Efeze 2 – Christus wil jouw vrede zijn!

oktober 19, 2017

Preek gehouden in Heemse, 1 oktober 2017

Tekst: Efeziërs 2:11-22

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

[dia 1] Wanneer je er in de klas niet bij hoort kan dat heel lastig zijn. Er zijn kinderen die met elkaar gaan zwemmen, maar ze zorgen er expres voor dat jij dat niet weet en niet mee kan. Als ze samen gaan sporten mag je nooit bij hen in het team. Als je samen een opdracht maakt mag jij niet meedoen. In plaats van dat je het goed hebt samen, is er ruzie en afstand. Wat kan het lastig zijn als die afstand er komt binnen een familie. Dat je elkaar niet meer ziet. Dat je niet meer een bent. Dat je apart van elkaar komt te staan.

 

[dia 2] Wat in het klein kan gebeuren, kan ook in het groot gebeuren. Dat volken tegenover elkaar komen te staan. Er komt een muur tussen twee volken. Denk aan wat er gebeurt in Catalonië dat zelfstandig wil van Spanje. Op deze Israëlzondag denken we ook aan wat er met de Joden gebeurde, in de tweede wereld oorlog. Ze werden puur omdat ze joden waren, werden buiten gesloten. Aan het werk gezet in kamp Molengoot. Mochten nergens naar binnen. Er stond: voor Joden verboden. Wat is het erg als groepen worden veracht en buitengesloten! Wat heeft het Joodse volk eronder geleden. Wat is het erg als iemand wordt buitengesloten puur om wie hij is: omdat hij een andere kleur heeft, van een ander volk is.

 

Paulus schrijft over hoe Joden en niet-Joden in zijn dagen, als twee verschillende volken elkaar vaak hebben uitgesloten. God was begonnen met Israël, Israël had een speciale plaats en de niet-Joden mochten niet in de tempel komen. Als je niet Joods was kwam je op afstand te staan! Eeuwenlang waren er twee groepen. Maar, dat is de goede boodschap, wil God vrede brengen door Christus! Hij maakt ons één, Hij verzamelt ons rond zijn naam:

 

[dia 3] Christus wil jouw vrede zijn!

  1. Zonder Hem sta je op afstand (vs. 11-12)
  2. Door Hem hoor je erbij (vs. 13-18)
  3. Dan groei je samen in zijn vrede (vs. 19-22)

 

  1. Zonder Christus sta je op afstand

Wanneer Paulus schrijft over hoe je door Christus er helemaal bij hoort, wil hij de mensen in Efeze eerst weer laten beseffen hoe het was om er niet bij te horen. Om terug te denken aan de periode dat ze God nog niet kenden. Het is niet zo leuk, maar juist als je beseft wat je eerst allemaal niet had, ga je weer beseffen wat je allemaal hebt. Deze mensen uit Efeze hoorden er als niet Joden eerst helemaal niet bij:

[dia 4] Ze waren vast wel religieus. Ze vereerden goden om gelukkig, vruchtbaar of rijk te worden. Maar ze kenden niet de levende God, de schepper van hemel en aarde. Want God had zijn verbond gesloten met Abraham. Israël deelde in de belofte van Gods vrede. Omdat ze geen burgers waren van Israël hadden ze geen deel aan die vrede. Uiteindelijk was hun bestaan heel donker: ze stonden op een afstand, waren ver weg. Ze waren zonder hoop in deze wereld. Ze hadden geen uitzicht op het eeuwige leven dat God belooft, de weg naar de tempel was gebarricadeerd, ze hoorden er niet bij. Ze bleven ze eigenlijk onder Gods boosheid. Een leven zonder uitzicht, een leven om radeloos van te worden. Ze hadden geen enkel idee waar dit leven naartoe voert.

Zullen ze zich daar altijd van bewust geweest zijn? Waarschijnlijk niet! Ze zullen geleefd hebben, hun dingen gedaan hebben, hun offers gebracht hebben, gewerkt hebben en naar de Joden gekeken hebben als een apart volk, met eigen opvattingen. Een volk zonder beelden en met eigen opvattingen.

 

[dia] We leven in een tijd waarin veel mensen het idee hebben ook wel zonder God of kerk te kunnen leven. Het gaat er toch om dat je het nu goed hebt? Kijk eens hoeveel welvaart we hebben! Geniet van de dag. Iedereen mag zijn eigen opvatting of mening hebben. Respecteer elkaar en gun iedereen zijn eigen mening. Als je maar voldoende kunt genieten van het leven en het goed hebt.

Als we Paulus goed lezen dan noemt hij zo’n leven, zonder God, zonder Christus een leven zonder hoop. Er is geen vrede met God. Je hebt het misschien wel even goed, maar eigenlijk sta je buiten het heil en de vrede die God wil geven. Je leeft eigenlijk zonder doel. Je kent God niet. Het is misschien moeilijk voor te stellen, als je christelijk bent opgegroeid. Maar net zoals Paulus de mensen daar aanspoort om terug te denken aan de tijd zonder God, zouden wij daar eigenlijk ook een voorstelling van moeten maken. [Je kunt merken en ervaren dat ze vanuit het duister in het licht zijn gekomen. Misschien dat wij dat niet meer zo ervaren en daarom teveel bezig zijn met zaken die er niet echt toe doen. Het belangrijkste is dat we het evangelie aannemen en beseffen dat ook wij vanuit het duister in het licht zijn gekomen!] Stel dat je God niet kende? Stel dat je geen vergeving kreeg van de zonde? Stel dat je geen beloften zou hebben? Zou je dan niet moeten zeggen dat het leven heel leeg is. Dat je uiteindelijk leidt onder Gods toorn?

Misschien zeg je wel: kun je dat nu zeggen. Dat je, als je niet met God gaat, niet aan zijn hand gaat een leven zonder hoop hebt. Veel mensen zijn toch zo ook wel gelukkig. Zonder God is het toch ook wel prima. Hoeveel mensen kiezen er deze dag niet voor zo’n manier van leven. En bovendien: dan ben je toch lekker vrij in wat je doet. Dan bepaal je toch zelf wat je wilt? En inderdaad: vanuit de mens gezien is dat zo. Vanuit je zelf zul je misschien niet eens zo erg het probleem beseffen. Maar als je kijkt vanuit God. God die deze wereld gemaakt heeft. God die ons via deze aarde naar zijn vrede wil brengen. God die nu al vrede met hem wil geven en ons als mensen aan elkaar wil verbinden: wat is je leven leeg als je afstand neemt van zijn vrede. Van zijn gemeente. Van zijn liefde in Jezus Christus. Als je er voor kiest om op een afstand te leven.

 

[dia] 2. Door Hem hoor je erbij (vs. 13-18)

Maar wat een geweldig werk heeft Jezus gedaan. Er was een afstand tussen twee groepen. Er zat een muur tussen de Joden en de heidenen. Een muur waardoor de heidenen in de tempel niet verder konden komen dan de voorhof van de heidenen. Een slagboom die scheiding maakte tussen twee groepen. En daardoor ook een slagboom tussen God en mensen. Niet alleen letterlijk was die slagboom er. Die was er ook omdat de joden allerlei instellingen en wetten hadden. Ze hadden de besnijdenis, de tempeldienst, de offers, de spijswetten, scheiding tussen rein en niet rein, tussen Joden en niet Joden. Er waren twee aparte groepen.

[dia] Maar wat heeft Jezus gedaan? Hij heeft de muur afgebroken. Hij heeft de wetten vervuld. Hij heeft de vijandschap weggehaald. Hoe? Door de tegenstelling af te breken. Hij heeft uit die twee groepen, één nieuwe mens willen scheppen. Hij was de Messias die al zoveel eeuwen aan het Joodse volk beloofd was. Ze hadden op Hem gewacht: en toen de tijd vol was, kwam Hij als de verlosser. Een andere naam voor de messias was VREDE. Israël wachtte op de VREDE. In Christus is die vrede gekomen! Vrede voor de mensen die ver weg waren, maar ook vrede voor mensen die dichtbij waren. Een dubbele vrede!

[dia] Hoe de verhouding is tussen kerk en Israël is één van de belangrijkste vragen in de tijd van het nieuwe testament. Joden die vroeger naar de synagoge gingen en niet-Joden die er echt niet bij hoorden zitten opeens samen in een gebouw. In de bijbel (het boek handelingen en de brieven) lees je veel over die spanning. Twee dingen zijn belangrijk om in de gaten te houden: zeg nooit dat de kerk in plaats van Israël is gekomen. Nee, Christus heeft uit twee in vijandschap levenden partijen, Joden en heidenen tot één lichaam verbonden. Om te beschrijven hoe dat conflict opgelost kon worden gebruikt Paulus het woord verzoening: door verzoening komt er vrede. De partijen werden met God verzoend. Ze worden samen in het lichaam van Christus aan het kruis gebracht. Door het offer van Christus kunnen twee partijen in vrede met elkaar leven.

Het tweede dat belangrijk is, is om te zien dat Israël alleen tot die vrede kan komen door die vrede ook aan te nemen. Door te geloven in het werk van Messias Jezus. Een liefde voor het land Israël of voor het Joodse volk zonder een oproep om Messiasbelijdende Joden te worden is niet mogelijk. Maar wat is het mooi als juist Joden Jezus leren kennen. En zo God vereren.

 

[dia] Paulus heeft beschreven hoe je door Jezus tot God kan komen. Nu beschrijft hij het werk van de Heilige Geest. Die zorgt ervoor dat je het niet alleen weet, maar hij neemt je bij de hand en leidt je verder. Besef maar dat alle bordjes ‘verboden toegang’ zijn weggenomen. Geen bordjes meer voor de heidenen, geen voorhangsel in de tempel. Christus offer is genoeg. Wie jij ook bent: wat er ook gebeurd is in je leven, of je nu jood bent of niet, of je nu slecht denkt over jezelf of goed, of je jong bent of oud, man of vrouw, homo of hetero, blank of bruin, gepest bent of pestkop was, wat voor ras, taal ook. Wat voor vragen je soms ook hebt: als je bij God wil komen, en je weet niet hoe het moet: bid maar tot de Geest. Hij neemt je bij de hand. Hij helpt je om tot God te naderen.

Want dat is het hoogtepunt, het hoogste doel: de weg is open door Christus, de Geest leidt je verder, maar uiteindelijk mag je dan komen tot God. Gaan met God. Leven in zijn vrede. Delen in zijn vrede, geluk en heil. Thuis komen bij Vader.

 

[dia] 3. Dan groei je samen in zijn vrede (vs. 19-22)

Eerst gebruikt Paulus persoonlijke beelden: van vreemdelingen en bijwoners, worden we burgers en huisgenoten. Vreemdelingen waren buitenlanders die zonder rechten in een land verbleven. Bijwoners hadden iets meer rechten. Maar het bleven tweederangs burgers. Er werd op neergekeken. Ze hadden andere gewoonten. Zo waren de niet Joden voor het Joodse volk geweest. Al kwam Naäman naar Israël toe, mocht de Kanaänitische vrouw wat van de kruimels mee-eten. Ze bleven vreemdelingen. Maar nu mogen ze burgers in volle rechten worden. Zoals Psalm 87 zingt: de Filistijnen, Tyriërs en moren zullen uiteindelijk allemaal mogen zeggen: wij zijn hier geboren. [dia] En dan gaat Paulus nog verder: de mensen zijn huisgenoten geworden. Familie! Een familie kenmerkt zich door intimiteit. Door vertrouwelijkheid. Samen mag je als broers en zussen met elkaar verbonden zijn. Dat is ook vandaag de kracht van het kruis van Christus. Er kunnen in de kerk zomaar verschillende meningen en groepen ontstaan. [Pieter: Wat belangrijker is: dat we samen in de Kandelaarkerk een huisgezin willen zijn en dat we daar een christelijke opvoeding in willen, en leren om, zo goed als we kunnen, trouwe volgers van onze Heer Jezus Christus te worden.] Je kunt je eigen accenten hebben als christen. Maar wie open met elkaar praat, wie luistert naar elkaar, mag elkaar aanvaarden. Dan mag je samen eten: wat geweldig hoe dat gebeurde tijdens het gemeente project. Dan mag je delen: je huis openstellen, een luisterend oor bieden: oog hebben voor elkaar. Werkelijk er voor elkaar zijn.

[dia] Door het verzoenende werk van Christus wordt je aan elkaar verbonden. Van de warme beelden van mensen, gaat Paulus dan naar de kerk kijken als een bouwwerk. We zijn een tempel, op het fundament van de apostelen en profeten en Christus als hoeksteen. Er is geen tempel meer nodig in Jeruzalem. Wij mogen samen Gods tempel vormen. Het fundament is belangrijk: de woorden van profeten en priesters moeten niet vergeten worden. Dat fundament is gericht op die éne belangrijkste hoeksteen Jezus Christus en daar mogen we steeds ook weer op gericht zijn. Dan kun je samen werken: ook in de wijken, ook in je eigen leven om opgebouwd te worden in Christus. Doordat er nu geen tegenstelling meer is, maar eenheid in Christus ga je steeds meer samen groeien.

