Kol. 1:17 – Christus centraal!

juli 30, 2018

Preek Heemse en Lemelerveld, 29 juli 2018

Tekst: Kol 1:17

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Deze week startte de Tour de France een dag bij Lourdes in Zuid-Frankrijk in de Pyreneeën. Thijs Zonneveld schreef in het Algemeen Dagblad over mensen die met krukken, in een rolstoel of zelfs op bed naar Lourdes gaan, en daar hoop uit putten. Over Primos Roglic werd donderdag in de avondetappe gezegd: hij heeft een kruis op zijn arm staan, ik ben wel benieuwd wat het geloof voor hem betekent.

Dat is wel een heel boeiende vraag: wat betekent het geloof voor je! Binnen de kerk stel ik die vraag heel vaak. En je ziet dat mensen buiten de kerk daar heel verschillend mee omgaan. Maar ook binnen de kerk merk ik wel verschillen als je vraag stelt: wat betekent het geloof voor jou. En dan bedoel ik niet eens: hoeveel tijd besteed je aan je geloof, maar vooral: wat betekent het voor jou, hoe zou je zelf de kern van je geloof omschrijven?

 

[#2a] Ik wil even verschillende manieren van geloven eruit halen. De eerste manier van geloven is een geloof waar alle nadruk ligt dat er een God is. Hij zegt je wat goed is en wat fout is, wat je wel en niet mag. Hij zorgt er ook voor dat je je goed voelt over jezelf, als het ware een aai over je bol krijgt. En tegelijk is Hij ook wel heel ver weg. Je moet niet verwachten dat Hij zich direct met zaken hier op aarde bemoeit.

Iemand zei: Geloven betekent er is altijd iemand die voor me zorgt. Je kunt goede en verkeerde dingen doen, maar God zorgt dat je altijd weer bij het licht uitkomt.

 

[#2b] Een andere manier van geloven maakt van geloven vooral een reden voor naastenliefde: doe tegenover anderen, zoals je wilt dat zij naar jou zouden doen. Geloven is niet zozeer bijbellezen, naar de kerk gaan, over geloof praten. Geloof is met name kijken waar je anderen kan helpen en voor anderen kan zorgen. Het gaat niet zozeer over geloof, maar laten we vooral goed doen en elkaar respecteren in de opvattingen.

Iemand zei: Bij ons op de jeugdgroep praten we niet over wat geloven is. Wij gaan als jeugdgroep dingen doen voor anderen. We maken een oude begraafplaats schoon, doen spelletjes in het bejaardenhuis en we zorgen dat kinderen die weinig aandacht hebben aandacht krijgen.

 

[#2c] Weer een andere manier van geloven is, dat je gelooft om in de hemel te komen. Je gelooft niet voor het hier en nu, maar voor het straks. Als ik nu maar in Jezus geloof, dan zal ik uiteindelijk straks goed terecht komen. Dan geloof ik dat door Jezus mijn zonden vergeven zijn.

 

[#3] Vandaag lezen we in Kolossenzen over een heel andere manier van geloven. Ook al is er een God in de hemel die voor je zorgt, ook al is goed om anderen te helpen, als we Paulus lezen komen we toch een heel andere manier van geloven tegen. De tekst van vandaag zegt het al: ‘Christus bestaat voor alles en alles bestaat in Hem’. Het draait bij alle dingen van het geloof dus om de Here Jezus. Ik hoop dat als jij voor jezelf zegt wat je gelooft, dat je dan ook benoemt wie Jezus voor je is. Uit het onderzoek Growing Young (Powell) dat ik al eerder aanhaalde, staat dat kerken, waar alle generaties vertegenwoordigd zijn, Jezus centraal hebben staan. Dat ze over Hem praten, dat ze een relatie met Hem hebben, dat Hij je leert om met Hem te leven.

 

[#4] Wat heeft Paulus met de mensen in Kolosse? Wanneer Paulus vanuit de gevangenis een brief schrijft aan de gemeente van Kolosse, dan benadrukt hij zijn dank voor het geloof van de mensen in Kolosse. Hij kent ze niet persoonlijk, hij is nooit bij hen geweest, maar hij heeft over ze gehoord: dat ze in Jezus Christus geloven en de heiligen liefhebben en dat ze hopen op wat er in de hemel voor hen klaarligt. U hebt van Gods genade gehoord en de betekenis ervan begrepen: Epafras heeft het aan uitgelegd.

 

Hij dankt God en bidt dat ze mogen groeien in het kennen van God en het doen van het goede. En opeens heeft hij het dan niet meer over ‘u’, maar hij heeft het ook over zichzelf. De mensen in Kolosse hebben meegemaakt, wat Paulus ook heeft meegemaakt. Hij heeft ons overgebracht van de macht van de duisternis, naar het rijk van het licht. Die heeft ons verlossing gebracht en vergeving van de zonde.

 

[#5] Paulus heeft dat zelf meegemaakt, toen hij als ‘top’, fanatiek vervolger van Christenen op weg was naar Damascus om de christenen daar aan te pakken. Opeens ging er een heel fel licht in zijn leven schijnen: hij reed erheen, maar viel van zijn paard, omdat het licht zo oogverblindend was. Jezus zelf riep hem: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u mij?’. Zo werd Paulus tot stilstand gebracht en leerde hij het ware licht kennen. Ook voor hem was er vergeving van zonde en eeuwig leven. Het mooie is dat hij zich naast de mensen in Kolosse kan zetten. Zij hebben hetzelfde meegemaakt.

 

Eerst kenden ze God niet. God was heel vaag en ver weg van hen. Een hogere macht. De mensen kozen voor het kwaad. Ze wilden niet met God te maken hebben. Zij hebben zich misschien ook wel tegen de christenen gekeerd. Hebben geen verkeerde dingen gedaan. Maar nu zijn ze net als Paulus overgegaan van het licht naar de duisternis. Dat betekent dat hun geloof niet iets is voor straks: dat is het ook, er is hoop. Maar ze zijn nu al overgegaan van licht naar duisternis.

 

[#6] Ik denk dat wanneer mensen moeite met geloof hebben, het soms komt omdat ze het idee hebben dat het gaat over straks. Geloof als een soort levensverzekering. Maar dan is het goed om te zien: geloof gaat over hier en nu. Over nu Jezus leren kennen en dan te zien dat langzaam de vrucht van de Geest in je leven mag gaan groeien. Probeer dat ook zo uit te dragen aan kinderen en jongeren. Geen hele lijst van dit mag niet en dat mag niet, maar juist dat je doordat je nu al in het licht staat leert hoe je een goede vriend bent, een goede student, een goede kameraad. En dat geldt voor iedereen: hoe je een goede moeder bent, een goede partner, een goede collega. Wie met Jezus door het leven gaat, mag nu al leven in het licht.

 

[#7] En dan is Paulus daar helemaal enthousiast over. Het mondt uit in een lied dat hij hier in Kolosse inzet. Dan gaat het over de grote God, maar tegelijk zie je dat het bijna elke regel gaat over Jezus Christus. Christus was er al lang voor zijn geboorte uit Maria, al lang voor de wereld geschapen werd. Jezus is de machtigste over alle machten die er op aarde zijn en die de loop van de geschiedenis lijken te bepalen. Hij heeft dus alle macht. Wanneer je een geloof hebt, dat vooral God ziet als een eeuwige God, die alles in zijn hand heeft, vergeet je dat hij de Vader is van Jezus Christus. Niet voor niets benadrukt ook de catechismus in zondag 9 en 10 dat God de Vader van Christus is, en dat we daarom als kinderen in zijn hand zijn. Vers 15-17 gaat vooral over zijn aanwezigheid bij de schepping en zijn macht, vers 18-20 met name over hoe Hij ervoor zorgt dat het goed komt met God. Hoe Hij door zijn dood ons verhuist van het donker naar het licht. Hoe Hij vrede heeft gebracht en hoe de volheid van God in Hem wil wonen.

 

Iemand die tot geloof kwam zegt het zo: Ik heb Jezus leren kennen, en het lijkt of hij aan het eind van zijn leven verliest door te sterven aan het kruis. Maar eigenlijk is zijn verlies, juist winnen. Dat is het belangrijkste van het evangelie door vertellen: onze held verloor. Maar juist door te verliezen, won hij!

 

[#8] Laten we zo in de kerk steeds vaker over de Here Jezus praten. Geloof gaat niet over een stel waarheden. Over allerlei dingen van het Christendom. Geloof gaat over Jezus. En dan niet alleen verhalen over zijn leven, maar van heel de bijbel. In de schepping was Hij er, Hij werd beloofd na de zondeval, Hij heeft de wet vervuld, zorgt voor zijn kerk en werkt toe naar een nieuwe schepping. Dat verhaal van God, dat de hele bijbel doorgaat, dat mag steeds weer onze levens bepalen. Wanneer daar te weinig over gepraat wordt, wanneer je daar niet van leest, wanneer je daar niet samen over praat, wanneer je dat niet in de kerk hoort, dan verdwijnt Jezus naar de achtergrond en wordt geloven een systeem, een geloof in een hogere macht, een bijhouden van goede en verkeerde dingen. Als je niet oppast verdwijnt Jezus die er was voor alle dingen en die is boven alle dingen uit het oog.

 

[#9] Toch kan het soms heel moeilijk zijn om echt in Jezus te geloven. Je zult dat merken als je praat met mensen die hem niet kennen, als je evangeliseert, als je praat met jongeren die de keus nog moeten maken. En laten we eerlijk zijn: het is niet altijd makkelijk om te geloven. Waarom zou je in Jezus geloven, als er zoveel andere godsdiensten zijn. Waarom zou ik in Jezus geloven, als christenen ook fouten en ruzie maken. Waarom zou ik in Jezus geloven, als er zoveel ellende is in de wereld. Waarom zou ik in Jezus geloven, als er zoveel verschil is tussen allerlei kerken. Vragen die je als christen kan hebben, maar die een ieder bezig kunnen houden. Vragen die je mag stellen. Wat Paulus hier zegt over Jezus, wat de mensen in Kolosse zijn geloven, dat mogen wij ons eigen maken door er ook vragen bij te stellen en over na te denken. Vragen stellen is niet verkeerd, er is maar één ding verkeerd: dat is stilte. Dat er niet over gepraat wordt, dat je er niet over praat. Dat er geen ruimte is voor vragen.

 

[10] Laat de mensen, jongeren, ouderen, campinggasten maar met hun vragen komen. Vragen waar we zelf ook niet altijd het antwoord op hebben. Maar je kunt wel laten zien dat je het serieus neemt, door te zeggen: ik weet het ook niet, maar … het is wel een belangrijke en goede vraag. Ik weet het ook niet … maar laten we samen op zoek gaan naar een antwoord. Hoe kom je eigenlijk bij deze vraag? Ik kweet het ook niet … maar dank dat je die vraag aan mij stelt. God en de bijbel zijn groot genoeg om die vraag aan te kunnen stellen. Je bent vast niet de eerst die die vraag stelt. Waar zouden we met de vraag heen kunnen gaan? Laten we zo vragen niet met een stilte beantwoorden, maar laten we vragen serieus nemen.

 

[11] Paulus bidt ook voor de mensen, dat ze Gods wil ten volle mogen leren kennen. We mogen allemaal verder groeien in het geloof. Wat is het dan goed om te weten dat Christus overal boven staat. Er zijn veel krachten en machten, er zijn veel overtuigingen waar mensen achteraan lopen. Als je in de geschiedenis kijkt dan zijn er elke keer weer andere opvattingen. In elke tijd vinden mensen dingen belangrijk, maar even later zijn ze het weer vergeten. Toch is er één die blijft: Jezus Christus. Hij is bezig zijn rijk te brengen en wil ons leren leven in zijn licht.

