlijk niets gebeurd. Het goede nieuws van Jezus geldt pas voor je als je zelf een keus gemaakt hebt en je zelf hebt laten dopen.
Maar er is ook een ander gevaar waar ze tegen waarschuwen. Namelijk dat je teveel van de doop verwacht. Dat je het idee hebt dat door dat water dat op je hoofd kwam en door de woorden die uitgesproken zijn, wel gerust mag zijn dat het met jou goed zit. God heeft immers zijn vergeving en genade gegeven in de doop. Wat kan er dan nog mis gaan?
[Dia 4] Vraag 72 gaat in op het teveel verwachten van de doop.
Dan noem je het water zelf de afwassing van de zonden.
Zo is de Rooms Katholieke leer over de doop. Het water zelf is heilig en reinigt.
Daarom moeten kinderen soms heel snel gedoopt worden, anders gaan ze verloren.
Daarom mochten kinderen die niet gedoopt waren vroeger niet op de begraafplaats begraven worden. Daarom waren er bij sommige dopen rituelen van exorcisme: de duivel moest eerst weggejaagd, want het kindje was nog in zijn macht, zolang het nog niet gedoopt was.
Vraag 74 is duidelijk: daar legt de catechismus uit, tegenover de wederdopers, zeg maar de baptisten en evangelischen van die tijd, waarom de doop echt nodig is, ook voor kleine kinderen. Dat je dus ook niet te weinig van de doop moet verwachten. Vandaag willen we gaan luisteren welke de betekenis de doop echt voor ons mag hebben.

[Stap 2 / Dia 5] In Gal 3 komt de grote waarde van de doop duidelijk naar voren.
[Dia 6] Paulus legt uit dat in het Oude Testament de mensen onder de wet leefden.
Ze stonden onder toezicht van de opvoeder. Er was er wel een belofte dat het eens goed zou komen, hij legt uit dat ze zouden delen in de erfenis. Maar dat moment was nog niet gekomen.
Totdat Christus kwam! Hij stierf voor onze zonden, Hij volbracht de wet. Wie gelooft in God, staat niet meer onder voogdij, maar is een kind van God geworden.
[Dia 7] En dan noemt hij ook de doop: Door de doop zijn we één met Christus geworden, je bent met Christus omkleed. Dat gaat ver! Dat water laat zien je je vuile kleren af kan leggen en je schone kleren aan kan trekken. Je wordt met Christus bekleed.
Nu maakt het niet meer uit of je man of vrouw bent, slaaf of vrije, Jood of Griek: wie gelooft en zich laat dopen, die is echt een kind van Abraham. De doop is dus een teken van die grote verandering, die stap die je maakt om helemaal bij Jezus te gaan horen.
Wat kunnen we nu leren van dit gedeelte, om de doop goed in te schatten?
Het draait dus wel om geloof! Dat je het zelf aanneemt, zelf bij Christus wil horen!
Als de doop zo ingrijpend is, dan is duidelijk dat de doop ook onherhaalbaar is. Net als een geboorte: je kunt maar één keer met Hem kopje ondergaan in het water, zeg maar “sterven” en maar één keer met hem opstaan, met je hoofd weer boven water komen.
Tegelijk wordt ook duidelijk dat Christus komt om de belofte van het Oude Testament te vervullen. In Gods verbond van genade, waarmee Hij naar zijn volk had omgezien, had Hij nooit een automatisme gekend. Ook toen ging het om het geloof in de belofte, al was het toen wel beperkt tot de kinderen van Abraham. Paulus maakt hier duidelijk dat de belofte nu voor iedereen is. Dat allen die geloven en zich laten dopen kinderen van Abraham mogen zijn.
[Dia 8] Daarbij is het goed om te bedenken dat Paulus hier tegen volwassenen praat die de volwassendoop ontvangen hebben. Het Nieuwe Testament kent geen opdracht tot kinderdoop, al wordt in het voorbijgaan soms wel gezegd dat iemand met heel zijn huis gedoopt wordt. Er is een zendingssituatie, waarbij mensen het goede nieuws horen en aannemen. Net als wanneer er nu voor het eerst in gebieden die nog niet bereikt waren door het evangelie het goede nieuws wordt gebracht

[Stap 3 / Dia 9] Toen later de vraag op kwam of ook de kleine kinderen gedoopt moesten worden, heeft de kerk een paar dingen willen zeggen. Duidelijk was voor iedereen dat ook de hele kleine kinderen, die nog geen keuze hebben kunnen maken erbij hoorden. Zij mogen delen in dat verbond van genade, ook zij mogen kinderen van Abraham zijn.
De catechismus legt dan in vr. en ant. 73 heel duidelijk uit welke waarde we aan de doop mogen hechten. Het is een teken en zegel, niet minder en niet meer.

Door het teken van de doop wordt heel duidelijk afgebeeld dat God ons schoon wil wassen voor onze zonden. Het is een teken: een stukje onderwijs wat de Heilige Geest wil geven aan heel de gemeente.
Tegelijk is de doop ook een zegel. God verzekert dat dit kindje ook deelt in Gods genadeverbond. Want dit kind groeit op in een kerkelijke gemeente waar de Geest werkt, dit kind groeit op in een gezin van gelovige ouders die dit kindje ook op willen doen groeien in het geloof.

Toch is het in de loop van de geschiedenis vaak mis gegaan.
Men vond het teken van de doop mooi, het hoorde erbij als een soort gewoonte, maar ondertussen hoorden kinderen soms nooit over de Bijbel, gingen ze nooit naar de kerk, leefde het geloof niet echt. Vanuit dat oogpunt is kritiek op de kinderdoop heel terecht. Als een kind niet omgeven wordt door het geloof, dan mag een kind niet gedoopt worden!

Maar anders mag het wel gedoopt worden! Het is een enorme troost voor ouders die jong hun kindje moeten begraven.

Het is voor de kinderen zelf een duidelijk roeping die op hen af komt bij het opgroeien. Ik ben gedoopt … God verwacht een antwoord van mij!

Het is ook een teken dat God je bij het opgroeien niet aan je lot overlaat, maar dat Hij zijn Geest belooft. Hij wil krachtig in je hart werken. Hij wil je helpen om het geloof je ook echt eigen te maken.