[dia] Enfin, toen God tussen zijn volk wilde wonen gaf hij in de woestijn aan Mozes een voorbeeld van de tabernakel. Gebouwd naar hemels voorbeeld. Met hout en kleden. Later mocht Salomo de tempel bouwen. God ging zijn weg met het volk. Nu krijgen we geen voorbeeld uit de hemel hoe we de kerk en gemeente moeten bouwen: maar we mogen in de brief van Paulus een voorbeeld lezen. Luister naar zijn woorden, kijk naar dat voorbeeld, neem de oproep ter harte om jezelf als levende steen in te laten voegen in dat bouwwerk: het gaat om jezelf. Jezus geeft een plek aan jou, je mag delen in zijn vrede: laten we dan ook elkaar, ook die ander die zo anders is, in liefde in de armen sluiten, niemand buiten sluiten, maar samen bouwen op het fundament van Jezus Christus. In je wijk. Rondom de kerkdienst. Op de vereniging op bijbelstudie. Door zijn Geest. Tot eer van de levende God. Amen

Advertenties

Handelingen 4:32-5:11 – Gods liefde leert delen, maar dan wel eerlijk!

juli 10, 2017

Preek gehouden in Den Ham en Heemse, 9 juli 2017

Tekst: Handeling 4:32-5:11 [Thematiek: Zondag 42, H.C.: Steel niet]

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Er zijn soms mensen in de gemeente waar je naar opkijkt. Zoals iedereen voorbeelden heeft, zeker als jongere. Die heeft altijd van die leuke kleren aan. Hij kan zo enorm goed tennissen. Hij heeft zo’n goede baan. Zij haalt zo’n hoog niveau op school. Hij heeft echt twee rechterhanden. Maar ja … jij bent jij, en dat jij bepaalde dingen goed kunt dat weet je wel. Dat vind je niet bijzonder. En als je niet oppast ben je zomaar bezig met wat je nog meer wilt hebben, in plaats van dat je tevreden bent met wat je hebt en kan.

[dia 2] Ananias en Saffira zijn tot geloof gekomen. Ze zijn lid geworden van de gemeente van Jeruzalem. Deze broeder en zuster zullen zich hebben laten dopen. Waarom? Er staat hier heel duidelijk dat Petrus preekt over de opstanding van Christus. Dat is het allesbepalende voor deze Joodse gemeente: zij geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan. Dat maakt hen in de gemeente één, dat bindt hen samen. Dat betekent dat je gelooft dat Jezus je redder en verlosser is. Dat betekent dat je als Jood gelooft dat Hij de zoon van God is. Het betekent vooral dat je nu niet meer van de wet leeft, maar van de genade: Christus is gestorvenen opgestaan, nu mag ik leven uit zijn liefde en kracht.

[dia 3] Als je ziet hoe dat eerste gemeenteleven wordt beschreven, dan kun je er zomaar een beetje jaloers op worden. Ik weet wel: ook onze gemeente geeft veel aan goede doelen. We collecteren bij een ramp. Velen zetten zich in. Er zijn veel contacten. De diakonie ondersteunt soms waar het echt nodig is. Maar dat je nu kan zeggen, zoals hier staat: we hebben alles gemeenschappelijk? [Na de vakantie willen we als kerkenraad in het gemeenteplan ons meer toeleggen op de wijken.] Kun je zeggen dat we daarin eendrachtig samenleven? Dat we onze bezittingen niet als persoonlijk eigendom beschouwen? Je huis, je auto, je apparatuur, je telefoon? Soms kun je jaloers worden op wat er verteld wordt over die eerste gemeente!

In de eerste gemeente was er kennelijk ook iemand naar wie je op kon kijken. Er was iemand van Cyprus, een leviet, Josef, die echt een voorbeeld is in de gemeente. Hij had een stuk land en die verkocht hij. Nu heeft hij allemaal geld in zijn handen. Soms krijg je geld voor je verjaardag jongens en meisjes op een feestje en heb je misschien wel 25 euro! Je kunt je rijk voelen als je eerst verdiende geld op je rekening wordt gestort van je vakantiebaantje. Of als je een mooie financiële meevaller hebt gehad. Fijn zoveel geld: wat kan ik ervan kopen?! Maar wat doet deze Josef: Het geld brengt hij naar de apostelen. Hij denkt: anderen hebben het harder nodig dan ik. De apostelen weten wel wie het nodig hebben. Wat een voorbeeld! Zelfs zo dat hij er een speciale naam voor krijgt: Barnabas. Zoon van de vertroosting: hij is het die anderen helpt. Hij heeft later ook veel met Paulus samengewerkt in de verspreiding van het goede nieuws. Hij ging mee op de zendingsreizen.

 

[dia 4] Gelijk daarna vertelt Lucas wat er dan gebeurt in de gemeente. Ananias en Saffira willen kennelijk dit voorbeeld volgen. Ze kijken op naar Barnabas: wat een voorbeeldig christen. Zo willen wij ook doen. En ze verkopen hun bezit, en ook zij hebben een zak geld, en ook zij gaan dat geld naar de apostelen brengen. Tot zover niets mis, zomaar weer een voorbeeld dat toegevoegd zou kunnen worden aan het wervende van de eerste gemeente. Weer twee mensen die geraakt zijn door de liefde van Christus.

 

Maar dan gebeurt er wat. Dan wordt opeens de kracht en macht van geld duidelijk. Dat geld en bezit maar niet zomaar iets is, maar dat het een afgod kan worden. Dat het een gevaarlijke macht is. De oorsprong van alle kwaad, kan Paulus zelfs zeggen. Als ze zo’n som geld in handen hebben zien ze niet alleen wat ze voor een ander kunnen doen, maar beginnen ze zelf ook na te denken wat ze ervan zouden kunnen doen. Als ze nu wat voor zichzelf houden, dan hebben ze mooi een appeltje voor de dorst (zei iemand in een reactie op facebook). Dan hoeven ze, als het straks minder gaat, niet van steun van anderen te leven: dan kunnen ze zichzelf nog verder redden. En misschien denken ze ook wel aan luxe producten die ze ervoor zouden kunnen komen. Een duurdere wijn, een mooi paard, geen goede kar, een reparatie aan de woning.

[dia 5] Een commentaar zei: ze vertrouwen te weinig op de Here God. Op zijn voorzienigheid. Dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de dag van morgen. En aan de ene kant hebben ze gelijk. Wij hebben boven op een deur een tekst hangen die zegt: de dag van gisteren is van God. Hij wil het verleden vergeven. De dag van morgen is voor God: Hij zal voor je zorgen. De dag van vandaag is als een brug tussen gisteren en morgen. Als je de last van gisteren en van morgen wil dragen, is dat veel te zwaar. Vertrouw maar op God, Hij zorgt voor je. De dag van vandaag heeft genoeg aan zichzelf: als we zo met ons geld om zouden gaan, zouden er denk ik veel meer mooie dingen gebeuren. Dan hoeven we zekerheid niet in sparen, bezit, pensioenen te zoeken, maar in God. Kijk maar naar zo’n musje: God zorgt zelfs voor de vogels.

En toch klopt het niet dat we hierom boos moeten worden op Ananias en Saffira. Ze doen niets verkeerd hierin. Dat zegt Petrus ook duidelijk: ze hoeven niet alles te verkopen. Ze hadden niet alles hoeven geven. De eerste gemeente was geen communistische gemeente waar er geen eigen bezit was. Zeg maar dat je zo bij de buren mag binnenlopen en de playstation mag meenemen. Nee, het was een gemeente waarin met in liefde voor elkaar zorgde. Wie de ander kan helpen, die deed dat. In die zin moeten we ook niet denken dat we nu geen bezit meer mogen hebben, of dat je al je geld aan de armen moeten geven. De liefde van Christus doet je delen, en ik bid dat je veel van die liefde mag ontdekken: je bent gekocht en betaald, je bent zijn eigen kind, God zal als een Vader voor je zorgen. Ik bid dat je dan ook steeds meer voor anderen gaat zorgen en dat ook over deze gemeente gezegd wordt: niemand komt tekort en wie wel tekort komt die durft ook om steun te vragen. Laten we die eerste gemeente niet ophemelen, en als een voorbeeld nemen: en dan vervolgens ontdekken dat we dat zelf niet halen als kerk, tenminste: ik ben zo’n volmaakte kerk hier nog niet tegengekomen.

 

[dia 6] Wat is dan de kern van de zonde van Ananias en Saffira? Dat is dat ze niet eerlijk zijn. Het begint met, de wortel is: de macht die geld heeft. Die afgod die inspeelt op hun gevoelens. Maar het punt is vooral dat ze een goede indruk willen maken. Ze zijn hypocriet: ze bedriegen de boel. Ze komen overeen om gewoon te zeggen dat dit alles is, en ondertussen houden ze een gedeelte voor zichzelf. Dus als Petrus vraagt: wat heeft je bewogen, dan denk ik dat ze vooral dat voorbeeld van Barnabas wilden volgen. Of beter dat de satan dat in hun hart heeft gewerkt. Zij namen een ander als voorbeeld en wilden net zo doen.

Wat doet het pijn om te lezen wat er gebeurt. Ananias komt bij Petrus. Petrus ziet door de Heilige Geest dat hij bedrogen wordt. Petrus wijst Ananias op zijn zonde. En dan … dan valt Ananias dood neer. Iedereen schrikt ervan! Jonge mannen dragen zijn lichaam weg. Saffira komt binnen. Petrus laat haar zien dat hij weet van de zonde. De voetspanen van de mannen die drie uur geleden weggegaan zijn met het lijk van Ananias hoor je aankomen. Ze kunnen gelijk weer aan de slag. Ook Saffira valt dood op de grond. Ongelofelijk. Wat erg? Hoe kan het? Je zult er nu van schrikken, maar iedereen die het hoort wordt met grote schrik bevangen. Wat een verschrikkelijke gebeurtenis in de nieuwe gemeente.

[dia 7] Waarom zo’n verhaal van geweld in de bijbel. Waarom straft God zo direct? Als je een beeld hebt van God die alleen liefde is, dan kun je hier niet mee uit de voeten. Maar ook als je thuis bent in de bijbel en weet dat God enorm boos kan zijn. Dat hij in het oude testament soms mensen laat omkomen door water, door het vuur, in de grond laat wegzinken, en als je weet dat ook Jezus zulke erge straffen voorspeld heeft: blijft dit toch ook een moeilijke gebeurtenis. Toch is dit de keerzijde van Gods liefde: dit gebeurt met degene die satan toelaat in zijn hart. Met wie God bedriegt. Al moet je wel beseffen: dit is in de tijd van de apostelen. Zij die bijzondere gaven hadden: de Heilige Geest was zo in Petrus dat Petrus dat bedrog kon doorzien. We leven nu in een andere tijd. Maar ook in ons hart kan zomaar kwaad komen: laten we dan bidden om vergeving voor de zonde. Laten we bidden of God een nieuw hart wil geven. Laten we schuilen achter het kruis van Jezus Christus: Hij die dood werd gemaakt voor onze zonden en ons een nieuw leven wil geven. Hij die voor ons Gods straf droeg.

 

[dia 8] Laten we twee dingen leren: persoonlijk en als gemeente. Laat ieder persoonlijk hiervan leren om eerlijk te zijn. Ook als het gaat om geld en je bezit. Niet een goede indruk willen maken en ondertussen de boel bedriegen. Niet naar voorbeelden kijken van wat anderen doen en dan dingen gaan doen die je zelf eigenlijk niet op kan brengen. De een heeft andere gaven dan een ander. Jij kunt misschien makkelijker helpen door tijd te geven, door een luisterend oor te bieden, door een taak in de gemeente te doen, dan door geld af te staan. Een ander krijgt wel die gave en mogelijkheden. Richt je niet op wat je niet kunt, wat de Geest je niet geeft, bedrieg de Geest niet: maar luister naar wat Hij van je vraagt, bid of Hij je wil zegenen op de weg die jij moet gaan en dat je zelf dan ook een bron van zegen mag zijn om je heen. Wees daarin bescheiden en vooral eerlijk.

