Jaarthema 2016/2017 ‘Vooral de liefde’

september 27, 2016

Gemeenteproject  ‘Vooral de Liefde’                                                            #1   sept/okt  Buitengewone liefde!

Dit jaar hebben we als gemeente het thema ‘Vooral de liefde’. We hebben er voor gekozen om dit jaar geen gemeenteschets te maken, maar elke maand dat er een thema behandeld wordt een A4tje te maken. Dit kan evt. ook gebruikt worden op de bijbelstudie of jeugdvereniging om het jaarthema te bespreken. De volgende thema’s zullen met elkaar behandeld worden. Steeds zal op de eerste zondag van de maand het thema in de dienst centraal staan en het A4tje verspreid worden.

 

Preeksamenvatting 25 september 2016 – Johannes 13:1-20

Robert moest zijn voetbalwedstrijd opofferen om naar de familiedag te gaan. Liefde voor elkaar kost soms tijd, soms offers en vraagt keuzes. Dit jaar gaan we het hebben over ‘Vooral de liefde’, maar we beginnen deze zondag met het belangrijkste, het eerste: waarom zou je liefde tonen, waarom zou je je naaste liefhebben? Omdat Jezus ons liefgehad heeft tot het uiterste, omdat Hij ons een voorbeeld geeft van wat echte liefde is.

 

Christus wil door zijn liefde tot het uiterste, ons liefde leren

  1. Christus toont zijn liefde. Johannes gaat spreken over het lijden van Jezus. Jezus wordt vernederd, tot in de dood aan het kruis. Hij toont daarin de liefde voor zijn mensen. Hij heeft hen liefgehad tot het uiterste, dat wil zeggen: tot het einde, maar ook: helemaal! Juist door zich te vernederen, laat Hij liefde zien (Fil. 2:7). Hij staat tijdens de maaltijd op, doet het vervelende werkje. De stoffige voeten maakt Hij fris. Jezus doet zo zelf voor wat liefde is. Liefde moet geen lege term worden, maar mogen we door bijbellezen, zingen, bidden en preken steeds weer laten vullen met de liefde van Christus.
  • Wat maakt de grootste indruk op jou als je denkt aan het lijden van Christus?
  • Op wat voor manieren zorg je ervoor dat je hart vol blijft van Christus’ liefde?

 

  1. Hij vraagt dat je die liefde aanneemt. Als Jezus bij Petrus komt is Hij heel stellig. U, de Heer, Ik zondig mens? U, de meester, Ik de leerling? Dat is de omgekeerde wereld. Maar Jezus zegt: dan hoor je niet bij Mij, dan heb je geen deel aan Mij. Jezus vraagt van ons dat we zijn liefde ook aannemen. Dat je zegt: niet alleen anderen, maar ook ik met mijn zonden, mijn karakter, mijn mens-zijn, mijn eigenaardigheden, ook ik mag delen in de vergeving van Christus. Het enige wat ik hoef te doen is: mijn voeten uitsteken, dat wil zeggen mijn handen ophouden, geloven in Hem!
  • Welke liefde heb jij in dit leven ontvangen en van wie? Helpt de liefde van God jou om van jezelf te houden?
  • Geloof je dat Jezus niet alleen aan anderen die liefde wil geven, maar dat jij/u ook deelt in zijn werk (Zondag 7 H.C.). Hoe ervaar/weet je dat?
  • Welke pijn of vragen roept dit onderwerp ‘vooral de liefde’ bij je op?

 

  1. Hij vraagt dat je die liefde doorgeeft. Dit is de enige keer dat Jezus zegt: doen jullie net zo. Volg mijn voorbeeld. Dat wil niet zeggen dat je per se de voeten moet gaan wassen, maar je moet wel de minste willen zijn. Niet de baas spelen, maar elkaar juist helpen. Ook de vervelende klusjes bij het eten willen doen (afwassen, opruimen). Vrijwilligerswerk, meeleven met iemand die het moeilijk heeft of verdriet heeft, als er liefde is binnen relaties en huwelijken. Dat een oudere meeleeft met een jongere of andersom. Laten we steeds het voorbeeld van Jezus volgen en de minste willen zijn.
  • Welke liefde geef jij aangespoord door Christus’ liefde voor jou, aan God en je naaste?
  • Welke offers kost het jou om een ander te helpen? Wat zouden jullie als groep kunnen doen voor een ander? Wat zou jij nog meer kunnen doen? Wat zijn je grenzen?

 

 

Inleiding op het jaarthema

(voorgelezen op startzondag)

 

Vooral de liefde……         

Het draait om liefde.

Het begon met liefde.

Zonder liefde was je nergens.

Je werd geboren. Je kon niets beginnen. Maar er waren handen die je opvingen, armen die je droegen. Je keek in de ogen van je moeder. Wat zag je in die ogen? Het heeft iets te maken met het geheim van de liefde.

 

Een levenslange ontdekkingsreis begon. Op zoek naar de schat. En op zoek naar: zelf een schat zijn. Het werd een langdurig avontuur. Dat is het nog steeds. Spannend, soms overrompelend mooi, maar vaker dan je lief is een pijnlijke belevenis. Je leert je karakter kennen, je talenten, je beperkingen. Dat blijkt alleen maar te lukken in de ontmoeting met anderen. Je bent er nog niet klaar mee. Je blijft onderweg, je blijft zonder ophouden aanleren en afleren. Op zoek naar het geheim van de liefde.

Totdat Jezus terugkomt op deze aarde.

Het eindigt met Liefde.

Dat heeft te maken met wie God zelf is: begin en eind van alles.

In zijn eerste brief schrijft Johannes: God is liefde  (1 Joh. 4:8 en 16). Maar wat betekent dat? En wat betekent dat voor je omgang met mensen?

 

We gaan als gemeente op zoektocht.

Waarom?

Omdat er aan de ene kant in de kerk buitengewoon mooie dingen gebeuren.

Een aantal wijkleden knapt het huis op van een broeder of zuster die dat zelf niet meer kan.

Een zuster van in de negentig is na vijfenzestig jaar huwelijk nog steeds blij met haar man, die zwaar dement is. Een diaken met een drukke dagelijkse baan gaat met liefde de wijk in om mensen te bemoedigen. Een jongere op de vereniging neemt een kaart mee voor haar zieke buurvrouw. Elke maand weer vrijwilligers die aan de kinderen tijdens Spoorzoekers over God vertellen. En ga maar door. Er is zoveel moois te genieten als je zoekt naar Gods liefde in mensen.

 

Ondertussen komen van alle kanten onbijbelse opvattingen over liefde, relaties en seksualiteit naar ons toe.  Hierdoor worden we allemaal beïnvloed. En merken we dat “liefde” iets kwetsbaars is en bij gemis veel verdriet kan opleveren.

 

Daarom gaan we het hebben over relaties.

Dat komt dichtbij jezelf. Het gaat over vriendschap en over passie. Het gaat over verliefdheid en huwelijk, over de kostbaarheid en breekbaarheid van menselijke relaties. Het gaat over het geheim, maar ook over de pijn van liefde.

 

Sept./oktober: Buitengewone liefde

November: Bijbels huwelijk

Januari: Talen van de liefde

Februari: Gebroken hart

Maart: Veilige gemeente

April: Vriendschappen, noaberschap

 

Complete preek:

Preek gehouden in Heemse, Startweekend 25-9-2016

Tekst: Joh 13:1-20

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Laat ik beginnen met een voorbeeldje dat ik tegenkwam in een dagboekje: Robert is erg chagrijnig. Hij moet heeft morgen een voetbalwedstrijd, maar hij kan er niet naartoe. Zijn ouders hebben hem verteld dat ze familiedag hebben. Iedereen komt, zijn opa en oma, ooms en tantes neven en nichten. Ze willen graag ook samen foto’s maken.

Hij heeft al geprotesteerd. Hij is het er niet mee eens, en als ze die zaterdag weg gaan ligt hij mopperend op de bank. Hij trekt zijn sportschoenen aan, maar moeder zegt: ik heb nu al drie keer gezegd: ‘doe je nette schoenen aan’. Boos, stampend loopt hij naar  boven. Zijn vader loopt rustig achter hem aan en gaat op zijn kamer op het bed zitten. Robert, weet je nog dat de hond Hektor laatst dood ging. We vonden het achteraf jammer dat we geen foto’s hebben waar we met z’n allen met de hond opstaan. Robert weet het nog wel. Gelukkig zijn er een wel een paar foto’s van de hond en die heeft moeder is huis opgehangen. Hij vind het wel mooi, want hij mist Hektor nog elke dag. Vader zegt: we willen graag samen naar de familiedag. Nu kan iedereen er nog bij zijn, begrijp je dat? Opeens begrijpt Robert veel beter wat vader bedoelt. Hij schaamt zich een beetje dat hij alleen aan zichzelf gedacht heeft. Hij vond zijn eigen dingetjes belangrijker dan de dingen van een ander. Hij zegt: sorry, dat ik zo mopperde. Vader zegt: ik begrijp best dat je graag wilde voetballen, maar dit gaat nu even voor. Zullen we er samen een leuke dag van maken?

Zomaar een voorbeeldje dat ik tegenkwam van hoe je niet te veel aan mij, ik of mezelf moet denken, maar dat je mag denken aan een ander. Een voorbeeldje van liefde voor elkaar. Dit jaar gaan we het hebben over ‘Vooral de liefde’. We gaan het in de verschillende maanden over veel kanten van de liefde hebben, over relaties, talen van de liefde, verdriet, homofilie, vriendschap. Maar we beginnen deze zondag met het belangrijkste, het eerste: waarom zou je liefde tonen, waarom zou je je naaste liefhebben, waarom zou je iets voor een ander? Omdat Jezus ons liefgehad heeft tot het uiterste, omdat Hij ons een voorbeeld geeft van wat echte liefde is.

Christus wil door zijn liefde tot het uiterste ons liefde leren

  1. Christus toont zijn liefde
  2. Hij vraagt dat je die aanneemt
  3. Hij vraagt dat je die liefde doorgeeft

 

  1. Christus toont zijn liefde. Johannes gaat vertellen hoe Jezus gearresteerd gaat worden door de soldaten en vervolgens ter dood gebracht zal worden, door de doodstraf. Als eerste zegt hij: Jezus wist zelf dat zijn uur gekomen was. Jezus weet wat er gaat gebeuren. Het zal niet lang meer duren of zijn werk hier op aarde zit erop. Hij zal dan terugkeren naar zijn hemelse Vader, dan wordt Jezus steeds meer verhoogd tot in de hoogste hemel! Maar daarvoor moet Jezus dus eerst verlaagd worden. Hij wordt vernederd. Hij moet lijden. Maar, en dat staat centraal, daarin komt juist de liefde van Jezus naar voren. Dat Jezus zo diep vernederd werd, dat Hij moest sterven, dat overkwam hem niet per ongeluk. Jezus heeft daar zelf voor gekozen, Hij doet wat de Vader daarin van Hem vraagt. Het is juist zijn liefde, een liefde tot het uiterste: want er bestaat geen grotere liefde dan dat je je leven geeft voor een ander. Tot het uiterste: want hij gaat heel de weg. Hij gaat de weg tot in de dood. En het is alsof Johannes er met vers 1 een bordje boven wil zetten, een de titel van een hoofdstuk: dit is nu liefde tot het uiterste!

De Here Jezus is gedood tijdens het paasfeest, als het Lam dat ter slachting wordt geleid. Op het moment dat Jezus het paasfeest wil gaan vieren, op het moment dat iedereen aan tafel aanligt en de gerechten klaarstaan voor het paasmaal, wordt het plotseling stil. Iedereen kijkt naar Jezus: Hij doet plotseling zijn bovenkleed af, zijn nette mantel legt hij aan de kant. Hij bindt een linnen doek voor, en trekt zo de kleding aan van een slaaf. Het was de gewoonte in het stoffige oosten dat de voeten gewassen werden van de gasten. Maar niemand van de leerlingen had dat gedaan. Daarom stond Jezus op: De meester zelf vernederd zich, wordt een slaaf. Hij doet de voeten in de waskom, maakt de stoffige, vieze voeten mooi schoon en droogt ze af met een droogdoek. De meester zelf doet voor wat liefde is: dat is jezelf, je eigen ik opzij zetten en dienstbaar zijn aan de ander. Hier gebeurt waar Paulus zo mooi over schrijft: Jezus heeft de hemelse heerlijkheid achter zich gelaten, Hij was gelijk aan God maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf (Fil. 2:7).         // Er kunnen mooie woorden klinken over liefde. Liefde kan zelfs zo vaak gebruikt worden dat het uiteindelijk helemaal niets meer zegt. Maar wanneer het in de kerk over liefde gaat, willen we het begrip liefde allereerst laten vullen door Jezus zelf. Het is goed om Hem steeds voor ogen te hebben, te zien welke weg Hij gegaan is, te zien hoe Hij door zijn liefde de dingen juist omdraait: Hij gaf zijn eigen leven om ons te redden. Laten we zo dit jaar ook steeds de Bijbel opendoen, bidden tot God, luisteren naar de preken, de doop bedienen en het avondmaal vieren. Jezus stierf voor zondige mensen, om onze zonden te vergeven en ons te vullen met zijn liefde. Vooral de liefde van Christus mag onze liefde vullen. Wat raakt u, wat raakt jou het meest, als je ziet wat Jezus gedaan heeft.

  1. Christus vraagt dat je die liefde aanneemt

Jezus geeft liefde. Hij cijfert zichzelf weg, om anderen te helpen. Maar neem je die liefde ook aan? We lezen in de Bijbel over Petrus. Jezus komt bij zijn voeten, maar Petrus trekt zijn voeten dan snel terug. U! Moet U mijn voeten wassen? Mijn vieze voeten? Hij zet zichzelf en Jezus scherp tegenover elkaar: U, mijn voeten?? Hij noemt Jezus dan ook nog ‘Heer’. Zijn meester. Hij is zelf een volgeling, een leerling van deze heer en meester. Het is toch de omgekeerde wereld dat Jezus zijn voeten moeten wassen. En we kennen Petrus dan weer is zijn directheid: Petrus die altijd voorop loopt en vooraan staat. U zult mijn voeten niet wassen, nooit, never!

Maar dan zegt Jezus: als ik jouw voeten niet was, kun je niet bij mij horen. Dan heb je geen deel aan mij. Jezus komt om te wassen, om te dienen. Hij wil straks zeggen: zo moeten jullie ook doen. Maar hier laat hij ook zien, waarom Hij zal gaan sterven. Zo kunnen we door Hem gered worden, deel aan Hem krijgen. Petrus heeft niet in de gaten dat deze voetwassing dus toch ook een diepere betekenis heeft. Niet alleen de Samaritaanse vrouw of Nicodemus begreep niet wie Jezus was, zelf voor Petrus is het nog moeilijk om te zien en te geloven wat Jezus komt doen. Het enige wat Jezus vraagt is: gelovig aannemen, het gelovig laten gebeuren. Je niet te min voelen, niet denken ik ben het niet waard, ik verdien het niet. Maar eenvoudig je voeten uitsteken en ze laten wassen.

Zoals een kind of bij ons soms een volwassene al mag delen in de reiniging die Jezus geeft  bij de doop. Daar verbindt God ons al door zijn lijden en sterven aan Hem. Zoals je bij het avondmaal brood en wijn mag ontvangen. Zo mag je de liefde van Jezus in je leven ontvangen. Aannemen dat Hij voor jou gestorven is.

Wanneer Petrus dan opeens die diepere betekenis uitgelegd krijgt, gaat het voor hem dagen. En ja dan schiet Petrus weer door de andere kant op. Dan moet de Here Jezus ook maar zijn handen en zijn hoofd wassen. Jezus legt uit dat dat de bedoeling niet is. Ze zijn al rein. Ze hadden zich al helemaal moeten wassen voor het paasfeest. Maar omdat er onderweg nog weer vuil op hun voeten kon komen, was er deze reiniging van de voeten. Zo mag je geloven dat als je Christus aangenomen hebt als je verlosser, als je met Hem verbonden bent altijd rein bent. Ook al doe je zonden, en moet je daar ook vergeving voor vragen, toch mag je geloven dat je door Christus helemaal behouden en gered bent. // Ik hoop dat je zo die liefde van Jezus niet alleen ziet, maar het je ook eigen maakt. Of je nu groot bent of klein, jong of oud, een beperking hebt of niet, homo bent of hetero, getrouwd of ongetrouwd. Of je boezemzonden nu liggen op het terrein van je taalgebruik, je egoisme, je begeertes … die vergeving en afwassing van zonden, is er niet alleen voor anderen, maar ook voor jou!

  1. Hij vraagt ook dat je die liefde doorgeeft

Wanneer Jezus opstaat legt Hij zijn leerlingen uit waarom Hij dit gedaan heeft. Hij zegt: ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Een voorbeeld, zoals de juf of meester of school, soms met een voorbeeld iets uit kan leggen. Een voorbeeld, dat heel duidelijk is. Jezus vraagt dat wij gaan doen wat Hij gedaan heeft. De enige keer dat in de bijbel staat dat we letterlijk Jezus moeten nadoen. Jezus wil dat ook wij de voeten gaan wassen. In de Rooms Katholieke kerk gebeurt dat nog steeds: de priester, maar ook de paus wassen op witte donderdag de voeten van een aantal mensen. Maar waarom vraagt Jezus dat van ons?

