1 Sam 23:14-18 – Word sterk in de Heer! (preek belijdeniskamp)

september 27, 2012

Preek belijdeniskamp (Mussel, Beilen, Hooghalen, Assen-West, Assen-Peelo)

30 september 2012 – Ds. Dick Dreschler – Tekst: 1 Sam 23:14-18

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[Dia ‘Oei, ik groei’] ‘Oei, ik groei!’, dat is het thema tijdens het belijdeniskamp dat de jongeren in Musselkanaal hebben. Met elkaar hebben we het over groeien.

Bij groeien kun je denken aan in de lengte groeien. Bij een baby’tje wordt op het consultatiebureau steeds weer gemeten hoe lang het is. Als kind ben je steeds wat langer als je gemeten wordt. Misschien weet jij ook wel precies hoe lang je bent. Je wordt steeds groter! Wie gezond is en goed te eten en te drinken krijgt, kan groeien in lengte.

Maar op een gegeven moment ben je wel uitgegroeid. Maar dan kun je nog wel blijven groeien. Je kunt groeien in kracht. Dat je steeds sterker wordt. Dat je meer kan tillen, harder kan lopen. Hoe groei je in kracht? Door te oefenen, door gewichten op te tillen, door weerstand: denk maar aan degenen die in de sportschool steeds weer de gewichten optillen. Ze worden steeds sterker! Ik zag laatst zelfs een plaatje van een sporter die met een parachute achter zich aanrende: door de weerstand van de parachute werd hij steeds sterker.

[Dia 1 Kor 13] Hier in de kerk is het geen sportschool, het is geen consultatiebureau, we meten niet hoe lang je bent en hoe sterk je bent. Ook tijdens het belijdeniskamp gaat het daar niet over (al meten de jongeren natuurlijk wel weer hun krachten tijdens de zeskamp). En toch … toch gaat het over groeien en sterker worden. Want ook als het gaat om ons geloof is het nodig dat je steeds weer sterker wordt. Paulus zegt in 1 Korinthiërs 13 ”Wees waakzaam, volhard in het geloof, wees moedig en sterk.”

Wanneer je dat niet bent  kun je zomaar de finish niet bereiken. De goede strijd verliezen en God kwijtraken. Want je leeft in een wereld waar veel mensen niet in God geloven. Waar vrienden niet naar de kerk gaan. Waar om je heen misschien wel veel gevloekt wordt, waar mensen vol zijn van gepraat over sport, uitgaan, porno of geld. Waar ze daar hun geluk in zoeken en denken te vinden. Hoe kun je nu sterker worden in de Here? Groeien in je geloof? In deze dienst willen we letten op wat Gods Woord daarover zegt :

[Dia thema en verdeling] Word sterk in de HEER!

1. Door de woestijn (vs. 14 en 15)

2. Door elkaar (vs. 16-18)

3. Door Gods Woord (vs. 16 en 17)

Het eerste punt klinkt misschien een beetje raar.

Hoe kun je nu sterker worden door de woestijn?

 

[De heuvel Zif] In het gedeelte dat we net lazen, is David op vlucht voor Saul. In de woestijn van Zif, die door bergkloven doorsneden wordt, verstopt hij zich in de rotsholen. Steeds dieper trekt hij de moeilijk begaanbare woestenij in. Ja, David is op de vlucht! Hij die zo’n mooie toekomst leek te krijgen: Hij was door Samuël tot koning gezalfd. Hij had grote overwinningen behaald op de Filistijnen. Het volk had voor hem gejuicht. Hij mocht na de overwinning op Goliath bij Saul in het paleis komen.

Maar nu zit hij dus in de woestijn. De plek die verlaten is door mensen. Waar het moeilijk is om te overleven. Waar je de hyena’s, de gieren en hagedissen ziet. Hij zit in Choresa, een plaats ten oosten van de heuvel Zif. Choresa betekent bos, dus misschien dat daar ooit een Oase is geweest, tegenwoordig zie je daar niets meer van. Voordat David de grote koning van Israël wordt, is hij eerst naar de woestijn gedreven. Ziet hij nog niets van zijn mooie toekomst.

Het doet denken aan de grote koning, Jezus Christus. Ook hij heeft na zijn doop in de Jordaan eerst veertig dagen in de woestijn doorgebracht. Daar werd hij op de proef gesteld. Daar probeerde de duivel hem te verleiden. Probeerde de duivel Gods plan te verstoren.

[Saul probeert David te doden] God had veel aan David beloofd, maar nu zie je alleen een opgejaagde soldaat, met een stel mannen om hem heen, die van alle kanten kwamen, een samengeraapt zooitje. Hij wordt in de woestijn achterna gezeten door Saul. De wachtposten merken het wel … steeds weer duiken er verkenners van Saul op. Ze zoeken David, niet om eens met hem te praten, nee, ze hebben het duidelijk op zijn leven gemunt. Saul voelt het gevaar. Hij wil David hebben. Hij zal wel gezegd hebben: ‘maakt niet uit als hij dood is, als hij maar uit de weggeruimd wordt.’

[Hoe sterk sta je] Moet je je voorstellen dat iemand het op jouw leven gemunt zou hebben. Er zijn natuurlijk allerlei gevaren: je kunt je leven verliezen door een auto-ongeluk, je kunt per ongeluk geraakt worden door het schot van een jager. Maar David loopt niet gewoon het gevaar dat iemand in de woestijn sowieso al loopt: nee, Saul wil hem echt vermoorden. Dus stel je voor dat er iemand is die jou steeds in de gaten houdt en het niet op je geld, maar op je leven gemunt heeft. Dan slaap je geen nacht meer rustig, dan word je doodsbang. Zo kun je soms bang zijn, zoals de mensen in Haren bang waren voor al het geweld. Trillend in hun huizen zaten. Wanneer je in een moeilijke situatie zit: wanneer het donker om je heen wordt, wanneer je leven bedreigd wordt door een verschrikkelijke ziekte. Wanneer geliefden ziek worden of sterven: dan kun je zomaar aan het wankelen worden gebracht. Sta je dan sterk genoeg om op de Here te blijven vertrouwen. Om je geloof vast te houden?

 

[Psalm 56] Op catechisatie hadden we een discussie hoe sterk David stond. Jonatan zegt dat David moed moet houden: was David niet meer moedig? Dreigde David de moed te verliezen? Of kun je dat niet zeggen? Ik kan me goed voorstellen dat David de moed langzaam verloor. Dat dit de momenten zijn dat hij heel hard om hulp riep tot God. Here help mij! Mijn vijanden bedreigen mij, ze bestrijden mij, tegen mij zijn hun boze plannen gericht, zij bespieden mijn gangen, zij loeren op mijn leven (Ps. 56). Dan zijn dat woorden van iemand die echt doodsbang is. David was ook bang: Hij was al een keer naar de Filistijnen gevlucht en later vlucht hij nog een keer naar Achis. Weg uit Israël. Hij wil zichzelf in veiligheid brengen. Zijn situatie ziet er hopeloos uit. En ook zijn vertrouwen op God kan zomaar aangevochten worden: is God er wel? Maakt hij mij wel koning?

Menselijk gezien is de kans dat David neergestoken wordt door Saul een stuk groter, dan dat hij ooit koning zal zijn.

 

Ik wil niet zeggen dat Saul de duivel is, maar je ziet later wel dat Jezus door de duivel verzocht wordt. Je leest in openbaring dat Gods volk ook een periode in de woestijn doormaakt en de duivel jacht op dat volk maakt (Openb. 12). Ook dominees, zendelingen en leiders die veel van de Here verwachten kunnen soms donkere momenten meemaken. Dat de moed je in de schoenen zinkt, dat je geen kracht meer hebt om door te gaan.

Soms kunnen er dingen gebeuren in je leven waardoor je grote vragen kunt krijgen bij God. Kan het heel erg moeilijk zijn om te blijven vertrouwen. Wie echt in levensgevaar is kan rare dingen doen: een kat in het nauw maakt rare sprongen. En de duivel is blij, als er weer iemand naar zijn kamp komt. En dat gebeurt niet alleen in moeilijke situaties: Juist toen David wel koning was, alles voor elkaar had, op het dak van zijn paleis liep: greep de duivel zijn hart en werd hij verleid tot moord op Uria en overspel met Batseba. Ook de welvaart en voorspoed kan een bedreiging zijn!

Als kind kun je opgevoed worden bij het geloof, kun je je geliefd weten door God, veilig bij Hem, ook al gaat de storm te keer. Je gelooft: Jezus is je Herder. Misschien heb je dat ook wel gezongen en geloofd.

Maar als je ouder wordt kan er soms van alles veranderen. Kan het zijn alsof je de woestijn in gaat. Je krijgt nieuwe vragen. Je begrijpt niets meer van de mensen in de kerk, van je ouders. Je krijgt vrienden die gewoon vloeken, niet denken dat er een doel in het leven is. Hun tijd vullen met allerlei geklets en gepraat. Je ziet leuke en spannende dingen. Dan kan het zijn dat je denkt: ‘Wat moet ik nog met het geloof? Waarom zou ik op God blijven vertrouwen? De duivel probeert je in zijn kamp te trekken!’

 

[Palma] Probeer daarom sterk te zijn. Weerstand te bieden en geloof dat God je juist door deze dingen ook sterker wil maken. Net zoals iemand die krachttraining doet tegenstand merkt, weerstand merkt, tegendruk, en daardoor juist sterker wordt, mag je geloven dat je juist door zo’n woestijnperiode krachtiger word je in je geloof.

We hoeven tegenslag niet te vermijden, maar mogen bidden dat we er goed doorheen komen. Je kunt er sterker uitkomen. Een palmboom groeit onder druk, luidt het spreekwoord. Wanneer er op een jonge palm een steen wordt gelegd, groeit hij juist tegen de verdrukking in uit tot een sterke, stevige goed gewortelde boom.

Een moeilijke tijd is niet altijd makkelijk, je zult er ook niet altijd blij mee zijn, maar het maakt je wel sterker. Wie zo juist door de moeite heen op God blijft vertrouwen, is krachtig in de Here. Ik bid dat als je zo’n woestijnperiode doormaakt, zo’n tijd van verdrukking of vragen, van ziekte of zorgen, dat de Here dat zo mag gebruiken dat je er sterker uit komt, dan je erin bent gegaan! Zou het niet zo zijn dat David juist doordat hij zo’n moeilijke woestijntijd heeft doorgemaakt, ook zo’n goede koning is geworden. Dat daarom zijn psalmen zo’n diepte hebben, dat ze nog steeds elke dag mensen in alle verschillende situaties van het leven aan spreken? Ook David groeide door de verdrukking heen.

 

[Dia thema en verdeling] Wordt sterk in de HEER!

1. Door de woestijn (vs. 14 en 15)

2. Door elkaar (vs. 16-18)

Om door zo’n moeilijke periode heen te komen, is het wel belangrijk dat je steun krijgt. De Here God wil ons steunen. Hij wil dat doen door zijn woord en belofte. Hij versterkt het geloof ook door doop en avondmaal. Maar om dat woord bij je te brengen schakelt hij ook mensen in. Bij David wordt Jonatan ingeschakeld.

Jonatan is de kroonprins, die zijn vader helpt in de oorlog. Maar hij is ook vriend van David. David had van hem na zijn overwinning op Goliath zelfs zijn zwaard, de boog en de koppelriem van gekregen (1 Sam. 18:4). Samen sloten ze een verbond: ze zijn vrienden voor het leven. Nooit zullen ze elkaar in de steek laten, dat hebben ze tegenover de HERE beloofd. Een heel bijzondere vriendschap, ik heb wel eens begrepen dat iemand dit vijftig jaar geleden die tekst over hun vriendschapsluiting als trouwtekst meekreeg: voor de Here beloof je elkaar trouw. Zo waren David en Jonatan trouw aan elkaar: Jonatan heeft David geholpen om te vluchten van zijn vader Saul. Hij helpt dus zijn grootste concurrent: want eigenlijk zou hij zelf koning moeten worden na Saul. Maar hij begrijpt het plan van de Here.

Nu zoekt Jonatan hem zelfs op in de woestijn? Hoe kan hij nu weten waar David was, terwijl Saul hem niet kan vinden? We weten het niet … je kon toen niet gewoon even een SMSje sturen. Toch is Jonatan bij David gekomen. Dat was maar niet toevallig, zo van, ‘ik kwam even langs en sprak met David’. Nee, heel bewust heeft hij David opgezocht. Hij maakte het plan om daarheen te gaan. Hij wilde David een hart onder de riem steken. Zodat David zou blijven vertrouwen op de Here.

[Dia bemoediging] Dat is iets waar je als christen van mag leren. De Here wil graag dat we elkaar blijven aansporen en bemoedigen. Elkaar een hart onder de riem steken. Hij wil graag dat je dat heel bewust doet en dat je jezelf ook afvraagt: wie kan ik helpen? Wie heeft het moeilijk? Wanneer kan ik waar eens op bezoek gaan? Als christen redden we het niet alleen. De ander heeft je nodig! Niet alleen de ouderling, diaken en dominee zal daarin steeds op zoek zijn naar mogelijkheden, ook als gemeenteleden, als vrienden en vriendinnen in de Here, binnen ons huwelijk en in onze familie zullen we elkaar steeds weer mogen wijzen op Jezus Christus, in alle omstandigheden van het leven.
Want u, en jij en ik wij hebben elkaar nodig. Laten we daarom de bijeenkomsten opzoeken waar we elkaar sterker kunnen maken in het geloof. Waar je kunt groeien, waar christenen met elkaar de Bijbel open doen. Kom naar de kerk om aangespoord te worden op de Here te blijven vertrouwen.

Ik las van een zendeling die in de vorige eeuw op reis gegaan was en ver weg in Afrika Gods Woord moest brengen. Wat was het moeilijk om daar te werken, wat was het moeilijk om Gods Woord te brengen. Maar toen kreeg hij een brief van een zijn vriend, een brief die weken onderweg geweest was naar dat verre Afrika. Zijn vriend sprak erover dat we zo’n rijke beloning en kroon klaar hebben liggen. Dat er zo’n geweldige toekomst is, dat God ons niet zal verlaten, maar zal helpen. Hij schreef: ‘Sterkte bij al het werk en kracht van de Heer. Houd moed, houd vol! En wat was er een blijdschap bij de zendeling en zijn gezin. Om zo door iemand anders opgebeurd te worden.’

Wat is het goed om een ander op de schouder te kloppen en te zeggen: houd moed, houd vol! Ook als je het gevoel hebt tegen de bierkaai te vechten, als dingen minder lijken te worden. Als er in je klas weinig gelovigen zijn en je je alleen voelt staan.

Wat is het goed als we om elkaar heen staan als er ziekte en zorgen zijn. Laten we steeds bidden voor elkaar, maar ook heel praktisch elkaar helpen. Samen sta je sterk: dat geldt ook binnen de gemeente.

Zo bemoedigt Jonatan David. Het is de laatste ontmoeting, nog een keer bevestigen ze hun vriendschap voor de Heer. Hierna zullen ze elkaar nooit meer zien. Jonatan zal sterven en David zal daarom veel verdriet hebben. Maar nu kan Jonatan het nog zeggen: Wees niet bang David! Je hoeft geen angst te hebben! Houd moed!

 

[Dia] 3. Wordt sterk in de Heer: Door Gods Woord

Tenslotte, als vrienden je door een moeilijke periode heen helpen, is dat mooi. Maar wat is het leeg als je je vertrouwen dan op die vrienden stelt. Wat kun je in mensen teleurgesteld raken. Wat kun je soms verlangen naar steun, en tegelijk het gevoel hebben aan je eigen lot overgeleverd te zijn.

Daarom is het goed om te kijken hoe Jonatan David bemoedigt. Hij spoort hem aan om te blijven vertrouwen op God. Letterlijk staat er: Hij maakt zijn handen sterk in God. Wie slappe handen heeft, die durft niets. Die pakt niets meer aan. Die staat met knikkende knieën te kijken wat er gebeurt. Die staat er angstig bij.