 

Maar laten we ook als gemeente hiervan leren. In hoe je naar de kerk kijkt. Deze gebeurtenis staat hier niet voor niets. Net als toen het volk het beloofde land introk, Jericho was gevallen, alles leek mooi en goed te worden en toen opeens Achan spullen uit Jericho ging stelen. De vrede leek aangebroken en het ging gelijk mis. Ook daar verpeste zijn hebzucht het gelijk alweer. Ook hij werd gedood. Nu is er weer een nieuwe gemeente. Er wordt hier voor het eerst het woord kerk gebruikt: maar terwijl er door Jezus dood en opstanding, door zijn Geest een gemeente mag zijn rondom Gods woord en een gemeenschap van de heiligen waarin iedereen zijn gaven inzet voor elkaar, is dit ook nog niet het paradijs. We zijn nog geen volmaakte kerk. Er is niet zoveel eensgezindheid als we zouden willen. Niet zoveel liefde, meeleven. De vrede, de sjaloom is nog niet volmaakt. En die volmaakte kerk zullen we nu nog niet vinden. En toch: we mogen hier al oefenen. Leren vertrouwen op Gods zorg, leren delen van wat we ontvangen, onze gaven inzetten in de gemeente: leven vanuit de opstandingskracht van Christus: tot de dag komt dat zijn sjaloom, vrede wereldwijd wordt. Amen!

Liturgie Den Ham / Heemse 9 juli 2017

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 97:1,2 en 5 (staande)

[Wet / Gezang 156 (Heer, ik kom tot U)]

Gebed / Gz 181d: Onze Vader

Lezen en tekst Handelingen 4:32-5:11

Zingen Psalm 112:1 en 3

[Tekst zondag 42]

Preek

Zingen Psalm 146:1,2,5,8

[Belijdenis]

Gebed

Zingen Liedboek 995 (O, Vader trek het lot U aan)

Collecte

Zingen Gezang 111 (Jezus leeft in eeuwigheid, staande, aangekondigd na collecte)

Zegen en gezongen amen (staande)


Matteüs 12:7 en 8 – Zondag feestdag!?

november 28, 2016

Preek gehouden in Heemse, 27 november 2016 (Jongeren)

Tekst: Mat 12:7 en 8 – Zondag feestdag!?

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Ik zat me af te vragen:

waarom willen jullie jongeren graag een dienst over de zondag?

We hadden een lijstje gemaakt met de groep 16/17 jarigen van Noord en Oost.

Allerlei onderwerpen stonden erop: verslaving, muziek, en nog een paar.

Maar jullie waren vooral benieuwd naar de zondag. Waarom?

Toen we erover doorpraatten, kwam naar voren dat jullie wel eens discussie hadden over wat doe je wel en wat doe je niet.

Ga je wel of niet sporten?

Maak je je huiswerk op zondag?

Moet je echt twee keer naar de kerk?

Mag je werken voor geld of dingen kopen?

Best wel jammer dat de zondag snel gaat over wat wel en niet mag. Dan krijgt de zondags iets negatiefs, en dat kan het richting anderen ook zomaar hebben. Toen ik van de week iemand tegenkwam die niet met het geloof bekend was zei hij: zijn jullie ook zo fundamentalistisch dat je helemaal niet mag werken? Een vriend van een collega was gereformeerd en die wilde niet in de storingsdienst op zondag: ook wel lekker voor hem, maar vervelend voor die vriend, want die moet nou vaker werken …

 

[#2] Maar wat is nu de goede bedoeling van de zondag?

We lazen net over Nehemia. Hoe hij het volk waarschuwt om niet te werken op rustdag.

Ze moeten niet op zondag de druiven gaan treden.

Een zwaar werk: druiven kapot trappen met je blote voeten.

Ze moeten niet op zondag gaan handelen met vis enzo. Er moet geen markt zijn.

Nehemia is heel streng, maar zei een jongere: ‘hij zegt wel wat hij echt vindt’.

Dat Nehemia dit zo belangrijk vindt laat zien dat het veel voor hem betekent.

Hij is echt boos dat ze zomaar weer gaan werken op de rustdag.

Dat hun portemonnee belangrijker is dan de wet van God.

Nehemia was net met het volk uit ballingschap terugkomen.

Ze hadden straf gekregen, oorlog, ballingschap, pijn en verdriet omdat ze God vergeten waren. En ook zijn dag: de dag die een teken is van het verbond.

Er was juist net feest geweest: er was weer een tempel.

De muren zijn weer opgebouwd. Het was mooi als Nehemia hier gestopt was.

Als zo de Oud Testamentische vrede bereikt was. Een volk, een tempel, een stad, samen vrede.

Maar Nehemia, eigenlijk de laatste woorden van het Oude Testament, eindigt toch weer verdrietig. Ze luisteren niet meer naar de wetten, ze vergeten ook de rustdag.

Het lukt het volk niet om zelf echt de vrede en rust te vinden in God.

Het wordt tijd dat Jezus komt!

 

[#3] Nehemia meent dus echt: neem nu rust op de rustdag.

God had die wet gegeven, met drie bedoelingen:

Voor je gezondheid: als je alsmaar doorgaat met werken, dan word je slaaf van je werk. Israël was slaaf geweest in Egypte. Zij wisten hoe erg het was.

Misschien vind je het niet leuk als je vader of moeder zegt: nu is het tijd om je schermpje weg te doen, of zou je niet eens gaan slapen, of: nu heb je echt wel genoeg aan je huiswerk gedaan. Soms kun je zo door dingen in beslag genomen worden, dat het niet meer gezond is. Door één dag niet te hoeven werken: mag je tot rust komen.

Dat zeiden jullie zelf ook: op zondag hoef ik niet aan school te denken, hoef ik geen huiswerk te doen, ben ik lekker vrij, zijn er geen verplichtingen, op zondag kom ik tot rust. Wat goed als je als ouder je kind daarin ook helpt en voorgaat. Die jongen die ik van de week sprak zei ook: ik ben dan niet van de zondag, maar ik heb echt wel een dag van ontspanning nodig. Heerlijk om een dagdeel helemaal niets te doen.

Liefde voor elkaar: doordat je op zondag meer tijd heb, is er ook meer tijd voor elkaar. Je kunt vrienden, gemeenteleden ontmoeten. Iemand zei: op zondag eten we vaak wat uitgebreider, met wat lekkers erbij. Op zondag is er meer tijd voor de familie. Jullie zeiden ook: mijn ouders willen niet dat ik op zondag de hele tijd achter mijn schermpje zit. Ook je ouders vinden het fijn om elkaar te ontmoeten. God geniet ervan als er liefde is voor elkaar, als je als gemeente met elkaar meeleeft. Bid voor een zieke. Wat is het dan belangrijk dat je elkaar ook aanspreekt, voor en na kerktijd, zodat mensen zich hier in de kerk ook welkom voelen en niet alleen.

Liefde voor God: God geeft de rustdag ook om Hem te ontmoeten. Jezus ging op de sabbat naar de synagoge. De christenen komen bij elkaar op de opstandingsdag, de zondag, om Gods Woord te horen en het brood te breken. Het is goed om in de kerk de week te beginnen. Om Hem te danken voor alles wat je krijgt. Om samen tot Hem te bidden. Ik vond het mooi om dat ook van jullie terug te horen. Zondag ga ik naar de kerk en mag ik horen: ‘al je zonden zijn je vergeven’. Zondag kan ik me focussen op God.

 

[#4] Om echt zo de zondag te kunnen vieren, heb je wel regels nodig.

De regel om op zondag niet te werken (als het niet hoeft), geen geld uit te geven, niet naar evenementen te gaan, geen huiswerk te maken, niet online te shoppen, niet voor prestatie of geld te sporten. Regels die passen bij hoe de rustdag was ingesteld en bedoeld: regels die ervoor zorgen dat je zelf ook echt tot rust kan komen en dat anderen ook niet hoeven te werken.

De regel om op zondag twee keer naar de kerk te gaan. Zodat je ook werkelijk tijd maakt om met elkaar de Here te ontmoeten. Zodat je je kan richten op Hem. Zodat je elkaar ook kan ontmoeten.

Regels zijn nodig! Wie geen regels maakt kan hele mooie dingen zeggen over tot rust komen, over elkaar ontmoeten, over tijd voor God maken, maar dan zal het niet snel gebeuren. Naar school gaan is goed voor je, maar toch vinden we het belangrijk dat er een wet is die zegt dat je ook echt naar school moet. Zo spreken we dat af. En sporten kan leuk zijn, maar als je elke keer zomaar niet komt opdagen bij de wedstrijd, dan zullen je niet meer mee kunnen doen. En als naar de kerk afhankelijk wordt van of je zin hebt, van het weer, van wie er preekt, als het een optie wordt om naar de kerk te gaan: dan is er al heel snel een reden om niet te gaan. Dan kan zomaar je plek hier leeg blijven … En ouders: jongeren willen discussie, en dat is maar goed ook. Bevraag je ouders maar, maar zorg ook dat je als ouders duidelijk bent. Als ze merken dat je het echt meent, en dat bijvoorbeeld twee keer naar de kerk gaan niet ter discussie staat zullen ze respect voor je hebben: zoals ze ook over Nehemia zeiden: Hij meent echt wat hij zegt.

 

[#5] Maar er zit een groot gevaar aan regels. Een heel groot gevaar. Dat is als je het doel uit het oog verliest! Als de regels belangrijk zijn om de regels. Dat zie je hier bij de Here Jezus gebeuren. Als je zo leest zie je een heel mooi plaatje van de rustdag. Jezus heeft tijd om te ontspannen. Hij loopt met zijn Farizeeën tussen het koren. Niet een Nederlands rechte weg, langs een veld met een slootje of een hekje, maar daar hadden ze slingerwegen en waren de grenzen van de akkers aangegeven met een grote steen. Ze praten ontspannen met elkaar. Genieten van Gods schepping, maar dan komen opeens de Farizeeën. Die hebben niets van de wetjes en regels begrepen. Ze hebben er heel veel regels bij verzonnen. Het volk een zwaar juk op gelegd. Je mag niet werken, nou dan mag je ook geen koren fijnwrijven, want dat is dorsen. Dan mag je het al niet eens plukken, want dat is oogsten. Ze hebben van de goede regels een systeem gemaakt. En op die regels gaan ze Jezus afrekenen. Ze hebben sowieso al een hekel aan Hem. Hij die van zichzelf doet alsof hij God is. Jezus die wonderen doet en met gezag spreekt. Daardoor zijn zij helemaal niet meer belangrijk. Luistert het volk steeds mindere naar hen. Zo kunnen regels ook bij ons beknellend worden: als het allemaal te strikt wordt, als het puur gaat om de regel, als je dingen doet, terwijl het niet uit je hart komt en je de goede bedoeling niet meer ziet.

 

[#6] Daarom geeft Jezus hier een lesje Ethiek. Hij gaat uitleggen hoe je met regels omgaat. Hij zegt dat hij juist komt om het zware juk te verbreken, en het lichte juk te brengen.

1) Nood breekt wet

Toen David op de vlucht was, toen mocht hij van de heilige broden in de tabernakel in Nob eten. David met zijn volgelingen. Dat mag normaal helemaal niet. Maar Abjatar stond het toe. Nood breekt wet: een leven, gezondheid is belangrijker dan de regel. Als Jezus met zijn volgelingen hier loopt en ze willen hun honger stillen met een paar graankorrels dan mogen ze dat doen. Een jongere zei: als iemand aanbelt om hulp op zondag en je hebt niets huis, dan moet je niet zeggen: ik kan niets voor je kopen, maar dan moet je juist zorgen dat hij te kleding of eten krijgt!

2) De uitzondering bevestigt de regel

De regel is inderdaad dat je niet mag werken op zondag. Maar zegt Jezus: Mozes had al in de gaten dat er sommige dingen wel moesten gebeuren. De priesters moesten ervoor zorgen dat de mensen naar de tempel konden. Dat is kennelijker belangrijker dan dat zij ook rust hebben. Voor mij en voor de koster is de zondag vaak de meest intensieve dag … Wanneer Jezus straks de man met de verschrompelde hand geneest op de sabbat, gaat liefde voor de rustdag!

3) Het draait om de liefde

De Farizeeen zijn eigenlijk alleen maar er op uit om Jezus te pakken. Ze willen hem gevangen nemen en laten doden. Ze handelen uit haat. Ze hebben met op zich een goede regel verkeerde bedoelingen. En dat terwijl Jezus juist in liefde wil leven! Wanneer je vader of moeder zegt geen huiswerk maken op zondag: dan zullen dat niet doen omdat ze graag willen dat je een onvoldoende haalt. Ze gunnen je ook een dag waarop vrij bent en ook echt kan genieten. Ze doen dat uit liefde!

4) Sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de Sabbat

Jezus is zelf de Heer over de Sabbat. Hij laat zien dat het niet zo is dat de regels zo strikt moeten worden dat je steeds binnen de regels probeert te houden en geen vrijheid meer hebt. Regels zijn goed wanneer het doel duidelijk is. Dat je als mens een rustdag van God ontvangt om te kunnen rusten, God en je naaste lief te kunnen hebben.

 

[#7] Jezus laat zien waar het echt om draait!
Bij Nehemia merk je dat het Oude Testament roept om Jezus.

Ze hadden de stad herbouwt, de tempel ingewijd, maar echte rust en vrede bleef uit.

