Lukas 13:1-9 – Ben je bekeerd?

mei 15, 2022

Preek Heemse, 15 mei 2022 – Zondag 32/33: Bekering

Geliefde gemeente,

[#1] Ben je bekeerd? Kun je dat over jezelf zeggen?

We hadden het er voor de meivakantie over op catechisatie.

Wie kan nu van zichzelf zeggen: ‘ik ben bekeerd!’

We hadden er best wel discussie over: kan je dat nu van jezelf zeggen?

Sommigen zeggen: ik ben altijd al gelovig, dus hoezo moet ik bekeerd zijn?

En: ik kan niet echt een moment aanwijzen waarop ik bekeerd ben.

Zo’n bijzonder verhaal dat er opeens licht, een engel kwam of dat ik opeens heel erg moest huilen.

Maar anderen zeiden: ja, ik weet het zeker. Ik ben bekeerd, ik hoor bij Jezus.

Ik denk dat het best een actueel onderwerp is.

In deze tijd dat de eigen ontwikkeling en groei, ook de geloofsgroei centraal staat.

Is het wel genoeg als je gedoopt bent en christelijk opgevoed, belijdenis gedaan hebt?

Moet er niet een bijzondere gebeurtenis volgen die dan met bijzondere tekenen gepaard gaat.

Dat je dan nog verder groeit in je geloof en bijzondere uitingen van de Geest mee maakt?

Er zijn de laatste twee jaar minder bezoeken gebracht: maar bevraag je je zelf op je geestelijke groei?

Heb ik de Heer echt lief? Wil ik echt voor Hem leven?

Maak ik tijd voor God, of komt Hij er bekaaid af?

Hoe staat het met je bekering, met je geestelijk leven? Stel je zelf en elkaar maar die vraag!

[#2] Jezus vindt het erg nodig dat je je bekeert!

Dat lazen we net in het gedeelte uit Lucas.

In het slot van hoofdstuk 12 leert Hij ons om de nieuwsberichten te lezen met de bijbel in de hand.

Net zo als wanneer je weet wanneer er wolken uit het westen komt, er regen komt.

En als het in Israël een verzengde wind is uit het zuiden, dat het dan heet wordt.

Zo wijzen de gebeurtenissen in het nieuws erop dat God bezig is te komen.

Zoals er nu berichten zijn over oorlog in Oekraïne, over de houdbaarheid van de aarde,

Berichten over verkeersongelukken, en ernstige ziektes.

Zo weet je: eens zal de aarde door vuur vergaan. Je zult voor de rechter komen!

Zo waren er toen ook nieuwsberichten. In Jeruzalem was een ongeluk gebeurd.

Er werd een toren gebouwd: net als de tempel kon met hoge muren en bouwwerken maken.

Maar er was wat mis gegaan. Deze toren was ingestort. Iedereen sprak erover.

Onschuldige bouwers, en misschien wel onschuldige mensen kwamen om het leven.

18 doden waren er te betreuren. Iedereen sprak erover.

Waarom noemt Jezus dit bericht? Omdat er net ook een ander bericht kwam.

Een aantal Galileeërs is gedood door de wrede Pilatus. Pilatus die Jezus zal veroordelen.

Hij heeft deze mensen, rebellen en opstandelingen, om het leven gebracht.

Hij moest zorgen dat de Pax Romana, de Romeinse Vrede niet in gevaar kwam.

Hij kon geen opstand dulden. Dan werd de Keizer boos.

En wellicht waren de goden boos! Daarom had hij hun bloed vermengd met het bloed van dieren.

Hij had het geofferd aan de Romeinse goden. Wat een wreedaard!

Wat een angst voor de afgoden had hij!

Twee situaties waarin mensen om het leven komen,

Bij die toren waren ze onschuldig, de andere keer omdat ze in opstand kwamen.

Wat zegt de Here Jezus over die twee gebeurtenissen?

Hij houdt ze de mensen voor als waarschuwing.

Denk je dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan de andere Galileeërs?

Denk je dat die achttien mensen bij de toren viel schuldiger waren dan de andere mensen?

En de Here Jezus geeft zelf het antwoord: Zeker niet!

Ze waren niet slechter of schuldiger of zondiger. Dus pas op!

Als je niet tot inkeer komt, als je je niet bekeert zul je sterven zoals zij!

Waar wijst de Here Jezus op?

Hij doelt daarmee op het oordeel dat iedereen eens zal moeten ondergaan voor Gods troon.

Dat is waar het in dit gedeelte uiteindelijk om gaat, daar draait het hier om:

Straks zult u voor God verschijnen: als je je niet bekeert, dan zul je de eeuwige dood sterven.

Maar als je wel tot inkeer komt … dan krijg je het eeuwige leven.

Ze waren nu de dans ontsprongen, ze mochten doorleven: maar laat het een waarschuwing zijn!

Daarom, als je in Gods rijk wil komen is bekering noodzakelijk.

In zondag 32 kwam dat nog duidelijk naar voren.

Kunnen mensen die ondankbaar en onbekeerd doorleven gered worden?

Het antwoord was duidelijk: nee, dan kun je niet in het koninkrijk van God komen.

Wanneer leef je dan onbekeerd?

In het catechisatielokaal vergeleek ik het met naar de zon toelopen.

Uit onszelf lopen we het licht weg, sta je met je rug naar de zon toe en ga naar je schaduw toe.

Maar als je je omkeert, straalt je gezicht in de zon. Als je dan gaat lopen, loop je naar het licht toe.

Wie is dus bekeerd? Degenen die naar het licht toeloopt, die met Jezus het licht van de wereld leeft.

Misschien is die omkeer heel plotseling gegaan, misschien ben je langzaam erin gegroeid.

Maar je hoeft dan niet zo zeer op zoek te gaan naar een moment, maar de vraag is wel:

Waar leef je voor? Leef je voor God, leef je voor het licht, straal je en maak je je leven mooi?

Wie niet van God wil weten, of hem alleen met de naam noemt, maar geen echt christen is.

Wie niet bekeerd is, die zal niet gered worden. Daarom moet iedereen die roddelt en kwaadspreekt.

Iedereen die verkeerd met drank omgaat, die verkeerd met seksualiteit omgaat.

Iedereen die leeft voor zijn eigen lusten en begeerten, elke oplichter en dief.

Tot inkeer komen! Zich bekeren! Met God in het reine komen.

Jezus is duidelijk en fel: als je je niet bekeerd, het niet goed maakt met God:

Dan zul je sterven, net als die mensen in Siloam: maar dan een eeuwige dood.

Daarom stel jezelf de vraag: leef ik voor God, maak ik tijd voor Hem, wil ik Hem dienen.

Zoals Noach dat riep bij de ark, Jona bij Nineve, en Jezus in Jeruzalem: bekeer je!  

Geloof ik in Hem, en laat ik de Geest in mijn hart wonen? Of leef ik vooral voor mijzelf?

Bekering is dus echt nodig. Als je zou zeggen: ik ben niet bekeerd, bekeer je dan, vandaag nog!

[#3] Hoe begint bekering dan? Bekering begint bij het werk van Jezus:

Hij is gestorven aan het kruis voor onze zonden!

Wanneer je gelooft in Hem dan komt er een omkeer in je leven.

Maar als Hij toch al onze  zonden vergeeft, waarom moeten we ons dan nog bekeren?

En: Als Jezus toch al onze zonden vergeeft, dan wil dat toch niet zeggen dat we nooit zondigen?

Als ik sommige dingen waar ik erg aan gehecht ben vandaag nog niet stop, maar morgen pas?

Als mijn lievelingszonde nog niet direct stopt? Jezus vergeeft het toch wel?

Je bent toch ook niet perfect, dan is het toch niet zo erg dat ik soms nog door ga met zondigen?

Als je gelooft in Jezus Christus, dat Hij voor je zonden gestorven is, dan word je gered.

Dan worden al je zonden weggedaan.

Maar dat geeft tegelijk veel blijdschap in je hart. Daar begint het mee!

Zoveel blijdschap dat je nu ook met Jezus wil gaan leven,

dat je niet alleen stopt met van God weg te lopen, maar dat je nu ook naar Hem toe gaat lopen.

Want wat is bekering?

Bekering dat begint in je hart, bij je gevoel.

Je voelt in je hart, door de Geest van God, blijdschap en vreugde,

zin en liefde om naar Gods wil te gaan leven.

Maar je voelt ook droefheid en verdriet over je zonden.

Omdat je anderen of God daarmee tekort doet, pijn doet of kwetst.

Soms is plotseling veel groei, soms gaat het geleidelijk.

De bekering is de uiting van wat er in het geloof hart speelt, de verandering van je wil.

De bekering staat niet voor niets in dit hoofdstuk van de dankbaarheid:

vanuit een gelovig hart, wordt de dankbaarheid die je voor God hebt zichtbaar.

Als je dan wel slechte werken doet. Als je toch vooral dingen doet je zelf graag wilt.

Als je dan toch roddelt, toegeeft aan een verslaving,

als je niet eerlijk bent, als je verkeerde dingen doet,

dan komt dat voort uit een ondankbaar hart tegenover God.

