Matteüs 11:20-30 – Kom tot Mij … zoals je bent!

april 6, 2020

Preek gehouden Heemse, 5 april 2020

Tekst: Matteüs 11:20-30

Geliefde gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

[#1] ‘Je mag er zijn’, dat is een boodschap die je vandaag de dag op veel plaatsen kan horen.

Je hoort er bij, je bent waardevol, iedereen telt mee, wie of hoe je ook bent.

Dat wil nog niet zeggen dat je je zo ook altijd voelt.

Als je een foto plaatst op social media: krijg je dan wel genoeg likes?

Wordt jouw mening wel gehoord tijdens het video bellen?

Is er wel oog voor de problemen, beperking en moeite die jij ervaart?

Kun je niet soms het idee hebben: ik word niet gezien, ik ben anders, ik word niet geliked?

En God: ziet Hij ons? In ons verdriet, in onze zorgen, in onze pijn?

Toch mag je weten dat God ziet en dat je er mag zijn.

Want we geloven vooral dat je mag er zijn ‘in en door Jezus Christus’.

Omdat Hij hier echt mens is geweest, hier geleefd en gewoond heeft.

Omdat Hij zelf zei: Kom bij mij, als je vermoeid en belast bent.

Hij die door de mensen bespot, verlaten en weggehoond werd. Die stierf aan het kruis.

Laten we horen met welke boodschap Hij naar de vissers, boeren en inwoners van Galilea kwam.

Met welke boodschap Hij dus ook naar ons komt.

Je mag er zijn … in Jezus Christus

[#2] Jezus spreekt hier een grote groep mensen aan.

Uit zijn woorden begrijpen we dat hij het heeft tegen mensen uit Chorazin.

Een stadje aan het meer van Galilea, tussen de bergen, waar boeren een bestaan op bouwen.

Het ligt aan de rechteroever van waar de Jordaan het meer instroomt.

Daarnaast heeft Hij het tegen een Betsaïda, een vissersstadje, aan de andere kant van de rivier.

Daar lagen bootjes die het meer opgingen.

Het is de plaats waar Andreas, Filippus en Petrus vandaan komen.

En tenslotte spreek Jezus Kapernaum aan: de grote stad in die tijd.

Waar Romeinen, belastingbeambten en soldaten woonden.

Waar je verschillende talen kon horen spreken, Aramees en Grieks.

de plek die heel bijzonder is.

Daar heeft de zoon van God tijdens zijn optreden gewoond.

Daar liep hij door de straten, sliep hij, deed hij zijn boodschappen, preekte hij. 

Waarschijnlijk staat Hij nu ook daar te preken.

Maar wat klinkt er een oordeel uit zijn mond? Wee Chorazin, wee Betsaida.

Er zal een oordeel komen.

Op de dag van het oordeel zal het voor jullie dragelijker zijn dan voor Tyrus en Sidon

En Kapernaum, jij denk toch niet dat je (omdat Ik hier werkte) tot de hemel wordt verheven.

Het zal met jou slechter aflopen dan met Sodom en Gormorra.

Waar mensen openlijk afschuwelijke zonden pleegden.

Waarom is Jezus zo boos, waarom brengt Hij woorden van oordeel?

Is dit nu de zoon van God, die liefde is?

[#3] Jezus spreekt hier zo, juist omdat hij in deze steden zijn liefde had laten zien.

Wonderen gedaan had.

Er konden daar mensen genieten van het blad aan de bomen, die eerst blind waren.

Er waren daar bedelaars, die nu konden werken omdat Jezus genezing gaf.

Er waren daar mensen die zijn woorden konden horen, omdat Hij hun doofheid genezen had.

Er waren daar mensen met een besmettelijke ziekte, die ver van familie en vrienden geleefd hadden.

Die in isolatie hadden gezeten en bij wie je niet in de buurt mocht komen.

Mensen die door Jezus aangeraakt werden en genezen zijn.

Wat had Jezus daar zijn liefde laten zien. Wat had Hij laten zien dat hij de Messias was.

Dat iedereen voor hem telde en dat hij uit is op heelheid en genezing.

Net hiervoor had Johannes de Doper gevraagd of Jezus de redder was.

Hij had kennelijk iets heel anders, groters, indrukwekkenders verwacht.

Maar Jezus had toen juist op deze wonderen laten wijzen.

Maar wat was de reactie van deze mensen? Er was niets veranderd. Ze waren niet gaan geloven.

Ze hadden niet gezien dat Jezus de zoon van God was.

Juist omdat ze het konden weten zullen ze zwaarder gestraft worden.

Er bestaat kennelijk verschil in straf, er bestaat verschil in zonde.

Jezus was naar iedereen toegekomen, had zijn wonderen gedaan, het leven van mensen veranderd.

Maar er was geen geloof. Jezus had de mensen zien staan. Ze mogen er zijn.

[#4] Maar zij hadden Hem niet gezien. Zo kun je soms heel dicht bij de Bijbel leven.

Je kunt gedoopt zijn, uit de Bijbel horen, kerkdiensten beluisteren.

Toch kan het zijn dat je het licht van Christus niet ziet.

Dat het je niet raakt, dat het je niets doet, dat de liederen je niets zeggen.

Dat je niet werkelijk de boodschap van Jezus hebt gezien en gehoord:

niet ziet hoe Hij ook jou levend wil maken, vernieuwen, liefhebben.

Christus wijst dan met zijn vinger en zegt: pas op! Ik vraag een keus. Ik wil je redden!

Het is niet genoeg als je een leven leeft van eten, drinken, gezond en gezellig zijn.

Ik wil dat je het eeuwige leven en mijn eeuwige liefde ontdekt.

Dat je ziet waar het werkelijk omgaat.

Dat je ziet waarom ik zelfs mijn leven over had om jou dat leven te geven:

Mijn liefde voor jou is zo groot dat ik voor jou aan het kruis ben gegaan.

Maak die keus en neem mijn liefde aan!

Je mag er zijn … kom zoals je bent

[#5] Wat Jezus dan zegt is: Kom naar mij! Dus blijf niet op een afstand. Verwijder je niet.

Nee: ik geef je een uitnodiging, persoonlijk voor jou. Je naam staat erop.

Zoals je een uitnodiging kan krijgen voor een verjaardag of een bruiloft.

Ik vraag je om te komen. Om mee te gaan. Om, als je ziet dat ik de Redder ben, met mij te leven.

Let op: Hij zegt niet. Kom bij een geloof, een overtuiging, een religie nee … kom bij Mij!

Het gaat erom dat we bij Hemzelf komen.

Dat je de Here Jezus leert kennen en dat je met Hem verbonden raakt in je leven.

Dat je tot Hem bidt, dat je naar zijn woorden luistert, dat die woorden een plek krijgen in je hart.

Dat je kiest voor een leven waarin in zijn liefde gaat groeien.

Want alleen als je zo met Hem verbonden bent, ga je zijn liefde ervaren en voel je dat er mag zijn.

Wordt Hij de basis van je bestaan, de grond waarop je staat. Wordt Hij heel je leven.

Je mag er zijn … in, door en met Jezus Christus. Je mag komen, zoals je bent.

[#6] Jezus zegt: Kom bij mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan.

Wanneer Jezus oproept om te komen, dan doet hij dat voor mensen die onder lasten gebukt gaan.

Die het idee hebben dat ze er niet mogen zijn, behalve als ze eerst iets gedaan hebben.

Denk aan die kinderen die gingen zingen, studeren, houtbewerken, schilderen.

Juist in de tijd van de Farizeeën was dat het geloof geworden:

Je moet je eerst houden aan allerlei regeltjes. Ze hadden er wel 613.

En Jezus zegt: jullie zijn te beroerd om een vinger uit te steken om mee te tillen.

Alleen als je binnen de lijntjes liep, als je niet anders was, als de regels hield mocht je er zijn.

En wat is het vermoeiend als je van buitenaf regels opgelegd worden.

Als het geloof: moeten, moeten, moeten wordt.

Als je naar de dienst luistert omdat het moet, als je vrijwilligers werk doet omdat het moet,

als je geld geeft omdat het moet. 

Wie zich constant moet bewijzen, wie opgejaagd wordt die wordt moe.

Die voelt zich snel minderwaardig en niet gezien of gehoord, denkt dat je er niet mag zijn.

Ga elkaar geen regels opleggen die meer zijn dan God vraagt: als het gaat over manier van preken;

Als het gaat over met je handen omhoog zingen; als het gaat over instrumenten.

Als het gaat over aandacht voor jong of oud. Laat het niet zo zijn dat je zegt:

zo moet het want zo ben ik het gewend. Leg elkaar geen lasten op.

Maar er is soms niet alleen een last van buitenaf. Je kunt ook vermoeid zijn van binnenuit.

Dat je zo graag liefde wil tonen, dat je het goede wilt doen, dat je naar Gods wil wil leven.

Maar toch is er dan steeds weer die zonde, die misstap. Voel je pijn over je fouten.

Raak je vermoeid en krijg je verdriet in je hart over wat fout is. Overtuigt Gods Geest je van zonde.

[#7] Maar dan zegt Jezus kom bij mij: en ik zal je rust geven.

Ik ben nederig. Ik ben zelf de weg gegaan om je te redden.

Ik ben de minste geworden en gaan dienen. In mijn woorden.

Maar ook in mijn daden. Als de leerlingen zelf niets doen, ga ik zelf de voeten wassen.

Ik geef mijn leven, juist om te zorgen dat je eeuwig kan leven.

Hij geeft je een uitnodiging, slaat een arm om je heen, wil je tot leven wekken.

Laat je zijn wie je bent, zoals je in God bedoeld bent.  

Je mag er zijn … in liefde voor God en je naaste  

[#8] Er is maar één ding dat ik vraag: kom bij Mij. En dan geef ik je mijn juk.

Er komt wel een andere last die Jezus oplegt.

Dat lijkt niet te kloppen. Moet je dan toch iets dragen en doen?

Vraag Jezus dan toch iets?

Ja, maar het is geen zware last, waardoor je langzamer gaat lopen.

Waardoor het leven zwaar wordt. Een juk helpt je om iets te vervoeren.

Om bijvoorbeeld water naar de juiste plaats te brengen.

Een juk is een hulpmiddel, waardoor je de lasten van het leven beter kan dragen.

Zo helpt Jezus je om het goede te doen.

Bovendien is het zacht. Het past precies om je nek. Het zit goed.

Het is een lichte last: het is niet te zwaar.

Zo krijgt je zelf ook een leven in de goede richting.

Van liefde, van verwondering, van omzien, van geven, van delen.

Juist wanneer je gelooft dat je zonden vergeven zijn, gedragen aan het kruis.

Juist wanneer je Jezus liefde voor jou ontdekt en gelooft dat je er mag zijn.

Kun je er zijn voor anderen: neem je die houding, dat juk van Jezus over.

Wil je zijn voorbeeld volgen, zeg je: Jezus ga mij voor, deze wereld door.

Achter Hem het kruis te dragen, dat licht is omdat Hij het droeg!

Door anderen liefdevol te ondersteunen, door die aandacht.

Door het geduld, de vergeving, het samen opnieuw beginnen.

[#9] Je mag er zijn. Het zit in ons om op te kijken naar helden, wijzen, machthebbers.

Maar keer op keer staat in dit stuk dat Jezus er gekomen is voor gewone mensen:

Vers 5: aan armen wordt het goede nieuws bekend gemaakt.

Vers 8: Johannes was niet in dure kleren gekleed, dat zijn alleen koningen.