 

Wat geloof je eigenlijk? Probeer dat eens voor jezelf te zeggen. En dan bid ik dat Jezus steeds centraal mag staan in je leven. Het licht gaat langzaam uit, wanneer geloven een stel waarheden wordt over een God, wanneer geloven alleen nog maar goed doen is. Maar wanneer je de Here Jezus leert kennen als degene die voor je zonden gestorven is, dan mag het licht gaan schijnen in je leven. Ben je een licht, en leer je hoe er vergeving van zonden is, hoe je alles wat je bezighoudt aan Jezus mag vertellen. Dan leer je de bijbel ook steeds beter kennen, door de kennis van de Heilige Geest. Ik hoop dat je zo, jong en oud, een levend geloof mag hebben in de levende Heer. Een geloof dat standhoudt tot de dag dat Jezus verschijnt in al zijn heerlijkheid en zijn vrede werkelijkheid wordt. Amen.

 

Liturgie 29 juli 2018, morgendiensten, Heemse, Ds Dreschler

 

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen: Psalm 108:1 en 2 (staande, Oude Berijming)

Wet

Zingen: Psalm 26:1,4,6

Lezen Kol. 1:9-20

Zingen: GK 177:1,2,3 (Heer, U bent mijn leven, GK06 161)

Tekst Kol 1:17

Preek

Zingen: Psalm 102:6,10,13

Gebed

Collecte

Zingen: Opw 488: De kracht van uw liefde (staande, aangekondigd na collecte)

Zegen (staande)

Zingen: LB 415 (Lvk 456):3 Amen, amen, amen …

Advertenties

Marc 3:35 – Christus wil Familie maken (Growing Young)

juli 23, 2018

Preek Heemse, 22 juli 2019

Tekst: Marc 3:35

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Mark is vorig jaar verhuisd. Hij had even moeten zoeken, maar nu heeft hij een plek om te wonen waar hij echt heel blij mee is. Hij heeft het helemaal naar zijn smaak ingericht. Hij heeft zijn attestatie aangevraagd bij de kerk van zijn ouders, en nu hij is op een zondag voorgelezen: bijzonder om je naam te horen. Apart dat iedereen naar je kijkt. Hij werd welkom geheten. Maar na kerktijd sprak niemand hem aan. Hij ging trouw naar de kerk. Maar er groeiden geen contacten. Het leek wel alsof ze hem niet zagen zitten. En als hij er een keer niet was, was er niemand die het merkte. Hij merkte dat hij langzaam wegdreef van de gemeente.

[#2] Gerda en Jan zijn net getrouwd. Ook hun naam werd afgekondigd. In de kerk waar zijn lid van werden, werden ze getroffen door de gastvrijheid. Na de dienst was er koffiedrinken en ze hadden al een aantal mensen gesproken, die de week daarna weer even met hen spraken. Gelijk de eerste zondag vroegen er al drie stellen of ze een keer kwamen eten. Een vrouw van in de 70 kwam spontaan een keer langs, en toen Gerda de wasmachine kapot had nam ze de was mee. één keer in de twee weken hadden ze bijbelstudie met verschillende mensen, dan aten ze ook samen. Hoewel Gerda en Jan helemaal geen familie hadden in de kerk, voelde de gemeente aan als een warm bad en wisten ze zich enorm welkom en gezien.

[#3] Twee voorbeelden van hoe je in een gemeente kan binnenkomen. Een koude gemeente, of een warme gemeente. Een kerk waar je losse individuen bent die naar het woord luisteren, of een kerk waar je als het ware familie voor elkaar bent. Uit onderzoek blijkt dat als je een gemeente wil zijn die ‘jong groeit’, een gemeente waar bezoekers nog een keer terug komen, maar een paar mensen zeggen: ‘om wat er gezegd werd’, maar bijna iedereen noemt: ‘ik werd persoonlijk aangesproken’. Belangrijk is dus of jong en oud met elkaar meeleeft en om elkaar geeft, of je werkelijk een geloofsfamilie bent. Dat is ook wat Jezus ons leert, als Hij leerlingen rond zich verzamelt en leert wat zijn koninkrijk betekent.

Christus wil ons Familie maken

  1. familie!?
  2. Kind van God
  3. Nieuwe Familie

 

[#4] 1. Als we het hebben over kerk als familie dan beseffen we ook dat je al familie hebt. Wat kan het fijn zijn om familie te hebben. Een bloedband die blijft. Je geeft om elkaar, je leeft met elkaar mee, je deelt de hoogtepunten en dieptepunten in al die jaren. Vaak kent je familie je het beste. En wat gebeuren er dan mooie dingen. Dat je zorgt voor iemand met een beperking, hoeveel dat soms ook vraagt. Dat je elkaar helpt als er grote problemen zijn, maar ook gewoon dat je samen een verjaardag of jubileum viert. Als je in de zomer met familieleden op vakantie gaat. Meer tijd hebt voor elkaar dan als school of werk veel tijd van je vragen.

Tegelijk kan familie ook een pijnlijk onderwerp zijn. Als je dat éne familielid al jaren niet meer gezien hebt, als er geen contact meer is, als je elkaar niet begrijpt. Als je er binnen de familie dingen gebeurd zijn waardoor je gekwetst bent, teleurgesteld bent. Als het altijd zoeken is hoe je op een goede manier nog contact kan hebben en iets voor de ander kan doen of betekenen. Als je door een scheiding je kleinkinderen bijna niet ziet, of als je als jongere je alleen gelaten voelt. Als je steeds weer die lege plek voelt.

[#5] Ook Jezus heeft familie. Als Hij weer thuis komt, dan merken zijn broers dat het heel erg druk is bij zijn huis. Die mensen die de wonderen van Jezus gezien hebben, die blijven maar komen. Die willen meer wonderen. Het is zo druk dat Jezus niet eens tijd heeft om te eten.

Dan grijpen ze in: zo kan het niet langer. Is Hij gek geworden?

Ze zijn bezorgd over hun broer en willen hem meenemen.

Als Hij niet wil dan zullen ze Hem wel meeslepen, onder dwang meenemen.

Het lijkt wel of hij zijn verstand is verloren. Is dit de broer die ze kennen.

Wat gebeurt er allemaal? Wat heeft dit te betekenen?

Maar, als de mensen komen vertellen dat zijn broers en moeder gekomen zijn, als ze iemand binnenkomt om te vertellen dat zijn broers en moeder op hem wachten, dan gaat Jezus niet naar buiten. Dan gaat Jezus niet met hen mee. Hij heeft nu een andere taak te vervullen, een andere opdracht te doen. Iets dat belangrijker is dan de aardse familieband. Hij gaat door met onderwijs geven, door met vertellen over zijn koninkrijk, door met het doen van wonderen. Hij is op weg naar het kruis.

[#6] Zo laat hij zien: familie is niet het belangrijkste in het leven! Hij zegt ergens anders tegen degene die zijn vader wil begraven, voordat hij achter Jezus aan wil gaan: laat de doden hun doden begraven. Hij zegt dat hij verdeeldheid zal brengen tussen broers en zussen, moeders en dochters, vaders en zonen. Ergens anders zegt hij: wie zijn broer, zijn vrouw, zijn bezit niet prijsgeeft kan geen kind van God zijn.

Wil Jezus hiermee zeggen dat familie niet belangrijk is? Dat is bijna niet voor te stellen. Van de rijke jonge man verwacht hij dat hij alle geboden van God houdt, en dus ook het gebod om je vader en moeder te eren. Jezus kwam niet om de wet af te schaffen. Wanneer Maria bij het kruis staat wijs Jezus Johannes ook op zijn moeder, en tegen Maria zegt hij: vrouw zie uw zoon. Hij zorgt voor zijn moeder en zijn broer. Later lezen we ook dat het wel ‘goed’ gekomen is: Maria en familieleden horen bij de kring van apostelen en leerlingen van Jezus.

Maar waar het hier om gaat, is dat Jezus de mensen voor een keus stelt, u, jou en mij voor een keuze stelt. Zoals eens Abraham naar Gods stem moest luisteren en op weg moest gaan, terwijl hij land en familie achter zich liet. Zo vraagt Jezus ook vandaag: volg mij! Kies voor mij! Laat je gedrag niet bepalen door je familie, door je aardse banden. Die aardse banden zullen eens verdwijnen, ze zijn als de bloemen op het veld, die verdorren, maar kies voor Mij. Geloof in Mij, in vergeving van de zonden, in eeuwig leven. Als je Mij aanneemt, als je mijn woord hoort: dan ben je werkelijk mijn broer, mijn zus, mijn kind! Laat jij je werkelijk zo door Jezus roepen?

 

[#7] 2. Kind van God

Jezus zit in het huis. Hij heeft die groep mensen om zich heen. Zijn leerlingen die hij geroepen heeft, maar ook anderen. Er staat dat hij rondkijkt. Hij ziet de mensen één voor één aan. En dan zegt hij: een ieder die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder. En zo mag je hier ook rondkijken: elkaar zien, als gemeente, binnen de gemeente, als kinderen van God. En zo als familie.

Johannes werkt uit in zijn brief hoe belangrijk het is. Als hij het heeft over vergeving van de zonden en eeuwig leven, dan spoort hij de mensen vooral aan om elkaar ook lief te hebben. Je kunt niet kind van God zijn, zeggen dat je in het licht bent en ondertussen je broeder of zuster haten. Dan leef je in de duisternis.

Hij spreekt de verschillende groepen in de gemeente aan.

Kinderen die net tot geloof zijn gekomen, ze hebben vergeving van de zonden. Zij hebben de vader leren kennen.

Hij spreekt jongeren aan die al meer onderwijs hebben gehad: zij zijn ook in staat om te zien wat de gevaren zijn. Ze leren om het kwaad te overwinnen en nee te zeggen tegen de wereld.

Hij spreekt ook ouderen aan: Zij weten nog hoe het vroeger was, maar wat vooral belangrijk is, ze weten vanaf het begin wat het betekent om te geloven. Zij kunnen vertellen over Jezus, over geloven, zij mogen het ook weer doorgeven en delen met anderen. Zo zijn we allemaal kinderen van God, maar tegelijk jongere en oudere kinderen.

Jezus noemt je zijn broer, zus of moeder. Johannes spreekt over ouderen en jongeren. In een kerk zijn er heel verschillende leeftijden, maar één ding bindt samen: je bent een kind van God. Het is één van de grootste uitdagingen om in de kerk ook als verschillende generaties met elkaar verbonden te zijn. Het kan zomaar zo zijn dat je op een bijbelstudie of vereniging met leeftijdsgenoten, dat je vooral praat met mensen van je eigen leeftijd. Maar Christus vormt geen kerk voor jongeren of geen kerk voor ouderen. Je bent aan elkaar gegeven om met elkaar mee te leven, om van elkaar te leren. Uit dat onderzoek dat ik al noemende blijkt ook dat kerken waarin jongeren zich welkom voelen, die ‘warm’ aanvoelen, waar de liefde geleefd wordt, er juist ook contact is tussen ouderen en jongeren. Een van de mooiste momenten van het jaar vind ik als de ouderen op catechisatie komen. Het is gaaf om te zien als in een cie voor het gebouw, voor de beamer jongeren en ouderen samen de schouders eronder zetten om er iets van te maken. Wanneer jongeren niet apart gaan zitten, of ouderen wegblijven als het hun niet aanstaat: maar als je er met elkaar en voor elkaar bent. Niet voor niets hebben we ook van het wijkwerk een speerpunt gemaakt: laten we juist in zo’n grote gemeente de schouders eronder zetten om te zorgen dat daar jong en oud elkaar ontmoeten.