Maar dan komt Jezus: hij komt niet om de wet af te schaffen, maar juist om de wet te vervullen. Waar de Farizeeen de liefde en Geest uit de wet hadden gehaald, brengt Jezus die terug. De Farizeeen zeiden: je moet niet doodslaan, maar Jezus zegt je moet iemand al geen dwaas noemen. De Farizeeen zeiden: je mag geen overspel plegen, maar Jezus zei wie naar een ander vrouw kijkt en met haar naar bed wil, gaat al vreemd. Want in gedachten is hij vreemdgegaan.

 

Hij zegt: Ik merk dat jullie zelf niet die rust kunnen brengen.

Ik wil ervoor zorgen dat jullie echt bevrijd zijn.

Je hoeft niet meer eerst een week te werken en dan op zaterdag te rusten.

Nee: ik heb al het werk gedaan. Ik ben voor jullie gekomen en gestorven.

Al jullie fouten heb ik vergeven. Als je in mij gelooft, mag je de echte rust vinden.

Daarom mag je nu op zondag de week beginnen met rust.

We leven niet meer onder de wet, maar onder de genade.

Nu mag de zondag een feestdag zijn, een dag van rust, van liefde voor God en voor elkaar.

Dan mag je weer bepaald worden bij mijn liefde.

Daar zijn afspraken voor nodig, maar wel afspraken die helpen om die liefde centraal te zetten. Juist door naar de kerkdiensten te gaan, door niet te werken of huiswerken, door tijd voor elkaar te maken kan die liefde in je leven groeien.

Dan mag je op zondag al iets merken en proeven van de eeuwige rust.

Proberen van die dag iets maken, zoals het straks zal zijn als alles nieuw wordt.

 

[#8] Dan is het altijd goed. Jullie verlangen naar die dag. Want zeggen jullie: dan is er geen oorlog, geen pijn, geen ziekte, geen hartinfarct, geen dood, geen kwaad, geen ruzie meer. Dan is er altijd rust en zullen we nooit meer haast, of verplichtingen of stress hebben. Dan kun je doen wat je leuk vindt. Dan is er echt een nieuw begin, is het altijd feestdag. Iemand zei: dan komt er nooit meer maandagmorgen. Dan wil je altijd wel naar de kerk, zei iemand. En het mooie is dat dat dan niet meer nodig is. Er zal geen tempel of kerk meer nodig zijn, want God zelf woont in ons midden. Hij is altijd bij ons en we mogen Hem kennen zoals Hij is. Laten we vanuit die volmaakte rust onze zondag nu al mooi maken door te rusten, elkaar op te zoeken en God steeds weer met God verbonden te worden door naar zijn huis te gaan. Amen


Jaarthema 2016/2017 ‘Vooral de liefde’

september 27, 2016

Gemeenteproject  ‘Vooral de Liefde’                                                            #1   sept/okt  Buitengewone liefde!

Dit jaar hebben we als gemeente het thema ‘Vooral de liefde’. We hebben er voor gekozen om dit jaar geen gemeenteschets te maken, maar elke maand dat er een thema behandeld wordt een A4tje te maken. Dit kan evt. ook gebruikt worden op de bijbelstudie of jeugdvereniging om het jaarthema te bespreken. De volgende thema’s zullen met elkaar behandeld worden. Steeds zal op de eerste zondag van de maand het thema in de dienst centraal staan en het A4tje verspreid worden.

 

Preeksamenvatting 25 september 2016 – Johannes 13:1-20

Robert moest zijn voetbalwedstrijd opofferen om naar de familiedag te gaan. Liefde voor elkaar kost soms tijd, soms offers en vraagt keuzes. Dit jaar gaan we het hebben over ‘Vooral de liefde’, maar we beginnen deze zondag met het belangrijkste, het eerste: waarom zou je liefde tonen, waarom zou je je naaste liefhebben? Omdat Jezus ons liefgehad heeft tot het uiterste, omdat Hij ons een voorbeeld geeft van wat echte liefde is.

 

Christus wil door zijn liefde tot het uiterste, ons liefde leren

  1. Christus toont zijn liefde. Johannes gaat spreken over het lijden van Jezus. Jezus wordt vernederd, tot in de dood aan het kruis. Hij toont daarin de liefde voor zijn mensen. Hij heeft hen liefgehad tot het uiterste, dat wil zeggen: tot het einde, maar ook: helemaal! Juist door zich te vernederen, laat Hij liefde zien (Fil. 2:7). Hij staat tijdens de maaltijd op, doet het vervelende werkje. De stoffige voeten maakt Hij fris. Jezus doet zo zelf voor wat liefde is. Liefde moet geen lege term worden, maar mogen we door bijbellezen, zingen, bidden en preken steeds weer laten vullen met de liefde van Christus.
  • Wat maakt de grootste indruk op jou als je denkt aan het lijden van Christus?
  • Op wat voor manieren zorg je ervoor dat je hart vol blijft van Christus’ liefde?

 

  1. Hij vraagt dat je die liefde aanneemt. Als Jezus bij Petrus komt is Hij heel stellig. U, de Heer, Ik zondig mens? U, de meester, Ik de leerling? Dat is de omgekeerde wereld. Maar Jezus zegt: dan hoor je niet bij Mij, dan heb je geen deel aan Mij. Jezus vraagt van ons dat we zijn liefde ook aannemen. Dat je zegt: niet alleen anderen, maar ook ik met mijn zonden, mijn karakter, mijn mens-zijn, mijn eigenaardigheden, ook ik mag delen in de vergeving van Christus. Het enige wat ik hoef te doen is: mijn voeten uitsteken, dat wil zeggen mijn handen ophouden, geloven in Hem!
  • Welke liefde heb jij in dit leven ontvangen en van wie? Helpt de liefde van God jou om van jezelf te houden?
  • Geloof je dat Jezus niet alleen aan anderen die liefde wil geven, maar dat jij/u ook deelt in zijn werk (Zondag 7 H.C.). Hoe ervaar/weet je dat?
  • Welke pijn of vragen roept dit onderwerp ‘vooral de liefde’ bij je op?

 

  1. Hij vraagt dat je die liefde doorgeeft. Dit is de enige keer dat Jezus zegt: doen jullie net zo. Volg mijn voorbeeld. Dat wil niet zeggen dat je per se de voeten moet gaan wassen, maar je moet wel de minste willen zijn. Niet de baas spelen, maar elkaar juist helpen. Ook de vervelende klusjes bij het eten willen doen (afwassen, opruimen). Vrijwilligerswerk, meeleven met iemand die het moeilijk heeft of verdriet heeft, als er liefde is binnen relaties en huwelijken. Dat een oudere meeleeft met een jongere of andersom. Laten we steeds het voorbeeld van Jezus volgen en de minste willen zijn.
  • Welke liefde geef jij aangespoord door Christus’ liefde voor jou, aan God en je naaste?
  • Welke offers kost het jou om een ander te helpen? Wat zouden jullie als groep kunnen doen voor een ander? Wat zou jij nog meer kunnen doen? Wat zijn je grenzen?

 

 

Inleiding op het jaarthema

(voorgelezen op startzondag)

 

Vooral de liefde……         

Het draait om liefde.

Het begon met liefde.

Zonder liefde was je nergens.

Je werd geboren. Je kon niets beginnen. Maar er waren handen die je opvingen, armen die je droegen. Je keek in de ogen van je moeder. Wat zag je in die ogen? Het heeft iets te maken met het geheim van de liefde.

 

Een levenslange ontdekkingsreis begon. Op zoek naar de schat. En op zoek naar: zelf een schat zijn. Het werd een langdurig avontuur. Dat is het nog steeds. Spannend, soms overrompelend mooi, maar vaker dan je lief is een pijnlijke belevenis. Je leert je karakter kennen, je talenten, je beperkingen. Dat blijkt alleen maar te lukken in de ontmoeting met anderen. Je bent er nog niet klaar mee. Je blijft onderweg, je blijft zonder ophouden aanleren en afleren. Op zoek naar het geheim van de liefde.

Totdat Jezus terugkomt op deze aarde.

Het eindigt met Liefde.

Dat heeft te maken met wie God zelf is: begin en eind van alles.

In zijn eerste brief schrijft Johannes: God is liefde  (1 Joh. 4:8 en 16). Maar wat betekent dat? En wat betekent dat voor je omgang met mensen?

 

We gaan als gemeente op zoektocht.

Waarom?

Omdat er aan de ene kant in de kerk buitengewoon mooie dingen gebeuren.

Een aantal wijkleden knapt het huis op van een broeder of zuster die dat zelf niet meer kan.

Een zuster van in de negentig is na vijfenzestig jaar huwelijk nog steeds blij met haar man, die zwaar dement is. Een diaken met een drukke dagelijkse baan gaat met liefde de wijk in om mensen te bemoedigen. Een jongere op de vereniging neemt een kaart mee voor haar zieke buurvrouw. Elke maand weer vrijwilligers die aan de kinderen tijdens Spoorzoekers over God vertellen. En ga maar door. Er is zoveel moois te genieten als je zoekt naar Gods liefde in mensen.

 

Ondertussen komen van alle kanten onbijbelse opvattingen over liefde, relaties en seksualiteit naar ons toe.  Hierdoor worden we allemaal beïnvloed. En merken we dat “liefde” iets kwetsbaars is en bij gemis veel verdriet kan opleveren.

 

Daarom gaan we het hebben over relaties.

Dat komt dichtbij jezelf. Het gaat over vriendschap en over passie. Het gaat over verliefdheid en huwelijk, over de kostbaarheid en breekbaarheid van menselijke relaties. Het gaat over het geheim, maar ook over de pijn van liefde.

 

Sept./oktober: Buitengewone liefde

November: Bijbels huwelijk

Januari: Talen van de liefde

Februari: Gebroken hart

Maart: Veilige gemeente

April: Vriendschappen, noaberschap

 

Complete preek:

Preek gehouden in Heemse, Startweekend 25-9-2016

Tekst: Joh 13:1-20

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Laat ik beginnen met een voorbeeldje dat ik tegenkwam in een dagboekje: Robert is erg chagrijnig. Hij moet heeft morgen een voetbalwedstrijd, maar hij kan er niet naartoe. Zijn ouders hebben hem verteld dat ze familiedag hebben. Iedereen komt, zijn opa en oma, ooms en tantes neven en nichten. Ze willen graag ook samen foto’s maken.

Hij heeft al geprotesteerd. Hij is het er niet mee eens, en als ze die zaterdag weg gaan ligt hij mopperend op de bank. Hij trekt zijn sportschoenen aan, maar moeder zegt: ik heb nu al drie keer gezegd: ‘doe je nette schoenen aan’. Boos, stampend loopt hij naar  boven. Zijn vader loopt rustig achter hem aan en gaat op zijn kamer op het bed zitten. Robert, weet je nog dat de hond Hektor laatst dood ging. We vonden het achteraf jammer dat we geen foto’s hebben waar we met z’n allen met de hond opstaan. Robert weet het nog wel. Gelukkig zijn er een wel een paar foto’s van de hond en die heeft moeder is huis opgehangen. Hij vind het wel mooi, want hij mist Hektor nog elke dag. Vader zegt: we willen graag samen naar de familiedag. Nu kan iedereen er nog bij zijn, begrijp je dat? Opeens begrijpt Robert veel beter wat vader bedoelt. Hij schaamt zich een beetje dat hij alleen aan zichzelf gedacht heeft. Hij vond zijn eigen dingetjes belangrijker dan de dingen van een ander. Hij zegt: sorry, dat ik zo mopperde. Vader zegt: ik begrijp best dat je graag wilde voetballen, maar dit gaat nu even voor. Zullen we er samen een leuke dag van maken?

Zomaar een voorbeeldje dat ik tegenkwam van hoe je niet te veel aan mij, ik of mezelf moet denken, maar dat je mag denken aan een ander. Een voorbeeldje van liefde voor elkaar. Dit jaar gaan we het hebben over ‘Vooral de liefde’. We gaan het in de verschillende maanden over veel kanten van de liefde hebben, over relaties, talen van de liefde, verdriet, homofilie, vriendschap. Maar we beginnen deze zondag met het belangrijkste, het eerste: waarom zou je liefde tonen, waarom zou je je naaste liefhebben, waarom zou je iets voor een ander? Omdat Jezus ons liefgehad heeft tot het uiterste, omdat Hij ons een voorbeeld geeft van wat echte liefde is.