Hij zegt tegen zijn leerlingen. Jullie noemen mij Heer en Meester en dat ben ik ook. En toch ben ik gekomen om te dienen. Zo moeten jullie ook de minste willen zijn. Jezelf wegcijferen voor anderen. In de kerk heersen we niet over elkaar, maar helpen we elkaar. Ja helpen we ook mensen buiten de kerk. De basis onder ons gemeente zijn is liefde voor elkaar en barmhartigheid voor de ander. Dat is ook de wervingskracht van de kerk geweest in de eerste eeuwen, toen christenen, met gevaar voor eigen leven doorgingen met het verzorgen van zieken als gevolg van de pest, waar anderen wegliepen.  Zij waren letterlijk bereid hun leven te geven voor anderen.

Robert uit de inleiding werd gevraagd om zijn voetbal wedstrijd op te offeren, uit liefde voor zijn familie. Zo kunnen er van ons ook offers gevraagd worden. Soms kunnen mensen in de kerk verstard vastzitten in hun eigen gelijk. Soms zijn we niet bereid om ons eigen gelijk opzij te zetten. We zullen dit jaar veel bespreken van de liefde: maar de basis mag zijn Jezus liefde tot het uiterste, mag ik zelf in mijn hart toelaten. Dan zie ik om mee heen liefde groeien: een kaartje dat iemand schrijft voor een andere, een diaken die ondanks een drukke baan tijd vrijmaakt om de gemeente in te gaan, Een liefde van God die de liefde tussen een jongen en meisje, man en vrouw verdiept en verstevigt, een jongere die een oudere begroet en vraagt hoe het gaat. Een vrouw die met veel liefde haar zieke man verzorgd, een ploeg vrijwilligers die orde schept in de chaos van een huis. Jezus heeft ons liefgehad: Laten we zijn voorbeeld volgen, en elkaar in liefde dienen. Amen.

 


2 Tess 2:15-3:5 – Sta sterk in je geloof!

mei 30, 2016

Preek belijdenisdienst Heemse, 29 mei 2016

Tekst: 2 Tessalonicenzen 2:15-3:5

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

God heeft laten zien dat Hij je liefheeft! Op het moment dat jullie de doop hebben ontvangen. God beloofde dat Hij als Vader voor jullie wilde zorgen en je wil beschermen. Jezus gaf aan dat Hij ook voor jouw zonden aan het kruis gestorven is en je nieuwe wil maken. De Heilige Geest beloofde dat Hij in je hart wilde gaan werken, zodat het geloof ook mocht gaan groeien. Jullie wijzen zelf in jullie teksten ook terug op je doop: Wendy zegt: ‘ik wil ‘ja’ zeggen op mijn doop. Robert zegt: Bij de doop zei God ‘Jij hoort bij mij’, daar ben ik blij mee. Hilde zegt: Ik wil antwoorden op de belofte van de doop.

In de grote stad Tessalonica had ook een kleine groep mensen de liefde van God leren kennen. Paulus en Silas hadden drie sabbatten gediscussieerd met de Joden en laten zien aan de hand van de bijbel dat de Heiland moest lijden en sterven en daarna uit de dood opstaan (Hand 17:3,4). Sommige Joden, maar ook veel Grieken die al naar de synagoge gingen, en een groot aantal vrouwen uit hogere kringen sloten zich aan bij Paulus. Ook zij zullen de doop in de naam van Vader, zoon en Geest hebben ontvangen.  Daarom kan Paulus zeggen: ‘God heeft ons zijn liefde getoond’. Maar hij zegt ook: ‘Hij heeft ons door zijn genade blijvende steun gegeven.’ Toen Silas en Paulus doortrokken naar Berea, en het moeilijk was om te geloven: omdat de mensen hen maar raddraaiers vonden en het vreselijk vonden dat ze Jezus koning noemden in plaats van de keizer (Hand 17:7), liet God hen niet alleen. Ze mochten ook in tegenslag en moeite, ook als het leven zwaar was, als er vervolging was, steun van boven, steun van God ontvangen.

Jullie geven ook aan dat geloven meer is dan alleen zien dat God zijn liefde getoond heeft. Niek zegt: God helpt me met alles. Hij maakt me sterk. Koen zegt: God geeft  mij iedere dag weer de kracht om de dingen te doen die ik leuk vind, voetballen, muziek maken en bouwen aan Gods koninkrijk hier op aarde. Marit zegt: God is altijd bij mij en weet alles wat ik doe, ik vind het gerust stellend dat ik altijd bij mijn hemelse vader terecht kan in goede en slechte tijden. Ik kan op Hem bouwen en vertrouwen. Wanneer jullie vandaag geloof belijden doe je dat omdat je zelf, allemaal op je eigen manier gelooft dat deze God de God van je leven is. Dat Hij, ook als er moeilijk dingen zijn of waren degene is die je blijvende steun gegeven heeft en goede hoop wil geven. Hij heeft dat gedaan, uit genade: omdat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft voor onze zonden, Hij zag onze nood en de nood van de wereld. Hij werkt toe naar de komst van zijn rijk. God heeft laten zien dat Hij je liefheeft!

 

Blijf bij wat je geleerd hebt! Van jongs af aan mocht je leren over God. Via je ouders, via meesters en juffen, via opa’s en oma’s. Later ging je catechisatie volgen. Eerst omdat het erbij hoorde, later omdat je steeds meer in ging zien: ook voor mij is het geloof in de Here belangrijk. Op je eigen manier heb je steeds iets meer over God leren kennen. En dat is belangrijk: dat je niet alleen een goed gevoel hebt bij God, maar dat je ook iets over Hem kan vertellen. Wat heeft Jezus voor mij gedaan? Wat vraagt God van mij om te doen in het dagelijks leven? Hoe zorgt God de Vader voor mij, ook als het soms moeilijk is en ik dingen niet begrijp? Soms waren er ook momenten dat we zeiden: we kunnen hier wel iets over zeggen, maar veel is voor ons kleine verstand niet te begrijpen. Hoe zit het met uitverkiezing? Hoe zit het met schepping en evolutie? In ieder geval is je veel geleerd over God en de bijbel. Mark zegt heel treffend: God is mijn verklaring voor de wereld om me heen. Ik kan niet zomaar naast me neerleggen dat Jezus voor mij gestorven is.

Paulus schrijft hier: Blijf bij de traditie waarin u door ons onderwezen bent. Jullie zeiden: traditie? Wat is dat? Dan moeten wij denken aan een traditie als zwarte piet ofzo. Aan traditioneel? Maar letterlijk staat hier: ‘blijf bij de traditie, blijf bij het wat je doorgegeven is’. Denk maar aan een estafettestokje, iets wat je doorgeeft. Paulus heeft zelf de wet en de profeten leren kennen, hij heeft geleerd over Jezus Christus en wat hij gehoord heeft, heeft hij verteld in Tessalonica. Hij heeft ook brieven geschreven, aan Tessalonica maar ook aan andere gemeente en als hij zegt: ‘blijf bij de traditie’, bedoelt hij: ‘blijf nu bij dit onderwijs’. Houd niet alleen vast aan wat wij geleerd hebben, maar doe er ook naar: leef naar de geboden. Doe het goede, toon liefde in woorden en werken voor de naaste en voor God. Sta sterk, wees standvastig in het geloof. Door vast te houden wat je geleerd hebt sta je sterk. Om het in de taal van Bart en Rick te zeggen: er is heel wat gebouwd aan het huis van jullie geloof. Jullie hebben er zelf aan gebouwd, er over gepraat erover geleerd, je wilt nu ja zeggen. Maar sta sterk! Zorg ervoor dat het fundament onder dit huis niet wordt aangetast, maar dat je steeds weer een stevige basis hebt, verbonden bent met God. In de taal van Robert: je geloof is gegroeid, het is een prachtige boom geworden. Maar sta sterk! Zorg dat je genoeg wortels hebt en blijft houden dat de boom niet omwaait bij een windvlaag. Hoe doe je dat sterk staan? Vasthouden wat je geleerd hebt: elke dag je bijbel lezen, bidden tot God, praten met anderen over je geloof. En de plek waar God met name ook wil werken, waar Hij geprezen wil worden en waar je geloof stevigheid mag ontvangen, een goede basis en stevig geworteld mag worden, is de kerkdienst: Juist daar in de ontmoeting met God en zijn volk mag je groeien in je geloof met Hem. Blijf bij wat je geleerd hebt!

Bid dat God ons mag sterken! Wat dat betreft doen jullie geen belijdenis in een makkelijke tijd en een makkelijke cultuur. Waar wereldwijd het christendom groeit, sluiten in Nederland elke week twee kerken hun deuren. Hoe kun je dan staande blijven, hoe kun je dan het geloof vasthouden? Professor Selderhuis schreef deze week in het Nederlands Dagblad: Ik word ongelukkig van hoe het op dit moment met de kerk gaat, en dan bedoel ik de kerk in het algemeen. Kerken die sluiten, mensen die de kerk verlaten. Wat kan ik er zelf aan veranderen? Toch zie ik het niet somber in. In de kerkgeschiedenis is altijd wel een periode aan te wijzen waarin het nog veel beroerder ging dan nu. Ik weet Wie de kerk in handen houdt en ik weet hoe het afloopt.’

Juist omdat het geen makkelijke tijd is om te geloven, is het ook goed om te beseffen dat het geloof ons gegeven moet worden. Dat God zijn kerk leidt en dus ook ons als gelovigen moet leiden. Paulus zegt hier ook: Mag de Here Jezus en mag de Here God je aanmoedigen (hier staat het woord dat ook vaak voor de Geest gebruikt wordt!) en sterken. Het moet van boven komen! Daarom zullen jullie straks ook knielen: het is niet uit eigen kracht, maar door Gods kracht dat je verder mag gaan! We mogen zijn woord lezen, naar de kerk gaan, bidden en het doorgeven, maar uiteindelijk is God het God die ons kracht en geloof geeft. Wat kan het moeilijk zijn als je kinderen anderen wegen gaan, als je gehoopt had dat ze ook ja tegen Jezus gaan zeggen, maar besef dan: wij kunnen het geloof niet geven. En als je hier straks als ouders gefeliciteerd wordt: het is niet dankzij ons, maar dankzij God de Vader als iemand het geloof ontvangt. Een wonder van genade.

Jullie zeiden: dit lijkt wel speciaal voor ons geschreven. En dan staat er: bid voor ons. Paulus en Silas hebben Tessalonica verlaten ze trekken verder en hopen dat het woord van God zich net zo snel verspreid als in Tessalonica. Hij vraagt dat ze bewaard worden voor slechte mensen en voor de boze [God heeft dat gebed verhoord in Efeze!]. De groep zei: we hebben nu ja gezegd, maar we weten dat we niet uit onszelf kunnen volhouden. Gelukkig hebben we een coach in de hemel Jezus Christus die ons aanmoedigt, maar er staat geen stadion vol mensen om ons heen om ons aan te moedigen. Maar wat zou het mooi zijn als de mensen in de gemeente voor ons te bidden. En later appte iemand: laten we een kaartje uitdelen met de vraag of mensen dat willen blijven doen. Je hebt soms wel een gesprek met een ouderling, maar wat zou het mooi zijn als mensen je aanspreken. Soms word je helemaal niet gemist als je er niet bent. Het zou mooi zijn als iemand gewoon nog eens vraagt hoe het gaat, ook in de komende jaren. Hoeveel twintigers vinden het juist niet vaak heel moeilijk om trouw te blijven aan God en zijn gemeente. Vandaag staan we misschien op een hoogtepunt: maar laten we vragen of ze willen blijven bidden of naar ons om willen zien. Er kan zoveel op ons afkomen in relaties, door een verhuizing, in de vragen bij een studie, in ons werk, in persoonlijke problemen. De duivel zit niet stil: geef dat ook wij verlost worden van de boze! Net zoals u belooft bij de doop van een kind, roepen wij u op: bid voor ons en sta om ons heen. We zijn immers één lichaam! Bid dat God ons mag sterken!

Richt je op de liefde van God en het geduld van Christus! Paulus moest de jonge kerk van Tessalonica achterlaten en verder gaan. Hij hoopte dat de zijn werk verder voortgang mocht hebben, maar ook dat het met die kerk die hij los moest laten goed mocht gaan. Hij wist dat de toekomst onzeker was: er waren vervolgingen, er waren mensen met verkeerde ideeën, mensen deden kwaad of waren alleen op zichzelf gericht. Niet iedereen is betrouwbaar. Wat kan je vertrouwen in mensen soms ook beschadigd zijn, maar zegt Paulus: God is trouw! Hij zal U kracht geven en tegen het kwaad beschermen. Bart zegt: vertrouw op de HEER met heel je hart en steun niet op eigen inzicht.

Daarom is het mooi dat we ook iets van het gebed van Paulus voor de gemeente van Tessalonica mogen zien. Hij bidt dat zij heel hun wil, hun hart, hun verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus. Een gebed dat je op twee manieren kan lezen, wie een NBV heeft mee heeft, ziet ook een kanttekening staan. Maar eigenlijk zijn die twee manieren van lezen, is die dubbelheid juist wel de mooiste bemoediging die je kan krijgen. We hopen en bidden dat jullie, maar iedereen in de gemeente stevig mag staan in het geloof. We verwachten het van de Here, we bidden erom en waar mogen we dan ons hart, onze wil, ons verlangen op richten?

Dat we steeds liefde voor God mogen hebben. Hem mogen dienen, volgen, en zijn goedheid ook door mogen laten schijnen in onze woorden en werken. We hebben iets heel kostbaars gekregen: dat die liefde voor God er steeds meer mag zijn? Hoe? Doordat het gevuld wordt met de liefde van God: God die ons zo lief heeft gehad, waardoor we niet verloren hoeven te gaan aan de zonde, maar deel krijgen aan een eeuwig leven. Rick koos de tekst van Petrus: Geef uw zorgen over aan God, want Hij houdt van U!

Dat we dan tegelijk ook mogen volharden. Niet opgeven, maar trouw zijn. Het doel in de gaten houden. Zoals een sportman recht op de finish afrent, en klaar is om de krans in ontvangst te nemen. Een standvastige trouw aan Christus, die tegelijk gevoed mag worden door het geduld, de standvastigheid van Christus zelf. Want denkend aan de vreugde die voor Hem lag, liet Hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God (Hebr. 12:2). Blijf zien op het lijden en sterven van Christus, zoals dat bij het Avondmaal ook naar je toe komt. Daarom mag je juist ook door het Heilig Avondmaal steeds weer gesterkt worden in je geloof. Daarom hoop ik dat u, dat jij, dat ik elke dag dat doel weer voor ogen mogen hebben en steeds weer gehoor geven aan de oproep: Sta sterk! Richt je op de liefde van God en het geduld van Christus! Tot de dag gekomen is van zijn rijk. Wat een goede hoop mag je dan hebben! Amen


Lucas 24 – Brandde ons hart niet in ons!?

april 18, 2016

Preek gehouden in Vroomshoop/Heemse 2016

Tekst: Luc 24

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,

Een droom ligt in stukken!

Wat de twee mannen die op weg zijn naar Emmaüs verwacht hadden is niet uitgekomen.

Ze hadden veel verwacht van Jezus,

ze horen bij zijn trouwe leerlingen,

maar het enige wat nu over is zijn vragen en teleurstelling.

Ze waren tijdens het Pesachfeest in Jeruzalem geweest, ze hebben alles van dichtbij meegemaakt. Maar nu gaan ze weg. Ze laten Jeruzalem achter zich. Er zullen wel meer leerlingen geweest zijn, die weer weg gaan.

 

Jezus is opgepakt, aan het kruis genageld en begraven.

Vrijdag is Hij in het graf gelegd, heel de sabbat heeft Hij er gelegen, en nu op zondag, aan het begin van de middag zijn ze er wel van overtuigd. Het is voorbij! Hun Rabbi is er niet meer. Hij die hen samenbond is verdwenen. Hun dromen van verlossing en redding zijn als een ballon uit elkaar gespat.

 

Daar lopen ze dan. Ze moeten zo’n 11 km naar het Noordwesten lopen. Er staat dat ze met elkaar praten en discussiëren. Ze zullen alles weer bij langs gegaan zijn. Ze zullen elkaar proberen verder te helpen hoe je dit nu moet duiden. Maar ze komen er niet uit. Er staat dat ze droevig zijn. Hun blik is wat donker. Ze kijken verdrietig, zoals je verdrietig kijkt wanneer er iemand overleden is. Ze zijn treurig, het is van hun ogen af te lezen, zoals je treurig bent als iemand die je volgde, met wie je nauw optrok opeens ter dood gebracht is.