Tegelijk: je kunt ook niet zonder je leeftijdsgroep. Daarom is er niets mis mee als er een ouderenreis georganiseerd wordt, als je met elkaar als jongeren in de soos zit, als er een verenigingsgroep is voor een bepaalde leeftijd, maar iemand zei: als 29 jarige wil ik graag deel zijn van een groep, die geleid wordt door iemand van 45, met een 16 jarige en een 80 jarige, met zowel mannen als vrouwen. Waar ik kan leren van middelbare scholier die opgroeit in deze tijd, en van een oma die al veel heeft meegemaakt (Growing Young).

 

[#8] 3. Nieuwe familie

Er is al familie, maar door Jezus krijg je zo nieuwe familie. Jezus zegt daarover: niemand zal ouders, kinderen, broers of zussen prijsgeven, of hij zal er honderdvoudig voor terug ontvangen. Zoals al gezegd familie kan een enorme zegen zijn, maar toch kan het zijn dat Jezus iets anders van je vraagt. Als familie in de weg staat om gehoorzaam God te dienen, als je in de kerkelijke gemeente vooral met familie praat, waardoor een ander zich buitengesloten voelt of niet gezien voelt. Christus maakt je familie, met een ieder die de wil van God wil doen. Het woord van God heeft kracht om Familie te maken, Famlie met een hoofdletter F. Dan vormen we één gemeente, één lichaam, met Jezus als het hoofd, en wij als de familieleden. Dan is de ontmoeting voor en na de dienst, daarvoor net zo belangrijk als de dienst zelf. Dan snap je dat thuis een dienst beluisteren of bekijken een geweldige uitkomst is als je niet naar de kerk kan, maar dat als je wel kunt komen het nooit een vervanging kan zijn voor het gemeente zijn. Een jongere zij het zo: als je niet naar kerk gaat, word je geen familie. Dan blijf je anoniem. Dan deel je niet echt je leven en internet komt je niet helpen verhuizen je niet naar je nieuwe woning.

Christus gaf zichzelf in liefde voor ons, laten we bidden of Christus ons daardoor de kracht geeft om oog te hebben voor elkaar. Om als nieuwkomer je te interesseren voor mensen die hier al jaren wonen, om als je hier al jaren woont anderen uit te nodigen die zich hier nog thuis moeten gaan voelen. Om als jongere gewoon is eens aan te bellen bij die oma en te vragen hoe het gaat, maar ook als oudere geïnteresseerd te zijn in jongeren. Eens te kijken bij die jongere die gaat sporten, belangstelling te hebben voor zijn Fortnite spel of hem uit te laten leggen wat hij studeert. Dan weet ik: we kunnen soms heel druk zijn, met van alles en nog wat. Een warme kerk word je niet door een vol programma, door veel organiseren en veel vergaderen. Door alles zo goed mogelijk op te tuigen en te regelen. Soms is het ook goed om gewoon eens wat vergaderingen of regeldingen te laten wat ze zijn en iets te gaan drinken met een ander, samen uit eten te gaan, het leven te delen, met lief en leed. Een kerk bouw je niet door handboeken en commissies, maar door oprecht contact.. Laten we zo jong en oud op elkaar betrokken zijn, en zo als gemeente niet vergrijzen of verkillen, maar een warme gemeente zijn, waar jong en oud om elkaar geven.

Zo mogen we door Christus werk samen Familie zijn, Gods huisgezin. Straks brengt God al zijn kinderen samen. Dan mogen we wonen in het huis van Vader, het huis met vele woningen. Wat een geweldige toekomst, wat een stimulans mag dat zijn om nu om te zien naar je eigen familie, maar in de eerste plaats ook binnen het kerkelijk gezin elkaar van harte lief te hebben, gestuurd door de liefde van Christus! Amen.

 

 

 

 


Gen 28/32 – Hemelvaart

mei 11, 2018

Preek Hemelvaart, 10 mei 2018

Tekst: Gen 28 / Gen 32 / Hand 1

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Vandaag vieren we het feest van hemelvaart. De opgang van Christus die begonnen is met Pasen, toen Jezus opstond uit het graf, wordt nu voltooid. Jezus stijgt op naar de hemel en troont daar aan de rechterhand van zijn Vader. Een dag van feest, van glorie van blijdschap. De Heer regeert, kroon hem met gouden kroon! Een dag van uitzien: want de engelen beloven, wanneer de leerlingen hun vragen hebben: hij komt straks, later weer terug, zoals hij van jullie is weg gegaan. En de catechismus zegt: omdat Hij naar de hemel is, mogen we geloven dat hij ons uiteindelijk bij zich zal nemen.

[#2] Maar is dat niet een wat ‘makkelijke’ boodschap? Als je met beide voeten in de modder staat. Als je beseft dat de leerlingen afscheid moeten nemen van hun Heiland, met wie ze drie jaar hadden kunnen praten, met wie ze veertig dagen zo intensief en heel bijzonder verbonden waren tussen Pasen en Hemelvaart. Voelen ze zich niet verlaten hier op aarde en alleen gelaten?

Kun je jezelf ook niet zo voelen …. je kent de troost dat de Heer regeert. Jezus zal weerkomen. Maar hier en nu, vandaag, in jouw leven met je verdriet over wat kapot ging, met een toekomst die onzeker is, met de angst voor wat gaat gebeuren, met je bindingen en verslavingen: waar is Jezus dan. Wat betekent het om te geloven in Jezus Christus die opgevaren is naar de hemel?

Om die vraag te beantwoorden, sluiten we vanmorgen aan bij de wonderlijke gebeurtenissen die Jakob meemaakt. Misschien een wat ongebruikelijke tekst voor Hemelvaartsdag, maar wel een tekst die ons helpt te ontdekken wat het betekent dat God onder een open hemel, zegenend om je heen wil zijn. Dat Hij je niet alleen laat, maar juist door hemelvaart zijn plan tot vervulling en voltooiing komt.

 

[#3] Hemelvaart: God is niet ver weg, maar wil zegenend om je heen zijn!
1. Onder een open hemel,

  1. mag je gaan onder zijn zegen

 

  1. Onder een open hemel

[#4] Jakob heeft zich behoorlijk in de nesten gewerkt. Hij heeft van zijn broer het eerstgeboorterecht afgepakt. Hij had zich vermomd als Ezau, en kreeg van zijn vader de zegen mee. Maar dat betekent dat deze Jakob, deze bedrieger, nu wel moet wegvluchten uit Kanaän. Hij is geen man die gewend is om buiten te zijn. Hij was een man die graag dicht bij huis bleef, terwijl Esau graag buiten was en goed kon jagen. Maar toch adviseert Rebekka hem om weg te gaan. Hij gaat naar Paddan-Aram naar de plaats waar Rebekka vandaan komt, naar oom Laban. Als een straatarm man, zonder toekomst, zonder bezit gaat hij van huis.

Als hij dan in de buurt van Luz komt, kiest hij niet voor een herberg, maar gaat hij liggen slapen op de grond. Een steen als hoofdkussen. Dat is niet echt zacht, maar in ieder geval zoekt hij een plek waar hij lekker kan liggen, met behulp van de kleren of kleden die hij bij zich heeft. [#5]  En dan, als hij daar zo verlaten ligt, gebeurt er iets onverwachts. De hemel gaat open: Hij ziet een trap opgericht naar de hemel, die hemel en aarde verbindt. Hij ziet engelen omhooggaan, van hem vandaan en terugkeren, van God naar Hem toe.

Hij ziet God staan.

Dit is niet iets wat hij zelf verzonnen heeft. Dit is niet een manier waarop hij zelf op eigen kracht bij God probeert te komen, zoals de mensen van Babel die door een toren de hemel probeerden te bereiken. Nee, dit komt volledig onverwachts. Hier neemt God het initiatief. Hij opent de hemel. Hij komt naar Jakob toe. En Hij spreekt uit: ik ga met je mee. Ik ben de God van Abraham, maar ook jouw God! De lijn van het verbond wordt voortgezet van Abraham, via Isaak, naar Jakob. Vanuit onze eigen plannen en kracht, houden we misschien geen rekening met God. Maar God zelf wil zich aan ons verbinden: Hij zoekt ons op. Soms onverwachts. Hij sluit zijn verbond. Zoals ook elke keer bij de doop van een kind gezien mag worden. Hij is trouw aan zijn belofte aan Abraham, zijn vrind. Zijn belofte voor zijn kleinzoon, maar ook voor het duizendste geslacht: voor onze kinderen vandaag.

[#6] Dit is de lijn van de verlossing en van de redding. Wanneer Jezus later Natanaël heeft geroepen, dan grijpt Jezus terug op deze gebeurtenis. Natanaël heeft zijn vragen bij wie Jezus is. Vraagt zich af of je uit Galilea iets goeds kan verwachten. Maar Jezus belooft Natanaël, als hij met Hem mee gaat: Je zult de hemel geopend zien en engelen zien opgaan en neerdalen van de Mensenzoon. Jezus wijst vooruit naar zijn wonderen, en ook naar de hemelvaart, terwijl Hij daarbij het beeld van Jakob gebruikt. Als een bemoediging voor Natanaël.

En zo mag het ook ons bemoedigen. Wie op weg is, met een onzekere toekomst, wie hier op aarde met beide voeten in de modder staat, hoeft niet alleen ver vooruit te kijken of te geloven dat Jezus ergens ver weg in de hemel troont. Nee, God is nu al om je heen. Onverwachts kreeg Jakob een droom. De engelen gaan al bij hem vandaan. Die engelen waren al rondom hem bezig, en actief. Al had hij het niet verdiend. Al had hij het niet verwacht. Al was hij een bedrieger, en zou hij later Laban ook nog bedriegen. Maar God is om hem heen. De hemel is niet dicht maar is open.

En zo mogen wij door Christus ook bemoedigd worden. Wanneer Hij opstijgt naar de hemel, zijn de engelen ook om de leerlingen heen. Mogen zij de leerlingen moed in spreken. Mogen ze hen helpen. Door vooruit te wijzen naar de wederkomst, maar dat doen ze wel op dat moment. Ze zijn erbij.

Zo willen de engelen ook om ons heen staan. Ons helpen, juist op hele moeilijke momenten. Door een tekst die je inkrijgt, een arm over je schouder, een droom of beeld, God laat je niet alleen. Soms als wij hem helemaal niet zoeken, zoekt hij ons wel op. Christus hemelvaart is geen afscheid, maar een moment van extra vervulling. Door Hem is contact met de hemel mogelijk. Hij was als het ware de ladder, de trap die hemel en aarde verbond. Die God met Jakob verbond. Hij stijgt op naar de hoge: maar de verbintenis met de aarde blijft, juist ook doordat hij zijn Geest zal schenken die in ons hart wil werken. wil Hij juist in het bijzonder je nabij zijn.

 

[#7] 2. Hij geeft zijn zegen

Wanneer Jakob dit bemoedigende beeld van God gekregen heeft. Wil God hem helpen e krijgt hij de zegen mee, met een geweldige inhoud:

* Hij hoeft niet bang te zijn voor Ezau, hoewel hij hem bedrogen had.