Maar als je echt gelooft en blij bent en goede werken doet,

dan komen die voort uit een dankbaar hart.

Komen ze voort vanuit de blijdschap die je door de Geest hebt over wat Christus gedaan heeft.

Paulus gebruikt verschillende beelden voor bekering.

Het is een verandering in je leven die heel je mens-zijn raakt!

Hij gebruikt het beeld van sterven.

De oude mens moet sterven, de nieuwe mens moet opstaan.

Dat is een proces wat nooit klaar is.

Hij noemt het ook wel: je oude, vieze kleren uittrekken en je nieuwe kleren aantrekken.

De komende tijd zullen we via de geboden gestimuleerd worden om die geboden te houden.

Dat zal wel eens confronterend zijn: hoe meer je Gods licht laat schijnen,

hoe sneller je ook dingen ontdekt die je moet laten of die nog beter kunnen.

Maar houd het begin in de gaten: je kunt er mee bezig en wilt er mee bezig

als je het begin in het oog houdt: dat Jezus ook uw Redder wil zijn!

[#4] We lazen net het voorbeeld van de vijgenboom die maar geen vrucht wil dragen.

De Here Jezus vertelt dit gelijk na zijn waarschuwing bij het instorten van de toren.

Hij wijst erop dat er een vijgenboom is die maar geen vruchten draagt.

Eigenlijk wil de eigenaar hem weghalen, maar goed, hij krijgt nog één jaar de kans.

De eigenaar doet er al extra mest bij en verzorgd hem goed.

Maar als er dan nog geen vruchten zijn, zal de boom toch weggehaald moeten worden.

Zo was het ook met de Joden.

Ze hadden lang de kans gehad om zich te bekeren, om vruchten te laten zien, maar ze waren er niet.

Nu kwam Jezus: spoorde Hij hen extra aan.

Maar als ze dan nog geen goede werken laten zien, dan komt het oordeel.

Zo gaat de Here Jezus ook met u en jou om.

Misschien hebt u al vaak gehoord wat God aan u geeft en wat goed is, misschien hoor je het voor het eerst.

God heeft veel geduld. Heel veel! Hij gaf aan die vijgenboom ook een extra jaar.

Maar … er zullen wel vruchten moeten komen.

Er zal bekering moeten zijn. DAT KAN NIET WACHTEN!

Het begint met geloof in Jezus Christus, maar je moet het daarna ook laten zien in je werken!

Kunt u nu zeggen: “ik ben bekeerd?”

De grootste moeite bij het beantwoorden van de vraag: ben ik bekeerd,

is dat er bij ons allemaal nog zonden voorkomen.

Je hebt niet altijd zin om het goede te doen, er niet altijd trek in.

Calvijn kon heel negatief over de zonde spreken,

over die oude mens die steeds weer de kop op steekt.

Hij zei: we moeten steeds weer door de wet opgezweept worden om het goede te doen.

Zelfs de jonge, gelovige dichter van Ps 119 geeft aan hoe hard we de wet nodig hebben,

anders dwalen we af. De wet stelt grenzen en spoort ons aan om Gods geboden te houden.

Wanneer mag je nu zeggen: “ik ben bekeerd”.

Dat mag als je gelooft dat Jezus voor je zonden gestorven is en dat je ook voortaan met Hem wil leven.

Maar tegelijk kun je nooit zeggen: eens bekeerd, altijd bekeerd.

Dagelijkse bekering is nodig:

dat je elke keer weer de strijd aan bindt met de zonde die de kop opsteekt.

Toch hoef je moed niet op te geven.

De bekering begint met de blijdschap over wat Christus gedaan heeft voor jou!

Alleen wanneer die blijdschap bovenaan blijft staan,

kun je steeds meer naar al de geboden van God leven. Door zijn Geest. Door zijn genade.

Wees niet bang om te zeggen: “Ik ben bekeerd”, als je gelooft dat Jezus voor jou gestorven is.

Als je wil gaan leven naar Gods geboden.

Zeg dan maar: “ik ben bekeerd, en juist daarom wil ik mij ook elke dag opnieuw tot God bekeren!”

Amen.


1 Timoteus 6:17-19 – Gods wereld, ons (t)huis  

mei 1, 2022

1 mei 2022: Themazondag Gods wereld – ons (t)huis

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Een eigen huis, een plek onder de zon! Wie wil dat nu niet?

Wat is het fijn als je in een ruim, mooi huis kan wonen!

Wat lastig als je te weinig ruimte hebt.

Of als jij geen huis kan vinden door de krapte op de woningmarkt en de hoge prijzen.

Omdat je daar geen geld voor hebt!

Ik las dat in China één of andere partijprominent groter wilde wonen, en kleine huisjes neerhaalde.

Hij had nog niet genoeg, net als Achab die niet tevreden was met zijn deel en de wijngaard van Nabot wilde hebben.

Maar is dat soms niet de manier waarop wij zelf ook met de wereld omgaan?

Deze wereld is ons gezamenlijke huis, het huis van de schepping.

Ieder heeft zijn plekje: Of dat nu een ruime villa met ene grote tuin is, of een flatje driehoog.

Een rijtjeswoning die je huurt, een studentenkamer of een ruimte in de vluchtelingenopvang.

Wat vind je: ben jij rijk?

Als ik mij vergelijk met mijn familie ben ik niet rijk,

vergeleken mensen in die flat wel en zeker in vergelijking met de mensen in Gambia.

Eigenlijk zou je kunnen zeggen: we zijn hier in Nederland allemaal rijk.

20% van de wereldbevolking heeft 80% van de rijkdom van de wereld in bezit.

Onze voetafdruk/foodprint is heel groot.

Wij werken er zelf voor, maar voor elke werkende Nederlander, werken 2 mensen in de arme landen:  

Voor je telefoon is coltan nodig uit Congo, voor je kleding werken mensen in grote fabrieken in China.

Het is niet eerlijk verdeeld: en dat merk je ook aan vluchtelingen stromen.

Mensen zoeken hier meer welvaart, omdat veel mensen van minder dan 7€  per week moeten leven.

Wat een verschil!

Toch heeft 1 op de tien mensen in Nederland maar 50 euro te besteden per week.

Ook binnen Nederland heeft 20% van de mensen 80% van het geld in de bezit.

[#2] Waarom vraag ik of je rijk bent? 

Ik vraag het even, omdat Paulus hier deze twee groepen mensen apart aanspreekt.

Hij spreekt mensen aan die steeds rijker willen worden en meer willen krijgen,

die niet tevreden zijn, maar steeds meer willen hebben.

Wie zich laat verleiden door steeds meer wil hebben, kan zijn geloof verliezen.

Moet jij dat je aantrekken? Dat je ten kost van God en anderen alleen maar bezig bent voor jezelf?

Maar Paulus heeft het ook over mensen die al rijk zijn: bijna als laatste van zijn brief.

’t Is alsof hij het bijna vergeet en opeens bedenkt: o ja, in Efeze zijn hele rijken!

Het is een welvarende havenstad, met mensen die rijk geworden zijn door de handel.

Dan valt op dat er staat: God geeft dit.

Als je mooie kleren kan kopen, een nieuwe TV, een auto, een huis hebt.

Het is een geschenk van God uit de hemel. Een zegening, God geeft het.

Hij zegt: geniet ervan. Van die nieuwe mobiel, van die mooie jurk, dan die loungeset in de tuin.

Wat een mogelijkheden, wat een ontspanning, wat een gave, wat fijn als je dat verdiend hebt.

Tegelijk komt er ook een enorme verantwoordelijkheid op je af.

Want wat doe je ermee? Iemand die motorrijles volgt leert al snel:

Waar je naar kijkt, daar ga je heen. Paulus zegt: Je bent op weg naar de verschijning van Jezus!

De wereld zal vergaan, maar je mag eeuwig leven, omdat Jezus voor Pilatus heeft getuigd.

Omdat Hij is gestorven en opgestaan, ons voor gegaan naar de hemel.

Wat een troost mag dat nu zijn, ook bij het overlijden van Annie Veurink.

Als onze aardse tent wordt afgebroken, hebben we een hemels huis, niet met handen gemaakt.

Paulus zegt: laat je doel niet zijn om op je rijkdom te bouwen.

Als je denkt: mijn leven is wel op orde, want ik heb geld en bezit,

dan denkt Paulus aan wat Jezus zegt: verzamel je geen schatten op aarde.

Die mooie, dure kleren: ze kunnen door mot, door beestjes aangevreten worden.

Je mooie bezittingen: langzaam zullen ze weg roesten.  

Hier kan je bezit opeens weg zijn: als er bommen vallen en je moet vluchten.

Of als God je wegneemt, dan kun je een schuur vol hebben, maar dan heb je er niets aan.

Verwacht daar niet je geluk van. Het is geen stevig fundament voor je levenshuis.

Als je het wel verwacht van je geld, dan word je hoogmoedig, dan houdt je het voor jezelf.

Dan verwacht je veel van jezelf en je eigen kracht, maar dan gaat het mis.

[#3] Wat moet Timoteüs dan wel tegen de rijke mensen zeggen?