Als je wel eens een grote teleurstelling of afwijzing hebt meegemaakt, weet je wel hoe dat voelt. “Al je hoop is weg, je voelt je verlaten.” Als je ergens van gedroomd hebt, maar het komt niet uit. Of als je eens meegemaakt hebt dat iemand die je dierbaar was overleden is, kun je het gevoel van de leerlingen misschien vergelijken met wat u voelde op de derde dag. Voor iedereen is dat natuurlijk anders, maar je zult wel aangelopen zijn tegen een stuk verdriet, tranen, moeite of teleurstelling of grote vragen. Zo zitten deze leerlingen van Jezus vol vragen, zijn diep in de rouw gedompeld. Ik kan me goed voorstellen dat ze zich zo voelen. Ook ik zou verdrietig zijn als het op zo’n manier gebeurt dat een droom in stukken ligt.

 

Een Reisgenoot komt hen nabij! Midden in hun verdriet, terwijl ze somber gestemd zijn, komt er iemand van Jeruzalem hen achterop. Hij loopt iets sneller dan deze twee mannen, die samen in gesprek zijn. Hij hoort hoe ze discussiëren, hoe ze met elkaar praten. We lezen dat Hij dicht bij hen komt. Hij gaat samen met hen op weg. Ze krijgen een reisgenoot erbij. In hun vragen en verdriet worden ze niet alleen gelaten.

Het is Jezus Christus, de opgestane Heer. Vanmorgen nog voor het aanbreken van de dag, is Hij opgestaan uit de dood. Hij is aan Maria verschenen en aan Petrus. En nu is Hij in zijn verheerlijkt lichaam de twee Emmaüsgangers nabij. Hij zal er gewoon uitgezien hebben als anders: dezelfde stem, hetzelfde gezicht. Maar, jongens en meisjes, het lijkt wel of God die twee mannen een blinddoek omdoet. Heel letterlijk staat er: Hun ogen worden vast gehouden, hun blik wordt vertroebeld, ze herkennen Hem niet. Ze zien wel iemand meelopen, maar ze zien niet in dat dit Jezus is.

Zo is Jezus dus met hen. Jezus wordt hun reisgenoot. Terwijl er bij hun nog geen sprankje geloof is, terwijl ze vastzitten in hun verdriet. Dat is het eerste wat zichtbaar wordt op deze Paasmiddag in de ontmoeting met de opgestane Heer. Hij is er! Doordat Jezus is opgestaan, doordat hij niet in zijn graf gebleven is kan Hij er zijn. In Hem wordt duidelijk dat God is wie Hij is. JHWH, De Heer is nabij!

Waar jezelf vast kan zitten in je vragen, in je verdriet in je teleurstelling.

Waar je zelf niet weet wat je moet geloven en wat waar is in het geloof.

Waar je zelf je weg gaat, van dit leven, en misschien niet weet hoe die weg verder moet. Je kracht misschien opraakt, of je teleurstelling groot is. Waar je zelf een weg gaat, zonder dat je een doel ziet … Komt Christus nabij.

Hij is er gewoon.

Ook al herken en geloof je Hem misschien nog niet. Zijn aanwezigheid en zijn op weg zijn met jou en met u, mag je bemoedigen. Hij wil ook jouw reisgenoot zijn.

Hij is het die naar hen luistert. Hij stelt de Emmaüsgangers een vraag:

Leg eens uit: Waar praten jullie over?

En dan is het alsof Hij een verdriet weer helemaal oprakelt. Ze kunnen niet verder lopen. Ze blijven verbaasd staan.

Is Hij dan de enige die niet weet wat er gebeurd is?

Is deze vreemdeling niet op de hoogte van de gebeurtenissen?

‘Wat is er gebeurd dan?’ Vraagt Jezus

Dan vertelt Kleopas de vreemdeling alles, van A tot Z. Hoe Jezus een machtig profeet was. Hoe Hij gepreekt had over het koninkrijk. Hoe Hij zieken had genezen, hoe Hij wonderen deed. Hoe Hij kracht van God had dat Hij dat kon doen. Over hoe Hij binnengehaald was als Koning, terwijl de mensen Hosanna riepen. Nu komt de verlossing voor Jeruzalem hadden, ze gedacht. Maar toen werd Hij verraden, gearresteerd en veroordeeld. Ze leefden in de hoop op bevrijding, maar het kwam niet uit.

Dan vertellen ze ook over de gebeurtenissen van vanmorgen. Er zijn vrouwen bij hen gekomen die vertelden dat het lichaam van Jezus weg was en dat ze engelen gezien hadden, die zeiden dat Hij leeft. Verwarde vrouwen. Maar ook de leerlingen hadden Hem niet gezien. Zijn lichaam niet, Jezus niet. Ze zijn daardoor niet alleen maar bedroefd meer, maar ook helemaal in de war. Ze begrijpen er niets meer van.

De vreemdeling luistert. Hij hoort toe. Rustig laat Hij hun hun verhaal doen van ongeloof, van vragen van verwarring.

Hij luistert naar hun vragen… hun ongeloof … hun verdriet …

Zo kun je ook vandaag moeite hebben met geloof. Kun je vragen hebben bij wat waar is. Gisteren zei iemand nog: ook veel christenen van vandaag kunnen de opstanding moeilijk geloven. Zo kun je je twijfels hebben bij een mens die weer tot leven komt. Kun het door allerlei dingen in je leven, of in de kerk, vooral teleurgesteld zijn in het geloof. Kan het in jouw ogen allemaal niet kloppen. Zo snapten Kleopas en zijn metgezel er ook helemaal niets meer van.

Dit waren mannen, die al vanaf dat ze een klein kind waren de boeken van de bijbel hadden gehoord. Zij hadden Jezus zelf gezien en horen preken. Er was hun zelfs al verteld dat engelen zeiden dat Jezus leeft en van andere discipelen hadden ze gehoord dat Jezus’ lichaam er niet meer was. En toch… is hun hoop weg, zijn ze bedroefd en verward, gaan ze weg uit Jeruzalem.

Maar dan is er iemand die naar hen luistert, die hun hun verhaal laat doen. Zo mag je ook in de kerk naar elkaar luisteren. Als ouders naar je kinderen, als vrienden onderling, als ambtsdragers naar gemeenteleden. Als er vragen zijn. In de bijbel is het Paasfeest niet het feest van de grote verhalen en een juichende mensenmenigte bij het graf. Er is twijfel, er zijn vragen, er zijn moeiten. Bij de vrouwen, bij Petrus, bij Thomas, bij Kleopas en zijn vriend. Maar Jezus is met hun, Hij is hen genaderd en hoort hun verwarring aan. En Hij luistert.

 

Maar daarna opent hij ook de bijbel. Nadat hij hun verhaal aangehoord heeft. Hij luistert niet alleen. Gelukkig niet! Luisteren is een gave, het is een kunst, maar alleen luisteren is niet altijd genoeg! Jezus spreekt ook. Hij spreekt teleurgesteld en ook verwijtend: o, onverstandigen! Het ontbreekt hun aan verstand. Heel indringend spreekt Jezus hen aan! Zijn ze nu zo dom dat ze er niets van begrijpen? Wat zijn ze langzaam om het in hun hart op te nemen in geloof.

Ze hadden een droom. Ze leefden in de hoop dat de Christus Israël zou bevrijden en verlossen. Maar klopte die droom wel. Zou het alleen een triomftocht worden? Moest de Heiland dit niet lijden om tot zijn heerlijkheid in te gaan. Ze hadden niet de juiste verwachtingen van de Messias. Ze hadden er geen oog voor dat Hij ook moest lijden. Ze hadden de bijbel gelezen met hun eigen idee en zich niet echt opengesteld voor de woorden van Jezus.

Jezus laat dan zien hoe het hele Oude Testament al over hem spreekt. Hoe God in Gen 3 al gelijk gezegd had dat er niet alleen overwinning, maar ook strijd zou zijn, dat ook van de vrouw de hiel vermorzeld zou worden. Hoe Abraham in Gen 22 een bokje moest offeren in plaats van Isaak. Hoe de slang in de woestijn verhoogd moest worden. Hoe er in de tempel offerdieren geslacht werden voor de zonden van het volk. Hoe Ps 22 dichtte over “Mijn God, Mijn God waarom verlaat gij mij?”. Hoe in Zacharia staat dat het zwaard op de Herder neer moet komen. Hoe vooral ook in Jesaja staat dat de knecht des Heren door mensen veracht en verlaten werd. Hoe Hij een lijdende knecht moest zijn.

Als ze dat allemaal op een rijtje zetten, dan hoeft het toch niet afgelopen te zijn met het lijden en de dood van deze Jezus! Dan kan Hij toch juist de Messias zijn! Zo leert Jezus zelf hoe het OT al helemaal over Hem spreekt. Wat is dat een belangrijke les, juist als soms OT zo snel gelezen wordt zonder dat het gericht is op de Christus! De discipelen hebben ervan geleerd want we lezen later in Handelingen hoe Petrus en Stefanus ook vanuit heel het OT laten zien wat Gods plan is voor zijn volk.

Maar … mag Jezus zijn leerlingen dan zo berispen? In ieder geval mag Hij er wel op wijzen dat het belangrijk is om Gods Woord te lezen. Onbevooroordeeld en open. Telkens weer. Om zo de Geest tot je te laten spreken en in je te laten werken. Als je nu vragen hebt, moeite met het geloof.

Of als je wel heel graag wilt geloven, maar juist veel zorgen hebt in je leven.

Of als je juist alles wel goed vindt en niet teveel met de bijbel en God wil rekenen, dan trekt Jezus er juist weer bij. Kijk naar de bijbel, naar heel mijn woord. Ik wil je de weg wijzen!

Zo helpt Jezus dus bij verdriet en vragen. Hij wordt niet alleen een reisgenoot. Hij is er niet alleen, maar Hij spreekt ook! Geen woorden direct uit de hemel, op briefjes, maar wel woorden in de bijbel.

Daarom … lees elke dag uit de bijbel. Niet alleen je favoriete teksten, maar heel de bijbel, lees het gericht op Christus. Lees het met elkaar en laat je door elkaar corrigeren. Blijf dicht bij wat er staat en kom naar de kerk. Juist door zijn woord wil Christus jouw helpen om te groeien in vertrouwen en leven met Hem!

 

Hij zet dan de harten in vuur en vlam! Jezus doet alsof Hij verder wil gaan. Zo krijgen de mannen de gelegenheid om hun gastvrijheid te tonen, om Jezus uit te nodigen en verder naar Hem te luisteren. Ze gaan eten. Jezus breekt het brood en schenkt de wijn in. Op dat moment maakt God hun ogen los. Hij is het die hun het geloof geeft en ze krijgen een helder zicht op wie Hij is. Jezus Christus. Hij leeft. Hij is bij hen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een wonder! Terwijl ze Jezus niet meer kunnen zien roepen ze het uit: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij tot ons sprak! Ze gaan naar de apostelen. Weer 11,5 km terug en ze vertellen het. En ook zij zijn tot geloof gekomen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een blijdschap en een vreugde. Zo breekt het geloof aan de avond van de derde dag toch nog door!

Het is Pasen. Je viert dat in je eigen situatie. Bijna 2000 jaar na die derde dag na Jezus dood. Met dankbaarheid en verdriet. Met spanning en vreugde. Met ziekte en gezondheid. Jong en oud. Met een geloof dat een zeker weten is, maar tegelijk soms zwak vertrouwen. Met een geloof dat heel warm is, maar misschien ook wel eens sterk aangevochten. De Messias, de Christus behaalde de overwinning, maar bracht niet in één keer vrede. Het was niet alleen maar vreugde en “in de gloria”. Ook voor de leerlingen niet. Zo is het ook als je tot geloof komt: God geeft ook nu nog een kruis. Ook voor ons is het “door het lijden heen, gaan we tot heerlijkheid.” Maar Jezus geeft wel kracht naar kruis. Hij is ons nabij, als een reisgenoot op de weg. Hij geeft zijn woord. Hij toont zichzelf als het brood gebroken wordt en de wijn geschonken. En ik bid dat u Hem dan ook mag herkennen als de opgestane Heer. Dat het je in vuur en vlam zet, dat je vol raakt van Gods Geest en wil leven voor die HEER! Dat het geloof mag worden een zeker weten en een vast vertrouwen.

Jezus is opgestaan, lang geleden. Hem zij de glorie. Zou ik nu nog vrezen, nu hij leeft voorgoed!? Jezus zal weerkomen: Zie hem verschijnen, Jezus onze Heer! Je mag boven alle dagelijkse vreugde, verplichtingen en beslommeringen uitzien naar dat moment van de volkomen victorie. Hij wil ons hart in vuur en vlam zetten. Zie Hij komt! Amen


2 Tessalonicenzen 1:4-12 – Houd vol, want Christus komt terug!

april 18, 2016

Preek Heemse, 17 april 2016

Tekst: 2 Tess 1:4-12

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voor wie was het deze week moeilijk om te blijven geloven in God? Wie was bang dat de kerk vanmorgen beklad zou zijn? Of dreigde iemand de kerk in brand te steken? Wie werd er nageroepen: ‘he, rare christen!’ Ik denk dat niemand dat hier heeft meegemaakt. Ik las wel in de krant: in Syrië werden wel 23 christenen onthoofd. In andere landen kerken in brand gestoken. In Noord-Korea is het heel gevaarlijk om een bijbel te hebben en naar een kerkdienst te gaan.

Paulus had zelf meegemaakt in Tessalonica dat hij moest vluchten, omdat ze hem anders zouden pakken. Paulus ging verder, maar de mensen in Tessalonica werden nog steeds lastig gevallen door de Joden omdat ze in Jezus geloofden. Ze werden vervolgd en verdrukt. ‘christenen zijn oproerkraaiers!’ werd er geroepen. Jason was al uit zijn huis gesleept, voor de rechter gebracht. Stel dat je in de gevangenis kwam of uitgescholden werd omdat je zegt: Jezus is Heer, Hem alleen wil ik dienen. Zou het dan lukken om te blijven geloven?

En toch die vraag … was het deze week moeilijk om te blijven geloven in God? Toen je het deze week zo moeilijk had, en je levensweg echt een weg van lijden werd. Was het moeilijk om te kiezen voor God: als het ook wel lekker is om even niets te hoeven op het moment dat God vraagt dat je naar de kerk komt? Was het moeilijk om God op de eerste plaats te blijven stellen, ook als je zoveel geld, zoveel vrede, zoveel rust hebt dat je denkt: zonder God gaat het toch ook wel goed. Ja juist als je ziet hoeveel duizenden de duivel in zijn macht krijgt door ons te overstelpen met welvaart, komt die vraag indringend op je af, zal ik, zal de volgende generatie blijven geloven in God? Hoe blijven we staande? Zal Christus geloof vinden in de Heemse als Hij terugkomt?

 

Houd vol want Christus komt terug!

– Doordat je volhoudt, weet je dat je deelt in Gods rijk

– Wie een ander doet lijden, God zal hem laten lijden

– Christus komt terug met vuur, zijn engelen en in zijn glorie

– Dan zul je  van de moeite bevrijd worden en God prijzen

– Hou vol en doe het goede, Christus zal je prijzen!

 

– Doordat je volhoudt, weet je dat je deelt in Gods rijk

Allereerst prijst Paulus de mensen in Tessalonica. Hij is blij met het geloof, met de liefde voor elkaar, maar hij is ook blij dat ze volhouden. Ook nu ze het zo moeilijk hebben, geven de mensen niet op, zeggen ze het geloof niet vaarwel, laten ze de kerk niet links liggen. Nee, zelfs nu ze vervolgd worden en moeilijkheden kennen, houden ze stand. Blijven ze bidden, gaan ze naar de kerk, leven ze met God. Voor Paulus is dat een bewijs: Hij zegt: ‘hierdoor weet ik het zeker. God heeft een juist een besluit genomen! Doordat jullie volhouden, weet ik dat jullie geloof maar niet even en bevlieging was, even een moment. Nu merk ik dat jullie echt zullen delen in het nieuwe rijk, in de volmaakte nieuwe hemel en nieuwe aarde. Straks zullen jullie erbij zijn!

Ja volhouden kan soms moeilijk zijn. Kees had besloten een nieuwe opleiding te gaan doen. Een technische opleiding. Hij had al wel een diploma op zak, maar hij wilde graag nog doorstuderen. Dan moest hij nog wel drie jaar aan de bak. Aan het begin was alles leuk, nieuw en interessant. Maar op een gegeven moment waren er ook saaie vakken. Moest hij studeren, terwijl zijn vrienden met elkaar gingen gamen. Kon hij niet mee wat drinken, omdat hij nog een tentamen had. Hadden zijn vrienden al geld om een auto te kopen. Wat was het moeilijk om te studeren, om vol te houden. Maar hij was een doorzetter: uiteindelijk kon hij stralend zijn diploma in ontvangst nemen en solliciteren naar een goede baan!

Christus heeft voor ons het mooiste klaargemaakt wat er is. Een plekje in zijn nieuwe koninkrijk. Maar Hij vraagt wel: houdt vol, geef niet op, zet door. Ook als het moeilijk is, als het soms zwaar is, als je op zondag misschien soms liever andere dingen gaat doen, als je zoveel aan je hoofd hebt dat je vergeet te bidden. Laten we steeds bidden dat we de kracht krijgen om op God gericht te blijven. Door open te zijn naar anderen dat voor jou Jezus de belangrijkste is, door trouw te zijn in bijbellezen, door voor je kinderen God op de eerste plaats te zetten. Want wie volhoudt, die mag delen in het nieuwe rijk van God.