En vers 25: Vader ik loof u. U hebt dit goed nieuws voor wijzen en verstandigen verborgen gehouden,

Maar aan eenvoudige mensen geopenbaard.

Niet diegene die het gemaakt heeft, die alle macht heeft, die veel volgers heeft …

Maar u, jij en ik. Gewone mensen. Met hun vragen, pijn, verdriet, onmacht, bezorgdheid.

In tijden van voorspoed, maar ook van ziekte, rouw en verdriet.

Je mag geloven dat Jezus voor jou gekomen is. Dat Hij je wil dragen en redden.

Dan mag je God aanbidden en loven, samen met Jezus:

U leidt de geschiedenis. U bent hebt U liefde laten zien, juist ook door het kruis.

In uw liefde mogen leven.  Amen


Lucas 15:1-7 – Oordeel niet, maar weet je gevonden door Jezus.

februari 16, 2020

Preek gehouden in Heemse, 16 februari 2020

Tekst: Lukas 15:1-7

Geliefde gemeente van de goede Herder, Jezus Christus,

[#1] Binnen een gemeente worden heel wat gesprekken gevoerd.

Ook door ouderlingen, diakenen en bezoekers.

Misschien staan ze binnenkort ook wel bij jou voor de deur en bied je hen koffie aan.

Maar wie zoek je op en waar praat je over?  

Dat is niet altijd makkelijk, dat is soms zoeken. Wanneer is een gesprek goed?

Wat je vraagt is dan heel belangrijk!

Blijven je vragen aan de oppervlakte over het weer, de vakantie, over de buren of gemeenteleden of de griep die rond gaat?

Of kom je bij dingen die je echt bezig houden. Dat je denkt hij/zij hoort mij? Dit zijn mijn vragen!
Hier lig ik wakker van. Hier zou ik in geholpen willen worden.

 [#2] Wat zijn nu goede vragen, hoe lukt het om echt met de ander in contact te komen?

Ik googlede een tijd terug wat op internet en kwam een leerzaam filmpje tegen van AKZ-plus. https://www.weetwatjegelooft.nl/les/het-pastorale-gesprek/

Daar hadden ze ook een gesprek gefilmd: een jong stel zat op de bank.

Een pastoraal werker kwam op bezoek en ze vroeg: ‘Vertel eens wat jullie bezig houdt.’

Ze vertelden dat ze wilden gaan trouwen, maar het was allemaal wat lastig.

Toen ze elkaar twee jaar geleden leerden kennen had de jongen al een dochter uit een eerdere relatie.

Nu wilden ze heel graag samen trouwen, juist ook met God erbij. Ze hadden hem leren kennen.

Maar ze hadden een enorme bak kritiek gekregen van de kerk.

Brieven van mensen die hen niet eens kenden. Die ze nooit hadden gesproken.

Mensen die zeiden dat ze het echt helemaal mis hadden.

Ik vond het mooi hoe de bezoekster allereerst heel hartelijk hen feliciteerde met hun voorgenomen huwelijk en dat zich daarna een gesprek ontspon. Dat dan ook duidelijk wordt dat je niet altijd zelf voor een scheiding kiest. Een gesprek voor het aangezicht van God.

[#3] Zo’n situatie van die jongen dat meisje dat gaan samenwonen kun je zien als lastig.

Hoe moet je hiermee omgaan? Net als bijvoorbeeld met die jongen die uit de kast komt.

Die heel graag met God wil leven, maar aan het zoeken is wat een goede weg is.

Die al snel door de manier van praten het idee krijgt dat hij niet erg welkom is.

Zoals die moeder van de week in de krant zei: opeens werd onze zoon beleid.  

Hij moest in die gemeente zelfs gelijk stoppen met het jeugdwerk en al zijn activiteiten.

Of hoe ga je om met iemand die ontslagen is. Haar leidinggevende was absoluut niet tevreden over haar. Ze kwam elke keer te laat, stond tijdens het werk de hele tijd te appen.

Ze liep de kantjes ervan af en leverde geen goed werk. En als je haar ernaar vroeg?

Dan gaf ze geen antwoord of loog over wat ze gedaan had. Haar leidinggevende was het vertrouwen kwijt.

Hier kon ze niet langer mee werken. Het meisje zat thuis op de bank. Voelde zich aan de kant gezet.

Besefte ook wel dat ze het zelf niet goed gedaan had, maar … ze kon volgens hem niet anders.

[#4] Drie verschillende situaties. Drie situaties waar je als je op bezoek komt wat te bepraten hebt.

En dat zijn ook situaties die voorkwamen in de tijd van Jezus.

We lezen daar dat alle zondaars en tollenaars naar Jezus toekomen.

Kennelijk kunnen ze niet bij de Farizeeën en Schriftgeleerden terecht.

Die hebben de mensen opgedeeld in twee groepen:

Mensen die netjes volgens de regels leven, volgens het beleid.

Die niet afwijken van de norm, niets raars doen, zich houden aan de wetten.

Een groep van mensen die daar moeite mee heeft. Die anders is of fouten heeft gemaakt.  

Mensen die van het rechte pad afwijken en voor wie het leven niet zo makkelijk loopt.

De mensen die het goed deden konden wel bij de Farizeeën terecht. Maar de anderen?

Die werden betiteld als zondaars: mensen aan wie een vlekje zat, daar liepen ze omheen.

Maar wat doen al die mensen? Ja er staat: alle (!) zondaars en tollenaars.

Ze naderen tot Jezus, ze gaan naar hem toe, ze komen dichtbij hem.

Hij praat met hen, Hij eet met hen. Bij Hem kunnen ze wel terecht.

Hij stelt hen vragen, wijst hen de weg, geeft hen raad. Hij ontvangt ze.

Drinkt koffie met hen, breekt zijn brood met hen, schenkt de wijn voor hen in.

Het gaat de Farizeeën veel te ver! Hoe is dit mogelijk? Wat erg.

En ze mopperen, ze spreken er schande van. Niet maar zachtjes.

Maar ze zijn luid door elkaar aan het morren. Moet je dat toch zien!
Wat een schande! Zo hoort dat niet. Ze hebben hun oordeel klaar.

Net zoals toen Jezus met de kleine Zacheüs ging eten en drinken.

Een belastingbeambte, die heulde met de bezetter en veel te veel geld vroeg.

Jezus hoort het wel. Hij ziet de Farizeeën wel praten en oordelen.

Maar … hij wil ze op andere gedachten brengen. Hij wil ze aan het denken zetten.

[#5] Zijn zij nu de herders, de pastors van Israël? Geven zij nu goede leiding?

Jezus vindt hen slechte leiders, zoals in Ezechiël.

Hij gebruikt een voorbeeld dat je in Israël overal om je heen kon zien gebeuren.

Wat hier vroeger in de omgeving, toen er nog meer wilde gronden waren ook gewoon was.

Een herder trok er ’s morgens met een kudde op uit.

Ze gingen niet alleen, want dan kon er een wolf komen die er zo tien dood beet.

De herder had zijn hond bij zich. Hij wees aan wat de goede weg was, waar het beste voedsel was.

In Israël kon je in de winter dan ook in de woestijn trekken. Dan was het niet zo warm.

Dan was er meer regen en groeide op de plaatsen die zomers verdord waren ook gras.

Maar dan aan het eind van de dag, komt hij erachter dat er één schaapje mist.

Dat kon gebeuren. Als je er honderd hebt, dan raak je er wel eens een kwijt.

Dat is het bedrijfsrisico. Een is ziek geworden. Of heeft iets gebroken. Nu is er één weg.

Het is verdwenen. Het is kwijt. En wat doet de herder dan?

Hij laat die 99 schapen achter. Zonder herder, zonder zorg.

In de woestijn.

En hij gaat zoeken. Op zoek naar dat éne schaapje.

Hij zoekt net zo lang tot hij het gevonden heeft.

Hij kijkt. ‘Daar bij die struiken, waren ze vandaag ook nog.’

Of zou het schaapje richting dat meertje gelopen zijn?

Of nee wacht, we kwamen langs die afgrond, zou het daar gevallen zijn.

Het is zomaar een paar uur verder. Straks wordt het donker.

Dat eigenwijze schaap ook. Waarom had het niet beter opgelet.

Zal hij maar weer terug gaan? Zal hij maar voor die 99 gaan zorgen?

Dit kost hem zo veel te veel tijd. Hij kan zijn tijd wel nuttiger besteden.

[#6] Maar dan, als het al schemert, dan ziet hij het schaapje liggen.

Verstrikt in de struiken. Het blaat van angst.

Hij maakt het schaapje los en tilt het op zijn schouders.

Wat is hij blij dat hij het schaap gevonden heeft.

Een glimlach komt op zijn gezicht. Alle moeite is hij vergeten.

Wat een vreugde, wat een blijdschap. En thuis nodigt hij iedereen uit.

Samen eten en drinken ze, samen vieren ze feest.

Het schaap was verloren, maar is gevonden. Wat is hij blij!

[#7] Als je dit zo hoort komen er een paar vragen op.

Het is eerst wat je kunt vragen is: wat voor schaapje ben ik?

Ik las van de week deze tekst met iemand en die zei: dit gaat echt over mij!
Ze herkende zich in dat schaapje dat kwijt was en nu gevonden was.

De jongen uit de inleiding die al een kind had, die voelde zich gevonden door Jezus.

Degene die zonder werk zat: voelde zij zich ook gezien en opgezocht?

De Farizeeën verdelen de mensen in twee groepen: je hoort erbij als je op het pad blijft.

Als je je niet aan de regels houdt, dan ben je op de verkeerde weg.

Jezus houdt dat vast, maar zegt juist: als je een zondig bent, ben Ik voor jou gekomen.

Straks vertelt Jezus over de oudste zoon die altijd bij vader thuis was.

En over de jongste zoon die het huis uit ging, zijn vader hielt hem niet tegen.

Maar zijn leven ging helemaal mis, en hij belande bij de schillen van de varkens.

Totdat hij zich omkeerde en zich liet vinden.

Wie ben jij? Welke weg ga jij? Ben je je bewust van de keuzes die je maakt.

Ben jij als schaapje misschien op zoek naar een weg zonder de herder?

Of heb je vertrouwen in de goede herder en laat je je leiden?

We zingen straks: ‘Kom tot de Vader!’ Alle zondaars kwamen naar Jezus.

Ik hoop dat jij ook nadert tot Jezus, dichterbij komt, Heer ik kom tot u.

En dat je je laat vinden door de goede Herder. Dat je zijn genade ziet.

De zondaars en tollenaars kwamen. Waarom? Omdat Jezus hen niet afwees maar juist zijn liefde gaf.

Hij kon helpen met raad en gesprek. Hij kon helpen om hun leven op de rit te krijgen.

Om vanuit de liefde die zo ontvingen ook liefde door te geven.

[#8] Een tweede vraag die heel belangrijk is, is de vraag of je je gedragen voelt.

Zie je wat de herder doet als hij het schaap gevonden heeft.

Hij legt het op zijn schouders. Hij houdt het stevig vast.

Zoals God gezegd had dat Hij zijn volk zou zoeken en redden.

In zijn arm de lammetjes zou dragen. Zo draagt Jezus dit schaapje op zijn schouders.

Met vreugde! Een glimlach op zijn gezicht.

Je kunt in dit leven van alles meemaken. Je kunt ziek worden, onzeker zijn over de toekomst.

Behandelingen moeten ondergaan. Je eenzaam voelen. Je kunt aan een graf moeten staan.

Je kunt het gevoel hebben zelf de weg te moeten zoeken en dat je verdwaald bent.

