Psalm 63 – God, u bent mijn God!

juli 25, 2016

Preek Heemse, 24 juli 2016

Tekst: Psalm 63

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Eindelijk is het zomer! Wat is het heerlijk als je kunt genieten van het mooie weer. De zon die schijnt, verkoeling van het water. Lekker een ijsje als het echt heel warm is. En wat is het dan mooi als je het maïs of graan ziet wuiven in de wind, als je het water door de Vecht ziet stromen, als je een vogel in de lucht ziet zweven of in de avond de zon op een schitterende manier ziet ondergaan, met misschien wel een luchtballon in de verte. Als met mensen die je dichtbij staan kan genieten van samen sporten, zwemmen, fietsen, BBQ’en, wandelen, een uitstapje of wat je deze dagen ook maar met elkaar onderneemt.

Lukt het ook om dat leven in zomertijd te verbinden met God? Niet voor niets komen we de eerste dag van de nieuwe week bij elkaar in de kerk. Staat dit moment dat we hier met elkaar zingen en luisteren los van de rest van week, of kun je binnen de kerk en buiten de kerk met elkaar verbinden? Staan de zondag en maandag met elkaar in verbinding en in één lijn, of ben je een zondags christen en vergeet je God als je de kerk uit bent? Of kun je zeggen: Mijn ziel hangt geheel aan U, o Heer!

 

[dia 2] Vanuit Psalm 63 ontdekken we dat het voor David niet vanzelfsprekend is om steeds die eenheid en verbondenheid met God te ervaren. Zelfs voor David niet! Je kunt nog zo dicht bij God leven, ieder zal wel momenten van eenzaamheid en vragen kennen. Wat kan het pijnlijk zijn als je juist in de zomerperiode zelf met veel moeite te maken hebt. Aan de warmte van de zon zit ook een keerzijde. De zon is mooi en fijn, maar je moet je er wel tegen insmeren, anders verbrand je. Als het zo heet is, moet je wel goed water drinken anders verga je van de dorst. Als de zon de hele dag brandt op het land, dan wordt het land helemaal droog. De plantjes verdorren onder de hitte van de zon.

David is op dit moment in de woestijn. Hij wordt vervolgd door zijn vijanden staat er in vers 10 en 11. Ze staan hem zelfs naar het leven, ze leveren hem uit aan het zwaard. Hij is op de vlucht, waarschijnlijk gaat dit over de situatie dat Saul hem achtervolgd. En dan moet hij in het eigen land, dat mooie beloofde land, op de vlucht slaan. Ook het beloofde land bestond niet alleen uit wijnstokken en vijgenbomen, maar kende gebieden waar het droog was en waar de woestijn was.

Dan roept David het uit: God, u bent mijn God! Een belijdenis dat hij echt wel geloofd in de Here God, maar na die gelovige woorden laat hij zien, dat hij zich voelt net als het droge en dorstige land van de woestijn. Hij dorst naar God, hij smacht naar God. Zijn binnenste smacht ernaar, maar ook zijn lichaam. Zijn ziel en lichaam vormen een eenheid, zoals vandaag je lichaam verteert kan worden door verdriet of je juist uit verlangen en leegte je verdriet probeert weg te eten of drinken. God is heel ver weg, voor zijn gevoel. Als hij zo op de vlucht is. Als hij het zo moeilijk heeft. God zie hoe mijn ziel en lichaam smachten!

Zo kun je je ook vandaag alleen en eenzaam voelen, verlaten en aangevochten, de weg kwijt en vol verlangen en vragen, vragend en niet wetend waar je heen moet. Dat het voelt alsof je in de woestijn bent. Waarom, mijn God, deze ziekte? Waarom, mijn God, kwam nu al zijn of haar einde hier op aarde? Waarom, mijn God, die spanning als het gaat over de liefde? Waarom, Heer? Hoort u niet mijn vragen over die jongen? Waarom geeft u die zorgen over dat meisje? Of je nu jong bent of oud, wat kunnen soms vragen je leven beheersen en misschien juist wel in deze tijd door je hoofd spoken. Wat een droogte kun je soms ervaren. Wat kan de zon dan branden … dat je lichaam hunkert, dat je ziel smacht, dat je God zoekt.

 

[dia 3] Maar dan denkt David terug aan dat moment dat hij het heiligdom van God bezocht. De tabernakel waar God de offerdienst had ingesteld. Waar je de priesters kon horen praten. Waar je de geur rook van vlees dat op het vuur lag en het bloed van dieren. Waarvan hij wist dat de ark stond in het in het allerheiligste. Hij zegt: in dat heiligdom heb ik U gezien! Uw macht en majesteit!

Wat heeft David dan gezien? Want de tabernakel was toch niet God zelf? Er zijn godsdiensten die zo in elkaar zitten dat je op bepaalde heilige plaatsen of door bepaalde heilige handelingen heel dicht bij God kan zijn. Er zijn mensen die door de geweldige muziek in de kerk, of door de sfeer van een kerkgebouw of door de mensen die er zijn het gevoel hebben dat God heel dichtbij is. Maar er zit een verschil tussen God kennen en religieus zijn. Ik las ergens dat iemand vertelde over een kind dat Pasen had gevierd en toen gevraagd werd wat gevierd werd zei: pasen is het feest van paaseieren. We hebben bepaalde gewoontes nodig, maar ze moeten niet God in de weg gaan staan. God zegt in Psalm 50: denk je dat Ik echt jullie offers nodig heb? Ik die alles gemaakt heb? Zo zal Hij ook zeggen: Denk je echt dat Ik jullie liederen en muziek nodig heb? Alsof Ik zelf die muziek niet nog veel mooier, met hemelse klanken kan maken!

David verlangt niet zozeer naar het heiligdom, maar naar wat hij daar gezien heeft. Hij heeft God zelf gezien, zijn macht en majesteit aanschouwt. En dan met name Gods liefde ontdekt: het woord voor liefde dat hier gebruikt wordt is het woord voor genade, goedheid, liefdevolle toewending. Een liefde die meer is dan het leven, zegt David. Je kunt een dorst en verlangen hebben naar een volmaakt leven op aarde. Een leven dat echt goed is: met een tuin, een park, een stukje natuur waar je heerlijk kan genieten, een vakantie die top is, goede relaties, genoeg geld om zonder zorgen te kunnen leven. Echt een goed leven. Maar David zegt: ik heb iets gezien dat meer is dan het leven! Dat veel meer waard is dan een goed leven… Ik heb U gezien en leren kennen! En dan wel uw liefde: U laat in de offers die gebracht worden zien dat U mij niet alleen laat, dat U mij niet laat uitdrogen. U wilt in de zwartste nacht het daglicht laten doorbreken. U laat me niet wankelen, maar wil vrede in mijn hart geven. De liefde die God uiteindelijk heeft laten zien door zijn eigen Zoon te geven voor onze zonden. God zag de droogte hier op aarde: hij gaf het liefste wat Hij had. Jezus ging voor ons aan het kruis, en Jezus riep: ik heb dorst. Waarom verlaat U mij God?! Zodat wij nooit meer door God verlaten zullen worden en onze geestelijke honger en dorst gelest kan worden. Dwars door de dood heen zal Hij ons nu leiden en vasthouden!

Ik hoop dat je die goedheid in je leven ook hebt leren kennen, die liefde die meer is dan het leven. Dat is niet gekoppeld aan een kerkgebouw, bepaalde muziek, smaak of de dingen die je gewend bent. Zelfs als wij eens verwijderd zouden zijn van de gemeente van God, als je een tijdje geen doop of avondmaal zou kunnen gebruiken, als je vervolgd wordt of als het moeilijk is: dan hoeven we nog niet te leven zonder God. Deze God wil elke dag bij je zijn: dat had David geleerd. Zelfs in de woestijn van Juda, in de droogte, mag hij geloven dat God hem nabij is! Laten we zelf ook zorgen dat ons geloof maar niet een gewoonte is, maar een dagelijks zoeken van en leven met de levende God!

 

[dia 4] Want dan kan David ook beschrijven hoe dat leven verbonden met God eruit ziet. Wat gebeurt er als zijn geestelijke honger en dorst gelest zijn. Hij heft zijn handen tot de Heer: Hij gaat  bidden. Hij legt zijn dank en moeite bij God neer. Zoals wij als we verbonden met God zijn ook niet moeten ophouden te bidden en te danken maar onze dagelijkse nood, zonde, blijdschap en vreugde bij God neer mogen leggen.

En als je ’s nachts een keer wakker ligt? David zegt: liggend op mijn bed, denk ik aan U. Noem dan maar zijn naam in je gebeden. Of vind rust door te luisteren naar een lied als psalm 63 of Stil mijn ziel wees stil …. Dat je rust en vertrouwen krijgt om je vragen echt bij God neer te leggen en het vertrouwen te hebben dat Hij alles goed zal maken. Dat je bij Hem in goede handen bent.

David noemt dat: juichen in de schaduw van uw vleugels. Als een jong kuikentje gevaar ervaart schiet het instinctief snel onder de vleugels van de moeder. Een plek van bescherming tegen de gevaren. Een plek van schaduw tegen de brandende zon. Als de zon brandt in je leven, mag je zo schuilen onder de vleugels bij God. Zoals Psalm 91 ook zegt: zalig wie schuilt in de schaduw van de allerhoogste. Een volgende keer als de zon te fel is en je zoekt de schaduw op, denk dan maar aan dit beeld: wie zijn leven bergt bij God, mag merken dat er koelte en verademing komt. Dat je hitte en felheid van de zon, van de last in je leven iets af mag nemen.

Ja David kan het zelf noemen: mijn ziel wordt verzadigd van uw overvloed. Kijk hier hebben we precies het tegenovergestelde van dat je smacht, dorst, honger hebt, verlangt …. David is verzadigd. Hij is gevuld. Het zien van God, van de God die de wereld draagt in zijn handen heeft hem rust gegeven. Daarmee zijn de problemen nog niet in één keer over en weg, maar hij weet wel waar hij het neer mag leggen. Dat is het ook verschil tussen je rust zoeken in God of dat je het zoekt bij iets of iemand anders. Wie een rust zoekt in het leven zelf, niet in de goedheid van God die beter is in het leven, zal steeds weer opnieuw verlangen: wie een ton heeft gevonden om zijn leegheid te vullen, zal niet snel tevreden zijn maar een miljoen willen. Wie zijn problemen wil vergeten door een fantastische vakantie, zal snel weer op vakantie gaan. Wie probeert zijn vragen en verdriet weg te eten of weg te lachen, krijgt de leegheid net zo hard weer terug. Maar wie God leert kennen: zijn goedheid, zijn geborgenheid, die mag een rust over zijn geest en ziel voelen neerdalen die alles te boven gaat. Mag gevoed worden door het levende brood en zijn dorst mag gelest door het levende water. Die zal  best wel eens aangevochten zal worden, (ook in Davids beloofde land is soms nog woestijn!), maar die zal uiteindelijk volmaakt zijn op de nieuwe hemel en aarde, waar nooit meer dorst zal zijn!

Daar mogen we aan Gods hand naartoe gaan. David noemt het ook: uw rechterhand houdt mij vast. Gods hand die alles gemaakt heeft, die hand pakt de hand van David. Onder de David zijn de eeuwige armen van God. God die niet los laat het werk van zijn handen. Hij mag gaan aan de vaderhand van God: bij de beproevingen, zorgen en onzekerheid van morgen, is Hij het die zijn hand naar je uitstrekt en je meeneemt en leidt.

[dia 5] Ik hoop dat er veel zomerse en mooie dagen komen, de komende tijd. Dat je echt mag genieten van alles wat God geeft. Maar vooral hoop ik dat je vanmorgen, doordat we deze Psalm van David gelezen hebben, steeds weer opnieuw de dingen die je meemaakt en ervaart, waar je van geniet en waar je mee worstelt, kunt verbinden aan God. Dat de eerste drie Hebreeuwse woorden: God, u bent mijn God! Ook jouw woorden mogen zijn: zodat je kan zeggen ‘mijn ziel hangt geheel u aan, o Heer’. Heel mijn leven, al mijn gedachten, al mijn woorden, al wat ik denk en wat ik voel: laat het met uw verbonden zijn. Want ik heb u goedheid leren kennen en wil niet anders dan dat uw goedheid mijn ziel, mijn lichaam, mijn leven vervuld! Totdat de dag komt dat ik helemaal vol zal zijn van U: als u alles zult zijn in allen. Ik hoop dat je het van harte na kan zeggen: God, u bent mijn God …. Amen

 

Liturgie Heemse 24 juli 2016, morgendiensten ; Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Gz 158 – Als een hert … (staande)

Wet

Zingen Psalm 84:1 en 6

Gebed

Lezen en Tekst Psalm 63

Zingen Psalm 27: 3 en 4

Preek

Zingen Psalm 63: 1,2 en 3

Gebed

Collecte

Zingen Opwekking 717 (Stil, mijn ziel, staande) (alternatief: Gz 166:1,2 en 4)

Zegen en gezongen amen (staande)


Gen 16 – Lachai Roï – De Levende ziet naar mij om!

augustus 31, 2015

Preek gehouden te Heemse, 16 augustus 2015
Tekst: Gen 16:13

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Lachai-Roï, dat staat op een huis ergens in Drenthe. Een aparte naam voor een huis. Lachai-Roï, dat wil zeggen: ‘de levende ziet naar mij om’. Een naam die iemand gekozen heeft, omdat hij Genesis 16:14 kende. De Here zag Hagar daar in de woestijn, bij de put, en Hagar zei: nu ziet de levende naar mij om. Zo noemde ze de put toen. Maar kennelijk heeft iemand gedacht dat vind ik zo mooi, dat zet ik op mijn huis. Ik weet niet waarom het erop staat, maar misschien heeft iemand wel lang naar een huis moeten zoeken en was hij blij dat hij eindelijk een plekje had om te wonen; misschien was er wel moeite om een kind te krijgen; heeft iemand zich heel alleen gevoeld; waren er andere zorgen. Wat kun je soms een vragen aan God hebben, kan je geduld op de proef gesteld worden. Kan er een moeite zijn door ziekte, of door een groot gemis of een overlijden in je leven. Dat je echt niet begrijpt waarom de Here deze weg met je gaat.
Wat is het dan mooi als je mag merken dat de Heer je toch niet alleen laat. En nog mooier dat je dan zegt: iedereen mag het weten. De Heer is niet dood. Nee, Hij is de levende en Hij ziet naar mij om. Ik zet het zelfs op mijn huis. Woorden die Hagar eerder gebruikt had. Want wat had zij wonderlijk mogen ervaren dat de Heer er voor haar was. Dat God, ook al ga je soms eigen wegen je niet loslaat. Wat is de God van het God groot, en trouw, als hij zich aan ons verbindt. Als Hij zijn beloften geeft, zoals ook vanmorgen in de doop weer zichtbaar mag worden.
De Levende ziet naar je om!
1. Zelfbedachte wegen lopen dood
2. Dan lijkt God soms ver weg
3. Toch ziet Hij in zijn trouw naar je om

1. Zelfbedachte wegen lopen dood. Als we deze gebeurtenis uit de Bijbel goed willen begrijpen, zullen we meer moeten doen dat het lezen als een familiegebeurtenis in een bepaald gezin. Een gezin waar verdriet is over kinderloosheid. En wat kan kinderloosheid veel verdriet geven. Wat kun je je zelf dan soms horen bidden. Wat lijkt de hemel dan soms gesloten. Maar er is hier meer aan de hand dan verdriet van Saraï en Abram omdat ze geen kinderen kunnen krijgen. Om dit verhaal goed te lezen moet je zien dat het deel uit maakt van een serie verhalen, waarin God de mensheid naar de zondevol en de torenbouw opzoekt. Dat Hij één man uitkiest, daar een volk uit gaat maken, waardoor uiteindelijk alle volken op de wereld gezegend zullen worden. God is bezig de verlosser te brengen. Dat zal gaan via de lijn van Abram en Saraï. Maar al in hoofdstuk 11 is gezegd dat Saraï kinderloos is. Abram had al een zelfbedachte weg gekozen door te zeggen: Eliëzer moet mij maar opvolgen. Maar de Here keurt dat plan niet goed. Abram moet zelf een zoon krijgen. En God herhaalt nog een keer de beloften van een groot land, van een groot nageslacht. Mooie woorden, maar wat ziet Abram ervan. Zoals geloof soms wel vol lijkt van mooi woorden, maar wat heb je er nu echt aan: als er pijn in je leven is, als je al zolang wacht. Als je weer die teleurstelling hebt op je werkt of de problemen na de vakantie nog niet opgelost zijn.
Dan denkt Saraï ik verzin zelf wel een plan. Ik ga zorgen dat er toch in dit geslacht van Abram een zoon komt. Ze heeft een slavin, iemand uit Egypte, met de naam Hagar, de zwervende. Als Abram nu eens bij haar een kind verwekt. En Hagar baart dat kind op de schoot van Saraï, dan geldt dat volgens oosters recht als kind van Abram. Hagar stemt in met het plan. Ze wordt draagmoeder voor Saraï. Er is wel eens een boek geschreven iemand die dat ook moest doen voor een rijke vrouw: ze bedoelde het goed, maar wat werd het moeilijk. Die vrouw praatte de hele tijd over ‘haar’ baby, terwijl het je eigen baby is. En dan het moment van afscheid nemen, het aan die rijke vrouw geven. Het niet echt je eigen kind mogen noemen. Vreselijk om dat als vrouw mee te maken.
God geeft ons ook allerlei beloften: bij de geboorte van een kind, bij een huwelijk, bij je werk in de kerk, bij jongeren die belijdenis doen. Je krijgt zijn zegen mee. God wijst je een weg die goed is. Een weg van trouw aan Hem, toewijding aan Hem, aan elkaar. Maar soms zeggen we: ja, God wijst wel een weg, maar ik mag toch ook voor mezelf kiezen, ik mag toch God wel een beetje helpen, God wil toch ook het goede. En dan kiezen we als het gaat om huwelijk, scheiding, liefde, homofilie soms toch een eigen weg. Een weg die de Here dan maar goed moet vinden. En uiteindelijk lopen we dan Hem voor de voeten. Kiezen we de weg (om het met Paulus te zeggen) van de natuur, van het vlees, van ons eigen begeren, in plaats van het te verwachten van de genade en liefde van God.