 

– Wie een ander doet lijden, God zal hem laten lijden. Wat was soms zwaar in Tessalonica om vol te houden! Dat kwam door die vervelende onderdrukkers. Die mensen die de christenen naar het leven staan, die zorgen dat ze in de gevangenis komen, die zorgen dat ze niet meer veilig zijn in de stad zodat ze moeten vluchten. Wat is het vreselijk hoe de beulen van I.S. tekeer kunnen gaan. Wat is het erg hoe iemand een ander kan laten lijden en pijn kan doen. Als je gepest wordt, als ze je uitschelden, als ze je integriteit schenden en persoonlijk kwetsen. God zegt: wie een ander doet lijden, hem zal Ik laten lijden. Wie Mij niet geloven, Joden en Grieken die Mij niet erkennen, zullen zelf verstoten worden, zullen te gronde gaan, zullen te maken met eeuwige pijn. Wie niet gelooft, wie Mij niet aanneemt, zal niet delen in het rijk, maar krijgt te maken met de eeuwige straf. Die komt buiten het licht van God staan, en heeft dan geen leven meer.

Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in. Uiteindelijk zal God alles omkeren. Zoals in de psalmen ook vaak staat: laat het toch op zijn eigen hoofd neerkomen. Laat hij zelf ervaren wat het is om gepest te worden, om het moeilijk te hebben, om te moeten lijden. Jesaja schrijft erover: God zal zijn oordeel vellen, met vuur en zwaard. Tallozen worden doorboort. Al die volken die het Israël het moeilijk gemaakt hebben: ze zullen ten onder gaan. Wie in de gevangenis komt om het geloof, mag weten dat zijn verrader straks in de gevangenis zit. Wie verbannen wordt om zijn geloof, mag weten dat degene die dat gedaan heeft straks verbannen wordt. Wie uitscholden wordt, die mag weten dat God straks alles omkeert. Hij zal het kwaad straffen.

Ik hoop dat je dat goed in de gaten hebt, als je kwaad doet. Als je een ander beschadigt, als je een ander pijn doet, als je een ander pest: God verdraagt het kwaad niet. Hij zal je straffen om het kwaad. Als jij een dader bent, dan zul je moeten boeten! Dan zul je de straf moeten dragen. En wie nu lijdt: die mag weten: God ziet het, God zal recht doen, het is de moeite waard om vol te houden, want uiteindelijk zal God die kwaaddoeners aanpakken. Of dat niet heel hard is? Zonder genade? Laten we opletten wie dit schrijft: Paulus. Paulus die zelf eerst christenvervolger was. Die andere mensen deed lijden en moest arresteren. Hij die op tijd tot geloof in Christus kwam en zijn genade aannam. Wie zich afkeert van het kwaad, mag weten dat God het kwaad straft in zijn eigen Zoon Christus en dat er redding en vergeving mogelijk is!

 

– Christus komt terug met vuur, zijn engelen en in zijn glorie

Hoe zal het dan zijn als Jezus terugkomt? Misschien denk je liever na over hoe je vandaag het goede kan doen, dan over wat er straks zal gebeuren. Misschien heb je juist veel vragen over hoe het zal zijn. In deze twee brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen wordt daar veel over verteld. Dat komt omdat er mensen waren die dachten dat Jezus al heel snel terug zou komen, zie het begin van het volgende hoofdstuk. Juist dan is het ook extra moeilijk om vol te houden: als je dacht dat je nog maar een maand hoefde te wachten en het wordt een jaar voordat je vriend of vriendin terugkomt van een reis, duurt het heel lang! Paulus heeft al gezegd dat niemand kan zeggen wanneer Jezus terugkomt: in het vorige hoofdstuk zei hij het. Hij komt als een dief in de nacht. Je weet niet wanneer … dat maakt volhouden soms lastig.

Maar wat zal er dan gebeuren? Paulus geeft aan: Hij komt in vlammend vuur, een groot vuur. Dat is een dreigend beeld, zoals we net ook bij Jesaja lazen: Hij komt zijn toorn uitvieren in vlammen, zijn dreiging in vuurgloed. De HEER zal komen in een vuur, met zijn wagens. Wie brandwonden heeft opgelopen, wie wel eens door vuur is ingesloten, die weet hoe bang je kan worden van vuur. Vuur dat grijpt wat het grijpen kan, alles verslindt en zwart achterlaat. In dat verterende  vuur heeft Hij zijn engelen bij zich: de engelen van zijn macht, een leger van engelen. Ja, echt een leger! Engelensoldaten. Petrus zegt: er is een wereld die overspoeld is door water, maar straks zal deze wereld vergaan door vuur. Dan zullen de goddelozen ten onder gaan (2 Petr 3). Ook in Openbaring staat dat bij de eerste bazuin die zal klinken er vuur op de aarde komt en 1/3 van de aarde, van de bomen en het groen zal afbranden. Zo zal God de mensen die niet in het boek van het leven staan straffen: zij zullen in de vuurpoel gegooid worden, net als de satan, zoals staat in Openbaring 20:15.

Laten we daarom niet alleen praten over de dag van de Heer, als een mooie, lieflijke dag. Christus komt weer om te oordelen de levenden en de doden. Ja, Hij komt met de wolken, elk oog zal Hem zien. Wat kun je er naar verlangen. Maar wat verschrikkelijk zal die dag zijn als je niet op de Here vertrouwd hebt, als je niet in Hem gelooft. De tekst zegt nadrukkelijk: als je het wel had kunnen weten, maar niet gehoorzaamt. God niet erkent: dan word je voor eeuwig verstoten, ver weg van de Heer. Weg van zijn zegen, van zijn licht en majesteit. Laten we bidden dat nog velen tot inkeer mogen komen!

 

– Dan zul je  van de moeite bevrijd worden en God prijzen

Maar wie wel in Christus geloofd heeft, wie wel volgehouden heeft? Die mag inderdaad met verlangen naar die dag uitkijken. Want dan word je bevrijd van alle moeilijkheden, dan word je van een last bevrijd. Misschien heb je dat ook wel eens gedaan jongens en meisjes, dat je een zware tas op je rug hebt, dat je misschien iemand op je nek neemt of dat iemand met zijn hand op je hoofd drukt: als je dan een tijdje gelopen hebt met die last, met dat gewicht en het valt op eens weg: wat loop je dan licht. Het lijkt wel of je even zweeft. Zo zullen wij bevrijd worden: alle last, alle zorgen, alle ziekte, alle spanning, alle moeite, alle pijn valt van ons af. Geen verdriet meer over die moeilijke situatie. Maar voor altijd bij Jezus Christus!

Wat doen we dan op die dag? Paulus zegt: dan zullen we God prijzen, groot maken, eren. Dan zullen we juichen en danken. Paulus weet het zeker: dat zal ook door jullie gebeuren, want jullie volharden. Waar je nu soms nog vragen hebt, dan zul je dan alles begrijpen, dan zal alles op zijn plaats vallen. Dan zul je God ook kunnen prijzen en grootmaken. Hoe heerlijk zal dat zijn!

Houd dat steeds maar voor ogen, en zie daar maar vertrouwend naar uit. Want net als die jongen die lang moest studeren, maar wist dat hij een mooie diploma zou krijgen. Net als iemand die een lange afstand moet rennen (misschien doe je ook wel mee met een hardloopwedstrijd!), weet dat je medaille klaar ligt. Net als iemand diegene die in de gevangenis zit, weet dat de datum van de bevrijding dichter bij komt: je houdt het vol, als je leeft met het einde voor ogen. Als je heel goed weet wat je doel is,  wat je wilt bereiken, dan leef maar niet zomaar. Leef niet dan voor het een, dan voor het ander: maar leef toekomstgericht. Leef naar Jezus Christus je Verlosser toe!

 

– Hou vol en doe het goede, Christus zal je prijzen!

Juist als je zo de dag van de wederkomst voor ogen houdt, ga je ook het goede doen. Waar sommige mensen in Tessalonica dachten: dan doe ik maar niets meer. Dan ga ik maar wat luieren, als het toch een keer is afgelopen, zegt Paulus juist: als je weet dat je Jezus straks weer zult zien, leef dan met Hem. Door dat geloof, door de kracht van dat geloof zul je in staat zijn om juist alleen maar goede dingen te doen. Liefde te tonen voor mensen in nood, dichtbij of ver weg. Dan sta je te trappelen op je gaven in te zetten voor diaconale taken, taken in de wijk, evangelisatie, hulp in de buurt of in het verzorgingshuis. Mensen die nadenken over de wederkomst en over hoe het dan zal zijn, leven niet met hun hoofd in de hemel, zijn niet wereldvreemd, nee: die gaan zich juist inzetten voor het goede. Nog een keer zegt Paulus: houd vol, zet door. En hij weet dat we dat niet uit onszelf kunnen, dus Hij bidt voor de gemeente. Zo bid ik voor u, zo mogen we bidden voor elkaar: dat we het volhouden, dat we de liefde van Christus om ons heen laten stralen, dat we de kracht krijgen om er voor de ander te zijn. Dat hij of zij Jezus weer leert kennen.

En dan volgt de laatste zin, de mooiste zin: Want als Christus weerkomt, als de hemel en aarde nieuw worden en het volmaakte leven begint, dan zullen wij niet alleen Jezus prijzen en omarmen, maar er staat ook: ‘u zult door Hem geprezen worden’: Jezus zegt dan: ik zag je in de moeite, in de verdrukking. Ik zag je in je tranen en bij het ziekzijn, ik zag je in je onzekerheid en bij wat de mensen je aandeden. Maar wat heb je het geweldig gedaan. Je hebt Mij niet vergeten, je hebt het van Mij verwacht, je hebt het goede gedaan en bent trouw geweest tot het eind. Wat geweldig dat je het werkelijk, helemaal tot het einde hebt vol gehouden. Kom! In het huis van mijn Vader, is een plaatje voor jou! Ga in tot het feest! Amen.


Matteus 17:14-23 Geloof doet wonderen!

maart 18, 2016

Preek Heemse, 6 maart 2016
Tekst: Matteüs 17:14-23

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Je schrikt misschien even als je Jezus dat hoort zeggen. Zijn die leerlingen die niet bij Hem op de berg waren, is de menigte mensen die Hem volgt, echt dwars en ongelovig? Wat een dwarse en ongelovige mensen. Hoe lang moet ik nog bij jullie zijn? Echt goed begrijpen doe je de uitspraak van de Here Jezus pas als je ziet dat Hij net daarvoor op de berg is geweest. Hij heeft Mozes en Elia gezien. Een stralende wolk kwam om Hem heen. Wat is het verschil groot, wat een spanning tussen hemel en aarde, die na elkaar gebeurt, maar alles met elkaar te maken heeft. Rafael heeft dat goed begrepen toen hij hier een schilderij voor maakte voor de kerk in Narbonne: het verschil tussen boven en beneden, tussen op de berg en aan de voet van berg, het verschil tussen Jezus die verheerlijkt wordt, iets van de hemel mag ervaren en het ongeloof, de ziekte van de mensen hier op aarde is heel groot!
[dia 2] En toch … God wil dat wij leren om die twee werelden aan elkaar te verbinden. Dat kan alleen door geloof. Zolang wij nog niet op de nieuwe hemel en aarde zijn, kunnen we alleen door geloof iets zien en ervaren van het nieuwe rijk dat Christus wil brengen. Kunnen we ook al om ons heen iets van dat rijk gaan zien, licht brengen in de duisternis. Kunnen er door geloof wonderen. Soms kun je het hier moeilijk hebben: als je hier te maken hebt met een handicap of epilepsie, als je ziet hoe een vluchteling na een gevaarlijke reis hier aankomt, als je opgeschrikt wordt door een vreselijk ongeluk, als je twijfelt of die nieuwe wereld en dat licht er wel echt komt, omdat je er nog zo weinig van ziet. Daarom wil Christus ons leren geloven, leren te vertrouwen op Hem. En dan mag je ook veel verwachten!
Geloof doet wonderen!
1) Wat kun je verlangen naar een wonder.
2) Zonder geloof gebeuren ze niet.
3) Geloof dat God wonderen kan doen!

1) Wat kun je verlangen naar een wonder. Als ouders wil je graag het beste voor je kinderen (Heemse: jullie ook voor Rosan!). Je zorgt voor eten en drinken, voor leuke kleren, dat het goed gaat op school. Je bent blij met ze als ze jarig zijn, en je bent bezorgd als ze ziek zijn. Je gunt je kinderen het beste. Wat is het vervelend als je kind niet lekker in zijn vel zit, als er iets is waar die mee rondloopt, als je kind ziek is. Misschien heb je zelf geen kinderen, maar herinner je hoe je ouders op jou betrokken waren. Als het niet goed gaat, kun je er slapeloze nachten van hebben.
Terwijl God de Vader over Jezus zegt: dit is mijn geliefde zoon, in Hem vind ik mijn vreugde, Luister naar Hem (vers 5), is er een andere vader die bij de negen achtergebleven leerlingen in Galilea zegt: willen jullie mijn zoon beter maken? Over deze zoon wordt gezegd dat hij maanziek is. In de voorbespreking werd gevraagd: wat is ‘maanziek’? (1) De tekst laat duidelijk zien dat het een soort epilepsie is. De jongen die bij de leerlingen gebracht wordt zit onder de brandwonden en is een paar keer van de verdrinkingsdood gered. Hij verliest de controle over zichzelf. Wie epilepsie heeft weet hoe groot de impact is op je leven en hoe het je beperkt en onzeker kan maken! (2) Het tweede wat erover maanziek gezegd kan worden is dat het duidelijk gekoppeld wordt aan een boze geest, een demon. De demon probeert bij deze jongen te komen en hem kwaad te doen. Er is hier meer dan gewoon epilepsie, deze jongen is ook bezeten. (3) En waar die naam ‘maanziek’ dan vandaan komt? Vroeger geloofde men dat de stand van de maan een bepaalde negatieve inwerking op je kon hebben. Dat de maan je kon schaden. Dat er dan bepaalde krachten en energieën vrijkomen waardoor de epilepsie en aanvallen toenamen. Iemand gaf aan dat ze wel eens gehoord had dat iemand slechter sliep bij volle maan. Twee eeuwen geleden hebben wetenschappers al onderzocht dat de maan niet zo’n grote invloed kan hebben.
Wat hier dus vooral ziet is een vader die betrokken is op zijn kind. Een kind dat gekweld wordt door ziekte en het kwaad. Dan heb je er alles voor over dat je kind beter wordt. Ouders nu zullen er ook alles voor doen: je gaat naar de ene en naar de andere arts. Als het onduidelijk is ga je naar een volgende arts en misschien naar een alternatieve arts. Je kunt er radeloos van worden. Wat fijn dat je tegenwoordig zo op zoek kan gaan. Tegelijk is het ook belangrijk om niet ‘de grens’ over te gaan. Om met occulte zaken bezig te gaan, met magie, helderziendheid, geesten en krachten. Houd je ver van alle occulte zaken. Maar soms is het moeilijk om aan te geven wat de grens is. Maar uit dit stukje kunnen we wel leren, dat je jezelf de vraag moet stellen: ‘wie geloof je? Van wie verwacht je het uiteindelijk? Ga je uiteindelijk met je vragen naar Jezus toe? Kun je ook als je naar de arts gaat, tot Jezus bidden om een zegen voor de arts en danken als Hij ontdekt wat er aan de hand is?’ Verder is het ook goed om op een gegeven moment, en dan denk ik aan iemand die ernstig, terminaal ziek is, rust te vinden in het feit dat iemand mag sterven. Niemand zal 200 jaar worden. Kunnen we op een gegeven moment ook rust vinden, of daarom vragen als duidelijk wordt dat de weg hier op aarde ten einde loopt? Of geloven we dat ons geluk ligt in onze gezondheid?
Wanneer Jezus afdaalt van de berg, is Hij weer tussen de mensen: een geslacht, een groep mensen die ongelovig zijn en dwars. Mozes had dat al verzucht in zijn lied, Deut 32. Gods eigen zoon moet weer afdalen naar een wereld die niet volmaakt is. Maar Hij voelt wel dat het einde van zijn drie jaar optreden in zicht komt. Hij geeft aan dat hij zal moeten lijden. Hij zal moeten lijden aan de nood van de wereld. Hij zal moeten lijden aan het kruis. Wij moeten hier ook nog leven in een wereld die niet volmaakt is. Waarin je naar een wonder kunt verlangen: als je ziet hoe mensen de weg kwijt zijn, als je bepaald wordt bij gebrokenheid en pijn, als je altijd gedacht hebt je geluk wel te kunnen vinden in gezondheid, sporten, relatie, leuk huis, in het hier en nu, en je opeens je afvraagt: is dit alles? Is er niet meer dan dit? Kunnen we niet meer doen om iets moois van deze aarde te maken? Dan kun je verlangen naar licht, naar liefde, naar een wonder. Deze vader had zoveel van zijn zoon verwacht, maar hij kreeg een leven vol ellende. Wat is die zoon ziek en daarom hij verlangt naar, vraagt hij om en gelooft in een wonder. Hij wil genezing. Daarom komt Hij bij de leerlingen … wat kun je soms verlangen naar een wonder, wat zijn wonderen soms nodig!