Wie slappe handen heeft ontbreekt het aan moed. Maar God belooft op verschillende plaatsen in de Bijbel dat hij uiteindelijk alles zal veranderen en zal komen om te helpen.

[Dia Jesaja 35]  Bijvoorbeeld in Jesaja 35: de woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, hij zal kracht geven aan trillende handen, knikkende knieën sterk maken.

Zo maakt Jonatan de handen van David weer sterk. Sterk om zijn werk te doen, sterk om door te gaan. Dat doet hij niet in de eerste plaats met zijn vriendschap, en ook niet door nieuwe voorraden, niet door wapens te brengen, niet met geld of met subsidie, maar met troost uit het woord van God. Hij maakt David sterk … in God.

Dat merk je ook in wat hij zegt: Je hoeft niet bang te zijn. Saul zal je niet doden! Dat kan hij zeggen, omdat hij wist dat God voor David zou blijven zorgen. God had hem gezalfd. God zou met hem meegaan. God zou doen wat hij gezegd had en Jonatan zelf was bereid om David niets in de weg te leggen. Hij wilde wel tweede zijn. Jonatan wist wel wat de toekomst van David was, maar hij beseft nog niet dat hij nooit tweede zou zijn. Hij zou zelf zijn leven gaan verliezen.

Maar deze Jonatan mag hier wijzen op God. Doordat David sterk wordt in de Here, mag hij geloven dat God hem niet alleen steeds niet uitleverde aan Saul, maar dat God dat ook in de toekomst niet zal doen. God zou verder gaan met zijn plan: zorgen dat David koning zou zijn. Hij zou er voor zorgen dat David zou steeds groter en sterker zou zijn in de Here. Hij beloofde dat er uiteindelijk uit Davids geslacht voor eeuwig een koning op de troon zou zitten. Zo is dat gebeurd: God heeft Jezus, de Zoon van David gegeven, als de grote verlosser.

Zoals Jonatan David mag wijzen op de Here, mag je ook vandaag op de Here gewezen worden. David had het nodig om erop gewezen te worden, wat God ook al weer beloofd had. Dan hoor je niet iets nieuws, je hoort opnieuw wat God al beloofde bij je doop. Je mag mijn kind zijn. Ik zal als een vader voor je zorgen! Ik wil je brengen naar die geweldige toekomst. Niet iets nieuws, maar wel iets wat steeds weer goed is om te horen. Iets waarin je mag groeien, en wat je je steeds meer eigen mag maken.

Als je leeft te midden van vrienden die niets met het geloof doen en gewoon maar vloeken, denk er dan maar aan: God is er en wil je helpen te blijven staan!
Als je ziet dat het lijstje van moeilijke dingen die je meegemaakt hebt, langer is dan de mooie dingen: Wees niet bang! God is er! Hij zal je uiteindelijk redden.

Als je teleurgesteld bent in mensen, misschien zelfs in vrienden: Weet dat God je nooit zal verlaten. Hij is trouw aan zijn eigen woorden. Hij gaf zijn Zoon Jezus Christus voor jou.

Zelfs als je leven gevaar loopt, als je het echt heel moeilijk hebt: zie op de Heer, en op wat Hij beloofd heeft, wees sterk in Hem! Hij zal ook jou slappe, trillende handen sterken en je steeds weer nieuwe moed geven. Hij zal dat doen: als een liefdevolle vader, om zijn Zoon Jezus Christus, door de kracht van zijn heilige Geest! Wees sterk in zijn kracht, gerust in zijn bescherming! Amen

Liturgie Kampreek Dreschler30 september 2012 Morgendienst (vdLaan leest)Beilen, 9.30 uur Middagdienst (Arendsen leest)Hooghalen, 14.15 uur
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 66:3,5 Ps 66:3,5
Wet X
Zingen Ps 143:2,4,8 X
Gebed
Zingen Lied 1 – God heeft het eerste woord (De Cirkel geleerd) Lied 1 – God heeft het eerste woord (De Cirkel geleerd)
Lezen + tekst 1 Sam 23:14-18 1 Sam 23:14-18
Zingen Ps 56:1,3 Ps 56:1,3
Tekst
Preek
Zingen Lied 78 – Laat me in U blijven Lied 78 – Laat me in U blijven
Geloofsbelijdenis
Zingen X Ps 146:1,3,4
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 84:4 en 6 Ps 84:4 en 6
Zegen en amen

Psalm 97 – Juich! want de HEER regeert.

juli 25, 2012

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, juli ’12

Tekst: Psalm 97

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

De finish is bereikt! Ik heb mijn rijbewijs, ik ben geslaagd! Nederland heeft 20 keer goud!

Dat is niet iets wat je rustig zegt, wat je koel zegt, wat je koud laat.

Dat is iets wat je zegt met een uitroepteken erachter.

Waar je blij om bent, waar je met elkaar om juicht.

De HEER is koning!                         Let op hoe dit klinkt in de psalm.

Niet met een vraagteken, omdat je twijfelt of God er is: is de HEER koning?

Niet als iets wat je nu eenmaal weet, als geloof een automatisme wordt: de HEER is koning.

Niet zachtjes, alleen voor jezelf, vanwege de vragen: de HEER is koning.

De HEER is koning! Er klinkt een uitroepteken achter.

Wees blij! Juich! Zegt de psalm.

Ja wanneer ben je blij? Wanneer ga je juichen?

Bij iets wat heel goed voor je is.

Iets waar je gelukkig van wordt.

Iets goeds wat je overkomt.

Die brief die je opent of het mailtje dat je binnenhaalt … en je zegt: yes!

Dat sportmoment op televisie waarvoor je uit je stoel springt.

De uitslag op school waar je al zo lang op hebt zitten wachten.

Dat is iets waar je voor gaat juichen.

En nu … nu hoor je dat God koning is.

Dat is ook iets wat goed voor je is. Iets wat je volkomen gelukkig wil maken.

En niet alleen jou … de psalm zegt: de aarde mag juichen.

Alle mensen: Nederlanders, Joden, Amerikanen, Afrikanen, Chinezen.

Van kust tot kust. Dus de eilanden: Texel, Ameland, Vlieland.

De steden rondom het IJsselmeer, le landen aan de Noordzee,.

De landen langs de Middellandse Zee, de Atlantische en Stille Oceaan. Juich!

 

Waar ga je dan zo van juichen in deze psalm?

Hoe maakt de HEER zich dan bekend dat het vreugde geeft?

Op zich is dat niet gelijk heel duidelijk.

Het is wel gelijk heel indrukwekkend.

Soms is de hemel blauw, schijnt de zon, zijn er hooguit wat witte strepen aan de lucht.

Lekker weer, zonnetje, genieten. Wat hadden we een blauwe luchten deze week.

Maar zo beschrijft de dichter de HEER in deze psalm niet. [Koningspsalm]

Als hij de troon van deze koning gaat beschrijven en zijn koningsmantel.

Wanneer hij beschrijft hoe zijn koninklijke wagen eruit ziet,

dan is dat geen blauwe lucht.

Maar het wordt opeens heel erg donker.

Allemaal donkere wolken trekken samen.

En ja hoor … daar zie je al de eerste bliksemschicht.

En het duurt maar even of het lijkt of de aarde het ook gezien heeft.

Opeens is er dat gerommel. De aarde beeft en trilt.

‘Je hoort de stem van God in het onweer’.

En alsof het nog niet genoeg is … dan smelten de bergen als was.

Denk maar aan een vulkaan uitbarsting. De aarde rommelt.

Het gloeiende lava stroomt over de berghelling.

Wat voel je je klein bij zoveel natuurgeweld. Wat een klein stipje.

En wat kan vuur ontzettend veel vernietigen.

Denk aan de bosbranden afgelopen week: tegen vuur valt niet te lopen …

Als je hoort van die familie die ingesloten raakte en uit nood in zee moest springen.

De psalmist is onder de indruk van Gods kracht en macht in de schepping.

Een beschrijving die doet denken aan Gods verschijning aan de Sinaï, toen hij zijn verbond sloot met zijn eigen volk. Een beschrijving die veel weg heeft van de woorden van het boek openbaring als je leest dat God eens zal komen.

Drie dingen gebeuren dan als je dit leest:

Allereerst maakt het je klein voor de grootheid van God. Je beseft dat je niet zelf het leven naar je hand kan zetten. Dat je een klein schepsel bent in vergelijking met God. Iets wat je steeds weer kan overkomen als je (misschien juist wel in vakantietijd) de indrukwekkende grootheid van de aarde of de lucht ziet (als kinderen geboren worden).

Daarnaast gebeurt er wat anders: Je mag weten: De basis, het uitgangspunt, de fundering onder Gods stoel en zijn optreden is recht en gerechtigheid. Hij sjoemelt niet, is niet oneerlijk, niet vals, liegt niet, is niet onbetrouwbaar, nee: Hij is eerlijk, hij zal komen met zijn oordeel en zal recht doen. Al het onrecht wat hier geleden is recht zetten, al het kwaad wegnemen, Hij zal recht doen. Straks zullen wij ook voor Gods rechterstoel moeten verschijnen, opdat een ieder geoordeeld wordt naar wat hij gedaan heeft, goed of kwaad (1 Kor 5:10). Maar wat een wonder is het dat God zijn recht heeft laten zien in Jezus Christus. Buiten de wet om, buiten wat wij gedaan hebben: maar wie gelooft in Jezus Christus zal worden vrijgesproken (Rom 3:21,22).

Geloof in die God, geloof in zijn redding door Jezus. Want er staat wel een ten derde bij: als je tegen God opstaat, zal dat vuur je grijpen. En is verterend rond God. Wie tegen God opstaat. Hem wegdoet. Hem niet nodig heeft. Zich verzet tegen Jezus, die staat niet te juichen. Die bibbert van angst bij zoveel macht van God.

 

[Dia 3] Wat gebeurt er dan? Als de hemel zo straalt, zo zonder woorden Gods verhaal vertelt?

Als iedereen zo de majesteit van deze koning ziet.

Als iedereen zo ziet dat hij eerlijk is (vers 6).

Er zijn mensen die beschaamd staan.

Koning Achab dacht dat de goden van zijn vrouw Izebel wel regen en vruchtbaarheid konden geven.

De Koning van die geweldige stad Babel had enorme beelden.

Hij dacht dat hij heel de aarde kon regeren.

Maar al die goden zullen op die dag niets kunnen.

De mensen hebben met verzinsels zekerheid gezocht.

Als God verschijnt schamen ze zich kapot; ze staan uitgekleed; ze hebben niets meer.

Dat gebeurt op aarde. En in de hemel? Wat gebeurt er met die goden, met de afgevallen engelen? Zij buigen voor de HEER, de schepper van hemel en aarde.

Ik bleef vooral haken bij dat zinnetje over hoe mensen leven: zij beroemen zich op goden van niets.

Waar beroem ik mij op? Waar ben ik trots op, als het bij een sollicitatie gevraagd wordt?

Wat heb ik gepresteerd? Waar haal ik mijn waarde uit?

Je kunt trots zijn op je opleiding .. je sportprestatie .. je bankrekening … die dure aanschaf, die iedereen mooi vind. Op de netheid van je huis … de sfeer tijdens vakantie … je zorg voor anderen. Je kunt je waarde halen uit je baan … je bedrijf… mijn kleinkind … je partner … je gezondheid.

Je kunt soms alles opzij zetten om je éne doel te bereiken, waar je op roemt.

Maar is het werkelijk een vaste grond? Is het echt iets dat blijft?

Is het niet heel goed dat God je hart en leven doorlicht en kijkt wat je nu echt standhoudt voor altijd en eeuwig.

Op allerlei manieren kun je druk zijn. Kun je zekerheden inbouwen. [voetbalschoenen]

Kun je iets kleins meedragen wat je vertrouwen geeft. Een godje maken van iets wat jouw rust geeft. Maar het zijn zekerheden die je uiteindelijk uit handen worden genomen.

Als God zijn macht, recht en majesteit zo laat zien.

Dan schamen zich de mensen die God niet wilden kennen.

Dan zeggen ze we leefden wel voor van alles en nog wat, maar eigenlijk wat het ‘niets’.

Dan wordt duidelijk dat maar één iemand je leven voor eeuwig vasthoudt.

Dat is de God van Juda, de God van Jeruzalem. De God van de eeuwige stad.

Als Sion het oordeel ziet komen, dan brengt het Sion vreugde!
Kijk zij worden blij. Want zij hebben zich wel aan de machtigste God vastgehouden.

De God van het verbond. De God die wij nu kennen door de vergeving in Christus.

De God die recht doet!
Wie gelooft in Jezus Christus, die mag juichen. Die wordt blij van de vergeving van de zonden. Die heeft ontdekt waar het in het leven echt om gaat.

Gods licht straalt. Als zijn macht straks helemaal aan het licht komt, dan wordt ook duidelijk wat geen licht was, maar duisternis.

Wie leeft van de vergeving van de zonden, die heeft het licht van de wereld, die heeft Jezus Christus ontdekt. Die hoeft zich niet te schamen, want hij heeft niet op ‘niets’  vertrouwd, maar op ‘alles’. Op de God die een volkomen verlossing en wijsheid schenkt!

 

De Heer regeert – Dat is iets wat alles en iedereen eens zal zien.

Nu nog niet. Als ik sommige mensen deze psalm laat lezen zeggen ze:

Dat je dat gelooft? Dat kan toch niet? Ze leggen het naast zich neer.

En misschien heb je zelf ook wel eens grote vragen.

Dat, om zo te zeggen, die duisternis die God omgeeft, die wolk die om Hem heen is, jou ook wel eens parten speelt. God zegt recht te doen en eerlijk te zijn.

Maar waarom dan dit mijn leven? Waarom ging het zo? Waarom deed hij niets? Ons verstand is te klein om die machtige vragen te kunnen bevatten. Misschien zit je hier wel in de kerk, omdat je moet of omdat het zo hoort, maar dat je niet echt met die vragen uit de voeten kunt.

 

Toch hoop en bid ik dat die eerlijkheid van God, en zijn macht ook eens voor jou van de hemel zullen stralen. Dat je zelf ook mag zien hoe groot Gods liefde is, voor ons mensen hier op aarde. De psalm spreekt degenen aan die de Heer zo beminnen.

Beminnen, dat gebruik je tegenwoordig niet meer als je een vriend of vriendin heb. Je zult het niet meer over je minnaar hebben. Maar in het woord beminnen klinkt wel veel van die liefde van God door. Die verbondsrelatie die God met zijn volk heeft, en ook met jou wil hebben.

Wie de Heer liefheeft, met hem praat, tijd voor hem neemt, zich openstelt voor de schepping en de natuur. Wie onder de indruk komt van zijn genade, mag steeds meer iets van die liefde van God ervaren. Net als er in een relatie of vriendschap steeds weer nieuwe momenten zijn, zo mag dat ook met God zijn.

Als klein kind zing je van de goede Herder.

Op de basisschool ben je geboeid door de verhalen.

Als puber voel je je misschien door niemand begrepen, maar kun je wel bij God terecht.

Op een gegeven moment maak je keuzes en je vier je je belijdenis doen.

Daarna zullen er momenten zijn dat je door leegheid en oppervlakkigheid heenprikt.

Dingen die mensen doen, die mensen soms ook in de kerk doen, maar wat niet echt is. God zegt ook: haat het kwaad. In de kerk, en buiten de kerk.

Maar zullen er hopelijk ook steeds weer momenten komen waarop je liefde tot God verdiept en vernieuwd wordt. Dat je weer ontdekt waar het echt om gaat. Dat je de HEER steeds dieper bemint, liefhebt, dat je hem en zijn kerk trouw bent en blijft.

 

En het mooie is: Hij is trouw aan jou. Hij belooft dat hij je zal behoeden.

Hij is je goede Herder! Hij zal met je meegaan! Hij zal je beschermen en bewaren.

