Toespraak bij 65 jaar bevrijding Hooghalen

april 13, 2010

Toespraak bij het monument in Hooghalen, ter gelegenheid van 65 jaar bevrijding

12 april 2010 – Drs Dick Dreschler

9 maanden voordat hier in Hooghalen de bevrijding gevierd kon worden, werd in Canada in een huis afscheid genomen. Madge Finch-McKay nam afscheid van haar man, Robert William Finch. Eerst had hij al innig afscheid genomen van hun enige dochtertje: Helen Finch. Robert ging voor de tweede keer vechten in de tweede wereldoorlog. Madge wist wat dat betekende. Het zou spannend zijn of Robert weer terug zou komen.

Robert Finch ging vechten om te zorgen dat de mensen in de Nederland weer hun vrijheid konden krijgen. Door de terreur van Nazi-Duitsland onder leiding van Hitler was die vrijheid verloren gegaan. Hitler speelde in op de gevoelens van de mensen: als er een crisis is, als er problemen zijn, dan geven we anderen de schuld. De Joden werd het slachtoffer van zijn haat. Velen hier in Hooghalen zijn getuigen geweest van al die transporten van Joden die hier langs kwamen. Miljoenen mensen verloren het leven. Velen leden honger. En er was een voordurende angst.

Robert Finch maakte deel uit van het Scottisch Essex Regiment. Een regiment dat meedeed aan de slag om Arnhem, en toen dat mislukte meedeed om de bevrijding van Nederland via de Schelde. Toen de rivieren overgestoken waren, was het één van de regimenten die hielp om het noord-oostellijk deel van Nederland te bevrijden, waaronder ook ons dorp Hooghalen.
Tegen de tijd dat het regiment hier aan moest komen, was er lang spanning. Er kwam onrust in het dorp. Maar vooral spannend werd het toen er tegen etenstijd een enorme ontploffing klonk. Iedereen moest de schuilkelders in. Wat is er in de kelder gebeden om bewaring. Iemand vertelde mij over toen: Ze zaten de hele dag in de schuilkelder: ‘als je het niet hebt meegemaakt, kun je je niet voorstellen hoe erg het was’.
Het gevecht om de bevrijding was begonnen. Omdat er instructies waren dat de spoorlijn richting het kamp verdedigd moest worden, boden de Duitsers felle weerstand, al was het weinig georganiseerd.
De historische dorpskern van Hooghalen werd onherstelbaar beschadigd, 17 huizen en boerderijen waren niet meer bewoonbaar, Beate Plenter beschrijft:  In de hoofdstraat zagen we tientallen tanks en langs de weg lagen honderden koperen hulzen van de kanonnen. Verbijsterd keken de mensen in het rond. De boerderij van Stevens was doorzeefd met kogels. De bedsteedeuren hadden kogelgaten en er waren dode koeien. Maar de boerderij brandde niet. Wel die ernaast.’Pappe, pappe, bij Hidding brandt het ook’. Geschrokken keerde mijn vader zich om. ‘Stil maar kind, de vlammen weerspiegelen in de ramen het vuur van het brandende huis van Timmerman’.

Maar het dorp was bevrijd: er werd gefeest, er werd gedankt dat de inwoners gespaard werden. In de kerken werd gedankt met de Joodse Psalm 124: Geprezen zij de HEER, dat hij ons niet ten prooi gaf aan hun tanden. Dank dat Hij bevrijding gaf!

Toch was er ook pijn. 27 Duitse soldaten kwamen om, en ook zes Canadezen, waaronder Robert Finch. Het leek alsof het gevecht over was, het werd rustig, maar toen werd de tank waarin Robert Finch reed geraakt door een verborgen pantservuist. En hij en ook zijn gunman Lockinger kwamen om het leven. Ze werden eerst begraven in de tuin van een boer. Later is zijn lichaam overgebracht naar de Canadese oorlogsbegraafplaats in Groesbeek, waar hij te midden van 2331 andere strijders uit Canada begraven ligt.

Op 28 april stond zijn overlijdensadvertentie in de Canadese krant. Zijn vrouw die negen maanden daarvoor afscheid had genomen, moest alleen verder. In briefje schrijft ze hoe moeilijk ze het heeft, maar dat wel verder moet leven. Ze bedankt voor alle steun die ze ontving in de dagen en weken erna.

Robert Finch. Een 33 jarige soldaat uit Canada. Hij maakte, samen met de anderen die vochten, het verschil. Laten we hen niet vergeten. Er is geen groter liefde, dan dat iemand zijn leven geeft voor een ander, zegt de Bijbel. Robert Finch liet het leven, zodat wij van de vrijheid kunnen genieten.

Beate Plenter schrijft:

Herdenk hen toch in uw gedachten en gebeden.

en gun daarom, ook nu, anderen het licht in de ogen.

Het kostbaarst van al is het menselijk mededogen.

Geef ruimte, zij hebben dan niet voor niets geleden.

Ik was een kind maar wist toen, we zijn bevrijd.

Ons dorp brandde: negentien soldaten waren dood;

van beide zijden, vader, zoon, broer of echtgenoot.

Begrijp dat naast vreugde er nog steeds wordt geschreid.

Een geschonden Europa was ons aller erfdeel.

Eén enkele man die deze terreur had bedacht.

Geef enkelen nooit weer zo’n grote macht.

Hoe moeilijk ook, hou onze wereld heel.

Bronnen:

http://www.vac-acc.gc.ca/remembers/sub.cfm?source=feature/netherlands2005/youth_reflections/mcdougall_01

http://www.harmplenter.nl/bevrijding.html

Advertenties