2) Zonder geloof gebeuren ze niet
Tja … daar staan die negen leerlingen dan. Jezus is de berg op. Drie leerlingen zijn met Hem mee. En dan moeten zij opeens zo’n zieke jongen beter maken? Hoe moeten ze dat nu doen. Het lijkt wel een beetje op Aaron in de woestijn, als Mozes de berg op is en Hij opeens ook alles vergeten is. Deze leerlingen waren er al door Jezus op uitgestuurd om wonderen te doen, om boze geesten uit te drijven in Jezus naam. Ze hadden dat zelfs al gedaan, ze hadden de macht van Jezus nieuwe rijk laten zien en laten stralen. Maar nu staan ze met lege handen. Ze hebben geen geloof …. ze hebben het idee dat ze het zelf moeten doen. Ze staan met hun handen in hun haar. Iemand zij: ze lijken wel op Petrus die op het water liep naar Jezus toe, maar die opeens vergeten is dat je naar Jezus moet kijken en dan wegzakt in het water. Zo zijn de leerlingen vergeten om het niet van zichzelf te verwachten, maar alleen van Jezus.
In het derde punt wil het hebben over wonderen die door geloof gebeuren, kunnen wij die nog doen? Mag je dat nog verwachten? Maar laten we eerst gewaarschuwd worden door wat er hier gebeurt met de leerlingen. Als de Here Jezus van de berg komt dan zegt hij het: dit is een ongelovig volk. Een volk dat zich tegen Mij verzet. Hij legt het later aan de leerlingen uit: het komt door jullie gebrek aan geloof dat jullie niet konden genezen. Wat een waarschuwing komt daarin ook voor ons naar voren!
Je kunt opgaan in allerlei situaties en met allerlei zaken bezig zijn, ze proberen op te lossen en aan te pakken. Maar zien we dan in die situaties ook echt op Jezus Christus? Je raakt je baan kwijt omdat de winkelketen waar je inzit failliet gaat. Je zit te prakkiseren over hoe je het beste met je nieuwe huis om kan gaan. Je ligt wakker omdat je verliefd bent en graag met die jongen of dat meisje zou willen trouwen. Je ziet op tegen de onderzoeken die je bij de dokter moet ondergaan en de uitslag die je zal krijgen. Je maakt je zorgen over dat familielid dat ver weg verblijft. We kunnen in gedachten met allerlei dingen bezig zijn. Soms heel praktische dingen, soms moeilijke dingen, soms dingen waar iets van onszelf verwacht wordt of van een arts, soms dingen die buiten onze macht liggen en waarbij er wel een wonder mag gebeuren. Gaan we dan met die alledaagse dingen ook in geloof om? Heb je gebeden of God je wil helpen bij je toets, bij je bedrijf, heb je gebeden of God je inzicht geeft in de beslissing die je moet nemen? Heb je gebeden of God beterschap wil geven. Kijk dat het is verschil tussen geloof en ongeloof. Natuurlijk zal niemand alles aan de Here opdragen, maar het gaat om je basishouding. Ben je zelf hier je rijkje aan het maken, of zie je dat we leven voor dat hogere, mooie rijk. Verwacht je het van Jezus Christus. Wijs je omhoog naar Hem, verwacht je het van Hem, verlang je een wonder … heb je geloof dat Jezus gekomen is en dat Hij alleen echt de vrede in je hart kan brengen!? Dat is wat God van ons vraagt … een leven in geloof. Geloof in hem die door dood en lijden heen uiteindelijk Pasen zal brengen. Dat Hij op zal staan uit de dood om het eeuwige verheerlijkte leven te brengen!

3) Geloof dat God wonderen kan doen!
De Here Jezus heeft gezien dat de leerlingen niet konden genezen. De vader toont dat hij wel de juiste houding heeft. Hij valt op zijn knieën voor Jezus. Hij gelooft, verwacht het van Jezus. De leerlingen hadden het kennelijk niet van Jezus verwacht, anders hadden ze de jongen wel genezen en dan had Jezus nu niet een poging hoeven doen als Zoon van God. Jezus laat zien dat Hij gekomen is om een nieuwe wereld te brengen, dat Hij sterker is dan de demonen. Als koning spreekt hij de demon bestraffend toe. Hoe dat klonk, vroeg iemand? Als iemand die met gezag spreekt, en waar je niet ongehoorzaam aan durft te zijn. Jezus kon zo spreken omdat Hij ook werkelijk die macht heeft over het kwaad en over de nood.
Daarbij is het belangrijk om te zien dat het geloof dus niet is als een bepaalde magische kracht. Als iets wat je meer of minder zou kunnen hebben. Dat is soms het gevaar als we naar christelijke genezers toegaan. Alsof zij meer power zouden hebben, meer geloofskracht zouden hebben. Geloof kan heel klein zijn. Zo klein als het kleinste zaadje. Maar dat zaadje heeft alles in zich om te gaan groeien, als het water en grond krijgt, als er licht en warmte bij komt boven de grond. Het krijgt de kracht van buiten. Zo is het ook met ons geloof. Als we gelovig de dingen aan de Here vragen dan mogen we het van zijn kracht verwachten. Hij die hemel en haarde gemaakt heeft. Hij die de bergen gemaakt heeft. Dan zal de maan je niet schaden en de zon je niet steken. Dan zal er geen berg mee op je weg zijn, want hij maakt bergen vlak en zeeën droog. Wat een geweldige kracht heeft Hij. Bij hem ben je veilig, tegen het kwaad, tegen de dood en zelfs door de dood heen: in leven en sterven.
En dan is de jongen genezen!! Laten we daar niet overheen lezen. Wat bijzonder dat het trillen ophoudt, dat hij bevrijd is, dat hij genezen is. Wat een geluk voor de vader. En zulk soort dingen gebeuren vandaag ook nog. Ook als er een zieke is: laten we in de eerste plaats dan gelovig tot God bidden of samen bidden. Dan doet geloof wonderen. Dan zijn er ook zoveel moment dat het net goed gaat: een voorkomen ongeluk staat niet niet in de krant. Iemand zei: soms moeten we er vaker oog voor hebben. Dat het bijzonder is als iemand weer genezen is. Wat zijn het een mooie momenten als je zelf of samen hier in de kerk de Here kan danken dat God een leven gespaard heeft.
Laten we het wel van God blijven verwachten. Niet door onze eigen kracht of gebedspower proberen te genezen, maar gelovig zien op Jezus Christus. Dan kun je bergen verzetten: Geloof doet wonderen! Nooit kan het geloof teveel verwachten!
Amen


Matteus 4:1-11 – Christus weerstond de satan, laten wij bidden dat wij de satan ook weerstaan.

januari 17, 2016

Preek Heemse, 17 januari 2016, Ds. Dick Dreschler
Tekst: Matteüs 4:1-11

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Er is een strijd in je leven gaande. Niet zomaar een strijd, maar een geestelijke strijd! Laten we ervoor oppassen om de gewone strijd en moeite niet met de geestelijke strijd te verwisselen. Ieder huis heeft zijn kruis, elk leven kent zijn moeite. Sommige dingen kunnen erg moeilijk zijn: dat je je zorgen maakt over hoe je die hoge nota weer moet betalen; dat je je zorgen maakt over ziekte waar je een strijd tegen te voeren hebt; dat je wakker ligt van zorgen over stress op je werk. Het zijn allemaal moeiten en zorgen die je bezig kunnen houden, of je nu gelovig bent of niet. Maar denk je dat satan daarmee bezig is? Denk je dat dit de belangrijkste, geestelijke strijd is?
[dia 2] De strijd van satan gaat een stuk dieper (Ligt daar misschien wel achter!). Zijn bedoeling is dat mensen van God verwijderd raken, dat ze los komen van Jezus Christus. Hij vindt het niet zo erg als je het moeilijk hebt met je geld of je kleren, want hij hoopt dat je dan zo daar mee bezig bent dat je God vergeet. Nee, er zijn grotere beproevingen en verzoekingen die op onze weg komen. Satan wil kostte wat kost ons in zijn macht krijgen. Hij probeert je te verleiden. Hij kan er voor zorgen dat we ons helemaal vastbijten in aardse zaken; dat wij knielen voor de afgoden van deze tijd: geld, macht en seks. Dat je je vult met veel glazen bier. Dat je je laat inpakken door pornosites. Dat je meer bezig bent met jouw positie dan met het geloof. Hij probeert de jongeren uit de kerk te halen en ze van het geloof los te weken. Hij is het die onszelf in zijn macht wil krijgen: dat we langzamerhand, ongemerkt niet meer ons vertrouwen op God stellen, leven van het woord dat Hij geeft, maar langzamerhand steeds meer leven zonder kerk, zonder God.
[Dia 3] Als het gaat om die echte strijd: op welke weg ben je, waar leef je voor, weet dan dat er iemand was die wel stand hield tegen verleidingen. Dat Christus als profeet, priester en koning werkelijk weerstand geboden heeft tegen de satan. Dat Hij liet zien dat Hij sterker was. Laten we zien op Hem, en bidden dat wij daarom ook niet het onderspit delven in de geestelijke strijd, maar sterk mogen zijn in zijn kracht: zelf als profeet, priester en met name ook als koning de strijd aangaan!.

Christus weerstond de satan, laten wij bidden dat wij de satan ook weerstaan!
1) De situatie van de verzoeking
2) De manier van de verzoeking
3) De uitkomst van de verzoeking
[Dia 4] In welke situatie wordt Jezus verzocht door de satan? Eerst het tijdstip. Dit gebeurt voordat Hij zich laat zien aan de mensen. Voordat Hij de schoonmoeder van Petrus geneest, mensen gaat bevrijden van duivels, van ziekten, komt er eerst de allergrootste krachtmeting. Waar de eerste Adam bezweken was voor de verleidingen van de duivel, zou het spannend worden of deze Messias wel de macht heeft om de satan te weerstaan. Net is duidelijk geworden dat Hij zich helemaal op een lijn met de mensen heeft gesteld: dat Hij de zonden van de mensen voor wie Hij gekomen is als het ware uit het vieze doopwater op zich genomen heeft. Net nu hij gedoopt is, gezalfd en aangewezen tot de grote Messias: de profeet, priester en koning die eindelijk echte verlossing gaat brengen. Nu Hij zijn werk begint, gaat de duivel de strijd aan met deze Messias.
[Dia 5] De Geest leidt de Here Jezus naar de woestijn om gelijk de eerste test te doorstaan. Daar heeft Jezus alle rust en alle tijd om zich voor te bereiden op zijn werk. Hij richt zich helemaal op God: Hij eet veertig dagen en veertig nachten niet. Hij denkt na over hoe zijn weg als mens op aarde zal zijn. Zoals Mozes, de middelaar veertig dagen in de woestijn op de berg was. Zoals Elia, veertig dagen onderweg was naar de woestijn en niet at en dronk, zo was deze volmaakte middelaar ook volledig afgezonderd en verbonden met God. Zou Hij wel stand gaan houden tegen de aanval van de duivel? Waar Adam en Eva zich hadden laten verleiden, waar het volk tijdens de veertig dagen van Mozes zich in de woestijn neerboog voor het gouden kalf. Waar Elia de moed opgaf in de woestijn omdat het volk toch steeds weer ontrouw was en de knieën boog voor de Baäls.
[Dia 6] Satan probeert ook Jezus te laten struikelen. Want hij voelt het gevaar!! God wil satan van zijn macht beroven. Of beter gezegd: God wil de mens weer bevrijden uit de macht van satan, uit de macht van de eeuwige dood. Satan siddert nu van angst! Beseft dat Hij het maar moeilijk tegen de zoon van God op kan nemen. Maar juist daarom gooit hij al zijn verleidende, verzoekende kracht in de strijd om deze profeet, priester en koning te laten struikelen. Zo is dat vandaag nog steeds: Satan weet dat wie op Jezus Christus vertrouwt niet te pakken is. Maar daarom zal hij wel juist moeite doen om Gods kinderen te pakken. Maar wie zijn houden vouwt tot een gebed, wie zich zelf gezalfd weet tot koning en in geloof en met het woord satan weerstaat, hoeft niet te vrezen. Tegenover zo’n houding gaat de satan er met de staart tussen de benen vandoor.
[Dia 7] Maar daarom probeert de satan juist op het zwakste moment Jezus aan te vallen: als Jezus veel honger heeft. Jezus zal na veertig dagen wel honger hebben gehad. Hij was echt mens, geen schijnmens! Ik weet niet hoelang jij wel eens zonder eten bent geweest? Een dag? Twee dagen? Ik heb het wel eens geprobeerd in mijn studententijd, maar ik moet zeggen dat ik alleen maar aan eten kon denken en overal etensgeuren rook. Zo probeert satan Jezus op zijn zwakste moment aan te vallen. Zo probeert Hij ons op ons zwakste moment aan te vallen. De aanval komt van buitenaf, maar sluit aan bij onze zwakheid van binnenuit. Als je zelf al moe of druk bent, laat hij je wel een smoes bedenken om niet naar het woord van God te gaan luisteren. Als je teleurgesteld bent vind je dat je wel recht hebt om toe te geven aan de verleiding van roken of drinken, hebzucht of roddelen. Als je teleurgesteld bent in het geloof of in de kerk, ziet hoe anderen struikelen of niet trouw zijn (denk aan Mozes en het gouden beeld en Elia en de mensen die toch weer voor Baäl kiezen!) dan kan het extra moeilijk zijn om wel trouw te blijven aan de dienst van de Heer en de knieën niet voor de Baäl te buigen. Wie de satan dan maar een beetje ruimte geeft, wie het gesprek aangaat, zoals Eva deed in het paradijs: die kan zich snel laten inpakken. De duivel kan goed praten, kent onze zwakheden, kan wat slecht is verleidelijk laten glimmen. In zo’n situatie delf je snel het onderspit! [vergelijk met telemarketing …]

2) De manier van verzoeking
[dia 8] In dit gedeelte zien we dat de Here Jezus op drie manieren verzocht wordt. Het eerste waar de satan op inspeelt is op de macht van Jezus. U kan toch alles!? Als u dan nu zo’n honger hebt dan kunt u van die stenen wel brood maken. De stenen liggen waarschijnlijk wel bij Jezus in de woestijn. Grote ronde stenen, in de vorm van een brood. Ze worden door de satan als het ware al opgepoetst en liggen daar te glimmen. Honger maakt rauwe bonen zoet, dat doet je wel eten. Nou, Messias, Koning van de wereld, u kan toch alles, U bent toch Gods Zoon: maakt u dan van de stenen maar brood.
Zo kan de satan ook ons proberen uit te dagen met zijn verzoekingen. Dat Hij erop inspeelt dat we toch kinderen van God zijn. Dan moet je toch wel een keer kunnen stelen, of even spieken, of liegen (zie werkblad). God zal het toch wel vergeven. We horen toch bij Hem dan kan er toch niets gebeuren.
Maar Jezus heeft de vraag van Satan door: het gaat er niet om wat Hij allemaal kan. Hij gaat ook niet in gesprek. Hij laat zich niet verleiden door het brood dat Hij al voor zich zou kunnen zien. Want wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Als Hij nu toegeeft aan zijn macht en niet luistert naar de Vader: hoe zal het dan straks gaan als Hij aan het kruis hangt? Wanneer hij daar dorst en pijn heeft en de mensen roepen: anderen heeft Hij geholpen laat hij nu zichzelf bevrijden! Het gaat erom dat Hij leeft van het woord van God, dat Hij God gehoorzaam is.
Laten wij zo ook de strijd met het kwaad aangaan: niet denken dat iets toch wel moet kunnen, of niet zoveel uitmaakt, maar luisteren naar het woord van God. Daar ook echt te tijd voor nemen om uit te lezen en naar te horen. Zodat je sterk en krachtig wordt en helder zie wat God van je vraagt. Als profeten net als Jezus met het woord van God weerstand kunnen bieden!
[dia 9] Bij de tweede beproeving neemt de satan Jezus mee naar de Heilige Tempel. De plek waar God zich bekend maakte aan het volk. Niet zomaar een synagoge, maar de plek waar de offers gebracht werden, de plek waar de gebeden opklonken naar de hemel. De plek waar God bij de mensen kon zijn. Jezus was gekomen als de gezalfde priester. Hij moest het offer gaan brengen. Zou Hij bij die schitterende tempel naar beneden springen dan zouden de mensen in één keer versteld hebben gestaan van zijn kracht en macht. De duivel laat hem nu niet twijfelen aan God macht, maar aan zijn liefde: de engelen zullen je toch dragen? Er is geen twijfel of de engelen Hem zouden kunnen opvangen, zoals het ook niet zozeer de vraag is of Jezus van een steen brood kan maken: maar het komt er vooral op aan, is Jezus gehoorzaam aan zijn Vader. Of gaat Hij zijn God verzoeken. Jezus trapt er niet in. Hij wil gehoorzaam zijn. Hij kiest niet voor de korte weg naar eer en roem, maar de weg in gehoorzaamheid.
Kiest u, kies jij, kies ik voor de weg die God wijst? Ga je op de smalle weg, de weg die anderen misschien niet direct begrijpen, die in de wereld niet direct in hoog aanzien staan. Durf je werkelijk te kiezen om te luisteren naar Gods woord? Durf je zelf als priester je leven als dankoffer aan de Here offeren en God boven alles stelt?
[dia 10] In de derde verleiding gaat het vooral over de koningsmacht van Jezus. Zal Hij knielen, zal Jezus via een makkelijke weg koninkrijken van satan in zijn bezit krijgen? Maar ook nu stuurt Jezus satan weg. Hij gaat niet in discussie of gesprek. Ga weg satan roept Hij! Aanbid alleen de Heer. Weer wordt de satan met een Bijbelwoord de mond gesnoerd. Jezus wil werkelijk koning zijn en geen slaafje van de duivel worden, zoals Adam en Eva uiteindelijk geworden waren. Met Hem mogen we zo ook strijd voeren tegen het kwaad. Weerstand bieden toch al de verzoekingen en verleidingen die op ons afkomen. Sterk door zijn kracht, gerust in zijn bescherming!