Hij is het die licht voor je zal uitzaaien. Voor God gaat licht uit lazen we net, maar ook voor jou gaat licht uit. Denk aan de vuurkolom die voor het volk uitging in de woestijn Waar jij je voet zet, ontspringt licht. Gods woord is vol beloften. Het Licht der wereld, Jezus Christus, is gekomen. Zijn licht wil ook in jouw leven schijnen en blijven schijnen. Nu al wil hij door zijn licht, jouw donkere wolken, jouw zorgen, jouw pijn en ziekte, jouw duisternis verdrijven. Straks op die grote dag zul je door zijn licht, door Jezus Christus, door de duisternis heen gered worden. Dan wordt duidelijk of je de Heer beminde: of je oprecht van hart was, of dat het slechts buitenkant was. Wie vertrouwd heeft op Christus mag dan ingaan in het nieuw Jeruzalem, de stad van het eeuwig licht!

 

Wie zo rechtvaardig is … rechtvaardig geworden is door Jezus Christus.

Door God verzameld is van heel de aarde, van kust tot kust.

Laat die juichen. Juichen met een diepe vreugde en het zeggen.

De Heer regeert: Dat de aarde juicht!

God is koning! Hij spreekt mij vrij!

En daarom juich ook ik voor zijn grote naam!

Amen.

 

zondag 29 juli

Liturgie Morgendienst, 9.30 Beilen Middag 14.15 HH/ 1630 Roden
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 97:1-2 Ps 97:1-3
Wet  x
Zingen Ps 97:3  x
Gebed
Lezen + tekst Psalm 97 Psalm 97
Zingen Liedboek 457:1, 3 en 4 Ps 96:1,7,8
Preek
Zingen Opwekking 375De Heer regeert Opwekking 375De Heer regeert
Geloofsbelijdenis  x
Zingen  x Liedboek 457:3 en 4
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 97:4 en 5 Ps 97:4 en 5
Zegen en amen

Jeremia 28 – Wie spreekt de waarheid?

juli 19, 2012

Liturgie zondag 22 juli

Liturgie Morgendienst, Hooghalen 9.15 Middagdienst, Beilen 16.30
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 33:1,2 Ps 33:1,2
Wet nvt
Zingen Ps 25:2 nvt
Gebed
Lezen Jer. 28; 1 Joh. 4:1-6 Jer. 28; 1 Joh. 4:1-6
Zingen Ps 81:7-12
Ps 81:7-12
Tekst Jer. 28:12-15 Jer. 28:12-15
Preek
Zingen Lied 285 – Geef vrede Lied 285 – Geef vrede
Geloofsbelijdenis nvt
Zingen nvt Gz 179a
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 147:1 en 7 Ps 147:1 en 7
Zegen en amen

Jer 50 – De rollen omgekeerd …

juni 28, 2012
Liturgie Morgendienst Beilen 9.30 Middag HH 1415/AssenW 17.00
Welkom en mededelingen    
Votum, zegengroet en amen    
Zingen Ps 40:1 en 2 (1 geleerd 8/7) Ps 40:1 en 4 (1 geleerd in 8/7)
Wet   Nvt
Zingen Opw. 244 (welzalig de man die Nvt
Gebed    
Zingen Gz 23: uw woord … Gz 23: uw woord …
Lezen Openb. 18:1-8 Openb. 18:1-8
Zingen Ps 75:1,3,4,6 Ps 75:1,3,4,6
Tekst Jer 50:1-10 en 17-20 Jer 50:1-10 en 17-20
Preek    
Zingen Lied 301:1,3,5 Lied 301:1,3,5
Geloofsbelijdenis Nvt Gz 179b
Zingen Nvt  
Dankgebed en voorbede    
Collecte    
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 85:1 en 3 Ps 85:1 en 3
Zegen en amen    

Jeremia 42:20,21 – Laat Uw wil worden gedaan!

februari 16, 2012

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, februari ’12
Tekst: Jeremia 42:1-43:7

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
Wie weet wat je hier op de beamer staat? [Dia kompas] Er was eens een zeeman die dacht dat hij heel goed kon varen. Hij had al jarenlange ervaring, en een kompas, dat aanwijst waar het noorden is, vond hij niet nodig.
Hij wist zelf wel, dacht hij, hoe hij het beste op de plaats van bestemming kon komen. Maar op een gegeven moment ging het toch wel heel vaak mis. Steeds verdwaalde hij weer.
Zijn vrouw kocht voor hem een kompas en dat moest hij maar meenemen.
Maar toen hij er mee gevaren had, was het weer misgegaan. Hij was weer verdwaald. Zijn vrouw vroeg: “Hoe kan dat nou!? Je hebt nu toch een kompas?” De schipper zei: “Ik heb het kompas wel gebruikt. Ik hield hem zo dat het noorden steeds aan de kant zat, waarvan ik zelf zeker wist dat het noorden was. Zo wist ik ook waar oost en west waren.” Dat er ook naald op de kompas zat die de hele tijd precies het noorden aanwees … daar had de schipper even niet naar gekeken. Hij stippelde liever zijn eigen route uit.

[Dia] Ook wij zijn op weg. Je hebt je eigen levensweg. Op die weg maak je ook elke dag keuzes. Je levenscheepje kan soms ook aardig te keer gaan, en soms kan er van alles gebeuren. Dingen waar je maar weinig van begrijpt, niet snapt waarom jou dat moet overkomen. Soms kan je aardig in de knoop zitten met van alles en nog wat. Soms weet je niet goed wat je moet doen of kiezen. Dan kun je zeggen: ‘Ik weet zelf wel wat goed voor mij is; ik stippel zelf mijn vaarroute wel uit. Ik doe wat voor mij goed en veilig voelt. Waar ik mij prettig bij voel’. Maar je kunt ook je handen vouwen, naar God toegaan. Zijn hulp vragen; vragen of God je kompas wil zijn, of Hij je de weg wil wijzen. Of Hij wil vertellen welke kant je voeten op moeten gaan. Of Hij de weg wil tonen die goed is voor jou.

[Dia] Het thema van de preek is: “Heer maak mij uw wegen bekend en leer mij die te gaan!”
1. De vraag
2. Het antwoord
3. De reactie

[Dia overzicht geschiedenis] 1. De vraag. We lazen net het gedeelte uit Jeremia 42.
Je ziet een groep Judeërs bang en angstig in de buurt van Bethlehem staan.
Wat in de boekrol geschreven was, was in vervulling gegaan.
Koning Nebukadnessar kwam met zijn troepen, en had de stad Jeruzalem ingenomen. Jeremia was in het land gebleven, Nebukadnessars troepen waren op hem niet boos.
Jeremia had toch gezegd: “Geef je over aan Babel”.
Even leek het zelfs wel goed te gaan met de mensen die niet weggevoerd waren. Gedalja, de zoon van Achikam, de zoon van Safan, uit de familie die Jeremia altijd beschermd had, werd als gouverneur aangesteld.
De eerste oogst van druiven, zomervruchten en olijven verloopt zeer voorspoedig (40:12): zou de straf van God nu voorbij zijn?
Maar dan gaat het mis. Door Jismael. Jismael is door de koning van Ammon erop uitgestuurd om Gedalja te doden. En dat doet hij ook: Hij doodt Gedalja. En hovelingen. En soldaten van Nebukadnessar. Hij neemt veel mensen gevangen en wil teruggaan naar Ammon. Maar gelukkig! Jochanan is er nog. Hij trekt achter Jismael aan, en voor de grens met Ammon laat hij alle gevangen vrij. Ze trekken terug naar Juda, verzamelen zich in de buurt van Bethlehem en zijn van plan door te trekken naar Egypte.

Juist die laatste zin, die in het vorige hoofdstuk staat in 41:17 is van belang om te begrijpen hoe de Judeërs daar bij elkaar zijn. Ze willen door naar Egypte. Waarom? Omdat ze bang zijn dat Nebukadnessar wraak komt nemen omdat zijn soldaten zijn gedood. Omdat ze niet langer in het oorlogsgebied tussen Egypte en Babel willen wonen. Omdat ze bang zijn voor de honger en voor ziektes. Ze willen hun rust vinden in Egypte.
Maar wat mooi! Dan trekken ze niet hun eigen plan. Ze lijken geleerd te hebben van het verleden. Ze gaan naar God toe! Ze willen welke weg God hen wijst! Daarom vragen ze aan de profeet van God, aan Jeremia: Bid voor ons, overlevenden.
Vraag of uw God ons de weg wijst, wat ons te doen staat. Úw God, dat klinkt al wel een beetje raar. Alsof het niet hun eigen God is.
Maar ze zeggen erbij: We zullen echt doen wat Hij zegt. God is onze getuige. Of zijn antwoord ons nu past of niet, of het ons nu wel of niet goed uitkomt of bevalt: we zullen naar Hem luisteren. Dan zal het ons goed gaan.
Dat is dus de vraag. De vraag van het eerste punt. Heer, wijs mij de weg. Eigenlijk is het wel heel mooi dat ze het aan God vragen. Een tijdje leek God uit beeld. Maar nu gaan ze toch naar Jeremia toe. En met overtuiging: ze leggen hun toekomst in de handen van de goede God.
Ook u, jij en ik staan regelmatig voor beslissingen. Voor keuzes. Zal ik daarheen gaan, of moet ik juist daarheen gaan? Zal ik het wel doen, of zal ik het niet doen? Wil God nu dat ik die opleiding doe, of juist een andere? Hoe moet het verder, nu er in deze baan geen toekomst meer voor me ligt? Wat moeten we doen, nu dit ongeluk in ons leven is gekomen? Zo worstelen ook de mensen in Juda met de vragen.
We kunnen dit hoofdstuk snel lezen en dan ontdekken dat ze beter hadden moeten luisteren naar de Here, maar laten we eerlijk zijn: wat zitten deze mensen in het nauw. Wat hebben we al veel ontberingen mee moeten maken. Wat een angst en een verdriet. Je zou misschien verwachten dat ze zeggen: we doen maar gewoon wat er nog gedaan kan worden. Maar nee… en dat is het mooie. Ze gaan wel naar God toe voor hun keuze. En U, en Jij, en ik? Het is niet gemakkelijk om te zien wat goed is. Hoe makkelijk vergeet je niet te bidden. Kies je zelf wat je het beste lijkt. Heb je zelf ook al in je hoofd hoe het verder moet. Om met de schipper te spreken: denk je zelf wel te weten waar het Noorden is en wat een goede route voor je is? Thuis, met je familie, je relatie, dingen die spelen in de kerk.
Onze route is soms zo wazig, mistig en donker. Wat is nu een goede keuze? Ons verstand en ons gevoel is soms zo zonder klaarheid, als God zelf de nacht niet bant ons niet leidt in het licht van de waarheid’. Zullen we zelf niet eigenwijs onze eigen weg gaan, maar bidden om een kompas? Bidden of God ons zijn wegen bekend wil maken? Onze zaken aan Hem voorleggen? Of Hij zijn licht in het vaak zo donker van het leven wil laten schijnen? Bidt dat God ons door zijn Woord mag regeren, en via het evangelie en de wet zijn licht in ons leven mag laten schijnen: zodat jouw weg, zodat uw weg, een levensweg is. Een weg onder Gods zegen, een weg naar het eeuwige leven!

2. Het antwoord. Jochanan en de Judeërs hebben de vraag gesteld. Maar dan willen ze ook wel graag antwoord. Herkenbaar toch… dan bid je, en wil je ook wel graag weten wat Gods wil is. Maar er komt geen antwoord, tenminste, niet direct. Jeremia is niet zo’n valse profeet die snel een antwoord kiest wat de mensen wel bevalt en waarvan hij doet alsof het van God komt. Hij moet wachten tot God tot hem spreekt.
Dat duurt tien dagen.
Nu zijn tien dagen niet lang, als je een mooi leven hebt.
Maar als je met een hele bevolking als vluchtelingen bij elkaar bent, als honger dreigt, en ook nog eens een aanval van Nebukadnessar … dan kunnen tien dagen erg lang duren. Dan zijn het tien lange dagen die maar niet voorbij lijken te gaan. Dagen dat je vraagt: wat moet ik nu doen? Dagen dat je vraagt: hoe zal het nu verder gaan?
Als jij bidt wil je ook graag antwoord van God hebben: maar soms duurt het wel lang voordat er een antwoord van God komt. Het kan moeilijk zijn om dan geduldig te blijven wachten. Om toch niet zelf je eigen gang te gaan! Denk aan hoe Saul zelf zijn eigen gang ging toen het wachten hem te lang duurde. Laten we bidden en dan ook echt een antwoord van God verwachten. Soms door wat iemand zegt, soms door een bijzondere gebeurtenis, maar vaker nog door Gods bekendgemaakte weg: via de Bijbel, het licht voor ons voet, en de lamp op ons pad. Laten we biddend in de Bijbel ontdekken wat Gods wil is in het leven.
Na tien dagen komt er dan het antwoord van God.
Jeremia mag zeggen: al ben je bang, trek niet naar Egypte: blijf in Juda. En de HEER legt ook uit waarom dit goed voor hen is. Ook de waarom vraag wordt benantwoord:
Ben je bang voor Nebukadnessar? Ik zal zorgen dat hij goed voor jullie is. Hij zal genade voor recht laten gelden: zijn hand over zijn hart strijken.
Ben je bang voor honger? Jullie kunnen terug naar je akkers. Ben je bang voor mij, omdat ik jullie gestraft heb? Ik heb spijt van mijn straf. Niet dat God niet had hoeven straffen, maar het speet God dat hij moest straffen.
Hett afbreken is nu voorbij, nu mogen jullie gaan opbouwen. Het uitrukken is voorbij, het planten kan beginnen. De negatieve profetieën die Jeremia moest doen, kunnen vergeten worden. Er ligt hier in het beloofde land een mooie toekomst voor hen klaar.
God wijst zo de weg die goed is voor hen.

Voor het geval de mensen toch naar Egypte zullen gaan, geeft Jeremia vast aan wat er dan met hen zal gebeuren. Dan zullen ze juist wel omkomen door het zwaard van de oorlog, door de honger, en door de pest, door ziektes. Dan zal ik daar mijn woede over jullie uitstorten, zoals ik eerst mijn woede over jullie had uitgestort in Jeruzalem. Jullie naam zal als een vloek gebruikt worden en men zal met ontzetting over jullie spreken!
Het is een boodschap waarvan Jeremia al wel vermoed zal hebben dat het de mensen niet goed uitkomt. Ze waren immers al wel van plan om naar Egypte te gaan. Daarom waarschuwt hij ze vast voor de gevolgen.

Nu hebben ze het kompas van God gekregen. God geeft hun de richting aan: Hier blijven! Hier de toekomst opbouwen! Ik ga jullie zegenen. Op deze manier lijken ze misschien gevaar te lopen voor honger en oorlog, maar God overziet alles. Hij weet dat dit juist het beste voor hen is. Als hemelse Vader wijst hij hen de veilige weg. Zo zullen ze niet terugkeren naar Egypte waar ze vroeger als slaven geleefd hadden. Waar God ze juist van bevrijd had. God had in zijn wet ook streng verboden om ooit naar Egypte terug te keren. Dus ook uit de Bijbel hadden ze het antwoord al wel kunnen weten (Num. 11:20; Deut. 17:16). Bovendien was daar het grote gevaar dat ze zich zouden vermengen met de godsdienst daar en niet trouw zouden blijven aan de dienst van JHWH, hun HEER!
Kregen wij maar zo’n antwoord, hè? Een duidelijk antwoord. Op vragen die je stelt. Zelf was het voor mij een eyeopener om mezelf te vragen: Verwacht ik eigenlijk wel een antwoord als ik bid? Een ouder iemand zei anderhalf geleden tegen mij: God zal zeker antwoorden. Op wat voor manier dan ook. Vroeg of laat. Stel je open voor Gods wil, voor zijn woord, voor zijn Geest. Als je ergens om gebeden heb, stel je dan maar open voor de weg die God je wil wijzen. Open je Bijbel. Zoek en je zult vinden. Bid of zijn Geest je wil leiden!