2. Dan lijkt God soms ver weg. Hagar en Saraï hadden zo ook hun eigen plannetje bedacht. Abram had er mee ingestemd. Maar zo’n moment, zo’n keuze in eigen wijsheid, zonder de Here kan tot vele jaren verdriet leiden. Hagar raakt zwanger. Ze is trots als een pauw. Zij voelt zich kostbaar en zelfs meer dan die onvruchtbare Saraï. Daaraan doet ze verkeerd. En bovendien voelt Saraï zich zo gekwetst dat ze Hagar vernedert: ze wordt weer een lage slaaf, of misschien heeft ze haar zelfs wel geslagen. Het verhaal vertelt het niet precies, maar het wordt Hagar te heet onder de voeten. Ze vlucht de woestijn in, naar het Zuiden. Een noodsprong: want hoe kon ze ooit overleven in de woestijn, wat moest je zonder beschermheer beginnen. Hoe kon ze ooit ergens iets beginnen met haar kind, want een ongehuwde vrouw had geen toekomst als ze al een kind had.
Ja, het is een heel andere tijd dan vandaag. Men leefde in families, in bepaalde clans, met slaven, met knechten. Abram had zomaar meerdere vrouwen. Kennelijk had hij heel wat van de cultuur van Ur meegenomen. Maar daarmee is deze manier van leven niet zoals de Here het bedoeld had. Niet zoals in Gen. 2 staat, dat een man en vrouw elkaar trouw moeten zijn. Niet zoals de Here het later in zijn wetten ook verder uit zal werken.
Zo lijdt Hagar onder de voeten die door Abram en Saraï gemaakt zijn. Zal ze zich eenzaam gevoeld hebben in de woestijn. Zal ze veel vragen gehad hebben. Zou God haar nog wel zien. Of zou God haar, na zulke keuzes alleen laten, alleen een weg laten zoeken. Moet ze het nu zelf maar doen zonder de Here, nu er zoveel is misgegaan.
Zo kun je je zelf soms ook eenzaam voelen. Als je wel graag de Here dichterbij zou willen voelen, maar je je schuldig voelt over de dingen die in je leven gebeurd zijn. Als je zelf ook die momenten van onbedachtzaamheid gehad hebt. En laten we eerlijk zijn: wie heeft die niet gehad. Dat we zondig zijn, is toch niet iets wat we alleen maar zeggen. Je loopt er steeds weer tegenaan. Een verkeerde keuze. Ontrouw in het leven met de Here. Menen het zelf wel te kunnen redden. Gebrek aan geloof. Vastlopen in je vragen over je kinderen, je huwelijk, je kinderloosheid. Je omgang met seksualiteit. God voelt soms zover weg. Alsof Hij je vergeten is. Alsof Hij het gebed niet hoort.

3. Toch ziet Hij in zijn trouw naar je om. Maar kijk eens naar wat er dan gebeurt met Hagar. Luister eens wat de engel zegt. Voel die hand eens op de schouder. De engel van de Heer, de bode van God komt naar Hagar toe. Naar die vrouw die wegliep, die het niet meer wist. Zoals God in Jezus Christus in zijn genade later zelf naar ons toekwam. Hier mag je zoals op meer plaatsen in de bijbel waar de engel van de Heer genoemd wordt iets van Jezus Christus zien. God is haar niet vergeten: God heeft juist heel de weg gezien. Gezien hoe het fout was wat Abram en Sara met haar deden.
Hij roept haar eerst wel tot verantwoording, tot zondebesef: weet ze wat ze gedaan heeft. God vraagt van ons dat we eerlijk zijn over onze situatie. Dat we weten waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. Hagar zegt het: ‘Ik ben gevlucht voor Saraï mijn meesteres.”. God stuurt haar weer terug daarheen. Maar Hij geeft wel een belofte. Ze zal een gezonde zoon krijgen. Ze zal een groot nageslacht krijgen. Vaak wordt bij het nageslacht van Ismael aan de Arabieren gedacht, aan de Moslims. Dit is wel niet de lijn die de Here uitkiest, waar hij verder mee werkt, maar zij zullen ook delen in de zegen. Maar het is wel de weg van de natuur, van de eigen werkzaamheid. De redding zal komen door die zoon die Sara later zelf zal krijgen: via Isaak. Hij is ook nodig voor de verlossing van Hagar en haar nakomelingen.
Voor Hagar is er weer een toekomst. Bij Abrams tenten. Al zal het nog een keer straks misgaan, als haar zoon groot is en Isaak besneden worden. Maar de Here heeft haar niet vergeten. Heeft haar niet aan haar lot overgelaten. Hoe moeilijk haar situatie ook is.
Zo wil de Herre ook steeds naar ons omzien. Hij is de God van genade. Soms vraagt dat geduld. Is het lang wachten. Lijkt onze weg wel dood te lopen, of kiezen we die doodlopende weg. Maar dan is daar de Heer, die niet afgaat op onze daden, maar op zijn beloften. Die zijn eigen Zoon gegeven heeft, Jezus Christus.
Zo kan Paulus hier later ook op teruggrijpen: Leven van genade. Niet van de wet! Niet van eigen prestaties of inbreng. Maar van de genade die God belooft! Laten we steeds weer het van die genadige God verwachten: Hij die naar je omziet!
Amen.

 

Liturgie Heemse 16 augustus 2015; 9.00u en 11.00u; 9:00u – Dopen Mila Pullen

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 105:1 en 5 (staande)

Wet

Zingen Psalm 32:1 en 3

Gebed

Lezen Genesis 16

Lezen Galaten 4:21-31

Zingen Gezang 47:1,3,6 (Mijn ziel verheft Gods eer)

[9:00 Doop Mila Pullen – Formulier 3, Harderwijk 2011 – Zingen Opwekking 518, staande (Heer, U bent altijd bij mij]

Tekst Genesis 16:13

Preek

Zingen Lied 429 – Wie maar de goede God laat zorgen

Gebed

Collecte

Zingen Psalm 27:3 en 7 (aangekondigd na de collecte, staande)

Zegen en gezongen amen (staande)


Preek – God schenkt door rust nieuwe kracht

juli 12, 2015

Preek gehouden in Heemse, 12 juli 2015
Tekst: Leviticus 25:1-7
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Stel je voor dat we in 2016 een sabbatsjaar zouden houden, jongens en meisjes. We poten geen aardappels, zaaien geen graan. Wat zouden de velden dan leeg zijn! Geen mais, geen gerst. Heeft de bakker dan nog wel meel om te bakken, of raakt het brood dan op? Krijg je dan ’s avonds nog wel warm eten? Ligt er bij de Spar dan nog we fruit en groente in het schap? Loopt dan alles niet helemaal in het honderd? Kan jullie huis dan nog wel betaald worden? Is er dan nog wel geld om kleren te kopen?
[dia 2] Toch is dit wat de Israëlieten eens in de zeven jaar moesten doen. We hebben het gelezen in het boek Leviticus. En laten we eerlijk zijn: was het misschien ook niet best prettig voor de Israëlieten. Ik weet niet hoe jij het deze week vond dat je niet naar school hoefde, geen wekker hoefde te zetten, geen huiswerk te maken. Gewoon lekker even een tijdje ontspannen. Doen wat je leuk vindt. Voor u als volwassene is het misschien ook wel eens een tijdje lekker: geen klus die nog snel af moet, niet weer de hele dag bij de chagrijnige collega, geen klanten die lopen je achter de broek zitten. Er hoeft even niets. Ik hoop dat je de vakantietijd zo kunt ervaren: je kunt gewoon genieten, genieten van wat er om je heen is, van je familie, van de natuur, en je plukt een heerlijke vrucht van de boom, die er vanzelf aangroeit: het lijkt wel even het paradijs op aarde.
Vanmorgen letten we erop waarom God de Israëlieten in Leviticus niet alleen leert hoe ze feesten moeten vieren, offers moeten brengen, maar waarom hij hen ook duidelijk maakt dat het goed is als het land eens in de zeven jaar een jaar rust krijgt. Waarom dat een manier is om het land aan de Heer te wijden.

[Dia 3] Neem rust om nieuwe kracht te ontvangen
1. Dat is goed voor jezelf
2. Dat is goed voor de schepping
3. Dat is goed voor je naaste

[dia 4] 1. Dat is goed voor jezelf
Het is bijzonder hoe de ordening van zes om één steeds weer terug komt in de Bijbel. God had de wereld op die manier gemaakt. Zes dagen gewerkt, Hij had alles gemaakt, om daarna op de zevende dag te rusten van het werk. Hij gaf dat dan ook als opdracht aan zijn volk om zes dagen te werken, maar ook één dag te rusten. Ze waren zelf slaven geweest, dus ze moesten zichzelf en hun knechten en vee niet een nieuw slaven bestaan opleggen. Maar net voordat ze het land ingaan maakt de Here duidelijk dat ze ook het land een periode van rust moesten gunnen. Ook het land het recht op z’n rust, eens in de zeven jaar hoefde het niet de oogst te dragen. Het moest na zes jaar niet opnieuw ingezaaid worden, al zou er dan nog best wel wat opkomen van het jaar daarvoor. De wijnstok mocht niet gesnoeid worden, zodat er een enorme wilde bos aan takken zou komen en veel minder vruchten.
Je kunt begrijpen dat de mensen bezorgd waren. Zou dat wel goed komen? Maar God zegt: Ik zal er voor zorgen dat er genoeg te eten is. Zelfs als je na de zevende keer, na het 49ste jaar het land nog een jaar rust moet geven omdat het jubeljaar is, zal Ik zorgen dat je genoeg te eten hebt. De Here probeert hen te leren dat het eten niet afhankelijk is van hun eigen harde werken en inspanningen, maar dat ze dat van Hem krijgen. Net als het manna in de woestijn. Ook al was er geen manna voor de zevende dag, toch zorgde de Here ervoor dat je te eten had: op de zesde dag bleef het eten een dag langer goed. Zoals ze in hun zwervende, nomadenbestaan in de woestijn sterk afhankelijk waren van de Heer, zo zouden zij in het nieuwe land ook afhankelijk blijven van de Heer. Het is in aansluiting hierbij dat de Here Jezus zegt: maak je geen zorgen voor de dag van morgen, over wat je zult eten of over wat je zult drinken. Kijk naar de bloemen, kijk naar de vogels. Ik zorg voor je.
[dia 5] Soms kunnen wij het idee hebben dat we steeds maar moeten werken en werken. Je werkt wat harder krijgt een flinke bonus, maar tijd om te genieten heb je niet, want je bent alweer op weg naar de volgende bonus. Wat kan het voor kleine ondernemers of agrariërs lastig zijn om soms rust in te lassen als je steeds de druk van het bedrijf op je schouders voelt. Wat kan in jonge gezinnen het gezinsleven onder druk komen te staan omdat beide ouders veel aandacht voor werk nodig hebben. En ook hoor je soms dat iemand toch maar op zondag, op de rustdag gaat werken, ook al is het geen werk dat per se op zondag hoeft: anders lukt het toch allemaal niet. Je kunt bezig zijn met de ratrace: steeds hoger willen eindigen, steeds meer succes willen hebben, je constant met anderen vergelijken. En waarom? Het zit diep in ons dat we denken zelf wel iets te kunnen maken en presteren. Je voelt je goed om wat je gedaan hebt, je voelt je goed omdat anderen zien wat jij presteert.
God keert het om! Hij laat zien dat je alles uit zijn hand ontvangt. Dat Hij voor je zal zorgen. Dat je rust mag vinden, omdat Hij je wil helpen. Juist degene die op zondag de rust neemt die de Here van ons vraagt, mag daardoor weer op krachten komen. Genieten van die dag, van zijn gezin, tijd maken voor de Heer. Even leven zoals het bedoeld was in het paradijs en zoals het straks zal zijn. Een voorproefje van de eeuwige sabbat. Tijd nemen om met de Heer te leven. Zo mocht de kleine ondernemer in Israël een sabbatical nemen: even van afstand naar zijn werk kijken, even weer ontdekken waar je het allemaal voor doet, weer de afhankelijkheid van de Heer ervaren.
Ik ben ervan overtuigd dat we wanneer we de wekelijkse rustdag in acht nemen, wanneer we onszelf op langere termijn ook niet overvragen, dat dat uiteindelijk goed uitpakt voor onszelf. Ons leven is niet pas geslaagd als we de hoogste positie in het bedrijf hebben, een uitvoering geven in de het Concertgebouw of een gouden medaille halen met de sport. Ons leven, ons werken is geslaagd, als we op de plek waar we zijn en geplaatst zijn met plezier onze gaven kunnen gebruiken. In een goed evenwicht van inspannen en ontspannen, druk zijn, maar ook genieten.

[dia 6] 2. Dat is goed voor de schepping
Ook in andere landen kwam het wel voor dat men het land braak liet liggen. Het was niet typisch iets van Israël. Wij verbouwen hier ook niet alle jaren dezelfde producten op de akkers, wisselteelt noemde mijn buurman dat gisteravond nog. Toen er geen sprake was van kunstmest was die afwisseling ook belangrijk. Al kende men in het beloofde land, in Kanaän ook wel heel vruchtbare streken. Waar elk jaar weer veel gewassen opkwamen, ook al zaaide je niet. Denk aan de vlakte van Jizreël of het bergland van Galilea.
God wil dat de Israëlieten zo op een goede manier met het land omgaan. Ze moeten de schepping niet uitbuiten, zodat er na één generatie geen voeding meer in de grond zit. Zodat hun kinderen en kleinkinderen bijna geen opbrengst meer zouden hebben. Ze moeten als goede beheerders, goede rentmeester voor de schepping zorgen. Het land moet niet kapotgemaakt, maar net als zij zelf recht hadden op rust in het zevende dag, had ook het land recht op rust in het zevende jaar.
Het is de vraag hoeveel ervan gekomen is. We lezen in II Kronieken 36:21 dat de Heer Jeruzalem laat verwoesten en dat het volk weggevoerd wordt. Dan staat er: Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren. Wanneer het volk zelf niet luistert naar de Heer, zal God ze straffen en zorgen dat het land toch de rust krijgt. Bij Nehemia, als het volk teruggekeerd is lezen we (Neh 10): Ook zullen wij de waren en de verschillende graansoorten die de bevolking van het land ons op sabbat te koop aanbiedt niet van hen kopen, op sabbat noch op feestdagen, en elk zevende jaar zullen wij het land braak laten liggen en alle schulden kwijtschelden.
En inderdaad later lees je dat men dit gebod wel houdt. Toen Jeruzalem belegerd was, was het een keer extra moeilijk voor het volk om stand te houden omdat het ook nog een sabbatsjaar was. Ook in de moderne staat Israël probeert men op bepaalde manier toch recht te doen aan deze wetten: ik vond op internet allemaal voorschriften van wat je dan wel en niet mocht verbouwen, kopen en doen. Ook een mooi verhaal van een wijnboer, die tegen alle adviezen in een jaar niet voor zijn jonge wijngaard ging zorgen: wat gebeurde? Het jaar ervoor was de opbrengst veel groter en zijn wijnen kregen een belangrijke prijs!
Maar wees niet ongerust dat ik pleit om dit weer in te voeren, wij hebben Christus leren kennen. Nu geldt deze wet niet meer voor ons, maar we kunnen er wel van leren! Art. 25 NGB zegt: je kunt van de wetten in het OT wel leren hoe je je leven in alle eerbaarheid kan inrichten tot zijn eer.
Duidelijk is dat God niet wil dat we de aarde uitbuiten. Hoe gaan u, jij en ik om met de schepping? We leven in een tijd dat de aarde enorm is uitgebuit. Om het met de Paus te zeggen: ‘Nooit eerder hebben we ons gezamenlijke huis zo mishandeld en verwond als in de laatste twee eeuwen.’ Hij wijst op de wegwerpcultuur, de biodiversiteit, de waterproblematiek. Wat is het belangrijk om de voorraden olie en gas niet op te maken, om niet eindeloos land te kappen, om niet zomaar water en energie te verspillen. We zijn rentmeesters: laten we dan ook oog hebben voor de natuur, voor de dieren, voor de vogels. Niet zomaar het water verkwisten en de kraan onnodig door laten lopen als je je tanden poetst. Dat je je afval scheidt. Niet onnodig de auto gebruiken. Dat je gebruik maakt van groene energie. Het lijkt een druppel op de gloeiende plaat, maar het is een druppel in de zee. Wat is er de laatste jaren al veel ten goede gekeerd. Juist als christenen mag de zorg voor de goede schepping hoog bij ons in het vaandel staan!