* Als hij een reis moet maken langs een onbekende, gevaarlijke weg mag hij weten dat God zegt: ‘Ik ben bij je’.

* God zal hem beschermen als hij bij oom Laban is.

* Eens zal hij weer terugkeren. God zal hem niet verlaten.

Dat is de rijkdom van de zegen. En inderdaad: Jakob mag het al heel aards direct ervaren. Het gaat hem voor de wind bij Laban. Hij krijgt veel bezittingen. Hij krijgt uiteindelijk ook Rachel als vrouw, wordt gezegend met kinderen.

 

De zegen van de Here gaat met hem mee, maar als hij dan terugkeert, dan is zijn terugreis eigenlijk net zo spannend als de heenreis. Hij moet zijn broer Ezau onder ogen komen. Hij heeft veel bezit en is bang dat hij het kwijt zal raken. Hij maakt zijn eigen plannetjes om te zorgen dat het goed komt. Hij stuurt geschenken vooruit naar Ezau. Wanneer hij zijn familie en bezit in twee groepen heeft verdeeld en over de rivier heeft gezet, dan blijft hij zelf achter. Hij worstelt met God. Weer blijft God niet op een afstand staan, maar komt God naar hem toe. Waar Jakob weer zijn eigen weg gaat, grijpt God in. Jakob kan niet verder trekken als hij het van zijn eigen kracht verwacht. En dit keer ervaart hij dat ook. Er volgt een worsteling met God. Het zit niet automatisch goed. Er moet ook bij hem verandering plaatsvinden. Jakob moet Israël worden. De bedrieger Jakob kan pas naar de worsteling met God een vorst worden, de naamgever van het volk Israël. Maar als dat gebeurd is, als hij zijn eigen zwakte beseft en mank gaat, dan laat hij die man met wie hij worstelde, dan laat hij God niet gaan, zonder de zegen gekregen te hebben. Hij besefte: alleen met Gods zegen kan ik verder.

Wanneer we vandaag hemelvaart vieren, dan is een tweede opvallend punt van de hemelvaart dat we lezen dat Jezus al zegenend van zijn leerlingen weggaat, zegt Lucas. Een zegen die Hij kan geven, omdat hij zelf op grond van zijn streven voor ons pleit en bidt bij de Vader, zegt de catechismus. Bovendien zegt Jezus: ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld. Juist in die zegen, in die rijke woorden: ik zal er zijn…. Komt een enorme bemoediging naar ons toe. Niet pas voor straks, of niet van een God die ver weg is. Maar van een God die zegenend om ons heen is. Die je kracht in je hart wil geven, die je wil leiden al je wegen, die je wil sturen en helpen. Die soms ook onze eigenwijsheid en zelfgerichtheid, onze zwakheid, angst en kleingeloof wil overwinnen. Ik ben met je. Ik wil voor je zorgen. Vertrouw op mij: ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob. Ik ben niet veranderd. Ik wil met je meegaan. Dat ik met Jakob mee kon gaan, kon door Jezus Christus. Dat ik vandaag mee wil gaan kan ook door Hem. Omdat dat hij als koning regeert op zijn troon. Omdat we door Hem mogen leven onder een open hemel. Daarom mag je er vast op vertrouwen dat je veilig bent in zijn handen. Amen

 


Kolossenzen 4:5,6 – Kerk in de wereld (Growing young)

april 23, 2018

Preek Heemse, 22 april 2018

Tekst: Kolossenzen 4:2-6

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Die jongen uit je team die nooit naar de kerk gaat.

Die buurvrouw die niet in Jezus gelooft.

Die kennis die Moslim is.

Die klasgenoot die vloeken normaal vindt.

Dat vriendinnetje die nooit bidt voor het eten als je daar thuis komt.

Hoe ga je daarmee om?

Wat zeg je daar tegen?

Noem je wel eens het geloof?

Of heb je vooral contacten met mensen die geloven?

Zijn we als gemeente vooral met onszelf bezig?

 

Paulus zegt: gedraag je wijs tegenover buitenstaanders.

Daarmee bedoelt hij dus mensen die niet gelovig zijn.

Mensen uit de ‘wereld’. Mensen die Jezus niet kennen.

In die tijd Joden die niet geloven dat Jezus de verlosser is.

Of Romeinen die offers aan de keizer brachten en in allerlei goden geloofden.

Die anders denken over seks en huwelijk.

In onze tijd jongeren die Lil’ Kleine en Ronnie Flex luisteren.

Die de zondag zien als een dag voor sport en rust alleen.

Die niet geloven in een leven na de dood.

 

Ik noem zo wat dingen op: maar eigenlijk is dat fout.

Want ‘de buitenstaander’ bestaat niet! Iedereen is anders.

Sommigen zijn wel met geloof opgevoed, zeggen adieu God, willen zonder God verder, maar blijven wel heel veel opvattingen vasthouden.

Sommigen schoppen tegen God aan.

Anderen hebben een andere godsdienst.

Sommigen staan dicht bij een kerk, anderen staan er heel ver vandaan. Dus de buitenstaander bestaat niet!

Maar ik hoop dat je wel begrijpt wie Paulus bedoelt: mensen die geen christen zijn.

 

[#2] Hoe moet je daar nu mee omgaan?

Paulus zegt: gedraag je wijs. Maar wat is ‘wijs’?

Wijs betekent verstandig, slim. Dat je nadenkt over wat je zegt en doet.

Net hiervoor heeft hij gezegd: bidt dat voor ons een deur geopend mag worden.

Dat de harten van mensen open gaan: dat ze ook in Jezus gaan geloven.

Blijf steeds bidden, wees waakzaam, houdt vol. Dank ook!

Paulus zit in Rome in de gevangenis en hij kan daar praten met mensen.

Bid dat hij de goede woorden mag zeggen, dat de Geest mag werken, dat mensen Jezus aannemen als hun redder en verlosser. Dat Hij er wijs mee om mag gaan.

 

Wijs. Dat is moeilijk om in te vullen.

Als ik denk aan een wijs iemand, dan denk ik vooral aan iemand die goed kan luisteren.

Een wijze huisarts, een wijze ouderling, wijze psycholoog die praat niet zo snel, maar die luistert met aandacht. Doet zijn best om te begrijpen.

Je hebt er niets aan als je met een klacht naar de dokter gaat en de dokter heeft niet eens goed in de gaten wat je probleem is.

Wie wijs is, die staat open voor de ander.

Die probeert te ontdekken wat de ander bezighoudt, wat zijn probleem is, waar die van geniet en wat hem bezighoudt.

 

[#3] Daarom is het belangrijk dat je als kerk ook weet wat er in de wereld leeft.

Een preek is maar niet een stel waarheden die doorgegeven worden.

Een gemeente is maar niet een club gelovigen die in een afgesloten trein door het land reist. Als kerk sta je midden in de wereld. Zie je wat er in de wereld speelt.

Als kerk sta je niet buiten de wereld: dus het zou niet zo moeten zijn dat iemand die nooit in de kerk komt, in de kerk komt en het idee heeft dat hij opeens vijftig jaar terug gaat in de tijd. Of dat hij in een Amerikaanse kerkdienst belandt. Kerken zijn wereldwijd heel verschillend: want als het goed is, leef je in de wereld. Je bent niet van de wereld, maar wel in de wereld.

Als je met studiegenoten praat in de trein, die vriend die niet gelooft, als je met de buurvrouw praat in de voortuin (met dit weer is iedereen opeens weer op straat), als je met andere ouders praat bij de BSO: luister dan eerst. Probeer te ontdekken wat zij belangrijk vinden. Wat hen bezighoudt. Wat hun vragen en moeiten zijn.

Wat hun energie geeft. Zorg ervoor dat er echt contact is.

 

[#4] En dan, dan zegt Paulus er achteraan: benut iedere gelegenheid.

Als je dan geluisterd hebt, als je in contact bent: en er doet zich een gelegenheid voor, gebruik die kans dan ook.

* Je bent samen aan het sporten en je geniet van de natuur die deze dagen explodeert, en iemand maakt er een opmerking over: zeg dan maar eens, schitterend hoe God dit allemaal gemaakt heeft.

* Als je hele gesprekken hebt en iemand merkt dat je veel aan het geloof hebt en zegt: wel bijzonder hoe dat zo belangrijk voor je is. Nodig hem of haar eens uit voor een kerkdienst.

* Als iemand zich schuldig voelt en steeds tekort voelt schieten door wat hij doet of gedaan heeft, probeer eens iets te delen van wat het voor jou betekent dat Jezus voor je zonden is gestorven.

Benut iedere gelegenheid. Koop je tijd uit, zegt Paulus. Laat de kans niet voorbij gaan. Bid de Geest om woorden die juist zijn. Of misschien dat je het in de daden kan laten zien: door wel een kaartje te sturen, een pan eten te brengen, de zorg voor de kinderen over te nemen. Daden zeggen soms meer dan woorden!

Benut iedere gelegenheid: dat klinkt als ‘begin er steeds weer over’. Maar vergelijk het maar met dat Paulus zegt: bid zonder ophouden. Het wil niet zeggen dat je altijd aan het bidden bent, met je hoofd in de hemel loopt of altijd over het geloof praat. Maar zoals je over iemand kan zeggen hij is altijd aan het voetballen, altijd aan het gamen, altijd muziek aan het maken: dan wil dat niet zeggen dat iemand dat altijd doet. Maar je weet wel: het is zijn hobby, zijn passie, zijn hart en je kunt er met hem of haar altijd over praten. En waar het hart vol van is … daar stroomt de mond van over.

 

[#5] Paulus gaat nog een stapje verder. Hoe ga je nu om met anderen?

Hij stelt zelf de vraag nog een keer: hoe moet je op anderen reageren?

Wat moet je houding zijn?

Dan zegt hij twee dingen: 1) vriendelijk, 2) maar beslist.

 

Eerst de vraag: hoe reageer je vriendelijk? Het heeft heel veel met je houding te maken.

Jezus vraagt van ons een houding die past bij zijn rijk.

Gelukkig ben je als je nederig bent en de minste wil zijn in contact met anderen.

Gelukkig ben je als je vrede sticht, dan ben je een kind van God.

Gelukkig ben je als barmhartig bent, als je anderen helpt en vergeeft.

De houding die Jezus hier leert, heeft Hij ons zelf voorgeleefd.

Hij zocht de fraudeurs, overspeligen, verloren zonen en dochters op.

Jezus leert ons om voor armen, vluchtelingen, gevangenen te zorgen.

Als je hen ontvangt en helpt, ontvang en help je Jezus.

 

Wat is het mooi als je meedoet met het buddyproject voor de asielzoekers. Geweldig om zo’n spelletjes avond in de kerk te zien. Als je de mensen in het AZC helpt met fietsen. Wat mooi als jongeren een klus voor present doen en anderen echt verder helpen. Als je zomers tijdens het Beerzer project, of een ander project van Dabar of E&R ontspanning zoekt met anderen. Wat mooi wat we horen over het project van Care Foundation en als jongeren daarmee aan de slag gaan.

Jij, u en ik kunnen op allerlei manieren actief zijn. Geloven betekent niet een stel waarheden doorgeven en bewaren in een dichtgeplakte kerk. Er wordt ook van ons gevraagd: leef je geloof! Doe iets met je geloof! Geef het handen en voeten.