[Dia] 3. De reactie. De Judeërs hadden hun antwoord gekregen. Heer wijs mij de weg! En God wees de weg, via zijn Woord, via Jeremia. En wat zeggen ze: ‘U liegt!’. God heeft u niet gezonden! Baruch steekt u op tegen ons! Ze willen er niets van weten! Tja, als het woord van God je niet goed uitkomt, kun je nog altijd de boodschapper zelf aanpakken. Hij zal wel liegen. Hij zal het wel verkeerd hebben!
Die ouderling die met jou uit de Bijbel las over de liturgie: die is maar modern.
De vriend van je die je aansprak op jouw kort voor de kop reactie: die moet zich niet zo aanstellen.
De dominee die in zijn preek zegt dat je eerbied moet hebben voor je vader en moeder, die is maar ouderwets.
Als Gods Woord je niet uitkomt, geef je toch af op de boodschapper?
Dat deden ze toen dus ook al. De Judeërs gaan gewoon hun eigen weg. Die hadden ze eigenlijk al uitgestippeld. Ze volgen hun eigen wil, en het gebed: “uw wil geschiede, geef dat ik mijn eigen wil verloochen en uw wil die alleen goed is doe”, dat gebed dat komen ze zelf niet na. Want hun eigen wil is hun lief. Ze gaan gewoon naar Egypte en ze nemen zelfs Baruch en Jeremia tegen hun zin mee.
[Dia] Broeders en zusters, jongens en meisjes: Kun jij dat gebed wel oprecht bidden? Geef dat ik ook leer om uw wil te doen? Dat je niet alleen op zoek gaat naar de wil van God, maar er ook echt naar wil leven? Het was van de week Valentijnsdag. Stel je voor … er begint een nieuwe relatie. Maar als je er dan achter komt dat de ander helemaal niet met God wil leven, ook al is hij of zij misschien wel lid van de kerk. Wat is dan Gods wil? Bid je dan en zoek je dan op wat God daarover zegt? En neem je Gods Woorden uit de Bijbel, waarin staat dat God wil dat man en vrouw ook in geloof een eenheid vormen, werkelijk ter harte?
Of als je gebeden hebt hoe je houding zou moeten zijn tegenover een ander die je iets aangedaan heeft? Als je beseft dat God wil dat je dan naar hem of haar toe gaat, dat je hem belangrijker vindt dan jezelf: ga je dan ook echt naar hem of haar toe?
Jezus Christus, Gods eigen Zoon, kwam naar de wereld. Hij stond voor een moeilijke keus. Zou Hij werkelijk die moeilijke weg moeten gaan? Die weg die Hem zoveel angst en moeite kostte. Waarvoor Hij bloed moest zweten. Moest Hij die beker echt leegdrinken? Hij bad God. Hij vroeg of Gods wil mocht gebeuren. Jezus Christus deed in het nieuwe verbond, wat in het oude verbond niet kon: Hij was de mens die helemaal Gods wil wilde doen. Hij was de nieuwe mens.
Als we onze oude mens volgen gaat het mis, maar laten we steeds bidden dat we door de Geest van Jezus Christus vervuld worden. Dat je op jouw kruispunt, op jouw weg steeds meer door Jezus geleid wordt. En sterk in zijn kracht, gerust in zijn bescherming steeds meer eenswillend worden met God wil.
Zo is ons gebed deze zondag aan de Vader van Onze Here Jezus: maak mij uw wegen bekend! Maar ook: Heer, leer mij die weg te gaan. Laat uw wil gedaan worden. Amen

Liturgie    Morgendienst 9.15 Hooghalen    Middagdienst 16.30 Beilen

Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen    Ps 96:1 en 5 (groep 5/6)
[Hooghalen: Wet en Gz 156 (Heer, ik kom tot U)]
Gebed
Lezen   Jer. 42:1-17; 43:1-7
Zingen    Ps 81:1,7,8,9 (1 geleerd in 1/2)
Tekst    Jer. 42:20,21
Preek, zingen:     Ps 25:2,6
[Beilen: Geloofsbelijdenis:  Gz 161:1 / Belijdenis / 161:4]
Dankgebed en voorbede, daarna zingen: Gz 37:4,8 (Uw wil geschiede)
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.)    Gz 164 (Jezus vol liefde, canon)
Zegen en amen


Jer 36 – De verscheurde en verbrande boekrol

februari 9, 2012

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, februari ’12
Tekst: Jeremia 36

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
[Dia winkeldiefstal] Het is vrijdagmiddag en de school is net uit. De jongens en meisjes staan nog wat na te praten. Ze gaan nog even naar de winkels. Stiekem pakt Henry een zakje snoep en steekt het achter zijn rug. Maar … iemand van de winkel heeft het gezien. Hij wordt aangesproken, er wordt aangifte gedaan. Even later zit Henry op het politiebureau te wachten, op zijn vader en moeder.
’s Avonds zit Henry met zijn vader en moeder aan tafel. Vader zegt: ‘dat was niet goed, hè?’ ‘Zul je het niet meer doen?’. ‘Je hoort toch elke zondag dat je niet mag stelen? Hoe reageert Henry? Dan kun je twee dingen doen: je kunt zeggen: papa en mama weten wat goed voor mij is. Ik heb eerbied voor mijn ouders. Of je zegt: ‘Die ouwelui van mij ook altijd. Wat doen ze moeilijk. Ik bepaal zelf wel wat ik doe. Ik doe toch niet wat ze zeggen.’
[Dia Jeremia/Bijbel/Boekrol] Niet alleen je vader of moeder zeggen dingen tegen je, ook de Here God zegt dingen tegen je. Over wat Hij wil dat je doet. Over wat goed is en wat niet goed is. Over zijn liefde voor ons en zijn goede zorg.
O ja?, zeg je misschien, hoe dan?
Vroeger stuurde God zijn profeet dan naar je toe. Een van de kinderen zei: een profeet is een soort dominee. En die vertelde dan wat er wel goed was en niet goed was. Maar profeten zijn er vandaag niet meer.
Daarom is dit hoofdstuk uit de Bijbel zo mooi! We lezen dat Jeremia zegt tegen de schrijver Baruch: Jij moet nu al mijn woorden in een boek schrijven. Dat zegt hij omdat God dat tegen hem gezegd heeft. Zo worden de woorden van God maar niet één keertje gehoord, maar kun je ze steeds weer horen en lezen. En dat gebeurde dan ook: in dit hoofdstuk wordt de tekst van de boekrol drie keer op dezelfde dag voorgelezen! Steeds weer kon je horen wat de Here God wel wilde en niet wilde.
Dus spreekt God vandaag nog tegen jou? Ja! Want wij hebben de Bijbel, de woorden van God. In de Bijbel hoor je Gods stem. Het is geen woord door mensen verzonnen, maar door de Heilige Geest geleid hebben mensen van God gesproken. Op verschillende manieren kun je die woorden horen: als je thuis in je Bijbel leest, of via een dagboekje of de kinderbijbel. Maar ook in de preken hoor je het Woord van God, dat voor vandaag wordt verteld. De dominee noemen ze ook wel ‘Dienaar van het goddelijk woord’ (VDM). En ook via andere christenen, via diakenen en ouderlingen kun je dat woord horen.
Dus ook tegen u en jou en mij spreekt God! Maar wat doe je dan als Gods Woorden klinken? Zeggen we dan: ‘Ik bepaal zelf wel wat ik doe’; Of zeg je: ‘Ik luister naar de Heer, ik wil graag doen wat Hij zegt. Hij is de Schepper, naar Hem wil ik luisteren. Ik neem het woord van zijn vermaan gehoorzaam aan’.
De mensen in de tijd van Jeremia hadden steeds niet willen luisteren naar de woorden van God. Het volk van Israël, het andere rijk, het tienstammen rijk (vraag stencil) was al weggevoerd in ballingschap. Juda en Jeruzalem waren nog over. Maar het was spannend. Grootmacht Egypte werd steeds meer onder de voet gelopen door Babel, door Nebukadnessar. De mensen in Juda kregen het benauwd. Zou het wel goed met hen blijven gaan? Steeds weer had Jeremia gezegd: luister naar de Heer, anders gaat niet goed. Maar de mensen luisterden liever naar profeten die zeiden dat er alleen vrede zou komen. Ze wilden Jeremia niet horen. Ze probeerden hem te doden. Jeremia, en dus eigenlijk de Here God, moest zijn mond houden!
[Dia vers 6 en 7] Maar dan lezen we dat God het nog niet opgeeft. God zoekt een andere weg om zijn mensen toch te bereiken. In vers 3 en 7 staat waarom God dat doet. Je leest daar het woordje ‘misschien’. 3 Misschien laten de Judeërs tot zich doordringen met wat voor onheil ik hen wil treffen en breken ze met hun slechte daden.’ En vers 7: ‘Misschien zullen ze een smeekgebed tot de HEER richten’. Ook al heeft God al zo vaak zijn profeten gestuurd, ook al heeft zijn Woord al zo vaak geklonken: God is een God van geduld, Hij roept en vraagt zijn kinderen naar Hem te luisteren! Om tot inkeer te komen, om te leven van zijn genade!! Dat is ook de reden die God erbij geeft: Jeremia zegt in vers 7 ‘dat Hij hoopt dat het volk gaat bidden’, en God laat zelf nog meer zijn liefde zien: Dan zal ik hun verkeerde daden en zonden vergeven! Ik wil echt mijn genade tonen. Het is nog niet te laat!
Jeremia mag zelf niet meer in de tempel komen. Vorige keer was hij al bijna gearresteerd, dus daarom krijgt Baruch de opdracht om al Gods woorden op te schrijven en te laten horen in de tempel. Hij schrijft de profetieën op de boekrol, en neemt ze mee naar de tempel. Kijk daar staat hij! Hij staat in de bovenste voorhof! De mensen kunnen hem zien, ze luisteren en ze horen dan dat ze zich moeten bekeren. Dat anders Jeruzalem zal worden ingenomen en de bevolking zal worden weggevoerd. Baruch doet het op een drukke dag: een vastendag die uitgeschreven was, misschien wel vanwege de gevaarlijke situatie in 604. De dreiging uit het noorden nam steeds meer toe, zeker nu Egypte in 605 bij Karkemis verslagen is. Nu zullen de mensen toch wel beseffen dat het anders moet? Ze vasten, dat wil zeggen: ze eten niet, ze gaan naar de tempel om te bidden, uit veel steden komen ze samen. Zullen ze nu naar de Heer luisteren?
En hoe reageren de mensen dan deze keer op die boodschap? Laten we eerlijk zijn, je weet vaak wel hoe mensen in elkaar zitten. Het is net als bij een preek: je hoort dingen over God, over wat Hij vraagt. Je hoort in een preek precies wat niet past bij de liefde voor de Here. Als het gaat om je levensstijl, je omgang met anderen, je leven met de Here. En wat doe je? Zit je misschien op je horloge te kijken hoe lang het bekende verhaal nog duurt? Ben je druk met wat er afgelopen week gebeurde of deze week zal gebeuren? Zeg je: het is weer het bekende verhaal, maar ik bepaal toch zelf hoe ik mijn leven inricht?
Hé ..kijk eens wat er gebeurt daar in de tempel. Veel mensen laten het aan zich voorbijgaan. Maar daar staat is een jongen. Weet je hoe die jongen heet? Het is Micha, de zoon van Gemarja, de zoon van Safan: bekende mensen die het al eerder voor Jeremia hadden opgenomen en hem beschermden. Hij zit op het puntje van zijn stoel te luisteren! Hij hoort alles wat gezegd wordt. Hij begrijpt heel goed wat er voorgelezen wordt. Hij weet heel goed dat je eigenlijk naar God moet luisteren en niet gewoon je eigen gang moet gaan en je niets aantrekken van de geboden van de Heer. Horen de mensen wel wat er gezegd wordt? Hebben ze wel in de gaten wat er gebeurt? Zo zie je hoe belangrijk je als jongen of meisje in de kerk kan zijn. Want deze jongen zegt: hier moeten we wat mee. Er moet iets veranderen! Hij gaat naar de mensen met gezag in de tempel en het land. We zouden zeggen: hij spreekt de ouderlingen en diakenen erop aan! Hij spreekt de burgemeester aan. Hij kaart de zaken aan! Hij zegt: Hebben jullie het gehoord?  Zo komt het niet goed! We moeten ons echt bekeren!
Neem jij, neemt u de woorden van God zo serieus? Dat als je tijdens een bezoek ergens op bevraagd wordt, of dat als er in de preek woorden klinken je er ook echt wat mee doet? En dan kan ik allemaal voorbeelden noemen van keuzes die gemaakt worden, en dan moet ik bij mezelf ook dingen aanwijzen die niet goed zijn. Maar toch kun je het samenvatten in de éne vraag: Wil ik doen wat God zegt? Of bepaal ik zelf mijn leven? Komt God op de eerste plaats, Heb ik hem echt met heel mijn hart lief? Of richt ik zelf mijn leven in, mijn gezin en mijn werk en krijgt God daarin ook een plekje aan de rand? Wil ik echt van zijn genade leven? Het volk zou het niet redden, als ze doorgingen met het kwaad en het niet van de Here verwachten. Maar als ze zich bekeerden, zou God hen redden en waren ze in staat geweest tegen Babel en Egypte staande te blijven. Verwacht je het in je leven echt van Gods liefdevolle genade? Wie het van zichzelf verwacht zal het niet redden…
Kijk en daar komt de jonge Micha in het paleis, bij de hofschrijver en de raadsheren. Wat zullen ze zeggen? Ga maar weg Micha, dat jonge, serieuze enthousiasme dat past niet hier. Wij doen het zoals we het altijd gewend zijn? Maar nee, ze willen wel weten wat er gezegd is en daarom moet Jehudi de boekrol ophalen bij Baruch. Baruch gaat voor die belangrijke mensen zitten en leest de woorden voor. Gelukkig blijft het niet zonder effect! De raadsheren zijn verbijsterd (Vraag werkblad). Ze zeggen: Dit moet de koning horen! Maar ze zijn ook bang: want hoe zal de koning reageren. Zal hij zich bekeren? Of zal Hij boos worden. Ze adviseren Baruch en Jeremia om maar vast een schuilplaats te zoeken!
[Dia verbranding] Ze gaan naar de koning. Ook de koning wil horen wat er gezegd is, en Jehudi gaat het voorlezen. Maar waarom wordt ons nu opeens verteld dat het dat daar, net als hier, ook winter is? Waarom staat er dat de koning vlak bij de openhaard zit? Je voelt het al een beetje aankomen. Steeds als Jehudi een stuk van de boekrol gelezen heeft, pakt de koning het schrijversmes. Dat is het mes dat nodig is om de punt van de rieten schrijfpen weer scherp te maken. Met dat mes sneed hij dan het stuk van de boekrol af en gooit het in het vuur! Dat is de reactie van de koning, en ook van de mensen om hem heen. De vader van de koning, Josia, scheurde zijn kleren toen hij Gods woord hoorde, maar deze koning? Hij verscheurt Gods woord. Wat een ergerlijke, vreselijke reactie!
[Dia: wat doe jij met Gods woord?] Je merkt dat Gods woord reactie oproept. Geloof en ongeloof. Luisteren of verharden. Gods woord keert nooit leeg terug, zoals ook staat in Jes 55. En die verharding kan soms duidelijk zijn als je hoort dat een deathmetal zanger de Bijbel verbrandt, of als een jongen demonstratief sjekkies van de Bijbel aan het rollen is, als er bezoek komt van de ouderling. Maar laten we eerlijk naar onszelf kijken: Neem ik, neem jij Gods woord wel echt ter harte. We stoppen het misschien niet in het vuur, maar is het niet erger als we het zelf dicht laten. We verbranden het misschien niet, maar ook in je hoofd kun je het woord in brand steken. Als je toch je eigen ideeën opvattingen blijft volgen, alleen luistert voor een ander en niet kritisch naar je eigen idee wil kijken. Want jij hebt toch gelijk? Wie durft zich echt open te stellen voor Gods woord? En verbindt er conclusies aan?
[Dia: Jojakim straf, maar Gods woord blijft klinken] Jojakims ongeloof blijft niet zonder gevolgen. Hij wil het niet verwachten van Gods liefde en genade, van zijn vaderzorg. Daarom zal God hem straffen. En klonk aan het begin nog een misschien, nu is de Here duidelijk in zijn woord. Dit is een belangrijk keerpunt in het boek Jeremia, in de geschiedenis van het twee stammen rijk. God zal nu geen mogelijkheid meer geven tot bekering. God zal nu de straf laten komen over Jeruzalem en Juda. Jojakim zal zelf ook gestraft worden, en dat is later ook gebeurd. Zijn lijk werd over de muur gegooid, en niet begraven. Een schande als je niet begraven werd! Hij gooide Gods woord in het vuur, maar zelf werd zijn lichaam aan de hitte van het zon, en aan de kou van de nacht overgegeven. Geen nakomeling zou meer op de troon zitten: straks zou zijn oom Sedekia aan de macht komen. Hier leren we Gods hart kennen: Hij is een God die gehoorzaamheid wil – luister je niet, dan krijg je straf. Gods toorn over de zonde is heel groot. Maar ook …Hij blijft trouw aan zijn belofte…
Want Gods Woord … zijn plan van redding … Dat gaat wel door! Later zou er uit de afgehouden stronk van de huis van David toch een redder voortkomen. Een koning, Jezus die wel Gods wil wilde doen.
En Jeremia en Baruch die een schuilplaats zochten, die krijgen een schuilplaats van de Heer. God zelf zorgt ervoor! En dan het mooiste!
Het boek wordt weer opnieuw geschreven, en zelfs nog aangevuld met andere profetieën. Hoe zeer men het woord ook probeert uit te roeien, dat woord zal blijven bestaan! Gods woord zal verder klinken, juist ook omdat het opgeschreven is. Hoeveel brandstapels er ook gebrand hebben, boekverbrandingen er ook geweest zijn, hoeveel mensen ook monddood gemaakt zijn en niet meer mochten preken. Gods woord mag blijven klinken!
Jongens en meisjes, jongeren, broeders en zusters: zult u dat woord ook laten klinken? En dat woord van Gods oordeel en genade echt aannemen? Amen