Je kunt pijn hebben en merken hoe kwetsbaar je leven is.

Met problemen op je werk, Kan al je vertrouwen en zekerheid weggeslagen worden.

Je kunt je veroordeeld en afgewezen voelen door anderen.

Maar besef je dan, dat Jezus je niet alleen laat.

De God van het verbond gaf zijn belofte. Hij stuurde zijn zoon naar deze wereld.

Hij laat niet los het werk van zijn handen. Hij laat jou niet los, Hij laat anderen niet los.

Hij gaat zoeken en Hij blijft zoeken. Hij zet door. Het werkt van alle eeuwen volvoert zijn hand.

Hij zegt: ik zal er zijn. Ik geef alles op, Jezus gaf de hemel, zijn leven op, om jou te vinden.

Genade zo oneindig groot, gaf U voor mij.

Zo mag je je veilig voelen in de schaduw van de allerhoogste. Zo mag je je gedragen voelen.

Wat zegt dit beeld ontzettend veel: Rust. Warmte. Vrede. Liefde. Veiligheid. Bescherming. Thuis komen. De Goede Herder heeft oog voor de enkeling, dat ene verdwaalde lam, dat zoekt Hij, draagt Hij, verzorgt Hij en koestert Hij. Met een glimlach op zijn gezicht.

[#10] De laatste vraag die je je kan stellen is: Welke houding neem ik zelf aan?

Jezus laat niet alleen zien dat Hij degene zoekt die achterblijft en alleen is.

Hij laat ook zien dat hij de houding van de Farizeeën afwijst.

De houding van het beter weten en met een boog om anderen heen lopen.

Nee, hij zegt niet dat hij niet om die 99 andere schapen geeft.

Zoals hij liefde heeft voor de oudste zoon die altijd thuis is,

Zo heeft hij ook liefde voor de 99 schapen. Voor heel zijn volk.

Maar hij heeft geen liefde, geen genade voor de mensen die zelf ingenomen zijn.

Als ze denken: zie mij eens goed zijn, zie mij eens goed leven.

Als ze denken het zelf wel te kunnen en zich beter voelen.

Dan hebben ze niet in de gaten wat hun echte probleem is.

Dat ze zelf ook genade nodig hebben. Dat ze zelf Gods liefde nodig hebben.

Op het moment dat ze dat in de gaten hebben, dan is er ook voor hen vreugde in hemel.

Hoe zijn wij gemeente met elkaar?

Er gebeurt er veel moois: voor die gehandicapte, die asielzoeker, die eenzame,

die zoekende, die jonge moeder. Wat worden er een mooie gesprekken gevoerd.

Soms word je er stil van. Wat fijn als je om hulp vraagt of hulp geeft.

Maar soms dan mis ik die houding in de kerk.

Als ik eerlijk ben, zie ik nog niet gelijk drommen zwakke mensen aan de deur kloppen.

Merk ik dat iemand in de kerk kan komen, maar niet aangesproken wordt en zonder één woord weer naar huis gaat. Waar hij of zij misschien al de hele dag alleen is. Soms merk is dat mensen hier jaren komen, maar bijna geen contacten hebben. Zich eenzaam kunnen voelen. Een verloren schaap. Soms merk ik dat mensen bang zijn voor het oordeel of de mening van anderen. Zullen we leren van Jezus? Van zijn genade? Als ouderling, als diaken, als pastoraal bezoeker. Maar allereerst als kind van God, gevonden door Jezus. Dat je liefdevol, omarmend er bent voor de ander. Bijvoorbeeld vraagt: zullen we wat gaan drinken, samen ergens gaan eten? Dat vraagt misschien zoeken, hindernissen overwinnen, weerstand doorbreken, volhouden, jezelf overwinnen: maar wat is het geweldig als je volhoudt en de ander werkelijk kan ontmoeten. In gesprek komt en samen God kan danken voor de genade van Christus waarvan we mogen leven. Dan is het feest in de hemel, Halleluja.  Amen!


Lukas 16:9 – Maak vrienden met dat ellendige geld

januari 29, 2020

Preek gehouden Heemse, 19 januari 2020

Tekst: Lukas 16:9

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De Congolese predikant Jean Pierre Kanyiki was in 2020 te gast op onze Synode.

Voor het eerst was hij in Nederland, ja zelfs voor het eerst in Europa.

Hij mocht ook een keer preken in Nederland en wilde dan preken over de onrechtvaardige rentmeester. Hij wilde de mensen erop wijzen dat werk, dat je baan een ‘corde fragile’ is, een kwetsbaar draadje, dat elk moment kan breken. Het is mooi om dat uit zijn mond te horen en vanuit die achtergrond over deze tekst na te denken.

Het is niet zo’n heel bekend verhaal. Het is ook best een ingewikkeld en lastig verhaal was. Vanuit kinderwerk kwam ook de vraag: leg eens uit wat deze tekst betekent, want in de voorbereiding lopen we al vast. Hoe kan de meester over iemand die niet eerlijk is toch zeggen: goed gedaan!

[#2] Waarom was het mooi om ds. Kanyiki dit te horen zeggen? Hij had in de loop van de synodeweek veel verteld over de situatie in Congo nu. Het land heeft nu wel een betere president, maar die president heeft moeite om overal zijn macht te laten gelden. Er zijn gebieden waar er steeds weer oorlog is. Bovendien probeert de Islam invloed en macht te krijgen, door Moslims het land in te sturen en die te laten trouwen met christelijke meisjes en daardoor meer macht te krijgen. Economisch gaat het niet goed en de mensen leven in grote armoede. Een collecte van een kerk van 150 mensen levert misschien 2 euro op. Er is veel werkloosheid. Bovendien is er veel werkloosheid en op dit moment wordt het land getroffen door de mazelen, op veel plaatsen is er verdriet omdat kinderen hierdoor om het leven komen. Als kerk proberen ze ervoor zorgen dat die mensen een begrafenis krijgen, maar ze hebben er bijna geen geld voor. Uit zijn mond begrijp je de woorden: je bezit, je leven, je werk … het is een dun draadje, je bent het zo kwijt.  

[#3] Als je dan voor het eerst in Nederland bent, dan zie je dat we het hier goed hebben.  Hier hoef je je veel minder zorgen te maken. Er zijn nog nooit zoveel mensen aan het werk geweest in Nederland als in het afgelopen kwartaal. Er zijn allerlei soorten uitkeringen en pensioenen. De export van de agrarische sector is bijna 100 miljard euro. We worden ingeënt tegen de mazelen en steeds is de beste medische zorg voor handen. We leven in een tijd van welvaart, rijkdom, voorspoed en als er een collecte langskomt gooi je er misschien zelf al wel 2 euro in. Dan kun je zomaar je veilig voelen bij je geld, je baan, je gezondheid en een Zwitserleven gevoel hebben bij het leven hier in Nederland. Maar klopt dat … of moet je ook hier zeggen: eigenlijk is je werk, je gezondheid, je leven maar een kwetsbaar draad dat zo verbroken kan worden?

[#4] Ik denk dat je daar uiteindelijk ja op moet zeggen. Jezus heeft eerder verteld over die rijke man die enorme schuren aan heeft laten leggen, maar toen hij wilde gaan genieten van zijn rijkdom en pensioen, toen nam God hem plotseling weg. Zo geldt dat van ons mensen: je kunt je werk, je gezondheid, je vrienden, je leven hier op aarde kwijt raken. Wat een verdriet als iemand jong uit het leven wordt weg genomen. Kun je dan meer zeggen dan ‘Cheers to the one’s that we lost’, laten we op hen drinken en herinneringen terugbrengen? Toen Jezus Christus hier op aarde was vertelde hij dat er een leven na dit leven is. Maar hoe kunnen we nu deel krijgen aan die eeuwigheid? Wat vertelt Jezus ons als het gaat om de eeuwige tenten, de plaats waar je eeuwig gelukkig zult worden. Of je nu geboren bent in Israël, in Congo of in Nederland.

[#5] Het eerst wat Jezus doet is ons voorstellen aan iemand die zijn werk, en dus zijn toekomst kwijtraakt. Hij is net ontslagen. Het is geen slaaf, want zo iemand kun je niet ontslaan, die verkocht je. Het is een werknemer, of een vrijgelaten slaaf. Hij was de dienaar van een rijke man, die veel grond bezat en veel goederen. Die grote partijen graan en olie verhandelde. En of je nu een éénmanszaak hebt of een groot bedrijf, op het moment dat je administratie niet op orde is, krijg je snel problemen. Met de belasting, met je vermogen, alleen de klanten zullen niet klagen als ze geen nota ontvangen voor hun geleverde diensten. Deze man, was de beheerder van het geld van de goederen, hij wordt hier econoom genoemd en hij wordt ontslagen omdat hij het geld niet goed beheert heeft. Hij heeft het niet gestolen, maar hij is er niet goed mee omgegaan. Nu zit die man in de problemen. Hij heeft geen toekomst meer.

[#6] Iemand zei: dat kun je eigenlijk vergelijken met de situatie waar wij in zitten. We hebben een kwetsbaar leven. Een leven kan zomaar afgelopen zijn. En als je dan moet beoordelen hoe je geleefd hebt. Kun je dan zeggen: Heer, ik heb alles goed gedaan, laat mij bij u thuis wonen? In alles wat ik gedaan heb, was ik hetzelfde als U, Here Jezus, vol van liefde, vol van geduld, vol van goedheid. Ik wilde graag op U lijken en dank U dat me dat ook lukte. Nooit deed ik iemand onrecht, nooit heb ik wat laten liggen, wat ik aan goeds kon doen. Ik leefde in het licht, als een kind van het licht, en deed nooit iets wat anderen beter niet van mij kunnen zien of horen, ik deed nooit dingen van de duisternis. Ik denk niet dat iemand dat kan zeggen. Net hiervoor vertelde Jezus over de verloren zoon: die van huis wegliep, die zijn geld verkwistte (hetzelfde woord dat hier voor die beheerder wordt gebruikt, die het geld van zijn meester verkwistte). Hij ging feesten, drinken, verliet zijn vader. En uiteindelijk moest hij zijn hand ophouden eten van de schillen. Dat is iets waar de beheerder ook bang voor is dat hem zal overkomen. In die zin zijn we verloren en ontslagen als de zoon en als de beheerder als je naar ons leven kijkt.

[#7] Maar wat gebeurt er dan? Dan gaat deze man een plan bedenken. Hij gaat vooruit kijken en iets bedenken om toch nog toekomst te hebben als dat kwetsbare draadje van zijn werk is doorgeknipt. Hij overweegt een paar opties. Ik zei al, hij kan gaan bedelen, zijn hand op gaan houden, maar daar schaamt hij zich voor. Hij had juist een mooie baan, was beheerder van grote bedragen geld, dan wil hij niet langs de kant van de weg gaan zitten. Hij kan zijn handen ook gaan gebruiken: het land gaan bewerken. Maar zie je dat al voor je? Die man met zijn witte boekhoudershanden, misschien wel twee linkerhanden, waar geen eelt op zit en geen kracht op zit? Hij ziet het zelf niet gebeuren. Zijn hand ophouden wil hij niet, en zijn handen gebruiken kan hij niet. Dus moet hij een list verzinnen, een andere oplossing.

[#8] Hij gaat vriendschap kopen. Hij is nog niet ontslagen. Hij heeft de handtekening, het stempel van zijn Heer nog. Het is een zooitje in de administratie, maar de mensen weten wel dat ze nog schulden hebben. Hij gaat met het geld van zijn werkgever de mensen omkopen.