3. Dat is goed voor de naaste
Wat gaat er mis, als je steeds maar doorgaat met werken. Als je geen oog hebt voor de rust die de Here ons leert? Als je ’s avonds moe op de bank zakt? Als je alleen woont ga je misschien maar steeds door, als je getrouwd bent, komt de aandacht voor elkaar onder druk te staan. Krijg je als kind misschien het idee: papa en mama waren er nooit voor mij en de opvoeding, de belangrijkste taak die je van de Here gekregen hebt, komt steeds meer in de verdrukking. Wat doe je voor de weduwe bij jou in de straat, hoeveel oog hebt je voor die man of vrouw die eenzaam is of een beperking heeft?
Wat gaat er mis als we niet zorgzaam met de schepping omgaan? Wij hebben misschien het geld om hogere dijken te bouwen bij klimaatverandering, om onze landbouw aan te passen. Maar hoeveel mensen lijden niet onder de gevolgen van het stijgende water, van de uitbuiting van de aarde, het kappen van grote bossen. Wanneer wij een te grote voetstap zetten op onze planeet, zijn er anderen die verderop er onder lijden.

Wie heeft er wat aan dat je een jaar de akker niet bebouwd en niet oogst? Het wordt duidelijk dat de armen nu meer te eten hebben. Zij mogen ook eten van wat er spontaan opkomt of aan de wijnstok groeit. Bovendien mag in dit jaar de arme niet geprest worden om toch zijn schuld bij je te betalen. Zijn schuld wordt een jaar uitgesteld, omdat iemand dit jaar ook niet veel mogelijkheden had om veel inkomsten te verwerven.
Heel de wetgeving in Israël is erop gericht dat er geen armen zullen zijn! Wat is dat ook belangrijk in het gemeentezijn van vandaag. Dat we de diaconie ondersteunen en mogelijkheden geven om hun werk te doen. In de eerste gemeente had men alles gemeenschappelijk, men deelde wat men had. Stel dat je zelf geen geld hebt: de wasmachine maar kapot laat omdat je de reparatie niet kan betalen. Wat is het dan mooi om hulp van de ander te ontvangen. Wat is het mooi als je dan ook hulp durft te vragen. Elke Israëliet besefte tijdens zo’n sabbatsjaar hoe het is om niet zelf veel te hebben, maar afhankelijk te zijn van wat de Here geeft!
Zo hoop en bid ik dat u, dat jij en ik geen slaaf worden van het werk. Dat je ontdekt dat je hier niet neergezet bent om als maar door te werken. Zes dagen zijn er om te werken, zes jaar om het land te bewerken. Mooi als je daar de kracht en wijsheid voor krijgt. Maar er mag na een tijd van werk een tijd voor rust zijn. Op zondag er echt zijn voor je gezin, genieten van het leven met elkaar en tijd hebben om de Schepper te danken. In de vakantieperiode mag er na een periode van inspanning mag er ook ontspanning zijn. Een tijd van afstand nemen, bezinning, genieten. Tijd voor de Heer. Om het grote doel in de gaten te houden: straks zal de eeuwige sabbat beginnen. Dan mogen we ingaan in de rust onze Heer. Voor eeuwig met Hem leven. Te feliciteren ben je als je nu al iets van die rust van proeven door met elkaar te genieten van Gods schepping: terwijl je nauw met God verbonden bent! Amen

Liturgie zondag 12 juli 9.00u en 11.00u Ds. D.S. Dreschler, Heemse

Welkom en mededelingen
Gezongen votum, vredegroet en gezongen amen (staande)
Zingen Psalm 92:1,2,3 (staande)
Wet
Zingen Psalm 78:1 en 2
Gebed
Lezen Leviticus 25:1-7, 18-24
Lezen Lucas 12:28-34
Zingen Psalm 4:3
[11:00 Dopen Teun Bouwhuis; Formulier 3; Opwekking 710 (zegen mij)]
Preek over Leviticus 25:2
Zingen Psalm 65:5,6
Gebed
Collecte
Opwekking 733: Tienduizend redenen (staande)
Zegen en gezongen amen (staande)


Deut. 32 – De kracht van Gods liefde (… en stijg op als een arend)

juli 8, 2015

Preek gehouden Heemse, 5 juli 2015
Tekst: Deuteronomium 32:10-12

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Bent u ook wel eens onder de indruk gekomen van een roofvogel die rondjes draait boven de weilanden? Wat is het toch een geweldig gezicht. Majestueus hoe zo’n vogel daar rondvliegt: tegen een vlakblauwe lucht, gedragen door de wind, door de thermiek. Met scherpe ogen het land afspiedend op zoek naar een prooi. Wat moet het heerlijk zijn om zo te kunnen zweven: er zijn op internet wel beelden te vinden van een vogel met zo’n camera: geweldig zo’n uitzicht, die vrijheid. Vergelijkbaar denk ik met zoals iemand mij van de week vertelde over hoe hij met een luchtballon door de lucht ging of zoals een wielrenner zich voelt hij als hij met hoge snelheden van de berg af naar beneden suist. Een beeld dat terug komt in Opwekking 488: Ik stijg op als een arend … dan zweef ik op de wind, gedragen door uw Geest en de kracht van uw liefde.
Misschien hebt u ook wel vakantie, en hebt u boven de Vecht of vanaf de camping ook wel zo’n roofvogel zien zweven. Je ziet iets van de grootheid van Gods schepping: Hij heeft deze vogel gemaakt. Dat je iets ervaart van Gods nabijheid. Hem prijst om hoe Hij de lucht, de bomen, de velden bekleedt. Hoe Hij zo’n schepsel gemaakt heeft. Hoe Hij ook jou wil dragen door zijn Geest. Heer, hoe heerlijk is uw naam!
Maar het kan ook zijn dat je het wel ziet, maar het moeilijk vindt om Gods naam te prijzen. Omdat er zoveel veranderingen zijn dat je zekerheid begint te wankelen, omdat mensen die je dierbaar zijn ziek zijn of uit het leven weggegrepen zijn. Als je niet het idee hebt dat de Here jou draagt, maar dat je soms zo opstandig bent of vol vragen dat je eerder het idee hebt dat je dreigt neer te slaan op de rotsen.
Het kan ook zijn dat je niet nodig vindt dat God je draagt. Dat je alles wel mooi vindt in de natuur, maar dat het geloof je niet zoveel zegt. Je hebt het toch goed? Je maakt lol en plezier, geniet van je vrienden. Je hebt God niet nodig, je stippelt zelf wel je weg uit. Je hebt dan geen vragen aan God, maar hebt het idee dat je het zelf wel kan redden. Andere dingen slokken je aandacht op, en een God … die heb je niet nodig …
Daarom mag ik U Gods Woord vanmorgen verkondigen met de volgende boodschap

De kracht van Gods liefde

1. Ontdek die kracht

2. Geloof die kracht

3. Leef uit die kracht

De afgelopen jaren hadden de Israëlieten heel wat keren roofvogels kunnen zien vliegen. Ze hadden veertig jaar door de woestijn gezworven. Soms zagen rondom de toppen van het Sinaï gebergte, of de bergen tegen de grens van Kanaän de roofvogels hun rondjes maken. Nog even en ze zijn in het beloofde land. Mozes mag niet met ze meegaan. Maar wat heeft hij veel met hen meegemaakt! Bij de braambos was hij geroepen door de Heer. Hij mocht in opdracht van Heer tot Farao spreken, toen God met opgeheven arm en machtige hand het volk uit Egypte had bevrijd. Maar nu moet het volk verder zonder Mozes. Daarom houdt hij zijn afscheidstoespraak. Het is een lied. Een lied van Deuteronomium 32 dat de Israëlieten hun kinderen moeten leren. Een lied waardoor ze steeds weer zien dat de Here voor hen gezorgd heeft, en dat ze God dan straks aan de overkant van de Jordaan niet moeten vergeten! Want Hij is hun Schepper, Hij is hun redder, Hij is hun maker, Hij zorgt voor hen!
Daarom gebruikt Mozes hier het beeld van de Adelaar. Om aan te geven dat de Here hen opgezocht heeft in de woestijn en geleid heeft. Hoe Hij redde uit Egypte, maar ook steeds weer voor hen zorgde. Wat was het soms moeilijk in de woestijn: als er geen eten was, als er geen drinken was, als ze weer begonnen te mopperen op Mozes en op God. Maar weet je hoe God voor jullie gezorgd heeft? Als zo’n grote Adelaar! Hij wipte jullie als jonge vogeltjes uit het nest. Zo’n nest hoog in de bergen, waar geen roofdier kan komen, een veilige plek voor z’n jongen. Maar als het tijd is dat ze gaan vliegen, dan moeten ze dat gaan leren. Net als jullie, kinderen, moeten leren lopen, zwemmen of fietsen. Maar deze vogels worden zo in het diepe gegooid! Ploep, zoek het maar uit. Ga maar. En dan val je als jong vogeltje. Misschien heb je wel 1000 meter onder je. Je hebt het idee dat je te pletter valt. Maar als je dan je vleugeltjes spreid, dan voel je de kracht van de wind. Dan voel je dat je zweeft. Dat je gedragen wordt door de wind. En als het misgaat? Dan is moeder vlakbij, met haar enorme vleugels. Ze vangt je op en je mag veilig landen. Zij draagt je, beschermt je, zij voedt je op. Wat een veiligheid en een geborgenheid.
Zo heeft God zijn volk ook gevonden in de woestijn, geleid, geleerd, verteld. Door de mond van Mozes geleerd dat ze alleen de Here God moeten dienen, dat ze geen andere goden moeten dienen. Gods wetten gekregen. En dan straks moeten ze het beloofde land in. Maar laten ze dan nooit vergeten wie hen gemaakt heeft, wie hen geleid heeft, wie met hen was, al die jaren in de woestijn. God alleen brengt hen in dit land.
Zo geldt dit ook vandaag: hoeveel er ook in je leven kan gebeuren, hoe je soms ook het idee kan hebben dat je neerstort en er niemand is die je kan helpen, hoe je je ook eenzaam kan voelen, of vragen kan hebben waar God is. Vergeet niet dat God het is die met jou begonnen is: die jouw leven vormde in de moederschot, zijn belofte gaf bij de doop, dat Hij in jou wil werken door zijn Geest, je wil dragen, en op wil vangen als je struikelt. Die je door beproevingen sterk wil maken! Als je struikelt staat Hij klaar, Hij is bij je in gevaar. Zoals Hij Israël leidde door de woestijn, zo wil Hij ook jou leiden. Ook als je ouder wordt, als je vragen hebt, vergeet nooit Gods verbond: ontdek zijn liefde. Ontdek hoe Hij ook met jou verbonden wil zijn! Dat is wat Mozes met dat schitterende beeld van moeder Adelaar je op het hart wil binden: zie hoe de Here met jou begonnen is en waakt over je leven.

2. Geloof die kracht
Wanneer je als jong vogeltje aan de rand van het nest staat, is het wel even lastig. Je ziet die diepte onder je. Zou het lukken om helemaal naar dat volgende punt te vliegen? Iemand zei een keer: het belangrijkste wat nodig is om te blijven gaan met de Heer, het belangrijkst voor de kerk, voor een gemeentelid is het geloof. Je kunt nog zoveel doen in de kerk, je kunt nog zoveel praten over allerlei ontwikkelingen. Maar de vraag is: geloof je in de Here God, geloof je dat je dat Hij je maker en je redder is. Dat Hij zijn zoon Jezus Christus gegeven heeft voor jouw zonden? Wanneer we het geloof verliezen, dan is alles verloren.
Maar geloof gaat niet altijd vanzelf! Zoals zo’n jong de stap moet wagen. Zoals het jong moet geloven dat zijn moeder hem wel opvangt, en niet alleen maar naar zijn eigen kleine vleugeltjes moet kijken, maar ook mag verwachten dat de wind hem zal dragen, zo is het steeds weer de kunst om ons in geloof en vertrouwen over te geven aan God onze Schepper die ons maakt, Jezus Gods Zoon die ons redt en aan de Heilige Geest die ons wil dragen.
Het valt op dat Mozes hier als een soort ‘vader’ tot zijn volk, tot zijn kinderen spreekt. Ze moeten nu op eigen benen gaan staan, ze worden groot, ze vliegen uit. Hij heeft ze veel mee mogen geven in opdracht van de HEER. En het belangrijkste wat hij dan meegeeft is: geloof dat de Here je gemaakt heeft, dat Hij je gekocht heeft, geloof dat! Ook als je straks op eigen benen staat, als je zelf de dienst aan de Here moet gaan inrichten, als er van alles op je afkomt. Vergeet God niet, blijf in Hem geloven!
De vraag is: is durf jij die stap aan? Je eigen leven loslaten, Christus volgen en alles van Hem verwachten. Durf jij dingen los te laten, ook als je zelf wel zo graag in zou willen vullen dat God het anders moet doen. Dat hij of zij toch beter had moeten worden; dat hij of zij toch niet gemist kan worden; dat je je zorgen maakt om een ander of als ouder om je kinderen.

Wanneer je niet met geloof bent opgevoed, dat je dan toch de stap maakt om met de Here te leven …. Het lijkt misschien een sprong in het diepe. Veel achter laten, loslaten. Zoals Petrus en Johannes alles achter moesten laten toen Jezus hen riep. Het vraagt een keus, het vraagt geloof… maar een sprong in het diepe, onverantwoord is het niet. Want als je Gods liefde hebt leren kennen, mag je zeker weten dat Hij je zal dragen door de kracht van zijn Geest, dat Hij je op zal vangen, zoals een Adelaar haar jongen opvangt. Het is echt waar, geloof dat maar!

3. Leef dat geloof
We hebben gezien hoe Mozes zijn toespraak begint, door het volk opnieuw te laten ontdekken hoe groot Gods liefde is, maar we willen ook kijken hoe Mozes verder gaat: want zo zeker als God die volk uitkiest, zo zeker is het ook dat straks in het beloofde land het nog knap moeilijk zal zijn om uit dat geloof te leven. Mozes zegt: straks zal Jesurun vet zijn, zullen ze zijn in het land waar het goed is. Ze zullen welvaart kennen: maar wat zal er dan gebeuren? Als ze niet meer in een tent wonen, maar een dak boven hun hoofd hebben. Als ze niet meer hoeven te wachten op manna of kwakkels (vogels voor vlees). Als ze water hebben en voorraadschuren vol: dan zullen ze als een vetgemest koe achteruit trappen. Ze zullen mij vergeten, die dit alles gegeven heeft. Ze zullen andere goden achterna lopen en zeggen: ach met die God van mijn opa of oma heb ik niet zoveel. Maar dan zal God hen straffen. Dan zal Hij vijanden laten komen. Dan zullen ze te maken krijgen met de boosheid van de Heer.
Hoe is het met u. De God van de Bijbel, je maker. Hij die je geboren deed worden, misschien mocht je wel gedoopt worden in zijn naam. Leef je met Hem? Ook als je niet vervolgd wordt om je geloof, maar hier in vrijheid leeft. Ook als je niet onder een brug hoeft te slapen, maar een eigen woonplekje hebt. Als je geld hebt om je boodschappen te doen. Als je misschien zelfs de luxe hebt om vakantie te kunnen vieren: weet je dan nog dat er maar één is die dit je geeft? Kom je ervoor uit dat je christen bent. Kies je ervoor om eerlijk te zijn? Iemand zei al: het is moeilijk bidden met een volle buik. Laten we oppassen dat het ons niet overkomt, waar Mozes hier zo voor waarschuwt. De Here heeft zoveel gegeven, maar laten we dan ook met Hem leven. Als volwassen gelovigen, die onze verantwoordelijkheid nemen. Of kies je ervoor om te zeggen: ik kan wel zonder kerk, en zonder God. Je bent gewaarschuwd: dan ben je als een adelaarsjong dat aan de rand van de rots staat en zegt: ik red me, wel ik spring hier zelf wel vanaf, ik red het wel op eigen kracht ….
Wanneer dat in je leven gebeurt, dat God naar de achtergrond dreigt te verdwijnen, laten we dan niet krampachtig zeggen: ‘maar het moet wel hoor, het hoort zo’. Dan is het alsof je op eigen kracht omhoog houdt. Maar laten we doen zoals Mozes moest doen in opdracht van de Heer: terug gaan naar het eerste begin, terug naar de eerste liefde. Laten we ontdekken hoe groot de kracht van Gods liefde is, Hij die ons opzocht in de woestijn.
Wat heeft het volk het steeds weer op eigen kracht willen doen in het beloofde land. Wat zijn ze de Here vergeten. Maar wat geweldig dat Hij zijn volk steeds weer opzocht. Zijn eigen Zoon gaf: Jezus Christus, die voor ons stierf aan het kruis. In Hem hebben we het meest Gods liefde mogen leren kennen. Laten we, ook al kan het moeilijk zijn, steeds in verbondenheid met Hem blijven leven. Zijn liefde doorgeven.
Amen

Liturgie zondagmorgen 5 juli, Heemse, Ds. D.S. Dreschler
Welkom en mededelingen
Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)
Zingen Psalm 63:2,3 (staande)
Gebed: schuldbelijdenis en genadeverkondiging
Lezen Deuteronomium 32:1-20
Zingen Gezang 166:1,2,3 (Op bergen en in dalen)
Tekst Deuteronomium 32:10-12
Preek De kracht van Gods liefde
1. Ontdek die kracht
2. Geloof die kracht
3. Leef uit die kracht
Zingen Psalm 103:1,2
Wet
Zingen Psalm 103:3,4
Collecte
Zingen Opwekking 488: De kracht van uw liefde (staande, aangekondigd na collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)
[Bij deze preek is geen powerpoint, alleen een dia van een adelaar + thema en verdeling]


Psalm 77 – Ik zie terug …

januari 11, 2015

Preek gehouden in Heemse, oudejaarsdag 2014
Tekst: Psalm 77

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 1] ‘Ik zie terug’
‘Ik zie terug … op voorbije tijden, op de dagen en jaren van vroeger’.
Zo horen we de psalmist in Psalm 77 spreken.
Zijn dat ook niet de woorden die nu in onze gedachten zijn?
Ik zie terug.
2014 is bijna voorbij. Het jaar loopt ten einde.
Je ziet terug op afgelopen jaar.
De kranten, radio en televisie zagen terug en stonden vol van jaar overzichten.
Alles kwam weer langs: WK voetbal, koningsdag, Voetbal. Maar ook het ongeluk met de MH17, Ebola en de strijd van Isis. ‘Ik zie erop terug’.
Maar je ziet ook terug op wat 2014 voor jou betekende: je school, je baan, je relatie, je verlangens, je pijn. Dingen die al wat wegzakten in je geheugen, komen misschien weer naar boven: extra mooi en dankbaar, dat je er weer even bij stil staat: wat heb ik, wat hebben we toch veel. We kunnen wonen, werken, naar schoolgaan. Wat zijn we bewaard, soms zo wonderlijk. Maar soms kan het ook het verdriet, het conflict, de teleurstelling, het overlijden, de scheiding als een pijnlijke pijl weer in je hart schieten: Ja, vandaag zien we terug op de dagen van 2014, en op het jaar waarvan we straks zeggen: het is voorbij, het is geschiedenis, het is van vroeger.