Liturgie    Morgendienst Beilen 9.30
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen    Gz 132:1,2,5,6 (Dank u voor deze nieuwe morgen)
Wet + Kinderwet (door ?)
Zingen    Ps 101:1,2,5 ‘Ik wil Heer in mijn lied de zegeningen van goedheid en gerechtigheid bezingen’ (Gr 3 en 4)
Gebed
Zingen    Gz 23 (uw woord is een lamp)
Lezen    Jer 36
Zingen    Gz 31 (Jeremia)
Tekst    Jer 36
Preek
Zingen    Ps 125:1,2,4
Dankgebed en voorbede
Collecte (kinderen helpen)
Zingen (aangekondigd na col.)    Ps 18:1 en 9 (Gr 7 en 8 )
Zegen en amen

 


Joel 1 – De dag van de HEER nadert!!

oktober 14, 2011

Preek gehouden Beilen, Hooghalen, Smilde, 23 oktober 2011

Tekst: Joël 1

Geliefden van onze Here Jezus Christus,

Mag ik u voorstellen: Joël. Over hem, over zijn tijd, over zijn woorden gaan we het vandaag hebben. En ik waarschuw van te voren: het zijn geen fijne woorden die Joël heel lang geleden tegen de Israëlieten, moest spreken. Je zou bijna zeggen: wat is die Joël een sombere man, je grijpt met je handen naar het hoofd en denkt wat een verdriet en wat een ellende. Joël heeft het over moeite en pijn, over rampen en vervelende dingen. Je zou bijna denken: laat die man maar praten. Wat maakt hij ons somber.

Maar als we dan goed kijken: dan zien we dat Joël zijn woorden presenteert als woorden van de HEER. Hij heeft dit niet zelf naar voren gebracht: De Here wilde dat Hij deze woorden ging spreken. En als we van Joël kunnen zeggen: het was misschien een wat sombere man, in de eerste hoofdstukken van het boek, dan kunnen we dat niet van de Here God zeggen.

Kennelijk hoort het soms bij de Here God dat Hij een boodschap heeft, waar je niet direct heel gelukkig van wordt, maar eerder ongelukkig. Hij kan toornig en boos zijn over onze zonden. Hij kan zeggen: kijk eens goed naar je eigen leven, waar ben je eigenlijk mee bezig? Op catechisatie hadden we het erover dat je niet vaak hoort over die kant van God. Waarom niet? Omdat dat niet de makkelijkste kant is. Omdat het ons zelf wel pijn kan doen. Maar toch: het is een manier waarop God zich laat zien, die ook in de Bijbel voorkomt. Die we niet willen verzwijgen, maar wel op zijn juiste plek willen laten zetten.

Joël spreekt over de dag van de Heer die komt, een dag die ook toorn met zich meebrengt. Daarom wil hij dat mensen in de gaten hebben waar ze mee bezig zijn en de Here gaan zoeken. Ik heb de boodschap van de preek zo samengevat:

De dag van de Heer nadert! Dus:

1. Huil: laat de ernst van de situatie tot je doordringen.

2. Doe boete: want bij de HEER moet je zijn.

3. Roep om God: zoek bij Hem je rust

1. Hoe ziet het leven eruit in de tijd van Joël? Nou niet zo mooi! De mensen in de tijd van Joël hebben te maken met een hele erge sprinkhanenplaag. [Beamer]. Eén sprinkhaan is misschien nog wel leuk om te zien en om even op te pakken, maar wat is het afschuwelijk als grote, zwarte, donkere wolken sprinkhanen aan komen vliegen en neerstrijken op het land. Dat ze dan beginnen te eten en van alle maïs, van al het gras, van al het graan niets, maar dan ook niets overlaten. Zodat ze zelfs alles gaan opeten wat ze maar tegen komen.

Joël beschrijft het op een knappe manier. In vers 4 laat hij zien hoe erg de sprinkhanen plaag dit keer is. Hij noemt vier verschillende soorten sprinkhanen. Toen de schade opgenomen kon worden van de eerste plaag, en de lucht weer opklaarde, kwam de twee golf sprinkhanen. Toen de derde en toen zelfs nog een vierde plaag. Wat had het volk vreselijk lang last van die sprinkhanenplaag!

In 1915 is er nog zo’n plaag geweest in Israël: afschuwelijk moet het geweest zijn als je de verhalen van de mensen hoort. De wijnprijs verdubbelde. De sprinkhanen kwamen overal. Toen er niets groens meer te vinden was trokken ze de huizen van de mensen binnen. Ze sneden met hun kaken zo de deuren van de huizen door op zoek naar de etensvoorraden van de mensen. En zelfs toen de hele zwerm in zee was gewaaid kwam er nog mensen om vanwege de ziekten die de miljoenen dode, rottende sprinkhanen op het strand veroorzaakten.

De situatie in de tijd van Joël was extreem. In vers 2 vraagt hij de ouderen, die het kunnen weten, hebben jullie ooit zoiets meegemaakt? Hij vraagt het aan alle inwoners van het land: is er zoiets ooit geweest in de dagen van jullie voorvaderen? Een retorische vraag: nog nooit is het zo erg geweest. Juist omdat het zo erg is, wil Joël dat ze het goed onthouden en straks doorvertellen aan hun kinderen. Ook komende generaties, ook wij moeten er van leren! Kennelijk kan God soms ontzettend veel wegnemen! Ontzettend veel moeite geven. Wat kan het dan moeilijk zijn om daar goed mee om te gaan!

De Here wil dat iedereen in de gaten krijgt wat er gebeurt. Dat Hij zijn straf aan het geven is, Hij wil ze wakker schudden! De dronkaards, die hun roes liggen uit te slapen, maar ook de gewone wijndrinkers. In die tijd dronk je al wijn als je heel jong was, want het water was vaak niet zo schoon. Iedereen dronk dus wel eens wijn vermengt met water: jong en oud. Iedereen moet beseffen hoe erg de situatie is. Ze moeten huilen en jammeren! Want met hun snijdende kaken hebben de sprinkhanen de wijnbladeren doorgesneden, het is alsof het volk aangevallen is door leeuwen en leeuwinnen.

Door de sprinkhanen, door de droogte die er kennelijk ook is, kan niemand meer offers in de tempel brengen. Dus ook de priesters mogen gaan huilen. In de tempel en buiten de tempel is er geen eten meer: de pijn bij de Israëlieten is groot! Vers 8 zegt: het is net zo erg als wanneer een jonge bruid, die zich opmaakt voor haar huwelijk, plotseling haar man verliest. Alleen dit ergste verdriet kan beschrijven hoe groot de ellende in Juda moet zijn.

En dan worden ook de boeren opgeroepen om te huilen. Het veld is droog. Alle soorten bomen, olijf, vijg, granaatappel, appelboom, dadelpalm: zelfs die bomen zijn verwoest en geven geen opbrengst. Wanneer ook alle bomen kaalgevreten zijn, ja zelfs alle bomen van het land: dan is de verwoesting compleet. Dan past het om te huilen, te treuren te weeklagen. Ja zo droogt zelfs de vreugde uit: iedereen is verdrietig, er kan geen lachje meer vanaf: wat een vreselijke situatie.

Je zou kunnen zeggen: waarom roept Joël nu op om te huilen, als profeet. Dat doen de mensen toch automatisch wel, als ze het moeilijk hebben en als er verdriet. Toch wil Joël dat ze zien dat het maar niet zomaar een ramp is. Net als Elia aan Achab liet zien waarom er droogte was. Net als Jezus later zegt dat eenmaal alle dingen weggenomen worden, dat volken zich dan op de borst zullen slaan.  Je kunt zeggen: rampen zijn er nu eenmaal op deze aarde, we moeten ze zien te voorkomen, zien te overleven en door te gaan. Maar God kan er ook iets mee duidelijk maken: stel nu dat alles wat jij hebt van je weggenomen wordt: dat waar je deze week druk mee bent geweest, je school, je computer, je telefoon, je scooter, je huis, je tuin, alles wat je hebt: wat zou je dan doen? Zou je dan nog iets over hebben? Er komt een dag dat alles je afgenomen wordt. Dat je niet verder kunt. Wat heb je dan nog? Ik hoop dat je niet alleen huilt, omdat alles je afgenomen wordt. Maar ook huilt: als begin van een bekering. Wat was ik op het verkeerde spoor, wat verwachtte ik het toch veel van het leven hier, wat had ik mijn houvast en zekerheden toch gezocht bij mezelf of mijn geld, of mijn toekomstplanning. Kun je dat meemaken? Dat je verdriet hebt, dat je zegt: wat ben ik eigenlijk kortzichtig bezig geweest met onbelangrijke zaken. En dat je opeens weer ziet wat echt belangrijk is?

2. Doe boete: want bij de HERE moet je zijn.

Maar huilen alleen is niet genoeg: de priesters moeten in zak en as gaan (vers 13). Een zwart geitenharen rouwkleed moesten ze zich om de heupen binden: in het zwart gaan. Als teken van boete. Ze moeten verblijven in het huis van de Heer, in de tempel in Jeruzalem, dag en nacht terwijl ze boete doen. Ze moeten klaagzangen aanheffen, die dienaren van het altaar. Niet alleen zijn er geen offers meer, van wijn en graan, zodat heel de tempeldienst stil ligt. Ook hebben ze zelf nu uiteindelijk geen eten meer: zij leefden van wat het volk bracht, maar zij kunnen nu niets meer brengen.

Niet alleen de priesters zelf moeten gaan vasten, ook heel het volk, alle inwoners van het land moeten ze samenroepen in de tempel. Een officiële plechtigheid moet het worden: waarin ze allen zullen weeklagen en huilen, waarin ze de Here zullen roepen om hulp. Het is geen vrolijke tekst: maar op deze manier kan het huilende volk wel laten zien dat ze spijt hebben van wat ze verkeerd deden.

Ze gaan boete doen. Ze moeten boete doen, want Joël, zijn naam betekent ook: JHWH is God, wil hen ook aanwijzen dat ze bij Here moeten zijn. Dat ze weer vrede met hem moeten krijgen. Kennelijk is de vrede weggenomen.

Maar … en dan komt de grote vraag van het boekje Joël: wat hebben ze dan verkeerd gedaan? Goed, er wordt gesproken over drinkers van wijn, maar we zeiden net: daarmee wordt eigenlijk heel het volk bedoeld. Zij zijn niet de enige die moeten treuren: ook de boeren en priesters moeten treuren.

Eigenlijk is er niet direct iets aan te wijzen. Al hoef je de boeken van de koningen maar open te slaan om te zien dat er vaak veel mis was. Dat men het van Ba’al verwachtte of zonder God leefde. Maar echt een concrete zonde wijst Joël hier niet aan.

Als je kijkt naar je eigen situatie. God straft nu niet meer direct als iemand gezondigd heeft. De beloften van koren, most en olie en de dreiging van tegenspoed gelden nu niet zo direct meer als in het Oude Testament. Toch zien we om ons heen wel allemaal dingen gebeuren: Hoe je persoonlijk soms veel leed te dragen krijgt. Zodat je je afvraagt: waarom moet ik dit meemaken, waarom moet ik zoveel lijden. Er zijn oorlogen in het nieuws: Afghanistan en Libië. Er zijn verschrikkelijke droogtes en hongersnoden.

God straft nu niet direct om concrete zonden, maar toch is het nodig om telkens weer onze schuld voor God te belijden. Om serieus te ontdekken dat het als het aan ons ligt, wij midden in de dood liggen. Dat we het uit onszelf hier niet redden.  Dat we zelf het leven niet kunnen maken. Dat we telkens weer zeggen: Here, bij U moeten we zijn. Van U verwachten we alles. Van U verwachten we verlossing en hulp en troost en uitkomst.

Kijk, en dat is waar Joël, het volk hebben wil: dat ze ontdekken bij de Here moeten we zijn. We moeten naar de tempel, we moeten een bededag houden en vasten, en roepen tot God. Alleen Hij kan helpen.

Dat is ook wat God vandaag tegen u zegt: bij Mij moet je zijn, vergeet Mij niet, denk niet te machtig over jezelf als mens, dat je zelf alles wel kunt maken. Verwacht het niet van je geld, je werk, je vrienden, je prestaties of je oogst. Maar maak je klein voor mij: begin elke dat met het gebed: Here, vergeef mij mijn schulden. Neem mijn leven en laat het gewijd zijn aan u. Kom zondags naar het huis van de Heer, om daar ook gezamenlijk voor de Here schuld te belijden en te roepen om zijn hulp. De meeste van ons kunnen nog redelijk rondkomen, we leven in een redelijke welvaart, ondanks de crisis. De vraag is, voor een ieder die zonder God leeft, of God naar de zijlijn van zijn leven heeft verbannen: hoe erg moet het worden, voordat je je bekeert en weer echt belijdt: alleen van de Here kan ik hulp verwachten! Daarom: doe boete, want bij de HERE moet je zijn.

3. Verlang naar God: zoek bij Hem uw rust

Joël kondigt aan hoe de verschrikkelijke “dag van Heer” nadert. Hij hoeft maar op de situatie te wijzen: het land is verdroogt, er komt geen nieuw gewas, er is geen eten voor de dieren, zelfs niet voor de dieren in de vrije natuur.

Zo komen we bij één van de belangrijkste boodschappen in het boek Joël: De dag des Heren zal komen. Brandend als een oven, maar tegelijk ook: de dag waarop degenen die op hem vertrouwen gered worden. Ze zullen profeteren. Dat is de dag waarvan Petrus op het pinksterfeest zegt: Nu is die dag gekomen.