Er komt iemand binnen en hij vraagt: Hoe groot is je schuld? Honderd vaten olie. De beheerder zegt: schrijf snel vijftig vaten op.

Een ander kwam binnen en hij vraagt hoeveel is jouw schuld: honderd zakken graan en hij zegt: maak er snel tachtig van. De rekening wordt veranderd.

En zo doet hij met iedereen die schuld heeft.

Ze krijgen enorme bedragen van hem en nu heeft hij vrienden gekocht … straks als hij geen werk meer heeft zullen ze hem bij hem thuis uitnodigen, zullen ze hem te eten geven, zal hij een dak boven zijn hoofd hebben. ‘Geldeloos vriendenloos’ is een uitdrukking, maar hij heeft het geld van zijn baas gebruikt om vriendschap te kopen.

[#9] En als zijn meester ervan hoort? Wat zegt hij dan? Hij heeft hem al ontslagen, dus zoveel kan hij niet meer doen. Hij kan hem misschien nog martelen, of verrot schelden. Maar wat doet hij? Hij prijst de oneerlijke beheerder. Je hebt het goed gedaan. Je hebt het probleem slim opgelost. Hoe kan hij dat nou zeggen? Het is een ingewikkelde tekst. Je kunt toch moeilijk zeggen dat hij goed heeft gedaan? Dat dit mag? Dat dit een voorbeeld is? Maar toch zei hij het. Maar let op het woordje slim. Daar prijst hij hem voor. Net zoals wanneer je hoort van een bankoverval, zoals bijvoorbeeld op 4 maart in Oudenbosch bij de Rabobank. Twee bewakers waren omgekocht en zetten het alarm uit toen de boeven naar binnen gingen. Toen ze een paar uur later weer naar buiten gingen zetten ze weer het alarm uit. De boeven hadden de bewakers omgekocht met geld en voor miljoenen gestolen. 300 kluisjes leeggehaald. Wat slim gedaan, wat een ingenieus plan. Je moet er intelligent voor zijn, alles doordenken. Ze winnen er niet een prijs mee voor liefdadigheid, ze duperen veel mensen, maar dat het slim was, dat kun je niet ontkennen. De bewakers gaan voor vier jaar de cel in, en zij zitten, met de buit in het buitenland en zijn nog steeds niet gepakt.

[#10] De kluisjesrovers zitten misschien op een of ander tropisch eiland en hadden hun toekomst veilig gesteld. Ze hebben een mooie aardse toekomst geregeld. De beheerder uit de bijbel had gedacht aan zijn toekomst, en had nog onderdak toen hij ontslagen was. De eigenaar vind het vast niet fijn dat zijn geld misbruikt is, maar het was wel slim. De kinderen van de wereld denken aan hun toekomst, verstandiger dan de kinderen van het licht. Wat is het belangrijk dat je als kind van het licht ook aan je toekomst denkt. Dat je, als straks de mammon (vertrouwen!), het geld, er niet meer is, als het ‘zilverkoord’ wordt doorgeknipt (Prediker 12) weggenomen. In Congo zie je misschien makkelijker dat die tijd een keer komt. Hier in Nederland moeten wij eraan ontdekt worden: zorg ervoor dat je toekomst geregeld is. Je hemelse toekomst, dat je kan wonen bij God. In de eeuwige tenten zegt Jezus. Een mooi beeld: een tent, waar je onderdak vindt, waar je samen bent, waar je thuis bent. Een Vader die je met open armen ontvangt. Ben je daar ook mee bezig? Stel je je vertrouwen wat betreft de toekomst op je pensioen, je geld, je diploma’s, je werk? Hier op aarde heb je het wel nodig: wat heftig als iemand ziek wordt, als je geen werk heb. Wat kun je je ellendig voelen als je weer afgewezen wordt. Wat kun je balen als je een dure reparatie aan je auto hebt. Als je je examen net niet gehaald hebt. Maar uiteindelijk valt alles een keer weg … ben je dan welkom in de eeuwige tenten?

[#11] Wat moet ik dan doen? Hoe ben ik dan welkom? Jezus zegt: maak je vrienden met die onrechtvaardige mammon. Jezus noemt het geld onrechtvaardig, de BGT zegt: gebruik dat ellendige geld om vrienden te maken. Wanneer jij het geld dat je gebruikt, geeft aan iemand die het moeilijk heeft, die het nodig heeft, dan zijn ze je dankbaar. En wanneer je dan sterft, dan heb je nog steeds wat aan dat geld, want dan zijn de mensen die je geholpen hebt je enorm dankbaar, en ze heten je van harte welkom in de hemel, ook al zijn ze misschien nog op aarde, want je hebt je geld goed gebruikt. En wat nog belangrijker is, is dat wat Jezus zegt in Matteüs 25 wanneer je zo iemand die geen kleren had kleding gaf, die hongerig was te eten gaf, wanneer je een dorstige te drinken gaf, en een vreemdeling onderdak gaf, wanneer je dat voor iemand anders gedaan hebt: dan heb je dat eigenlijk voor Mij gedaan. Dan heb je vrienden gemaakt hier op aarde, maar heb je ook een vriend in de hemel gevonden. Jezus Christus. Dan heb je gedaan wat hij van je gevraagd heeft. Dan heb je werkelijk je druk gemaakt om een goede toekomst en ben je welkom in het huis van mijn vader. Wanneer je zo met mij verbonden bent heb je werkelijk een goede toekomst.

Ik hoop dat het je lukt om er zo voor de andere te zijn. Voor die Syrische vluchteling bij jou in de straat, voor dat meisje in de rolstoel, voor die oudere die alleen woont, voor die vrouw die schulden heeft, voor die man met weinig contacten, voor die jongere met psychische nood, voor dat meisje met een beperking. Hoe druk ben je met je eigen leven en aardse vrienden die wat voor jou terug kunnen doen, en hoeveel doe je voor mensen die niet zoveel terug kunnen doen. Hoeveel geld en tijd geef je aan hen?

[#12] Ja maar … we kunnen het toch niet zelf verdienen? We zouden toch ook ontslagen worden als je kijkt hoeveel liefde we tonen? We zijn toch vaak drukker met aardse dingen, dan met de hemelse toekomst? Gaan we niet naar huis met een te zware opdracht, een dolksteek in je buik, een moeilijk gevoel … worden vermoeide pelgrims nu niet een nieuwe last opgelegd? Ik hoop het niet.

{#13] Want doordat je ontdekt wat werkelijk belangrijk is mag je rust krijgen als het gaat om aardse zaken. Je hoeft niet maar steeds te werken voor een groter, beter mooier aards leven. Kijk naar de vogels, zei laatst iemand tegen mij, en ze had een plaatje als achtergrond van haar telefoon gebruikt: zal God niet voor mij zorgen. Voor mijn werk, voor mijn huis, voor mijn inkomen, als er schulden zijn, als ik het niet begrijpt. Zijn plan met mij staat vast. Hij laat mij niet los.

En: je vindt Jezus als vriend. Als Vriend met een hoofdletter. Hij is het die een streep door je schulden zet. Hij is het die zegt: ik neem al je schulden over. Je mag leven van genade. Net hiervoor sprak Jezus tegen de Farizeeën over de verloren Zoon die thuiskwam. Nu spreekt hij tot kinderen die al thuisgekomen zijn, tot zijn leerlingen. De genade is Hij niet vergeten, Hij wil alleen graag dat wij die ook niet vergeten en dat je ontdekt wat werkelijk belangrijk is op aarde. Dat je steeds vanuit zijn liefde, liefde toont voor de ander, want zo heeft Hij ook ons liefgehad. Amen


Oudjaar 2017 – Johannes 1:14: Het woord is mens geworden!

december 31, 2017

Preek oudjaar 2017 – morgendiensten 9.00 en 11.00
Johannes 1:14-18

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Afgelopen week hebben we het kerstfeest gevierd. Samen gevierd dat God mens wilde worden, dat Hij ons midden wilde zijn. Nu mogen we verder gaan: verder gaan vanuit dat geweldige nieuws. Ook Johannes wil verder gaan, vanuit wat er met kerst gebeurd is. Hij gaat het hele levensverhaal van Jezus beschrijven, al zijn ontmoetingen, gesprekken, optreden en wonderen. Aan mensen die Jezus niet kennen, die zo hun twijfels hebben bij geloven, die hun vragen hebben bij wat er in het leven gebeurd. Juist daarom geeft Johannes eerst één keer heel krachtig weer wat er met kerst gebeurd is, wat het wonder is van Jezus geboorte: Het woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid gezien!
[#2] Met die belijdenis en vaststelling willen wij vanmorgen ook het oude jaar afsluiten en het nieuwe jaar inkijken. Johannes kan alleen het leven van Jezus beschrijven vanuit de belijdenis dat Jezus, echt God en echt mens was. Wij kunnen alleen goed kijken naar Gods gang door de tijd, naar ons leven jaar in jaar uit, naar het leven van je ouders of (klein)kinderen, naar Gods weg met zijn kerk, als we dat ook beseffen: de jaren die we tellen zijn jaren van onze Here. Die echt God was, woonde in Gods heerlijkheid, maar tegelijk echt mens geworden is en ons de heerlijkheid van God heeft laten zien. Die de weg wijst naar het eeuwige leven, waar je geen jaren meer telt. Geen mens heeft God gezien, geen mens kan in Gods plannen kijken, (morgen is voor ons verborgen), maar Christus heeft ons wel de genade en waarheid van de Vader laten kennen. Met Hem kunnen wij de toekomst ingaan. Hoeven we ons geen zorgen te maken over morgen, want ook morgen ligt veilig in zijn handen.

[#3] Het woord is mens geworden, God heeft onder ons gewoond!
1) Christus kreeg deel aan ons vergankelijk bestaan
2) Door Christus hebben we genade en waarheid leren kennen
3) Met Christus kunnen we vol vertrouwen op weg gaan