Timoteüs moet de mensen opdragen om

‘goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig en bereid om te delen’.

Dit huis van de wereld, waar wij zoveel van in bezit hebben, moeten we niet afsluiten.

De aansporing is om de deuren te openen, om geld te gebruiken om goede dingen te doen.

Om te delen met mensen die minder hebben, je echte rijkdom niet te zoeken in geld.

Zorg ervoor dat als je rijk bent je juist rijk bent in goede daden. Veel goeds doet voor anderen.

Hoe kun je dat doen? Je kunt giften geven aan goede doelen, maar het kan ook heel concreet.

Koop je koffie, bananen en chocola die fairtrade zijn of maakt het je niet uit

dat mensen die het verbouwen van een hongerloontje bijna niet kunnen leven?

We bidden ‘geef ons ons dagelijks brood’, niet geef mij: mogen arbeiders ook wat verdienen?

Als je alleen maar let op of iets niet te duur is, dan betekend het nog niet dat het goedkoop is,

het betekent dat iemand anders daar de prijs voor betaalt.

Dat geldt ook in Nederland krijgen pakketbezorgers en schoonmakers ook waar ze recht op hebben?

Of moeten ze leven van een schamel loontje en kunnen ze hun amper hun kinderen zien?  

Betalen we de boeren voldoende zodat ze ervan kunnen leven en voor de dieren kunnen zorgen?

Als rijken kunnen we het land besproeien en hogere dijken bouwen, maar

denk eens aan de mensen die in Kenya wonen en door de droogte niets meer kunnen verbouwen.

Denk eens aan de mensen op de eilanden die overstroomt wordt door de klimaatverandering.

Aan de mensen in de bergen waar je niet meer kan skiën omdat er geen sneeuw meer is.

Wat doe jij als rijke aan goede daden om deze schepping te beschermen?

De overheid zegt: zet de verwarming niet hoger dan 19, douche niet langer dan vijf minuten.

Denk goed na over de vliegreizen die je maakt. Zijn ze echt nodig of is er een alternatief?

Paulus spoort de rijken aan: wees vrijgevig en bereid om te delen.

Wat is het mooi als je zo je rijkdom niet voor jezelf houdt, maar deelt met anderen.

Als je gastvrij bent, echt ziet wat de ander nodig heeft:

En als je niet rijk in geld bent, maar wel in tijd, liefde en aandacht:

Deelt met anderen, oog hebt voor anderen, tijd maakt voor anderen.

[#4] Maar als Jezus terugkomt, waarom zou je je dan zo inzetten voor de wereld?

Zou je als christen niet zeggen: het komt toch allemaal goed.

De wereld moet toch een keer vergaan, en God zal ons dan wel redden?

Dan zou ik willen wijzen op Jezus. Hij vond het niet te min, om deel te krijgen aan deze wereld.

Hij kreeg een aards lichaam, hij werd mens zoals u, jij en ik. Hij at, dronk, sliep en werkte.

God had deze wereld zo lief, waar Jezus zelf op gewoond heeft, zijn eigen Schepping!

Deze wereld, er is geen andere wereld, wil Hij redden. Als God geeft om deze wereld,

Laten we dan ook deze wereld concreet liefhebben en goed verzorgen.

Als goede beheerders, verantwoord, liefdevol, met heel ons hart.

Tot de dag komt dat je er een vernieuwde wereld komt, waar je met een vernieuw lichaam woont.

Maar is dit niet heel moeilijk? Wordt er dan niet heel van je verwacht?

Het zal misschien niet in één keer lukken, maar doe het in kleine stapjes.

Als je een jaar 1 dag per week geen vlees eet scheelt dat 1250 km met de auto en 750 liter water!

Je weet misschien niet welke kleding eerlijk gemaakt wordt, zonder uitbuiting:

maar je kunt je er ook een keer in verdiepen en besluiten bij welke winkel je wel of niet koopt.

Je kunt kiezen vlees, melk en kaas te kopen dat lokaal geproduceerd is.

Het begint dicht bij huis: gooi je de boel zo uit de auto, of help je juist mee de buurt schoon te houden?

Paulus spoort aan om te genieten van wat je hebt. Ik denk dat dat het grootste probleem is.

Kunnen je genieten van je rijkdom en tevreden zijn?

De reclames, folders, loterijen praten ons altijd een gevoel aan dat je meer nodig hebt. 

Het is nooit genoeg, het kan altijd beter.

Juist als gelovige zou je toch tevreden moetne kunnen zijn?

Het geloof brengt grote winst zegt Paulus.

Wees tevreden met wat je hebt: je hebt niets meegebracht en je kunt ook niets meenemen.

We hebben kleren en voedsel: laten we daar tevreden mee zijn!

Heb je die nieuwe kleren echt nodig?

We hebben in ons kledingkasten genoeg kleren hangen voor ons

en voor de volgende zes generaties die komen!

Heb je dat nieuwe apparaat echt nodig?

We doen gemiddeld 3 jaar met een apparaat, terwijl een veel elektrische apparaten 7 jaar mee kunnen. En als iets kapot is koop je dan gelijk een nieuwe, of probeer je het te laten maken? Vaak kunnen stofzuigers, klokken, koffiezetapparaten net zo goed nog gemaakt worden, soms zelfs in een repaircafé.

[#5] Tenslotte: vergeet niet wat Paulus hier zegt over het vertrouwen.

Stel je vertrouwen niet op rijkdom, maar op God!

God heeft deze wereld gemaakt:

Gisteren was ik bij de Lutterberg: de zon kwam op, het gras lag in rijen op het veld, de kievieten vlogen heen en hen weer: ik hoop dat we nog lang van een mooie schepping kunnen genieten!

Als God zo al voor de schepping zorgt, en wij mensen onze plek in mogen nemen.

Wees dan niet bezorgd!

Soms is het moeilijk, is er vervuiling, gaan dingen kapot, is er ziekte, is er pijn, overlijden.

Maar Paulus zegt hier: wie zijn vertrouwen op God stelt legt een stevig fundament.

Die bouwt vast de fundering voor een huis dat nooit vergaat en eeuwig blijft.

Een huis dat je niet zelf kan verdienen, maar dat een geschenk is uit genade.

Laten we zo elk op onze eigen plek onze taak vlekkeloos en onberispelijk uitvoeren:

Totdat Christus komt: eens zal Christus weerkomen, die een ontoegankelijk licht bewoont.

Geen mens heeft hem ooit gezien: maar eens zal Hij komen en dan oordelen.

Aan hem zij de eer een eeuwige kracht: laat zijn kracht in je werken.

Om op jouw plek in dit wereldwijde, gezamenlijke huis God en je naaste lief te hebben.

Om zuinig te zijn op de schepping en je naaste, samen in ons gemeenschappelijk huis! Amen.


Johannes 19:28-30 – Voor jouw pijn heeft Jezus Gods wil volbracht!

april 15, 2022

Preek Goede Vrijdag, 15 april ’22; Heemse 10:00u en 19:30u

Johannes 19:28-30: ‘Het is volbracht’

Geliefde gemeente,

In Astrid haar klas zit bijna niemand die gelooft, en ze gaan zeker niet naar de kerk.

Ze praten eigenlijk ook nooit over geloof en kerk, al weet ze van iemand dat die moslim is.

Astrid vertelde gisteren dat ze vandaag naar de kerk zou gaan, want het is Goede Vrijdag.

Haar vriendin keek er vreemd van op: ‘Hoezo ga je dan op vrijdag naar de kerk?’

Ze zei: ‘omdat we op die dag eraan denken hoe Jezus aan het kruis is gestorven’.

Maar vroeg haar vriendin: waarom is het dan Goede Vrijdag?

Ze legt uit: Omdat Jezus aan het kruis voor mijn zonden is gestorven.

Doordat Jezus stierf aan het kruis is het nu goed tussen God en mij.

Daardoor weet ik steeds weer dat God mij wil helpen, ook als ik het zelf moeilijk heb.

Nu was de vriendin helemaal verbaasd: moest Jezus sterven?

Wat een vreemde God, wat een geweld, wat erg en wat pijnlijk.

Ik dacht dat geloven vooral met vrede en liefde te maken had.

Maar dit is toch wreed! Waarom is er zoveel geweld nodig?

Als Astrid op vrijdag in de kerk zit denkt ze nog na over die vragen.

Ze bedenkt wat een pijn Jezus gevoeld moet hebben door de spijkers in voeten en handen.

Hoe Jezus daar hing in de hitte van de zon, midden op de dag, in ademnood en dorstig.

Ze hoort hoe de mensen riepen kruisig hem, ze hem spotten en treiteren.

Ze ziet voor zich het gezicht van Jezus, met bloed door de kroon van dorens.

Het is inderdaad wel pijnlijk en bloedig allemaal, en wat heeft Jezus geleden!

Waarom was dit de weg die Hij moest gaan, waarom zei Hij toen: Het is volbracht.

Net voordat Hij zijn hoofd boog en Hij stierf aan het kruis.

[#2] Als je alleen dit beeld van Jezus ziet, dan kan het vreemd en wreed overkomen.