Je zou kunnen zeggen: Joël kijkt niet zozeer naar het verleden, naar wat het volk allemaal verkeerd heeft gedaan. Joël kijkt naar het leven van alledag: hij ziet de tekenen van de tijden. Hij ziet de droogte, de sprinkhanen. Hij hoort de dieren kermen en ziet verdorde bomen, zonder blad. Jezus wijst in Mat 24 ook op die tekenen van de tijden, de oorlogen en rampen die aanwijzen dat de eindtijd nadert. Van de week wees nog iemand er in het ND op dat er veel dingen zijn die wijzen op het eind van de tijden: Aardbevingen, hongersnoden, (geruchten van) oorlogen, moreel verval, economische crises die nauwelijks nog te hanteren zijn, klimatologische veranderingen, christenvervolgingen, het wankelen van het financiële wereldsysteem, tsunami’s, resistente bacteriën, anarchie, moeilijk of nauwelijks meer te beheersen ziekten.

Als we daarvan horen laten we dan ook huilen en boete doen voor de Here en het van Hem verwachten. Want de dag nadert. Die afschuwelijke dag, voor wie zonder God en in zonde blijven leven. Waarop alles met vuur vergaat. Maar tegelijk de dag van de bevrijding voor wie op God vertrouwt.

Roep Hem aan, terwijl hij zich laat vinden. Joël gebruikt daarvoor een woord dat hier en in Ps 42 voorkomt: het smachten tot God. Zoals een hert in dorre streken smacht naar zijn God, zo smacht mijn ziel naar u, o God! Roepen tot God! Zo roept hij tot God.

Je kunt allemaal moeite meemaken: dat je verdriet hebt om een overlijden, dat je vragen hebt bij alle moeite hier, de zorgen in dit tranendal. Maar Joël nodigt je uit om mee te zingen met Ps 42: Here, in de droogte van dit bestaan, smacht mijn ziel naar u.

Ps 42 gaat dan ook verder: De Here zal uitkomst geven! Dat vertrouwen doet mij leven.

Ook Joël wil dat je het huilen en vasten op het juiste moment doet, en Gods boosheid ook in het juist kader ziet. Het doet God zeer als wij zijn liefde niet aannemen. Joël laat zien dat de Here uiteindelijk voor zijn volk opkomt en uitkomst wil geven. Dat de Here uitkomst wil geven heeft hij met name ook laten zien in Jezus Christus. Wat heeft Hij geleden onder de toorn van God. Onschuldig. Maar Hij moest die toorn van God dragen: zijn vijanden bespotten hem, Hij leed dorst en hing in de brandende zon aan het kruis. Daar hing Hij, voor mij in de plaats. Hij onderging de vloek van het verbond,

om ons te doen delen in de nieuwe zegen van het verbond,

geen koren, most en olie,

maar vergeving van zonde, eeuwige gerechtigheid en een eeuwig leven. Dat zijn de cadeaus waarmee Hij u, jou en mij dag aan dag wil overladen. Als je tot Hem roept, zul je niet teleurgesteld worden: dan is er nog veel moeite. Maar dan mag je ook weten: De Here kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naadren van de dood volkomen uitkomst geven! Roep om Hem: Hij geeft u rust.  Amen!

Liturgie zondag 23 oktober

Liturgie Morgendienst 9.30 Beilen Middagdienst 14.15 Hooghalen
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 84:1 en 6 (Gr 5/6 assen) Ps 84:1 en 6 (Gr 5/6 assen)
Wet Nvt
Zingen Gz 155:1,4,5 (God, enkel licht) Nvt
Gebed
Lezen Mat 24:29-35 Mat 24:29-35
Zingen Lied 43:1.2.5.6 (Die dag zal Lied 43:1.2.5.6 (Die dag zal
Tekst Joël 1 Joël 1
Preek
Zingen Gz 1403 Gz 140:3
Geloofsbelijdenis nvt
Zingen Nvt Gz 179a
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 40:2 en 7 Ps 40:2 en 7
Zegen en amen

Psalm 57 – Tot het veilig is …

september 1, 2011

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, augustus ’11

Tekst: Psalm 57

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wat is nu het verschil tussen een gelovige en niet-gelovige? Eigenlijk kun je zeggen dat ze in heel veel dingen gelijk zijn. Ze hebben hun fijne en goede momenten. Ze hebben hun moeilijke en verdrietige momenten. En als het tegenzit dat dan hoop je dat het eens weer beter zal gaan. Ook als je niet in God gelooft, gaat veel moeite wel weer voorbij en als je wel in God gelooft betekent dat niet dat je niet te maken krijgt met moeite.

Vandaag staan we stil bij een psalm waarin David zegt dat hij van God wil vertellen: hij wil God groot maken onder de volken. Hij wil de mensen van alle landen vertellen over de grootheid van God, over hoe goed en vol van liefde en trouw God is. Over dat zijn liefde reikt tot in de hemel.  Hij bidt in deze psalm of Gods grootheid dan ook heel de hemel en de aarde mag vervullen. Of God zichtbaar mag worden voor alle mensen.

Daarbij zijn in de psalm twee gedeelten te zien: een gedeelte waarin David het moeilijk heeft en hij te maken heeft met teleurstelling, angst en tegenslag. Maar in het tweede gedeelte zien we dat David het goed heeft. Hij is dankbaar dat Hij gered is, dat het hem goed gaat. We zien David in voorspoed, maar ook in tegenspoed, en beide keren heeft hij het zelfde refrein: ‘Here, laat uw glorie heel de aarde vervullen’ (vs. 6 en 12).

Deze laatste week van de vakantie willen we als gemeente van Beilen en Hooghalen ons ook inzetten voor het evangelisatiewerk. In De Raat, maar dit jaar ook in de d’Aole School worden allerlei activiteiten ontplooit. De kinderen werken over verschillende onderwerpen uit de Bijbel: Wie ben je? Wat doe je? Waar kom je vandaan? De Bijbel wil ons helpen ontdekken wie we zijn en vooral ook wie we mogen zijn. Laten we vanuit Ps 57 luisteren wat het betekent om een kind van God te zijn: in een moeilijke situatie, maar ook in een mooie situatie.

 

Veilig bij de almachtige God

1. In de moeite mag je schuilen

2. Als het goed gaat mag je Hem prijzen

Jongens en meisjes, David heeft deze psalm geschreven toen hij op de vlucht was voor koning Saul. Koning Saul wilde David doden? Waarom? Omdat David zo’n rotvent was, en zoveel verkeerd had gedaan? Nee, omdat David tienduizenden versloeg en Saul maar duizenden. Omdat het met David zo goed ging. David moet dan vluchten: hij is eerst een tijdje in Gat bij koning Achis, maar dan gaat hij naar de woestijn. Daar houdt hij zich schuil en verstopt zich. Hij wacht tot het weer veilig is.

Ook vandaag kun je in het nieuws horen over allerlei angstige situaties: je zult maar in Libië wonen. De rebellen en aanhangers van Gadafi lopen door de straten. Je ruikt de kruiddamp van de kogels en je hebt misschien net in een schoolgebouw een plekje kunnen vinden. Om je heen hoor je de kogels fluiten. Of je woont in Amerika, in New York en er trekt een grote orkaan over. Je bent naar een schuilplaats gegaan en je wacht tot het weer rustiger wordt. Maar het kan ook dichtbij zijn: je hoort dat het hard regent en waait en onweert en je hoopt dat de bui maar snel over is.

Zo zit David in een grot. Een spelonk in de bergen. Een gat, een holte, waar het pikdonker is. Waar je misschien niet zo goed weet wat je er binnenin tegenkomt. Maar waar iemand anders je ook niet zo snel zal kunnen vinden. David wordt opgejaagd en hij weet dat Saul hem het liefst zou willen doden.

David zegt het zo: Ik moet tussen de leeuwen liggen. Tussen dieren die mij verslinden. Denk maar aan Daniël in de leeuwenkuil. David ligt niet echt tussen de leeuwen: maar Saul is wel in staat om hem dood te maken. Hij heeft speren en zwaarden bij zich. Hij bedreigt David. Misschien proberen ze hem wel te treffen met een pijl: dan kan hij vanaf afstand geraakt worden.

Dan zien we dat David in de grot, in angst en in de moeite, terwijl hij het niet weet hoe het zal aflopen, zich niet alleen voelt. Hij begint te bidden en deze psalm te zingen. Hier zie ik een voorbeeld van wat het betekent om te geloven. Je hoeft je niet alleen te voelen: al gaat de storm te keer, al gaan de lichten uit, al keren anderen zich tegen jou of weet je zelf niet goed hoe je verder moet. Je mag je mond openen en je nood bij God neerleggen. Je mag vertrouwen dat de Heer er is.

David begint dan ook met te vragen om hulp: Heer wees mij genadig, en Hij herhaalt het nog een keer, Heer wees mij genadig. Zie naar mij om! Heb medelijden met mij! Bij u is mijn leven immers geborgen. U bent het die vanuit de hemel hulp en redding kan sturen. U kan de mensen die mij bedreigen verjagen: zodat ze niet langer mij opjagen, zodat ze deze grotten met rust laten en ik niet langer ben als iemand die tussen de leeuwen ligt.

David kan rust vinden bij de Here, omdat Hij gelooft in Gods almacht. God is de machtige God, die alles in de hand heeft. Die alles kan besturen en leiden. En dat maakt David rustig: Here, u kunt helpen en daarom kom ik ook naar u toe.

En dan gebruikt David dat geweldige beeld van een kuiken dat schuilt onder de vleugels van zijn moeder. Een kuikentje is klein en kwetsbaar. Kan zomaar de prooi worden van een roofdier of een roofvogel. Voorzichtig zet een kuikentje soms zijn eigen stapjes bij moeder vandaan. Maar als er dan gevaar dreigt: dan schiet het kuikentje terug onder de vleugels van zijn moeder. Dan vlucht het weg voor het gevaar. Dan is het helemaal veilig bij onder die vleugels: Elly en Rikkert hebben gedicht: ‘Ik zag een kuikentje dat bij haar moeder lag, onder haar vleugels waar het veilig lag, tegen regen, tegen zonneschijn: Heer zo wil ik bij u zijn. In de schaduw van uw vleugels wil ik schuilen’.

Wil je dat schuilen bij de vleugels van God? Ja, maar zal iemand zeggen: dan komt het toch niet altijd goed. Kijk eens wat een rampen, wat een oorlogen, wat doden en gewonden. Kijk eens hoe mensen zomaar uit het leven worden weggerukt en wat een pijn er kan zijn in relaties tussen mensen. Als die God zo machtig is en zoveel kan, waarom doet hij er niets aan, waarom helpt hij dan niet meer. Toch hoop ik dat je in de schaduw van zijn vleugels wilt schuilen. Want die grote, machtige God, die wil tegelijk ook onze vader zijn, die is de God die ons liefheeft, zoals een moeder haar kinderen liefheeft. Hij is de God van het verbond.

In de tabernakel, in het heiligste, waar God woonde: stonden twee engelen, met hun vleugels uitgesterkt. Omdat God zelf bij zijn volk wilde wonen en er verzoening kwam door het bloed: wees Hij zijn volk niet af, maar was het welkom. Mocht het bij Hem komen. Was de weg naar Hem open. God heeft in de Bijbel laten zien dat Hij ook een God is van liefde en trouw, zoals hier ook staat in vers 4. Die machtige God, is de God die mij liefheeft, zo lief dat Hij zijn eigen zoon voor mij gegeven heeft!

Daardoor mag ik er in alles wat er gebeurt zeker van zijn dat Hij voor mij zorgt. Dat uiteindelijk alles dienen zal tot mijn heil en mijn redding. Ook al is het leven hier soms moeilijk, zelfs als het leven hier ophoudt: mag ik geloven: Hij neemt mij op in zijn eeuwige woning. Ik mag geloven dat ik eeuwig mag leven met Hem!

Als het goed gaat mag je Hem prijzen

Afgelopen vakantie fietste ik de Col du Chat op en op de weg stond geschreven: de jacht is per wet verboden! Het was verboden daar te jagen. Er leefden daar wel herten. Soms stond er zomaar één op de weg. En ik zal al voor mij hoe de jagers op jacht gingen naar zo’n hert. Hun geweren bij zich, misschien een strik gespannen bij een struik of een kuil en die dan bedekt met takken, zodat je hem niet zag en dan maar hopen dat zo’n hert er in zou vallen. Stel je voor hoe een hert dan vast zou zitten aan een strik of in zijn kuil. Hoe blij de jager dan zou zijn met zijn stukje vlees.

Wanneer David naar het tweede deel van zijn lied gaat, zegt hij eigenlijk dat hij was als een hert dat opgedreven werd door de jagers. Er was een net gespannen, er was een kuil gegraven. Maar nu is er wat veranderd in de psalm: want nu is David blij en dankbaar. Die mensen met hun bedreigingen, met hun geweer, met hun plannen om David te pakken. Ze zijn zelf in de kuil gevallen. Ze zijn zelf het slachtoffer van hun boze plannen geworden. David hoeft niet meer bang te zijn.

Dan loopt David waarschijnlijk zijn donkere grot uit. Hij maakt zijn harp of zijn citer en hij is de Heer dankbaar. De storm is over, de strijd is voorbij, de ziekte is verdwenen, het gevaar is geweken. Hij gaat op zijn stoeltje voor de grot zitten en hij roept niet: Here wees mij genadig, maar hij zit daar in alle rust, terwijl de zon opkomt en zijn stralen over de bergen doet gaan: ‘Mijn hart is heer in u gerust’ en nu wil ik voor u zingen en spelen. Ik wil uw naam bekend maken.

Misschien heb je wel eens een klein vogeltje vastgehouden. Dan kun je het hartje heel hart horen kloppen, van angst, wat zal zo’n mens met hem doen. Maar als het vogeltje dan weer vrij is en op een rustige veilige plek is, dan wordt het hart weer rustig. Zoals een jong vogeltje zich veilig weet bij zijn moeder, onder de vleugels.

Voor David is God duidelijk niet een God, die alleen in de moeite moet helpen. Die hij nodig heeft, als hij zelf echt zijn problemen niet meer kan fiksen. Voor David is God, de God bij wie hij wil zijn als het goed is. Tot wie Hij wil bidden, tot wie Hij wil zingen, die Hij groot wil maken. Zo hoop ik dat God ook voor jou is. Veel ongelovigen, of mensen die niet zoveel met het geloof doen, hebben een houding van: ik red mijn eigen leven wel, ik heb God en de andere gelovigen niet nodig. Maar als de nood aan de man komt, kan het misschien geen kwaad om toch een gebedje te doen. Wie weet helpt het!

Maar zo is het voor David niet. Zijn woorden zijn in voorspoed en tegenspoed hetzelfde. Hij wil als het goed gaat met God leven, maar ook als het minder goed gaat. Hij houdt vast aan Gods macht, Hij houdt vast aan Gods liefde en trouw, als zal zijn stemming best wel anders zijn en vraagt hij andere dingen aan God. Eerst zegt Hij dat God zal redden vanuit zijn liefde en trouw, daarna beschrijft hij hoe overweldigend die trouw van God is. Hij heeft het weer mogen meemaken: Gods liefde is hemelhoog, zijn trouw reikt tot in de wolken!

Waarom mocht David in het bijzonder zeker zijn van Gods zorg? Omdat God belooft had dat Hij koning zou worden. God had zijn hand op hem gelegd. Hij was gezalfd. Later zou uit het nageslacht van David de grote koning worden geboren. Jezus Christus, Davids Zoon. God liet zien dat zijn liefde en trouw blijven bestaan.

Ook de Here Jezus heeft de moeite van de vervolging gekend. Ze waren op zijn leven belust. Ze wilden hem doden. En God heeft hem wel losgelaten: prijs gegeven aan de dood. God heeft toegestaan dat Hij zijn leven gaf aan het kruis. Hij gaf zijn leven, Hij stierf voor onze zonden, zodat wij nooit meer losgelaten worden. Straks bij het avondmaal zullen we dat ook vieren. Dan komt ook die trouw van God weer extra naar voren. Christus, de Zoon van David, heeft laten zien hoe groot Gods liefde was. Dat heel de aarde steeds meer van die liefde mag zien en ontdekken, dat je die liefde ook steeds meer mag gaan ervaren in jouw leven.