Christus wil door zijn liefde tot het uiterste ons liefde leren

  1. Christus toont zijn liefde
  2. Hij vraagt dat je die aanneemt
  3. Hij vraagt dat je die liefde doorgeeft

 

  1. Christus toont zijn liefde. Johannes gaat vertellen hoe Jezus gearresteerd gaat worden door de soldaten en vervolgens ter dood gebracht zal worden, door de doodstraf. Als eerste zegt hij: Jezus wist zelf dat zijn uur gekomen was. Jezus weet wat er gaat gebeuren. Het zal niet lang meer duren of zijn werk hier op aarde zit erop. Hij zal dan terugkeren naar zijn hemelse Vader, dan wordt Jezus steeds meer verhoogd tot in de hoogste hemel! Maar daarvoor moet Jezus dus eerst verlaagd worden. Hij wordt vernederd. Hij moet lijden. Maar, en dat staat centraal, daarin komt juist de liefde van Jezus naar voren. Dat Jezus zo diep vernederd werd, dat Hij moest sterven, dat overkwam hem niet per ongeluk. Jezus heeft daar zelf voor gekozen, Hij doet wat de Vader daarin van Hem vraagt. Het is juist zijn liefde, een liefde tot het uiterste: want er bestaat geen grotere liefde dan dat je je leven geeft voor een ander. Tot het uiterste: want hij gaat heel de weg. Hij gaat de weg tot in de dood. En het is alsof Johannes er met vers 1 een bordje boven wil zetten, een de titel van een hoofdstuk: dit is nu liefde tot het uiterste!

De Here Jezus is gedood tijdens het paasfeest, als het Lam dat ter slachting wordt geleid. Op het moment dat Jezus het paasfeest wil gaan vieren, op het moment dat iedereen aan tafel aanligt en de gerechten klaarstaan voor het paasmaal, wordt het plotseling stil. Iedereen kijkt naar Jezus: Hij doet plotseling zijn bovenkleed af, zijn nette mantel legt hij aan de kant. Hij bindt een linnen doek voor, en trekt zo de kleding aan van een slaaf. Het was de gewoonte in het stoffige oosten dat de voeten gewassen werden van de gasten. Maar niemand van de leerlingen had dat gedaan. Daarom stond Jezus op: De meester zelf vernederd zich, wordt een slaaf. Hij doet de voeten in de waskom, maakt de stoffige, vieze voeten mooi schoon en droogt ze af met een droogdoek. De meester zelf doet voor wat liefde is: dat is jezelf, je eigen ik opzij zetten en dienstbaar zijn aan de ander. Hier gebeurt waar Paulus zo mooi over schrijft: Jezus heeft de hemelse heerlijkheid achter zich gelaten, Hij was gelijk aan God maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf (Fil. 2:7).         // Er kunnen mooie woorden klinken over liefde. Liefde kan zelfs zo vaak gebruikt worden dat het uiteindelijk helemaal niets meer zegt. Maar wanneer het in de kerk over liefde gaat, willen we het begrip liefde allereerst laten vullen door Jezus zelf. Het is goed om Hem steeds voor ogen te hebben, te zien welke weg Hij gegaan is, te zien hoe Hij door zijn liefde de dingen juist omdraait: Hij gaf zijn eigen leven om ons te redden. Laten we zo dit jaar ook steeds de Bijbel opendoen, bidden tot God, luisteren naar de preken, de doop bedienen en het avondmaal vieren. Jezus stierf voor zondige mensen, om onze zonden te vergeven en ons te vullen met zijn liefde. Vooral de liefde van Christus mag onze liefde vullen. Wat raakt u, wat raakt jou het meest, als je ziet wat Jezus gedaan heeft.

  1. Christus vraagt dat je die liefde aanneemt

Jezus geeft liefde. Hij cijfert zichzelf weg, om anderen te helpen. Maar neem je die liefde ook aan? We lezen in de Bijbel over Petrus. Jezus komt bij zijn voeten, maar Petrus trekt zijn voeten dan snel terug. U! Moet U mijn voeten wassen? Mijn vieze voeten? Hij zet zichzelf en Jezus scherp tegenover elkaar: U, mijn voeten?? Hij noemt Jezus dan ook nog ‘Heer’. Zijn meester. Hij is zelf een volgeling, een leerling van deze heer en meester. Het is toch de omgekeerde wereld dat Jezus zijn voeten moeten wassen. En we kennen Petrus dan weer is zijn directheid: Petrus die altijd voorop loopt en vooraan staat. U zult mijn voeten niet wassen, nooit, never!

Maar dan zegt Jezus: als ik jouw voeten niet was, kun je niet bij mij horen. Dan heb je geen deel aan mij. Jezus komt om te wassen, om te dienen. Hij wil straks zeggen: zo moeten jullie ook doen. Maar hier laat hij ook zien, waarom Hij zal gaan sterven. Zo kunnen we door Hem gered worden, deel aan Hem krijgen. Petrus heeft niet in de gaten dat deze voetwassing dus toch ook een diepere betekenis heeft. Niet alleen de Samaritaanse vrouw of Nicodemus begreep niet wie Jezus was, zelf voor Petrus is het nog moeilijk om te zien en te geloven wat Jezus komt doen. Het enige wat Jezus vraagt is: gelovig aannemen, het gelovig laten gebeuren. Je niet te min voelen, niet denken ik ben het niet waard, ik verdien het niet. Maar eenvoudig je voeten uitsteken en ze laten wassen.

Zoals een kind of bij ons soms een volwassene al mag delen in de reiniging die Jezus geeft  bij de doop. Daar verbindt God ons al door zijn lijden en sterven aan Hem. Zoals je bij het avondmaal brood en wijn mag ontvangen. Zo mag je de liefde van Jezus in je leven ontvangen. Aannemen dat Hij voor jou gestorven is.

Wanneer Petrus dan opeens die diepere betekenis uitgelegd krijgt, gaat het voor hem dagen. En ja dan schiet Petrus weer door de andere kant op. Dan moet de Here Jezus ook maar zijn handen en zijn hoofd wassen. Jezus legt uit dat dat de bedoeling niet is. Ze zijn al rein. Ze hadden zich al helemaal moeten wassen voor het paasfeest. Maar omdat er onderweg nog weer vuil op hun voeten kon komen, was er deze reiniging van de voeten. Zo mag je geloven dat als je Christus aangenomen hebt als je verlosser, als je met Hem verbonden bent altijd rein bent. Ook al doe je zonden, en moet je daar ook vergeving voor vragen, toch mag je geloven dat je door Christus helemaal behouden en gered bent. // Ik hoop dat je zo die liefde van Jezus niet alleen ziet, maar het je ook eigen maakt. Of je nu groot bent of klein, jong of oud, een beperking hebt of niet, homo bent of hetero, getrouwd of ongetrouwd. Of je boezemzonden nu liggen op het terrein van je taalgebruik, je egoisme, je begeertes … die vergeving en afwassing van zonden, is er niet alleen voor anderen, maar ook voor jou!

  1. Hij vraagt ook dat je die liefde doorgeeft

Wanneer Jezus opstaat legt Hij zijn leerlingen uit waarom Hij dit gedaan heeft. Hij zegt: ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Een voorbeeld, zoals de juf of meester of school, soms met een voorbeeld iets uit kan leggen. Een voorbeeld, dat heel duidelijk is. Jezus vraagt dat wij gaan doen wat Hij gedaan heeft. De enige keer dat in de bijbel staat dat we letterlijk Jezus moeten nadoen. Jezus wil dat ook wij de voeten gaan wassen. In de Rooms Katholieke kerk gebeurt dat nog steeds: de priester, maar ook de paus wassen op witte donderdag de voeten van een aantal mensen. Maar waarom vraagt Jezus dat van ons?

Hij zegt tegen zijn leerlingen. Jullie noemen mij Heer en Meester en dat ben ik ook. En toch ben ik gekomen om te dienen. Zo moeten jullie ook de minste willen zijn. Jezelf wegcijferen voor anderen. In de kerk heersen we niet over elkaar, maar helpen we elkaar. Ja helpen we ook mensen buiten de kerk. De basis onder ons gemeente zijn is liefde voor elkaar en barmhartigheid voor de ander. Dat is ook de wervingskracht van de kerk geweest in de eerste eeuwen, toen christenen, met gevaar voor eigen leven doorgingen met het verzorgen van zieken als gevolg van de pest, waar anderen wegliepen.  Zij waren letterlijk bereid hun leven te geven voor anderen.

Robert uit de inleiding werd gevraagd om zijn voetbal wedstrijd op te offeren, uit liefde voor zijn familie. Zo kunnen er van ons ook offers gevraagd worden. Soms kunnen mensen in de kerk verstard vastzitten in hun eigen gelijk. Soms zijn we niet bereid om ons eigen gelijk opzij te zetten. We zullen dit jaar veel bespreken van de liefde: maar de basis mag zijn Jezus liefde tot het uiterste, mag ik zelf in mijn hart toelaten. Dan zie ik om mee heen liefde groeien: een kaartje dat iemand schrijft voor een andere, een diaken die ondanks een drukke baan tijd vrijmaakt om de gemeente in te gaan, Een liefde van God die de liefde tussen een jongen en meisje, man en vrouw verdiept en verstevigt, een jongere die een oudere begroet en vraagt hoe het gaat. Een vrouw die met veel liefde haar zieke man verzorgd, een ploeg vrijwilligers die orde schept in de chaos van een huis. Jezus heeft ons liefgehad: Laten we zijn voorbeeld volgen, en elkaar in liefde dienen. Amen.

 


2 Tess 2:15-3:5 – Sta sterk in je geloof!

mei 30, 2016

Preek belijdenisdienst Heemse, 29 mei 2016

Tekst: 2 Tessalonicenzen 2:15-3:5

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

God heeft laten zien dat Hij je liefheeft! Op het moment dat jullie de doop hebben ontvangen. God beloofde dat Hij als Vader voor jullie wilde zorgen en je wil beschermen. Jezus gaf aan dat Hij ook voor jouw zonden aan het kruis gestorven is en je nieuwe wil maken. De Heilige Geest beloofde dat Hij in je hart wilde gaan werken, zodat het geloof ook mocht gaan groeien. Jullie wijzen zelf in jullie teksten ook terug op je doop: Wendy zegt: ‘ik wil ‘ja’ zeggen op mijn doop. Robert zegt: Bij de doop zei God ‘Jij hoort bij mij’, daar ben ik blij mee. Hilde zegt: Ik wil antwoorden op de belofte van de doop.

In de grote stad Tessalonica had ook een kleine groep mensen de liefde van God leren kennen. Paulus en Silas hadden drie sabbatten gediscussieerd met de Joden en laten zien aan de hand van de bijbel dat de Heiland moest lijden en sterven en daarna uit de dood opstaan (Hand 17:3,4). Sommige Joden, maar ook veel Grieken die al naar de synagoge gingen, en een groot aantal vrouwen uit hogere kringen sloten zich aan bij Paulus. Ook zij zullen de doop in de naam van Vader, zoon en Geest hebben ontvangen.  Daarom kan Paulus zeggen: ‘God heeft ons zijn liefde getoond’. Maar hij zegt ook: ‘Hij heeft ons door zijn genade blijvende steun gegeven.’ Toen Silas en Paulus doortrokken naar Berea, en het moeilijk was om te geloven: omdat de mensen hen maar raddraaiers vonden en het vreselijk vonden dat ze Jezus koning noemden in plaats van de keizer (Hand 17:7), liet God hen niet alleen. Ze mochten ook in tegenslag en moeite, ook als het leven zwaar was, als er vervolging was, steun van boven, steun van God ontvangen.

Jullie geven ook aan dat geloven meer is dan alleen zien dat God zijn liefde getoond heeft. Niek zegt: God helpt me met alles. Hij maakt me sterk. Koen zegt: God geeft  mij iedere dag weer de kracht om de dingen te doen die ik leuk vind, voetballen, muziek maken en bouwen aan Gods koninkrijk hier op aarde. Marit zegt: God is altijd bij mij en weet alles wat ik doe, ik vind het gerust stellend dat ik altijd bij mijn hemelse vader terecht kan in goede en slechte tijden. Ik kan op Hem bouwen en vertrouwen. Wanneer jullie vandaag geloof belijden doe je dat omdat je zelf, allemaal op je eigen manier gelooft dat deze God de God van je leven is. Dat Hij, ook als er moeilijk dingen zijn of waren degene is die je blijvende steun gegeven heeft en goede hoop wil geven. Hij heeft dat gedaan, uit genade: omdat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft voor onze zonden, Hij zag onze nood en de nood van de wereld. Hij werkt toe naar de komst van zijn rijk. God heeft laten zien dat Hij je liefheeft!

 

Blijf bij wat je geleerd hebt! Van jongs af aan mocht je leren over God. Via je ouders, via meesters en juffen, via opa’s en oma’s. Later ging je catechisatie volgen. Eerst omdat het erbij hoorde, later omdat je steeds meer in ging zien: ook voor mij is het geloof in de Here belangrijk. Op je eigen manier heb je steeds iets meer over God leren kennen. En dat is belangrijk: dat je niet alleen een goed gevoel hebt bij God, maar dat je ook iets over Hem kan vertellen. Wat heeft Jezus voor mij gedaan? Wat vraagt God van mij om te doen in het dagelijks leven? Hoe zorgt God de Vader voor mij, ook als het soms moeilijk is en ik dingen niet begrijp? Soms waren er ook momenten dat we zeiden: we kunnen hier wel iets over zeggen, maar veel is voor ons kleine verstand niet te begrijpen. Hoe zit het met uitverkiezing? Hoe zit het met schepping en evolutie? In ieder geval is je veel geleerd over God en de bijbel. Mark zegt heel treffend: God is mijn verklaring voor de wereld om me heen. Ik kan niet zomaar naast me neerleggen dat Jezus voor mij gestorven is.