Maar, zoals Astrid al zei, als je het hele verhaal kent, zie je juist Gods liefde.

Juist deze woorden hier vormen het dieptepunt, maar ook het kantelpunt.

God had gezien dat het leven hier niet meer is als bedoeld: met oorlog en gepest.

Vluchtelingen die vergeten worden, jongeren voor wie het leven zwaar kan zijn.

Waar ziekte alles kapot kan maken, mensen elkaar pijn doen, je leven kapot gaat.  

Want Jezus was hier op aarde gekomen met een programma, een plan, een opdracht.

En als we dan hier, bij de laatste woorden aan het kruis horen, dat Jezus’ werk klaar is,

Dan mag je weten dat Jezus in opdracht van zijn Vader bezig is alles goed te maken.

Wat was dan de opdracht van Jezus?

Als Jezus gelijk aan het begin een gesprek heeft in het donker met Nikodemus, zegt Hij:

God had de wereld lief dat Hij zijn eigen Zoon gaf om mensen te redden.

En een hoofdstuk later zegt Hij: Ik ben hier gekomen om de opdracht van mijn Vader te vervullen.

Later zegt Hij: ik ga het werk doen dat God mij heeft opgedragen.

Ik moet verraden, bespot, gegeseld, gedood en zo tot de hemel verheven worden.

In hoofdstuk 17:  de wil van degene die mij gezonden heeft ga Ik volbrengen.

Om de mensen te redden, om Gods liefde te tonen, moest Hij dus een opdracht volbrengen.

Jezus was de weggegaan. Hij was niet weggerend toen de soldaten kwamen.

Hij kwam niet van het kruis af, maar geeft zich over aan deze wrede straf.

Johannes vertelt niet dat het donker wordt, maar in de uitroep: ik heb dorst!

klinkt wel het diepe lijden en de verlatenheid door God door.

Het laatste woord dat vervuld moest worden, het laatste en diepste deel van zijn opdracht.

Ik heb dorst! Een schreeuw aan het kruis. Jezus staat helemaal droog.

Hij verwoordt in zijn schreeuw de nood van de gebroken wereld, ook van vandaag:

Van die vrouw die met haar baby schreeuwt om hulp in schuilkelders van Mariopoel.

De jongere die het psychisch niet kan bolwerken en roept om gezien te worden.

Degene die niet weet hoe hij rond moet komen nu alle prijzen voor gas zo hard stijgen.

De rauwe schreeuw van degene van wie het leven getekend is door verdriet en rouw.

De dorst naar de levende God: wanneer komt Hij om de pijn te verlichten. Waar bent U God?

Wanneer Hij hangt aan de kruispaal, tussen hemel en aarde.

Hier hangt Hij om uw, jouw en mijn nood te dragen.

God heeft Hem verlaten, geen mens die van Hem wil weten, zelfs zijn vrienden niet.

Jezus is tot het diepste gegaan, heeft alles gegeven en weet dat Hij nu zal gaan sterven.

Met die laatste schreeuw is zijn lijden en zijn taak volbracht: hij heeft de diepste nood ervaren.

Het groepje Romeinse soldaten die vandaag bij die vreemde Joden moesten helpen om te kruisigen,

Die zijn het die zijn roep horen. Zelf heb je tegenwoordig misschien een flesje water bij je,

Zij zorgen ook altijd voor drinken, met een beetje azijn om het goed te houden.

Vanuit die soldatenkruik krijg Jezus wat water.

Ze doen een kletsnatte spons op de stok en brengen die naar zijn mond.  

Het is geen pesten, nu is het verlichting van zijn lijden.

Zoals wanneer je waakt bij een stervende je af en toe de mond wat vochtig maakt.  

Zijn taak zit er nu op, het is volbracht, zijn werk is volvoert.

Jezus lippen worden vochtig gemaakt, het zwaarste lijden is voorbij.

En dan zien we ook dat Jezus gaat sterven. Niet dat het Hem overkomt.

Hij geeft zelf aan dat nu de taak volbracht is, de levensgeest Hem gaat verlaten.

Hij geeft zelf zijn Geest over aan de Vader. Dan buigt Hij zijn hoofd en sterft.

Hij heeft zijn werk voltooid, de wil van de vader gedaan. Voor heel de mensheid, voor u, jou en mij.

[#3] Waarin bestond het werk dat Jezus moest doen, welke taak had Hij?

God gaf zijn zoon: omdat wie in Hem gelooft niet verloren gaat.

De wereld lag onder het oordeel, de zonde had zijn intrede gedaan.

De mensheid was van God gescheiden, er was een kloof tussen God en mens ontstaan.

Wanneer Jezus dan zegt: het is volbracht, dan is dat allereerst aan zijn Vader gericht.

Hij heeft de taak die Hem gegeven was vervuld.

De Vader vond de zonde te erg om er zo overheen te stappen.

God wilde dat de macht van het kwaad gebroken werd, de dood overwonnen.

Jezus laat door te sterven en op te staan zien dat Hij sterker is dan de dood.

Dat Hij de kracht heeft om een nieuwe wereld te maken.

In de vroegste kerk is dat ook als eerste benadrukt: Jezus Overwinnaar.

Overwinnaar zal Hij zijn, over zonde dood en pijn,

heel het rijk der duisternis, weet wie Jezus Christus is.

Wanneer je pijn voelt, alleen bent, dorst hebt, je zwak voelt, het uitschreeuwt:

Zoek dan je kracht in Jezus Christus, die standhield in de moeite en sterker was dan de dood.

Hij zegt: ik laat je niet alleen, ik ben overwinnaar, en ik geef jou kracht:

Sterk in mijn kracht mag je de strijd aangaan, ik geef je kracht naar kruis!

Het kruis dat jij te dragen hebt.

Waar heb jij het aan verdiend? Waarom mag je zeggen: Jezus wil mij helpen, ik ben gered?

Omdat Jezus jouw zonden weg doet. Niets staat tussen jou en God in. Jezus hangt daar als het lam.

Pas als het Lam geslacht was, konden ze op weg gaan naar de vrijheid, werden ze gered.

Waar het Pesachmaal het bevrijdingsfeest uit Egypte was en er bloed op de deurposten kwam.

Zodat de engel van verderf en dood voorbij ging, maar de Egyptenaren strafte.

Zo is het bloed van het lam aan het kruis, het bloed waar wij achter kunnen schuilen.

Dat bloed heeft Jezus vergoten, zodat wij veilig zijn en gered van de zonden.

Wanneer Jezus’ dit werk van overwinning en genade klaar heeft roept Hij: het is volbracht!

Hoe mag je de uitroep van Jezus dan horen? Is het de triomf van de eindoverwinning.

Is het omgeven met een groot gejuich? Zo van nu is alles goed?

Dat gejuich hoort er nu nog niet bij. Hij zal nog sterven. Hij zal het graf in gaan.

Maar het is wel dat het werk zo voltooid is. Dat Hij nu de beker tot eind heeft leeggedronken.

Jezus is nu helemaal tot in de diepte van het lijden geweest, tot de grens van de dood.

Hij is niet bezweken onder die druk, de slagen, die hoon, dat lijden.

Hij kan nu zijn hoofd opheffen en vanaf nu kan er richting Pasen worden gekeken.

[#4] Maar is het toch niet een wrede weg, van lijden en bloed.

Als je een heel optimistisch mensbeeld hebt, dan botst dit daarmee.

Dan denk je: wij mensen kunnen toch door opvoeding en liefde ver komen.

Wij kunnen toch vrede brengen.

Maar steeds weer wordt duidelijk dat er bommen vallen in de schepping,

Dat er rampen zijn, dat mensen oorlog brengen, anderen op de vlucht raken.

Er is iets grondig mis met deze wereld.

God gaat daar niet aan voorbij, maar pakt het kwaad in de kern aan.

Doordat Jezus deze zware weg gaat, als vertegenwoordiger van heel de mensheid,

Zie je hoe serieus God de pijn neemt en wat het Hem gekost heeft.

Hij wil de macht van de zonde, de satan en de dood tot in de kern uitroeien.

Door zelf de zonde en gebrokenheid te dragen. Geen gemakkelijke weg.

Een moeilijke beker die Hij moet drinken. Maar een weg die Hij ging,

die Hij ging voor U, jou en mij.

[#5] Hopelijk zie je zo wat het goede is van de boodschap.

En hopelijk brengt dat ook iets bij jezelf te weeg.

Niet alleen dat je geraakt wordt door de liefde die Jezus zo toont.

Het is indrukwekkend, en het lijden van Jezus kan je raken tot in je hart.

Dank U Heer voor uw lijden.

Niet alleen dat je verwonderd staat te luisteren en kijken.

Wat een macht heeft deze God, wat een liefde heeft deze God.

Wat een geweldige redding heeft God zo willen brengen voor de wereld.

Maar vooral dat je zegt: Ik geloof het: want dan deel je in het eeuwige leven.

Want zo lief had God de wereld, dat Hij zijn zoon gaf, zodat ieder die in hem gelooft,

Niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Geloof je dat Jezus aan het kruis is gestorven, geloof je dat Hij jouw zonden op zich wil nemen?