Wie deze psalm aandachtig leest, mag het ontdekken. David is iemand die door zijn dichten, door zijn liederen, maar ook door de muziek die erbij komt, steeds weer in staat om zich te richten op de machtige God. Zo kan hij steeds weer onder de indruk komen van Gods liefde; zijn ogen zien Gods liefdeswerk, met zijn oren hoort hij de blijde boodschap en in zijn hart komt er de rust door Gods vaderzorg. Laten onszelf steeds weer opnieuw op die almachtige God richten en zo ook steeds weer schuilen onder zijn vleugels. Als je zo’n levenshouding hebt: dan straalt Gods zorg en liefde elke dag opnieuw door jou heen en mag je iets van die liefde van God doorstralen om je heen.

Amen

Liturgie Middagdienst 15.00 uur Pauluskerk
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Psalm 108:1 en 2
Gebed
Zingen Gz 23 (uw woord is een lamp)
Lezen Psalm 57
Zingen Gz 45 Laat de kinderen tot mij komen
Tekst
Preek Met beamerpresentatie
Zingen Psalm 57:1,2,5
Geloofsbelijdenis Gz 123:1/ lezen /  5
Zingen
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Opw. 334: Heer uw licht en uw liefde schijnen
Zegen en amen
Toelichting kinderwerk
Vertel het aan de mensen dat Jezus leeft (Elly en Rikkert)Voor een werkje: knip en plak deze link naar je browser

http://www.gelovenisleuk.nl/knutselen/40-bijbelverhalen/66-schuilen-onder-zijn-vleugels


Jeremia 11 – Sta sterk in je geloof!

januari 6, 2011

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, januari ’11

Tekst: Jer 11:18-12:6

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Afgelopen weken was het advent en kerst. We hebben gevierd hoe God zijn eigen Zoon gaf, als onze redder en heiland. Deze Heiland heeft heel zijn leven op aarde veel geleden.

Juist als je let op een eerdere brenger van Gods Woord, Jeremia, heeft moeten lijden, besef je hoe groot het lijden van onze Here Jezus was. Niet alleen in de lijdensweek, niet alleen toen hij aan het kruis hing, maar juist ook in al die jaren van zijn optreden. Sommige mensen dachten zelfs dat Hij Jeremia was. In Johannes lazen we over Hem: de mensen hebben een hekel aan hem, zijn broers geloven niet in Hem. Juist de mensen die het dichtst bij Hem staan, maken het hem moeilijk.

Wat doe je vandaag als je eigen broer vindt, dat jij niet zo met het geloof bezig moet zijn? Als een dorpsgenoot je naroept, omdat hij als christen iets gezegd heb van goddeloze feesten? Wat zou je doen als je wanneer je hier uit de kerk komt, zomaar voor de kerkdeur een bom aan zou kunnen treffen, zoals in Egypte gebeurde? Of als je zoals in Noord-Korea gebeurd, niet voor je geloof uit mag komen, en als dat toch gebeurt je naar een concentratiekamp gevoerd wordt, net zo erg als de kampen van Hitler? Ja, hoe blijf je staande als christen, als je in je leven met lijden te maken krijgt, en nog zo weinig ziet van de vrede die God belooft?

 

Sta sterk in de HEER!

1. Wanneer anderen het je moeilijk maken

2. Wanneer je te maken krijgt met lijden

3. God geeft de kracht die je nodig hebt

 

Laten we eerst letten op Jeremia. Hij gaat op een dag terug naar zijn geboortestadje Anatot. Als profeet komt hij daar tussen de mensen, waar hij vroeger samen mee opgroeide. Ze hadden samen les gehad, samen avonturen beleefd, ze kenden hem goed. Daar komt Jeremia, de zoon van Chilkia. Op een zelfde manier gaat ook Jezus later een keer terug naar Nazaret, naar de synagoge. Daar komt Jezus, de zoon van de timmerman.

Jeremia had eerst helemaal niet in de gaten, maar dan maakt de HEER hem iets bekend. De HEER maakt bekend dat hij gevaar loopt.

Hoe Jeremia dat ontdekt heeft weten we niet precies. Misschien dat hij het rechtstreeks van de HEER hoorde, misschien gebeurde het ook wel zo dat de HEER het zo leidde dat Hij dat plan ontdekte.

Jeremia loopt gevaar, want de mensen van Anatot hadden een list bedacht om Jeremia te gaan doden. Ze hebben tegen elkaar gezegd: ‘Laten we die boom met al zijn vruchten vellen, zodat zijn naam niet meer genoemd wordt’. Ze willen Jeremia dus uit de weg ruimen, en wel op zo’n manier dat nooit meer zijn irritante profetenwoorden over wat zij allemaal verkeerd doen klinken.

Zodat Jeremia ook geen kinderen zal krijgen die die woorden verder vertellen.

Ja zo, dat ze nooit meer iets van hem horen.

Jeremia zegt: ‘Ik was als een lam dat naar de slachtbank geleid werd’. Een lam dat onderweg is naar de slachtbank, heeft niet in de gaten wat er gebeurt. Hij volgt gehoorzaam zijn eigenaar. Later zal Jezus als een schaap naar de slachtbank geleid worden, zoals Jesaja al gezegd had in zijn hoofdstuk over de lijdende knecht des HEREN.

Als Jezus later in Nazaret is willen ze Hem van de afgrond gooien, maar dat voorkomt God, want het is zijn tijd nog niet. Maar later zal Hij wel als een lam ter slachting geleid worden. Hij zal gedood worden en aan het kruis gehangen.

In Romeinen 8 schrijft Paulus over ons leven als christen. Ook wij zijn ‘profeten’ die willen luisteren naar Gods Woord. Ook wij kunnen dan op allerlei moeite stuiten, honger, oorlog en het zwaard. Ja om U worden wij de hele dag gedood, zegt Paulus dan. In Egypte en Noord-Korea merken ze dat dagelijks.

Wie uitkomt voor het woord des Heren kan te maken krijgen met dat je door andere verworpen wordt. Waarom werd Jeremia verworpen? Omdat hij iets zij van de feestjes die de mensen organiseerden voor de afgoden. Omdat hij er de vinger bij legde dat ze God alleen met de mond maar niet met het hart dienden. Waarom werd Jezus verworpen? We lazen het net: De wereld zal mij haten omdat ik verklaar dat wat zij doen slecht is.

 

Als christen kun je maken krijgen omdat je Gods Woord wil laten klinken. Gods goede boodschap van redding, maar tegelijk ook in de lijn van Jezus aan kan wijzen wat zonden is. Als je opkomt tegen winkelopenstelling op zondag, als je wat zegt van vloeken, wanneer je wat zegt van drank of drugsmisbruik, wanneer je de wacht betrekt bij het leven en opkomt tegen euthanasie en abortus. Wanneer je wat zegt van het homohuwelijk, omdat God ons leert dat het huwelijk een instelling van God is. Wanneer je opkomt voor vluchtelingen en zwakken. Het kan je op afkeurende reacties komen te staan. Maar de vraag is: pas je je als christen langzaam aan de omgeving en de westerse, liberale samenleving. Of luister je naar het woord van God. Zelfs Jeremia heeft daar wel eens moeite mee gehad. God zegt tegen hem in 15:19,20: Als je weer mijn zegsman wilt zijn, en mijn woorden wilt spreken, dan zal ik bij je zijn. Laat dit volk naar jouw luisteren, jij moet je niet door hen laten luisteren.

Krijg je het alleen moeilijk van buiten de kerk, als je Gods woorden wilt volgen? Nee, Jeremia moet ook spreken tegen geloofsgenoten. Zij die Gods naam wel noemen, maar niet in het hart dragen. Zelfs de joden die wel Gods naam noemden, hadden een hekel aan Jeremia omdat hij gezegd had dat de tempel verwoest zou worden. Zo hadden de mensen een hekel aan Jezus omdat Jezus erover sprak dat Jeruzalem verwoest zou worden. Dat je de tempel wel mocht afbreken, en Hij de tempel in drie dagen weer zou opbouwen.

Jeremia moet zeggen dat je er niets aan hebt om te denken dat je veilig bent bij de tempel, als je niet op God alleen vertrouwt. Zo heeft ook Jezus de felste confrontaties met de Farizeeën en schriftgeleerden gehad. Is Hij opgetreden tegen mensen die van de tempel een rovershol maakten.

In hoeverre heb jij soms niet heilige huisjes wat betreft je geloof. Dingen waar ze niet aan moeten komen. Dat je over de liturgie, over je omgang met geld, over je gedrag bepaalde opvattingen hebt, waar een ander echt niet aan mag komen of als het gaat over hoe de dingen moeten in de kerk. Ik las laatst bij een predikant die wekelijks een columns schreef, dat hij, wanneer hij in een column schreef tegen een van de heilige huisjes, hij eerst even in zijn agenda keek of hij in de week daarna tijd had om de kritiek die daarop kwam op te vangen. Laten we eerlijk zijn, ontdekken wat God van ons vraagt en dat dan ook onverkort vasthouden en uitdragen!

 

2. Wanneer je te maken krijgt met lijden

Toch begrijpt Jeremia maar weinig van wat de HEER doet. Hij heeft het zo moeilijk in zijn leven, terwijl hij toch de HEER wil volgen. Daarom vraagt hij het in 12:1 aan de HEER: HEER hoe verantwoordt u het dat boosdoeners in voorspoed leven en trouwelozen rust genieten. Ook in hoofdstuk 15 roept hij het uit: Waarom duurt mijn lijden zo lang, waarom geneest mijn wond niet? Jeremia begrijp er niets van.

De worsteling die Jeremia hier doormaakt, lijkt wel wat op de worsteling van Job. En iedereen die wel eens echt met lijden te maken gekregen heeft, die weet hoe moeilijk zulk soort vragen kunnen zijn. Voor sommigen zijn het vragen waardoor je bijna je geloof verliest: Here, waarom moet ik dit toch lijden? Waarom is er geen andere weg die ik kan gaan? Waarom duurt het al zo lang. Waarom moet mij steeds die tegenslag treffen, terwijl het anderen goed gaat.

Wat we hier kunnen leren van Jeremia, is dat met zijn vragen naar de HEER toegaat. Dat hij ook als het moeilijk is, het recht niet in eigen hand neemt, maar zijn hart uitstort bij de HEER. Daarbij vraagt Hij ook aan de HEER, of Hij recht wil doen.

Wanneer je het moeilijk hebt en zeker wanneer je het moeilijk hebt om je geloof, dan leert de HEER ons niet een weg van fel verzet. Dan vraagt de HEER dat we op Hem zien en uiteindelijk hulp van hem verwachten.

 

Jeremia heeft het moeilijk door anderen. Net als Jezus voor ons bidt, heeft ook Jeremia vaak voor het volk gebeden. Maar je ziet dat Jeremia hier bidt of God zijn vijanden wil laten omkomen. Gaat Jeremia hier niet te ver? Mag je dat bidden? Aan de éne kan kun je zeggen: Jeremia laat zich wel erg door zijn emoties lijden. Maar toch denk ik dat dit gebed van Jeremia mag: hij vraagt of de HEER uiteindelijk recht wil doen; of God er zo een eind aan wil maken dat zij nog verder kwaad doen aan mensen, de aarde, gras en bloemen, vee en vogels; bovendien had God al gezegd dat Hij de mensen van Anatot ging straffen. Uiteindelijk bidden ook degenen die om Gods woord gedood zijn in Openbaring 6 aan de voet van het altaar of God hun bloed wil wreken.

Als je te maken hebt met lijden, bidt maar of God recht wil doen. Of Hij een einde wil maken aan alle onrecht. Dat God dat wil doen heeft hij laten zien in Jezus Christus. Hij heeft alle onrecht willen dragen. Heeft niet teruggescholden, toen Hij moest lijden. Hij heeft zelfs gebeden voor de soldaten die niet wisten wat ze deden. Hij leerde om zelfs de vijanden lief te hebben.

 

3. God geeft je de kracht die je nodig hebt

Aan het eind van zijn klacht, antwoordt God Jeremia met twee voorbeelden. Jeremia, je hebt het nu moeilijk, maar je tegelijk: besef dat het nog moeilijker zal worden.

Zoals je nu gestreden heb, is het alsof je tegen snelle lopers liep. Daar heb je het al moeilijk mee. Hoe moet het dan worden als je het tegen paarden op moet nemen?

En Jeremia als je loopt in open veld, met goed uitzicht, dan vind je het al moeilijk, straks zal je voortgaan lijken op het ploeteren door de jungle van de Jordaan. Hoe moet dat dan? God wijst Jeremia erop dat belangrijk is dat Hij sterk staat. Want niet alleen zijn dorpsgenoten, ook zijn broers en zussen, ook zijn naaste familie zal het hem moeilijk maken!

Lekker bemoedigend, toch? Jeremia je lijdt, je hebt het moeilijk, maar de weerstand zal alleen maar groter worden. Toch mag je Jeremia dan terugvallen op zijn roeping. God wil hem sterk maken, hij wil hem redden en beschermen heeft Hij gezegd. Als Jeremia het op eigen kracht wil doen, is het inderdaad onmogelijk. Maar hij mag kracht van God verwachten.

Zo spreekt ook Paulus erover: er kan veel tegenstand zijn, maar uiteindelijk zal niets ons kunnen scheiden van de liefde van God, die is in Jezus Christus. Ook Petrus geeft die belofte: De Heer van alle vrede zal u na een korte tijd van lijden volmaken, grondvesten. Hij zal u de kracht geven die nodig is!

Jezus krijgt te maken met aanvechting. Zijn kracht wordt zelfs door de duivel getest. Maar … Hij houdt stand! Daardoor kan Hij ook ons kracht geven. Hij is de weg ingegaan, maar heeft hem ook helemaal afgelopen, wel op Gods tijd. Wanneer de broers van Jezus naar Jeruzalem gaan, weet Jezus dat het zijn tijd nog niet is. Hij wacht. Hij wil nog niet gedood worden in Judea en blijft nog in Galilea. Maar even later gaat hij op weg. Hij gaat de weg van het lijden. Wat moet er in al die jaren van zijn optreden ook veel door hem zijn heen gegaan. Ook Hij had geen plek om zijn hoofd neer te leggen.

Zijn broers geloofden niet in hem, en uiteindelijk wordt hij door één van zijn leerlingen verraden. Een vertrouweling waar hij drie jaar intensief mee rond getrokken had. Hij verraadt hem met een kus. Hun woorden lijken vriendelijk, maar ondertussen zijn ze uit om zijn dood.

Doordat Jezus die weg ons voor is gegaan, mag je hem volgen. Mag je gaan in zijn voetspoor en mag je geloven dat door de liefde van God het ook voor jouw mogelijk is om stand te houden. Als je ziet op Jezus Christus.

Jezus ga ons voor, deze wereld door.

Valt de weg ons lang, zijn we klein en bang,

Sterk ons, Heer, om zonder klagen,

Achter U ons kruis te drachten. Leid ons op uw tijd, in uw heerlijkheid! Amen

 

Liturgie Morgendienst Beilen 9.30 Middagdienst Hooghalen 14.15
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Psalm 92:1 en 2 Psalm 92:1 en 2
Wet
Zingen Gezang 145 (Heer, onze God)
Gebed
Lezen Johannes 7:1-13 Johannes 7:1-13
Zingen Psalm 69:1,4,11 Psalm 69:1,4,11
Tekst Jeremia 11:18-12:6 Jeremia 11:18-12:6
Preek
Zingen Lied 90:1, 5, 10, 11 (Is God de ) Lied 90:1, 5, 10, 11 (Is God de)
Geloofsbelijdenis
Zingen Gezang 179a
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Psalm 40:4,6,7 Psalm 40:4,6,7
Zegen en amen

Jeremia 1 – God geeft je de kracht en legt de woorden in je mond!

oktober 28, 2010

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, oktober ’10

Tekst: Jer 1 / Lezen 1 Petr 4

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

31 oktober, bijna 500 jaar geleden, in 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen op de slotkapel van het stadje Wittenberg.

Hij diende zo een aanklacht in tegen de kerk, tegen de godsdienstige leiders, tegen de Paus.