Wees niet als die priester die heel vroom was, maar de gewonde man voorbij liep. Maar wees als die barmhartige Samaritaan: die wist wat het betekende om je naaste lief te hebben en ervoor te zorgen. Op iemand afstappen; iemand hulp bieden; met je geld een ander ondersteunen; zorg voor iemand regelen of zelf bieden; een luisterend oor zijn. Niet alleen voor geloofsgenoten, maar ook voor buitenstaanders!

En het mooie is dat in het woord vriendelijk, eigenlijk het woord genade zit. Juist de genadige houding van Christus, mag je ook tonen aan de mensen om je heen. Als je zelf echt diep beseft dat je bij de gemeente hoort, aan de avondmaalstafel komt omdat je zo hard de genade van God nodig hebt. Omdat je onvermogen en zonde je dwars zitten en je er steeds weer tegenaan loopt, dan besef je wat genade is. Onvoorwaardelijke liefde van Jezus voor jou, en daarom ook onvoorwaardelijke liefde van jou voor de ander. Dan ben je echt vriendelijk: vol genade. Ook voor anderen, gelovig of niet gelovig.

 

[#6] Tenslotte zegt Paulus: Vriendelijk, maar beslist.

Er zijn mensen die doorslaan. Geloven betekent dan alleen nog maar goed doen.

En goed doen is niet alleen iets wat mensen in de kerk doen.

Vaak kun je nog een voorbeeld nemen aan hoe niet of anders gelovigen goed doen.

Het is geweldig om te zien. Maar …

Wie alleen nog maar bezig is met goed doen, moet oppassen dat het evangelie niet verwatert. Dat het geloof niet zijn kracht verliest. Dat God niet uit het oog verdwijnt. Als je alleen maar kerk in de wereld kan zijn, kun je je ook zomaar aan de wereld gelijk worden. Stel jezelf maar de vraag: Kopiëren we niet teveel het gedrag van de buitenstaanders?

Zie je dat sommige muziek echt niet kan, dat sommige opvattingen over vluchtelingen en asielzoekers niet passen bij Christus, dat we niet mee moeten gaan in een doorgeslagen ik-gerichtheid.

Daarom zegt Paulus hier: je reactie moet wel met zout gekruid blijven.

Wanneer je een maaltijd hebt zonder zout, dan is het flauw, smakeloos.

Als het zout zijn kracht verliest, zegt Jezus, dan kun je het wel weggooien.

Jij bent als gelovige het zout! Je bent de smaakmaker in deze wereld!

Mensen die niet naar kerk gaan lezen meestal geen bijbel, maar wel jouw leven.

Ze zien wat je doet, wat je zegt, wat laat en wat je keuzes zijn.

Soms zijn ze blind voor de waarheid van Jezus, maar zien ze wel heel goed de zwakke plekken in je leven en in de kerk.

Daarom is het zo belangrijk dat je met een wijze, vriendelijk houding optreedt, maar ook beslist. Jij bent het zout van de aarde. Omdat jij, omdat u verbonden met Jezus mag je in de contacten om je heen iets laten zien van Christus. Het kost soms moeite, soms zal het ook weerstand oproepen, maar wat je in liefde doet, wat je doet om de andere te helpen, wat je doet omdat jij Jezus kent: het zal niet onopgemerkt blijven, maar het is een geweldige manier om als gemeente de liefde van God aan buitenstaanders door te geven !

Amen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Johannes 20:1-10 Houd de opgestane Heer voor ogen!

april 1, 2018

Paaspreek Heemse (9/11.00) en Beilen (16:30u), 1 april 2018
Tekst: Johannes 20:1-10

Geliefde gemeente van de opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Wat is er te zien op de eerste paasmorgen? Wanneer Lazarus opstaat uit de dood, lezen we: ‘de dode kwam tevoorschijn’. En dan zegt Jezus: ‘maak de doeken los en laat hem gaan.’ Je kon zien dat Lazarus het graf had verlaten en opgewekt was.
[#2] Wanneer de Joden in Antiochië uitleg krijgen van Paulus de uitleg over wat er gebeurd is, staat er: ‘God heeft Hem uit de dood op laten staan!’. Dat zijn de blijde woorden die Paulus spreekt aan de Joden in Antiochië. Wij verkondigen u goed nieuws! God heeft gedaan wat Hij gezegd heeft: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt!
Wij zingen vandaag onze Paasliederen:
‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans Jeruzalem.’
‘Weet je dat de lente komt, weet je wel dat Jezus leeft?’
We vieren feest omdat we geloven dat Jezus is opgestaan.
[#3] Maar als we dan kijken wat Johannes vertelt over die eerste Paasdag.
Zijn ze dan ook blij? Zien ze dan ook dat Jezus leeft?
Maria uit Magdala rent wat heen en weer en denkt dat Jezus lichaam gestolen is. Haar Heer van wie ze zo veel hield, kan ze nu niet verzorgen.
Petrus, die gezegd had dat Hij Jezus niet kende, rent langzaam naar het graf. Misschien toch wat bang voor wat er gaat komen.
Johannes, dat is de leerling die Jezus liefhad, rent nog sneller. Hij gaat zelfs voorop. Ze zien de doeken liggen. Maar dan keren die twee leerlingen terug naar de stad.
Er gaat geen feest beginnen. Er zijn wat zoekende mensen die niet precies begrijpen wat er gebeurd is.
[#4] En toch mag één ding je helpen om nu gelijk al Pasen te vieren. Om muziek te maken en het koper te laten schallen. Ik heb wel vaker gepreekt over: alleen maar een steen die weg is, alleen maar doeken, alleen maar een engel. Maar in de voorbereiding van deze preek ontdekte ik vooral dat je vanaf het eerste begin op Jezus mag letten. Juist omdat hij leeft kan hij het zo leiden, dat Maria geholpen wordt in haar verdriet, dat we een betrouwbaar verslag hebben en dat er uiteindelijk een kerk gebouwd wordt.
Houd in geloof steeds de opgestane Heer voor ogen!
1) Hij zoekt je op waar je bent
2) Hij geeft tekens van zijn opstanding
3) Hij bouwt zijn kerk van gelovigen
1) Hij zoekt je op waar je bent
Dat dat niet altijd makkelijk is, zie je allereerst aan Maria uit Magdala. Johannes stelt haar hier centraal. De andere vrouwen, met wie ze onderweg was, noemt hij niet. Maar het is ook deze Maria die Jezus dankbaar was en in het bijzonder met haar meester verbonden is. Zij is op de afspraak als ze ’s morgens vroeg om 5:00u samen naar de het graf gaan. Het lichaam dat op vrijdagavond haastig begraven is, willen ze nu nog beter verzorgen. Beter oliën en beschermen, zodat ze nog regelmatig ernaar toe kunnen gaan. Zo dat ze een plek hebben waar ze de herinnering aan Hem levend kunnen houden.
[#5] Maar dan geeft de Heer het allereerste teken van de opstanding. De steen is weg! Maria schrikt ervan. Wat zou er anders gebeurd kunnen zijn dan dat onverlaten in de nacht in het graf gekomen zijn. Mensen op zoek naar buit en spullen. Wat denk je anders als je thuis komt en opeens staan de deuren open, die je kort daarvoor op slot had gedaan. Dat moeten wel dieven zijn. En ga ik dan het huis in, met de kans om er een tegen het lijf te lopen? Of ga ik hulp zoeken?
Maria doet het laatste. Ze rent snel terug naar Petrus en Johannes. Ze roept: ze hebben de Heer weggehaald en we weten niet waar ze Hem neergelegd hebben. Het zijn voorbarige conclusies. Ze gelooft nog niet dat Jezus is opgestaan. Ze is zo gericht op het lichaam van Jezus, zo gevangen in haar verdriet, zo verward door alles wat er gebeurt is, dat ze niet anders kan dan een snelle conclusie trekken. Ze hebben mijn Here weggenomen. Haar verdriet lijkt alleen maar dieper te worden: Nu is er ook geen plaats meer waar ze naartoe kan.
[#6] Haar verdriet is dieper, terwijl Jezus juist al verhoogd is. Paulus vertelt dat in zijn preek. Christus heeft de dood en het graf achter zich gelaten. Hij is opgestaan uit de dood. Heel de weg van de stal naar het kruis, van het kruis naar het graf, is Hij gegaan voor zijn leerlingen. Ook voor Maria van Magdalena. Voor haar is Hij nu opgestaan. In de hemel is de vreugde compleet, maar op aarde klinken nog geen trompetten. En toch mogen we geloven dat het de Heer is die er voor kiest om het zo te leiden. De leerlingen moeten worden opgehaald. Er moeten meer mensen bij betrokken worden. Iedereen moet het weten, ook die mannen die uit zichzelf niet bij het graf staan op de derde dag. Die leerlingen die zo’n belangrijke plek krijgen in de gemeente. Die zelf ook het eerste teken van de opstanding moeten zien. In de hemel is de goede herder aan het kerk om zijn kudde bij elkaar te krijgen, te voeden, te leiden. Hij wil dat er een kerk, een gemeente komt.
Daarom sluit Hij aan waar hij gebleven was. Hij neemt ze stap voor stap aan de hand mee, zodat zij later ook anderen stap voor stap aan de hand mee kunnen nemen op de weg van het geloof. Hij begint bij waar Hij was: bij het graf. Daar hadden ze Hem neergelegd. Op dat graf waren de vrouwen op gericht geweest. Dat graf hadden ze gezien. Vanuit dat donkere graf wil Hij het licht gaan maken. Waar alles stil was, wil Hij dat er een lied gaat klinken. Waar de dood heerste, mag er leven beginnen. Waar de lijnen leken te eindigen, wil Hij een nieuw begin maken.
Zo mogen we geloven dat de Here Jezus nog steeds werkt. Ook als je zelf vast dreigt te lopen in je angsten of vragen; ook als je worstelt met de omweg die je moet gaan. Waarom krijg ik hier nu mee te maken? Waarom biedt God niet gelijk een oplossing? Waarom voel en ervaar ik nu niet dat Jezus echt leeft en er is? Laten we dan geen overhaaste, voorbarige conclusies trekken zoals Maria van Magdala, die dacht dat Jezus’ lichaam was gestolen. Maar laten we ontdekken en zien (misschien pas achteraf!) hoe Jezus je wil leiden en dragen. Hoe Hij je zoekt, juist waar je bent: in je ellende en in je moeite. Hoe Hij van daaruit je wil samenbrengen met andere geloven. Je bij de kerk en gemeente wil brengen. Zodat vanuit je tranen langzaam het lied mag gaan klinken: zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen die mij vrede geeft?