[#4] 1) Het eerst wat Johannes ons hier vertelt, is dat het woord mens geworden is. Hij vat het kerstverhaal in de kern samen. Het woord: God die scheppend spreekt, Gods zoon die woonde in het ondoordringbare licht, in de hemelse heerlijkheid, waar alles goed en volmaakt is tot in eeuwigheid. Dit woord van waarheid en genade is mens geworden. Letterlijk staat er: is vlees geworden. Daarmee wordt onze menselijke natuur in al zijn zwakheid en vergankelijkheid getekend. Doordat Jezus geboren werd uit de maagd Maria, kreeg Hij deel aan ons sterfelijke bestaan. Niet alleen uiterlijk, maar ook in zijn ziel, zegt de NGB. Helemaal, met alle zwakheid, broosheid, vergankelijkheid, vermoeidheid, verdriet, zorgen … kortom echt helemaal mens. Dat wat de mens onderscheidt van God, dat kreeg Hij helemaal. Hij was 100% mens, en tegelijk 100% God. Kan dat echt? Hoe kun je dat nu geloven? Het is moeilijk om te begrijpen, ik word stil als ik dat wonder wil begrijpen. Hoor het, maar begrijp niet dat zo de wil van God gebeurt.
[#5] Hij is mens geworden en heeft dan ook tussen vergankelijke mensen gewoond. Opgevoed in een gezin, waar mooie en minder mooie dingen gebeurd zullen zijn.
In de meeste gezinnen is er soms veel verbondenheid, maar zijn er ook momenten van van spanning, stilte, verwijdering of ruzie …
Opgegroeid in een dorp en een geloofsgemeenschap, waar niet altijd alles in lieve vrede gelopen zal zijn.
Opgetreden te midden van Joden die Hem vaak vijandig gezind waren.
Zolang God hem de opdracht gaf, was Hij aan dat ellendige bestaan onderworpen, net als wij eraan onderworpen zijn zolang God ons hier een taak op aarde geeft. Alleen was Hij zonder zonde. Wij zijn mensen die niet alleen sterfelijk zijn, van wie de leeftijd als God het geeft zeventig jaar is, of tachtig jaar als we sterk zijn, maar die ook nog zondig zijn en ons vaak van het licht en van God afwenden. Maar verder heeft Jezus helemaal als een gelijke onder ons gewoond.
[#6] En letterlijk staat er dan: Hij heeft onder ons gekampeerd. Zijn tent bij ons opgezet en daarin gewoond. Dat betekent dat hij dus niet blijvend bij ons was. Hij is tijdelijk bij ons geweest, zoals je een tent opzet als je ergens tijdelijk verblijft. Dan heb je nog geen vaste woning met muren, een dak en deuren, maar dan heb je een tent. Die wel eens om kan waaien, die beweegt met de wind, die niet lang meegaat, waarin je alles van elkaar kan horen, omdat de wanden zo dun zijn. Zoals het volk eens een tijdelijke woonplaats had gemaakt voor God in de woestijn, de tent van God, in afwachting van een vaste woonplaats, de tempel, zo was de manier waarop Jezus in ons midden verbleef ook een tijdelijke manier: een wonen onder ons, in afwachting van het hemelse Jeruzalem. De stad waarover we net lazen, een nieuwe hemel en nieuwe aarde, waar mensen in eeuwigheid verbonden met God zullen leven.
[#7] Juist op een dag als vandaag sta je er bij stil dat ons leven ook maar vergankelijk is. Het jaar is weer bijna afgelopen. Het werk van onze handen waar we trots op waren, wat we gedaan of gepresteerd hebben, het ligt weer achter ons. Het was vaak moeite en leed. Er waren hoogtepunten: een huwelijk, een geboorte, een baan, liefde en goede gesprekken. Maar er waren ook donkere momenten: dat je het liefst je verstopte, je je tranen niet kon bedwingen. Tegenslag, ziekte en leed: momenten waarop de vergankelijkheid nadrukkelijk naar voren kwam. En dan is een jaar zomaar voorbij. Net als na een vakantie met de tent, waar zomaar weer het moment is dat je een leeg veldje achterlaat. We hebben hier geen blijvende woning: we zuchten nu nog in onze aardse tent, zegt Paulus in 2 Korinthe 5:2. Eenmaal zal van ons allemaal de aardse tent worden afgebroken. Zal de nacht voorgoed ten einde zijn en zullen er geen tranen en rouw meer zijn. Het leven is nu nog vergankelijk, maar juist als we dat beseffen klinkt in het evangelie: het woord is vlees geworden, mens als wij, en heeft onder ons zijn tent opgeslagen: heeft tijdelijk hier op aarde in ons midden verbleven, dit leven met ons gedeeld. Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn eigen Zoon zond, om deel te krijgen aan dit leven. God wilde niet dat dit leven uitzichtloos zou zijn, maar juist door dit leven aan te nemen kon Jezus ons met dit bestaan ook aan God verbinden.

[#8] 2) Door Christus hebben we genade en waarheid leren kennen.
Gelijk daarachteraan schrijft Johannes: Hij is mens geworden, heeft onder ons gewoond. Maar we hebben wel door Hem genade en waarheid leren kennen. Gods heerlijkheid werd zichtbaar in Hem. Hij gebruikt hier woorden die de kern van de belijdenis van wie God is samenvatten. Wanneer God aan Mozes verschijnt worden deze woorden ook uitgeroepen, in Ex 34:6 dit is God vol genade en waarheid. Deze woorden komen steeds weer terug in de bijbel. Deze God, die zijn liefde laat zien, die is zichtbaar geworden in Jezus.
[#9] Zie dan Vs. 15: eerst heeft Johanns de doper dat al aangewezen. Hij mocht een heel bijzondere profeet zijn. De laatste profeet. En tegelijk: hij kon de genade en waarheid al aanwijzen. Hij hoefde niet te vertellen over oordeel en straf, maar mocht juist wijzen op het lam van God (Joh. 1:36). Jezus zou sterven voor onze zonden. Johannes heeft dat al geroepen, ‘krijsend’ riep hij als het ware: let op degene die na mij komt! De mensen die zomaar bij God vandaan leefden, die de bijbelwoorden vergaten, moesten gewezen worden op het licht van de wereld. Moesten dat niet gaan missen en gewoon voortleven. Nee, ze moesten het licht en de waarheid van Jezus Christus zien en ontdekken. Johannes had Hem aangewezen door te zeggen, die na mij komt is meer dan ik. Johannes was maar de bode, de heraut die zijn komst aankondigde. Hij was ook eerder dan Johannes de doper: want Hij was al van eeuwigheid en zal zijn tot in eeuwigheid.
[#10] En dan zegt Johannes: we zijn allemaal overstelp met zijn goedheid en genade. Wie iedereen? Nee, niet iedereen heeft het licht van de wereld gezien. Maar Johannes, die dit schrijft heeft het wel gezien. Hij zegt: wij hebben het gezien. Dat wil zeggen: de leerlingen van Jezus, zei die Hem in geloof aannemen. Wie gelovige op Jezus ziet, die mag in dit leven al met de goedheid van genade overstelpt worden.
Dat gebeurde in het OT ook één keer: Mozes mocht iets zien van God. Hij mocht van God horen hoe alles ingericht moest worden in de tabernakel. Hoe God gediend moest worden. Door Mozes is de wet gegeven: de wet waardoor je ontdekt wat niet goed is. Door Mozes waren er instellingen gegeven waardoor contact met God mogelijk was. Die in beelden vooruit wezen naar hoe het werkelijk zou zijn. Mozes heeft de basis gelegd, het volk door God mogen leren dat God verder wilde met het volk. Dat het volk niet om hoefde te komen door Gods toorn (denk aan Psalm 90), Jezus heeft daarna de genade bekend gemaakt. Hoe God in ons midden wil zijn. Hoe God zijn liefde heeft willen tonen.
[#11] Wij hebben nog helemaal deel aan het menselijke bestaan. We mogen geloven dat Jezus gekomen is om vrede op aarde te brengen. Om genade op genade bekend te maken. Maar de vraag is: zie je Hem ook? Leef je ook in verbondenheid met Jezus. Schijnt zijn genade ook in jouw leven. Wanneer je Hem leert kennen dan valt zijn genade over je, en mag je boven het tellen van de jaren uitkijken. Mag je boven de tijd uitkijken: mag je iets zien van de eeuwige God, met wie je verbonden bent en met wie je in verbondenheid voor eeuwig mag leven. Dan mag je als geslachten gaan en geslachten komen, in Gods bescherming zijn opgenomen. Want: niets is beter dan bij U te zijn!

[#12] 3) En dan kun je in Christus vol vertrouwen op weg gaan.
Mozes mocht iets zien van de heerlijkheid van God. Hij mocht aangeven, toen het volk gezondigd had: zonder U kunnen we niet verder trekken. We hebben het nodig dat U meegaat. Zo mogen we, wanneer we in Christus nog veel meer van Gods genade hebben gezien ook vooruit kijken. Christus liet ons God helemaal zien: Hij was als kind bij de Vader geweest. Op zijn schoot. Altijd bij Hem. Hij kende de Vader helemaal, omdat Hij zelf God was. De Vader kende hem helemaal, omdat dit zijn enige kind was van eeuwigheid. Maar door Christus mogen we in geloof Gods kinderen zijn. Mogen we met Hem verbonden op weg gaan naar de grote dag.
[#13] Eenmaal zal onze aardse tent worden afgebroken. Maar dan mogen we weten dat we een hemels huis hebben niet met handen gemaakt. Een eeuwige woning. Wanneer je sterft mag je daar binnengaan. Wanneer Jezus komt, mogen we voor eeuwig daar wonen. Mozes mocht een glimp van God opvangen, wij mogen rondom Jezus veel van Gods heerlijkheid zien, maar uiteindelijk zal aan het eind der tijden, er een nieuwe hemel en nieuwe aarde komen: waar God zelf op de troon zal zitten, en we hem met eigen ogen zullen zien (22:4). Dan zien we niet meer wazig, met vragen of in raadsels. Dan zullen we Jezus kennen zoals hij is. Dan staat zijn naam op onze hoofden, is er geen licht meer nodig want God is het licht en zullen we in eeuwigheid als koningen met Hem heersen.
Johannes gaat in zijn evangelie veel van Jezus vertellen. Ik hoop dat je afgelopen jaar op veel momenten en veel manieren iets van die Here Jezus, het levendmakende woord van God hebt mogen ervaren. Hij maakt dat je met een gelovig hart je dagen kan tellen. Dat je ook in komende tijd, steeds met Jezus verbonden mag zijn: steeds meer van Hem mag ontdekken in je leven, steeds meer je ogen voor Hem open mogen gaan, je mag geloven in zijn naam. Zodat je bidt met heel Gods kerk: wacht niet langer, Jezus, kom!


2 Petrus 3:18 – Groei in de genade (Sola gratia)

oktober 30, 2017

Preek Heemse, 29 okt 2016

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[Luther] Dinsdag 500 jaar geleden spijkerde Luther zijn stellingen op die slotkapel. Luther kwam op, zoals we de laatste weken gezien hebben, voor alleen de bijbel, alleen door geloof, maar ook (en dat staat vandaag centraal) voor alleen genade, sola gratia. De mensen werden in de dagen van Luther bang gemaakt voor de hel. Luther zelf was jarenlang bang geweest en had zich afgevraagd of hij wel gered zou worden. Hij ging gebukt onder Gods straffende gerechtigheid Hij had echt zijn best gedaan: veel bidden, zichzelf slaan, slapen zonder deken, een pelgrimsreis naar Rome. Maar hij vond geen rust bij God. Hij vond geen genade. Tot hij in de bijbel las over dat je alleen door genade gered wordt, niet door werken. Het is een gave van God. Toen voelde ik dat ik helemaal herboren was en door open poorten het paradijs was binnengegaan (1519, de psalmen las). Dat is de gerechtigheid van God: Ik prees dat liefste woord gerechtigheid met een liefde waarmee ik daarvoor het begrip gerechtigheid God had gehaat.

[vandaag?] Wat heeft die boodschap van genade ons vandaag te zeggen? Daar willen we vandaag op letten. Ook met het oog op het avondmaal volgende week. Als we ons voorbereiden op het avondmaal welke plek heeft de genade dan? Besef je aan de éne kant dat ook jij, als er erge zonde in je leven zijn, als er veel gebrokenheid is, als je God niet zo belangrijk voor je is als Hij wel zou willen … dat je toch dankzij genade welkom bent aan de tafel van Jezus Christus. Is het echt alleen genade?

Maar aan de andere kant: besef je hoe groot en heilig God is, dat de aarde eens door vuur zal vergaan, dat alles aan het licht zal komen? En dat je dan niet door goedkope genade, door alleen het noemen van de naam Jezus gered kan worden? Besef je dat God niet alleen een noemen van zijn naam vraagt, maar ook werkelijk een heilig, onberispelijk en smetteloos leven?

[genade als bevrijding] Voor Paulus was genade een geweldige ontdekking. Hij was opgegroeid met de werken van de wet. De last van de wet. Hij mocht aan het Joodse volk vertellen dat ze van die last bevrijd waren. Hij hamerde er keer op keer op dat ze alleen door genade gered werden. Als God zou komen om te oordelen, zouden ze niet op hun werken, maar op hun geloof afgerekend worden.