De Rooms Katholieke kerk had in die dagen van het geloof een eng systeem gemaakt:

– je goede werken werden de basis van je redding,

– je moest via de kerk gered worden,

– je moest bidden voor de zielen van overledenen die branden in het vagevuur,

of ze misschien ooit de hemel mochten bereiken en maar hopen dat ze ooit daar terecht kwamen.

Voor de zekerheid kon je nog aflaten kopen om je tijd in het vagevuur te bekorten. Bovendien kon de Paus van dat geld verder bouwen aan de grote Sint Pieter kerk.

Luther had geluisterd naar het woord van God. Hij durfde voor dat woord van God uit te komen, ook toen dat hem op moeiten kwam te staan. Hij werd vogelvrij verklaard. Hij moest verschijnen voor de keizer. Hij stond er, want hij kon niet anders! Met gevaar voor eigen leven heeft hij Gods Woord door willen doorgeven. Hoe machtig zijn tegenstander ook was, hoeveel geld en invloed ze ook ter beschikking hadden: Hij wilde spreken over wat de echt boodschap van de Bijbel was. Alleen Gods Woord! Alleen door geloof in Christus gered.

 

Wat leven we in een andere tijd dan Luther! Maar: Hoe kom jij uit voor je geloof?

Durf je tegen de stroom in te gaan als God dat van je vraagt? Want hoe makkelijk kun je je mee laten nemen door de sfeer van deze tijd. Een tijd waarin je wel iets mag geloven, maar dat voor jezelf moet houden en waarbij je anderen moet tolereren en zeker niet de maat moet nemen.

Een tijd waarin voor veel mensen allesbepalend is of je je er goed bij voelt. Dan komt de vraag op, durf je als christen, als ambtsdrager, als predikant voor Gods Woord te gaan? Ook als dat misschien afkeurende of meewarige reacties oplevert. Als het je je baan kan kosten. Als het goede verhoudingen misschien op scherp zet. Waar haal je de kracht en de woorden vandaan om op een goede manier voor God op te komen?

 

God geeft je de kracht en legt de woorden in je mond!

1. Hij wil je de kracht geven

2. Hij spreekt van oordeel en genade

 

Vandaag luisteren naar Gods woord, zoals Hij dat sprak tot Jeremia.

Jeremia is een jongeman als hij tot profeet wordt geroepen. Hij is waarschijnlijk rond de 16. Koning Josia heeft een grote reformatie doorgevoerd in het tweestammenrijk, Juda en Benjamin, maar als je het boek Jeremia leest dan zie je dat daar niet veel van is blijven hangen.

Jeremia vindt het heel moeilijk dat God naar hem toe komt. Hij is angstig: moet ik dat woord van God gaan brengen? Ik ben nog zo jong! Bovendien is hij bang. Hoe zullen de mensen reageren. Door Gods woord te vertellen loopt hij zelfs gevaar voor zijn eigen leven. Je leest bijvoorbeeld in hoofdstuk 26 dat ze hem willen doden om zijn woorden!

 

Jeremia is niet de enige die er tegenop ziet op profeet te zijn. Ook Mozes zei al dat hij niet makkelijk kon praten. Ook Jesaja en Ezechiël moesten door de HEER geholpen worden om echt Gods woord te gaan brengen.

Vind je het ook wel eens moeilijk om voor God uit te komen?

Dat je achteraf denkt, nu had ik wat kunnen zeggen, maar op het moment zelf niet de gelegenheid benut. Dat je aarzeling voelt in de ontmoeting met je collega’s of buren, binnen je familie of gezin, als ambtsdrager. Aarzeling vanwege jezelf: zal ik het wel goed kunnen zeggen? Zoals Jeremia dacht: ik ben te jong. Ik heb nog niet veel gezag en veel spreekervaring, naar mij zullen ze vast niet luisteren. Maar het kan ook aarzeling vanwege de ander zijn: wat zou die ander ervan vinden als ik wat van zijn vloeken zeg? Wat zal mijn baas zeggen als ik op zondag niet wil werken? Zullen ze me geen zieltjeswinner vinden als ik vertel wat het voor mij betekent dat Christus mij liefheeft? Hoor ik er nog wel bij als ze weten dat ik belijdend christen ben?

 

Bij Jeremia zie je dat God in zijn aarzeling naar hem toe komt.

God wijst allereerst erop dat Jeremia zijn zekerheid bij zichzelf hoeft te zoeken en ook niet bang hoeft te zijn of ze wel zullen luisteren.

Jeremia komt niet met zichzelf. God is het die hem al kende in de moederschoot. Zoals Hij ons allemaal gevormd heeft, in dat vormeloze begin.

God koos hem toen al uit. Zoals wij niet zelf voor God kiezen, maar God ons uitgekozen heeft om zijn kinderen te zijn. Je mag leven vanuit wat Hij geeft en vanuit zijn eerste liefde.

Jeremia was in de moederschoot als aangewezen als profeet. God zette hem apart en heiligde hem voor die taak. Dat mag rust geven. Zoals Paulus in Gal 1:15 ook aangeeft dat hij niet uit zichzelf komt, maar dat God hem al in de moederschoot geroepen heeft om apostel te zijn.

God zegt: Ik ga met je mee. Ik ben bij je. Elk moment. Zoals later Jezus ook tegen zijn leerlingen zegt: Ga, maak de volken tot mijn leerlingen, en … ik ben bij je, alle dagen.

Als je wat moet zeggen, als je iets wilt vertellen.

Denk er maar aan dat God bij je is, dat Jezus naast je staat en je de kracht wil geven om te zeggen wat je wil zeggen. God heeft toch belooft: Ik zal je door mijn Geest de woorden in de mond geven. Dus maak je niet van te voren ongerust over wat je zult zeggen: ik help je.

En dan laat God het ook zien! … Gods hand komt naar Jeremia toe …

God zelf strekt zijn machtige hand uit naar de mond van Jeremia.

Hij raakt de lippen van Jeremia aan. Hoe is het mogelijk!?

dat Jeremia dat kan verdragen, als zondig mens aangeraakt worden door de heilige God! Toch kan hij het. God raakt hem aan: hij zet hem zo apart, hij geeft hem zo de kracht, maar vooral, (en zo staat het ook in de tekst), wil Hij zelf zijn woorden in Jeremia’s mond leggen. Jeremia komt niet vanuit zichzelf, maar ook niet met zijn eigen woorden. Hij komt met het woord van God! Dat mag Hij door geven en daarom hoeft hij niet onzeker te zijn.

Op eenzelfde manier lezen we dat Jesaja’s mond aangeraakt is door een kooltje van het altaar van God. Daar ging het vooral om reiniging van zijn mond. Dat gebeurt hier ook wel, maar het lijkt hier meer op wat er bij Ezechiël gebeurd: Ezechiël moet een boek opeten. God geeft letterlijk de woorden in de mond van Ezechiël. Zo belooft God hier door Jeremia’s lippen waarmee hij zal profeteren aan te raken, dat Hij de woorden in zijn mond zal leggen!

Wat een bemoediging mag dat voor ons zijn. God wil je helpen om te spreken.

Als je woorden spreekt die misschien tegen de tijdgeest, de cultuur of andere opvattingen ingaan, dan hoeven dat niet je eigen woorden te zijn, maar dan mag je Gods woorden spreken.

Tegelijk is dat dan ook een hele verantwoordelijkheid. Als je spreekt laten je woorden dan ook zo zijn dat Gods woorden daarin herkenbaar zijn. Dat zegt Petrus ook in 1 Petr 4.

Soms kunnen mensen hele grote woorden spreken, en misschien de naam van God noemen, maar is het maar de vraag of het echt gaat om Gods wil. Soms als het gaat over tradities, gewoontes, kritiek of vragen bij hoe het gaat in de kerk. Als mensen hun oordeel klaar hebben over anderen. Dingen veranderen altijd en dat hoeft niet per se goed of fout te zijn. Ook dominees zullen op moeten passen niet met eigen stokpaardjes of ideeën de preekstoel op te gaan.

God wil dat zijn eigen woorden herkenbaar zijn in de manier waarop we praten.

Dat begint dus met vertrouwd raken met die woorden. Ze lezen, bestuderen, bemediteren.

Steeds meer één worden met het woord van God. Dat woord dat ze zullen laten staan!

Dat woord mag klinken in al zijn scherpte als het gaat over de vraag of God op de eerste plaats in je leven staat! Of je de Bijbel wel van A tot Z aanneemt als Gods woord! Wanneer de schepping door God of de opstanding van Christus verdedigd wordt.

Maar vooral als het evangelie klinkt: ‘Alzo lief had God de wereld, dat Hij zijn eigen zoon gaf, zodat wie in hem gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft!’.

 

De vraag is of we het echt alleen van Gods genade verwachten in ons leven, of dat we misschien toch denken zelf genoeg voor God te kunnen presteren. Dan worden we ook mild in de omgang met elkaar en roddelen we niet over elkaars gebreken en zonden, zetten elkaar niet in de hoek: maar vragen alleen wil hij, wil zij, wil ik echt met lege handen bij God komen en leven van zijn genade. Geloof ik dat Christus Jezus ook voor mij gestorven en opgestaan is?

 

2.  Hij spreekt van oordeel en genade

Daarmee komen we al in de buurt van het tweede punt.

Want wat is de boodschap die Jeremia moet brengen?

God gebruikt zes werkwoorden om aan te geven wat het effect van Jeremia’s woorden zal zijn. En dan wordt duidelijk dat Jeremia vooral het oordeel zal moeten verkondigen. Dat hij het volk op moet roepen tot boetedoening. Vier werkwoorden gaan over het afbreken en uitrukken. Daarmee sluit God aan bij de bouw van een huis en bij de landbouw.

Als je een compleet nieuw huis neer gaat zetten, in plaats van een bouwval, dan breek je eerst het oude huis af. Dan verwijder je dat volkomen en dan pas kun je weer opbouwen.

Als je een akker wil gaan inzaaien, dan ruk je eerst de oude planten eruit en zorg je dat er het onkruid er niet meer groeit, dan kun je gaan planten.

Zo zal Jeremia vooral Gods harde oordeel moeten verkondigen.

Pas vanaf hoofdstuk 30 mag hij profeteren, namens God: “Er komt een nieuwe begin. Een begin dat maar niet een kleine aanpassing zal zijn van het oude verbond. Nee God zal een compleet nieuw begin maken: helemaal anders het huis opbouwen. Een nieuw verbond zal hij geven. Hij zal straks zijn eigen zoon gaan zenden.

God legt dat uit aan de hand van twee beelden.

Wat zie je? Vraag de HEER aan Jeremia, Jeremia ziet een amandeltwijg. De amandelboom had hele mooie roze en witte bloesems in het voorjaar. Maar is dat zo bijzonder? Het bijzondere van die amandeltwijg is dat hij al heel vroeg kan bloeien. In februari, en soms wel in januari. Als alles nog koud en doods is, laat deze tak zien dat de lente eraan komt. Wat past dit schitterend bij die mooie hoofdstukken in Jeremia dat God ook met dit zondige volk een nieuw begin zal maken!

Een begin dat niet alleen voor Israël, maar voor alle volken zal gelden.

Er zal een twijgje voortkomen uit de stam van Isaï, had Jesaja al gezegd.

God zegt ook: ik waak erover dat mijn woord uit zal komen. Ik maak een nieuw begin!

 

Soms kun je wel eens twijfelen aan de woorden van God.

Spreek ik niet te grote woorden als ik spreek over redding door Jezus Christus?

Is het wel echt waar dat God mij zal helpen? Wat kun je soms aangevochten worden! Zeker als je maar weinig ziet en ervaart van Gods aanwezigheid.

Ja God belooft veel, de dominee zegt het mooi, God zal bij mij zijn en mij kracht geven … maar wat zie ik ervan? Wat ervaar ik van Gods steun? En waarom moet ik nu juist zo’n moeilijke weg gaan? Wat had Jeremia ook veel aarzeling. Veel moeite. Hoe kon hij dit  nu aan Gods volk vertellen van wie het hard al zo verhard en afgestompt was voor Gods boodschap? Maar hij mocht dat takje zien. Midden in de winter: Een klein teken. Maar God waakt over zijn woord om dat te doen. Het zal lente worden! Hij maakt een nieuw begin!

Ik bid dat je dat kleine bloesemtakje juist in de zaken die veel geduld en geloof vragen, steeds weer voor je mag zien.

Dan ziet Jeremia nog een ander beeld. Wat zie je? Vraag de Heer. Ik zie een gloeiend hete pot, die overhelt vanuit het noorden. Wat een eng beeld! Wie weleens te maken heeft gehad met brandwonden door gloeiend hete vloeistof, zal de schrik om het hart slaan. Een pan die bijna omvalt! Wat eng, wat gebeurt er? En toch is dat wat Jeremia ziet. Hij moet het wel doorgeven aan het volk. God zal vanuit het noorden komen met zijn oordeel. Zoals de troepen van Assur honderd jaar geleden het tienstammenrijk plunderden en wegvoerden, zal God nu het tweestammenrijk straffen door de troepen van Babel, van Nebukadnessar. Egypte zal hen tot geen enkele steun kunnen zijn! De troepen zullen in de poorten, bij de muren, in alle steden van Juda komen zo zullen ze gestraft worden!

Waarom?

God had gezegd: ik ben altijd bij je, maar zij hadden God verlaten!
God had gezegd: offer alleen voor mij, maar zij leefden voor zoveel andere dingen. Ze toonden geen toewijding aan God.

God had gezegd: Dien allen mij, maar zij hadden zich gebogen voor stukken steen en stukken hout, die door mensen in de vorm van goden gemaakt waren.

Daarom zal God hen straffen.

Zo ziet God ook in jouw hart. Hij weet voor wie en wat je leeft. Hij ziet je zonden!

Hij weet hoe makkelijk wij ons kunnen laten leiden door volledige liefde voor geld, voor macht of seks en ons door onze eigen passies kunnen laten bedriegen.

God zal de zonden niet onbestraft laten. Hij wil het kwaad tot in de wortel uitroeien. Die boodschap moet Jeremia het volk brengen, voordat hij mag spreken van Gods genade.

 

Wat is het goed om te weten dat er later nog een profeet gekomen is.

De ware profeet, Jezus Christus. Hij is het die Gods plan en wil helemaal bekend heeft gemaakt.

Hij is het die als profeet niet geliefd was, die moest vrezen voor zijn eigen leven.

God had zijn knechten gestuurd, tenslotte zond hij zijn Zoon. Die moest dat met zijn eigen leven bekopen. Het volk wilde hem niet.

Maar door de dood van deze profeet, maakte God een nieuwe weg.

Hij droeg onze zonden en heeft ons zo gered.

De vraag is: hoe reageren wij op Hem? Op de profeet, de Zoon van God?

Wijs je hem af? Of neem je hem aan?

Probeer je zelf je leven te maken? Of beleid je je zonden en vraag je of God je wil redden?

Ben je vol van het leven hier en nu, van geld, macht en seks, of van welke namaakgod dan ook? Vergeet niet de gloeiend hete pot, maar weet tegelijk dat je mag leven van het nieuwe verbond, puur van genade, zoals Luther dat al benadrukte!

Wordt dan vol Jezus Christus: en ga je in zijn naam op weg om zijn goede nieuws verder te vertellen.

God zegt: ik ben met je!

Ik zal doen wat ik zeg: kijk naar de amandeltwijg,

Je bent sterk in mijn kracht! Ik zal je redden!
Amen.

(Er is een powerpointpresentatie bij deze preek)

Welkom

Votum en zegengroet

Ps 139:1.7

Gebed

Lz Jer 1

Gz 31 (Er komt een man uit Anatot)

Lz 1 Petr 4:7-11

Ps 115:1,2,3 en 6

T Jer 1:9

Preek

Gz 142: 1,3 en 4 (Een vaste burcht)

Hooghalen wet / Beilen geloofsbelijdenis

Ps 97:1,3,5

Gebed

Collecte

Gz 163 (Ik bouw op u)

Zegen