[#7] 2) Hij geeft tekens van zijn opstanding
Wanneer Maria van Magdala de twee mannen het bericht brengt, komen ze gelijk in beweging. Petrus had wel gezegd dat hij Jezus niet kende, hij had wel gezegd: ik hoor niet bij Hem. Maar als hij dit bericht hoort, begint hij toch te rennen. Op naar het graf! En ook Johannes gaat er naartoe. Daar lopen ze op die eerste paasmorgen: mensen in vertwijfeling en zoekend. Wat is er van hun Heiland geworden? Petrus wordt ingehaald door Johannes. Kon Johannes gewoon harder rennen? Of was Petrus toch een beetje bang. Bang om wat hij gedaan had. Omdat hij zijn geloof niet had willen belijden, maar deed alsof hij een vreemde voor Jezus.
In ieder geval bereikt Johannes als eerste het graf. Hij ziet het eerste teken: de steen is van het graf. Hij bukt zich. Om in het donkere graf te kijken moet hij zich eerst wat kleiner maken. Dan ziet hij het tweede teken: de linnen doeken liggen gewoon los in het graf. Jezus is er niet meer in. Bij Lazarus lazen we net dat hij uit het graf stapt met de linnen doeken nog om zijn handen en voeten. Die doeken werden gebruikt om het lichaam van de dode bij elkaar te houden, zoals wij tegenwoordig een lichaam in een kist leggen. Die doeken werden ook gebruikt om de geur van ontbinding tegen te gaan. Er zijn mensen die zeggen: die doeken hadden nog hun vorm, als een soort cocon, een soort mummie, waar Jezus uit was weggegaan, maar dat staat er niet en dat is ook niet echt aannemelijk. Er staat gewoon: Hij ziet de linnen doeken liggen.
Maar dan komt Petrus. Petrus, die veel meer durft, die al eerder doet dan dat hij denkt, en Petrus stapt wel het donkere graf binnen. Hij ziet een volgend teken: de hoofddoek ligt netjes opgevouwen aan de zijkant. Dan moet het voor de mannen wel duidelijk zijn. Hier is geen sprake van grafroof, grafschending. Hier zijn geen bandieten aan het werk geweest. Maar hoe kan het dan toch dat het lichaam weg is, dat de doeken er liggen, dat de zweetdoek is opgerold. Hij heeft zich verwonderd, lezen we in Lucas.
Waar bij Maria de tranen overheersen en de verwarring, zien we bij Petrus verwondering. We lezen nog niets over geloof. Maar ondertussen heeft de opgestane Heer het wel zo geleid dat degenen die later getuigen, ook dit tweede teken ontvangen. Petrus’ belijdenis vormt het fundament van de kerk: Jezus is de zoon van God. Maar wanneer hij later daarover vol overtuiging op de eerste pinksterdag gaat preken, dan weet hij ook dat hij het eerst nog niet begreep. Maar dat hij duidelijk de tekens kreeg. Dit is maar niet een verslag van mensen die Jezus als een goed voorbeeld zien, die verder moet leven in je hart: dit is een verslag waarin allerlei dingen precies verteld worden. Een betrouwbaar verslag van een historische gebeurtenis. Vanuit de hemel stuurt Jezus het zo dat ook Petrus daar later nauwkeurig verslag van kan doen.
Christus stierf en overwon de dood. Dat deed Hij niet alleen voor mensen in tranen en rouw. Ja, juist dan zullen veel troostwoorden je hopelijk bijzonder bemoedigen. Zoals ze Maria bemoedigden. Maar het is ook een boodschap voor mensen die midden in het leven staan. Voor jou als je op een toets of examen zit te blokken. Voor jou als je druk bent met werk en zorgtaken. Voor u als u heerlijk kunt genieten van ontspanning en vakantie. Als je gezegend bent met familie om je heen. Juist dan wil Christus ook midden in je leven komen. Petrus en Johannes geven een betrouwbaar verslag. Gewoon aardse dingen: een open graf, doeken die er liggen, een doek die opgerold is. Heel dat aardse leven mag zin krijgen door Jezus, de opgestane Heer: dan weet je waar je voor leeft. Dan weet je waarom hij uit de dood is opgestaan. Dan weet je, ondanks vragen, dat je hier een betrouwbaar verslag mag hebben. Christus wil je meenemen waar je bent om zo steeds sterker in Hem te kunnen geloven als de opgestane Heer.

[#8] 3) Hij bouwt zijn kerk van gelovigen
Wanneer Johannes naar binnenloopt dan ziet hij de doeken liggen. Wanneer hij dat ziet, dan breekt voor het eerst het paasgeloof door. Hij gelooft dat de Heer is opgestaan. Stap voor stap heeft Jezus harmonieus toegewerkt naar dat moment dat de eerste leerling tot geloof komt. Heel het boek van Johannes werkt naar dit moment toe. Dit is niet een leeg graf, dat teken is van een doodlopende weg. Dit is een leeg graf dat getuigt van de opstanding, van een nieuw begin.
Johannes zegt er wel bij: wij kenden de schriften nog niet: dat de bijbel vertelt dat het zo moest gebeuren. Later wordt het duidelijker, vallen er meer puzzelstukjes op hun plek. Ziet Hij hoe Jezus dit alles moest lijden. Dat komt naar voren in de preek die Paulus later houdt: dat zo Psalm 2 in vervulling gaat. Dat komt naar voren in de woorden van die Jezus later spreekt tot de Emmaüsgangers. Zo zien ze dat heel Gods woord samenhangt. Ik hoop dat je zelf ook tot die stap komt: dat je zegt, Jezus is de opgestane Heer. Hij is gekomen om mij het leven te geven. Dat mag ik volgende week vieren aan het avondmaal.
Maar daarmee is Christus doel niet bereikt. Johannes komt tot geloof, maar Hij wil graag ook de leerlingen bij elkaar brengen. Dat ze ’s avonds samen Hem ontmoeten. Dat ze straks het brood breken. Zo werkt Christus er naartoe om een gemeente bij elkaar te krijgen. Zo mag je zelf ook deel zijn van de gemeente. Elke week de opstandingsdag vieren, volgende week ook mee het brood breken en de wijn drinken. In ieder geval die tekenen zien. Twee tekenen: maar ze verwijzen naar iets veel groters, naar de grote Heer die troont in de hemel. Die nog steeds geloof wil geven, zijn gemeente steeds weer samen wil brengen en wil leiden. Die de kerk heen wil leiden naar die grote dag dat heel zijn volk verzameld is in heerlijkheid. Amen.

 


Zondag 11 – Geloof in Jezus de Verlosser!

maart 22, 2018

Preek Heemse, 18 maart 2018

Tekst: Zondag 11

 

[#1] Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Jezus redt! Dat betekent zijn naam: Hij wil je redden.

En de vraag is dan: bent u, ben jij ook gered?

Een vraag die je misschien niet gelijk verwacht, maar een belangrijke vraag.

Het is de kernvraag van het evangelie.

Als je hem op straat aan iemand stelt: ‘ben je gered?’,

dan zal die misschien zeggen: gered, huh? Hoezo?

Van wat moet ik gered worden?

Ik zie niet direct een ramp aan komen,

ik zie niet precies welk gevaar er is en waar ik voor weg moet rennen …

 

[#2] Ik denk dat veel mensen in deze tijd meer bezig zijn met een ander soort redding.

Je moet zorgen dat je zelf wat van je leven maakt. Je leven hier en nu moet goed zijn.

Je moet eruit halen wat erin zit, genieten, vakanties, gezond zijn, geluk, ontplooiing.

Als jij het leven geen waarde kan geven, zeg je dat het voltooid is.

Zo moet je tot een beter ik komen. Kijk maar naar de reclames.

Ik noem het geen egoïsme, dat is een te groot woord.

Maar het draait wel vaak om het ‘ik’.

En je krijgt zomaar een tik mee van de tijd waarin je leeft.

 

[#3] Maar hebben zij, heb jij dan ook nagedacht over de vraag of je gered bent?

Wie niet in de zoon van God gelooft,  zal niet het leven zien,

maar Gods toorn blijft op hem, zegt Jezus.

Als je niet in God gelooft, loop je inderdaad gevaar.

Wat is het erg om te vallen in de handen van de levende God, wat is het erg als Gods toorn op je blijft.

Daarom is redding zo belangrijk. Zondag 11 legt uit hoe je die redding kan krijgen.

Het gaat erom dat je het werk van Jezus leert kennen. Zijn verlossingwerk aan het kruis.

Dat je Hem als je verlosser leert kennen.

Dat je, als je leest in de Bijbel, Hem ontmoet als de Zoon van de levende God.

Dat je voor heel je leven je heil en redding van Hem verwacht: die niet alleen je zonden wil vergeven, maar ook je wonden wil genezen. Zo is Jezus gekomen als de Verlosser.

[#4] Geloof in Jezus de Verlosser

  1. Door Hem komt het goed met God
  2. Door Hem kun je ingaan in Gods rust

Geloof in Jezus de Verlosser: (1) door Hem komt het goed met God.

Wat voor redding geeft Jezus dan precies?

Om dat te weten is het goed om heel de bijbel erbij te betrekken.

God zond niet gelijk na de zondevol Jezus als Redder.

God ging een lange geschiedenis met zijn volk.

En door die geschiedenis mogen we zien wat voor redding God geeft.

Welke diepe betekenis erin doorklinkt als Jozef het kind van Maria ‘Jezus’ moet noemen.

 

[#5] Ruim 500 jaar eerder was er namelijk ook een Jezus geweest, in het Hebreeuws klinkt die naam als Jozua. Deze Jozua was met Zerubbabel in 538 teruggekeerd naar het beloofde land. Ze waren in ballingschap geweest. Het volk was bijna vernietigd. Velen waren weggevoerd, velen waren gestraft. Zij hadden gevoeld hoe erg het was om in de handen van de levende God te vallen. Om gestraft te worden. Velen waren gestorven, anderen leefden als ballingen. Gods geduld met het volk was op geweest. De deur naar het beloofde land was achter hen dicht geslagen. Ze waren bijna door het vuur vergaan. Ze waren zwartgeblakerd.

 

Maar dan zegt God: ik maak een nieuw begin. En Zerubbabel trekt met Jozua weer terug naar het beloofde land. Er komt redding. Er komt een nieuw begin. De tempel wordt herbouwd, zeventig jaar na de verwoesting van de tempel van Salomo. Er kunnen straks weer offers gebracht worden, die laten zien dat het goed komt tussen God en mensen. Maar wie moet die offers brengen? Ze zijn toch allemaal schuldig en zondig. Kijk! Let op!  Ook de priester Jozua staat als zwartgeblakerd hout tegenover God, tegenover de engel van de Heer. Naast de priester Jozua staat de Satan: hij klaagt Jozua aan.

Je hoort dat hij Jozua beschuldigt van allerlei slechte dingen.

Hoe kan er dan een nieuw begin komen in het beloofde land?

Wie moet de offers brengen in de nieuwe tempel?

 

Misschien krijg je zelf niet zo snel een visioen.

Niet zo snel een droom waarin je ziet dat je tegenover God in de hemel staat en dat de duivel je dan aanklaagt. Maar misschien weet je wel wat het is om aangeklaagd te worden. Dat iemand allerlei slechte dingen over je zegt. En soms is het niet zozeer een ander: soms is het een stem in jezelf of in mijzelf, die zegt: je doet het fout! Soms is dat nodig. Moet je gecorrigeerd worden. Maar soms kan het ook enorm verlammen. Kun je er verdrietig van worden. Kun je denken: ik doe het ook nooit goed. Of je hebt zoiets van: zoek het allemaal maar uit, ik ga mijn eigen weg wel.

 

[#6] Maar let dan eens op wat er in de hemel gebeurt. De engel zegt tegen Satan: God verbiedt jou om te spreken. Je moet je mond houden. Je mag geen verkeerde dingen meer zeggen over Jozua. Want God heeft Jozua zelf uit Babylonië gehaald. God kiest Jeruzalem weer uit als plaats voor zijn tempel. Trek Jozua nieuwe kleren aan! Witte, schoongewassen kleren. Feestkleren! Een nieuw begin! [#7] En Hij zegt: plaats weer een tulband op zijn hoofd, zoals de priesters een tulband droegen waarop stond: de Here heilig! Aan de Heer gewijd! (Ex. 28:36). Zo kan de tempel in gebruik worden genomen. Zo kunnen er offers gebracht. De zonde is vergeven. God legt de stem van Satan het zwijgen op en wil verder met zijn volk.