Geloof je dat dit Gods plan met de wereld is en dat het daardoor eens goed zal komen.

Dat je daardoor nooit bang hoeft te zijn dat God je verlaat, of dat de duisternis wint.

Maar dat God altijd bij je zal zijn, je nooit zal verlaten.

Er is nog oorlog, er is nog verdriet, er zijn nog zonden, er zijn nog duizend vragen.

Maar door Jezus is er een toekomst vol van hoop!

Ik hoop je Jezus lijden niet naast je neer legt, maar zegt: dit geloof ik, dit belijd ik.

Ja, amen, ja, op Golgota, stierf Hij voor onze zonden: ja, ook voor mijn zonden! Amen


Lukas 19:40 – Ontvang de vrede van de koning in je hart!

april 10, 2022

Preek gehouden Heemse, 10 april 2022 (Viering Avondmaal, Palmpasen)

Tekst: Lucas 19:29-40 / 22:24-34

Geliefde gemeente,

Er zijn drommen mensen op weg naar de stad van Vrede.

Zij zien in Jezus de koning die vrede moet brengen.

Al bij zijn geboorte klonk, uit de mond van engelen: vrede op aarde!

Nu juichen de mensen: gezegend is Hij, vrede in de hemel!

Zijn we niet allemaal op weg naar vrede, of beter: verlang je daar niet naar?

Oekraïnse kinderen moeten hun land verlaten, en huilen van verdriet, met hun ouders.

De oorlog duurt al anderhalve maand, en hoeveel moeders huilen niet om hun zonen.

Maar ook dichterbij: wat kan er een verdriet zijn om een overlijden van een kindje.

Wat kun je verlangen naar een wereld die heel is, waar ziekte niet meer alles kapot maakt.

Wat kun je verlangen naar een dokter, naar een koning die vrede brengt.

Die garandeert dat er geen derde wereldoorlog zal komen, maar een vrederijk.

Kan Jezus je die vrede geven? De mensen verwachten het wel van Hem!

Want Hij heeft al veel wonderen gedaan, net hiervoor Bartimeüs weer laten zien.

Hij heeft in Betanië Lazarus zelfs uit de dood opgewekt. Wat een hoop krijgen ze zo!

Zou deze man met krachtige daden, die onderdrukkers, de Romeinen kunnen verdrijven.

Is dit hun sterkte man, de ware zoon van David, die van Jeruzalem weer een Koningsstad maakt?

Op deze zondag voor het Pesachfeest, is Jezus een koning:

Hij deelt zijn bevelen uit, en de leerlingen doen wat Hij zegt. De mensen zien hem als koning:

Ze leggen mantels op de straten en wapperen met palmtakken.

Het volk staat juichend in de straten. Ze zijn hem vanuit de stad tegemoet gekomen.

Ze hadden genoeg om bang voor te zijn, veel wat hun leven kapot maakte.

Jongens en meisjes, wat kun je ook vandaag bidden: Heer, help me!

Omdat je boos of verdrietig bent. Omdat je bang bent, of pijn hebt.

Als je iets lastig vindt, of erge dingen hoort op het nieuws.

Dan zeg je misschien ook: Help me toch Jezus!

Maar ook als volwassene: als je pijn voelt, zorgen hebt, frustraties.

Zou er maar een koning komen, die alles goed maakt, die iedereen helpt!

Voor de mensen in Israël kwam er een koning.

Aan het begin van hun bevrijdingsfeest, hun pesachfeest.

Hij komt, maar Hij komt niet op een sterk paard.

Hij komt op een ezeltje, een veulen en jong dier.

Niet om vooraan te gaan in de veldslag, en de vijand neer te sabelen, maar liefdevol en in zwakheid.

Een koning die geen oorlog wil, geen strijd, maar vrede.

Hij gaat niet naar het Paleis om Herodes en Pilatus te verdrijven.

Hij gaat de tempel binnen, Hij gaat zijn leven te geven.

Als een lam dat alle kwaad en gebrokenheid wil dragen.  

Om zijn leven te geven voor de vrede. Hij komt om te dienen.

Op die manier komt Jezus deze zondag voor Pasen ook bij jou langs.

Wat verwacht jij van mij? Wat is jouw reactie?

Dat vraagt Jezus later ook aan zijn leerlingen. Ze willen ook machtig zijn.

Ze willen belangrijk zijn.

Maar Jezus zegt: vorsten oefenen macht uit, Ik wil dienen.

Ik kwam om de voeten te wassen, ik wil de minste zijn: ik wil mijn liefde geven.

Jullie zullen beproeft worden, het zal niet makkelijk zijn, maar houd vol: eens komt het vrederijk.

Er zijn twee manieren om met moeite om te gaan, met verdriet, met strijd en zorgen:

Je kunt je eigen kracht zoeken, met vlotte antwoorden komen, je zwakheid verbloemen met kracht.

Kwaad met kwaad vergelden en verbitterd de hoop opgeven, als je geduld op de proef gesteld wordt.

Maar je kunt ook je hart openen: en met heel je leven naar Jezus, de vredekoning gaan.

Heer, ik verwacht het van u! Zie mijn vragen, mijn leegte, mijn onmacht.

Wilt u als echt vredevorst, met uw lichaam en bloed mijn leven vullen.

Wilt u geven dat door uw Geest liefde, blijdschap, geloof, geduld en omzien groeien.

De zwakken liefdevol omarmd worden, de treurenden getroost worden.

Heer, U ging de stad binnen als een vredevorst die kwam om te dienen.

Wilt U nu ook aan mijn schuld voorbij gaan, en mijn onrustige hart vullen met uw vrede.


Matteus 9:9-13 – Ben je bereid?

april 3, 2022

Preek gehouden Heemse, 3 april 2022

Tekst: Zondag 30 / Matteüs 9:9-13

Geliefde gemeente,

[#1] Nog voor de zomervakantie hopen heen heel aantal jongeren belijdenis te doen.

In wijk Noord, Oost en Zuid hebben zich verschillende aangemeld.

Ze laten daarmee zien dat ze Jezus willen volgen en het avondmaal willen vieren.

Op 19 april zullen we een gesprek hebben over de inhoud in de kerk.

Met een heel aantal jongeren is al een motivatiegesprek gevoerd.

Waarom wil je belijdenis doen? Doe je het uit gewoonte, omdat het verwacht wordt? Of:

Is het echt je eigen keus. Heb je Jezus lief, wil je graag door het Avondmaal verbonden zijn met Hem.

Misschien zit je zelf wel midden in het proces: kan, wil, mag ik belijdenis doen?

Of misschien is het al jaren geleden: ik deed zelf alleen belijdenis en zat tussen de ouderlingen.

(De rest van de groep deed in wijk west belijdenis). Maar misschien deed je wel in Heemse belijdenis:

Ik begreep van sommigen dat het soms hele grote groepen waren!

Hoe ging dat? In de gereformeerde kerk wordt er bewust een keus gevraagd:

Daarbij gaat het om je verstand en je gevoel, geloof je echt met je hart en ervaar je het ook?

Het kan niet zo zijn dat je avondmaal gaat vieren, terwijl je hart er niet vol van is.

Toch vertelde iemand, die nu evangelisch is het wel zo tegen mij:

Het was alsof je aan een lijstje voorwaarden moest voldoen en dan deed je belijdenis.

Ik werd er door getriggerd, was dat zo, herken je dat, hoe kan iemand dat zo hebben ervaren?

[#2] Vanmiddag hebben we gelezen voor wie het avondmaal is ingesteld.

Wie mag er eten met Jezus? Wie kunnen we welkom heten aan tafel?

En wie niet? Voor wie moet er een tafelwacht worden ingesteld, dat die niet welkom is?

Dat zijn vragen waar je heel verschillend over kan denken: iedereen is toch welkom?

Dat maakt toch helemaal niets uit? Of juist: alleen als je zelf Gods stem gehoord hebt,

Als je zelf een heel bijzondere ervaring hebt gehad bent je welkom.

Je kunt er alles van vinden en denken. Vanmiddag willen we vooral van Jezus zelf leren.

Wat betekent het dat Hij zegt: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel’.

Van wie kun je zeggen: dit zijn de zieke mensen die Jezus als geneesheer nodig hebben?

De zieke die hier het meest duidelijk getekend wordt is Matteüs, die eerst Levi heette.

Hij werkte in dienst van de Romeinen. Hij moest tol heffen, in hun opdracht.

Dat gebeurde bij bruggen, als je langs wegen wilde gaan, Het was een soort belasting.

In die tijd verdienden ze vooral aan handelaren die van Syrië naar Egypte gingen

En dan door Galilea moesten gaan. Maar ze gingen ook bij de burgers langs.

Dan mochten ze een stukje provisie vragen, waar ze dan zelf van konden leven.

Maar ze maakten zich niet geliefd omdat ze veel te veel vroegen.

In de ogen van de Farizeeën (dat betekent zij die zich afscheiden) waren ze fout en zondig.

Natuurlijk probeerden de Farizeeën hen wel eens te bekeren, ze wezen hen op hun fouten.