Ook voor Luther was die genade echt een bevrijding, zoals we net zagen. Hij had ook veel angst voor de duivel en de hel. Voor het oordeel dat kwam.

Het kan ook vandaag gebeuren dat je opgroeit in een kerk, of dat nu gereformeerd is of katholiek en dat het altijd om de regeltjes is gegaan. Dat je aan allerlei verwachtingen moest voldoen. Dat je je eigenlijk nooit goed genoeg voelde voor God. Wat is het dan een bevrijding, een opluchting als je echt de goede boodschap hoort: wij kunnen niet zelf een weg naar de hemel maken, maar God kwam naar ons toe in zijn Zoon. Je hoeft niet je leven gebukt te gaan onder de vraag of je uiteindelijk toch niet eerst lang in het vagevuur moet branden, of dat je nooit van jezelf mag zeker mag zeggen of je wel een kind van God bent. We mogen leven van zijn genade. Hij heeft aan het kruis voor al onze zonden betaald. Wat een wonderlijke genade en liefde.

[goedkope genade] Maar nu kan het zomaar gebeuren dat je in de kerk opgevoed bent, en dat je steeds hoort over genade. Alles is genade! Genade wordt een soort systeem. Je zonden worden toch wel vergeven. Als er iets mis is in je leven dan vraag je toch gewoon vergeving, dan komt het toch wel goed? Ook in de brief aan de Romeinen komt die reactie naar voren: Paulus vertelt over de genade, en dan zeggen ze: moeten we dan maar doorgaan met zondigen? Hoe meer zonde, hoe meer vergeving! God vergeeft toch wel, vergeven is immers zijn beroep (pardonner c’est son métier). Ook bij Petrus lezen we over mensen die zeggen: we zien niet zoveel van God, Christus komt nog niet terug, wij volgen gewoon onze eigen begeerte. We doen wat we zelf willen.

[besef de heiligheid] Ik denk dat voor sommigen in de kerk het probleem van die goedkope genade, een grote probleem is, dan dat we niet zouden weten wat genade is. Besef je voldoende wat het betekent om tot de tafel van de Heer te komen? Besef je hoe groot en heilig God is? Petrus schrijft hier: zorg dat je straks smetteloos, heilig en in vrede wordt aangetroffen. Wil je werkelijk dat God je zo ontmoet?

Want het maakt wel degelijk uit hoe je leeft. Die mensen van toen zeiden: ik merk toch niets van Jezus. Hij is ook nog niet teruggekomen. Maar stel dat Hij terugkomt. Hoe zal hij je dan aantreffen. De aarde is al een keer door water vergaan. Straks zal de aarde door vuur vergaan. Als zal verbrand worden. Alles zal aan het licht komen. Het zal een verschrikkelijke dag zijn. De dag zal heel plotseling komen, je weet niet wanneer, hij komt als een dief in de nacht. De elementen gaan in vlammen op: dat wil zeggen, alles verdwijnt, alles wordt blootgelegd. En zegt Petrus dan: hoe heilig en vroom moet je dan niet leven.

[reactie Petrus] Toch gaat Petrus dan niet terug naar een soort werkheiligheid. Alsof je dan zelf zou moeten presteren. Hij zegt erbij: wij vertrouwen op Gods belofte. Wij zien uit naar die nieuwe hemel en nieuwe aarde. God heeft eens in het paradijs beloofd dat Hij de strijd aan zou gaan met de duivel. Hij heeft zijn Zoon gegeven. Zijn belofte staat vast. Wanner we geloven in die belofte, mogen we zeker zijn van onze redding. En even later maakt Petrus nog een keer die zelfde beweging: leef onberispelijk. Maar bedenk dat het geduld van onze Heer, uw redding is. We worden niet gered door onze werken, maar alleen uit genade. Door het geduld van onze Heer. En nog een keer maakt hij die beweging: laat je niet meeslepen op de wegen van die dwaalleraren. Laat je niet leiden door je eigen begeerte, maar groei in de genade en kennis van de Heer Jezus Christus.

[Groei gevraagd] Dat vers heb ik ook als tekst voor vanmorgen gekozen. Groeien in de genade, dat is wat we nodig hebben op weg naar de wederkomst. Ook op weg naar het Avondmaal volgende week. Misschien zeg je: in de genade kun je toch niet groeien. Het is toch alles of niets. Genade is toch een cadeau dat je krijgt. Hoe kun je nu toenemen in de genade? En toch is het die manier waarop Petrus erover schrijft. Hij koppelt eraan vast. Groei in de genade en het kennen van Christus. Wanneer je niet groeit in de genade, dan gebruik je de genade verkeerd. Dan vraag je achteraf nog even snel vergeving, dan zie je het avondmaal als en soort betaling van de zonden van de afgelopen twee maanden, dan worden die zonden achteraf vergeven. Dan leef jij je leven en dan mag God dat achteraf nog even schoonmaken, maar eigenlijk leef je zonder God. Ik heb het idee dat Petrus daar ook op doelt als hij zegt dat de woorden van Paulus verdraaid worden. Zo van: Het is toch genade, dan maak ik m’n eigen keuzes als het gaat over het huwelijk, mijn werk, mijn geld, mijn uitgaan, mijn gedrag, mijn omzien naar de naaste. En achteraf zal God het dan wel weer genadig vergeven.

[duur betaald met bloed] Maar zo moet het dus niet! Groeien in de genade en kennis van Christus, is genade die aan het begin komt. Je groeit in de kennis van Christus. Je beseft dat die genade van Christus niet goedkoop was, maar Hij wilde de straf van God over de zonden betalen om aan Gods gerechtigheid te voldoen. Hij moest als volmaakt mens op een zondige aarde rondlopen. Hij nam onze moeiten en pijn op zich, onze nood heeft hij gedragen. Hij werd geboeid, hij werd onschuldig veroordeeld. Hem werd in de olijfgaard het bloedige zweet uitgeperst. En dan begon daarna pas het lijden aan zijn lichaam. Waar wij eeuwig gestraft zouden zijn in de hel, werd Jezus gestraft aan het kruis. Spijkers door zijn polsen en voeten. Benauwd doordat Hij aan zijn armen hing. Het bloed stroomde langs het kruishout. Zo duur is er voor onze redding betaald.

[Dan groei je in de genade] Wanneer je groeit in het kennen van Jezus, besef je steeds meer wat Hij gedaan heeft. Dan zie hoe oneindig groot die genade is. Paulus beschrijft dat in Rom 6 in de beelden van de doop: we staan niet na het kruis om onze hand op te houden. Nee: we gaan in het water van de doop met hem kopje onder. We sterven aan de zonden. En we staan op om met Hem verbonden nieuw te leven. Dan word je verbonden met Jezus en bid je tot hem: overdag als je weer eten krijgt, uit genade. ’s Morgens als er weer een dag voor je ligt. ’s Avonds als je gaat slapen. Dan verlang je en zie je uit naar het avondmaal, waar je inderdaad mag geloven dat God je zonden vergeeft. Maar wat toch vooral het feest is van de verbondenheid met Christus. Dan verlang je om je leven in verbondenheid met Hem te leven. Om je leven nieuw en mooi te maken. Hoe? [Dan sta je niet met je handen in je zakken te kijken]. Nee, niet omdat je bang bent voor het oordeel, maar omdat je verlangt naar die dag dat je altijd met Hem zal leven. Mag wonen op de wereld waar gerechtigheid woont. Daar mag het avondmaal al een voorproefje van zijn! Amen.


Efeze 2 – Christus wil jouw vrede zijn!

oktober 19, 2017

Preek gehouden in Heemse, 1 oktober 2017

Tekst: Efeziërs 2:11-22

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

[dia 1] Wanneer je er in de klas niet bij hoort kan dat heel lastig zijn. Er zijn kinderen die met elkaar gaan zwemmen, maar ze zorgen er expres voor dat jij dat niet weet en niet mee kan. Als ze samen gaan sporten mag je nooit bij hen in het team. Als je samen een opdracht maakt mag jij niet meedoen. In plaats van dat je het goed hebt samen, is er ruzie en afstand. Wat kan het lastig zijn als die afstand er komt binnen een familie. Dat je elkaar niet meer ziet. Dat je niet meer een bent. Dat je apart van elkaar komt te staan.

 

[dia 2] Wat in het klein kan gebeuren, kan ook in het groot gebeuren. Dat volken tegenover elkaar komen te staan. Er komt een muur tussen twee volken. Denk aan wat er gebeurt in Catalonië dat zelfstandig wil van Spanje. Op deze Israëlzondag denken we ook aan wat er met de Joden gebeurde, in de tweede wereld oorlog. Ze werden puur omdat ze joden waren, werden buiten gesloten. Aan het werk gezet in kamp Molengoot. Mochten nergens naar binnen. Er stond: voor Joden verboden. Wat is het erg als groepen worden veracht en buitengesloten! Wat heeft het Joodse volk eronder geleden. Wat is het erg als iemand wordt buitengesloten puur om wie hij is: omdat hij een andere kleur heeft, van een ander volk is.

 

Paulus schrijft over hoe Joden en niet-Joden in zijn dagen, als twee verschillende volken elkaar vaak hebben uitgesloten. God was begonnen met Israël, Israël had een speciale plaats en de niet-Joden mochten niet in de tempel komen. Als je niet Joods was kwam je op afstand te staan! Eeuwenlang waren er twee groepen. Maar, dat is de goede boodschap, wil God vrede brengen door Christus! Hij maakt ons één, Hij verzamelt ons rond zijn naam:

 

[dia 3] Christus wil jouw vrede zijn!

  1. Zonder Hem sta je op afstand (vs. 11-12)
  2. Door Hem hoor je erbij (vs. 13-18)
  3. Dan groei je samen in zijn vrede (vs. 19-22)

 

  1. Zonder Christus sta je op afstand

Wanneer Paulus schrijft over hoe je door Christus er helemaal bij hoort, wil hij de mensen in Efeze eerst weer laten beseffen hoe het was om er niet bij te horen. Om terug te denken aan de periode dat ze God nog niet kenden. Het is niet zo leuk, maar juist als je beseft wat je eerst allemaal niet had, ga je weer beseffen wat je allemaal hebt. Deze mensen uit Efeze hoorden er als niet Joden eerst helemaal niet bij:

[dia 4] Ze waren vast wel religieus. Ze vereerden goden om gelukkig, vruchtbaar of rijk te worden. Maar ze kenden niet de levende God, de schepper van hemel en aarde. Want God had zijn verbond gesloten met Abraham. Israël deelde in de belofte van Gods vrede. Omdat ze geen burgers waren van Israël hadden ze geen deel aan die vrede. Uiteindelijk was hun bestaan heel donker: ze stonden op een afstand, waren ver weg. Ze waren zonder hoop in deze wereld. Ze hadden geen uitzicht op het eeuwige leven dat God belooft, de weg naar de tempel was gebarricadeerd, ze hoorden er niet bij. Ze bleven ze eigenlijk onder Gods boosheid. Een leven zonder uitzicht, een leven om radeloos van te worden. Ze hadden geen enkel idee waar dit leven naartoe voert.

Zullen ze zich daar altijd van bewust geweest zijn? Waarschijnlijk niet! Ze zullen geleefd hebben, hun dingen gedaan hebben, hun offers gebracht hebben, gewerkt hebben en naar de Joden gekeken hebben als een apart volk, met eigen opvattingen. Een volk zonder beelden en met eigen opvattingen.