[Dia 2] En nu zien we in de kerk terug. Kun jij, kunt u, kan ik het afgelopen jaar ook met God verbinden? Kun je ook gelovig terugkijken op het afgelopen jaar? Zag je de Here aan het werk in jouw leven? Zag je wat Hij je gaf en wat Hij je onthield? Ontdekte je de boosheid van God, maar vooral ook zag je zijn liefde, genade en zorg in jouw leven? Lukte het om samen met God te leven? Het ergste wat ons kan overkomen is, als er een kloof komt tussen God en jou, tussen God en je dagelijks leven. Als God langzaam uit je leven verdwijnt. Als je terugziet, maar niet ziet hoe God de uren en dagen leidt. Als je bijbeltje dicht blijft, of als het je niet lukt om te zien hoe Gods woord ook voor jouw situatie, voor jouw behoeften wil spreken en helpen. Dagelijks komen er zoveel andere meningen op ons af, dagelijks gebeuren er weer nieuwe dingen, dagelijks kunnen we opgeslokt worden door allerlei dingen. Maar lukt het om in verbondenheid met God te leven. Of blijft de hemel gesloten en is God vooral ver weg?
Lukt het jou als jongere om met God te leven? Het is een leren, een ontdekken! Ik vind het zo mooi als ik op catechisatie dat omslagpunt bij sommigen mag merken: dat je eerst hoort, ‘ik lees bijna niet voor mezelf uit de Bijbel’. En dat ik dan opeens aan sommige van jullie merk: ‘Ik lees uit de Bijbel, ik heb een dagboekje, ik probeer het vol te houden, want ik heb wat aan de woorden van God’.
Lukt dat jou als volwassene? Om ondanks teleurstellingen, moeiten, of frustraties je eerste liefde voor God niet te verliezen en met Hem door het leven te gaan? Om juist door of in beproevingen weer sterker te worden en met God verbonden te worden?

[Dia 3] We hebben net kunnen zien dat het de dichter van Psalm 77 eerst niet echt lukt om zijn leven aan God te verbinden.
Er is geen psalm met zoveel vraagtekens erachter als Psalm 77.
Goed, hij denkt terug aan de tijd van vroeger.
Maar: Hij merkt niet meer dat God in zijn leven is.
Hij roept het uit, Hij heft zijn handen in de lucht, zo bad men in die tijd. Hij smeekt de Here om hulp. Hij schreeuwt het uit.
Hij roept overdag, maar hij roept ook ’s nachts. Soms in een heel heftig gebed: “Heer waar bent U?”, Waarom zie ik niets van U?
Ik weet niet of jij ’s nachts wel eens ligt te piekeren, maar deze dichter wel. Misschien ligt hij overdag wel te slapen, omdat hij ’s nachts niet in slaap kan komen. Juist ’s nachts als er geen mensen om je heen zijn, kunnen de gedachten extra op je afkomen. De dichter wordt zo moe van zijn gedachten. Ze houden hem uit de slaap. Ik hoorde van iemand die dan maar even opstaat en de krant gaan lezen of een glas melk gaat drinken. Van dat draaien en piekeren word je alleen maar moe. “U laat mij de ogen niet sluiten”.
En dan lijkt hij murw geslagen (vs. 5). “Van onrust vind ik geen woorden”. Hij weet het niet meer, Hij kan niet meer bidden, Hij weet niet meer wat Hij tegen God moet zeggen. Hij ziet gewoon niet dat God er is en dat God hem kan helpen.
Het lijkt wel op de strijd van Christus in Getsemane. Hij stelde zijn vragen aan God. Hij die uiteindelijk aan het kruis ervoer hoe het was om zelfs van God verlaten te zijn!

[Dia 4] Toch geeft deze psalmist het niet op. Hij strijdt. Hij vecht. Hij bidt. Hij legt zich neer bij zijn verdriet, bij de wanhoop. Hij wil niet dat de weg naar God geblokkeerd blijft. Kijk: dat iemand die van God niet wil weten, God niet ervaart is nog tot daar aan toe, maar wat is het erg als je naar God zoekt en het lijkt alsof hij er niet is. Wat zou het erg zijn, dat het dan zo donker wordt in ons hart en dat er geen troost meer gevonden wordt…
Nee, het is niet erg, dat het soms moeilijk kan zijn, dat je soms strijdt en vecht,
maar wel als je niet strijdt, als je leven van God wordt afgesloten.
Als je het opgeeft en zonder God verder gaat.
Los van God terugkijkt op het afgelopen jaar. Als geloof iets wordt van: dat hoort erbij, het is traditie, geeft iets gezamenlijks: maar als je niet meer dat geloof in je hart voelt.
Daarom gaat de dichter door. Hij doet, wat het beste is om dan te doen. Hij gaat op zoek naar God. Hij probeert na te denken wie God is en of het zou kunnen dat God nu echt op een afstand blijft. Hem als het ware in zijn sop laat gaar koken.
En daarom stelt Hij al die vragen. ‘Mijn hart zoekt, mijn geest vraagt’
Zou het kunnen dat de Here niet langer liefheeft?
Zou de HEER voor eeuwig verstoten?
Is zijn trouw voorgoed verdwenen?
Is zijn woord voor eens en altijd verstomd? Jaar na jaar?
Vergeet God genadig te zijn?
Verbergt zijn ontferming zich achter zijn toorn?
Dat zijn vragen waar je op een afstand naar kan kijken. Kijk hem eens schreeuwen! Kijk hem eens vragen! Maar het zijn ook vragen waar je echt mee kan worstelen. Misschien dat je daar zelf midden inzit. Misschien omdat je zo misselijk bent van de beelden en al die ellende op televisie. Misschien vanwege de zonde die in je leven was. Probeer je het eens voor te stellen. Stel dat God iemand van jou had weggenomen uit je leven. Stel dat jij in de woestijn was en er was geen water was. De schrijver stelt die vragen omdat het zo wel lijkt te zijn. God waar bent U?
Als het gaat om ons land kun je ook zulke vragen aan God hebben!
Here, hoe kan het dat er zoveel mensen zonder God leven. Dat er zoveel ongeboren leven vermoord wordt? Dat mensen het heft in eigen hand nemen en als er ziekte komt, op de stoel van God zitten en euthanasie laten plegen? Waarom zien mensen niet Gods goedheid en de goedheid van Gods regels? Waarom is er zoveel geweld, zelfs tegen hulpverleners. Welke kant gaat het op? Hoe ver moet het komen, voordat God ingrijpt. Voordat mensen zich weer tot God keren en zich door Hem laten leiden? En laten wij dat niet alleen aan anderen vragen. Laten we dat ook aan onszelf vragen!

[Dia 5] Maar dan lijkt er toch een verandering in de psalm te komen.
De dichter pakt zijn Bijbel. De dichter denkt terug aan Gods grote daden.
Hij pakt het schild dat God geeft, als zulke pijnlijke pijlen je hart bereiken.
Is het echt mogelijk dat God verandert? Dat Hij ons zou vergeten. Dat Hij niet trouw is aan zijn verbond?

Maar dan denkt hij terug aan Gods weg. De heilige, bijzondere weg van God.
Want als je dat op je in laat werken is God toch groter dan alle afgoden.
Bood Hij geen hulp van omhoog (Ps 18)?
Hij denkt aan hoe het water van de Rode Zee in tweeën gedeeld werd.
Hoe het water zich terugtrok. Hoe de bodem zichtbaar werd.
Hoe naar jaren van ellende, Gods volk werd uit de ellende van Egypte geleid!
De andere volken zagen het. God heeft toen zijn macht getoond!
Dan denkt hij aan hoe de hemel dreunde.
Hoe lichtflitsen de berg Sinaï omgaven.
Hoe de aarde trilde en schokte. God liet zien hoe Hij er was voor zijn volk in de woestijn.
Hij sloot zijn verbond en ontfermde zich over zijn volk.
Dan weet de dichter het: Hij denkt aan hoe God is. Aan het karakter van God.
God zal zijn genade niet vergeten! Hij is de God die zijn volk bevrijd heeft.
Die trouw is aan zijn belofte gegeven op de berg Sinaï. Trouw is aan zijn verbond.
Hij is dezelfde, gisteren, heden, Hij zal de toekomst tegen treden, van geslacht op geslacht!
Zo mag je ook geloven dat God trouw is in jouw leven. Zo mag je gelovige terugkijken op 2014. Diezelfde God, die een God is van liefde en genade. Hij was het echt die jou door de moeite heen lijden, er niet overheen tilde, maar midden in de moeite erbij was en je kracht gaf! Hij is het die je wil dragen met zijn eeuwige armen, je op wil vangen in de nood. Hij ging mee, ook als het een woestijn tijd was.

[Dia 6] Maar als je nu naar de Rode Zee ziet? Zie je dan nog de voetstappen van God?
Als je nu naar de Sinaï gaat, naar de berg Horeb? Zie je dan nog vuur en bliksem?
Gods pad was door de golven, maar de wateren hebben het weer bedolven!
Zijn voetspoor is uitgewist, geen die nog uw treden gist. Je ziet het niet meer!

Nu begrijp je de moeite van de psalmist. Begrijp je ook de moeite die er kan zijn.
Want uit onszelf, met onze eigen ogen zien we niet altijd het werk van God.
Het vraagt geloof, het vraagt dat je bijbeltje opent. Het vraagt dat je je weer heel goed richt op Jezus Christus. Hij is het, die ook al waren we van God vervreemd, zichzelf gaf. De hemel ging open, vrede kwam op aarde. Jezus werd geboren! Hij stierf voor onze zonden. God zoekt ons op in de moeite. Nee, dan kunnen we ook vandaag niet terug om te zien wat God gedaan heeft bij de rode zee. We kunnen de stal in Bethlehem niet meer vinden, geen kruis meer op Golgotha. De sporen zijn uitgewist. De geschiedenis is verleden tijd. Maar God is wel de weg gegaan van bevrijding en verlossing. Ook het afgelopen jaar was hij bij je. Ik hoop dat je het ziet. Hoe Hij er was, door zijn Woord te geven. Zijn Bijbel. Door de mogelijkheid te geven hier naar de preken te luisteren. Doordat Hij je beschermde en bewaarde. Doordat Hij kracht gaf in moeite. Dat hij de veilige God is van het verbond, die door de doop laat zien dat onze kinderen en onze jeugd veilig zijn bij Hem! Doordat Hij ons leert zien dat we er niet alleen voor staan, maar dat Hij bij je is, ook als er moeite is. Ik bid dat dat je steeds weer voor ogen mag staan!

[Dia 7] En dan belooft God ook voor de toekomst goede leiding. Hij gaf Mozes en Aäron. Mozes die zorgde dat het volk verder kwam, die opkwam voor het volk bij de berg, die Gods woorden overbracht. Aäron die in de tabernakel de offers bracht. Zonder iets af te doen aan het belang van die leiders, mogen we ook geloven dat zij maar tijdelijk waren, een zwakke schaduw van het grote licht, van de grote leider, Jezus Christus die God ons nu gegeven heeft. De psalm eindigt vrij abrupt, maar het eindigt wel met het beeld van de kudde. Jezus wil de goede Herder wezen. Laten we Hem dan ook volgen, door het leven heen. Laten we zo terugkijkend op 2014, het jaar 2015 in mogen gaan. Terwijl wij zien op wat Hij eens deed, terwijl wij we ons vastklampen aan het hart van God. Hij is een God van liefde en genade! Hij zal zijn kinderen zeker niet loslaten, maar ze uiteindelijk veilig thuis brengen, als een goede Herder, door de tijden en eeuwen heen! Amen.


Zacharia 14 – Neem mijn leven, laat het toegewijd zijn aan uw eer! (nieuwjaar 2015)

januari 11, 2015

Preek Zach. 14 (nieuwjaar 2015)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
2015 ligt nog voor ons open. Als een onbeschreven blad.
De kniepertjes zijn nog opgerold. Wat het nieuwe jaar gaat brengen is onbekend.
Maar hoe gaan we het nieuwe jaar in? Wat mogen we van dit jaar verwachten?
Misschien ben je wel blij dat sommige dingen nu achter je liggen.
Wellicht voelt het ook een beetje als een schone lei. Als ik hoor over de verschillende goede voornemens van mensen lijkt dat wel zo.

Wat dat betreft kunnen we het dan wel wat vergelijken met de situatie waar Zacharia in zit. De Judeërs hadden ook net een boek af kunnen sluiten: het boek van de ballingschap. Het volk had zoveel gezondigd dat God hen gestraft had. Veel mensen waren gedood, veel mensen waren naar Babel gevoerd en de tempel was afgebroken. Het volk had moeten boeten voor al de verkeerde dingen die ze gedaan hadden.
[dia 2] Maar gelukkig onder leiding van de Priester Jozua en de stadhouder Zerubbabel mochten ze weer terugkeren. De tempel was in 586 verwoest, rond 538 vChr keerden ze terug. Wat een bevrijding! Zacharia was nog erg jong, kwam uit een priestergeslacht. Samen met de profeet Haggaï treedt hij op. Dan maakt hij mee hoe de tempel herbouwd gaat worden. De mensen hadden hun huizen weer herbouwd, maar vergaten de tempel

Maar dan blijkt er toch, ook bij dat nieuwe begin, weer zonde te zijn in het volk. Toch is het nog niet zo goed als je zou hopen en daarom krijgt Zacharia een aantal visioenen in de eerste hoofdstukken van zijn boek. Daarin klinkt de bemoediging dat de tempel verder af zal komen, klinkt een oproep aan de mensen in Babel om terug te komen en klinkt ook de aankondiging dat andere volken gestraft zullen worden voor wat ze Israël hebben aangedaan. Wat was het geweldig dat later de tempel wel afkwam. Dat in 516 de nieuwe tempel mocht worden ingewijd!

[Dia 3] Het tweede deel van het boek is daarna nog geschreven. Het volk is er niet als de tempel gebouwd is. In deze hoofdstukken mogen we nog verder in de toekomst kijken. Dat gebeurt wel op een heel ingewikkelde manier! We komen hier bij visioenen, zoals die ook in Daniël, in sommige redes van Jezus en vooral in Openbaring voorkomen. Toen Luther dit uit moest gaan leggen, heeft hij de eerste keer gezegd: “Hier snap ik niets meer van!”. Het 14e hoofdstuk werd niet uitgelegd. De tweede keer dat hij er een commentaar op schreef heeft hij er wel wat woorden aangewijd, maar het bleef voor hem moeilijk!
Het is ook heel moeilijk. Maar op twee manieren kunnen we toch wel iets ontdekken in deze hoofdstukken. Het boek Zacharia, wordt namelijk na het boek Jesaja, het meest aangehaald in het Nieuwe Testament. En wel op twee manieren: een heel aantal beloften wordt toegepast op de Here Jezus. Met zijn komst gaat al een gedeelte van wat Zacharia gezegd heeft in vervulling: Jezus reed op een ezel Jeruzalem binnen, Hij werd de bron van leven, Hij werd doorboord en gedood. Van de 30 sjekel voor zijn verraad werd de akker gekocht door de schriftgeleerden.
Tegelijk is er ook een ander perspectief: het gaat hier ook over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Veel aanhalingen van Zacharia staan in Openbaring. Het boek waarin Johannes mag zien hoe het straks zal gaan. Dan zijn het profetieën die ons soms bang kunnen maken: wat een oordeel zal er nog over de wereld gaan. Wat een vuur, een aardbevingen en een moeite zullen er nog komen.
En tegelijk: wat zal er door dat vuur heen een geweldige toekomst komen. Als alles nieuw is. Als we het nieuwe Jeruzalem binnen mogen gaan. In 2015 mogen we daar ook weer een jaar dichter naar toe gaan! Maar hoe gaan we daarin op weg? Wat kunnen we daarin dan leren van de profetie van Zacharia?