[Stap 4 / Dia 10] Juist om te voorkomen dat de doop een gewoonte werd, worden aan de ouders heel bewust vragen gesteld bij de doop. Pak ze er maar eens bij:
1. In de eerste vraag zie je heel duidelijk dat van de ouders gevraagd wordt om in te stemmen met het feit dat kinderen ontvangen worden in zonden, maar tegelijk in Christus geheiligd zijn. Besef je dat de doop maar niet een mooi ritueel is, … maar een hele diepe betekenis heeft??
2. In de tweede vraag komt heel duidelijk naar voren, waar de ouders hun verlossing van verwachten. De Bijbel is heel duidelijk. God wil dat we alleen Hem dienen en niemand anders. God wil dat we het niet verwachten van de wereld met al zijn zelfzuchtige begeertes, afgunstige inhaligheid, pronkzucht, die wereld die voorbij gaat.
Als ouder moet je niet denken: laat ik ook nog maar even dopen, dat kan nooit geen kwaad, en ondertussen zelf je verlossing verwachten van allerlei verschillende dingen. Je heil zoeken bij allerlei mensen. Nee … Belijd je als ouder dat dit de ware en de enige leer van de verlossing is! Buiten Jezus om, is er geen redding!
3. In de derde plaats komt er met de doop een grote verantwoordelijkheid op je schouders.
Jij laat dit kindje dopen. Jij bidt om de heilige Geest.
Merken ze ook bij het opgroeien aan je dat je gelooft?
Jongens en meisjes, zeggen je ouders wel eens wat ze mooi vinden aan het geloof? Oefenen ze de schoolpsalm, vertellen ze uit de bijbel?
En jullie ouders wat doe je als je straks thuiskomt. Vraag je kinderen: wat gebeurde er in de kerk, wat heb je geleerd, wat begreep je niet?
Bid samen voor de kerk, bid je ook dat de dominee wijsheid krijgt voor de preek? ‘Ik hoorde van de week een emeritus dominee zeggen: soms gaat het vlot met mijn preek, dan heb ik altijd het gevoel dat er ook veel voor gebeden wordt in de gemeente’.
Leg aan je kinderen uit wat de doop betekent, zoals je beloofd hebt.
En je hebt beloofd je kinderen ook te laten onderwijzen …
Niet dat je het zelf niet meer hoeft te doen, het door anderen zou kunnen laten doen.
Maar laat merken in je keus voor de school en je gebed voor de school dat dit je aan het hart gaat.
Wat is het fijn dat elke week de jongeren weer naar catechisatie gestuurd worden. Vraag je erover door en praat je erover door.
Laat je je kinderen onderwijzen, juist ook op zondag? Door op zondag niet één keer te komen, maar twee keer. Die tweede keer die juist bedoeld is om te groeien in kennis van de christelijke leer. Die je als ouders zo wil helpen en ondersteunen.
[Stap 5 / Dia 11] De doop is van wezenlijk belang. Ook kinderen mogen bij dat verbond van God horen. Maar … het is geen automatisme.
Daarom apart nu ook de jongeren aangesproken, jullie die onderweg zijn om volwassen te worden. Johannes spreekt in zijn brief ook speciaal de jongeren aan. Hij zegt tegen de kinderen dat hun zonden vergeven zijn (een tekst die niet zo vaak gebruikt wordt bij de kinderdoop, maar die het wel weer extra onderstreept). Hij zegt tegen de jongeren: U bent sterk. Het woord van God blijft in u. U hebt het kwaad overwonnen. Maar het vraagt wel een keus want je kunt niet en van de wereld en van God zijn!
Juist als jongeren kun je een roerige tijd meemaken.
[Dia 12] Je was eerst een kind.
Je was afhankelijk van anderen. Een kind wordt verzorgd en gevoed.
Maar dan maak je als elke jongere een ontwikkeling door naar volwassenheid.
Je krijgt meer vrijheid. Je gaat zelf keuzes maken. Je draagt verantwoordelijkheid.
Je groeit er naar toe dat je een relatie aangaat, dat je gaat werken, dat je zelfstandig gaat wonen.
[Dia 13] Maar wat is dat een enorme verandering die jullie door moeten maken.
Eerst door anderen verzorgd worden … dan op eigen benen gaan staan.
Gelukkig heb je daar een paar jaar de tijd voor.
Bij sommigen van jullie verloopt dat heel gelijkmatig en rustig.
Bij anderen is dat echt een hele heftige periode, loop je tegen grenzen aan, kunnen je ouders niets goeds meer doen, krijg je lak aan alles en iedereen. Tot je later weer jezelf terugvindt en het allemaal weer wat rustiger wordt.
Zo’n proces moet je ook met God doormaken. God wil je Vader zijn. Maar de vraag is: geloof je dat zelf ook? Wil je ook zelf voor het geloof gaan? Is het waar wat in de Bijbel staat en is het waar wat mijn ouders mij vertellen?
Vorige week sprak ik nog iemand die zei: ‘op mijn dertiende heb ik al heel bewust afstand genomen. Volgens mij is het een groot verzonnen verhaal. Ik ben bewust atheïst geworden’. Toch hoop en bid ik dat je juist in deze periode mensen mag ontmoeten, en het is helemaal mooi als dat je ouders zijn, maar het kunnen ook vrienden, een dominee of ouderling zijn, die je helpen om de waarde van het geloof zelf te gaan ontdekken.

[Dia 14] Want het kan ook anders gaan. Dan denk ik aan die jongen van 18. Het liep bij hem allemaal veel gelijkmatiger. Tot hij veel evangelisatiegesprekken ging voeren tijdens een E&R project. Hij werd wel heel erg aan het nadenken ben gezet. Mensen hadden opmerkingen over gereformeerden die soms zo anders doen. Anderen snapten niet hoe je in de schepping kon geloven. Evolutie was toch veel wetenschappelijker. Die jongen praatte erover met anderen, las erover en kwam uit eindelijk tot de conclusie dat hij heel dankbaar mocht zijn voor alles wat hij had. Zijn Bijbel viel open bij Psalm 16 en hij bad en beleed:
Bewaar mij, HEER,
Ik zeg tot U; U bent mijn God mijn Here.
ik weet bij U mijn toekomst eeuwig zeker (Psalm 16).
Ik hoop dat je zelf ook steeds weer dankbaar mag worden.
Blij met het geweldige nieuws wat God heeft voor ons.
Of nu je nu als kind, of pas later of nog niet gedoopt bent.
Dat je ziet dat God de enige is die je echt redding kan geven.

[Dia 15] Voor ouders is het niet altijd makkelijk om zo’n ontwikkeling mee te maken.
De doop geeft een extra grond om God te bidden of je kinderen ook mogen geloven. Blijf bidden, zoals Monica voor Augustinus bleef bidden. Augustinus die zo totaal onverwacht toch nog tot geloof kwam, terwijl hij alle godsdiensten al had gezien en totaal werelds had geleefd.
Geloof is niet door te geven … wat kan het ontzettend moeilijk zijn als je kinderen of punten die zo belangrijk voor je zijn andere keuzes maken.
Houd de relatie goed, ook dan is de liefde belangrijk. Maar schaam je ook niet voor je geloof. Blijf bidden om mogelijkheden om iets van je geloof te laten zien of misschien voor een opening voor een gesprek erover.

[Dia 16] Gemeente: laten we om elkaar heen staan. We worden tegenwoordig bij de doop opgeroepen om om elkaar heen te staan. Laten we er invulling aangeven. Meeleven met jongeren. Met elkaar. Laten we oppassen dat we het niet van de doop zelf verwachten, maar van God. Hij die door zijn Geest in ons wil werken. Laten we bidden dat er nog veel gedoopt mag worden en vooral veel vanuit die doop gewerkt en om elkaar heen gestaan mag worden.
Amen.

Liturgie 30 augustus 2015, Heemse 13.30u en 15.30u

Welkom en mededelingen
Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)
Psalm 66:1,2,7 (staande)
Gebed
Lz Gal 3:19-29
Lz 1 Joh 2:12-17
Zingen Psalm 59:4 en 7 (Doekesschool)
[Dopen Heleen Kosters: Lezen Formulier 2
Kinderlied voor de doop ‘Jezus is de goede herder’
Na de doop: Gz 145:1,3 (Heer, onze Heer, hoe heerlijk is uw naam)
Oproep aan de gemeente (staande)]
Tekst Zondag 27
Preek
Gezang 45 (Laat de kinderen tot mij komen)
Geloofsbelijdenis
Psalm 71:9 en 13
Gebed
Collecte
Psalm 148:1 en 4 (staande, aangekondigd na de collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)


Zondag 26 – Word door de doop één met Jezus Christus!

juni 29, 2015

Preek gehouden in Heemse, 28 juni 2015
Tekst: Zondag 26 / Rom 6:1-14

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 0.1] Als een man en vrouw samen trouwen vormen ze een eenheid. Je raakt nauw aan elkaar verbonden. Aan het begin is er de verliefdheid en je zegt: ‘Ik blijf je altijd trouw’. Maar als de eerste verliefdheid voorbij is, blijft hopelijk de liefde. Je zorgt voor je vrouw als ze ziek is. Je helpt je man, wanneer hij even in een dip zit. Daarbij zijn er soms moeilijke momenten, onenigheden, woorden, onbegrip, maar waar liefde en trouw is, mag je bidden dat er ook steeds meer eenheid groeit. Hoe groot die eenheid kan zijn, merk ik in gesprekken met mensen waarvan de man of vrouw is overleden. “Elke dag denk ik aan hem.” “Ik sta er nu alleen voor”. “Ik kan niet even wat overleggen”. Kennelijk kun je als twee mensen een intense eenheid voelen. Het is een groot geheim, en tegelijk ook zo’n kwetsbaar geheim, zoals sommigen onder ons zelf maar al te goed van dichtbij meemaken of meegemaakt hebben.
[Dia 0.2] Christus nodigt u en jou uit om ook een eenheid te leren kennen. Hij wil zich ook met u en jou verbinden. Kijk maar naar de doop: het is het teken dat je één met Christus wordt. Dat wilde Paulus graag vertellen aan de Romeinen.
– Zij dachten, voor zover ze Joods waren: Je kunt één met God worden door steeds zijn geboden in gedachten te houden. Door te leven volgens de wet.
– Anderen, die niet Joods waren, zeiden: je bepaalt toch zelf hoe je in het leven staat? Met Gods regels heb ik niets te maken. Ik doe wat ik zelf prettig vind.
Nu Jezus gekomen is heeft Paulus voor hen de boodschap: dat er een nieuwe manier van leven is, leven in een diepe eenheid met Jezus Christus. Dat is het geheim van het geloof. Dat geheim laat de doop zien!
[Dia 0.3] Soms kun je je afvragen: op wat voor manier kan ik nu echt met Jezus leven? Kan ik werken aan mijn relatie met God? Ik ben vaak zo zwak en mis een stukje discipline om echt tijd voor hem te maken. Mijn leven botst soms zo met zijn liefde, als ik een verkeerd woord zeg, als ik niet aan de ander denk of gen geduld heb. Hoe kan ik nu echt op Jezus gericht zijn in mijn gebed? Wat betekent het om echt met Jezus verbonden te zijn? Vandaag willen we letten op de die eenheid.
[Dia thema] Word door de doop één met Jezus Christus!
1. Een met Jezus in zijn dood
2. Een met Jezus in zijn opstanding
3. Een met Jezus in het leven

[Dia 1.1] 1. Een met Jezus in zijn dood
Wanneer Paulus de Romeinse mensen het nieuwe leven uit gaat leggen, het leven in verbondenheid met Jezus, zegt hij eerst: Wij zijn al gedoopt zijn met Christus, gedoopt in zijn dood. Om te kunnen spreken over een nieuw leven, moet er dus eerst een oud leven verdwijnen. Christus zei: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, komt er geen vrucht. Zo is het ook met ons leven. Eerst zal ons oude leven moeten sterven.