 

[#8] Wanneer Jezus wordt geboren en Hij ontvangt de naam Jezus, in opdracht van engel. En als de engel dan ook nog zegt dat Hij een groot man zal zijn en zoon van de allerhoogste (Luc. 1:31,32). Dan zal het volk teruggedacht hebben aan deze Jozua die een begin mogelijk maakte. De Jozua weer offers kon brengen. Later heeft Jezus zelf een offer gebracht: op Goede Vrijdag werd Jezus met onze zonden, onze fouten, onze overtredingen bekleed aan het kruis werd genageld. Aan het kruis stierf. Maar dat deed Hij als offer voor onze zonden. Om een nieuwe weg mogelijk te maken. Daarmee de duivel en het kwaad overwon. De duivel het zwijgen oplegde. En daarmee ook de beschuldigingen die tegen mij klinken en zwijgen oplegt. Door zijn sterven, mag ik weten: God vergeeft mijn zonden, God geeft me juist nieuwe kleren, ik mag een kind van God zijn: want door Jezus komt het goed met God!

 

[#9] Geloof in Jezus de Verlosser: 1. Door Hem komt het goed met God,

Maar, dan laat God ons niet aan ons lot over. Hij wil ons ook verder leiden. Geloof in Jezus de Verlosser 2. Door Hem kun je ingaan in Gods rust. Wanneer de naam Jezus klinkt denken de mensen niet alleen aan Jozua de priester, maar ook aan Jozua de legeraanvoerder, de leider van het volk. Jozua die het volk al zoveel eeuwen eerder voor het eerst door de Jordaan had laten gaan en ervoor gezorgd had dat het volk daar kon gaan wonen.

 

[#10] Over zijn aanstelling lazen we net. Door de zonde, door zijn opstand mocht Mozes niet het beloofde land binnen. Bovendien zegt Mozes ook, misschien wel met bevende stem, ik ben te oud geworden. Hij is bijna honderdtwintig! Maar dan wijst hij Jozua als leider aan. De Heer zal voor hen uitgaan, en Jozua zal hen aanvoeren. Er is iemand die voorop gaat en de weg wijst. Mozes zegt erbij: er is geen enkele reden om bang te zijn. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn. Het is de Heer uw God die met u meegaat. Hij zal van uw zijde niet wijken. Hij zal u niet verlaten!

 

Dan roept Mozes Jozua bij zich: deze aanvoerder, Hosea die de naam Jozua gekregen had: de Here redt, staat tegenover de man die het volk uit Egypte had geleid door de kracht van de Heer. De mensen kennen hem. Hij was betrouwbaar geweest, toen de tien verkenners wel te bang waren geweest om het land binnen te gaan. Hij had gezegd dat ze op de Here moesten vertrouwen en niet op wat ze zelf zagen. Nog een keer drukt Mozes hem op het hart: wees vastberaden en standvastig, want God zal je het land binnenleiden.

 

[#11] Wanneer je ook aan deze Jozua denkt bij de naam Jezus, dan zie je dat het niet alleen goed komt door Jezus, maar dat Jezus ons ook echt verder wil leiden. Waar je soms bang bent voor de weg die moet gaan. Waar de toekomst onzeker is. Waar je soms vragen kan hebben rondom dingen die gebeuren. Waar verdriet je leven tekent. Waar je soms je weg moet zoeken tussen alle meningen, godsdiensten, levensbeschouwingen, zegt Jezus niet alleen: het is goed tussen God en jou. Hij wil je ook bij de hand nemen. Om het met zondag 11 te zeggen: Hij verlost van de zonden, maar je mag ook je welvaart: je welbevinden, je welzijn, bij Hem zoeken. Hij wil herstel geven.

 

[#12] Als dominee mag je daar ook op wijzen en over horen. Hoe je hoort dat mensen kracht krijgen om verder te gaan, ook na heel moeilijke situaties om dat ze ervaren dat Jezus hen kracht geeft. Of hoe mensen die veel moeten overwegen en over veel moeten nadenken, die veel op hun bordje hebben, toch biddend tot God hun ziel nu tot rust mogen brengen. Als een kind bij zijn moeder. Of hoe mensen gezondheid en mogelijkheden hebben, en dat ook dankbaar van God ontvangen. Hoe ze Jezus willen volgen en zijn gemeente liefhebben. Of dat jongeren op catechisatie vertellen hoe ze soms andere geloven tegenkomen, maar dan mogen vertellen dat zij geloven dat het door Jezus goed komt tussen God en hen.

 

[#13] Wat is het een rijkdom als je zo Jezus Christus mag leren kennen. Vorige week zagen we dat Jezus het volk voor de keuze stelde: kies voor het licht! Even later legt hij aan de leerlingen uit. Ik ga van jullie weg. Als dan gevraagd wordt: hoe komen we bij u? Dan zegt Jezus: ik ben de weg, de waarheid en het leven. Jezus gaat heen om een plaats voor ons klaar te maken. Wie in Hem gelooft mag geloven dat Jezus, juist doordat hij geleden heeft, ons in het vaderland kan brengen. In het beloofde land, in de eeuwige rust. Zijn hand zal ons veilig leiden. Een betere Jozua, Jezus kunnen we ons niet wensen. Laten we dan ook gaan aan zijn hand.

 

Ben je gered? Dat is de vraag die ik aan het begin stelde. Ik hoop dat je ziet dat je het offer van Jezus voor je zonden nodig hebt. Hij heeft de Satan het zwijgen opgelegd! Niemand zal je nu kunnen beschuldigen.

 

[#15] Maar wat moet ik hier nu morgen mee. Als ik weer mensen ontmoet die juist alles zoeken in het leven hier en nu. Die op een gegeven moment hun leven wel voltooid vinden als je er zelf niets meer uit kan halen? Als ik mensen ontmoet die vinden dat je zelf moet maken of die juist een andere God geloven: of het nu Allah, Boeddha is?

 

God heeft het niet gelijk na het paradijs goedgemaakt. Ook na Jezus sterven, kwam niet gelijk de hemel op aarde. God vraagt ons om een weg te gaan. Om dan te leren van het verleden: Jozua wees de weg naar het beloofde land, terwijl volken om hem heen het van allerlei andere goden verwachten. Maar uiteindelijk was de God van Israël de God die echt redding kon geven! En keer op keer zie je weer dat mensen God vergeten. Zelf hun leven willen maken: in het beloofde land vergeten ze God. In de tijd dat Jezus geboren wordt verwachten weinig de Messias. Vandaag hebben veel mensen een plat wereldbeeld. Laten we leren van heel de weg die God gegaan is. Dat er meer is tussen hemel en aarde, dat ons doel niet hier ligt, maar in het hemels Vaderland. Laten we anderen aansporen mee te gaan, om vol te houden: dat we samen steeds weer geloven en belijden: Jezus is de weg, de waarheid en het leven.

Ik hoop dat je die naam leert kennen en voor heel je leven mag zeggen:

O Jezus, hoe vertrouwd en goed klinkt mij uw naam in ’t oor,

Mijn herder en mijn held, mijn vriend, mijn koning en profeet,

mijn priester die mijn schuld ontbindt, mijn weg waarop ik treed;

Amen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Kol. 3:12-14 – Bekleed u met de liefde! #samenopreis

februari 5, 2018

Gemeenteproject                         #4 februari

‘Ga met God’                        Samen op reis

Preeksamenvatting – Samen op reis – Ds. Dreschler

Wanneer je op reis gaat denk je na over de kleren die je aantrekt.

We gaan op reis, en dan gaan we samen op reis. Samen onderweg.

Let dan niet op de ander! Of hij/zij het wel goed doet.

Je let op jezelf: dat je de vuile en vieze kleren uittrekt.

Dat je allereerst je bekleedt met de liefde van Christus (doophemd!)

En vervolgens zegt Paulus: kleed je met

* innig medeleven – van harte meeleven met anderen

* goedheid – vriendelijk voor elkaar zijn.

* bescheidenheid – niet allereerst aan jezelf denken

* zachtmoedigheid – uit liefde onrecht dragen

* geduld – geduld met elkaar hebben.

* verdragen – accepteer elkaar.

* vergeven – vergeef elkaars fouten.

Kies iets uit wat je deze week voor een ander zou kunnen doen.

Een gesprekje, een appje, een glimlach, een bezoekje, een klusje, wie stuur je een kaart?

Daarbij zijn we allemaal verschillend: iedereen draagt andere kleren.

Maar door de band (riem!) van de liefde zijn we toch één in Christus.

Daarbij willen we het verkeerde niet goed noemen. Maar de strijd aan gaan tegen het kwaad.

Zodat het goede en de liefde mag groeien en we samen als pelgrims onderweg zijn (Opw. 378):

Wij zijn onderweg als pelgrims, vinden bij elkaar houvast.

Naast elkaar als broers en zusters, dragen wij elkanders last.

Dan zal het volmaakte komen als wij zingend voor Hem staan.

Als wij Christus’ weg van liefde en van lijden zijn gegaan

Gespreksvragen

  1. Je draagt waarschijnlijk geen doophemd, maar heb jij manieren waarop je steeds aan de liefde van Christus herinnerd kan worden?
  2. Herken je het dat je soms toch op de ‘kleren van een ander’ gaat letten. Hoe kun je voorkomen dat je er steeds op let of anderen genoeg voor jou doen?
  3. Zou je de lijst met kledingstukken nog aan kunnen vullen vanuit andere teksten in de bijbel?
  4. Welk kledingstuk vergeet jij snel? Wat is je zwakke kant als het gaat om liefde voor de naaste?
  5. Kun je bij de zeven verschillende kledingstukken (medeleven, geduld, etc.) concrete voorbeelden bedenken van hoe je dat zou kunnen doen in de kerk?
  6. Hoe voorkom je dat je zelf ‘uitgeput’ raakt of te weinig aandacht hebt voor jezelf? Hoe geef jij je grenzen aan?
  7. Op welke manier zou je meer aandacht voor elkaar kunnen hebben bij de verschillende activiteiten in de gemeente? Dat je echt luistert naar elkaar?
  8. Wie kun jij komende tijd helpen? Voor wie kun je aandacht hebben? Wat kun je doen?

 

Preek gehouden Heemse, 4 februari 2018

Tekst: Kolossenzen 3:12-14

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[dia 1] Welke kleren heb je vandaag aangetrokken?

En als je op reis gaat: welke kleren stop je dan in tas?

Als je de juiste kleren heb krijg je het niet koud, maar blijf je warm.

Als je genoeg kleren meehebt: kun je ook een ander die het koud geeft warmte geven.

[dia 2] Vandaag maken we weer een stap met het jaarthema ‘Ga met God’. We vervolgen onze reis. Aan de schilderijen zie je wat we eerder hebben bedacht: Je wilt gaan met God, je zoekt de route, je gaat met gevouwen handen: maar vandaag zie je dat er meerdere mensen op het schilderij staan. We gaan ook samen op reis. Als gemeente zijn we samen onderweg. Met jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, opgewekt en bedroefd, zeker en onzeker. Allemaal mogen we op weg gaan.