Maar ze deugden niet: Tollenaars zijn fout. Ze zijn slecht. Ze zijn zondig. Het waren de:

Drugshandelaars, de pooiers, de Will Smiths, de Russische soldaten, de sjeiks van Qatar uit die tijd.

Het leven werd er bedrieglijk eenvoudig door: je hebt goeden en slechten.

En zo keek tollenaar Matteüs ook naar zichzelf: als er iemand van de Joden langsliep.

Dan voelde hij het: ik deug niet, ik ben afgewezen, ik hoor er niet bij, ze scheiden zich van mij af.

Ze hebben mij al in de hel de geplaatst, samen met andere zondaren.

De manier waarop ik mijn brood verdien, zorg voor mijn vrouw en kinderen, hoort er niet bij.

Deugt niet in hun ogen. En zo kwam er een scheiding tussen mensen.

Maar is dat goed? Wat kun je soms ook vandaag snel je oordeel over een ander klaar hebben.

Alle Oekraïners goed en Russen fout? Kerkmensen goed, anderen fout? Wie kent echt het hart?

[#3] En dan zie je dat Jezus naar Matteüs toekomt en zegt ‘Volg mij!’.

Dat zijn woorden die klinken met gezag. Uit de mond van Jezus. Van Gods Zoon.

Met zoveel liefde en overtuigingskracht, dat Matteüs gelijk opstaat en meegaat.

Waarom: heeft Jezus een bepaalde visie, een bepaalt ideaal?

Heeft de Here Jezus helemaal uitgetekend wat hij kan krijgen en wat het doel is?

Weet je precies wat je krijgt als je ja zegt tegen Jezus, avondmaal wil vieren, belijdenis doet?

Nee, en zo is dat ook hier. Het enige wat duidelijk is, is dat hij zijn bestaande leven achter laat

En dat Hij Jezus als persoon mag gaan volgen!

Deze Jezus spreekt hem met zoveel liefde, zoveel bewogenheid en kracht aan,

dat hij wat hij heeft uit handen laat vallen en achter Hem aan gaat.

Hij weet niet de weg die ze af willen leggen, maar hij ziet Jezus: hij gaat met een persoon op weg.

Met iemand die hem nu geroepen heeft, die hem niet veroordeeld, maar met hem wil eten,

Jezus wil bij hem zijn. En dan wordt er ook een maaltijd aangericht.

Jezus is bij Matteüs in huis en in dat huis gaat Jezus nu met de vissers eten.

Deze Matteüs, die als ambtenaar, goed was in schrijven gaat bij de groep van Jezus horen.

Hij zal later voor alle Joden een verslag schrijven van Jezus leven.

Maar eerst neemt hij afscheid. Het was zijn laatste werkdag als tollenaar.

En zijn collega’s en hun vrienden komen langs. Je wijst hen niet de deur.

Het wordt een groot feest, met veel zondaren, waar de Farizeeën zich ver vandaan hielden.

Ze zijn dan ook kritisch en ze zeggen tegen de leerlingen: waarom eet Jezus met deze zondaars.

In hun ogen klopt het niet, terwijl het voor Jezus juist is wat Hij wil doen.

Een maaltijd aanrichten: mensen niet afwijzen om hun zonden, maar tot zich roepen.

Zoals we vorige week zagen hoe hij in Kana het bruiloftsfeest vierde.

Kun je avondmaal vieren? Kun je belijdenis doen?

Uit jezelf voel je je misschien niet goed genoeg, maar Jezus vraagt om naar Hem te kijken.

Om naar Hem als persoon te kijken: geloof ik dat Hij mij ziet, kent, roept.

Dat Hij mijn naam al vanaf het begin van mij leven kent, en wacht tot ik kom?

Geloof ik dat het niet gaat om een systeem, een weg, maar om een persoon:

Om de zoon van God die al zijn liefde voor mij over had, om mij te redden.

Om mij, zo ‘ziek’ als ik ben, dat wil zeggen ‘met mijn fouten en eigenaardigheden’,

Achter zich aan te krijgen en zo eeuwig leven te vinden? Het feest met Hem te vieren?

[#4] Maar wie wijst Jezus dan af? Hier bij dit verhaal van Matteüs wordt dat ook duidelijk.

Want als de Farizeeën bij de leerlingen komen en zeggen: hoe kan dit? Jezus met zoveel zondaars?

Nu valt Jezus toch wel door de mand! Nu is toch wel duidelijk dat Hij niet deugt!

Dan stapt Jezus zelf op de Farizeeën af en zegt twee dingen:

Als eerste: gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.

Ik heb dat nooit zo goed begrepen. Want dan zijn de tollenaars dus ziek, die maakt Jezus dus beter.

Maar de Farizeeën zijn dan gezond. Dan is er toch niets mis met hen, dan maakt het toch niet uit?

Dan kunnen ze toch gewoon doorgaan met hun eigen goede manier van leven.

Als jij zegt: ik doe het wel goed, ik heb niet zoveel fouten, ik heb mijn leven op orde.

Heb je dan het avondmaal niet nodig, heb je dan Jezus niet nodig?

Het punt is dat je het dan juist van jezelf gaat verwachten. Dat je zegt: kijk eens wat ik doe!

Ik ben uit mezelf wel goed genoeg en je vind je kracht in jezelf.

Maar wie dat doet, wie zichzelf goed verklaart, verwacht het van zichzelf en zijn werken.

En uiteindelijk zal niemand op eigen kracht in het rijk van God kunnen komen.

Dan ben je een hoogmoedig, zelfingenomen iemand die het van zichzelf verwacht.

En daarom is er de eerste vraag in de zelfbeproeving: zie je dat we uit onszelf dit niet kunnen.

En staat het zo mooi in het formulier: we komen als doden, tot wie levend maakt.

Als armen, tot de gulle gever.

Als schuldigen bij de rechter die vrijspraak schenkt

Als doden bij hem die levend maakt.

Als zieken bij de dokter die genezing schenkt.

En zo spoort Jezus je aan om het niet van jezelf te verwachten, maar van Hem.

Om zijn stem te horen en Hem te volgen.

Want Hij zegt Hij: ik wil geen offers, ik wil barmhartigheid: dat je goed voor elkaar bent.

Het gaat niet alleen om dat jullie vroom zijn en bidden en offers brengen.

Ik wil ook dat jullie goed voor elkaar zijn: de handen uit de mouwen steken.

Zien wie er hulp nodig heeft, wie er in nood is, wie het moeilijk heeft.

Kerk zijn, christen zijn, in woorden en daden.

Niet met een boog om anderen heen lopen, maar juist helpen en liefde tonen!

Wie ja zegt tegen Jezus, gaat niet de wereld uit, maar gaat juist de wereld in om te helpen.

Opent zijn hart, opent zijn huis, geeft zijn tijd en liefde om er te zijn voor een ander.

[#5] volgende week vieren we het avondmaal.

Ik kan me voorstellen dat je na zo’n preek naar jezelf gaat kijken.

Als Matteüs was blijven zitten in zijn tolhuis, had hij niet gegeten met Jezus.

De Farizeeën die dachten dat ze wel goed waren, zaten niet bij hem aan tafel, maar kruisigden Hem!

Wat doe ik, als Jezus nu tegen mij zegt: Kom, vier het feest met mij! Kom, volg mij?

Ben ik wel zo’n christen, maak ik zelf zoveel ruimte voor God,

Heb ik daar wel de energie voor, toon ik wel liefde voor de mensen om me heen.

Ik denk dat het goed is om deze week over na te denken.

Om na te denken of je wil luisteren naar Jezus’ stem,

Matteüs moest alles achterlaten: zijn ambt, zijn functie. zijn werk.

Zijn geld, zijn bezit, zijn eer en zijn vrienden.

jezus vroeg nogal wat toen Hij zei: kom en volg mij.

Matteüs moest een heel nieuw leven beginnen

Dat maakt het wat ongemakkelijk, dat je niet in je stoel kan blijven zitten, zelfs niet in de kerkbank, dat je niet een beetje kan denken van nou waar zal ik eens een gift naar overmaken of waar zal ik eens een uurtje mijn tijd aan besteden.

Dit vraagt een radicaal andere manier van leven. Wil ik Jezus volgen?

Wil ik Hem de eerste laten zijn en elke dag en elke morgen opnieuw weer zijn stem horen?

Dat vraagt dat je jezelf loslaat het niet van jezelf verwacht,

maar dat je de leiding uit handen geeft en met lege handen bij jezus komt en zegt:

Jezus met U wil ik gaan, U wil ik volgen.  

Ik ben bereid om uw weg te gaan, het kruis op me te nemen.

Zo is de vraag die op je afkomt deze middag: ben je bereid? Ben je bereid om met jezus deze weg te gaan? Een onzekere weg, de weg die niet vastligt: maar wel een weg met jezus.

Een weg waarbij je door zijn liefde gered bent en die liefde door mag geven.


Jesaja 5, Johannes 2 – Het bruiloftsfeest. Leer de kramp los te laten en te leven vanuit de liefde!

maart 27, 2022

Preek Heemse 27 maart 2022 Jesaja 5

Geliefde gemeente,

[#1] Hij had voor zijn gevoel alles eraan gedaan om de relatie te redden.