Wie verbonden is met Christus, mag weten dat Christus gekruisigd is voor ons zonden. Wat was die kruisdood een afschuwelijke dood. Je kreeg geen injectie, geen schot, geen galg, nee tergend langzaam stierf je, terwijl iedereen naar je keek. Je stierf door verstikking omdat je aan je handen aan het kruis hing, en je je borstkas niet meer op kon tillen. Het was een langzame, maar zekere dood!
Paulus zegt: zo moet ons oude bestaan met Christus gekruisigd worden. Wie verbonden is aan Christus weet dat de zonde uiteindelijk zal verdwijnen: de zonde die zoveel ellende aanricht. Die zoveel verwijdering geeft tussen mensen onderling, zoveel eenheid en relaties kapot maakt. Zonde die afstand schept tussen God en mensen. Jezus belooft één ding: die zonde gaat eraan! Die ruim ik uit de weg.
Jezus zegt: Wie door doop één wordt met mijn kruisiging, die mag geloven dat zo zeker als ik gestorven ben aan het kruis – al was het een langzame dood – ook de zonde uiteindelijk zal verdwijnen – ook al is het een lange weg en probeert de zonde steeds weer de kop op te steken. Dat kan ook in jouw leven verdriet geven, als je merkt dat er weer zonde was. Denk dan niet, nu ben ik niet meer één met Jezus. Als je de strijd aangaat en niet bij je zonden blijft, maar ze kruisigt: ben je juist één met Jezus. Volmaakt zullen we hier niet worden, de zonden worden langzaam gekruisigd. Maar ze gaan eraan!
[Dia 1.2] Je wordt niet alleen met Christus gekruisigd in de doop, je sterft ook met Christus. Als je te lang onder water blijft dan verdrink je: vrijdagavond deden de jongens nog wedstrijdje wie het langst onder water kan blijven … Eigenlijk is de doop een diep water, waar je in verdrinkt. Waar Christus stierf in het kruis, sterf je in de doop – symbolisch – door kopje onder te gaan. Dopen betekent ook onderdompelen: door de doop word je verbonden aan Christus’ dood. De catechismus zegt dat de doop ons wijst op het offer van Christus aan het kruis. Christus stierf daar voor onze zonden. Hij stierf voor ons. Hij betaalde de straf, die wij hadden moeten krijgen. Maar nu zijn we voor de zonde dood! Vanwege de zonden moesten we sterven en we zijn gestorven! De doop is een teken en een zegel: Als teken legt het uit dat we schoongewassen zijn van de zonde, dat we kopje onder gaan. Als zegel zegt het: Zo zeker als je het water op je hoeft voelde: mijn zonden zijn vergeven. Christus is voor mij gestorven, ben van dood en zonde vrij! God zal me niet veroordelen en de duivel heeft geen vat op mij; hij kan mij geen slecht gevoel geven. Ik kan helemaal één met Jezus
[Dia 1.3] Tenslotte is de eenheid met Christus compleet door dat wat er staat in het vierde vers: je bent ook begraven in Hem. Op het moment dat er begraven is, is er ook de afscheid van het lichaam. Het lichaam blijft achter op de begraafplaats, de doden zijn bij de doden, en de levenden gaan verder met de levenden. Wie zijn leven in zonden achterlaat maakt daarbij een belangrijke keuze: ik wil me niet meer inlaten met het verkeerde, ik doe er afstand van, ik houd me ver weg van alles wat zondig is en wat niet goed is. De zonde moet nu echt verdwijnen.
Het is deze radicale verbondenheid met Jezus, die je kan helpen om echt met de zonde te breken. Ik hoop dat als er dan zonde of verleiding op je weg is, dat je dan zegt: dat is een andere wereld, ik wil er niets mee te maken hebben. Dat hoort helemaal niet meer bij mij. Vergelijk het met een christen die achter een scherm zit. Hoeveel zonde en vuiligheid kan er niet via de televisie binnen komen. Wie echt leeft vanuit zijn doop, die maakt een radicaler keuze en zegt: ik ga niet zappend zoeken langs de kanalen naar iets opwindends, maar kiest heel bewust welk programma hij wil zien en duwt wat niet goed is gelijk weg. Of als het gaat over je verkeringstijd: Als God zegt dat hij het kostbare geschenk van de meest intieme liefde omgeven wil zien door de band van het huwelijk, ga je niet zomaar met z’n tweeën op vakantie, en dan duik je in de vakantie zeker niet samen in één tent als je verkering hebt en ga je zeker niet samenwonen. Of als je mensen ziet die zeggen: laten we eens die charlie charlie challenge doen, met van die potloden, om iets van geesten te vragen. Maar dan zeg je nee tegen de zonde en alles wat tot zonde verleiden kan. Dan ben je echt één met Jezus. Dan heb je echt de zonden begraven … Ik hoop dat dat je mag helpen, dat je zegt: “ik laat de zonden achter op het kerkhof van de zonde”. Daar heb ik niets meer te zoeken!
Maar wie doet geen zonde? Ook in het leven als gedoopte, komt zonde zomaar weer op. Staat het een verbondenheid met Jezus in de weg. Maar … dan zegt Jezus. Kom bij mij! Denk aan je doop! Ik wil jou en je zonden meenemen het graf ik! Ik wil het wegdoen! Bij mij mag je echt vergeving vinden. En waar je het zelf misschien nooit kunt vergeten: Ook jouw zonden gaan mee het graf in. Ik gooi ze in de diepte van de oceaan, ik doe ze weg zo ver als het oosten is van het westen! Nooit, nooit weer zal ik aan je zonden denken! [Zingen Lied 87:1,2]
2. Een met Jezus in zijn opstanding [Dia 2.1] Wanneer Jezus gekruisigd, gestorven en begraven is, denken veel mensen dat het afgelopen is. Het lijkt alsof er niets meer zal gebeuren. Of Hij na een paar jaar vergeten zal zijn. Maar dan wordt Hij opgewekt uit de dood. Door de kracht van God (Rom. 6:4). De vrouwen zijn verward en weten niet wat ze ervan denken moeten. De leerlingen van Jezus snappen er niets van. Maar toch: Christus is opgestaan! Hij ontvangt een verheerlijkt lichaam. Hij wordt de eerste die dood en graf achter zich laat, de eerstgeborene uit de doden.
[Dia 2.2] Wie met Christus verbonden is, mag ook delen in zijn opstanding. Christus kreeg een verheerlijkt lichaam. Hij ging op naar zijn vader, en mag daar nu zijn. Hij wandelt daar tussen de kandelaren van de gemeentes, bewoont het eeuwige licht en luister. En eens zullen we Hem zien zoals Hij is. Eens zullen de graven opengaan en zul je ook opstaan in dat nieuwe volmaakte leven. Nooit meer tranen, nooit meer pijn, nooit meer zonde die de dingen kapot maakt. Wereldwijd vrede: er komt een nieuwe hemel en nieuwe aarde en door de kracht van Christus opstanding zullen wij daartoe opgewekt worden! [Bruiloft van het lam]
[Dia 2.3] Wie ziet hoe iemand bovenkomt uit het water van de doop, mag denken aan het nieuwe leven dat je krijgt. Een eeuwig leven: eeuwig verbonden met Jezus Christus. Iemand die op latere leeftijd gedoopt werd, vertelde mij hoe hij eerst wel vragen had: waarom ben je hier? Waarom leef je eigenlijk? Wat betekent dit leven nu eigenlijk voor ons? Hij leefde eigenlijk wel ver bij het geloof en bij Jezus vandaan. Hij dacht dat er eigenlijk niets meer was dan het leven hier.
Maar doordat hij Jezus leerde kennen is hij veel rustiger bent geworden, heeft hij veel meer rust gevonden. Hij kan veel meer genieten, doordat hij zo ziet wat het echte doel in het leven is. Hij geniet ook intenser van het wonder van het leven van zijn dochter. Door gedoopt te worden zei hij: ik wil ook verbonden worden met Jezus. Hij is nu het doel van mijn leven! Hij zegt: door rust te nemen, te bezinnen op zondag, door te bidden en bijbellezen is er ruimte om met Hem verbonden te zijn. Hij die woont in de hemel, maar tegelijk in ons hart wil zijn.
Iemand zei deze week: hoe meer wij ook ruimte maken voor Hem, hoe meer we ook merken dat Hij dicht bij ons is. Een ander zei: ‘ik vind het heerlijk om in bed te leggen en dan alles met Jezus te delen wat me bezighoudt: mijn angsten en verdriet, mijn zorgen. Hij begrijpt mij helemaal. En weer iemand anders zei: ik zie er elke dag weer naar uit, naar dat moment van bijbelstudie en verdieping. Jezus is opgestaan Hij leeft: door de doop mag je echt met Hem verbonden zijn. Dan is de hemel maar niet even open maar altijd, want Jezus is bij je.
[Dia 3.1] 3. Een met Jezus in het leven
Paulus wil dat zijn lezers niet langer hun uitgangspunt nemen in een leven volgens de wet. Hij wil ook niet dat ze blijven leven in de zonde. Hij wil dat de mensen één worden met Jezus, door met Hem één te worden in zijn dood en opstanding. Sommige mensen begrepen dat niet zo goed. Zegt Paulus dan dat je de wet niet niet meer nodig hebt? Dat die goede regels van God niet nodig zijn om te leven met hem? (3:8). Weer anderen zeggen, omdat Paulus zegt dat waar de zonde toeneemt er ook steeds meer vergeving is, je maar door zou kunnen gaan met zondigen. Daarom wil Paulus hier heel duidelijk maken wat het nieuwe leven is. Het is geen leven uit de wet, het is geen leven uit de zonden, maar het is een leven in eenheid met Jezus Christus. De verbondenheid met Jezus , is zo intens dat Hij het uitgangspunt in je leven wordt. Omdat je met Hem een eenheid vormt en deelt in zijn nieuwe leven ben je niet langer een slaaf van het kwade of het zondige, maar je wordt een knecht van God. Je wilt door zijn kracht het goed nastreven. Dat is het geheim van de verbondenheid met Christus. Via Hem krijg je zoveel genade, zoveel vergeving, dat je niet langer onder de zonde leeft, maar leeft met Hem.
[Dia 3.2] Het is zo: ons bestaan is sterfelijk. Je kunt zomaar denken: yono. You only live once. Je leeft maar één keer. Je kunt zomaar je laten leiden door je begeerten, steeds maar verlangen naar geld, of macht, of seks. Maar wie de liefde van Christus heeft gezien, het eeuwige goede leven dat Hij belooft door zijn opstanding, die gaat met hem leven. Die gaat de zonde steeds meer achter zich laten en leven vanuit de opstanding van Jezus.
Iemand vertelde mij dat hij zelf die verandering in zijn gedrag meegemaakt. Hij leefde eerst ver bij het geloof vandaan geleefd maar men merkte verandering. Nu hij Jezus heeft leren kennen, is niet langer de voetbal nr. 1 op zondag, maar komt Jezus op de eerste plaats. [Dia 3.3] Wat gaat er een mooie boodschap van de doop uit. De gemeente wordt erdoor gebouwd. Leef dat nieuwe leven vanuit de doop! Denk maar vaak daaraan dat je gedoopt bent! Verwonder je erover hoe bijzonder het is, dat je met God verbonden mag zijn! Christus stuurde zijn leerlingen op pad om te zorgen dat er leerlingen kwamen: juist door de doop mag je groeien in verbondenheid met Jezus, mag je weten dat je heen leeft naar die grote dag. Dat dat een enorme stimulans te zijn om een nieuw leven te leiden: niet langer zonder doel, maar in de liefde en vrede van Jezus Christus. Amen