[dia 3] Wanneer we het dan hebben over samen op reis, dan kan het zomaar gebeuren dat je hier in de kerk zit, dat je op een activiteit bent, dat je misschien wel thuis zit en dat je dan gaat zeggen: samen op reis, dat betekent dat de ander wat voor mij moet doen. Dat je zegt: zij mag mij wel eens zien staan, hij mag wel wat voor me over hebben, ik verwacht wel dat de ouderling komt, dat iemand mijn facebook of instagramberichtje liket, ik verwacht wel dat de diaken wat voor mij gaat doen, ik verwacht wel dat er een kaartje komt op mijn verjaardag, ik verwacht wel dat iemand aan mij vraagt hoe het met me gaat en hoe het met me is. Als je met die houding samen op reis gaat, dan kun je snel teleurgesteld raken, uitgeput raken, het koud krijgen, en raakt je energie snel op. Vandaag hebben we het over de kleren die je aan mag doen voor de reis: en dan gaan we er niet op letten welke kleren de ander aan moet trekken. Wat de ander moet doen. Want hoewel je hopelijk soms merkt dat die ander iets moois voor jou doet, bid ik dat je vooral zelf kleren mag aantrekken waarmee je veel voor de ander kan betekenen.

 

[dia 4] Dus niet op de ander letten, wat die voor jou kan doen, behalve… Er is er één op wie je wel mag letten. Daarmee begint de gezamenlijke reis zelfs. Want Jezus Christus kwam naar deze wereld. Hij gaf zijn lichaam en bloed, heel zijn leven, Hij had lief tot in de dood, wat we volgende week ook zullen zien en proeven in brood en wijn. Als je energie soms opraakt, als je verdrietig bent van je zonde, als je teleurgesteld bent in anderen: kijk dan naar Jezus Christus. In Hem raak je nooit teleurgesteld. Hij is trouw aan wat Hij beloofd heeft. Hij wil alle zonden weg doen. De oude kleren mag je uittrekken. Ook als we boos, woedend, driftig waren om wat de ander gedaan had. Als we gevloekt en gescholden hebben. Al die oude plunje mogen we afleggen: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en hebzucht. Al die dingen waar we zelf beter van willen worden. Waarmee je niet het goede van de ander zoekt, maar waarmee je juist de naaste uitbuit, kleineert, minder vindt. Christus zegt: dat oude leven is gestorven. Dat mag mee in het graf. Vergeet dat! Trek die oude kleren uit. Christus is voor jouw zonden gestorven.

 

[dia 5] Als je dan helemaal opnieuw begint, wat voor kleren trek je dan als eerste aan? Vroeger wanneer iemand als volwassene gedoopt werd, dan ontving hij wel eens een doophemd. Dus geen doopjurk, maar een hemd dat je aan kon trekken onder je gewone kleren. Het is bij voorkeur van linnen, met daarop een symbool dat verwijst naar Christus of naar God. Een hemd, waarvan een ander niet wist dat je het droeg. Maar dat kon je dragen, zodat je wist: ik weet dat ik mijn oude kleren heb uitgedaan. Dat ik nieuwe kleren aan mag trekken, maar dat ik allereerst me mag kleden met de liefde van Christus. Door Hem mag ik elke dag weer een nieuw begin maken. Ik mag leven van de vergeving en van zijn liefde. Wanneer je dus op een ander wil letten: let dan allereerst op Christus. Trek ’s morgens allereerst die kleren aan: draag zijn liefde als eerste laag kleding, zodat dat de basis mag zijn van je bestaan. Dat je allereerst door zijn trouw, warmte in je leven mag ontvangen. En wat je dan ook doormaakt, als je eenzaam bent, vecht tegen de zonde, druk, vermoeid of vol energie, ziek of gezond: denk dan aan deze woorden: Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en omdat hij u liefheeft …. Daarom word je aangespoord om veel andere kleren aan te trekken, om veel voor anderen te betekenen. Vanuit de vergeving, vanuit zijn verkiezende liefde.

 

Welke kleren wil God dan dat je aantrekt:

1) Het eerste kledingstuk dat je aan mag trekken is innig medeleven. Met medeleven bedoelt Paulus dat je oog hebt voor de ander. Dat je door gebed, door een kaartje, met woorden en daden meeleeft met de situatie waar hij of zij mee te maken heeft. Dat je medelijden hebt met mensen die in de ellende zitten. Dat je dan ook probeert om te helpen. Het bijzondere is dat er staat: innig meeleven. Het is iets dat vanuit je binnenste, uit je hart komt. Zoals wij zeggen: van harte gefeliciteerd, zo mag je zeggen: ik wil jou van harte dienen. Ik ben bewogen met wat jou overkomt. Dezelfde woorden worden gebruikt als de vader zijn verloren zoon in de armen sluit. Hij had jaren op hem gewacht, hij had allerlei verwijten kunnen maken: maar hij krijgt juist medelijden met zijn zoon, rent op hem af en sluit hem in zijn armen.

2) Het tweede waar je je mee mag bekleden, is met goedheid. Waar in vers 8 gezegd werd dat je alle slechtheid, alle toorn en woede af mag leggen, staat hier: trek juist de goedheid weer aan. Goedheid vraagt een keus: kies je ervoor de ander lief te hebben? Zoals God een genadige houding heeft tegenover zondaren, een houding die we niet altijd kunnen begrijpen, maar Hij nodigt zondaren aan tafel. Wanneer we vol zijn van goedheid groeit er vriendschap. Een heel mooi en duidelijk voorbeeld van goedheid is de barmhartige Samaritaan: hij toonde zijn liefde voor de man die gewond op de grond was. Ook al hoefde het niet, koste het hem tijd en geld, was die man van een ander volk: hij toonde zijn goedheid voor de naaste.

3) Kleed u vervolgens ook met bescheidenheid. Dat betekent dat niet jezelf altijd het belangrijkste vindt, nee: in de bus, in de klas, in de supermarkt gaat de ander voor. Je staat niet zelf in het middelpunt, met jouw belangen en jouw gelijk. Je slaat jezelf niet op de borst. De farizeeër vond dat hij wel recht had op vergeving en maakte zich groot, de tollenaar maakte zich klein en vroeg bescheiden om genade. Wie met die houding komt aan het avondmaal, die wordt zeker door God vergeven! Wat gebeurt er ontzettend veel in de gemeente waarbij kosters, ambtsdragers, commissieleden, mensen die copieren en in de tuin werken, musici, en velen anderen zich belangeloos inzetten voor de opbouw van de gemeente. Wat geweldig hoeveel werk er in stilte gebeurt, hoeveel meeleven er is. Tegen wie zo in bescheidenheid zijn plekje aan de tafel zoekt, zegt Jezus: kom hogerop!

4) Het volgende kledingstuk dat we tegenkomen is ‘zachtmoedigheid’. Wie zachtmoedig is, is bereid om onrecht te verdragen. Jezus werd als een lam naar de slachtbank geleid, Hem werd het grootste onrecht gedaan, maar Hij verdroeg het. Je hebt misschien wel ergens recht op, maar als je zachtmoedig bent, kies je ervoor, uit liefde, niet omdat het moet, om niet op je rechten te gaan staan. In plaats van dat je boosheid en toorn aanwakkert, beteugel je je toorn en blijf je rustig. Ook als iemand andere politieke opvattingen heeft, tegen je auto is aangebotst, wegloopt zonder iets te zeggen: kleed je met zachtmoedigheid!

5) Een ogenblik gaat dat misschien wel. Maar wat kan dat moeilijk zijn als het langer duurt. Om misschien jaren lang onrecht te verdragen. Denk aan Jeremia die jarenlang bedreigd werd en genegeerd werd omdat hij de boodschap van God moest brengen. Om langdurig iets te verdragen of het goede te doen, heb je geduld nodig. Wie met anderen op reis gaat, mag zich ook wel kleden met veel geduld.

Dat is niet makkelijk. Ik las in een boekje over een man die een doodziek kind had en bij de dokter kwam. De dokter had middagpauze en hij moest maar even gaan zitten. Hij stond in tweestrijd: ga ik schelden, ga ik opkomen voor mijn kind, word ik woedend. Of probeer ik ook nu rustig te blijven, het vloeken en tieren achter me te laten, en geef ik rustig en duidelijk aan wat er aan de hand is en ga ik in de wachtkamer zitten.

6 en 7) hangt nauw met elkaar samen. Christus vraagt van ons om elkaar te verdragen en te vergeven. Toen Jezus aan het kruis hing, bad hij voor de mensen die hem kruisigden. Ze weten niet wat ze doen, zei hij. Zo nam Stefanus dat voorbeeld over en bad voor de mensen die hem stenigden. Zo hoop ik dat je ook bidt voor degenen die verkeerde dingen hebben gedaan. Dat je de kracht krijgt te verdragen en te vergeven. Vanuit de liefde die Christus gegeven heeft.

 

Want die band hebben we wel allemaal nodig! Al die kledingstukken kunnen zomaar afzakken, gaan wapperen, uit elkaar vallen, verkeerd begrepen worden, als je niet vergeet wat je eronder draagt: het doophemd. De liefde van Christus. Houd van elkaar. Want de liefde maakt van jullie een volmaakte eenheid. Die liefde is de basis en die liefde mag ook een soort gordel vormen. Zodat die liefde de verschillende kledingstukken bij elkaar houdt.

 

Wil dat zeggen dat we alles maar met de mantel van de liefde moeten bedekken? In die uitdrukking klinkt iets verkeerds door. We willen als gemeente dingen die verkeerd zijn, ook verkeerd noemen. God vertoornt zich over zonden: wil dat er een einde komt, wil dat er eerlijk recht gesproken wordt, wil niet dat wat kwaad is met de mantel der liefde bedekt wordt, maar dat het kwaad uit het midden wordt weggedaan. Juist mannen en vrouwen die slachtoffer geworden zijn vinden bij hem bescherming.

 

Ik hoop dat je vandaag iets kiest. Wie ga je een kaartje sturen? Wie zou je kunnen helpen deze week? Wat zou je dan kunnen doen? Een gesprekje, een glimlach, een telefoontje, aandacht voor een jongere, een bezoekje aan een oudere, even een appje of een telefoontje. En dan zijn we allemaal anders: je vormt een team, zodat je elkaar aan kan vullen. Wanneer de één iets niet in zijn rugtas heeft zitten, heeft een ander er wel aan gedacht. We hebben ook allemaal verschillende kleren aan. Wat de één aan heeft, ziet er bij een ander misschien niet uit. We hoeven ook niet allemaal hetzelfde te worden. We zijn heel verschillend. Maar dat maakt juist dat we elkaar kunnen helpen en dat ieder op zijn eigen manier, in zijn eigen taal met zijn eigen Geest iets van Jezus liefde mag doorgeven.

 

Maar wie zich kleed met de liefde, wie die liefde bijeenhoudt door de band van de liefde, door Jezus Christus: die kiest ervoor om samen een gemeente te vormen. Die kiest ervoor om, door soms bittere ervaringen heen, zich toch in te zetten voor de naaste. Die pakt z’n tas in met deze kledingstukken zodat je samen op reis kunt. Ook als er soms een heel moeilijk moment is, als we rouw en ziekte kennen. Misschien moet je wel weer een nieuwe start maken. Bemoedig elkaar om mee te gaan, om vol te houden.

 

Wij zijn onderweg als pelgrims,

vinden bij elkaar houvast.

Naast elkaar als broers en zusters,

dragen wij elkanders last.

 

Dan zal het volmaakte komen

als wij zingend voor Hem staan.

Als wij Christus’ weg van liefde

en van lijden zijn gegaan.

Amen