Een paar jaar geleden waren ze getrouwd. Een geweldig huwelijksfeest gehad.

Veel gasten, vrienden, eten, drinken, feest. En wat zag ze er prachtig uit.

Een feest met de vrolijkheid en wijn van de bruiloft van Kana.

Iedereen gaf hen complimenten en was gelukkig met hen. Wat een bruiloft.

Maar na de eerste jaren was de sleur erin gekomen. Regelmatig hadden ze gezegd:

Het moet anders, we moeten meer tijd voor elkaar maken, naar elkaar toegroeien.

Ze hadden met vrienden erover gepraat en therapie gevolgd.

Hij wilde zo graag door. Maar op een dag reed ze weg met de auto.

Hij bleef achter, hij bleef alleen, hij stond bij de scherven … hij wist het niet meer.

Als we de bijbel lezen wordt de relatie tussen God en jou ook vaak als een huwelijk gezien.

God is dan de bruidegom, de gemeente: u, jij en ik we zijn z’n bruid.

Het kan een warme, veilige relatie zijn, waar je door de Geest in groeit en kracht voor krijgt.

Maar ook de relatie tussen God en ons kan kapot gaan.

Vandaag dopen we twee kinderen. God toont zijn liefde, als ouder voedt je gelovig op.

Je vertelt over Jezus, praat door over het geloof, maar toch kan iemand God afwijzen.

Ook iemand die jarenlang enthousiast over het geloof is, kan afknappen op het geloof.

Dat kan door een heftige gebeurtenis in je leven: zoals bijvoorbeeld een scheiding of ziekte.

Teleurgesteld ben in de kerk als instituut of in mensen.

Het kan langzaam erin sluipen, het kan doordat je te lang God vergeet.

Dat je niet meer gevoed wordt, geen tijd voor God maakt, en het geloof een klein vlammetje wordt.

Dan moet je oppassen dat door je vragen, je zorgen, je andere bezigheden, die vlam niet dooft.

Zodat het duister wordt en het licht van het geloof, het eeuwige leven je ontglipt

en de scheiding tussen jou en God zich voltrekt.

[#2] Het is niet zo’n fijn begin van de preek. Niet zo mooi in zo’n feestelijke doopdienst.

Als we Jesaja 5 lezen verwachten we ook heel iets anders.

Het is een bruiloftslied, een liefdeslied. Jesaja zegt: voor mijn geliefde wil ik zingen.

Een lied over een wijngaard, echt een mooie romantische omgeving.

Hooglied, het liefdeslied in de bijbel, beschrijft de wijngaard als de plek van de liefde.

Een jongen en een meisje beschrijven hun liefde voor elkaar.

Zij zegt: wat ben je mooi mijn lief, laten we de wijngaard ingaan, daar zal ik je beminnen.

Hij gebruikt beelden om zijn lief te beschrijven: laten je borsten als druiventrossen zijn.

Als hier dan wordt gezegd: Ik ga voor mijn geliefde zingen, het lied van de wijngaard,

dan verwacht je een lied voor bij de bruiloft.

Hij heeft veel liefde gegeven: Hij heeft alles gedaan om te zorgen voor een goede wijngaard.

Het is een wijngaard op een vruchtbare helling.

Net als je misschien in deze lente een tuin of akker gaat klaarmaken:

Zo staat hier dat de eigenaar de grond bewerkt, de stenen eruit haalt,

Hij zoekt de beste druivensoort, een wachttoren tegen vijanden en wilde dieren.

Een perskuip om straks de druiven te persen, dat het de heerlijkste wijn wordt.

Als er zoete, rijpe, nieuwe druiven aangroeien.

Het zou het lied van een bruidegom kunnen zijn die zijn zorg en liefde voor de bruid beschrijft …

Maar dan krijg je een wrange smaak. Want wat groeit er in dat huwelijk: bittere, zure druiven …

En God vraagt Juda en Israël, om recht te spreken:

Ik heb echt alles gedaan voor die wijngaard! Wat had ik meer kunnen doen?

Ik heb geduld gehad, veel geïnvesteerd, er zoveel van verwacht … en nu dit!?

Wat had ik nog anders kunnen doen? Wat heb ik te weinig gedaan? En toch krijg ik geen liefde terug.

Op zo’n manier kan God teleurgesteld zijn!

Zo raakte hij teleurgesteld in de mensen van zijn volk: hij had de wijnstok uit Egypte gered.

Zijn volk verlost van slavernij en in het beloofde land geplant.

Hij had gehoopt op recht, vrede, liefde voor elkaar.

Maar in plaats van rechtsbetrachting vond hij rechtsverkrachting.

Ja, je hoort het goed, het liefdeslied eindigt met verkrachting …

Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht. Zo was de situatie nu, zo had Jesaja dat net beschreven.

Daarom straft God volk: de wijngaard zal aan zijn lot worden overgelaten.

De dieren komen er, onkruid groeit hoog op, er zal geen regen meer vallen. Het verbond is kapot.

En vandaag: God gaf zijn liefde en genade. Hij heeft alles voor ons over gehad.

Dat zie je in de zorg voor zijn kerk: we ontvangen het goede nieuws.

Vergeving van de zonden, God zond zendelingen zodat we hier Nederland God kennen.

We mogen in vrijheid ons geloof belijden … en toch welke liefde krijgt God terug in Nederland?

Hoe dankbaar zijn we voor zijn liefde en zorg? Tonen we liefde voor de ander?

Soms lijkt het meer de tijd van Jesaja, dan de tijd na Jezus en de tijd van de Heilige Geest.

[#3] Zo blijven de mensen die naar die lied zitten, met een naar gevoel zitten.

God is boos, teleurgesteld op zijn volk. En toch … Jesaja mocht al profeteren over wat er zal komen.

En hoe bijzonder is het dan dat de kinderen van Juda en Israël na lang wachten,

Jezus zien op een bruiloftsfeest. Het eerste dat Jezus doet is een wonder op de bruiloft van Kana.

Nu Jezus gekomen is, maakt God een nieuw begin, maakt hij het goed met zijn volk.

Eerst was de tijd nog niet gekomen, eerst was er de mindere wijn,

Maar als Jezus zijn leerlingen heeft verzameld, en Natanaël uit Kana gevonden heeft.

Neemt Hij zijn vrienden eerst mee naar een huwelijksfeest.

Daar wordt de liefde gevierd, en dat ook nog met wijn waar niet te weinig van moet zijn.

God zelf laat zien: ik zoek de kinderen van Israël weer op. Waar alles kapot lijkt.

Waar het jullie zelf niet lukte om mijn liefde te beantwoorden, geef Ik mijn eigen zoon.

Hij zal komen om jullie de volmaakte liefde te leren en te laten zien wat goed is.

Wat is er een verbazing bij de ceremoniemeester, een verbazing bij de bruidegom.

Zo laat Jezus zijn grootheid zien, zodat zijn leerlingen in hem gaan geloven.

En dan weten we het: niet iedereen van het volk neemt hem aan.

Vorige week zegen we In het verhaal van de pachters laat God dat zien: Hij wordt verworpen.

Jezus viert zelf het bevrijdingsfeest. Het loopt er op uit dat Hij zegt: ik geef mijn lichaam en bloed.

Als jullie wijn drinken en brood eten is dat een herinnering aan mijn liefde voor jullie.

[#4] Wat betekent dat nu voor ons: bijvoorbeeld dat we toch vergeten wat Jezus heeft gedaan?

Of als je met veel liefde en toewijding die boodschap probeert over te brengen.

Als je dan als ouderling of diaken stuit op lauwheid en onverschilligheid tegenover de kerk.

Als je als ouder amper je kinderen meekrijgt naar de kerk.

Als je bij het spreken over het geloof, zo weinig mensen warm kan maken voor Jezus.

Ik denk dat het dan heel belangrijk is om steeds weer naar Jezus te kijken!

Niet zoals die wijngaardenier: kijk eens wat ik allemaal geïnvesteerd heb, er moet toch iets komen!

Dan komt er kramp.

Maar waar ons antwoord nooit genoeg zal zijn, wij uit onszelf geen vrucht kunnen geven.

Daar ging Jezus voor ons in de plaats staan. Hij zegt: er komt een nieuw verbond.

Deze wijn, is de beker van het nieuwe verbond: dat ik mijn bloed geef.

Om jullie zonden te vergeven en jullie te doen delen in mijn genade.

Wij denken snel dat we zelf wat moeten investeren en presteren:

In de opvoeding, in het geloof, in de kerk, bij de evangelisatie, in een huwelijk.

Maar Jezus wil ons leren: ik maak het feest, een feest van genade, ik doe wonderen.

Ik kan water in wijn veranderen. Het enige is dat je eerst je eigen prestaties,

Je hoogmoed, je kracht, je inspanningen, je kramp los leert laten.

Dat je je handen leeg maakt, en dan de beker van de dankzegging, de feestbeker ontvangt.

De beker vol met mijn liefde, een volmaakte liefde die heel je hart wil vervullen.

Als je zo eerst met mij verbonden raakt, dan kunnen er vruchten groeien.