Paulus schrijft hier: Blijf bij de traditie waarin u door ons onderwezen bent. Jullie zeiden: traditie? Wat is dat? Dan moeten wij denken aan een traditie als zwarte piet ofzo. Aan traditioneel? Maar letterlijk staat hier: ‘blijf bij de traditie, blijf bij het wat je doorgegeven is’. Denk maar aan een estafettestokje, iets wat je doorgeeft. Paulus heeft zelf de wet en de profeten leren kennen, hij heeft geleerd over Jezus Christus en wat hij gehoord heeft, heeft hij verteld in Tessalonica. Hij heeft ook brieven geschreven, aan Tessalonica maar ook aan andere gemeente en als hij zegt: ‘blijf bij de traditie’, bedoelt hij: ‘blijf nu bij dit onderwijs’. Houd niet alleen vast aan wat wij geleerd hebben, maar doe er ook naar: leef naar de geboden. Doe het goede, toon liefde in woorden en werken voor de naaste en voor God. Sta sterk, wees standvastig in het geloof. Door vast te houden wat je geleerd hebt sta je sterk. Om het in de taal van Bart en Rick te zeggen: er is heel wat gebouwd aan het huis van jullie geloof. Jullie hebben er zelf aan gebouwd, er over gepraat erover geleerd, je wilt nu ja zeggen. Maar sta sterk! Zorg ervoor dat het fundament onder dit huis niet wordt aangetast, maar dat je steeds weer een stevige basis hebt, verbonden bent met God. In de taal van Robert: je geloof is gegroeid, het is een prachtige boom geworden. Maar sta sterk! Zorg dat je genoeg wortels hebt en blijft houden dat de boom niet omwaait bij een windvlaag. Hoe doe je dat sterk staan? Vasthouden wat je geleerd hebt: elke dag je bijbel lezen, bidden tot God, praten met anderen over je geloof. En de plek waar God met name ook wil werken, waar Hij geprezen wil worden en waar je geloof stevigheid mag ontvangen, een goede basis en stevig geworteld mag worden, is de kerkdienst: Juist daar in de ontmoeting met God en zijn volk mag je groeien in je geloof met Hem. Blijf bij wat je geleerd hebt!

Bid dat God ons mag sterken! Wat dat betreft doen jullie geen belijdenis in een makkelijke tijd en een makkelijke cultuur. Waar wereldwijd het christendom groeit, sluiten in Nederland elke week twee kerken hun deuren. Hoe kun je dan staande blijven, hoe kun je dan het geloof vasthouden? Professor Selderhuis schreef deze week in het Nederlands Dagblad: Ik word ongelukkig van hoe het op dit moment met de kerk gaat, en dan bedoel ik de kerk in het algemeen. Kerken die sluiten, mensen die de kerk verlaten. Wat kan ik er zelf aan veranderen? Toch zie ik het niet somber in. In de kerkgeschiedenis is altijd wel een periode aan te wijzen waarin het nog veel beroerder ging dan nu. Ik weet Wie de kerk in handen houdt en ik weet hoe het afloopt.’

Juist omdat het geen makkelijke tijd is om te geloven, is het ook goed om te beseffen dat het geloof ons gegeven moet worden. Dat God zijn kerk leidt en dus ook ons als gelovigen moet leiden. Paulus zegt hier ook: Mag de Here Jezus en mag de Here God je aanmoedigen (hier staat het woord dat ook vaak voor de Geest gebruikt wordt!) en sterken. Het moet van boven komen! Daarom zullen jullie straks ook knielen: het is niet uit eigen kracht, maar door Gods kracht dat je verder mag gaan! We mogen zijn woord lezen, naar de kerk gaan, bidden en het doorgeven, maar uiteindelijk is God het God die ons kracht en geloof geeft. Wat kan het moeilijk zijn als je kinderen anderen wegen gaan, als je gehoopt had dat ze ook ja tegen Jezus gaan zeggen, maar besef dan: wij kunnen het geloof niet geven. En als je hier straks als ouders gefeliciteerd wordt: het is niet dankzij ons, maar dankzij God de Vader als iemand het geloof ontvangt. Een wonder van genade.

Jullie zeiden: dit lijkt wel speciaal voor ons geschreven. En dan staat er: bid voor ons. Paulus en Silas hebben Tessalonica verlaten ze trekken verder en hopen dat het woord van God zich net zo snel verspreid als in Tessalonica. Hij vraagt dat ze bewaard worden voor slechte mensen en voor de boze [God heeft dat gebed verhoord in Efeze!]. De groep zei: we hebben nu ja gezegd, maar we weten dat we niet uit onszelf kunnen volhouden. Gelukkig hebben we een coach in de hemel Jezus Christus die ons aanmoedigt, maar er staat geen stadion vol mensen om ons heen om ons aan te moedigen. Maar wat zou het mooi zijn als de mensen in de gemeente voor ons te bidden. En later appte iemand: laten we een kaartje uitdelen met de vraag of mensen dat willen blijven doen. Je hebt soms wel een gesprek met een ouderling, maar wat zou het mooi zijn als mensen je aanspreken. Soms word je helemaal niet gemist als je er niet bent. Het zou mooi zijn als iemand gewoon nog eens vraagt hoe het gaat, ook in de komende jaren. Hoeveel twintigers vinden het juist niet vaak heel moeilijk om trouw te blijven aan God en zijn gemeente. Vandaag staan we misschien op een hoogtepunt: maar laten we vragen of ze willen blijven bidden of naar ons om willen zien. Er kan zoveel op ons afkomen in relaties, door een verhuizing, in de vragen bij een studie, in ons werk, in persoonlijke problemen. De duivel zit niet stil: geef dat ook wij verlost worden van de boze! Net zoals u belooft bij de doop van een kind, roepen wij u op: bid voor ons en sta om ons heen. We zijn immers één lichaam! Bid dat God ons mag sterken!

Richt je op de liefde van God en het geduld van Christus! Paulus moest de jonge kerk van Tessalonica achterlaten en verder gaan. Hij hoopte dat de zijn werk verder voortgang mocht hebben, maar ook dat het met die kerk die hij los moest laten goed mocht gaan. Hij wist dat de toekomst onzeker was: er waren vervolgingen, er waren mensen met verkeerde ideeën, mensen deden kwaad of waren alleen op zichzelf gericht. Niet iedereen is betrouwbaar. Wat kan je vertrouwen in mensen soms ook beschadigd zijn, maar zegt Paulus: God is trouw! Hij zal U kracht geven en tegen het kwaad beschermen. Bart zegt: vertrouw op de HEER met heel je hart en steun niet op eigen inzicht.

Daarom is het mooi dat we ook iets van het gebed van Paulus voor de gemeente van Tessalonica mogen zien. Hij bidt dat zij heel hun wil, hun hart, hun verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus. Een gebed dat je op twee manieren kan lezen, wie een NBV heeft mee heeft, ziet ook een kanttekening staan. Maar eigenlijk zijn die twee manieren van lezen, is die dubbelheid juist wel de mooiste bemoediging die je kan krijgen. We hopen en bidden dat jullie, maar iedereen in de gemeente stevig mag staan in het geloof. We verwachten het van de Here, we bidden erom en waar mogen we dan ons hart, onze wil, ons verlangen op richten?

Dat we steeds liefde voor God mogen hebben. Hem mogen dienen, volgen, en zijn goedheid ook door mogen laten schijnen in onze woorden en werken. We hebben iets heel kostbaars gekregen: dat die liefde voor God er steeds meer mag zijn? Hoe? Doordat het gevuld wordt met de liefde van God: God die ons zo lief heeft gehad, waardoor we niet verloren hoeven te gaan aan de zonde, maar deel krijgen aan een eeuwig leven. Rick koos de tekst van Petrus: Geef uw zorgen over aan God, want Hij houdt van U!

Dat we dan tegelijk ook mogen volharden. Niet opgeven, maar trouw zijn. Het doel in de gaten houden. Zoals een sportman recht op de finish afrent, en klaar is om de krans in ontvangst te nemen. Een standvastige trouw aan Christus, die tegelijk gevoed mag worden door het geduld, de standvastigheid van Christus zelf. Want denkend aan de vreugde die voor Hem lag, liet Hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God (Hebr. 12:2). Blijf zien op het lijden en sterven van Christus, zoals dat bij het Avondmaal ook naar je toe komt. Daarom mag je juist ook door het Heilig Avondmaal steeds weer gesterkt worden in je geloof. Daarom hoop ik dat u, dat jij, dat ik elke dag dat doel weer voor ogen mogen hebben en steeds weer gehoor geven aan de oproep: Sta sterk! Richt je op de liefde van God en het geduld van Christus! Tot de dag gekomen is van zijn rijk. Wat een goede hoop mag je dan hebben! Amen


Lucas 24 – Brandde ons hart niet in ons!?

april 18, 2016

Preek gehouden in Vroomshoop/Heemse 2016

Tekst: Luc 24

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,

Een droom ligt in stukken!

Wat de twee mannen die op weg zijn naar Emmaüs verwacht hadden is niet uitgekomen.

Ze hadden veel verwacht van Jezus,

ze horen bij zijn trouwe leerlingen,

maar het enige wat nu over is zijn vragen en teleurstelling.

Ze waren tijdens het Pesachfeest in Jeruzalem geweest, ze hebben alles van dichtbij meegemaakt. Maar nu gaan ze weg. Ze laten Jeruzalem achter zich. Er zullen wel meer leerlingen geweest zijn, die weer weg gaan.

 

Jezus is opgepakt, aan het kruis genageld en begraven.

Vrijdag is Hij in het graf gelegd, heel de sabbat heeft Hij er gelegen, en nu op zondag, aan het begin van de middag zijn ze er wel van overtuigd. Het is voorbij! Hun Rabbi is er niet meer. Hij die hen samenbond is verdwenen. Hun dromen van verlossing en redding zijn als een ballon uit elkaar gespat.

 

Daar lopen ze dan. Ze moeten zo’n 11 km naar het Noordwesten lopen. Er staat dat ze met elkaar praten en discussiëren. Ze zullen alles weer bij langs gegaan zijn. Ze zullen elkaar proberen verder te helpen hoe je dit nu moet duiden. Maar ze komen er niet uit. Er staat dat ze droevig zijn. Hun blik is wat donker. Ze kijken verdrietig, zoals je verdrietig kijkt wanneer er iemand overleden is. Ze zijn treurig, het is van hun ogen af te lezen, zoals je treurig bent als iemand die je volgde, met wie je nauw optrok opeens ter dood gebracht is.

Als je wel eens een grote teleurstelling of afwijzing hebt meegemaakt, weet je wel hoe dat voelt. “Al je hoop is weg, je voelt je verlaten.” Als je ergens van gedroomd hebt, maar het komt niet uit. Of als je eens meegemaakt hebt dat iemand die je dierbaar was overleden is, kun je het gevoel van de leerlingen misschien vergelijken met wat u voelde op de derde dag. Voor iedereen is dat natuurlijk anders, maar je zult wel aangelopen zijn tegen een stuk verdriet, tranen, moeite of teleurstelling of grote vragen. Zo zitten deze leerlingen van Jezus vol vragen, zijn diep in de rouw gedompeld. Ik kan me goed voorstellen dat ze zich zo voelen. Ook ik zou verdrietig zijn als het op zo’n manier gebeurt dat een droom in stukken ligt.

 

Een Reisgenoot komt hen nabij! Midden in hun verdriet, terwijl ze somber gestemd zijn, komt er iemand van Jeruzalem hen achterop. Hij loopt iets sneller dan deze twee mannen, die samen in gesprek zijn. Hij hoort hoe ze discussiëren, hoe ze met elkaar praten. We lezen dat Hij dicht bij hen komt. Hij gaat samen met hen op weg. Ze krijgen een reisgenoot erbij. In hun vragen en verdriet worden ze niet alleen gelaten.

Het is Jezus Christus, de opgestane Heer. Vanmorgen nog voor het aanbreken van de dag, is Hij opgestaan uit de dood. Hij is aan Maria verschenen en aan Petrus. En nu is Hij in zijn verheerlijkt lichaam de twee Emmaüsgangers nabij. Hij zal er gewoon uitgezien hebben als anders: dezelfde stem, hetzelfde gezicht. Maar, jongens en meisjes, het lijkt wel of God die twee mannen een blinddoek omdoet. Heel letterlijk staat er: Hun ogen worden vast gehouden, hun blik wordt vertroebeld, ze herkennen Hem niet. Ze zien wel iemand meelopen, maar ze zien niet in dat dit Jezus is.