[dia 4] Laten we ons vandaag richten op de laatste twee verzen: ‘Op die dag’, staat er in vers 20. Welke dag is dat? In hoofdstuk 14 is het begonnen met te zeggen dat de buit in Jeruzalem verdeeld werd. Ook de stad van God zelf, ontkomt niet aan het oordeel. Vijanden komen de stad binnen. Je zou kunnen zeggen: Als God terugkomt, ben je niet veilig als je maar bij de kerk hoort. Ook dan zal er gekeken worden, wie echt met zijn hart de Here gediend heeft en Hem liefgehad heeft. Maar dan komt daarna de dag zoals die beschreven werd in vers 9: dan zal de Here God de enige God zijn, en dan zal alleen zijn naam aangeroepen worden. Dan zal het heil over heel de aarde verspreid worden, of beter gezegd, met vers 16, dan zullen de overlevenden uit de volken jaarlijks naar Jeruzalem komen om de Here te vereren.
De volken die niet komen, ook Egypte, zal dan gestraft worden. Er zal geen regen meer zijn. Er zal een plaag komen.
Maar wie wel komt, die mag het Loofhuttenfeest vieren. Het feest waarbij mensen een paar dagen in hutten leefden. Het feest waarbij terug gedacht werd aan de woestijnreis, maar dat gevierd werd als al de oogst binnen gehaald wordt. Het feest dat beschreven wordt in openbaring, als de schare die niemand kan tellen, uit elk volk, elke taal en uit elke stam die verzameld wordt voor de troon van God. Als God zijn kinderen uit heel de wereld samenroept.

[dia 5] Op die dag … wat gebeurt er dan? Dan zal er zelfs op de bellen van de paarden staan: ‘Aan de HEER gewijd’. Dat korte woord, ‘aan de Heer gewijd / voor de Here / de Here Heilig’, dat kwam je alleen tegen bij de hogepriester. In Ex 28 lezen we dat hij een rozet, een gouden, ronde plaat droeg op zijn tulband. Hij die de allerheiligste was, droeg dat om zo voor de overgebleven zonden van het volk te kunnen betalen. God had deze priester gegeven om weer harmonie met de mensen te kunnen krijgen. Dat iets zichtbaar werd dat het goed werd tussen God en mensen.

[Dia 6] En nu … wat lezen we nu … nu staan die heilige woorden op de teugels van de paarden, de teugels die soms versierd waren met belletjes. Paarden die teken van macht en oorlogsgeweld waren. Die paarden die moesten verdwijnen, op het moment dat de vredevorst Jeruzalem binnen zou rijden op een ezelsjong. God profeteert: straks zal de oorlog voorbij zijn, straks zal er vrede zijn, en de paarden die er zijn zullen alleen voor het goede doel gebruikt worden: gewijd zijn aan God. Dan trekken de paarden niet meer strijdend op tegen Jeruzalem, maar zullen ze dienstbaar zijn aan de vrede.
Op die dag zijn niet alleen de paarden, maar ook de kookpotten heilig. Nu komt er iets waarvan een gewone Israëliet zou gruwen. Wat zegt Zacharia nu? Haalt hij nu de heilige God niet erg omlaag. Kunnen de kookpotten uit de tempel gebruikt worden om bloed langs het altaar te laten vloeien, en wat??? Zelfs de gewone pannen en potten zijn aan de Here gewijd? Alles mag gebruikt worden om God te offeren. Het lijkt omlaag halen … maar wat eigenlijk gebeurd is dat de gewone dingen worden opgetild, heilig en nieuw worden gemaakt, gebruikt worden voor de dienst aan de HEER.

[Dia 7] Wat betekent dat nu voor ons. Als we een nieuw jaar ingaan. Je mag zeggen: deze profetie is in Christus al gedeeltelijk vervuld. Wij kennen dat onderscheid tussen heilig en onheilig niet meer op die manier zoals dat in de tempel was. Maar Paulus zegt wel heel duidelijk in 1 Kor 10: 31 Dus of u nu eet of drinkt of iets anders doet, doe alles ter ere van God.
wat u ook doet, doe het tot eer van God. Heel ons leven mag geheiligd worden. Mag gericht zijn op God. En dan gaat het er dus niet alleen om dat we naar de kerk komen, dat we heilig omgaan met onze liederen in 2014, dat we heilig omgaan met ons gebed, heilig omgaan met de doop en het avondmaal. Heilig om te gaan met het geld dat je geeft aan de Here en zijn dienst. Nee: de vraag is, zijn we bereid om alle dingen te heiligen voor God? Wat voor de Israëlieten de kookpannen en paardenbelletjes waren, zijn voor ons ook de gewone dagelijkse dingen die we dit jaar op zullen pakken. Kunnen we op onze gewone dingen zetten: ‘Aan de HEER gewijd’. Niet alleen het geld in de collecte, maar ook het geld dat we aan andere dingen besteden. Maar ook alle dagelijkse dingen die we dit jaar weer gaan gebruiken. Laten we maar in de keuken beginnen: staat op de pannen, op het bestek, op de broodmand, op de keukentafel: de HEER gewijd? Maar laten we ook verder in het huis kijken: op de televisie, de computer, de bank, het bed, je stoel. En als je straks weer naar school gaat; op je schooltas, je pen, je mobieltje, je boeken: staat erop aan de Heer gewijd? En voor je werk: je gereedschapskist, je melkmachine, je auto, je schrijfblok, je koffiekop in de kantine.
Jezus Christus is gekomen. Hij heeft voor ons geleden. Hij wil wonen in ons hart. Het gaat erom dat we in ons hart vernieuwd worden door Hem. Dat we zeggen: Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan U eer! Neem mijn zilver, mijn uren, mijn stem, neem heel mijn leven…
Misschien zeg je wel: dat klinkt allemaal mooi. Maar loop maar eens een dagje mee op de bouw, trek maar eens een dagje mee op met mijn vrienden van school, maak maar eens een dagje mee wat ik mee maak. Het klinkt mooi, maar in het echt? Dan werkt dat toch niet. Dan kan dat toch niet, dat je echt heel je leven aan God wijdt? Dat je heel 2015 met Hem wilt leven. Toch is dit wel wat Zacharia hier profeteert: alle dingen zullen God geheiligd zijn. En dan leven we nu inderdaad nog niet op een nieuwe aarde. Nu zal het inderdaad wel eens moeilijk zijn, en als jij dat zegt, en als jij dat denkt, dan geloof ik dat best. Maar het gaat erop: Wil je met de Here leven, niet alleen op zondag, maar ook op de maandag. Wil je met de Here leven: en dat is dan maar niet voor de buitenkant een beetje vroom doen, maar wil je echt met heel je leven, met heel je hart met Hem verbonden zijn? Ik hoop echt dat je gebed is, of Gods Heilige Geest zo in jou wil wonen en ook in jou een begin van die gehoorzaamheid wil bewerken. Dat God je daarbij ook mag helpen!
Dat vraagt bekering: ken jij die bekering in je hart, die gerichtheid op God. Ook in je dagelijks leven, omdat je de liefde van Christus hebt gezien. Hij die door de moeilijke tijden heen bezig is om alles nieuw te maken!
We lezen dan nog een laatste mededeling. Geen handelaar zal meer in de tempel gevonden worden. Er zijn geen mensen meer nodig die extra heilige dingen verkopen. Jezus heeft ze ook eens de tempel uitgeslagen. Wat was Hij boos op degenen die van het huis van zijn vader een koopmanshuis hadden gemaakt! Christus liet iets zien van de reiniging die hij door zijn dood bewerkstelligde: Hij was het ware offerlam dat geslacht werd. Door zijn optreden en lijden is er voor ons vergeving mogelijk. Want was het niet door zijn lijden, omdat Hij echt helemaal heilig geleefd heeft, omdat Hij helemaal Gods wet wilde doen, omdat Hij helemaal trouw was, dat Hij voor ons de schuld kon betalen: Hij opende de weg naar de toekomst, verdiende voor ons het eeuwig leven.
Laten we dan zo door Hem geheiligd het nieuwe jaar ingaan. Bewust omgaan met de keuzes die je maakt en de dingen die je doet. Je afvragen: leef ik in een wereld, waar ik me aan aanpas. Verlaag ik mij tot allerlei dingen die niet passen bij God, zodat je eigenlijk moet zeggen: wat gooi ik mijn heiligheid als kind van God door wat ik doe te grabbel. Ik verlaag de naam van God. Of is het juist zo dat via mij, door de kracht van Geest, al iets van Gods heiligheid over dit leven mag trekken? Dat ze van mij weten dat ik christen ben, dat ik niet meedoen aan vuilheid, oneerlijkheid en onheiligheid. Dat ze echt aan mij kunnen zien: Hij wil leven tot eer van God.
Laten we zo geheiligd op weg gaan. Wat het nieuwe jaar ook mag brengen, soms zullen het misschien moeilijk en pijnlijke dingen zijn, maar hopelijk mogen er ook veel mooie dingen zijn. Dan gaan we op weg naar die grote dag dat alles nieuw wordt. Dat er niet maar een nieuw jaar, maar een nieuwe tijd begint. De tijd dat alles heilig is, en al het onheilig weg is gedaan. Als de oogst compleet is en we voor eeuwig het Loofhuttenfeest mogen vieren: samen met Christus, die het Lam is. Amen!


Jesaja 45 – Kom tot de verborgen God, die ons in Christus redding biedt

december 14, 2014

Preek gehouden in Heemse, 7 december 2014 (2e advent)
Tekst: Jesaja 45:14-17

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
Soms is iets verborgen … een cadeau is nog ingepakt, een kleed hangt voor het toneel, iemand heeft zich verstopt.
Zo kunnen soms dingen van God ook verborgen zijn. We leven in de tijd van Advent, van verwachting. Soms kan er wel veel onduidelijk zijn. Dat je vragen hebt aan God. Ik denk bijvoorbeeld aan iemand die te maken heeft met erfelijke ziekte die in de familie zit. Een ziekte waardoor het leven onder spanning komt te staan. Waardoor er regelmatig onderzoeken moeten zijn. Steeds angst voor een verkeerde uitslag, en als het dan mis gaat: de zorgen en spanning, het gemis en verdriet dat er dan komt. Wat is de toekomst dan onzeker en verborgen. Maar vooral ook, hoeveel vragen je ook stelt: het blijft voor je verborgen waarom dit nu moet gebeuren.
Een ander punt is waar we het van de week op catechisatie over hadden. Als de zonde nu in de wereld komt omdat Eva en Adam die vrucht aan de boom zo lekker vonden, waarom zet God die boom daar dan neer. Had Hij dat dan niet anders kunnen doen. Hij weet toch alles, dan had Hij toch ook kunnen weten dat die veel te verleidelijk was voor de mens zoals Hij die gemaakt had? Er valt best iets over te zeggen (God wilde echte liefde en geen robotjes die voorgeprogrammeerd zijn) maar uiteindelijk blijft het een moeilijke vraag. We kunnen Gods plan niet narekenen.
Wie in de kerk komt, wie gelovig is, zal regelmatig voor vragen staan. Dat je dingen niet begrijpt, of dat de dingen te moeilijk of hoog gegrepen zijn. Het is eigen aan het geloof dat we nog niet alles kunnen zien, en dat sommige dingen een raadsel zijn. Toch nodigt God ons uit om tot Hem te komen, is Hij tegelijk onze Redder. Geeft Hij zijn Zoon Jezus Christus en nodigt Hij ons om volgende week het avondmaal te vieren.

Kom tot de verborgen God, die ons in Christus redding biedt
1. Deze God zie je niet,
2. Hij is het die ons in Christus beziet
3. Hij wil dat je zijn redding geniet!

1. Deze God zie je niet
Het is maar een kort zinnetje wat hier staat. ‘Voorwaar, U bent ene God die zich verborgen houdt!’ Het zijn woorden gesproken door de Egyptenaren, Nubiërs (mensen uit Ethiopië) en de mensen uit Sudan, de lange Sabeers. Zij beschrijven die God van Israël. Zij zeggen: die God van jullie is een verborgen God. Een verwijt en beschrijving die niet alleen toen, maar ook vandaag nog geuit kan worden. Wat zie je van jullie God? Wat laat Hij van zichzelf zien? Jij gaat toch naar de kerk, wat kan die God dan voor jullie doen? Laat God eens iets zien van zichzelf.
Als we dit zinnetje goed lezen zitten er verschillende kanten aan. Het eerste wat ze ermee willen zeggen is: die God van jullie kun je niet zien. Onze goden kun je zien. We maken ze van hout of van metaal. We nemen ze mee naar de plaats waar we ze neer willen zetten. In de strijd dragen we ze voor ons uit. Maar als we bij jullie in de tempel komen dan zien we helemaal geen god. Geen godenbeeld: jullie hebben een verborgen God. Een God die je niet kan zien. Ze dachten: niet zo vreemd dat Israël verliest, want er is toch geen God die je kan zien.
Het tweede wat je kan zeggen is dat God een verborgen God is, omdat God zijn aangezicht voor ons verbergt. Verschillende keren in de Bijbel komt het naar voren dat wanneer de Here boos wordt op zijn volk, Hij zijn gezicht afwendt en Hij niets met het volk te maken wil hebben. In Jesaja 8:17 komen we dat zo tegen. Jesaja moet dan, voordat het volk in ballingschap gaat, het volk aanzeggen: als jullie zo doorgaan met zondigen, met knielen voor de afgodsbeelden, als jullie nog langer Mij vergeten, dan zal God zich van jullie afwenden. Hij zal jullie straffen. Dan zal de Heer de koning van Assyrië en een geweldige legermacht over jullie uitstorten. Dan God zich zo voor zijn volk verbergen en hen in ballingschap laten gaan.
Het derde wat je zou kunnen zeggen is dat het plan dat God met zijn volk gaat verborgen is. Jesaja richt zich in deze hoofdstukken tot het volk in ballingschap. Ze zijn ver weg van hun eigen land. De Here straft ze voor hun zonden. De mensen begrijpen niet waarom ze het zo moeilijk moeten hebben. Als God de God van Israël is, als Hij werkelijk machtig is. Waarom helpt Hij dan niet? Waarom gaat het dan niet beter met zijn volk? Waarom ligt de tempel in Jeruzalem er dan zo verlaten bij? Waarom moeten ze dan zo ver weg zijn en zoveel ellende doormaken. Nu spotten de andere volken met hen: jullie hebben een verborgen God, en inderdaad Here, het lijkt wel of U zich steeds weer verborgen houdt. Wat maken we een ellende mee! Hoe lang moet het nog duren?
Dat is wat ik bedoelde in de inleiding met die erfelijke ziekte die in de familie kan komen. En je kunt je eigen moeite daar ook bij invullen. Waarom wordt er zoveel kapot gemaakt doordat er teveel gedronken wordt? Waarom, Heer, is er die ziekte of dat sterven? Waarom zit ik zo vast in de schulden en kom ik er niet uit? Waarom voel ik mij zo eenzaam en verlaten? Van de week vroeg ik nog: stel je voor dat je een vraag mag stellen aan God, waarvan je zeker weet dat je er antwoord op zou krijgen, wat zou je dan vragen. Ik denk dat iedereen dan wel graag wat antwoorden zou krijgen op de vraag waarom de dingen in zijn of haar leven zo liepen zoals ze lopen. Dat je wel eens zou willen kijken in Gods plan. Als je verdrietig, onzeker of angstig bent: Heer, alstublieft, wilt U ons toch antwoord geven. Wat is het soms zo moeilijk dat U zich verborgen houdt, dat U zover weg bent.