Preek zondag 25 – Hoe raak je je geloof kwijt? Hoe kom je aan geloof?

juni 25, 2015

Preek gehouden in Heemse, 21 juni 2015
Tekst: zondag 25, Mat 13, 1 Kor 10

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Ryan Bell. Misschien heb je wel van hem gehoord. Deze voorganger bij de zevendedagsadventisten in Amerika, een kerk waar ze veel nadruk leggen op profetieën over de wederkomt, zei: ‘ik stop een jaar met geloven, ik stop een jaar met bidden en naar de kerk gaan. Ik leef een jaar zonder God’. Op zich al vreemd dat iemand dat doet, en dat klopt ook wel: hij had al veel vragen bij het geloof en een trauma over de kerk waar hij dominee was. Maar wat gebeurde er na een jaar? Hij was zijn geloof kwijt! Hij geloofde niet meer in God. Hij vond evolutie een beter verklaring van het ontstaan van religies. Hij zei: dat mensen geloven, ja dat komt vooral omdat ze bang zijn voor de dood. Na dat jaar besloot hij om geen dominee meer te zijn.
Als je de vraag zou stellen: hoe raak je je geloof kwijt?, dan heb je eigenlijk hierboven het antwoord wel. Je sluit je af van God. Je luistert niet meer naar zijn woord. Gaat niet meer naar de kerk en viert geen avondmaal meer mee. Bij Ryan Bell was het een bewuste keuze, maar voor hoeveel mensen gaat het niet onbewust zo. Je komt een keer niet als je naar de kerk wordt geroepen, je laat de bijbel een keer dicht bij het eten, slaat een keer avondmaal over en langzamerhand, als een sluipend proces verdwijnt het geloof.

[dia 2] Is dat vreemd dat dat gebeurt? Nee! De bijbel zegt heel duidelijk dat het heel moeilijk is om te blijven geloven. Wij lijken wel een beetje op het volk Israël. Zij waren bevrijd uit Egypte, maar nog niet in het beloofde land. Ze moesten nog een lange weg door de woestijn. Ze waren verbonden met God: Paulus wijst erop dat de doorgang door de Jordaan wel lijkt op onze doop. Er kwam scheiding met de andere volken. En ze aten en dronken uit de geestelijke rots. God zorgde voor de voedsel onderweg. Maar toch kwamen de meeste niet aan in het beloofde land. De meeste waren ongehoorzaam en raakten het zicht op God kwijt.
Ook wanneer Jezus ons vertelt over het zaad dat gezaaid wordt, dan valt dat zaad soms op plekken waar het best even kan groeien. Maar wordt het helemaal groot, zodat er graan geoogst kan worden. Niet alle zaadjes worden groot: sommige hebben geen diepe wortels en andere plantjes worden verdrukt door het onkruid en de prikkelplanten. Als je eenmaal tot geloof gekomen bent, is er nog steeds de aansporing om te blijven geloven en je in te zetten voor het geloof. Je kunt zomaar gaan denken dat geloof maar een sprookje is, en het geloof dan opzij zetten. Of je geniet zo van de welvaart en het geld, dat je denkt dat als je het hier maar goed hebt, dan je dan God wel gevonden hebt. Of je gaat leven voor de kunst, de sportbeoefening, je carrière of je zelf ontwikkelingen. Dat je zelf helemaal aan je trekken moet komen en je zelf op de eerste plaats komt te staan. Maar dat door al die dingen het plantje van het geloof niet echt kan groeien, en het langzaam afsterft. Er geen volle aren geoogst kunnen worden. Je niet in het beloofde land binnen komt.

[dia 3] De catechismus stelt niet de vraag: hoe raak je het geloof kwijt? Maar juist die andere vraag: waar komt het geloof nu vandaan. Hoe komt het dat soms het wonder gebeurt dat mensen zeggen: Ja ik geloof in Jezus Christus als mijn Verlosser. Dat jongeren belijdenis doen van hun geloof, in een wereld waar zoveel mensen niet geloven in Jezus Christus. Dat we vorige week het avondmaal mochten vieren en u daarmee liet zien: Ik geloof in Jezus Christus. Hij is degene die mijn zonden vergeeft. Hij is het die mij redt en meeneemt naar het eeuwige leven.