 

[dia] We leven in een tijd waarin veel mensen het idee hebben ook wel zonder God of kerk te kunnen leven. Het gaat er toch om dat je het nu goed hebt? Kijk eens hoeveel welvaart we hebben! Geniet van de dag. Iedereen mag zijn eigen opvatting of mening hebben. Respecteer elkaar en gun iedereen zijn eigen mening. Als je maar voldoende kunt genieten van het leven en het goed hebt.

Als we Paulus goed lezen dan noemt hij zo’n leven, zonder God, zonder Christus een leven zonder hoop. Er is geen vrede met God. Je hebt het misschien wel even goed, maar eigenlijk sta je buiten het heil en de vrede die God wil geven. Je leeft eigenlijk zonder doel. Je kent God niet. Het is misschien moeilijk voor te stellen, als je christelijk bent opgegroeid. Maar net zoals Paulus de mensen daar aanspoort om terug te denken aan de tijd zonder God, zouden wij daar eigenlijk ook een voorstelling van moeten maken. [Je kunt merken en ervaren dat ze vanuit het duister in het licht zijn gekomen. Misschien dat wij dat niet meer zo ervaren en daarom teveel bezig zijn met zaken die er niet echt toe doen. Het belangrijkste is dat we het evangelie aannemen en beseffen dat ook wij vanuit het duister in het licht zijn gekomen!] Stel dat je God niet kende? Stel dat je geen vergeving kreeg van de zonde? Stel dat je geen beloften zou hebben? Zou je dan niet moeten zeggen dat het leven heel leeg is. Dat je uiteindelijk leidt onder Gods toorn?

Misschien zeg je wel: kun je dat nu zeggen. Dat je, als je niet met God gaat, niet aan zijn hand gaat een leven zonder hoop hebt. Veel mensen zijn toch zo ook wel gelukkig. Zonder God is het toch ook wel prima. Hoeveel mensen kiezen er deze dag niet voor zo’n manier van leven. En bovendien: dan ben je toch lekker vrij in wat je doet. Dan bepaal je toch zelf wat je wilt? En inderdaad: vanuit de mens gezien is dat zo. Vanuit je zelf zul je misschien niet eens zo erg het probleem beseffen. Maar als je kijkt vanuit God. God die deze wereld gemaakt heeft. God die ons via deze aarde naar zijn vrede wil brengen. God die nu al vrede met hem wil geven en ons als mensen aan elkaar wil verbinden: wat is je leven leeg als je afstand neemt van zijn vrede. Van zijn gemeente. Van zijn liefde in Jezus Christus. Als je er voor kiest om op een afstand te leven.

 

[dia] 2. Door Hem hoor je erbij (vs. 13-18)

Maar wat een geweldig werk heeft Jezus gedaan. Er was een afstand tussen twee groepen. Er zat een muur tussen de Joden en de heidenen. Een muur waardoor de heidenen in de tempel niet verder konden komen dan de voorhof van de heidenen. Een slagboom die scheiding maakte tussen twee groepen. En daardoor ook een slagboom tussen God en mensen. Niet alleen letterlijk was die slagboom er. Die was er ook omdat de joden allerlei instellingen en wetten hadden. Ze hadden de besnijdenis, de tempeldienst, de offers, de spijswetten, scheiding tussen rein en niet rein, tussen Joden en niet Joden. Er waren twee aparte groepen.

[dia] Maar wat heeft Jezus gedaan? Hij heeft de muur afgebroken. Hij heeft de wetten vervuld. Hij heeft de vijandschap weggehaald. Hoe? Door de tegenstelling af te breken. Hij heeft uit die twee groepen, één nieuwe mens willen scheppen. Hij was de Messias die al zoveel eeuwen aan het Joodse volk beloofd was. Ze hadden op Hem gewacht: en toen de tijd vol was, kwam Hij als de verlosser. Een andere naam voor de messias was VREDE. Israël wachtte op de VREDE. In Christus is die vrede gekomen! Vrede voor de mensen die ver weg waren, maar ook vrede voor mensen die dichtbij waren. Een dubbele vrede!

[dia] Hoe de verhouding is tussen kerk en Israël is één van de belangrijkste vragen in de tijd van het nieuwe testament. Joden die vroeger naar de synagoge gingen en niet-Joden die er echt niet bij hoorden zitten opeens samen in een gebouw. In de bijbel (het boek handelingen en de brieven) lees je veel over die spanning. Twee dingen zijn belangrijk om in de gaten te houden: zeg nooit dat de kerk in plaats van Israël is gekomen. Nee, Christus heeft uit twee in vijandschap levenden partijen, Joden en heidenen tot één lichaam verbonden. Om te beschrijven hoe dat conflict opgelost kon worden gebruikt Paulus het woord verzoening: door verzoening komt er vrede. De partijen werden met God verzoend. Ze worden samen in het lichaam van Christus aan het kruis gebracht. Door het offer van Christus kunnen twee partijen in vrede met elkaar leven.

Het tweede dat belangrijk is, is om te zien dat Israël alleen tot die vrede kan komen door die vrede ook aan te nemen. Door te geloven in het werk van Messias Jezus. Een liefde voor het land Israël of voor het Joodse volk zonder een oproep om Messiasbelijdende Joden te worden is niet mogelijk. Maar wat is het mooi als juist Joden Jezus leren kennen. En zo God vereren.

 

[dia] Paulus heeft beschreven hoe je door Jezus tot God kan komen. Nu beschrijft hij het werk van de Heilige Geest. Die zorgt ervoor dat je het niet alleen weet, maar hij neemt je bij de hand en leidt je verder. Besef maar dat alle bordjes ‘verboden toegang’ zijn weggenomen. Geen bordjes meer voor de heidenen, geen voorhangsel in de tempel. Christus offer is genoeg. Wie jij ook bent: wat er ook gebeurd is in je leven, of je nu jood bent of niet, of je nu slecht denkt over jezelf of goed, of je jong bent of oud, man of vrouw, homo of hetero, blank of bruin, gepest bent of pestkop was, wat voor ras, taal ook. Wat voor vragen je soms ook hebt: als je bij God wil komen, en je weet niet hoe het moet: bid maar tot de Geest. Hij neemt je bij de hand. Hij helpt je om tot God te naderen.

Want dat is het hoogtepunt, het hoogste doel: de weg is open door Christus, de Geest leidt je verder, maar uiteindelijk mag je dan komen tot God. Gaan met God. Leven in zijn vrede. Delen in zijn vrede, geluk en heil. Thuis komen bij Vader.

 

[dia] 3. Dan groei je samen in zijn vrede (vs. 19-22)

Eerst gebruikt Paulus persoonlijke beelden: van vreemdelingen en bijwoners, worden we burgers en huisgenoten. Vreemdelingen waren buitenlanders die zonder rechten in een land verbleven. Bijwoners hadden iets meer rechten. Maar het bleven tweederangs burgers. Er werd op neergekeken. Ze hadden andere gewoonten. Zo waren de niet Joden voor het Joodse volk geweest. Al kwam Naäman naar Israël toe, mocht de Kanaänitische vrouw wat van de kruimels mee-eten. Ze bleven vreemdelingen. Maar nu mogen ze burgers in volle rechten worden. Zoals Psalm 87 zingt: de Filistijnen, Tyriërs en moren zullen uiteindelijk allemaal mogen zeggen: wij zijn hier geboren. [dia] En dan gaat Paulus nog verder: de mensen zijn huisgenoten geworden. Familie! Een familie kenmerkt zich door intimiteit. Door vertrouwelijkheid. Samen mag je als broers en zussen met elkaar verbonden zijn. Dat is ook vandaag de kracht van het kruis van Christus. Er kunnen in de kerk zomaar verschillende meningen en groepen ontstaan. [Pieter: Wat belangrijker is: dat we samen in de Kandelaarkerk een huisgezin willen zijn en dat we daar een christelijke opvoeding in willen, en leren om, zo goed als we kunnen, trouwe volgers van onze Heer Jezus Christus te worden.] Je kunt je eigen accenten hebben als christen. Maar wie open met elkaar praat, wie luistert naar elkaar, mag elkaar aanvaarden. Dan mag je samen eten: wat geweldig hoe dat gebeurde tijdens het gemeente project. Dan mag je delen: je huis openstellen, een luisterend oor bieden: oog hebben voor elkaar. Werkelijk er voor elkaar zijn.

[dia] Door het verzoenende werk van Christus wordt je aan elkaar verbonden. Van de warme beelden van mensen, gaat Paulus dan naar de kerk kijken als een bouwwerk. We zijn een tempel, op het fundament van de apostelen en profeten en Christus als hoeksteen. Er is geen tempel meer nodig in Jeruzalem. Wij mogen samen Gods tempel vormen. Het fundament is belangrijk: de woorden van profeten en priesters moeten niet vergeten worden. Dat fundament is gericht op die éne belangrijkste hoeksteen Jezus Christus en daar mogen we steeds ook weer op gericht zijn. Dan kun je samen werken: ook in de wijken, ook in je eigen leven om opgebouwd te worden in Christus. Doordat er nu geen tegenstelling meer is, maar eenheid in Christus ga je steeds meer samen groeien.

[dia] Enfin, toen God tussen zijn volk wilde wonen gaf hij in de woestijn aan Mozes een voorbeeld van de tabernakel. Gebouwd naar hemels voorbeeld. Met hout en kleden. Later mocht Salomo de tempel bouwen. God ging zijn weg met het volk. Nu krijgen we geen voorbeeld uit de hemel hoe we de kerk en gemeente moeten bouwen: maar we mogen in de brief van Paulus een voorbeeld lezen. Luister naar zijn woorden, kijk naar dat voorbeeld, neem de oproep ter harte om jezelf als levende steen in te laten voegen in dat bouwwerk: het gaat om jezelf. Jezus geeft een plek aan jou, je mag delen in zijn vrede: laten we dan ook elkaar, ook die ander die zo anders is, in liefde in de armen sluiten, niemand buiten sluiten, maar samen bouwen op het fundament van Jezus Christus. In je wijk. Rondom de kerkdienst. Op de vereniging op bijbelstudie. Door zijn Geest. Tot eer van de levende God. Amen


Handelingen 4:32-5:11 – Gods liefde leert delen, maar dan wel eerlijk!

juli 10, 2017

Preek gehouden in Den Ham en Heemse, 9 juli 2017

Tekst: Handeling 4:32-5:11 [Thematiek: Zondag 42, H.C.: Steel niet]

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Er zijn soms mensen in de gemeente waar je naar opkijkt. Zoals iedereen voorbeelden heeft, zeker als jongere. Die heeft altijd van die leuke kleren aan. Hij kan zo enorm goed tennissen. Hij heeft zo’n goede baan. Zij haalt zo’n hoog niveau op school. Hij heeft echt twee rechterhanden. Maar ja … jij bent jij, en dat jij bepaalde dingen goed kunt dat weet je wel. Dat vind je niet bijzonder. En als je niet oppast ben je zomaar bezig met wat je nog meer wilt hebben, in plaats van dat je tevreden bent met wat je hebt en kan.

[dia 2] Ananias en Saffira zijn tot geloof gekomen. Ze zijn lid geworden van de gemeente van Jeruzalem. Deze broeder en zuster zullen zich hebben laten dopen. Waarom? Er staat hier heel duidelijk dat Petrus preekt over de opstanding van Christus. Dat is het allesbepalende voor deze Joodse gemeente: zij geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan. Dat maakt hen in de gemeente één, dat bindt hen samen. Dat betekent dat je gelooft dat Jezus je redder en verlosser is. Dat betekent dat je als Jood gelooft dat Hij de zoon van God is. Het betekent vooral dat je nu niet meer van de wet leeft, maar van de genade: Christus is gestorvenen opgestaan, nu mag ik leven uit zijn liefde en kracht.