2. Deze God is het dit ons in Christus beziet
Dit vers heeft gelukkig twee kanten! Want tegelijk zeggen de mensen over de God van Israël. U bent het die redding biedt, verlossing. Een woord waar je de naam Jezus, Verlosser al in door hoort klinken. Jesaja beschrijft in dit hoofdstuk hoe er voor het volk in ballingschap redding en verlossing zal komen. God zal zijn gezalfde sturen, en dat is dan niet iemand uit het volk: dat is de heidense koning Cyrus. Hij zal straks in 538 voor Christus het volk de vrijheid geven om terug te keren naar het land. En zo is het ook gegaan. Tijdens Cyrus mochten velen weer terugkeren naar het beloofde land.
Waarom? Jesaja is er in dit boek mee begonnen. Troost, Troost, mijn volk. De slavendienst is voldaan. De schuld is betaald (Jes 40). God zegt: Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij. Ik zal je vrijkopen! Wees niet bang! Moet je door het water gaan – Ik ben bij jou! Want ik de Heer ben je redder, voor jou geef ik Egypte als losgeld, Nubie en Seba ruil Ik in tegen jou (Jes. 43). God ziet om naar zijn volk. En dan zie je in dit hoofdstuk hoe Cyrus ervoor zorgt dat Jeruzalem weer bewoond gaat worden. Hoe het volk terugkeert. Ze gaan samen op naar Jeruzalem: en de volken die God al eerder had genoemd die gaan mee naar de heilige plaats. Zij zijn nu geboeid, in plaats van de Israëlieten. Ze zeggen het: inderdaad alleen bij de Heer is redding. Hij is de enige (14). Het lijkt wel even mooi om zichtbare goden te hebben. Een beeld dat je kan zien, dat je mee kan dragen, maar uiteindelijk sta je dan te schande. Dat betekent: dan is er geen redding, maar ga je juist verloren. Wie een houten godenbeeld ronddraagt heeft geen verstand. Wie bidt er nu tot een God die niet kan redden? Nee: God geeft echt redding: Hij zegt, je dacht misschien dat Ik ver weg was, maar zou ooit een vrouw haar kind vergeten dat ze bij zich droeg? Zo zal ik Jeruzalem nooit vergeten. Ze staat in mijn handpalm gegrift. Ik zal werklelijk redding geven.
Bedenk goed dat deze woorden van Jesaja geschreven zijn aan mensen die nog in ballingschap zitten. Die de heersers van Babel alleen kennen als wrede vorsten die hen het leven moeilijk maken. Die nu wel mooie woorden horen over dat God alles omkeert en zijn volk gaat bevrijden, maar die dat nu nog niet ervaren. Midden in hun moeite, als er nog zoveel verborgen is, zegt de Heer: Ik geef om jullie! Ik laat jullie niet los!
Dan zou het volk kunnen vragen: waarom moet God dan zo moeilijke weg gaan. Waarom is Hij nu ver weg? En dan kun je wijzen op hun zonden, waarvoor betaald moest worden. Maar zullen ze zeggen: had God dan niet gelijk na het paradijs alles goed kunnen maken? Had hij ons dan niet zo kunnen maken dat we trouw waren aan Hem? Waarom gaat Hij zo’n omweg met zijn volk via ballingschap, via Babel, via zoveel moeite.
Straks vieren we het kerstfeest. God heeft zijn heil voor de volken laten zien. God geeft zijn eigen Zoon de verlosser. We vieren het Avondmaal. Er is licht voor een wereld in duisternis. Er komt vrede op aarde: maar dat zijn wel woorden gesproken aan ons die nog zoveel moeite kennen. Ook wij kunnen vragen waarom duurt het zolang voordat Jezus terugkomt en alles nieuw wordt? Heer, U bent in het verborgene, maar tegelijk we mogen vasthouden en het tegen elkaar zeggen: dit is wel de God die redding biedt. Die naar ons omziet in zijn Zoon Jezus Christus. De lange gang van de God door de geschiedenis, is vaak een verborgen gang, maar God werkt wel naar zijn doel toe.
En achteraf zeg je: wat heeft God wonderlijk gewerkt. Anderen stonden te schande, hadden niets aan hun goden. Maar hier staat: ook die andere volken, ook die andere mensen komen, en zeggen er is maar één die redding biedt. Juist door die omweg, zal God uiteindelijk alle volken brengen naar Jeruzalem. Zal er voor iedereen verlossing kunnen zijn. Zal er uiteindelijk een nieuwe Jeruzalem zijn waarvan alle volken mogen zeggen: ik ben daar veilig en geborgen. Ik hoor bij die God van het heil!

3. Hij wil dat je zijn redding geniet
Wat wordt er dan van u, van jou verwacht, als we zo’n God hebben? Vers 22 zegt: “Kom terug tot mij en laat je redden, ook jullie aan de einde van de aarde, want Ik ben God, er is geen ander”. Er kunnen allemaal vragen aan God zijn. Je kunt dingen niet begrijpen, maar laat dat geen reden zijn om te zeggen: ‘Nu ga ik wel mijn eigen gang. Dan leef ik wel zonder God’. Want als je je eigen gang gaat. Als je je leven zelf in gaat richten en bouwt op dat wat je kan zien. Als je wegvlucht in de afgod ‘alcohol’; als je je leven bouwt op de afgod ‘geld’; als je je geluk zoekt in ‘macht en positie’. Als je je leven in gaat richten zonder God, en niet begrijpt als mensen God op de eerste plaats blijven zetten, dan zal je uiteindelijk bedrogen uitkomen. Gods liefde is groot, Hij komt met redding. Maar God laat ook niet met zich sollen. Hij zegt: Ik heb niet in het verborgene gesproken. Het is niet onduidelijk wat ik van je vraag. Elke zondag hoor je weer de tien geboden, er is geen woord Spaans bij. Ik vraag dat je Mij alleen dient, dat je niet vloekt en dat je mijn dag echt een dag apart maakt en naar de kerk komt. Ik vraag dat je gehoorzaam bent aan ouders, leraren en ambtsdragers; dat je geen haat blijft dragen, niet aan andermans bezit komt. Dat je breekt met die verslaving. Dat je in opstand komt tegen het onrecht in deze wereld en ziet wat voor nood er is. Dat je niet steeds meer wilt en dat je niet over anderen praat. Mijn regels zijn niet verborgen maar helder. Leef er dan ook naar!
Wie dan zegt: Ik wil ook komen tot de Heer. Ik verwacht alleen van Hem redding. Ik verwacht ook vergeving van mijn zonden. Wie zich zo door de Geest met God laat vullen, bekeert en op weg gaat naar het heil van de Heer, laat die genieten van Gods vreugde. Voor velen is het verborgen, voor ons is ook nog veel verborgen, maar aan Gods trouw en liefde hoef je niet, hoef je nooit te twijfelen. God zegt: Een woord dat ik spreek wordt niet herroepen. Ik doe wat ik zeg. Uiteindelijk zal elke knie zich buigen voor deze God, voor deze Heer. Zullen we met alle volken en talen opgaan naar het hemelse Sion!
Laat U dan ook door Hem redden!
Kom volgende week en leg U leven in zijn handen.
Er is nog veel verborgen, maar wie schuilt bij God: die is veilig en geborgen.
Die zal God veilig brengen naar die grote dag dat alles nieuw wordt!
Amen.


1 Sam 16 – Muziek!?

november 17, 2014

Preek gehouden in Heemse, november ‘14
Tekst: 1 Sam 16:23

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 1] Wat is er vaak muziek om ons heen! Thuis zet je misschien een mooie CD op; via je smartphone kun je altijd muziek om je heen hebben. Wat kun je via je oortjes of muziekinstallatie de mooiste nummers beluisteren. De jongeren zeiden: we luisteren wel 1 tot 2 uur per dag naar muziek, dat is toch al snel meer dan tien uur per week.
Soms is muziek meer behang, achtergrond; soms luister je heel bewust. Wat heerlijk als je een instrument kan bespelen. Jullie gaven aan veel te luisteren naar popmuziek, of naar de geheime zender, en sommigen genieten van opwekkingsnummers.
[Dia 2] Ook in de kerkdienst is er muziek om ons heen. Het orgel Ik kan genieten van orgelmuziek, maar ik schrok er een beetje van hoe ver die muziek bij veel van jullie jongeren vandaan staat. Jullie gaven aan fijn als ook de piano klinkt of soms is er nog een ander instrument te horen in de kerk.
Terwijl we elke week een andere preek hebben, klinken in de kerk vaak dezelfde liederen. Waarom is dat? Dat komt omdat muziek die je raakt je niet verveelt. Muziek kan allerlei emoties opwekken. Een liedje kan de hele dag in je hoofd zitten of je kunt steeds hetzelfde nummer weer draaien. Soms kun je door muziek helemaal gaan stralen of kom je zo diep bij je gevoelens dat tijdens de kerkdienst de tranen over je wangen lopen. Het kan ook zijn dat je begint te bewegen, te huppelen of te dansen van muziek die je echt raakt!
Dat muziek invloed heeft op je emoties, zien we ook gebeuren bij David en Saul. Daar willen we op letten. Maar ik wil vragen stellen over muziek in het algemeen: Iemand vroeg: houdt God ook van muziek? Je kunt je ook afvragen: welke muziek is goed?
[Dia 4] Maak muziek voor God de Vader !
1. Davids muziek drijft boze geesten weg
2. God componeert zijn grote heilsgeschiedenis
3. Jouw muziek mag klinken in Gods oor
[Dia 5] 1. Davids muziek drijft boze geesten weg
Wat was Israël blij geweest met zijn nieuwe koning. In Saul hadden ze een koning gekregen, die geleid werd door de Geest van God. Maar wat erg dat het mis ging! Saul wilde niet wachten op Samuël. Hij bracht zelf zijn offer na de strijd met de Amalekieten. Saul kan geen koning meer zijn, want een koning moet naar God luisteren.
Daarom had de profeet Samuël zijn hoorn met olie gevuld en had in het huis van Isaï David gezalfd. Hij wordt vervuld met de Geest van God (16:13). Gelijk daarna lezen we dat de Geest van God wijkt van Saul … David moet bij hem in zijn paleis komen om op de lier te spelen. Wat doet David dat geweldig … Saul wordt er helemaal rustig van. Saul raakt erg gesteld op David en David gaat mee in de strijd. We lezen hierna dat hij Goliat verslaat, dat hij veel overwinningen behaalt voor Saul.
[Dia 6] David speelt dus op de lier voor Saul. De hovelingen van Saul, die Saul ook op zijn moeilijke momenten meemaken hadden gezegd dat er maar iemand moet komen die muziek kan maken. Het lijkt wel of ze David al in het hoofd hebben, want gelijk als Saul zegt dat het goed is noemen ze de naam van David. Ze zeggen: Hij kan goed de lier spelen. Hij is goed gebouwd en welbespraakt: David heeft niet alleen muziek gespeeld, maar ook liederen, psalmen geschreven. Door Gods Geest geleid hebben wij die in de Bijbel staan en mogen we nog steeds veel van die psalmen zingen. David speelde dus op de lier: in de Bijbel heb je blaasinstrumenten (fluit, bazuin, hoorn en trompet), slaginstrumenten (cimbaal en tamboerijn), maar je hebt ook de snaarinstrumenten: de lier, de harp en de luit. De lier kon met de hand gedragen worden, had 7 of 8 snaren, en werd met de vingers bespeeld, of kon ook met een stokje bespeeld worden om te tokkelen.
[Dia 7]. Wat hij precies had weten we niet. 1) Je kunt zeggen: hij was onrustig, alles vloog hem aan, want hij wist wel dat hij de gunst van God verspeeld had.
2) Het kan ook zijn dat hij een psychische moeite had: dat hij angstig werd en bang was voor de mensen om hem heen. Straks gaat hij zelfs met een speer gooien.
3) Toch vertelt de Bijbel dat het probleem hier nog dieper ligt. Het is niet alleen een psychische moeite, er is een geest van God gekomen die bezit neemt van Saul. Een kwade, boze, slechte geest. Een Geest … van God. Dat er bij staat dat hij van God komt, wil zeggen: God stuurt die geest. Het is geen Geest van God, maar God heeft wel de macht over die boze geest. Maar als David dan, geleid door God goede Geest, begint te tokkelen, slaat die boze geest op de vlucht. Hij laat Saul even met rust. Saul kan weer adem halen: ‘het lucht hem op’, hij krijgt weer ruimte om te ontspannen. Het doet hem goed.
[Dia 8] Door alle jaren heen zijn de psalmen steeds met mensen meegegaan, de liederen van David. Hebben mensen gemerkt dat ze hierdoor geraakt werden en rustig werden. Hoe dat kan? Jullie gaven aan dat je nummers hoort van Normaal, Roy Donders, the script luisterden. Maar wat is het gaaf als ik van mensen hoor hoe ze ook rust van psalm 43 of opwekking ervaren. Troost, die diep gaat, ook als er veel verdriet. Troost die zingt over de ziel die Gods heil mag ervaren, als dankbaar alle snaren ruizen. Dat je als je laatste adem stokt, je toch mag weten te leven in eeuwigheid. Er toch 10.000 redenen zijn tot dankbaarheid.
De olie die Samuël bij zich had, zijn zalving, liet zien dat de Geest op David kwam. Maar de lier, de muziek van David kon ook een middel zijn om de Geest te laten werken. De boze geest verdween uit Saul! Zo roept Paulus ons in Efeze ook op om ons te laten vullen met Gods Geest. Zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft.
Wat heeft met name Jezus laten zien dat Hij de zonde en boze geesten kan overwinnen! Zijn Geest mag nu ook in ons komen. Juist via muziek kun je Hem in je laten werken, mag je je openstellen voor de Geest. Ben je vrolijk, chagrijnig, verdrietig of verliefd: maak muziek voor God! In de kerkdienst, in de auto, in je stille tijd, via je koptelefoontjes, samen aan tafel. Bidt maar of God vaak via muziek zijn Geest in je wil laten stromen!

[Dia 9] 2. God componeert zijn grote heilsgeschiedenis
Zie je strijd tussen David en Saul, tussen de man naar Gods hart en Saul? God wil zijn Messias brengen!! Zo krijgt David wel een opleiding.
Wat zal het moeilijk geweest zijn voor David. Wat moet er door hem heengegaan zijn, als hij zo dicht bij de koning waarvoor hij in de plaats komt op de lier zit te tokkelen. Toch is dit de manier waarop God zijn koning aan de macht wil brengen, door strijd en beproeving heen.
Want wat zal David het de komende jaren steeds weer moeilijk krijgen. Aan de éne kant is hij de gezalfde. Het wordt steeds duidelijker: Het begint gelijk al als de vrouwen hem hebben binnengehaald. Zingend en juichend op de muziek. Dansend bij de cimbalen en rinkelbellen. Kijk daar zie je een andere manier van muziek maken: ook voor David wordt muziek gemaakt. Koninklijke muziek, vorstelijke muziek. [Dia 10] Maar aan de andere kant zie je dat Saul steeds jaloerser wordt en op allerlei manieren probeert hij om David uit de weg te ruimen.
Eerst gooit hij een speer .. maar David kan hem ontwijken!
Zo wordt duidelijk dat God bij David is!
Dan probeert hij hem te laten vechten op de moeilijkste plaatsen, zodat hij zijn dochter als vrouw kan krijgen: maar David komt steeds weer heelhuids terug van het slagveld. Tenslotte maakt hij echt het plan om David uit de weg te ruimen en David moet vluchten … de woestijn in, de spelonken in, ver van Jeruzalem, ver van de koningsstad. Juist door die moeilijke tijd kan hij de mooiste muziek maken! Eigenlijk gebeurt er hetzelfde met David als in dat nummer van The Script, superheros: juist door de pijn wordt hij sterk!
[Dia 11] Wat een moeilijke tijd voor David. God heeft zijn plan: Hij heeft zijn gezalfde gestuurd, maar wat zie je ervan? Even wordt de macht nog ingeperkt, maar dan blijft Saul onrustig. Wat zien wij vandaag van de koningsmacht van de Zoon van David? Dat Hij regeert? Als er zoveel mensen overlijden. Als er zoveel verdriet is. Als zoveel christenen vervolgd worden om hun geloof. Als je teleurgesteld kunt raken: je had zoveel van het geloof, van God verwacht, zoals de mensen eerst van Saul veel verwacht hadden. Je zou kunnen zeggen: Als God eerst alles in een mooie harmonie had gemaakt, wat klinken er nu veel dissonanten en valse tonen. Als je hoort hoe soms mensen met geweldige muzikale gaven, ongelukkig eindigen door drank en drugs. Als jij in je leven zoveel verdriet hebt om die ziekte. Als je wel romantische muziek hoort, maar zelf zo verlangd naar een vriend of vriendin. Als muziek je herinnert aan de momenten dat je nog wel samen was. Wat kunnen dingen die je hoort pijn doen aan je horen. Wat kan het moeilijk zijn op God te blijven vertrouwen. Toch … God belooft het: Christus is de grote Davidszoon. Hij regeert vanuit de hemel: Hij belooft: straks zal het grote slotakkoord klinken, zal alles weer klinken in harmonie. Laten we bij alle moeite en zorgen die je kunt hebben (zoals David die ook kon hebben!) ons oog gericht houden op die grote dag: ‘eens, als de bazuinen klinken!’