[dia 4] Waar komt het geloof vandaan? Allereerst komt het geloof door het woord. Door de Bijbel. Door God die met ons spreekt. Dat is wat in de gelijkenis van de zaaier heel duidelijk naar voren komt: Het woord moet gezaaid worden. Niet voor niets staat in de Theologische Universiteit het beeldje van de zaaier: hopelijk komen er steeds weer dominees die dat woord van God willen vertellen, uitleggen en verdedigen. Zondags mag de klinken in de kerkdiensten. Mag verteld worden over Jezus Christus. Maar niet alleen op zondag: ook als je met elkaar bijbelstudie doet; als je ’s avonds je dagboekje leest, als je leest uit de bijbel bij het eten. Steeds weer hoor je dan de woorden van God. Want dat is het bijzondere: we mogen met God door het leven gaan. Adam mocht met God spreken in het paradijs, maar toen hij tegen God koos, liet God de mens niet los. Hij zocht de mens op. Hij sloot zijn verbond. Hij gaf zijn belofte. Hij zegt: Ik wil je redden door Jezus Christus, mijn eigen zoon.
Zo worden die woorden gezaaid: en dan zullen er vogels komen om het zaad snel weg te pakken. De satan wil niets liever dan dat je die woorden niet hoort. Of Hij probeert dat zaad geen kans krijgt om te groeien, door dat je door andere dingen in beslag wordt genomen. Het kan ook zijn dat je wel even enthousiast mee doet, maar dat je zodra het ziet dat geloven iets van je vraagt, je ermee stopt. Dat je je er dan moet zetten om op zondag je bed uit te komen en naar de kerk te gaan. Dat het betekent dat je soms niet mee kan doen mensen iets op zondag organiseren. Dat je vreemd aangekeken wordt omdat jij gelooft dat God de wereld gemaakt heeft en Jezus voor je zonden gestorven is.
Toch hoop ik en bid ik dat het geloof je hart mag bereiken. Wat is het dan goed om te zien dat we hier nog spreken over de Geest. Hij is het die het zo kan leiden en ervoor kan zorgen dat die woorden op vruchtbare grond vallen. Hij is die je hart klaar wil maken om in te geloven in Jezus Christus. Bid maar of hij je dat geloof wil geven.

[dia 5] Daarbij wil Hij je ook ondersteunen. Jezus geeft de sacramenten: doop en avondmaal. Geloof is iets wat we uit onszelf maar moeilijk kunnen vatten. De bijbel spreekt dan ook niet voor niets over een geheim. Een geheim dat zichtbaar wordt op het moment dat het sacrament bediend wordt. Een heilig geheim, de onzichtbare genade komt zichtbaar naar ons toe. Paulus zegt: God heeft ons een mysterie, een sacrament onthuld, namelijk om ons te redden door Jezus Christus (Ef. 1:9). Hij zegt dat aan hem het mysterie, het sacrament, het geheim bekend is gemaakt, dat hij vervolgens kan doorvertellen (Ef. 3:2,3). Tegen Timoteüs zegt hij: Groot is het geheim, het sacrament van de godsvrucht (1 Tim. 3:16).
Als doop en avondmaal ons dus iets vertellen over een geheim van God, is dat dan iets vreemds, iets wat niet te begrijpen is? Zoals vroeger in de Rooms Katholieke Kerk voor de mensen een mis gehouden werd, helemaal in het latijn, soms zelfs zonder mensen, dat er dan iets mystieks, iets verborgens gebeurde, een geheim waar je niet bij kan. Is dat geloven en gebeuren er verborgen, ongrijpbare dingen op het moment dat een kindje gedoopt wordt, of dat het brood gebroken wordt?
God weet dat wij niet mensen zijn die de hele dag met onze hoofd in de hemel lopen. Omdat we mensen zijn van vlees en bloed, in een wereld die zo vaak niet spreekt van Christus en van het geestelijke en van het geloof, zegt Hij: nu pas ik me ook helemaal aan. Zoals Jezus mens geworden is, zo zal ik nu op de aardse manier bij jullie komen. Kijk hier is water. Water dat schoon wast. Zo wil ik jullie schoonwassen. Kijk hier is brood en wijn. Je kunt het zien, proeven, ruiken, aanraken. Je hoeft mijn geheim niet alleen te horen, het komt ook lichamelijk naar jullie toe. Het is alsof je in de spiegel kan kijken en mij op de menselijke manier ziet. Ik wil je helpen, want ik weet hoe je geloof kan wankelen, hoe zwak het kan zijn, ik wil het sterker maken, door naast je te komen staan, door te laten zien: het is echt voor jou. Zo zeker als het water op je hoofd komt, zo zeker als eet of drinkt, zo zeker ben ik je Vader!
En ja … dan moeten we toch zeggen met Paulus: Hoe groot is dat geheim! Want helemaal begrijpen doen we het niet: Hoe groot Gods liefde is, Dat Hij zijn eigen zoon wilde geven; dat Hij echt alles goed gaat maken, al is het hier soms zo moeilijk; dat ook ik bij Hem mag horen. Dat Hij bij ons komt in water, brood en wijn. Wat een geweldig geheim, maar wat geweldig dat Hij dat geheim aan mij heeft bekend gemaakt!

[Dia 6] Als je zo ziet dat God door zijn Geest ons wil helpen om te geloven, doordat we zijn woord horen en de sacramenten gebruiken, dan is het niet vreemd dat Ryan Bell zijn geloof kwijtraakte. Hij sloot zich af voor God. Hij wilde niet meer met God leven. Uiteindelijk komt het er op aan welke keuze u, welke keuze jij maakt! Wil jij geloven wat God ons zijn woord bekend maakt. Wil jij aannemen wat het geheim van God is, wat misschien niet helemaal te bevatten is met ons verstand, wat groter is dan onszelf?
Soms liep de katholieke kerk om het persoonlijk geloof te vergeten. Zij zeiden: als je maar eet van het brood, als je het kindje maar laat dopen dan komt het wel goed. Maar wie zijn kind laat dopen omdat het erbij hoort en niet gelooft en leeft naar het geloof. Wie het avondmaal gebruikt, zonder zelf het aannemen, die laat het levende water van God over zich heenstromen, maar het sluit het niet echt in zijn hart. Het is alsof je een fles met water probeert te vullen met de dop er nog op. God vraagt of jij de dop open wil draaien, om je hart te openen, om met zijn woord op de vruchtbare bodem van je hart te mogen komen. Al kan dat soms moeilijk zijn: vertel het aan de Here. Here, ik wil geloven, ik wil met u leven, kom mijn ongeloof te hulp!
Wie zo zijn hart opent voor Gods genade. Wie zo het woord hoort en de sacramenten gebruikt die mag steeds weer sterker gemaakt worden in zijn geloof. Die mag langzaam gaan groeien en vruchtdragen. Mag laten zien dat de redding en de liefde van Jezus Christus, ook betekent dat hij of zij zelf die liefde door wil geven. Leven onder een open hemel. Die gebruikt het avondmaal niet alleen om zelf wat te ontvangen, maar wil daarmee ook aan anderen laten zien: kijk ik geloof. Die draagt het geloof uit, leeft het geloof voor. Die is bereid om aan anderen ervan te vertellen en stroomt over van de liefde van God.
Laten we zo met elkaar op weg gaan. Terwijl we omzien naar elkaar en elkaar meenemen. Christus is gekomen, maar we zijn nog onderweg. Onderweg naar die grote dag. Soms mogen we er iets van proeven in het avondmaal, mogen we door de doop zien dat het zeker is dat we rein en schoongewassen voor God zullen staan, soms worden we gesterkt en verzekerd dat het ook echt voor ons is. Totdat de dag komt dat de reis ten einde is, dat de bestemming bereikt is: en we Christus niet meer horen via de bijbel, of zien via de sacramenten, maar Hem zullen ontmoeten en kennen zoals Hij is en voor eeuwig met Hem zullen leven! Amen.