[dia 11] 3) Wat is dan de uitkomst van de verzoeking? Wanneer Jezus verzocht is door de satan gaat de duivel weg. Jezus hield stand! De duivel maakt geen schijn van kans. Vanuit deze positie kan Jezus zijn werk op aarde gaan doen. Volmaakt gehoorzaam aan de wil van zijn vader en aan de wet van God. Dan komen de engelen bij Hem en dienen. Waar Hij er niet zelf voor koos om te gaan eten of zich door de engelen te laten dragen ontvangt Hij dat wel van zijn Vader als een beloning. Marcus vertelt er zelfs bij dat Hij leefde te midden van wilde dieren (1:13). Waar Adam in het paradijs omringt werd door de dieren en leefde in directe verbondenheid met God, mag deze tweede adam ook zo leven. Hij is als het ware weer in het paradijs. Niet door voor de satan te knielen, maar door God gehoorzaam te zijn bereikt Hij zijn doel.
Laten we bidden dat wij met Christus verbonden mogen zijn. Dat we niet bezwijken voor een korte weg, een snelle weg. Allerlei verleidingen die de wereld je biedt. God wil dat je ingaat door de smalle poort en over de smalle weg gaat. Dat je daar als profeet Gods Woord laat horen, als priester je dienstbaar inzet voor je naaste en als koning vecht tegen het kwaad. Dan zijn er nu nog allerlei verzoekingen en beproevingen. God wil je sterker maken door je te beproeven, de satan wil je pootje lichten door je te verzoeken. Maar wie gaat in de kracht van God, mag op weg zijn naar de hemelse heerlijkheid. Christus is gekomen Hij is opgestaan. Hij is trouw geweest. Daarom zullen wij ook mogen delen in de eeuwige heerlijkheid en luister, waarvan we nu al soms iets mogen proeven.
Petrus, die zelf er alles van wist wat het betekent om verzocht te worden, die door de satan gezeefd werd schrijft in zijn brief: Omdat we geloven, beschermt God ons met zijn kracht. (1 Petrus 1 (BGT)) En als het einde van de wereld komt, zal Hij ons zeker redden. Wees dus blij, ook al hebben jullie het nu een korte tijd heel moeilijk. Met die moeilijkheden wordt jullie geloof getest. Net zoals goud wordt getest in vuur. En jullie geloof is veel belangrijker dan goud! Want door je geloof ontvang je hemelse eer en rijkdom als Jezus Christus terugkomt. Jullie hebben Jezus Christus nooit gezien, en toch vertrouwen jullie op hem. Want jullie weten, dat jullie gered zullen worden omdat jullie geloven. Laten we bidden om dat geloof en bidden om kracht van Christus in de verzoeking. Dan zullen we straks juichen in de hemelse vreugde!
Amen.

 

Liturgie zondag 17 januari 2016, 9.00u en 11.00u
Welkom en mededelingen;

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)
Zingen Psalm 95:3 en 4 (staande)
Wet
Zingen Psalm 131
Lezen Genesis 3:1-9
Zingen Liedboek 402:1,2 en 6 (Verheugt u, christenen)
tekst Matteüs 4:1-11
Preek
Zingen Psalm 91:1,6,8
Voorbede en dankzegging
Collecte
Zingen Gz 163 (Ik bouw op U, staande, aangekondigd na collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)


Lukas 1:5-25 – Advent 1

december 3, 2015

Preek gehouden in Heemse, 1e zondag van Advent, 29 november 2015
Tekst: Lucas 1:5-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Midden in de nacht, gaat een klein lichtje branden. Er is een tijd van verwachten. Een tijd van hopen. De eerste adventskaars laat zien dat er toch een beetje licht is in de duisternis. Deze eerste zondag dat we toeleven naar het feest van kerst, mogen we stil staan bij dat hopen en verwachten. Jullie hebben negen maanden mogen wachten op de geboorte van Annalore / Tim een blijde verwachting, al zal er best wel eens onzekerheid geweest zijn of het allemaal goed ging komen: maar nu is het kindje er. Geweldig, te feliciteren zijn jullie. Maar het kindje komt in een wereld waar juist veel reden is om iets beters te hopen en te verwachten.

[dia 2] Ik denk aan de aanslagen in Parijs, de spanning rondom Syrië, de vluchtelingenstroom die op gang gekomen is. Het kan je zomaar treffen, je kunt je afvragen: in wat voor wereld leven we. Heer, ontferm U toch. Heer, hoe kan het toch dat U machtig bent en er dan toch zulke dingen gebeuren. Dat onschuldige mensen op een terrasje zomaar worden neergeschoten. Als je de vernedering, armoede en het onrecht ziet. Wanneer Lukas gaat schrijven over de geboorte van Jezus dan laat hij ook merken dat we in een donkere wereld leven. Je leest er zomaar overheen, maar het eerste vers dat we lazen was: in de dagen van Herodes. In de dagen van Herodes: er zit geen zoon van David op de troon, maar het volk wordt overheerst door de Romeinen. Herdodes de grote, de wrede vorst. Die koning van Edom. Die zijn gruwelen had en iedereen te vriend probeerde te houden: de Joden en de Romeinen, maar daardoor soms juist op afschuwelijke manier mensen om liet brengen. Het was een donkere tijd voor het volk van God. Zou er dan nooit een einde komen aan die vreemde onderdrukking en dat geweld. Elk jaar verdween er iets van hun verwachting.

[dia 3] We leven in een donkere wereld. En toch kan het soms nog ver van je bed zijn. Zolang het jezelf niet treft. Je het alleen hoort en leest. Maar dan kan er ook in je persoonlijk leven, moeite zijn. Dit leven dat, zoals het doopformulier zegt: niet anders is dan een voortdurend sterven. Verdriet om een scheiding, verdriet om ruzie in de familie, verdriet omdat jij die beperking hebt, verdriet om ernstige ziekte of een overlijden, verdriet om kinderloosheid. Ook dat verdriet, dat in je eigen leven kan spelen komen we hier bij Lukas tegen: Zacharias en Elisabeth, die beiden vrome en gelovige mensen waren en zich strikt hielden aan de wetten van God … hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar. Na het trouwen was de babykamer leeg gebleven. Geen huilend baby’tje, geen kindje in de wieg, maar leegte. De hoop werd elk jaar minder. De teleurstelling elk jaar groter. En langzamerhand verdween de hoop en de verwachting. Elisabet was verdrietig, en vooral verdrietig omdat hun nageslacht niet de komst van de verlosser, de Messias zou meemaken.

[dia 4] En dan zou je denken: op het moment dat er in zo’n donkere tijd, met ook dat persoonlijk verdriet van Zacharias een engel voor hem staat, dat Zacharias wel gelijk vol vreugde en hoop zou zijn. Want wat een geweldig boodschap heeft de engel: Zacharias je gebed is verhoord! Je vrouw zal een zoon baren. In hun eigen leven zal er een enorme blijdschap zijn. Ze zullen een klein babytje krijgen. Toch nog vader en moeder worden! Dat mag Zacharias straks aan zijn vrouw Elisabet vertellen, als hij zijn priesterdienst erop heeft zitten.
Maar niet alleen hun eigen kruis zal weggenomen worden. In de dagen van Herodes, in de dagen dat dit gebeurt: zal heel het volk zich over Johannes gaan verheugen. Zijn naam zegt het al: de Here is genadig. De Heer ziet om naar zijn volk. Hij zal groot zijn. Hij zal het volk klaarmaken voor de komst van de Heer. Hij zal zijn als Elia en ouders en kinderen, zondaars en rechtvaardigen met elkaar verzoenen. Er zal een nieuwe tijd aanbreken. De Messias komt! Verwacht de komst van de Heer!

[dia 5] Maar Zacharias springt geen gat in de lucht. Reageert niet gelijk in geloof en in aanbidding. Is niet blij met het licht dat aangestoken wordt, de hoop die hem gegeven wordt. Hij reageert: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. Hoor je dat goed? God ziet om naar zijn volk, Hij belooft zijn vrede. ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. Twijfelt Zacharias aan Gods macht? En dan te bedenken dat Zacharias hier op de heilige plaats staat, waar hij maar één keer in zijn leven de priesterdienst mocht verrichten. Bij het reukofferaltaar, vlak voor het allerheiligste. De plek waar het reukofferaltaar duidelijk maakt dat de gebeden als rook opstijgen tot Gods aangezicht. Zo’n heilige plaats, zo’n heilige moment, en zie ik dan Zacharias terugschrikken en vragen: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. En tegen wie zegt Zacharias dat? Tegen een engel van de Heer? En dan maar niet zo’n lieftallig engeltje, maar tegen Gabriel. De leider van de hemelse legers, de grote strijder, zeg maar de maarschalk de man van God die altijd bij God staat. Durft Zacharias tegen hem te zeggen ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. (Grieks: Kata. ti, gnw,somai tou/toÈ)
[dia 6] Toch zegt Zacharias dat. De engel keurt dit af. Hij krijgt een straf, die tegelijk een teken is erbij. Een teken dat hij niet zal kunnen spreken tot het kind geboren is. Een teken waar Elisabet zich bij aansluit, door zich de eerste vijf maanden van haar zwangerschap ook te verbergen en niet te spreken. Pas als ze Maria ontmoet zal ze het goede nieuws vertellen. Je kunt je dus afvragen hoe het mogelijk is dat zo’n gelovige en godsdienstige man, toch twijfelt aan de beloften die Hij hoort via de engel.

[dia 7] Het laat zien hoe moeilijk het is om te geloven als mensen. Wat kunnen wij maar moeilijk begrijpen waarom God deze weg met de wereld gaat. Wat durven we vaak maar weinig te hopen dat God het uiteindelijk goed zal maken en onze gebeden werkelijk verhoord. Het is in de wereld soms zo donker, we kunnen zo vaak teleurgesteld zijn, we kunnen zoveel vragen hebben. Soms kun je het idee hebben dat er zoveel moeite is dat dit wel de bodem zal zijn, en dat je er dan toch weer doorheen zakt. Dat het toch weer dieper kan. Dat het erge toch weer jou moet treffen.

[dia 8] Toch mag er ook een tijd zijn van hoop. Een tijd van verwachting. Richt je blik op Gods grote daden! God voert de strijd tegen het kwaad. Hij wil het kwaad overwinnen. Hij zal zijn licht doen schijnen. Hij heeft dat heel duidelijk laten zien in Jezus Christus. God gaf zijn eigen zoon. Hij wil aan het kruis sterven voor onze zonden. Hij wil het goed maken tussen God en ons. En wie zo God leert kennen, wie zich zo aan Hem vastgrijpt, mag weten dat God het kwijnende vlammetje niet uitdooft. Dat Hij onder ons is met eeuwige handen en ons uiteindelijk nooit zal laten vallen of zal laten gaan, maar dat Hij juist een nieuw begin wil maken. Heer, uw licht en uw liefde schijnen, waar u bent zal de nacht verdwijnen! Ik hoop dat je zo ook steeds weer met het woord van God bezig gaat, Hem opzoekt, daar je hoop en houvast vindt. Hij laat niet los het werk van zijn handen. Dat je vandaaruit ook in je ambtelijk werk steeds weer het goede nieuws van God mag brengen, hoe moeilijk en verdrietig de situatie soms ook kan zijn. Verwacht, geloof, bereid je voor op de komst des Heren!

[dia 9] Als Zacharias dan het teken gehad heeft, als hij niet meer kan praten dan moet Hij naar buiten. In de voorschriften stond duidelijk dat je het volk niet mocht laten wachten. Dan konden ze zich ongerust maken, dat er wat gebeurd was tijdens het moment van het gebed. Zacharias gaat dus naar buiten. Hoe maak je iets duidelijk als je niet kan spreken, hoe geef je dan het volk nog de zegen mee? Met behulp van gebaren! En het wachtende volk begreep dat hij een visioen heeft gezien. Het volk heeft gebeden: heeft hun eigen nood aan de Here voor gelegd, heeft gebeden om de Messias. Misschien met de gedachte: het duurt al zoveel eeuwen voordat hij komt wij zullen het niet meer mee maken. Maar ze moesten eens weten! Ze moesten eens weten dat God op deze manier bezig is om zijn Zoon naar de aarde te brengen. Om de wegbereider van de verlosser, de Elia geboren te laten worden.

[Dia 10] Lukas die zo beschrijft hoe het ging met de geboorte van Jezus, schrijft het heel duidelijk voor de lezers op. Jezus werd maar niet zomaar op eens geboren. De herinnering aan Gods beloften klinkt door. God laat zien: ik ben de God van Israël. Ik kan onvruchtbaren een kind geven. Net als in de tijd van Abraham en Sara, van Elkana en Hanna. Isaak, Samuel, Gideon en Elia kwamen: Ik kan nieuwe hoop geven, nieuwe verwachting. Hij heeft de gebeden bij het reukofferaltaar verhoord. Zo maakt Hij duidelijk: dit is mijn boodschap. De Here komt, de Messias. Het is misschien bijna niet te geloven, maar geloof het maar. Het is echt waar.
Juist hierdoor wil hij je helpen om ook je eigen vragen en twijfels te overwinnen. De Messias is gekomen. Hij zal weerkomen. Eens wordt alles nieuw. Dat is vast en zeker. Het is een tijd van verwachten. Maar wie op de Here bouwt, zal niet beschaamd uitkomen! Amen.


Joh 20:1-18 – Hij is opgestaan!

april 8, 2015

Preek gehouden in Heemse, Pasen 2015
Tekst: Johannes 20

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
[Dia verstoppertje] Wie van jullie heeft wel eens verstoppertje gespeeld? Je bent iemand kwijt en dan ga je zoeken. Je zoekt in alle kamers van het huis. Je zoekt in alle plekjes. En als het even kan zoek je een plekje waar men je niet verwacht. Wat is het dan vervelend als je diegene niet kan vinden. Iemand is zo goed verstopt, dat je gewoon echt niet weet waar hij is! Hopelijk stop je dan niet met zoeken. Wat ben je dan blij als je degene gevonden hebt. En misschien zeg je dan wel: Tjonge, wat heb jij een goede verstopplek! Iemand vergeleek de zoektocht van Maria van Magdalena op deze paasmorgen eens met hoe je zo kunt zoeken: ‘ze zoekt wel, maar ze slaat de plek over waar je het niet zou verwachten’.
[Dia Maria] Je leest in de Bijbel dat ze al heel vroeg terwijl het nog donker was op weggaat. Ze had goed opgelet waar ze Jezus gelegd hadden. Ze gaat met andere vrouwen naar het graf, waar Jezus begraven ligt:
haar meester, die haar weer beter had gemaakt toen ze zo in de war was.
Haar meester, waar ze zoveel van houdt.
Haar meester die ze aan het kruis geslagen hadden, ze had van een afstandje staan kijken.
Maar hoe vroeg ze die morgen ook komt, ze is te laat. Want als ze die morgen huilend bij het graf komt, schrikt ze heel erg! De steen is weg! Ze raakt helemaal in de war. Ze moeten Jezus wel gestolen hebben, het gebeurde wel vaker dat dieven het graf van een rijke man plunderden.
Ze vertelt het de leerlingen: Johannes en Petrus komen. En Johannes komt tot geloof. Maar Maria kan het niet geloven. Ze blijft huilen, ze blijft zoeken, ze heeft nog steeds niet gevonden.
Zelfs als de engelen zeggen: ‘Waarom huil je?’, laat ze zien dat ze aan het zoeken is: “Ik weet niet waar zijn mijn Heer hebben neergelegd”.
[Dia ‘vandaag’] Soms kun je zelf in je leven ook zo vast zitten. Op zoek zijn. Dat je zoveel verdriet hebt, dat de tranen soms echt over je wangen lopen. Dat je zelf een toekomst had uitgestippeld in je leven: voor je zag hoe je gezond, met de ander, met je geliefden, met kinderen, met een leuke baan hier zou kunnen leven. Maar dat je opeens van alles uit handen wordt geslagen, dat je zo verdrietig en uitgeput bent dat je niet ziet hoe jouw leven nog weer mooi en goed zou kunnen komen. Dat je door ziekte of overlijden, door moeite of werkloosheid echt het vertrouwen in de toekomst kwijtraakt. Ik denk aan een gesprek dat ik met iemand had die thuis zat omdat ze al de taken op haar werk niet kon overzien. Ze wilde alles goed doen, trok alles naar zich toe. Maar nu zat ze thuis, kon het niet meer aan. Begon soms zomaar te huilen. Wist niet waar ze het zoeken moest. En zeker ook niet waar God nu in haar leven gebleven was. Hoe moet je nu verder?
[Op zoek naar Hem] Wanneer je leest wat Johannes schrijft in het mooiste hoofdstuk van zijn boek, dan zie je dat hij zich vooral richt op Maria van Magdala. Zij is de zoekende en huilende vrouw, die uiteindelijk gaat ontdekken dat Jezus leeft. Maar dat doet ze niet zomaar. Wanneer je moeite in je leven hebt, dan kan het soms moeilijk zijn om weer het licht te vinden. Om te zien dat God wel goed is. Johannes laat zien dat het Maria van Magdala ook tijd kost. Terwijl je als lezer ondertussen weet dat Jezus leeft en is opgestaan, gelooft Maria dat nog niet. Johannes komt tot geloof, Maria nog niet.