[Dia 12] 3. Jouw muziek mag klinken in Gods oor
Tenslotte willen we nog kijken naar de muziek die je allemaal zelf draait of maakt. Allereerst mogen we zeggen: wat geweldig dat God de muziek gegeven heeft. Hij heeft in zijn grootheid ook de muziek gemaakt. De muziek die je zo kan raken, die je kan helpen te uiten, die je doet genieten. Wat kan het leven mooi zijn als je geniet van die muziek. Juist door muziek kunnen dingen uitgedrukt en gezegd worden, waar we zelf geen woorden voor hebben. Kan je helpen om nog dieper te genieten van de grootheid van Gods schepping. Niet alleen muziek met christelijke teksten, maar ook gewoon het tokkelen op de harp, het drummen op de drum, het slaan op de bekkens, een fluit, een klarinet of hoorn, een orgel of een gitaar. Laten we daarin elkaar ook respecteren en waarderen!
[Dia 13] Daarbij heeft iedereen zijn eigen smaak. De één houdt van Bach, de ander van Matt Redman, een derde van luistert liever naar de top 40. Misschien is er een nummer dat je wel 10x achter elkaar kan horen, is er muziek dat je opzet als je in een bepaalde stemming bent of wil je tijdens het sporten altijd een bepaald nummer horen.

Tegelijk zie je een strijd tussen de boze Geest, de Geest van Saul, en de Geest van God. Die strijd is nog dagelijks om ons heen! Paulus zegt [Dia 14] Ef 5:3 en 4 // 16-19 Jullie zijn Gods heilige volk. Daarom mag er bij jullie zelfs niet eens gepraat worden over verboden seks, onreine dingen, en slechte verlangens. 4 Doe niet mee aan domme en vieze praatjes, en maak geen vuile grappen. Je kunt beter God danken! 17 Probeer te begrijpen wat de Heer wil, denk goed na. 18 En drink niet te veel wijn, want dan ga je zeker domme dingen doen. Laat in plaats daarvan de heilige Geest je van binnen vullen.
19 Zing liederen voor elkaar, liederen om God te eren. Ja, zing alle liederen die de heilige Geest je laat zingen. Zing en juich voor de Heer met heel je hart!

Juist als muziek zo mooi en goed is, zal het je niet verbazen dat de duivel dat ook weet. Hij is het ook die als geen ander probeert om via muziek in je hart te komen. En daar is muziek ook heel geschikt voor: want het raakt je. Muziek kan je in een bepaalde stemming brengen. Dus wees extra op je hoede als je ergens heen gaat en er draait muziek die je beïnvloed. Je dingen laat zeggen, die grof of verkeerd zijn. Vraag je af of Jezus ook naar deze muziek zou kunnen luisteren. Zijn het woorden die ons verlangen naar God vergroten of zijn het woorden die juist ons verlangen naar de zonde vergroten? Probeer eens te denken wat vindt God hiervan: ook als het gaat om films, boeken, internet, televisie. Durf je te staan voor je geloof? Als er een vloek klinkt? Draai je de muziek dan weg? Welke CD koop je wel en welke niet? Iemand vertelde:
Ik heb zelf een keer met een jeugdkamp het ook over muziek gehad, hoe gemakkelijk wij dingen meezingen, zonder te weten hoe grof de tekst eigenlijk is. Ik had toen een lied in het Nederlands vertaald en voorgelezen, met de vraag of iemand wist welk nummer dit is, en toen laten horen. Ze waren erg verbaasd dat zo’n leuk pakkend muziekje zo’n tekst had. [scream and shout]
[Dia 15] Dat neemt niet weg dat juist bij een feest ook muziek hoort. God geniet van muziek. En wat is er ook op veel manieren christelijke muziek. Ook voor elke smaak die er is. Wat is het mooi als je zegt: ik wil graag muziek om me heen hebben, en laat het dan maar muziek zijn waarmee ik tegelijk God prijs en loof.
Zo gaan we op weg naar die grote dag. God wordt nu al omringd door engelen die zijn lof zingen. Laten we steeds weer Hem groot maken. Tot … Eens als de bazuinen klinken uit de hoogte, links en rechts, duizend stemmen ons omringen, Ja en Amen wordt gezegd, rest er niets meer dan te zingen, Heer, dan is uw pleit beslecht. Amen


Genesis 1 – Schepping en Evolutie

oktober 7, 2014

Preek gehouden in Heemse, 28 september 2014
Tekst: Gen. 1:1-2:4

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia] Thomas is altijd naar een gereformeerde school geweest. Hij kon genieten van de verhalen hoe God de sterren, de dieren en de mens maakte. Op catechisatie had hij gehoord over schepping en evolutie, en op de middelbare school hadden ze lacherig gedaan over een oerknal: er was niets en dat ontplofte en toen was er de aarde. Maar nu is hij gaan studeren: Hij hoort dat men er vanuit gaat dat de aarde 4,5 miljard jaar oud is. Dat het DNA van een chimpansee voor 99% overeenkomt met dat van een mens. Hij komt onder de indruk van de zonnestelsels, die miljarden kilometers groot zijn, hij hoort dat geloof meer iets wat de mens verzonnen heeft, dan dat het van God komt. Thomas weet het allemaal niet zo goed meer, en voelt zich alleen… Hoe ga je zelf met deze vragen om? Hoe kun je met Thomas in gesprek als het je kind of kleinkind, of leeftijdsgenoot is? Bij Thomas slaan de twijfels toe en hij voelt zich onzeker over zijn geloof.

[Dia] De enige manier om het geloof weer steviger te maken is door de Bijbel open te doen … God werkt het geloof door zijn Geest en Woord, en vandaag willen we dat dan ook doen: terug naar het eerste begin. Terug terwijl we beseffen dat er eerst eigenlijk niets was. Dat alles (behalve God zelf, Vader, Zoon en Geest) door God geschapen is. Dat is wat Genesis ons leert. De eerste letters van de Bijbel geven ons al een vaste basis voor het leven. Er is een begin! We leven maar niet zonder begin, ergens in alle ondoorgrondelijkheid en ongrijpbaarheid van het mensdom dat zich ergens naartoe ontwikkelt. Nee, zoals u, jij en ik een begin hebben van ons leven: heeft heel de schepping een begin. Dat begin is: in God. In Gods scheppend spreken. Alles komt bij Hem vandaan! Als je zoekend bent, als je vragen hebt, dan doe je de Bijbel en ziet staan: “In het begin …”. En dat begin: dat begin van hemel en aarde, ligt in Iemand. In God zelf. “In het begin … schiep God de hemel en de aarde!”. Hij is begonnen, en als Hij begonnen is, als je het leven van Hem ontvangen hebt, betekent dat je in je leven ook steeds weer op Hem terug mag vallen. Terug mag vallen op Hem, die het begin is van ons leven, van onze tijd, van onze wereld.

[Dia] Wat was er dan voor deze wereld? God was er. Hij is er voor de tijd, in alle eeuwigheid. Maar verder was er niets. God schiep: Hij maakte uit niets. Wanneer je zelf iets wilt maken heb je altijd materiaal nodig. Wie bouwt een huis zonder materialen? Wie maakt een mooi kaartje zonder papier? Wie een kippenhok zonder hout? Een legohuis zonder legoblokjes? Een loombandje zonder stiekjes? Als wij wat maken, maken we iets van iets anders. Maar God kan scheppen uit niets. Daar kun je met het verstand niet bij, maar het laat wel de grootheid van God zien. Door Hem is alles geschapen.
We zeiden net al: God staat aan het begin, maar als ik dan zie, hoe machtig zijn scheppingswerk is. Hoe Hij zonder iets, dit alles kan maken, dan word ik stil. Ik word dankbaar. Dank u, Schepper, voor dit geweldige werk. Dank U dat U alles, ja alles dat is, dat bestond, bestaat en zal bestaan heeft gemaakt. Daarvoor kan ik u nooit genoeg danken en prijzen. Voor dat wonder van uw scheppingswerk. Een wonder dat niet alleen toen er was, maar dat u nog steeds kunt doen. Ik denk aan de geboorte van Jezus Christus: geboren uit de maagd. Het wonder van een nieuwe schepping. Een wonder van een nieuw begin.
Wat een rust mag het geven als je bij die Schepper schuilt: waar wij soms niets meer lijken te kunnen, waar alles bij de handen lijkt af te breken, waar je geen uitweg meer ziet, mag je geloven dat God de macht heeft, om waar alles dood loopt een nieuw begin te maken, om de woestijn te laten bloeien, om waar niets meer was iets te geven.

[Dia] Wanneer God in het begin, uit niets de aarde heeft gemaakt, gaat God ordening brengen in deze aarde. Genesis 1 is een geweldige compositie. Op de eerste drie dagen maakt de grote architect het huis voor ons mensen om te wonen: Hij scheidt licht en donker, het water in de hemel van het water op aarde, het land van de zee. En na die scheiding op de derde dag laat hij ook nog op de derde dag planten en bomen, al het groen daar groeien.
De volgende drie dagen wordt de aarde ingericht: de lichten worden opgehangen, zon, maan en sterren; de zee komt vol met dieren; de aarde wordt bevolkt door de dieren op de zesde dag. En dan: als kroon op de schepping, komt de mens, ook op die zesde dag. Nu is het huis helemaal bewoond en klaar om in te leven. Die ordening leidt tot dank: met wat een precisie heeft God alles gemaakt en geordend. Als je kijkt hoe alles samenhangt: de kringloop in de natuur, de kringloop van het water, hoe bijen en bloemen samenwerken zodat er honing komt en bloemen bloeien. God zelf ziet ook dat alles goed is. Steeds weer wordt dat herhaald. Alles was zeer goed.

[dia] Maar wat moet je dan met die gegevens uit de aardlagen, de fossielen, dinosaurusbotten. Ontstaan van planten? Allereerst zou is zeggen: wees niet te bang! Ga maar op zoek in Gods grote schepping. Bestudeer alles maar. Breng de dingen maar met elkaar in verband: hemel en aarde vertellen van Gods majesteit. En als het dan niet klopt met de Bijbel? Sommige dingen begrijpen we niet. Zoals men vroeger niet snapte hoe de zon opeens het middelpunt werd, in plaats van dat de zon om de aarde draaide. Soms is er tijd voor nodig om dingen te begrijpen. Sommige dingen begrijpen we helemaal niet. Toch zijn er ook genoeg gelovige wetenschappers die bioloog, geoloog of astronoom zijn. Wat is het mooi als zij daarvan getuigen: wat mooi als je als christen-student ook van deze mensen hoort hoe ze geloof en wetenschap kunnen combineren. En ga dan maar op zoek in de schepping! Gods betrouwbare woord blijft wel staan, en het is ook altijd goed om vragen aan mensen te stellen. Vragen over DNA, over Evolutie. Vragen aan wetenschappers die uitspraken doen die verder gaan dan kan. Wetenschap moet geen geloof worden!
Wat begrijpen wij als mensen nog maar weinig van die indrukwekkend grote schepping. Het is zelfs zo dat ongelovige wetenschappers zeggen: in de natuur hangt alles zo sterk met elkaar samen dat er wel een groot plan aan deze wereld ten grondslag moet liggen. Een intelligent ontwerp. Anderen zeggen: de kans dat zoiets vanzelf ontstaan is, dat is net zo groot als dat je een boek van de Eifeltoren afgooit en de letters erachteraan en dat dan alles op zijn plaats terechtkomt. Laten we God voor het wonder van zijn schepping dan ook voor loven en danken. Heer: hoe geweldig mooi is alles gemaakt. Wat een geweldig kunstwerk is dat werk van uw handen. Het wonder van het bestaan!
[Dia] We zagen net hoe God de aarde heeft gemaakt als woonplaats voor de mens. Nog steeds mogen we erop wonen. Het is goed om ons bewust te zijn van alles wat we krijgen, wat soms zo vanzelf spreekt. Dan weet ik wel dat juist zoveel kwaad zichtbaar wordt in de wereld: denk aan Islamitische Staat en al het verschrikkelijke wat daarin meekomt. Wat als er verschrikkelijke dingen in je leven gebeurd zijn. Maar laten we juist oog krijgen voor dat wat er allemaal is. Het is een kunst om te zien wat we allemaal van God krijgen. Een aantal voorbeelden van mensen die ik ontmoet heb:
Denk aan een Agragier, een vader. Dan zie je hoe dicht je bij de natuur leeft. God geeft werk. God zorgt dat de koeien melk geven. Wat een vreugde geeft het als een kalfje geboren wordt. Wat kun je soms genieten van de lucht en het land.
Denk aan een werkende vrouw, moeder geweest: Wat is het mooi als God je mogelijkheden geeft om aan huis je eigen bedrijf te runnen. Bijzonder hoe God je leven leidt. Dat God in jouw buik het wonder van nieuw leven deed groeien.
Denk aan een alleenstaande oudere: wat mooi als je ook bij het klimmen van de jaren nog mogelijkheden hebt, als je kunt genieten van kinderen en kleinkinderen, van een reis of een vakantie. Als je bewust leeft, zie je zoveel van wat de schepper geeft, zodat je ogen open gaan voor Gods goedheid. Zodat we God steeds meer gaan loven en prijzen. Grootmaken om zijn geweldige schepping.

[Dia] Maar … maar … wat kan het soms toch moeilijk zijn, om God te zien. Als het niet goed gaat in je leven, als je kwaad ziet of als je het lastig vindt te geloven. Wat is er veel te bidden! Wat is er een onrecht op aarde! Een verdriet en een pijn! Wat kunnen mensen elkaar veel aandoen, denk aan het pesten en treiteren. Wat is ons verstand klein om alles te kunnen bevatten en wat zouden we dan wel graag ‘achter het gordijn’ willen kijken.
[Dia] Ik ben me bewust van de pijn en moeite. Dat met het eerste hoofdstuk van de Bijbel niet alles verteld is. Dat door de zonde scheuren door de schepping lopen. Maar toch: laten we terug naar het begin gaan. Openstaan voor Gods goede bedoeling, en daardoor … ook openstaan voor hoe het eenmaal allemaal goed zal zijn. Want wie weet dat er een begin is, maar ook geloven dat er een eind is. De draad van het leven gaat door, een draad die je niet op kan hangen als er geen begin en eind is. God begon, maar Hij maakte zijn schepping met een doel. Hij ruste van zijn werk op de zevende dag. Zo wil Hij u en jou ook tot de rust brengen. Hij die uit niets de wereld maakte, heeft ook zijn Zoon gegeven, een nieuw begin! Hij is niet alleen de architect van deze geweldige wereld, Hij is ook de bouwer. Hij bouwt en werkt nog steeds door. Hij wil nodigt je uit om deel te krijgen aan de eeuwige rust, de eeuwige dank: in Gods eeuwige paleis.
[Dia] Laat ik mogen eindigen met wat de astronoom Heino Falcke uit Nijmegen deze week vertelde. Hij is één van de hoogste professoren in de astronomie. Hij kreeg een grote prijs, en werd toegelaten tot de koninklijke nederlandse academie van wetenschappen: Hij mocht op bezoek bij Koning Willem Alexander. Hij bekeek het paleis: twee wachten, mooie gebouwen, een lunch, een gesprek met een belangstellende koning. Alles liet zien: dit is een koning voor de burgers. Door het paleis leerde je zien wat voor koning God is.
Van de zomer was hij in Versailles bij Parijs. Daar moest hij lang in de rij staan om het paleis te kunnen zien. Het was een paleis met veel meer schittering en glans, veel groter, veel indrukwekkender, het paleis van de zonnekoning. Alles van dat paleis liet zien: ik ben de koning met macht en jullie zijn maar een onderdanig volk.
Voor zijn werk mag hij regelmatig een ander paleis betreden: Hij mag omhoog kijken naar het paleis van God, de hemel met al zijn sterren. Dat is iets wat wij allemaal mogen doen. Maar als hij dat bekijkt, door de telescoop, dan ziet hij de enorme afstanden, de vele lichtjaren, de zonnestelsels. Op zoek naar zwarte gaten en de grenzen van het Heelal. En dan denkt hij: wat een geweldige Paleis, en wat een geweldige God mogen wij dus hebben! Wat is deze God machtig en groot, en tegelijk: wat is hij liefdevol dat hij op zo’n heel klein stipje, op de aarde, zijn eigen Zoon gestuurd heeft in zo’n klein, menselijk lichaam. Wat een Schepper! Wat een liefde van een God die zo met de mensen bewogen is, dat Hij deze Schepping door Christus ook echt weer goed wil maken! Amen

Liturgie Heemse 28 september 2014 – 9.00u en 11.00u
Ds. D.S. Dreschler

Welkom en mededelingen
Gezongen votum, zegengroet, gezongen amen (staande)
Zingen: Psalm 23:1 en 2 (staande)
Wet
Zingen Psalm 19:1 en 5
Lz + T Genesis 1:1-2:4a
Zingen Gezang 148 (Zie de zon, zie de maan)
Preek
Zingen Lied 479:1,3,4 (Aan U behoort, O Heer, der heren)
Gebed
Dankzegging en voorbeden
Zingen Psalm 33 : 3 en 7 (aangekondigd na collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)

Samenvatting
(Dia 1) De wetenschap kan ons zomaar voor allerlei vragen stellen als het gaat om het geloof in de schepping. (Dia 2) Maar we mogen de bijbel opendoen en ontdekken dat deze wereld niet zonder begin is, maar dat God, in het begin, de hemel en aarde schiep. (Dia 3) God schiep: Hij maakte uit niets. Wat een wonder! Wat een rust mag dat ook geven in de kracht van God, die ook in Jezus Christus voor een gevallen wereld een nieuw begin maakte. (Dia 4) God heeft als de grote Architect alles geordend op aarde in de eerste drie dagen, in de tweede drie dagen heeft Hij het huis vol gemaakt. Hij zag dat alles goed was! (Dia 5) Bestudeer die schepping maar. Verwonder je over Gods grootheid. En als er vragen zijn? We kunnen niet alles begrijpen, maar mogen geduld hebben en ook vragen aan wetenschappers stellen. (dia 6) Die schepping mag je nog op vele momenten in je leven leren aanwijzen, of je nu jong bent of oud, man of vrouw, op school, op je werk of thuis. (Dia 7) Maar … er is nog zoveel gebroken en kapot in de schepping. Ik merk het zo in mijn leven. (Dia 8) Toch mogen we op weg naar een eeuwige sabbat, als er alleen nog maar lofprijs. (Dia 9) We mogen wonen op Gods nieuwe hemel en aarde, een God die door zijn hemels paleis nu al laat zien hoe groot en liefdevol Hij is.