[dia 3] Als je ziet hoe dat eerste gemeenteleven wordt beschreven, dan kun je er zomaar een beetje jaloers op worden. Ik weet wel: ook onze gemeente geeft veel aan goede doelen. We collecteren bij een ramp. Velen zetten zich in. Er zijn veel contacten. De diakonie ondersteunt soms waar het echt nodig is. Maar dat je nu kan zeggen, zoals hier staat: we hebben alles gemeenschappelijk? [Na de vakantie willen we als kerkenraad in het gemeenteplan ons meer toeleggen op de wijken.] Kun je zeggen dat we daarin eendrachtig samenleven? Dat we onze bezittingen niet als persoonlijk eigendom beschouwen? Je huis, je auto, je apparatuur, je telefoon? Soms kun je jaloers worden op wat er verteld wordt over die eerste gemeente!

In de eerste gemeente was er kennelijk ook iemand naar wie je op kon kijken. Er was iemand van Cyprus, een leviet, Josef, die echt een voorbeeld is in de gemeente. Hij had een stuk land en die verkocht hij. Nu heeft hij allemaal geld in zijn handen. Soms krijg je geld voor je verjaardag jongens en meisjes op een feestje en heb je misschien wel 25 euro! Je kunt je rijk voelen als je eerst verdiende geld op je rekening wordt gestort van je vakantiebaantje. Of als je een mooie financiële meevaller hebt gehad. Fijn zoveel geld: wat kan ik ervan kopen?! Maar wat doet deze Josef: Het geld brengt hij naar de apostelen. Hij denkt: anderen hebben het harder nodig dan ik. De apostelen weten wel wie het nodig hebben. Wat een voorbeeld! Zelfs zo dat hij er een speciale naam voor krijgt: Barnabas. Zoon van de vertroosting: hij is het die anderen helpt. Hij heeft later ook veel met Paulus samengewerkt in de verspreiding van het goede nieuws. Hij ging mee op de zendingsreizen.

 

[dia 4] Gelijk daarna vertelt Lucas wat er dan gebeurt in de gemeente. Ananias en Saffira willen kennelijk dit voorbeeld volgen. Ze kijken op naar Barnabas: wat een voorbeeldig christen. Zo willen wij ook doen. En ze verkopen hun bezit, en ook zij hebben een zak geld, en ook zij gaan dat geld naar de apostelen brengen. Tot zover niets mis, zomaar weer een voorbeeld dat toegevoegd zou kunnen worden aan het wervende van de eerste gemeente. Weer twee mensen die geraakt zijn door de liefde van Christus.

 

Maar dan gebeurt er wat. Dan wordt opeens de kracht en macht van geld duidelijk. Dat geld en bezit maar niet zomaar iets is, maar dat het een afgod kan worden. Dat het een gevaarlijke macht is. De oorsprong van alle kwaad, kan Paulus zelfs zeggen. Als ze zo’n som geld in handen hebben zien ze niet alleen wat ze voor een ander kunnen doen, maar beginnen ze zelf ook na te denken wat ze ervan zouden kunnen doen. Als ze nu wat voor zichzelf houden, dan hebben ze mooi een appeltje voor de dorst (zei iemand in een reactie op facebook). Dan hoeven ze, als het straks minder gaat, niet van steun van anderen te leven: dan kunnen ze zichzelf nog verder redden. En misschien denken ze ook wel aan luxe producten die ze ervoor zouden kunnen komen. Een duurdere wijn, een mooi paard, geen goede kar, een reparatie aan de woning.

[dia 5] Een commentaar zei: ze vertrouwen te weinig op de Here God. Op zijn voorzienigheid. Dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de dag van morgen. En aan de ene kant hebben ze gelijk. Wij hebben boven op een deur een tekst hangen die zegt: de dag van gisteren is van God. Hij wil het verleden vergeven. De dag van morgen is voor God: Hij zal voor je zorgen. De dag van vandaag is als een brug tussen gisteren en morgen. Als je de last van gisteren en van morgen wil dragen, is dat veel te zwaar. Vertrouw maar op God, Hij zorgt voor je. De dag van vandaag heeft genoeg aan zichzelf: als we zo met ons geld om zouden gaan, zouden er denk ik veel meer mooie dingen gebeuren. Dan hoeven we zekerheid niet in sparen, bezit, pensioenen te zoeken, maar in God. Kijk maar naar zo’n musje: God zorgt zelfs voor de vogels.

En toch klopt het niet dat we hierom boos moeten worden op Ananias en Saffira. Ze doen niets verkeerd hierin. Dat zegt Petrus ook duidelijk: ze hoeven niet alles te verkopen. Ze hadden niet alles hoeven geven. De eerste gemeente was geen communistische gemeente waar er geen eigen bezit was. Zeg maar dat je zo bij de buren mag binnenlopen en de playstation mag meenemen. Nee, het was een gemeente waarin met in liefde voor elkaar zorgde. Wie de ander kan helpen, die deed dat. In die zin moeten we ook niet denken dat we nu geen bezit meer mogen hebben, of dat je al je geld aan de armen moeten geven. De liefde van Christus doet je delen, en ik bid dat je veel van die liefde mag ontdekken: je bent gekocht en betaald, je bent zijn eigen kind, God zal als een Vader voor je zorgen. Ik bid dat je dan ook steeds meer voor anderen gaat zorgen en dat ook over deze gemeente gezegd wordt: niemand komt tekort en wie wel tekort komt die durft ook om steun te vragen. Laten we die eerste gemeente niet ophemelen, en als een voorbeeld nemen: en dan vervolgens ontdekken dat we dat zelf niet halen als kerk, tenminste: ik ben zo’n volmaakte kerk hier nog niet tegengekomen.

 

[dia 6] Wat is dan de kern van de zonde van Ananias en Saffira? Dat is dat ze niet eerlijk zijn. Het begint met, de wortel is: de macht die geld heeft. Die afgod die inspeelt op hun gevoelens. Maar het punt is vooral dat ze een goede indruk willen maken. Ze zijn hypocriet: ze bedriegen de boel. Ze komen overeen om gewoon te zeggen dat dit alles is, en ondertussen houden ze een gedeelte voor zichzelf. Dus als Petrus vraagt: wat heeft je bewogen, dan denk ik dat ze vooral dat voorbeeld van Barnabas wilden volgen. Of beter dat de satan dat in hun hart heeft gewerkt. Zij namen een ander als voorbeeld en wilden net zo doen.

Wat doet het pijn om te lezen wat er gebeurt. Ananias komt bij Petrus. Petrus ziet door de Heilige Geest dat hij bedrogen wordt. Petrus wijst Ananias op zijn zonde. En dan … dan valt Ananias dood neer. Iedereen schrikt ervan! Jonge mannen dragen zijn lichaam weg. Saffira komt binnen. Petrus laat haar zien dat hij weet van de zonde. De voetspanen van de mannen die drie uur geleden weggegaan zijn met het lijk van Ananias hoor je aankomen. Ze kunnen gelijk weer aan de slag. Ook Saffira valt dood op de grond. Ongelofelijk. Wat erg? Hoe kan het? Je zult er nu van schrikken, maar iedereen die het hoort wordt met grote schrik bevangen. Wat een verschrikkelijke gebeurtenis in de nieuwe gemeente.

[dia 7] Waarom zo’n verhaal van geweld in de bijbel. Waarom straft God zo direct? Als je een beeld hebt van God die alleen liefde is, dan kun je hier niet mee uit de voeten. Maar ook als je thuis bent in de bijbel en weet dat God enorm boos kan zijn. Dat hij in het oude testament soms mensen laat omkomen door water, door het vuur, in de grond laat wegzinken, en als je weet dat ook Jezus zulke erge straffen voorspeld heeft: blijft dit toch ook een moeilijke gebeurtenis. Toch is dit de keerzijde van Gods liefde: dit gebeurt met degene die satan toelaat in zijn hart. Met wie God bedriegt. Al moet je wel beseffen: dit is in de tijd van de apostelen. Zij die bijzondere gaven hadden: de Heilige Geest was zo in Petrus dat Petrus dat bedrog kon doorzien. We leven nu in een andere tijd. Maar ook in ons hart kan zomaar kwaad komen: laten we dan bidden om vergeving voor de zonde. Laten we bidden of God een nieuw hart wil geven. Laten we schuilen achter het kruis van Jezus Christus: Hij die dood werd gemaakt voor onze zonden en ons een nieuw leven wil geven. Hij die voor ons Gods straf droeg.

 

[dia 8] Laten we twee dingen leren: persoonlijk en als gemeente. Laat ieder persoonlijk hiervan leren om eerlijk te zijn. Ook als het gaat om geld en je bezit. Niet een goede indruk willen maken en ondertussen de boel bedriegen. Niet naar voorbeelden kijken van wat anderen doen en dan dingen gaan doen die je zelf eigenlijk niet op kan brengen. De een heeft andere gaven dan een ander. Jij kunt misschien makkelijker helpen door tijd te geven, door een luisterend oor te bieden, door een taak in de gemeente te doen, dan door geld af te staan. Een ander krijgt wel die gave en mogelijkheden. Richt je niet op wat je niet kunt, wat de Geest je niet geeft, bedrieg de Geest niet: maar luister naar wat Hij van je vraagt, bid of Hij je wil zegenen op de weg die jij moet gaan en dat je zelf dan ook een bron van zegen mag zijn om je heen. Wees daarin bescheiden en vooral eerlijk.

 

Maar laten we ook als gemeente hiervan leren. In hoe je naar de kerk kijkt. Deze gebeurtenis staat hier niet voor niets. Net als toen het volk het beloofde land introk, Jericho was gevallen, alles leek mooi en goed te worden en toen opeens Achan spullen uit Jericho ging stelen. De vrede leek aangebroken en het ging gelijk mis. Ook daar verpeste zijn hebzucht het gelijk alweer. Ook hij werd gedood. Nu is er weer een nieuwe gemeente. Er wordt hier voor het eerst het woord kerk gebruikt: maar terwijl er door Jezus dood en opstanding, door zijn Geest een gemeente mag zijn rondom Gods woord en een gemeenschap van de heiligen waarin iedereen zijn gaven inzet voor elkaar, is dit ook nog niet het paradijs. We zijn nog geen volmaakte kerk. Er is niet zoveel eensgezindheid als we zouden willen. Niet zoveel liefde, meeleven. De vrede, de sjaloom is nog niet volmaakt. En die volmaakte kerk zullen we nu nog niet vinden. En toch: we mogen hier al oefenen. Leren vertrouwen op Gods zorg, leren delen van wat we ontvangen, onze gaven inzetten in de gemeente: leven vanuit de opstandingskracht van Christus: tot de dag komt dat zijn sjaloom, vrede wereldwijd wordt. Amen!

Liturgie Den Ham / Heemse 9 juli 2017

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 97:1,2 en 5 (staande)

[Wet / Gezang 156 (Heer, ik kom tot U)]

Gebed / Gz 181d: Onze Vader

Lezen en tekst Handelingen 4:32-5:11

Zingen Psalm 112:1 en 3

[Tekst zondag 42]

Preek

Zingen Psalm 146:1,2,5,8

[Belijdenis]

Gebed

Zingen Liedboek 995 (O, Vader trek het lot U aan)

Collecte

Zingen Gezang 111 (Jezus leeft in eeuwigheid, staande, aangekondigd na collecte)

Zegen en gezongen amen (staande)