Zondag 21 – De kerk van alle tijden …

mei 11, 2015

Preek gehouden in Heemse, 10 mei 2015
Tekst: Zondag 21 / Joh 10:22-30 / Hand. 2:37-47
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Kerk. Wat is dat? De kerk. Daar valt heel wat over te zeggen.
De kerk, als je zegt dat je ‘van de kerk’ bent, dan weten ze iets van je.
Maar weet je wat het woord kerk eigenlijk betekent?
Het betekent: ‘van de Heer’, het komt van Kuriake, daar klinkt het woord kurios Heer in door.
Dus als we het vanmiddag over de kerk hebben, gaan we het allereerst over onze Heer hebben.
Dat zie je ook in de catechismus. Er staat niet: De kerk is dit en dat. Nee er staat: De Zoon van God vergadert, beschermt en onderhoudt zijn kerk. Hij is daarmee aan het werk.
Hoor jij bij de kerk? Die vraag kun je, kunt u alleen beantwoorden door te zeggen of je bij de Heer hoort.
Dat zie je ook als met Pinksteren Petrus zijn toespraak houdt.
De Joden hebben de Heer veroordeeld en gekruisigd.
Ze vragen: wat moeten we doen om gered te worden? Petrus zegt dan in zijn preek: Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen van uw zonden (vs. 38).
Dan zie je dat de kerk groeit. In reactie op het woord van God, dat door de kracht van de Pinkstergeest gebracht wordt, ontstaat er een scheiding. Er ontstaan twee soorten mensen: mensen die bij de Heer willen horen, zich laten dopen, vragen om vergeving van zonden en die gered worden uit het verdorven geslacht. Mensen die geloven in Christus die voor hen het leven gaf; Maar er zijn ook mensen die dat niet geloven. Die niet bij de kerk willen horen.
Ook vandaag zijn er mensen die zeggen: het zegt me niets. Ik wil niet meer bij de Heer horen. Wat kan dat een pijn doen! Maar mensen die wel bij de Heer willen horen, worden bij elkaar gebracht. Ze worden samen aan elkaar verbonden. Als leden van één lichaam. En wie doet dat dan? Vorm je zelf met elkaar een clubje, een kerkje waar je samen je best doet om God te dienen? Zo lijkt het wel. Lucas schrijft: mensen voegen zich bij de gemeente. Maar tegelijk lazen we in 47b: De Heer breidde de gemeente uit met mensen die gered wilden worden. Hij is het die aan het werk is, ook in zondag 21 staat het zo. Hij vergadert, beschermt en bewaart zijn kerk. Het is de kerk van de Heer!
Zingen Gz 119:1 : De kerk van alle tijden, kent slecht één vaste grond, het is CHRISTUS!
De kerk is van Jezus Christus. Het is niet onze kerk hier in Heemse.
Nee, de kerk van Christus is een wereldwijde, een algemene, een katholieke kerk.
De kerk strekt zich uit over heel de aarde.
De Geest trekt zich niets aan van landsgrenzen, stammen of kleur van mensen.
Hij beperkt zich niet tot bepaalde steden of plaatsen.
In Europa en Afrika, Amerika, Azië en Australië wordt de kerk van God bij elkaar geroepen. Zelfs in China en in Moslimlanden mogen in het verborgene kleine huisgemeenten bij elkaar komen: uit ieder volk heeft God zijn kerk verkoren.
Door zending, maar op sommige moment ook door vervolging verspreidde de kerk van God zich. De kudde van God werd uit elkaar gedreven en verstrooid over de wereld. Guido de Brès duidt in NGB art 27 daarop met het woord ‘verstrooid’. Denk aan wat er met de Hugenoten in Frankrijk gebeurd is: vanwege hun gereformeerde geloof vestigden ze zich o.a. in de Nederlanden.
In de tijd van Israël werkte God met name via het smalle spoor van dat volk. Maar na het pinksterfeest verspreide het evangelie zich. Met Pinksteren gebeurde niet voor niets het taalwonder: God verbreedde het smalle spoor. Nu wordt ieder die, in wat voor taal ook, de naam van de HEER aanroept gered, zonder dat er verschil is tussen Jood en Griek (Rom 10:12,13). In Mat 28 staat dat de apostelen naar alle volken gestuurd worden. Laten we onze ogen open doen voor dat wereldwijde werk van Christus.
Niet klein over zijn werk denken, niet klein over de kerk denken.
Hoe snel kun je opgeslokt worden door dingen die zich hier afspelen.
Het hebben over het kerkgebouw, de liturgie, de kerk inrichting, hoe de dingen zouden moeten. Soms praat je dan puur over hoe jij het altijd gewend bent.
Maar kijk eens wereldwijd: we zijn opgenomen in dat grote werk van God.
Met zoveel verschillende mensen: blank en bruin, impulsief en bedachtzaam, dansend en stil in de kerk zittend. Lees maar in het het zendingsblad.
Dan is er maar één ding waar het wereldwijd op aan komt: ben je kerk van die éne Heer en laat je samenroepen door zijn éne woord en Geest.
Wat is het mooi dat er dan één troost mag zijn … als je hier verdriet of ziekte is, maar ook voor de christenen in Irak en Syrie die het nu als christen juist extra moeilijk hebben.
Wat is het geweldig dat je samen dezelfde rijkdom mag hebben … of je nu hier woont of in Afrika waar je maar weinig bezit en waar je blij mag zijn als de kerk een dak heeft.
We hebben één doop en accepteren elkaars doopbewijzen. We hebben één avondmaal. Wat mooi als je dat kan vieren met christenen uit of in andere landen. Zingen Gz 119:2 : Uit ieder volk verkoren, toch in haar Heiland één ..
De kerk is niet alleen de kerk van heel de wereld, het is ook de kerk van alle tijden.
Als je goed leest zegt de catechismus dat Christus’ kerkvergaderend werk niet pas met Pinksteren begint. En dat weten we ook uit de Bijbel.
Al voor Pinksteren zijn de gelovigen door de kracht van de Geest bij elkaar in gebed en luisteren naar het woord. In Handelingen 1 staat dat er 120 mensen bij elkaar zijn, als er een opvolger voor Judas benoemd moet worden. Ook dan brengt Christus hen bij elkaar.
Al eerder riep Christus een kring van volgelingen om zich heen leerlingen en apostelen, vrouwen die voor Hem zorgden. Zij hoorden bij Gods koninkrijk, zo hoorden bij de Heer.
Maar we mogen nog een stap verder terug gaan. Als we kijken naar heel de geschiedenis die God gegaan is met zijn volk Israël. Ja zelfs vanaf de eerste belofte aan Eva heeft Hij scheiding gemaakt tussen de mensen, tussen slangenzaad en vrouwenzaad. Tussen mensen die bij Gods verbond wilden horen en zij die dat niet wilden. God was bezig met zijn werk om verlossing te geven in de wereld.
Steeds hield hij zijn kerk in leven, want Hij had zijn volk uitverkoren.
Zelfs toen hun aantal nog maar heel klein was in de tijd van Elia.
Toen kon Hij nog zeggen dat 7000 hun knieën niet voor Baäl gebogen hadden.
Zo werkt God ook vandaag nog verder: Hij houdt zijn kerk in leven.
Hij is het die een gemeente vergadert die tot het eeuwige leven is uitverkoren.
Dat mag vertrouwen geven voor de toekomst.
Als kerkverlating toeneemt. Als je je als jongere afvraagt: is de kerk wel van deze tijd.
Als je als oudere je zorgen maakt over je kinderen en kleinkinderen.
God houdt zijn kerk in leven! De Here is verkiezend bezig in de kerk.
Misschien schrik je daarvan. Uitverkiezing … dat is toch heel moeilijk en lastig.
Toch hoef je er niet van te schrikken. Want wat maakt uitverkiezing zo moeilijk? Dat je je af kunt gaan vragen of je zelf ook uitverkoren bent. Of je er zelf wel bij hoort. Dat je gaat wachten tot je het op een briefje krijgt of op een bijzondere manier hoort.
Maar dat hoeft niet. Christus vergadert door zijn Geest en Woord.
En als je dus het woord van God gehoord hebt: dat er redding is als je gelooft dan mag je zeker zijn van je redding.
Niet omdat je eigen werken zo goed zijn, of omdat jij de goede keuze gemaakt hebt.
Maar omdat God wil dat wij als zondaren het leven vinden. Omdat Hij geen behagen heeft in de dood van de zondaar (Ez. 33). Omdat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft en door Hem al onze zonden weg wil doen en wil vergeven.
God is het die het geloof wil geven. God is het die zo ook zijn kerk in leven wil houden. Laten we daarover ook zingen met Gz. 119:3: God houdt zijn kerk in leven.
God houdt zijn kerk in leven … maar toch … als we om ons heen kijken.
Wat zijn er veel verschillende kerken. Sla ‘De Toren’ maar open.
Kijk maar wat voor kerken er in Nederland zijn. Wat een religieuze stromingen in Nederland.
Die verdeeldheid van kerken is niet iets wat van Christus komt. Hij is één en wil dat we één zijn.
Het komt door ons mensen. Soms door persoonlijke conflicten.
Maar vaker nog doordat we ons niet door zijn woord willen laten leiden.
Wat is het nodig om ons in te spannen voor de kerkelijke eenheid.
Die bereiken we niet door maar te zeggen dat er geen verschillen zijn en de verschillen te verdoezelen. Die bereiken we ook niet door te zeggen: het maakt niet uit bij wat voor kerk je hoort, als je maar gelooft.
Christus roept ons op tot eenheid. Dat betekent dat we onze eigen wegen zullen moeten verlaten,
de dingen die we naar ons eigen inzicht belangrijk vinden
en dat we samen gaan luisteren naar de stem van de goede herder.