Ezra 9 – God stelt je in de ruimte, juist als je je schuld belijdt

september 1, 2014

Preek gehouden in Heemse, zondag 31 augustus 2014
Tekst: Ezra 9:10

Jongens en meisjes,
Het helpt om te vertellen wat je verkeerd hebt gedaan … Er was eens een jongen die een vuurtje had gestookt, zomaar van wat takken en papier. Samen met zijn vriendje, bij een oude boerderij. Maar toen ze er een stuk plastic opgooiden begon het enorm te stinken en te roken. Heel het fietspad kwam onder de rook. Ze schrokken en renden weg. Ze gingen op hun kamer zitten, bang voor straf, bang wat er zou gebeuren. Ze durfden niets aan de moeder te vertellen. Maar later kwam de moeder boven. Ze rook de brandlucht en vroeg wat er gebeurd was. Toen vertelden de jongens het. Ze zei: dat was niet goed, maar ik ga straks wel even kijken. Zullen jullie het niet meer doen? De jongens voelden zich opgelucht! Ze hoefden er niet meer zelf meer rond te lopen en het liep allemaal gelukkig toch nog goed af.

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] ‘Heb jij dàt gedaan? Met jou wil ik niets meer te maken hebben! Wat ben jij gemeen geweest! Wat een rotstreek! Ik had dat van jou niet verwacht, wat val jij mij tegen. Je had toch beloofd om dat niet meer te doen?’
Iemand kan zomaar zo reageren als je erachter komt dat je iets heel verkeerds hebt gedaan. Dat jij je op een achterbakse manier verrijkt hebt, terwijl de ander je vertrouwde; dat je weer veel te veel gedronken had, terwijl je beloofde het niet meer te doen; dat je thuis op walgelijke manier reageerde op je man of vrouw, dat je een ander een hak gezet hebt.
Je kunt je schamen voor je verkeerde dingen. Je loopt er niet mee te koop. Op facebook zet je eerder leuke filmpjes en plaatjes over vakanties, goede doelen acties en verjaardagen, dan dat je over verkeerde dingen vertelt.
[dia 2] Vandaag willen we juist wel letten op wat niet goed ging. Willen we daar open over spreken, het tegen elkaar zeggen en vooral ook tegen God zeggen. We willen ontdekken hoe het bevrijdend kan werken en het je in de ruimte zet als je wel je verkeerde dingen benoemd. Want vanmorgen horen we hoe Ezra aan het bidden is, hoe hij de zonden en verkeerde dingen van het volk bij God brengt. Hij gaat het volk voor in het zeggen dat ze niet geluisterd hebben naar de geboden van de HEER en dat ze hun eigen gang zijn gegaan. Hij noemt de fouten, de schulden, de overtredingen van het volk en vertelt ze aan God. Net zoals wij elke zondagmorgen dat ook met elkaar doen hier in de kerk. We luisteren naar de wet, om daarna in een gezamenlijk gebed ook ‘schuldbelijdenis’ te doen. God te vertellen wat er niet deugde aan ons leven. De verkeerde dingen voor God onder woorden te brengen.
[dia 3] Dat is de weg die onze liefdevolle Vader ons leert in de Bijbel. In de tijd van Ezra, maar ook in de tijd van Jezus. Hij wijst erop hoe wij als zondige mensen, toch geliefde kinderen van Hem zijn. Hoe groot zijn genade is, en hoe je dan ook aan zijn hand met leven en steeds weer het goede mag kiezen. In je gezin, met je vriendinnen, in je relatie en in de kerk.
God stelt je in de ruimte, juist als je je schuld belijdt
1. Ontdek de genadige God
2. Benoem concreet je zonden
3. Kies de weg van zijn geboden

[dia 4]1. Ontdek de genadige God.
Het kan zijn dat je helemaal niets over zonde of schuld horen. Wie afstand neemt van God, wie zijn eigen gang wil gaan, wie niet gelooft in de Schepper die zijn Zoon gaf, die zal ook niet aan zijn hand willen leven. Terwijl God je wel uitnodigt om met Hem te leven. Met Hem door het leven te gaan. Hij wil voor je zorgen, je kracht geven onderweg en je uiteindelijk thuis brengen in een volmaakte wereld. Als je zegt: ik wil niets met die God te maken hebben, ik richt zelf mijn leven wel in, dan kies je een weg die doodloopt. Dan verlies je je maker uit het oog. Dan krijg je te maken met zijn oordeel en zal je waarschijnlijk je niet erg druk maken over wat misgaat … je gaat je eigen gang.
Maar als je gelooft in God, dan kan het niet anders of je bent aangeslagen als er toch weer zonden in je leven zijn. Dan kun je zomaar het gevoel hebben dat die zonden tussen jou en God gaan instaan. Dan wordt het tijd dat die zonden opgeruimd worden en uit de weg gehaald. En als er iemand is die het heel erg vindt dat er zonden zijn dan is het de priester Ezra wel. Hij is net veilig teruggekeerd in Jeruzalem. De offers in de tempel zijn gebracht. Hij heeft zich een voorstelling gemaakt over hoe het zou zijn in het beloofde land, misschien wel een iets te mooie voorstellingen over die Godsstad door op de berg Sion, maar ja … kun je hem dat kwalijk nemen als er in de ballingschap zo vaak vol mooie herinneringen over die stad is gesproken, als je er zo’n lange reis naartoe hebt gemaakt, als je al zoveel in de bijbel of die stad hebt gelezen en horen zingen. Ezra is er aangekomen. Hij mocht in de tempel naar binnengaan.
Maar dan lezen we dat er een paar leiders van volk met hem gaan praten. Hier zien we hoe ze de zonden belijden. Ze zeggen, je bent hier nu wel gekomen: maar weet je wel dat het volk van de Judeërs en Benjaminieten, dat het volk van God, helemaal niet zo netjes geleefd heeft de afgelopen tijd? Dat ze eigenlijk hun eigen God vergeten zijn en meegedaan hebben met de feesten, met de gruwelen, met de praktijken van de volken om hen heen. Dat ze zich vermengd hebben met hen, en dat ze getrouwd zijn met hun dochters. Het heilige volk is helemaal niet zo heilig gebleven als God gevraagd had. [dia 5] Als Ezra dat hoort dan knapt er wat. Wat wordt hij daar verdrietig van! Hij gaat zitten, stil en verbijsterd. Dit slechte nieuws kan hij niet verwerken. Hij is helemaal terneergeslagen. Hoe is dit toch mogelijk en hij scheurt zijn kleren, hij trekt zijn haren uit zijn hoofd en baart. Hij is er helemaal kapot van.
[dia 6] Waarom? Omdat hij juist weet hoe liefdevol en genadig God is. Als hij even later gaat bidden is dat ook wat hij steeds zegt. Hij zegt: steeds heeft het volk gezondigd. Ze zijn in ballingschap gestuurd om hun zonden. En toch wil God nu met ons verder! U hebt net uw liefde en uw zorg getoond. We mochten veilig hier aankomen. U hebt het hart van Artaxerxes veranderd. U hebt ons weer teruggebracht naar Jeruzalem en we mogen hier weer wonen, terwijl we er helemaal geen recht op hadden. We zijn slaven, maar u hebt onze ogen doen oplichten, ons nieuwe moed gegeven. We mogen hier weer terug zijn, we mogen de tempel gaan opbouwen. Genade zo oneindig groot! Het volk heeft niet gezondigd tegen een God die zonder genade was. Ze zondigen tegen een God die net zoveel liefde had laten zien!
Wat is het belangrijk om dat goed te zien. God is de God van genade. Hij zocht Adam op in het paradijs, Hij redde Noach, Hij sloot zijn verbond met Mozes, Hij deed zijn volk terugkeren uit ballingschap. Deze God gaf zijn eigen Zoon Jezus Christus. Hij wil je redden en eeuwig leven geven. Wat een liefde van God … en juist dan wordt het extra pijnlijk, doet het extra zeer, als je toch je eigen gang gaat. Als degene die net een miljoen kwijtgescholden kreeg, maar de ander het mes op de keel zet voor een tientje.
Wat is jouw antwoord op Gods genade? Staat Hij in jou leven op de eerste plaats, of zijn er heel veel dingen waar je druk mee bent? Besteed je heel veel tijd aan je werk, je huis, je tuin, je welvaart? Ben je al je energie kwijt om een leeg bestaan op te bouwen. Dat je langzaam opgaat in de wereld en God naar de achtergrond verdwijnt? Het volk vergat de Heer, terwijl God zo genadig was. Hoe staat het met u en jou liefde voor God? Maak je je elven mooi voor Hem, of kies je tegen hem. Ben je oneerlijk in je huwelijk, spreek je kwaad over een ander, ga je je eigen gang? Zie je hoe groot zijn genade is en laat je die genade dan ook heel je leven bepalen?

[dia 7] 2. Benoem concreet je zonden.
Wat is dan het antwoord van het volk op Gods liefde? We hebben zijn geboden veronachtzaamd, staat er. Het volk gaat onder ogen zien dat ze op de verkeerde weg waren. Wat hebben ze dan verkeerd gedaan? Ze hebben zich vermengd met de volken om zich heen. De volken die andere goden dienden. Die ook allerlei gruwelen kenden in die godsdiensten. Offers voor die goden, soms zelfs kindoffers. Denk aan de baalpriesters die zichzelf ging snijden voor hun goden. Of denk aan de losbandige feesten met veel seks die gepaard gingen met die offerdiensten. Juist het kleine volk dat terugkwam, dat ging werken aan herstel, dat telkens laat zien dat het afstamt van het volk van God en dat de priesters afstammen van Aaron, juist dat volk had zijn eigen identiteit moeten bewaren en had trouw moeten zijn aan de geboden van God. Maar wat was hun antwoord op de genade van God? We hebben uw geboden veronachtzaamd, uw wet niet nageleefd.
Dat zeggen ze dan ook tegenover God: onze zonden reiken tot aan de hemel, die hebben zich opgestapeld. Ze hebben het hele land gevuld van het oosten tot het westen. Ze hebben heel goed in de gaten dat het niet goed was.
Dat is niet alleen iets wat ze zeggen. Het is nogal makkelijk om sorry te zeggen. Maar het komt pas echt over als iemand het meent, als het recht uit zijn hart komt. We zagen al dat Ezra zich verbonden voelt met het volk en zijn kleren scheurt en huilt. Helemaal verbijsterd is. Huilt. En terwijl hij zo huilt komt er een groep mensen om hem heen staan, steeds meer mensen van het volk die ook bitter wenen. Ze zijn verdrietig om de zonden die zij begaan hebben, het raakt hen in hun hart. En ze vragen zich af: als het zo met ons gesteld is, dat we Gods genade dat Hij een rest wilde sparen beantwoorden met te zondigen, zal God ons dan wel willen sparen. Zouden we dan in zijn ogen mogen bestaan. Of zal Hij er dan voorgoed een einde aan maken.
[dia 8] Ezra gaat ons voor in een schuldbelijdenis, zoals David, Nehemia en anderen het ook doen. Zoals die man uit Lukas 18 doet. Hij komt naar God toe en benoemd zijn zonden richting de Here, Hij vraagt: wees mij zondaar genadig. En God is hem genadig. Hij gaat gerechtvaardigd naar huis terug. Juist wie zo komt, mag geloven dat Christus voor zijn zonden gestorven is. Daarom is het goed om je zonden naar God te brengen, concreet te benoemen. Om dat elke keer hier te doen in de kerk. Om als er erge zonden zijn en het ook aan elkaar te belijden, zoals Jakobus daartoe oproept. We kennen geen biecht, wij kennen de gezamenlijke belijdenis van schuld aan het begin van de dienst, elke zondag weer. En we kennen het huisbezoek, ingesteld in de gereformeerde kerk, vaak ook net voor het avondmaal om ook je zonden te belijden.
[dia 9] Ik hoorde eens van een vrouw die zich enorm minderwaardig voelde om de zonde die ze had gedaan. Ze wist van genade. Ze wist van vergeving. Toch zat die zonde haar dwars en ze praatte erover met de dominee. De dominee sprak ook over vergeving en over de liefde van God. Maar zei ze: Ik denk niet dat God van mij houdt, en als u wist wat ik gedaan heb, zou u mij vast niet meer willen zien. Dan zou u mij vast wegsturen. De dominee zei: laten we dan een keer afspreken en erover praten. Ze kwam op de afspraak, in de kerk, ze durfde de dominee amper aan te kijken. Had donkere kleren aangetrokken en praatte zachtjes. Ze biechtte op wat er op die donkere momenten van haar leven gebeurd was. De dominee hoorde het aan. Ze keek of hij boos werd, of hij haar weg zou sturen, maar hij bleef met begrijpende blik naar haar kijken. Hij begon niet te schelden, keerde haar niet de rug toe, maar zei: besef je nu hoe oneindig groot de genade van God is? Dat Hij ook voor jou zijn Zoon gegeven heeft?

3. Kies de weg van zijn geboden
Wat was het antwoord van het volk op die liefde van God? Ze gingen hun eigen weg. Ze vergaten zijn geboden. Maar toen ze tot inkeer gekomen waren, zeiden ze: we zullen nu luisteren. De vreemde vrouwen zullen we wegsturen. Een heel radicale oplossing. Iets wat God niet van ons vraagt vandaag. Hij wil niet dat je gaat scheiden en vrouw en kinderen wegstuurt, denk bijv. aan 1 Kor 7:12 wanneer een broeder een ongelovige vrouw heeft die bij hem wil blijven, mag hij niet van haar scheiden. Je moet het lezen in die tijd. Die tijd dat ze net terug waren. Bedreigd werden door de volken om hen heen. Verdrukt werden door Samaritanen en Kanaänieten en dan moesten ze zich daarmee niet vermengen. Zeker niet de priesters die moesten dienen in het heiligdom van de Heer. We lezen dan ook dat die vrouwen worden weggestuurd. Heel ingrijpend heel vergaand. God wilde niet dat zijn volk zou verdwijnen en ze uiteindelijk de messias zouden missen! Juist met die Messias zou er veel veranderen. Jezus legde wel contact met de Samaritaanse en Kanaänitische vrouwen.
Het volk belijdt de zonde en kiest ook de weg van zijn geboden. Duidelijk is dat ze zeggen: nu moeten we de Heer blijven dienen. Moeten we niet weer de fout ingaan. Je zou je af kunnen vragen als Gods genade zo groot is, of we dan niet de wet net zo goed af kunnen schaffen. God vergeeft toch wel? Maar juist wie zo tot God gekomen is, mag zijn leven ook mooi maken voor de Here. Belijden we naar God, en naar elkaar onze zonden, dat we vervolgens ook anders willen leven. Of gaan we op in deze wereld? Vermeng je je? Besteden we veel tijd aan dingen opbouwen die uiteindelijk heel leeg zijn? God vraagt duidelijke keuzes. Hij wil niet een alleen de God zijn als een soort levensverzekering voor als het moeilijk is. Hij wil heel je leven vullen en wil dat je niet alleen Here, Here zegt, maar er ook echt naar doet. Ook als het gaat over je partnerkeuze, je beroepskeuze, de invulling van je vrije tijd en de besteding van de zondag. God vraagt dat je zijn liefde voor jou, door vertaalt naar liefde voor Hem en voor elkaar.
Wie serieus naar zijn leven kijkt. Wie oprecht zijn zonden benoemt, juist die wordt weer opnieuw met God verbonden. Juist die mag ook weer heel duidelijk en beslist zijn leven nieuw maken, mag weten wat het betekent om van de genade te leven. Die zal niet worden weggestuurd door God, maar wordt juist bevrijd en in de ruimte van Jezus Christus gezet. Dat je die bevrijding en vergeving steeds weer in je leven mag ontdekken!
Amen

 

Liturgie zondag 31 augustus 9.00u en 11.00u

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet, gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 9:1,5,7 (vers 1: onderbouw Doekesschool, staande) Ik zal met heel mijn hart, o heer, blij al uw wonderen verhalen, U allerhoogste dank betalen.

Wet

Zingen Opwekking 428:1-4 (Genade, zo oneindig groot)

Gebed

Lezen Ezra 9

Lezen Lukas 18:9-14

Zingen Psalm 71:9,10 en 14

Tekst Ezra 9:10

Preek

Zingen Gezang 170 (Vaste rots van mijn behoud)

Dankzegging en voorbede

Collecte

Zingen Ps 32:5 (aangekondigd na collecte, staande)

Zegen en gezongen amen (staande)