De engelen stellen hun verbaasde vraag: Waarom huil je? Zij weten al dat Jezus is opgestaan, zij weten dat Hij leeft. Maar Maria ziet dat nog niet. Ze had dan de moed op kunnen geven en naar huis kunnen gaan. Verdrietig dat het mooie geloof in de Messias dat ze had, kennelijk ook niet echt was. Dat het haar niet echt verder hielp.

Ze had huilend op de bank kunnen blijven zitten. Maar wat deed ze … ze ging op zoek. Ze kwam in beweging. Ze ging naar het graf. En toen de steen weg was schakelde ze de hulp van de leerlingen van Jezus in. Ze blijft bij het graf als de leerlingen weer weg zijn en praat met de engelen.

[Gezien door Hem] En dat niet alleen … zoals Johannes het beschrijft zie je vooral hoe Jezus met haar bezig is. Terwijl zij zich alleen voelt, staat Jezus achter haar. Terwijl ze praat met de engelen hoeft ze zich alleen maar om te draaien. Als ze haar vragen stelt aan de tuinman, stelt ze de vragen eigenlijk aan Jezus zelf. Ze heeft het niet in de gaten, maar Jezus heeft haar allang gezien. In haar verdriet, in haar tranen, in haar zoeken. Zoals Jezus eens Natanaël al zag zitten onder de vijgeboom (Joh. 1), zoals Jezus precies het hele verhaal wist van de Samaritaanse vrouw, die bij de bron zat en aan wie hij vroeg om water. Hij wist al van haar man, en van haar mannen, Hij had alles al gezien.

[Gezien door Hem] Wanneer je huilend en zoekend in het leven staat, mag je weten en geloven dat Jezus ook jou al gezien heeft. Dat Hij de pijn en vragen kent, ook die vragen die er in jou leven zijn. Hij is het die je helemaal begrijpt en doorgrond. Elke stap kent hij. En hij is ook met jou bezig. Op zijn manier helpt Hij jou dat te ontdekken.
Bid dat je ogen open mogen gaan voor Hem als de Levende Heer. De Levende God die ook bij jou wil zijn, die dat soms laat zien in een Bijbelwoord dat opeens tot je doordringt en je een weg wijst, door diegene die jou die helpende woorden aanreikt, door een engel die op een wonderlijke manier jou op weg helpt.
Maria hoorde de stem van de engelen. Ze zag het lege graf en de doeken waar Jezus doorheen gegaan moet zijn. Maria zocht haar Heer, want Hij was haar bevrijder. Hij was ook voor haar gekruisigd. Zij wilde niet leven zonder hem.

[Maria!] En dan klinkt plotseling die bijzondere roep: Maria! De huilende en zoekende Maria hoort haar eigen naam klinken in de tuin. Hoe zal dat geklonken hebben. Boos en verwijtend? Zo van: Maria, nu moet je toch eens ophouden met huilen. Je bent op de verkeerde weg. Zo vind je mij niet. Aansporend en wakker roepend? Zo van: Maria, kom op, open nu je ogen en zie nu dat Ik het ben. Ontdek nu dat Ik niet meer dood ben, maar leef. Dat Ik gedaan heb wat Ik gezegd had?
Wanneer ik bedenk wat Jezus gedaan heeft. Dat Hij afgedaald is van de hemel, zich vernederd heeft, de pijn van deze wereld gedragen heeft, en de zonde op zich genomen heeft. Als ik bedenk hoe groot zijn liefde, Gods liefde geweest moet zijn voor ons zondige en soms moedeloze mensen, dan geloof ik dat Jezus hier vooral gezegd heeft: Maria! Geliefde Maria! Dat Hij vanuit zijn hart, vanuit zijn liefde hier tot haar spreekt en haar in liefde roept. Maria, ik heb je al gezien. Maria, ik heb mezelf ook voor jou gegeven. Maria, je mag mijn kind mijn schaapje zijn. Al je zonden zijn vergeven.

[Raboeni] En zoals staat in Johannes 10 ‘De schapen kennen de stem van de goede Herder’, zo herkent Maria dan zijn stem als ze bij naam geroepen wordt. En ze roept het uit in geloof! Mijn Meester! Raboeni!
Zo mag je vandaag ook weten dat God jou bij je naam noemt. Dat hij je roept, midden in je leven. Soms door een Bijbelwoord, soms door een ander, jouw naam klinkt. Hij wil jou bij je naam roepen, je bent van Hem. Wanneer je dat hoort mag je weten dat hij je kent in al je zoeken en vragen, dat hij je helemaal begrijpt, dat Hij je liefheeft en je bij hem thuis mag komen. Het avondmaal mag vieren! Ik hoop en bid dat die momenten in je leven mogen komen, ook als het nog donker is.

[Toekomst] Jezus moet Maria waarschuwen: je kunt me niet vasthouden. We kunnen niet samen terug naar hoe het hiervoor was, ik moet verder. Ik moet nog opvaren naar mijn Vader om voor alle mensen de redder en bevrijder te zijn. Ik wil leven in een nauwe band met al je broeders en zusters. Hun God is jouw God. Ik zal zorgen dat uiteindelijk iedereen in die verbondenheid met God zal leven! In een eeuwige vrede.
Wij leven twintig eeuwen later. Vandaag kunnen we hier om ons heen niet altijd zien hoe God bezig is zijn volmaakte rijk te brengen. Maar Maria werd van een zoekende vrouw, een blijde, vertelde vrouw. God gaat het goed maken! Jezus leeft. Ik bid dat we ook steeds meer zo van hier mogen gaan. Jezus leeft! Hij is opgestaan. Nee, dan is nog niet alles goed en opgelost. Maar Jezus leeft. Hij is met je alle dagen van je leven, tot aan de dag dat Hij weerkomt. Hij noemt je bij name en ik hoop dat je zijn stem dan zult herkennen en eeuwig bij hem zult leven in vrede. Amen


Zondag 11 – Blijf zien op Jezus, jouw Verlosser!

januari 11, 2015

Preek gehouden in Heemse, 11 januari 2015
Tekst: Zondag 11

Geliefde gemeente van Jezus,
Verlossing, redding, bevrijding.
Dat is de boodschap van Jezus. Als Hij je een hand gaf en zich voorstelde en zei: ‘Ik ben Jezus’, dan zegt Hij eigenlijk: ‘Ik ben je Verlosser!’. Ook al had iedereen in zijn tijd wel een klasgenootje die Jezus heette, aan de Here Jezus was deze naam expres gegeven door Jozef, in opdracht van God.
Dan denk je misschien: ‘dat is mooi!’. Bij de dingen die bij mij mis gaan, als ik verkeerde dingen zeg, als er geschoten wordt in Parijs, als er een verschrikkelijk ongeluk gebeurt, als mensen het op de app-groep weer te bond maken, dan mogen we weten: Jezus, de Verlosser en Redder is er. Jozef heeft Jezus zelf die naam moeten geven en nu … nu hoef ik maar even te bidden, Hem aan te roepen en de problemen worden opgelost. Ik ben blij met zo’n redder, die mijn problemen op mijn werk, in mijn relatie, in mijn contacten toch als sneeuw voor de zon moet doen verdwijnen.
Helaas moet ik je dan teleurstellen. Het geloof in Jezus, haalt ons niet weg uit deze wereld, we hebben nog een aards lichaam en staan met beide voeten midden in de modder. We staan midden in het leven, met alle mooie dingen waar je van kan genieten, maar ook met alle moeite, ziekte en zorgen die er zijn. Met alle strijd en geweld dat er wereldwijd is; met de moeite die er in dit sterfelijke lichaam naar voren kunnen komen. Dat kan sommigen wel eens teleurstellen. Het lijkt wel eens of het niet zo heel veel uitmaakt of je nu wel of niet in Jezus, de verlosser, gelooft. Iedereen krijgt te maken met moeite…
Tegelijk: Hij is wel de verlosser, zoals zijn naam al zegt. En laten we dan ook niet te weinig van Hem verwachten. Want Hij wil je wel degelijk echt helpen en redden. Geloven is meer dan bidden om vergeving van de zonden en ondertussen maar zelf wat aanmodderen. Vanuit wat Paulus zegt tegen de mensen die in Filippi wonen mogen we ontdekken wat het betekent om echt door Jezus verlost te zijn. Paulus die eerst spreekt over verlossing die alleen het werk van God is, maar tegelijk ook over ons leven naar het voorbeeld van Jezus en in verwachting van de terugkomst van onze Verlosser en Redder.
Blijf zien op Jezus, jouw Verlosser
1. Verwacht het alleen van Hem
2. Leef uit die verlossing
3. Zie uit naar de volkomen verlossing

1. Verwacht het alleen van Hem
Verwacht het alleen van deze Verlosser! Als je dat niet doet, dan lijk je op dat meisje dat een cadeau krijgt. Het ziet er uit als een groot cadeau. Het staat ’s morgens klaar voor haar verjaardag. Ze hoopt al dat het werkelijk zo mooi en groot is als het eruit ziet. Haar vader en moeder hadden veel geld betaald en ze hopen dat de dochter blij is met dat cadeau. Ze pakt het cadeau uit: haar gezicht straalde, wat was te blij. Zo’n mooi keukentje had ze niet verwacht. Maar plotseling betrekt haar gezicht. Ze zegt: hoeveel en hoelang moet ik jullie betalen om dit cadeau voor jullie terug te kunnen betalen.
Zo kun je ook zomaar met de liefde van God omgaan: een geweldig cadeau, maar ondertussen vinden we dat we er zelf ook wel wat vol moeten doen. Je zegt het misschien wel, maar ondertussen ervaar je het niet dat het echt volkomen liefde is, Gods uitkiezende liefde, waardoor jij vergeving krijgt en het eeuwige leven. Eeuwig verbonden mag zijn met Hem!
Het lijkt misschien een open deur. Jezus is de verlosser en dan moet je het alleen van Hem verwachten. Niet van jezelf, niet van heiligen, niet van anderen. Het kan ook zomaar zijn dat je dat makkelijk nazegt: Jezus is gestorven voor mijn zonden aan het kruis. God had de wereld zo lief dat Hij daarom zijn Zoon gegeven heeft. In Filippi waren er ook mensen die dat zeiden, maar ondertussen bleef het bij woorden en leefden ze niet echt vanuit de vergeving. Het ging dan om die Joodse christenen over wie Paulus het hier had. Goed, zeiden ze, Christus is voor ons gestorven, maar we moeten ons nog wel aan bepaalde wetten houden wat betreft het eten. Je mag niet zomaar alles eten. En je moet ook nog deel nemen aan de besnijdenis, als je je zoontje niet laat besnijden aan zijn penis doe je het toch niet goed. Maar daarmee haalden ze eigenlijk weer een heel stuk van het sterven, van het kruis van Christus weg, geloofden ze niet dat Hij alleen verlossing kon geven. Zo wilden ze er toch nog wat aan toe voegen.
Dat kan ook bij ons gebeuren. Dat als je je afvraagt: waarom weet ik zeker dat God mij niet loslaat? Waarom mag ik mij een geliefd kind weten van Hem? Wanneer mag ik geloven dat er voor mij een plek is in de hemel? Dan zeg je misschien: ‘Jezus is mijn verlosser’, maar je denkt er misschien bij: ik doe altijd mijn best om zo hard en trouw mogelijk te werken, en als je dat niet doet voel je je schuldig. De ander zegt: ik doe mijn best om niet te liegen en altijd eerlijk te zijn. Een derde zegt: ik ben altijd behulpzaam naar anderen. Ja, als je ze vraagt, waarom ze zich toch wel gewaardeerd voelen, waarom ze denken dat wel bij God mogen komen straks, noemen ze toch eigen dingen op. Ik heb nooit echtbreuk gepleegd, ik ben toch altijd netjes komen opdagen als ik naar de kerk geroepen werd en ik heb toch ook een goede opvoeding gehad, ik zie er toch leuk uit, en heb mijn huis toch op orde.. En misschien zeg je wel: maar mijn ouders, die zijn wel heel gelovig. Maar helaas: God kent geen kleinkinderen. Een ander kan onze verlossing niet verdienen. Je kunt hem zelf niet verdienen. Het enige wat we kunnen doen, is met lege handen bij God aankomen. Jezus is de enige die ons helemaal verlost.
Wat zou het mooi zijn als we daar helemaal uit kunnen leven. Als we beseffen dat we niet wat kunnen betalen, en ook niet wat hoeven te betalen. Dat God alleen uit pure liefde tot zijn kinderen aanneemt. Dan is Jezus echt je enige Verlosser!

2. Leef uit de verlossing
Maar als je zelf helemaal niet hoeft te doen. Als je zelf niets kan doen. Waarom zou je dan nog christelijk leven. Wat verandert er dan als je christen geworden bent? Paulus schrijft zijn brief aan de Filippenzen terwijl hij niet alleen ziet dat er Joden zijn die allemaal nieuwe eisen opleggen. Hij ziet in Rome ook christenen die wel gelovig zijn, maar bij wie er helemaal niets verandert. Je hoeft en kunt niet zeggen als je zo’n mooi cadeau gekregen hebt: hoe kan ik dat afbetalen. Maar wie werkelijk Christus omhelst, zijn liefde ziet die zal wel anders gaan leven. Die zal steeds blijven kijken naar de Here Jezus. Met Hem verbonden blijven. Gericht op de hemel leven. Die kan niet geloven in het kruis, en ondertussen verlangen om hier op aarde zijn geluk te vinden.
Paulus brief aan de Filippenzen is, heel sterk gericht op een betere manier van leven. Christus heeft die beweging gemaakt van de hemel naar de aarde, en weer terug. Maar dat wordt ons als voorbeeld voorgehouden. Paulus zegt in dit gedeelte: wees mijn navolgers. Ga op mij lijken. De heiligen, andere mensen, kunnen voor jou de verlossing niet verdienen, maar ze kunnen wel een voorbeeld voor je zijn. Je mag ze ook als voorbeeld nemen. Paulus zegt: let er maar op, hoe mijn leven veranderd is, toen ik Christus ben gaan dienen. Ik ben steeds naar Hem gaan kijken. Wat ik belangrijk vond voor mezelf, ben ik als verlies gaan beschouwen. Let zo maar op voorbeelden in de gemeente of op je ouders of familieleden.
En tegen wie zegt hij dat: leef een goed leven, volg die goede voorbeelden? Tegen de vijanden van het kruis van Christus. Dat waren niet alleen de Joden, maar ook de christenen die wel het kruis noemden, maar ondertussen van hun buik een God maken, trost waren op schandelijke dingen en puur op de aarde gericht zijn.
Filippenzen wordt wel de blijdschapbrief genoemd. Paulus zegt steeds: ik ben blij, ik ben vol vreugde, over uw geloof, over de genade waar u in deelt, over u manier van leven. Maar nu zien we een verdrietige, ontroerde Paulus. Met tranen in zijn ogen zegt hij het: die mensen leven als vijand van het kruis. Misschien is dat gevaar voor u, jou en mij nog wel groter. Dat we wel weten van het, kruis, maar dat ondertussen onze maag ons regeert: genieten van lekker eten en drinken; genieten in een goede stoel in een gerieflijke omgeving; je laten leiden door steeds een beetje meer en beter. Met trots kunnen praten over je nieuwste aanwinst: steeds iets mooier, steeds iets sneller, steeds iets beter. Het sluipt er zomaar in in ons leven. Of schandelijke dingen, ergerlijke dingen, aanstootgevende worden onze trots: dat je rare mopjes vertelt of heel gevaarlijke dingen hebt gedaan. Je bent op het aardse gericht.
Wanneer Jezus werkelijk onze verlosser is, dan verlost Hij ons ook van die aards-gerichtheid. Dan gaan we steeds meer zijn voorbeeld volgen. Dan zien we dat het aardse maar tijdelijk is, dat je nooit genoeg geld hebt, en dat in de aardse dingen niet je geluk liggen. Dan zien we dat er in het leven diepere waarden zijn van geloof, hoop en liefde. Dan is jouw status niet je inkomen, maar de mate waarin je voldoening hebt in je werk en anderen daarmee kan helpen. Dan wordt jouw zelfbeeld niet bepaald door wat anderen over je zeggen, maar door de liefde van Christus, en daarom … kun je ook ondankbare mensen helpen en verzorgen, sta je boven mensen die hun eigen gelijk willen halen. Wil jij zo de minste zijn om de vrede van Christus te laten toenemen. Wat is het heerlijk en bevrijdend als de verlossing van de zonden, ook betekent een verlossing van een leven waarin je jezelf constant moet bewijzen of je laat leiden door je egoïsme en je eigen genot.