Als de schapen van verschillende kuddes ‘s nachts in één stal bijeen waren gebracht, moesten ze ’s morgens weer uit elkaar. Maar ze kenden de stem van hun eigen herder. Ze luisterden als hij riep. Laten we ons inspannen om te luisteren naar de stem van de Herder. Laten we bidden dat er kerkelijk steeds meer eenheid mag groeien.

De reformatie heeft nooit gezegd: alleen als je lid bent onze kerk kun je gered worden, zoals de RKK wel beweerd heeft dat je alleen via haar en haar sacramenten gered kon worden. Als we in art. 29 luisteren naar de kenmerken van de ware kerk dan is alles bepalend of er eerlijk geluisterd wordt naar de stem van de Herder, of je die kunt herkennen. Of er geen dwalingen op de preekstoel worden toegelaten en of doop, avondmaal en tucht ook zo gehanteerd worden zoals Christus dat in de Bijbel geleerd heeft.

In deze tijd is er minder oog voor verbanden en groepen waar je bij hoort.
Maar laat er niet minder oog zijn voor de kerk.
Als je verbonden met Christus bent, door het evangelie geraakt in je hart, dan ben je automatisch verbonden met je broeders en zusters, die je nog dichterbij komen te staan dan je eigen broers en zussen. Daarom is het zo belangrijk om je te voegen bij de kerk van Christus. Om niet alleen naar de kerk te gaan om te ontvangen, maar ook om je in te zetten, zoals vr en ant 55 benadrukt. Dat we onze gaven tot nut en heil van de naaste gebruiken.

En dan die persoonlijke laatste zin
Ik geloof dat ik van die gemeente een levend lid ben en eeuwig zal blijven.
A. Een levend lid. Ben je dat. Geen dood lid! Een dood lid, zit misschien wel in de kerk, maar is niet verbonden met Jezus Christus. Die meent het zelf wel te kunnen redden Onderzoek jezelf daar maar op: ben ik levend lid?
B. Ik geloof dat ik eeuwig lid zal blijven. God zal verder werken met zijn kerk.
De gemeente is uitverkoren tot het eeuwige leven.
Die kerk zal Hij dan ook in leven houden. Op weg naar het eeuwige leven.

Stefanus werd gestenigd, maar hij mocht over gaan naar de triomferende kerk.
Ik weet me het eigendom van Christus, ook in de manier waarop ik lid ben van de kerk.
Straks mag je binnengaan in het koninkrijk van God.
Als we helemaal één met Christus mogen zijn.
Hoe het dan zal zijn weten we niet.
We kunnen ons er geen voorstelling van maken.
Wat is dan het belangrijkste: dat je Jezus Christus zult ontmoeten, zoals Stefanus hem zag staan!
Laten we vandaag luisteren naar Jezus stem.
Ons bewust blijven voegen bij de kudde waar zijn stem gehoord wordt.
Om uiteindelijk straks zijn stem te mogen horen die zegt: Kom binnen in mijn paradijs!
Amen Zingen Gz 119:4 Wacht zij die grote morgen, de vrede voor altijd.


Zondag 17 – Leef als mensen die met Christus zijn opgestaan

maart 9, 2015

Preek gehouden Heemse, 8 maart 2015
Tekst: Zondag 17; Kolossenzen 3:1-4

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Vandaag mogen we stilstaan bij de allerbelangrijkste gebeurtenis van het christelijk geloof: dat de Here Jezus niet in het graf is gebleven, maar dat Hij is opgestaan uit de dood. Daarbij is het woord ‘gebeurtenis’ heel belangrijk. De opstanding is echt gebeurd! Het christelijk geloof is niet dat Jezus voortleeft in wat Hij geleerd heeft, of dat Hij voortleeft in het hart van zijn leerlingen en volgers. Het christelijk geloof gaat over de echte geschiedenis: over die man uit Galilea die gestorven was, gedood aan het kruis, maar bij wie het bloed weer ging stromen door de aderen, het hart weer begon te pompen en de longen weer bezig gingen om zuurstof op te nemen. Voor ons niet voor te stellen: net zo bijzonder als wanneer een gloeilamp in stukjes uiteenvalt en hij even later weer gemaakt wordt en begint te branden.
[dia 2] Toch is het belangrijk om niet alleen stil te staan bij dat het echt gebeurd is. Om in deze preek weer alleen maar met allerlei bewijzen te komen en te zeggen: kijk maar, het kan niet anders het moet echt gebeurd zijn. Het is belangrijk om meer te doen dan alleen maar de tekst in de mond te nemen ‘Christus onze Heer verrees’. Christus’ opstanding is meer dan een historische gebeurtenis of een regel van een lied dat je met blijdschap zingt. Omdat Christus is opgestaan, verandert er van alles. Doordat Hij opstond veranderende de groep treurige leerlingen rondom een overleden leraar, in een gemeente van mannen en vrouwen die met een boodschap van goed nieuws de wereld ingingen. Een boodschap die er voor zorgde dat levens en mensen veranderden. Een boodschap van goed nieuws en hoop voor een schepping waar zoveel dood, ellende en moeite is. Een boodschap die nog steeds wereldwijd mag klinken.
[dia 3] De catechismus helpt ons om de betekenis van de opstanding te ontdekking, door in te gaan op de betekenis van de opstanding. Zo mag je steeds meer ontdekken wat deze gebeurtenis ook in jouw leven voor betekenis mag hebben en verandering mag geven!

Leef als mensen die met Christus zijn opgestaan!
1. Met Christus gestorven en opgestaan
2. Zoek eerst Christus, die boven is
3. Verwacht Christus’ verschijning in luister

1. Met Christus gestorven en opgestaan
[dia 4] Ik zei het al: de opstanding kan levens veranderen. In Kolosse was dat ook gebeurd. Mensen in deze stad in Turkije hadden gehoord van Epafras dat Christus was opgestaan. Er was feest geweest: er kwam een nieuwe kerk. Elke zondag kwamen er meer mensen om te luisteren naar de verhalen over Jezus. Mensen die eerst nog geknield hadden voor de keizer; mensen die gevangen waren in allemaal bijgeloof; Joden met al hun wetten en regels. Heel verschillende mensen, nog meer verschillend, denk ik zo, dan wij die al veel jaren een gemeente vormen en toch ook heel verschillend over de dingen kunnen denken. Toch vormen die verschillende mensen een gemeente. Ze laten zich dopen: gaan kopje onder, sterven met Christus, maar komen ook weer boven, staan op met Jezus Christus. Ze delen door de doop in het nieuwe leven van Jezus.
Paulus die ondertussen niet meer in Efeze woont, maar gevangen is in Rome, rond het jaar 60, hoort van hen. Epafras heeft verteld over de spanningen die er zijn gekomen. En dan schrijft Paulus deze brief. Een brief voor die verschillende christenen. En wat je uit die brief vooral af kan leiden is dat de mensen in Kolosse zo moe worden. Zo moe van steeds weer nieuwe dingen en nieuwe ideeën die je na zou moeten volgen om echt een goed mens te zijn. Joden die zeggen dat je toch ook wel bepaalde dagen in acht moet nemen, ervaringsgerichte mensen die vinden dat je allerlei visioenen en belevenissen mee moet maken, gezondheidsdrijvers die zeggen dat je bepaalde dingen juist niet moet eten of juist wel moet eten. En de één vind zich nog beter dan de ander.
Zo komt er in onze tijd ook van alles op ons af. De één is helemaal enthousiast van de éne muziek, een ander gaat helemaal op in de liturgie, een derde in een bepaalde manier van leven. Weer een ander heeft zo’n mooie dienst daar meegemaakt, of een congres hier: dat je het idee krijgt dat mensen het vroeger toch allemaal verkeerd zagen. Een ander weet dat we het avondmaal toch anders moeten vieren. En in discussie over vrouw in ambt en homoseksualiteit worden grote woorden gesproken.
[dia 5] Dan schrijft Paulus in zijn brief over de Here Jezus Christus. Over de macht die Hij heeft. Over hoe Hij gestorven is en opgestaan. Het is alsof hij de mensen allereerst weer de rust en het vertrouwen terug wil geven. Denk eens terug aan het moment dat je lid werd van de gemeente: Je werd gedoopt. Je werd verbonden met de Here Jezus. Hij heeft al die zonden van je oude leven op zich willen nemen. Je mag zeggen: Heer, U bent mijn leven de grond waar op ik sta. Een vaste basis onder je bestaan. En bovendien: Hij is ook opgestaan. Het is niet zo dat hij alleen alles voor jou en u en mij in de plaats goed gemaakt heeft voor God, en dat we nu maar af moeten wachten of de zonden echt weg zijn. Zoals toen een groep jongens van alles kapot maakte in huis, en de oudste broer die ondertussen bezig was met zijn huiswerk de boel mocht opruimen, en dat de jongens dan geen straf zouden krijgen. Zolang die jongen in de kamer bezig was, zaten ze nog in spanning: zou het netjes worden. Zouden ze geen straf krijgen? Maar toen hij de kamer uitkwam, en de kamer weer netjes was, de troep opgeruimd: wisten ze zeker onze ouders zijn niet meer boos. Het is weer helemaal goed, dankzij onze broer. Zo is Christus niet in het graf gebleven, maar heeft het echt helemaal goed gemaakt.
Probeer die rust in je leven te vinden! Laat je niet opzwepen door allemaal mensen die het denken beter te weten. Als je christen bent en de doop ontvangen hebt, mag je zeggen: ‘Ik ben gedoopt’. Christus heeft me gered. Mijn zonden zijn betaald en vergeven. Wanneer ik geloof in Jezus Christus, mag ik daar mijn rust in vinden. Dat is mijn identiteit. Dat is mijn rust. Mijn redding is niet ver weg: Nee, ik ben nu al met Christus gestorven en opgestaan.