Zo is Jezus dus met hen. Jezus wordt hun reisgenoot. Terwijl er bij hun nog geen sprankje geloof is, terwijl ze vastzitten in hun verdriet. Dat is het eerste wat zichtbaar wordt op deze Paasmiddag in de ontmoeting met de opgestane Heer. Hij is er! Doordat Jezus is opgestaan, doordat hij niet in zijn graf gebleven is kan Hij er zijn. In Hem wordt duidelijk dat God is wie Hij is. JHWH, De Heer is nabij!

Waar jezelf vast kan zitten in je vragen, in je verdriet in je teleurstelling.

Waar je zelf niet weet wat je moet geloven en wat waar is in het geloof.

Waar je zelf je weg gaat, van dit leven, en misschien niet weet hoe die weg verder moet. Je kracht misschien opraakt, of je teleurstelling groot is. Waar je zelf een weg gaat, zonder dat je een doel ziet … Komt Christus nabij.

Hij is er gewoon.

Ook al herken en geloof je Hem misschien nog niet. Zijn aanwezigheid en zijn op weg zijn met jou en met u, mag je bemoedigen. Hij wil ook jouw reisgenoot zijn.

Hij is het die naar hen luistert. Hij stelt de Emmaüsgangers een vraag:

Leg eens uit: Waar praten jullie over?

En dan is het alsof Hij een verdriet weer helemaal oprakelt. Ze kunnen niet verder lopen. Ze blijven verbaasd staan.

Is Hij dan de enige die niet weet wat er gebeurd is?

Is deze vreemdeling niet op de hoogte van de gebeurtenissen?

‘Wat is er gebeurd dan?’ Vraagt Jezus

Dan vertelt Kleopas de vreemdeling alles, van A tot Z. Hoe Jezus een machtig profeet was. Hoe Hij gepreekt had over het koninkrijk. Hoe Hij zieken had genezen, hoe Hij wonderen deed. Hoe Hij kracht van God had dat Hij dat kon doen. Over hoe Hij binnengehaald was als Koning, terwijl de mensen Hosanna riepen. Nu komt de verlossing voor Jeruzalem hadden, ze gedacht. Maar toen werd Hij verraden, gearresteerd en veroordeeld. Ze leefden in de hoop op bevrijding, maar het kwam niet uit.

Dan vertellen ze ook over de gebeurtenissen van vanmorgen. Er zijn vrouwen bij hen gekomen die vertelden dat het lichaam van Jezus weg was en dat ze engelen gezien hadden, die zeiden dat Hij leeft. Verwarde vrouwen. Maar ook de leerlingen hadden Hem niet gezien. Zijn lichaam niet, Jezus niet. Ze zijn daardoor niet alleen maar bedroefd meer, maar ook helemaal in de war. Ze begrijpen er niets meer van.

De vreemdeling luistert. Hij hoort toe. Rustig laat Hij hun hun verhaal doen van ongeloof, van vragen van verwarring.

Hij luistert naar hun vragen… hun ongeloof … hun verdriet …

Zo kun je ook vandaag moeite hebben met geloof. Kun je vragen hebben bij wat waar is. Gisteren zei iemand nog: ook veel christenen van vandaag kunnen de opstanding moeilijk geloven. Zo kun je je twijfels hebben bij een mens die weer tot leven komt. Kun het door allerlei dingen in je leven, of in de kerk, vooral teleurgesteld zijn in het geloof. Kan het in jouw ogen allemaal niet kloppen. Zo snapten Kleopas en zijn metgezel er ook helemaal niets meer van.

Dit waren mannen, die al vanaf dat ze een klein kind waren de boeken van de bijbel hadden gehoord. Zij hadden Jezus zelf gezien en horen preken. Er was hun zelfs al verteld dat engelen zeiden dat Jezus leeft en van andere discipelen hadden ze gehoord dat Jezus’ lichaam er niet meer was. En toch… is hun hoop weg, zijn ze bedroefd en verward, gaan ze weg uit Jeruzalem.

Maar dan is er iemand die naar hen luistert, die hun hun verhaal laat doen. Zo mag je ook in de kerk naar elkaar luisteren. Als ouders naar je kinderen, als vrienden onderling, als ambtsdragers naar gemeenteleden. Als er vragen zijn. In de bijbel is het Paasfeest niet het feest van de grote verhalen en een juichende mensenmenigte bij het graf. Er is twijfel, er zijn vragen, er zijn moeiten. Bij de vrouwen, bij Petrus, bij Thomas, bij Kleopas en zijn vriend. Maar Jezus is met hun, Hij is hen genaderd en hoort hun verwarring aan. En Hij luistert.

 

Maar daarna opent hij ook de bijbel. Nadat hij hun verhaal aangehoord heeft. Hij luistert niet alleen. Gelukkig niet! Luisteren is een gave, het is een kunst, maar alleen luisteren is niet altijd genoeg! Jezus spreekt ook. Hij spreekt teleurgesteld en ook verwijtend: o, onverstandigen! Het ontbreekt hun aan verstand. Heel indringend spreekt Jezus hen aan! Zijn ze nu zo dom dat ze er niets van begrijpen? Wat zijn ze langzaam om het in hun hart op te nemen in geloof.

Ze hadden een droom. Ze leefden in de hoop dat de Christus Israël zou bevrijden en verlossen. Maar klopte die droom wel. Zou het alleen een triomftocht worden? Moest de Heiland dit niet lijden om tot zijn heerlijkheid in te gaan. Ze hadden niet de juiste verwachtingen van de Messias. Ze hadden er geen oog voor dat Hij ook moest lijden. Ze hadden de bijbel gelezen met hun eigen idee en zich niet echt opengesteld voor de woorden van Jezus.

Jezus laat dan zien hoe het hele Oude Testament al over hem spreekt. Hoe God in Gen 3 al gelijk gezegd had dat er niet alleen overwinning, maar ook strijd zou zijn, dat ook van de vrouw de hiel vermorzeld zou worden. Hoe Abraham in Gen 22 een bokje moest offeren in plaats van Isaak. Hoe de slang in de woestijn verhoogd moest worden. Hoe er in de tempel offerdieren geslacht werden voor de zonden van het volk. Hoe Ps 22 dichtte over “Mijn God, Mijn God waarom verlaat gij mij?”. Hoe in Zacharia staat dat het zwaard op de Herder neer moet komen. Hoe vooral ook in Jesaja staat dat de knecht des Heren door mensen veracht en verlaten werd. Hoe Hij een lijdende knecht moest zijn.

Als ze dat allemaal op een rijtje zetten, dan hoeft het toch niet afgelopen te zijn met het lijden en de dood van deze Jezus! Dan kan Hij toch juist de Messias zijn! Zo leert Jezus zelf hoe het OT al helemaal over Hem spreekt. Wat is dat een belangrijke les, juist als soms OT zo snel gelezen wordt zonder dat het gericht is op de Christus! De discipelen hebben ervan geleerd want we lezen later in Handelingen hoe Petrus en Stefanus ook vanuit heel het OT laten zien wat Gods plan is voor zijn volk.

Maar … mag Jezus zijn leerlingen dan zo berispen? In ieder geval mag Hij er wel op wijzen dat het belangrijk is om Gods Woord te lezen. Onbevooroordeeld en open. Telkens weer. Om zo de Geest tot je te laten spreken en in je te laten werken. Als je nu vragen hebt, moeite met het geloof.

Of als je wel heel graag wilt geloven, maar juist veel zorgen hebt in je leven.

Of als je juist alles wel goed vindt en niet teveel met de bijbel en God wil rekenen, dan trekt Jezus er juist weer bij. Kijk naar de bijbel, naar heel mijn woord. Ik wil je de weg wijzen!

Zo helpt Jezus dus bij verdriet en vragen. Hij wordt niet alleen een reisgenoot. Hij is er niet alleen, maar Hij spreekt ook! Geen woorden direct uit de hemel, op briefjes, maar wel woorden in de bijbel.

Daarom … lees elke dag uit de bijbel. Niet alleen je favoriete teksten, maar heel de bijbel, lees het gericht op Christus. Lees het met elkaar en laat je door elkaar corrigeren. Blijf dicht bij wat er staat en kom naar de kerk. Juist door zijn woord wil Christus jouw helpen om te groeien in vertrouwen en leven met Hem!

 

Hij zet dan de harten in vuur en vlam! Jezus doet alsof Hij verder wil gaan. Zo krijgen de mannen de gelegenheid om hun gastvrijheid te tonen, om Jezus uit te nodigen en verder naar Hem te luisteren. Ze gaan eten. Jezus breekt het brood en schenkt de wijn in. Op dat moment maakt God hun ogen los. Hij is het die hun het geloof geeft en ze krijgen een helder zicht op wie Hij is. Jezus Christus. Hij leeft. Hij is bij hen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een wonder! Terwijl ze Jezus niet meer kunnen zien roepen ze het uit: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij tot ons sprak! Ze gaan naar de apostelen. Weer 11,5 km terug en ze vertellen het. En ook zij zijn tot geloof gekomen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een blijdschap en een vreugde. Zo breekt het geloof aan de avond van de derde dag toch nog door!

Het is Pasen. Je viert dat in je eigen situatie. Bijna 2000 jaar na die derde dag na Jezus dood. Met dankbaarheid en verdriet. Met spanning en vreugde. Met ziekte en gezondheid. Jong en oud. Met een geloof dat een zeker weten is, maar tegelijk soms zwak vertrouwen. Met een geloof dat heel warm is, maar misschien ook wel eens sterk aangevochten. De Messias, de Christus behaalde de overwinning, maar bracht niet in één keer vrede. Het was niet alleen maar vreugde en “in de gloria”. Ook voor de leerlingen niet. Zo is het ook als je tot geloof komt: God geeft ook nu nog een kruis. Ook voor ons is het “door het lijden heen, gaan we tot heerlijkheid.” Maar Jezus geeft wel kracht naar kruis. Hij is ons nabij, als een reisgenoot op de weg. Hij geeft zijn woord. Hij toont zichzelf als het brood gebroken wordt en de wijn geschonken. En ik bid dat u Hem dan ook mag herkennen als de opgestane Heer. Dat het je in vuur en vlam zet, dat je vol raakt van Gods Geest en wil leven voor die HEER! Dat het geloof mag worden een zeker weten en een vast vertrouwen.

Jezus is opgestaan, lang geleden. Hem zij de glorie. Zou ik nu nog vrezen, nu hij leeft voorgoed!? Jezus zal weerkomen: Zie hem verschijnen, Jezus onze Heer! Je mag boven alle dagelijkse vreugde, verplichtingen en beslommeringen uitzien naar dat moment van de volkomen victorie. Hij wil ons hart in vuur en vlam zetten. Zie Hij komt! Amen


2 Tessalonicenzen 1:4-12 – Houd vol, want Christus komt terug!

april 18, 2016

Preek Heemse, 17 april 2016

Tekst: 2 Tess 1:4-12

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voor wie was het deze week moeilijk om te blijven geloven in God? Wie was bang dat de kerk vanmorgen beklad zou zijn? Of dreigde iemand de kerk in brand te steken? Wie werd er nageroepen: ‘he, rare christen!’ Ik denk dat niemand dat hier heeft meegemaakt. Ik las wel in de krant: in Syrië werden wel 23 christenen onthoofd. In andere landen kerken in brand gestoken. In Noord-Korea is het heel gevaarlijk om een bijbel te hebben en naar een kerkdienst te gaan.

Paulus had zelf meegemaakt in Tessalonica dat hij moest vluchten, omdat ze hem anders zouden pakken. Paulus ging verder, maar de mensen in Tessalonica werden nog steeds lastig gevallen door de Joden omdat ze in Jezus geloofden. Ze werden vervolgd en verdrukt. ‘christenen zijn oproerkraaiers!’ werd er geroepen. Jason was al uit zijn huis gesleept, voor de rechter gebracht. Stel dat je in de gevangenis kwam of uitgescholden werd omdat je zegt: Jezus is Heer, Hem alleen wil ik dienen. Zou het dan lukken om te blijven geloven?

En toch die vraag … was het deze week moeilijk om te blijven geloven in God? Toen je het deze week zo moeilijk had, en je levensweg echt een weg van lijden werd. Was het moeilijk om te kiezen voor God: als het ook wel lekker is om even niets te hoeven op het moment dat God vraagt dat je naar de kerk komt? Was het moeilijk om God op de eerste plaats te blijven stellen, ook als je zoveel geld, zoveel vrede, zoveel rust hebt dat je denkt: zonder God gaat het toch ook wel goed. Ja juist als je ziet hoeveel duizenden de duivel in zijn macht krijgt door ons te overstelpen met welvaart, komt die vraag indringend op je af, zal ik, zal de volgende generatie blijven geloven in God? Hoe blijven we staande? Zal Christus geloof vinden in de Heemse als Hij terugkomt?