3. Zie uit naar de volkomen verlossing
Zo mogen we dan onze ogen op Christus gericht houden. We horen bij Hem. Zijn burgers van de hemel, en hebben dat paspoort al. Wie zijn voorbeeld volgt, staat anders in het leven. Maar die mag ook blijven kijken naar boven waar Christus is. Die mag steeds zijn Verlosser blijven verwachten.
Straks zal Christus weerkomen: onze verlossing. De verlossing betekent vergeving van de zonden, maar betekent ook dat we uiteindelijk mogen delen in de heerlijkheid van God. Hij zal dan ons ‘armzalig’ lichaam veranderen. Het lichaam dat aards is. Waarvan steeds weer de behoeften gestild moeten worden. Dat vergankelijk is, kwetsbaar en soms ziek. Dit armzalige lichaam zal Hij bevrijden en verlossen. Hij is Jezus, verlosser. Hij zal als onze Verlosser uit de hemel komen en ons doen delen in zijn glans en glorie. In al zijn heerlijkheid en we zullen net zo’n mooi opstandingslichaam krijgen als Hij.
Hoeveel ellende we nu soms ook nog door moeten maken; welke last je soms ook te dragen krijgen krijgt: weet dat het eindig is. Eens komt er een dag, waar we met z’n allen naar uit mogen kijken, dat er een volkomen verlossing zal zijn. Dat we zonder zonde zullen zijn en voor eeuwig verbonden aan onze Heer en Heiland.
Nu mogen we zijn voorbeeld volgen. Doen wat Hij deed.
Straks zullen we helemaal aan Hem gelijk worden. Hou je blik steeds op hem gericht.
Paulus zit in de gevangenis: hij verlangt ernaar om bij deze mensen te zijn, Hij heeft ze lief. Ze zijn zijn vreugde en zijn kroon. Maar hij spoort ze aan om met Hem standvastig te blijven uitzien naar de verlossing, die straks compleet zal zijn.
Zo zijn we eigenlijk weer terug bij het begin: steeds vooruit blijven kijken. Steeds alles van Christus, onze verlosser verwachten. Zijn dan de problemen minder? Nee, niet altijd. Paulus zit nog in de gevangenis. Er kunnen nog heel moeilijke dingen zijn in je leven. Je wordt soms getrokken naar het leven hier, met zijn eten, drinken en genieten. Maar laten we tegelijk veel verwachten van de Here. Die voor ons gekomen is en geboren is. Laten we werkelijk door onze Bijbel open te doen, door onze harten te openen, met Hem verbonden leven. Zodat anderen het ook kunnen zien: zij leven niet voor het hier en nu, zij leven voor Jezus. Ze leven om anderen lief te hebben en zijn uiteindelijk gericht op die grote toekomst als werkelijk alles nieuw zal zijn! Amen.


Titus 1 – Blijf dicht bij God, Hij wil door jou werken!

juni 2, 2014

Preek gehouden in Heemse, 1 juni 2014

Tekst: Titus 1:9,10 Lezen: Titus 1:1-10

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] Met elkaar vormen we de gemeente van Christus! Vandaag mogen er weer nieuwe broeders aantreden als ouderling en diaken. Ze mogen mee een weg wijzen waar de gemeente naartoe gaat. Ze mogen het meeleven met elkaar stimuleren. Ze mogen vertellen over Jezus Christus. Maar hoe doe je dat? Hoe ben je gemeente in 2014? Waar haal je de kracht vandaan om dit werk te doen?
Want er zijn heel veel mooi dingen in de kerk van Heemse. We mogen met veel mensen zijn, we hebben een grote kerk en mooie instrumenten. Veel mensen die iets kunnen: muziek maken, zingen, jongeren die belijdenis doen, er worden kinderen geboren en gedoopt, mannen treden aan als ambtsdragers. Maar soms is het ook zoeken welke weg we moeten gaan. We denken niet allemaal hetzelfde. Soms schuur je je aan elkaar. Een grote gemeente betekent dat sommige dingen soms traag lopen, of dat het meeleven met elkaar lastiger is, omdat je elkaar gewoon niet zo vaak ziet. Hoe bij dan gezonde, levende gemeente in deze tijd? Wat is belangrijk? Hoe kun je goed ambtsdrager zijn?
[dia 2] Vanmorgen mogen we over de schouder van Titus meelezen in de brief die Paulus aan hem schrijft. Hij moet ook, zonder hulp van Paulus in de gemeente aan de slag gaan. Maar Paulus zet al gelijk heel duidelijk in: in zijn begroeting komt al naar voren dat het erom gaat dat we God goed leren kennen, dat je een vrome houding hebt en dat je de hoop op een eeuwig leven vast mag houden. God liegt niet, God is trouw. Wie zo veel van God weet, maar ook met Hem leeft, mag ook steeds weer de kracht ontvangen om veel van God door te geven en uit te dragen.
[dia 3] Blijf dicht bij God, Hij wil door jou werken!
1. Ontvang zelf
2. Leef eruit
3. Draag veel uit
1. Ontvang zelf. Paulus schrijft deze brief als een speciale bemoediging voor zijn medewerker Titus. Titus was zelf geen Jood, maar kwam uit het Griekse volk. We lezen al in Handelingen dat hij een naaste medewerker van Paulus was. Paulus heeft een speciale brief geschreven met instructies voor Timoteus die in Efeze werkt, maar hij schrijft nu een speciale brief aan Titus, die op Kreta werkt. [dia 4] Een andere situatie, want op Kreta zijn eigenlijk nog geen kerken, terwijl in Efeze al jaren gepreekt is door Paulus. Hoe moet Titus nu een gemeente op gaan bouwen op dat eiland. Een eiland dat op een centrale positie ligt in de middellandse zee. Waar altijd al een grote Joodse gemeenschap was. Er waren we mensen die ook op het Pinksterfeest in Jeruzalem de apostelen hadden horen spreken over Jezus Christus, maar de gemeenten hadden nog geen stevige basis.
[dia 5] Als Paulus hem dan heel hartelijk begroet heeft, zegt Paulus dat hij hem achtergelaten heeft op Kreta om volgens zijn richtlijnen een aantal zaken te regelen. Hij moet zich dus houden aan wat hij van Paulus doorgekregen heeft, Paulus die het zelf van Christus had ontvangen. Het belangrijkste wat Titus dan moet doen, dat is dat hij in elke gemeente oudsten aan moet stellen. Zoals Paulus dat ook deed toen hij tijdens de eerste zendingsreis weer terugkwam in plaatsen waar een aantal christenen waren (Hand 14). Kijk, als er maar een paar gelovigen, zijn een aantal adressen, kunnen ze zelf hun dingen regelen en in een woonkamer bij elkaar komen. Maar zodra de kerk groter wordt, moet er meer afgesproken worden, moet er leiding gegeven worden, moet de kerk bewaakt worden tegen verkeerde invloeden. Deze oudsten die net de beginselen van het geloof kenden, moesten vooral zich houden aan de betrouwbare boodschap, die in overeenstemming is met de heilzame leer: de leer die gezond maakt, de leer die het eeuwige leven leert. Als zij die ontvangen, als zij daar sterk in komen te staan, kunnen zij ook op een goede manier de gemeente daarin voorgaan. Daarom: blijf dicht bij God!
Het is wel eens mooi om zo weer terug te gaan naar het eerste begin. Dat wij hier ouderlingen en diakenen hebben en elke keer weer nieuwe krijgen, dat is niet om de stoelen voor in de kerk vol moeten, of omdat toch iemand de dominee naar de preekstoel moet brengen. Je ziet hier heel duidelijk het doel. Deze mannen mogen zorgen dat de gemeente gebouwd wordt, dat we samen een goede kant op gaan, maar dat ook iedereen blijft bij het geloof, de hoop en de liefde. Daarmee staan ze in verbinding met Paulus: Paulus die zelf zegt, ik ben een dienaar van God, een knecht van Jezus: ik heb de opdracht om geloof, vroomheid en hoop door te geven. Hij heeft het doorgegeven aan Titus, die hij in alle warmte en waardering: zijn waarachtig kind. Dat leven dicht bij God moet weer verder door gegeven worden. Paulus kon dat omdat hij het ontving, Jezus riep Hem! Titus kon dat omdat hij het via Paulus had leren kennen. Je kunt nu als gelovige en als ambtsdrager het alleen doorgeven, als je het eerst ontvangen hebt. Als je blijft bij de zuivere boodschap.
[dia 6] Daarom mogen we eerst worden als een kind. Hou maar gelovig je handen op. Open je bijbeltje, luister naar de preken. Zoals Lynn ook van haar ouders het geloof weer mag ontvangen. We mogen als kinderen van de hemelse Vader bidden, dat zijn woord in ons mag wonen. Alleen zo konden de gemeenten op Kreta groeien, alleen zo kan de gemeente hier Heemse een gezonde gemeente zijn: dan gaan geen tradities, gewoontes, eigenwijsheden, eigenbelangen domineren en voorop staan. Maar dan is het levende woord, de levende omgang met de Here, de basis voor de opbouw van de gemeente. Dan mag je ook daaruit kracht putten als je te maken krijgen met moeite, tegenslag, ongeloof, afval, ziekte. Als je wakker ligt, of verdrietig bent: Je mag genade en vrede van God ontvangen. Laten we ons allemaal steeds eigen maken, en zo gelovig als kind aan Vaders hand gaan: juist ook als ambtsdrager.
[dia 7] 2. Leef eruit Je zou kunnen zeggen: als je maar weet hoe het moet, dan is het toch wel goed. Als je maar weet wat de boodschap van God is. Waarom nog dit twee punt: leef er ook uit? Paulus benadrukt tegenover Titus dat de mensen die leiding geven aan de gemeente zelf ook op een goede manier moeten leven. Juist op Kreta waren er mensen die de gemeente kapot maakten, doordat ze wel mooie praatjes hadden, maar er zelf niet naar leefden. Zeg gaan alle deuren bij langs, ze verzinnen van alles, handelen uit schandelijk winstbejag. Je kunt over hen lezen aan het eind van hoofdstuk 1. Ze keren zich van de waarheid af en volgen Joodse verzinsels. Ze zeggen dat ze God kennen, maar hun daden weerspreken dat. Zeg maar: ze doen alsof ze weten hoe het moet, maar ondertussen zijn ze alleen op zichzelf gericht en maken alles kapot. Weerzinwekkend, Paulus kotst ervan.
Daarom legt hij aan Titus uit waar hij op moet letten bij het aanstellen van de oudsten. Richtlijnen die hij ook aan Timoteüs had gegeven, maar wat aangepast aan de situatie waarin dus zulk hypocriet gedrag voorkomt. Richtlijnen die ook bij ons op tafel komen, als er talstelling is. Op deze mensen moet niet van alles aan te merken zijn, niet op hun huwelijk, als ze getrouwd zijn, niet op de manier waarop ze leiding geven aan hun kinderen. Hij moet Gods huis goed beheren. Als hij mensen erop moet wijzen dat ze niet eigenwijs moeten zijn, dat ze rustig moeten blijven, dat ze niet aangeschoten of dronken mogen zijn (twee consumpties is echt genoeg!), niet mogen slaan of schoppen of erger, en dat ze niet op hun geld moeten zitten, dan moet hij dat natuurlijk zelf ook niet zijn. Hij moet zelf het goede voorbeeld geven. Omdat je wil dat iedereen in de gemeente zo gaat leven.
[dia 8] Je geeft het goede voorbeeld, door niet alleen dingen niet te doen, maar andere dingen juist wel te doen (vers 8). Je bent gastvrij, als iemand aanbelt gaat de deur niet op een kiertje, maar wijd open. Als er nood is wel je niet lier van helpen. Je bent eerlijk richting iedereen, je zet je in voor je werk en treedt op een beheerste manier op. Dan stemmen leer en leven overeen, of je nu diaken of ouderling bent.
[dia 9] Maar ja … wie kan dat van zichzelf zeggen. Wie kan dan ambtsdrager zijn. Als we onszelf naast de lat leggen, wordt het wel heel lastig om dit helemaal uit te voeren. Maar Paulus schrijft dit niet alleen hier voor de ambtsdragers. Hij spreekt heel de gemeente aan aan het begin van hoofdstuk 2. Oudere mannen en vrouwen, jongere mannen en vrouwen, slaven. Een leven met de Heer, vraagt ook een leven in vroomheid. Maar … en het is alsof Paulus zelf ook even inhoudt, dat is … omdat Gods genade openbaar geworden is tot redding van mensen. Wie die genade ontvangt, vergeving van zijn zonde, de liefde van God, die mag bidden: Maak ons een volk, Heer, heilig en rein, dat u volkomen toegewijd zal zijn. Niet om de genade verdienen, maar omdat je de genade gezien hebt, mag je van die genade uitdelen.
Het betekent niet dat je als een heilige voor in de kerk zit. Als ouder betekent het niet dat jij alles goed doet voor je kind. Maar het betekent wel dat je weet wat genade is. Dat je op een eerlijke manier je fouten toe kan geven. Dat je laat zien dat je het ook anders wilt en bidt om de kracht van de geest om volgende keer wel goed te reageren. Soms kan het heel dichtbij komen: door pijn in de familie of in je gezin. Als kinderen niet meer geloven, als verhoudingen kapot zijn, als in het verleden dingen gebeurd zijn. Wie ben ik dan om bij anderen aan te bellen?
Ik hoop dat je dan juist ook de kracht van God krijgt. Dat je in je leven echt hebt mogen ontdekken wat genade is: dat we zelf zo vaak onze zwakheid zien en ermee geconfronteerd worden. Maar dat we de kracht van God mogen verwachten. Ik bid dat juist van die genade een getuigenis uit mag gaan. En laten we ook zo over elkaar leren praten: niet de verkeerde dingen benoemen, elkaar in een hoek zetten, maar laten we bij elkaar zien hoe het geweldig het is dat we allemaal geliefd zijn, gekocht door het bloed van Christus, die reddend is verschenen!
[dia 10] 3. Draag veel uit
Als er zo mensen aangewezen worden in de gemeente die voorop gaan. Niet uit eigen kracht, maar door wat ze ontvangen hebben. Mensen die trouw zijn aan Gods Woord, dan mag er veel gebeuren. Paulus zegt er duidelijk bij: dan ben je in staat om dwarsliggers terecht te wijzen. Het wil echt niet zeggen dat iedereen hetzelfde moet denken. Maar wel dat we ons allemaal houden aan wat God in zijn woord zegt. Dat is belangrijk op de vergaderingen van kerkenraad, classis en synode. We mogen ook bidden dat de synode daar op dit moment alle wijsheid voor krijgt, als er gesproken wordt over man en vrouw in de kerk. Je mag bidden dat je daar de kracht voor krijgt, op het moment dat je als ouderling iemand moet vermanen. Wanneer je niet komt met je eigen wijsheid, maar stevig geworteld bent in wat God vraagt, als Christus in je woont, dan mag je op een heel natuurlijke manier iets van Gods goedheid een ander voor houden. Om iemand te trekken naar de juiste weg: de weg die leidt naar de zaligheid, de weg van Jezus Christus.
Wanneer Gods woord rijkelijk in je woont dan ben je ook in staat om een ander te bemoedigen. Het goede onderwijs te geven. We leven in een maatschappij waar veel gaande is. Waar we allemaal druk zijn met veel dingen. Toch kunnen er soms dingen gebeuren die je leven stil zetten. Wat is het mooi als we dan aandacht voor elkaar hebben: door een kaartje, een tekst, een woord. Wat fijn als er dan iemand is die het voortouw neemt en met je de bijbel leest. Of gewoon namens de andere broeders en zusters vraagt of er nog wat kan gebeuren. Wat hebben we allemaal die bemoediging steeds weer nodig! ‘Een grote gemeente: maar de kalme gang, de kleine taak, is groot genoeg voor Gods zaak!’
Zo mogen we dan als gemeente samen op weg gaan. Je ziet hoe er gebouwd, gezaaid, geplant wordt. Iedereen krijgt daarin een plek en taak. In je gezin, in een commissie, praktisch, organisatorisch, als ambtsdrager. Laten we zo om elkaar heen staan. Helpen om het werk te doen. Bidden voor het werk van de ambtsdragers, bidden voor alles wat we zelf op onze eigen plek mogen bijdragen. Zo groeien we, elk op onze eigen plaats, toe naar ons hoofd Jezus Christus. Hij die ons allemaal samen bindt als broeders en zusters. Dat Hij door zijn Geest ons daar het geloof in wil geven en ons eenmaal wil invoegen in die menigte die niemand kan tellen. Als hopen zien wordt, als we de volmaakte troost zullen ontvangen. God heeft het belooft: Ik houd mijn kerk in leven. Laten we met elkaar vast daarop hopen en uit de hoop ook leven. Amen