[Dia 6] 2. Zoek eerst Christus, die boven is
Bij alle dingen mag er dus rust in je leven komen, maar dan staat er opeens dat Paulus zegt: zoek de dingen die boven zijn, streef naar wat boven is. En dat woord voor zoeken, is eigenlijk een heel onrustig woord. Het betekent dat je echt iets wil vinden: zoals ik van de week toen de Mueslipot leeg was, in alle kasten ging zoeken in de hoop dat ik nog een nieuwe zak Muesli zou vinden; Zoals Judas druk aan het zoeken was naar een moment waarop hij Jezus uit kon leveren aan de Farizeeën en schriftgeleerden. Je bent op zoek, je wilt het echt vinden en in je bezit krijgen.
Kijk en dat is het andere gevaar dat het geloof loopt. Dat je niet meer aan het zoeken bent. Dat je bij alle dingen die gezegd worden over het geloof, het je op een gegeven moment niet meer kan schelen. Geloof is voor jouw iets van je geboortepapieren, zoals je Nederlander bent, en Heemsenaar, zo ben je ook Christelijk. Geloof heeft te maken met hoe je tegen de wereld als systeem aankijkt. Dat er wel een God zal zijn, en dat de wereld ooit door God gemaakt is. Maar het zoeken heb je losgelaten. Geloof is een gewoonte geworden, en de aardse dingen beheersen je leven: je carrière, je vrienden, je sport, je verlangens, je familie, je bankrekening en begeerten. Maar dan zegt Paulus: Zoek wat boven is. Wees steeds gericht op de Here Jezus. Blijf met Hem verbonden: Zoek eerste het koninkrijk van God, en al het andere dat ontvang je bovendien!
[dia 7] Ja, wacht even. Moeten we dan weer allerlei dingen achterna lopen. De één die dat zegt en de ander die dit zegt? Nee, er is een heel groot verschil met ‘aards’ zoeken. Kijk je kunt ook wel allerlei mensen achterna lopen, proberen je leven zo mooi mogelijk te maken voor God, of niet meer te liegen, of steeds enthousiaster te zijn, of heel veel erbarmen te tonen met anderen, of strikt een levenslijn te volgen. Zo waren veel mensen in Kolosse ook bezig. Maar stiekem zochten ze op die manier nog steeds wat op de aarde was. Ze probeerden God te zoeken, maar ze waren hooguit een soort bergbeklimmers. Met ontzettend veel moeite lukte het om één van de toppen van een berg te bereiken. Dan ben je hoog. Maar je bent nog wel op aarde, je bent een aardse zoeker. Paulus zegt: als je met Christus bent gestorven: laat je dan geen geboden van mensen opleggen; het moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is allemaal zelfbedachte godsdienst; het heeft geen waarde en dient tot eigen bevrediging.
[dia 8] Maar u bent opgestaan! Met Christus uit de dood opgewekt! Streef dan naar wat boven is. Waar Christus is. We moeten niet zomaar zoeken naar allerlei menselijke dingen. Paulus roept ons op om steeds weer te zoeken naar Christus. Hij zit aan de rechterhand van de vader. Hij regeert deze wereld. Hij heeft alle macht. Leef dan met Hem verbonden! Hoe gaat dat dan? 1) Ik kan bezig zijn met een preek, nadenken over van alles en nog wat, lijnen ontdekken, me inleven in Paulus: maar wat is het een bijzonder moment als ik mijn ogen dichtdoe en vraag aan de Here Jezus: wilt U geven dat uw woord mag klinken. Dan heb ik Jezus gezocht en gevonden. 2) Je kunt heel erg ziek zijn en nadenken over een therapie, onderzoeken ondergaan: maar wat een rust kun je op een gegeven moment ervaren als je tegen je man of vrouw zegt: Laten we het maar bij de Here Jezus neerleggen, en dat je dan samen bidt. 4) Dat je als je weer een mooie nieuwe week wilt hebben, met aandacht voor elkaar, voor de kinderen, voor je werk, zegt: we zoeken eerste de Here, als het kan twee keer met zijn gemeente. Als we zo met Hem verbonden zijn, kunnen we pas echt goed de nieuwe week in. 3) Je kunt als jongere nadenken over een belangrijke keuze: zullen we dit huis kopen of niet. Maar wat mooi als je eerst Jezus. Samen gaat bidden. Niet alleen rust vindt bij de tabellen en schalen, maar rust kan vinden in de Here Jezus.

3. Verwacht Christus verschijning in luister
De kracht waarmee de Christus is opgewekt, zorgt niet alleen voor een opgewekt, een veranderd leven nu. Met dezelfde kracht zal ook eens een nieuwe wonderlijke gebeurtenis plaatsvinden. Zoals eens het graf van Jezus openging en Hij weer begon te leven, zal ook eens jouw graf opengaan. Want jouw leven is geborgen in God. Eens zal Hij in staat zijn om onze sterfelijke lichamen onsterfelijk te maken. Om de moleculen bij elkaar te vinden en te zorgen dat dit mijn lichaam weer gaat ademen met de longen, het bloed weer gaat stromen, omdat het hart is gaan kloppen. Nieuw leven. Met een nieuw veranderd en verheerlijkt lichaam. Het zal zijn op die dag, waar al wat leeft al lang op wacht. Wanneer Jezus verschijnt in heerlijkheid, als die laatste bazuin weerklinkt.
Het mooi is dat er staat dat wij dan ook met Jezus in luister zullen verschijnen. Kijk, dat de Here Jezus bekleed is met licht en heerlijkheid, vol van liefde en stralend geluk is, dat kunnen we ons nog voorstellen. Maar, er staat dat wij net zo zullen schitteren als Hij. Ons leven is nu al verborgen in Hem. De slechte dingen, de zonden, die zal Hij begraven. Maar de nieuwe dingen die je doet die zullen aan het licht komen. Paulus schrijft in het vervolg van dit hoofdstuk over de oude vieze kleren die je uit moet trekken (boosheid, lage begeerte, vloeken, bedrog, schelden). Hij zegt: doe nu al de nieuwe kleren aan (goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld en bovenal de liefde). Ik hoop dat doordat je de Here Jezus ziet, luistert naar zijn stem, dag na dag, zondag na zondag, je leven werkelijk doortrokken wordt van zijn liefde. Dat er dan bij u die verbonden bent met Jezus minder gescholden wordt, minder hebzucht en bedrog is, minder egoïsme en je tot ruzie laten verleiden. Maar dat er vooral meer: bescheidenheid en geduld is, de ander hoger achter dan je zelf, en bovenal meer liefde. Dat zijn dingen die de krant niet altijd halen, dat is niet altijd een grote actie, maar dat is gewoon in het kleine: die vraag na de dienst aan de ander: Hoe is het nu. Dat kaartje of bosje bloemen. Die keer dat jij aanbiedt de koffie in te schenken. Al die mooie dingen: God vergeet ze niet. Ze liggen verborgen in je nieuwe leven.
Straks komt die grote dag. Dan verschijnt Christus in heerlijkheid. Maar omdat Hij opgestaan is, zal jij ook werkelijk opstaan en met hem in alle heerlijkheid verschijnen, stralend van een leven dat levenslang verbonden is met de levende Heer! Amen.