 

Houd vol want Christus komt terug!

– Doordat je volhoudt, weet je dat je deelt in Gods rijk

– Wie een ander doet lijden, God zal hem laten lijden

– Christus komt terug met vuur, zijn engelen en in zijn glorie

– Dan zul je  van de moeite bevrijd worden en God prijzen

– Hou vol en doe het goede, Christus zal je prijzen!

 

– Doordat je volhoudt, weet je dat je deelt in Gods rijk

Allereerst prijst Paulus de mensen in Tessalonica. Hij is blij met het geloof, met de liefde voor elkaar, maar hij is ook blij dat ze volhouden. Ook nu ze het zo moeilijk hebben, geven de mensen niet op, zeggen ze het geloof niet vaarwel, laten ze de kerk niet links liggen. Nee, zelfs nu ze vervolgd worden en moeilijkheden kennen, houden ze stand. Blijven ze bidden, gaan ze naar de kerk, leven ze met God. Voor Paulus is dat een bewijs: Hij zegt: ‘hierdoor weet ik het zeker. God heeft een juist een besluit genomen! Doordat jullie volhouden, weet ik dat jullie geloof maar niet even en bevlieging was, even een moment. Nu merk ik dat jullie echt zullen delen in het nieuwe rijk, in de volmaakte nieuwe hemel en nieuwe aarde. Straks zullen jullie erbij zijn!

Ja volhouden kan soms moeilijk zijn. Kees had besloten een nieuwe opleiding te gaan doen. Een technische opleiding. Hij had al wel een diploma op zak, maar hij wilde graag nog doorstuderen. Dan moest hij nog wel drie jaar aan de bak. Aan het begin was alles leuk, nieuw en interessant. Maar op een gegeven moment waren er ook saaie vakken. Moest hij studeren, terwijl zijn vrienden met elkaar gingen gamen. Kon hij niet mee wat drinken, omdat hij nog een tentamen had. Hadden zijn vrienden al geld om een auto te kopen. Wat was het moeilijk om te studeren, om vol te houden. Maar hij was een doorzetter: uiteindelijk kon hij stralend zijn diploma in ontvangst nemen en solliciteren naar een goede baan!

Christus heeft voor ons het mooiste klaargemaakt wat er is. Een plekje in zijn nieuwe koninkrijk. Maar Hij vraagt wel: houdt vol, geef niet op, zet door. Ook als het moeilijk is, als het soms zwaar is, als je op zondag misschien soms liever andere dingen gaat doen, als je zoveel aan je hoofd hebt dat je vergeet te bidden. Laten we steeds bidden dat we de kracht krijgen om op God gericht te blijven. Door open te zijn naar anderen dat voor jou Jezus de belangrijkste is, door trouw te zijn in bijbellezen, door voor je kinderen God op de eerste plaats te zetten. Want wie volhoudt, die mag delen in het nieuwe rijk van God.

 

– Wie een ander doet lijden, God zal hem laten lijden. Wat was soms zwaar in Tessalonica om vol te houden! Dat kwam door die vervelende onderdrukkers. Die mensen die de christenen naar het leven staan, die zorgen dat ze in de gevangenis komen, die zorgen dat ze niet meer veilig zijn in de stad zodat ze moeten vluchten. Wat is het vreselijk hoe de beulen van I.S. tekeer kunnen gaan. Wat is het erg hoe iemand een ander kan laten lijden en pijn kan doen. Als je gepest wordt, als ze je uitschelden, als ze je integriteit schenden en persoonlijk kwetsen. God zegt: wie een ander doet lijden, hem zal Ik laten lijden. Wie Mij niet geloven, Joden en Grieken die Mij niet erkennen, zullen zelf verstoten worden, zullen te gronde gaan, zullen te maken met eeuwige pijn. Wie niet gelooft, wie Mij niet aanneemt, zal niet delen in het rijk, maar krijgt te maken met de eeuwige straf. Die komt buiten het licht van God staan, en heeft dan geen leven meer.

Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in. Uiteindelijk zal God alles omkeren. Zoals in de psalmen ook vaak staat: laat het toch op zijn eigen hoofd neerkomen. Laat hij zelf ervaren wat het is om gepest te worden, om het moeilijk te hebben, om te moeten lijden. Jesaja schrijft erover: God zal zijn oordeel vellen, met vuur en zwaard. Tallozen worden doorboort. Al die volken die het Israël het moeilijk gemaakt hebben: ze zullen ten onder gaan. Wie in de gevangenis komt om het geloof, mag weten dat zijn verrader straks in de gevangenis zit. Wie verbannen wordt om zijn geloof, mag weten dat degene die dat gedaan heeft straks verbannen wordt. Wie uitscholden wordt, die mag weten dat God straks alles omkeert. Hij zal het kwaad straffen.

Ik hoop dat je dat goed in de gaten hebt, als je kwaad doet. Als je een ander beschadigt, als je een ander pijn doet, als je een ander pest: God verdraagt het kwaad niet. Hij zal je straffen om het kwaad. Als jij een dader bent, dan zul je moeten boeten! Dan zul je de straf moeten dragen. En wie nu lijdt: die mag weten: God ziet het, God zal recht doen, het is de moeite waard om vol te houden, want uiteindelijk zal God die kwaaddoeners aanpakken. Of dat niet heel hard is? Zonder genade? Laten we opletten wie dit schrijft: Paulus. Paulus die zelf eerst christenvervolger was. Die andere mensen deed lijden en moest arresteren. Hij die op tijd tot geloof in Christus kwam en zijn genade aannam. Wie zich afkeert van het kwaad, mag weten dat God het kwaad straft in zijn eigen Zoon Christus en dat er redding en vergeving mogelijk is!

 

– Christus komt terug met vuur, zijn engelen en in zijn glorie

Hoe zal het dan zijn als Jezus terugkomt? Misschien denk je liever na over hoe je vandaag het goede kan doen, dan over wat er straks zal gebeuren. Misschien heb je juist veel vragen over hoe het zal zijn. In deze twee brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen wordt daar veel over verteld. Dat komt omdat er mensen waren die dachten dat Jezus al heel snel terug zou komen, zie het begin van het volgende hoofdstuk. Juist dan is het ook extra moeilijk om vol te houden: als je dacht dat je nog maar een maand hoefde te wachten en het wordt een jaar voordat je vriend of vriendin terugkomt van een reis, duurt het heel lang! Paulus heeft al gezegd dat niemand kan zeggen wanneer Jezus terugkomt: in het vorige hoofdstuk zei hij het. Hij komt als een dief in de nacht. Je weet niet wanneer … dat maakt volhouden soms lastig.

Maar wat zal er dan gebeuren? Paulus geeft aan: Hij komt in vlammend vuur, een groot vuur. Dat is een dreigend beeld, zoals we net ook bij Jesaja lazen: Hij komt zijn toorn uitvieren in vlammen, zijn dreiging in vuurgloed. De HEER zal komen in een vuur, met zijn wagens. Wie brandwonden heeft opgelopen, wie wel eens door vuur is ingesloten, die weet hoe bang je kan worden van vuur. Vuur dat grijpt wat het grijpen kan, alles verslindt en zwart achterlaat. In dat verterende  vuur heeft Hij zijn engelen bij zich: de engelen van zijn macht, een leger van engelen. Ja, echt een leger! Engelensoldaten. Petrus zegt: er is een wereld die overspoeld is door water, maar straks zal deze wereld vergaan door vuur. Dan zullen de goddelozen ten onder gaan (2 Petr 3). Ook in Openbaring staat dat bij de eerste bazuin die zal klinken er vuur op de aarde komt en 1/3 van de aarde, van de bomen en het groen zal afbranden. Zo zal God de mensen die niet in het boek van het leven staan straffen: zij zullen in de vuurpoel gegooid worden, net als de satan, zoals staat in Openbaring 20:15.

Laten we daarom niet alleen praten over de dag van de Heer, als een mooie, lieflijke dag. Christus komt weer om te oordelen de levenden en de doden. Ja, Hij komt met de wolken, elk oog zal Hem zien. Wat kun je er naar verlangen. Maar wat verschrikkelijk zal die dag zijn als je niet op de Here vertrouwd hebt, als je niet in Hem gelooft. De tekst zegt nadrukkelijk: als je het wel had kunnen weten, maar niet gehoorzaamt. God niet erkent: dan word je voor eeuwig verstoten, ver weg van de Heer. Weg van zijn zegen, van zijn licht en majesteit. Laten we bidden dat nog velen tot inkeer mogen komen!

 

– Dan zul je  van de moeite bevrijd worden en God prijzen

Maar wie wel in Christus geloofd heeft, wie wel volgehouden heeft? Die mag inderdaad met verlangen naar die dag uitkijken. Want dan word je bevrijd van alle moeilijkheden, dan word je van een last bevrijd. Misschien heb je dat ook wel eens gedaan jongens en meisjes, dat je een zware tas op je rug hebt, dat je misschien iemand op je nek neemt of dat iemand met zijn hand op je hoofd drukt: als je dan een tijdje gelopen hebt met die last, met dat gewicht en het valt op eens weg: wat loop je dan licht. Het lijkt wel of je even zweeft. Zo zullen wij bevrijd worden: alle last, alle zorgen, alle ziekte, alle spanning, alle moeite, alle pijn valt van ons af. Geen verdriet meer over die moeilijke situatie. Maar voor altijd bij Jezus Christus!

Wat doen we dan op die dag? Paulus zegt: dan zullen we God prijzen, groot maken, eren. Dan zullen we juichen en danken. Paulus weet het zeker: dat zal ook door jullie gebeuren, want jullie volharden. Waar je nu soms nog vragen hebt, dan zul je dan alles begrijpen, dan zal alles op zijn plaats vallen. Dan zul je God ook kunnen prijzen en grootmaken. Hoe heerlijk zal dat zijn!

Houd dat steeds maar voor ogen, en zie daar maar vertrouwend naar uit. Want net als die jongen die lang moest studeren, maar wist dat hij een mooie diploma zou krijgen. Net als iemand die een lange afstand moet rennen (misschien doe je ook wel mee met een hardloopwedstrijd!), weet dat je medaille klaar ligt. Net als iemand diegene die in de gevangenis zit, weet dat de datum van de bevrijding dichter bij komt: je houdt het vol, als je leeft met het einde voor ogen. Als je heel goed weet wat je doel is,  wat je wilt bereiken, dan leef maar niet zomaar. Leef niet dan voor het een, dan voor het ander: maar leef toekomstgericht. Leef naar Jezus Christus je Verlosser toe!

 

– Hou vol en doe het goede, Christus zal je prijzen!

Juist als je zo de dag van de wederkomst voor ogen houdt, ga je ook het goede doen. Waar sommige mensen in Tessalonica dachten: dan doe ik maar niets meer. Dan ga ik maar wat luieren, als het toch een keer is afgelopen, zegt Paulus juist: als je weet dat je Jezus straks weer zult zien, leef dan met Hem. Door dat geloof, door de kracht van dat geloof zul je in staat zijn om juist alleen maar goede dingen te doen. Liefde te tonen voor mensen in nood, dichtbij of ver weg. Dan sta je te trappelen op je gaven in te zetten voor diaconale taken, taken in de wijk, evangelisatie, hulp in de buurt of in het verzorgingshuis. Mensen die nadenken over de wederkomst en over hoe het dan zal zijn, leven niet met hun hoofd in de hemel, zijn niet wereldvreemd, nee: die gaan zich juist inzetten voor het goede. Nog een keer zegt Paulus: houd vol, zet door. En hij weet dat we dat niet uit onszelf kunnen, dus Hij bidt voor de gemeente. Zo bid ik voor u, zo mogen we bidden voor elkaar: dat we het volhouden, dat we de liefde van Christus om ons heen laten stralen, dat we de kracht krijgen om er voor de ander te zijn. Dat hij of zij Jezus weer leert kennen.

En dan volgt de laatste zin, de mooiste zin: Want als Christus weerkomt, als de hemel en aarde nieuw worden en het volmaakte leven begint, dan zullen wij niet alleen Jezus prijzen en omarmen, maar er staat ook: ‘u zult door Hem geprezen worden’: Jezus zegt dan: ik zag je in de moeite, in de verdrukking. Ik zag je in je tranen en bij het ziekzijn, ik zag je in je onzekerheid en bij wat de mensen je aandeden. Maar wat heb je het geweldig gedaan. Je hebt Mij niet vergeten, je hebt het van Mij verwacht, je hebt het goede gedaan en bent trouw geweest tot het eind. Wat geweldig dat je het werkelijk, helemaal tot het einde hebt vol gehouden. Kom! In het huis van mijn Vader, is een plaatje voor jou! Ga in tot het feest! Amen.