Dan ben ik de wijnstok, zijn jullie de ranken en mag je veel vrucht dragen!

Zullen we dat dan nu eerst gaan oefenen …

Maria wil ook zelf bepalen, maar moet ook wachten tot het de tijd is van Jezus.

Loslaten wat we juist zo stevig proberen zelf te doen en zo krachtig vastgrijpen.

De onzekere toekomst waar je grip op wil hebben nu je ziek bent …

De keuzes van je kind dat je hier te doop hebt gehouden …

Je huwelijk, je scheiding, je verlangen naar een partner, je alleengaand zijn, je anders je geaard zijn.

De zorgen die je hebt om al die ellende in de wereld …

De kracht waarmee je de pijn tegen wil gaan van de trauma’s die je opgelopen hebt …

Ik hoop dat het je lukt om het in gebed bij God te brengen in zijn handen te leggen.

Om dan door de Geest van God nieuw geloof en nieuw vertrouwen te vinden.

               Het is niet gemakkelijk om die weg te gaan.

Jezus zelf worstelde ermee in de olijfgaard. Moest hij die beker echt leeg drinken?

Maar Hij wilde de weg gaan, hij liet de wil van God gebeuren. Hij gaf alles, zijn hele leven.

En voordat Hij dat deed zei Hij voor wie Hij dat deed:

Ik geef mijn lichaam, ik geef mijn bloed voor jullie, nu ga ik weg, maar met een doel.

Eens zal ik de wijn nieuw met jullie drinken, in het rijk van mijn vader.

Dan zal er een bruiloftsfeest worden aangericht en zal het volmaakt vrede zijn!

Wat een bruiloftsfeest zal dat zijn! Laat jij ook steeds weer mijn Geest en liefde stromen? Amen


Zondag 24 – Goed gedaan!

maart 13, 2022

Preek zondag 24, Heemse 13-3-2022

Gemeente van Onze Heer Jezus Christus,

[#1] Als Aaron goed gedronken heeft, krijgt hij waarschijnlijk te horen: grote vent, goed gedaan!

Met Thomas hebben jullie al wat meer ervaring: als hij een mooie tekening heeft gemaakt,

zijn bord heeft leeg gegeten of goed geluisterd heeft met aankleden, zal hij een compliment krijgen.

Zo zit heel ons leven in elkaar: je doet iets, en dan krijg je een beloning.

Je hebt goed geleerd of een werkstuk gemaakt, en dan krijg je een mooi cijfer.

Je hebt de keuken of de schuur helemaal opgeruimd, mooi als iemand dan zegt: goed gedaan!

Wanneer je op je werk je doelen haalt, goed werk geleverd heb dan krijg je promotie en meer loon.

Heel onze samenleving is ervan doortrokken, we hebben echt een prestatiecultuur.

Stel nou dat je geen beloning zou krijgen. Zou je dan iets veranderen? Zou je dan je best doen?

Nee? Doe je het alleen voor een ander? Sommige dingen wel denk ik.

Maar ik denk dat er ook heel vaak andere redenen zijn waarom je iets doet:

Omdat je zelf gemotiveerd bent om wat te leren, uit liefde, voor de ander.


[#2] De manier waarop wij met God omgaan, lijkt soms op de manier waarop we met elkaar omgaan.

Vanmiddag is er in de Psalm iemand aan het woord, de van God iets verwacht.

Je weet niet precies wat er aan de hand is: misschien is hij ziek, en vreest hij voor zijn leven.

Misschien is er oorlog en is hij bang dat hem wat overkomt, misschien wordt hij belaagd.

Er staat niet wat het is, maar in ieder geval is hij bang om zijn leven te verliezen.

Vers 9 zegt duidelijk: Neem mij niet weg, laat me niet omkomen, doe me niet vergaan.

Hij wil niet sterven, hij wil niet zo gestraft worden. Neem mij niet weg met de zondaars.

Heer, ik begrijp dat U mensen die bloed vergieten, mensen die doden, zoals Poetin, straft.

Mensen die oneerlijk zijn, smeergeld aannemen, die bloed aan hun handen hebben.

Kijk dat zijn mensen die in vers 4 en 5 genoemd zijn: bedriegers, die gewoon keihard liegen.

Huichelaars, mensen die zich vroom voor doen, maar de boel bedriegen.

Slechte mensen, die zich niet houden aan uw wetten van liefde.

Denken wij soms ook niet zo: als iemand echt heel slecht doet. Dan mag hij toch straf hebben?

Gerard ter Horst schreef een boeiende column gisteren in het ND, of je jezelf mag zijn,

Of iedereen altijd welkom is, en als je eerlijk in spiegel kijkt: val je jezelf elke morgen ook tegen.

Nu hebben we in de vorige zondag van de HC gezien dat we zelf niets verdienen:

Ik was een zondaar, ik was een wrak, ik was blind, ik was dood, ik verdiende niets.

Maar laten we eerlijk zijn: ik ken niet veel mensen die zo naar zichzelf kijken.

Of je moet een heel zwaar gereformeerde zijn en de hele dag in het zwart gaan,

Of je moet last hebben van een depressie dat je bijna geen lichtpuntje meer ziet.

Het zit niet in ons systeem om te denken dat we niets goed doen, bij niet veel mensen

[#3] En zo zou je ook kunnen zeggen dat het bij deze psalmist gaat. Hij vindt zichzelf niet zo slecht.

Hij vraagt:

God neem me niet weg, doe met niet omkomen, laat die bommen niet om mijn hoofd vallen.

Want dat verdien ik toch niet! Ik ben immers U weg gegaan, ik heb op U vertrouwd.

Ik ga de weg van de waarheid, en ik ga niet om met de bedriegers.

Ik zit niet in hun kring en loop niet op hun wegen. Ik ga mijn weg zonder dwalen.

En waar zij vieze handen hebben gemaakt, was ik mijn handen in onschuld.

‘altijd met hart en ziel de Heer gediend.’ ‘Zoveel voor anderen betekent’ ‘Gewoon burger Oekraine’

Daarbij doelt David niet alleen op uiterlijkheden.

Maar deze dichter kijkt naar zijn hart: Heer, kijk maar in mijn binnenste.

Keer mij maar binnenste buiten, doorgrond mijn hart en nieren.

Echt ik doe het goede, ik heb het beste gedaan, gedacht, gewild.

Nee, hij bedoelt niet dat hij zonder zonde is, dat Hij nooit iets verkeerd heeft gedaan.

Hij beseft wel dat er altijd iets mis gaat, maar zijn intentie, zijn richting is goed.

Zo beoordeelt hij zichzelf, en vaak hebben wij ook dat idee:

ik doe toch mijn best, ik ben toch goed bezig. Maar David legt het ook aan God voor:

Kijkt u zelf maar, ik bewandel de weg van uw waarheid. Heb ik dan niet recht op redding?!

[#4] Allemaal lastige vragen, ook vragen die Aaron niet begrijpt, waar hij niet mee bezig is.

Maar denk nu nog eens terug aan wat je net gezien hebt. Aaron werd gedoopt.

Waarom werd hij gedoopt, waarom zei God: je bent mijn kind, ik zorg voor je.

Waarom mag Aaron bij de gemeente horen? Nee, hij heeft niets in te brengen.

Maar dat is de grote genade die God ons wil leren, die Luther zo benadrukte in de reformatie:

Genade zo oneindig groot, dat ik die het niet verdien: genade vind!

We zeggen niet in de kerk: pas als je zelf gekozen hebt, krijg jij het teken van genade.

Nee, God staat gelijk aan het begin. Als kind van gelovige ouders hoor je bij het verbond.

Het botst met alles in onze prestatiecultuur, onze cultuur en denken van ‘voor wat hoort wat’,

Maar dat is de genade die we kennen uit de Bijbel, die Christus ons leert.

Eigenlijk is vat het voorbeeld van de wijnstok ontzettend goed samen wat Jezus is komen doen.

Jezus die zelf de wijnstok die in ons als de ranken, de takken wil stromen.

Iedereen wil graag vruchten zien, beloning en groei. Een levende gemeente, meer liefde.

Door verbonden te zijn met Jezus gaat de liefde stromen, maar eerst zegt Jezus,

Dat staat helemaal vooraan: Jullie zijn al rein, jullie zijn schoon, het water heeft gevloeid.

Zeg maar: ‘Er is gedoopt’, je hoort er al helemaal bij. En als je dan rein bent,

Dan kan het water gaan vloeien, stromen, groeien er vruchten en komt er liefde.

Jezus heeft ons door genade ons Hem verbonden: hij wil je laten groeien in een leven met Hem.  

[#5] Iemand zei: eigenlijk is dit de meest Farizese psalm die in de bijbel staat.

Hier komt niet een zondaar naar de tempel die zegt: Heer, ik ben het niet waard.

Hier gaat iemand rechtop staan en zegt: Heer zie u knecht, ik leef in onschuld. Ik heb het verdiend!

Moeten we deze psalm dan maar uit de bijbel scheuren, skippen, in ieder geval niet zingen??

Als we dat zouden doen, doen we de psalm tekort, doen we David tekort, Gods Geest tekort.

Want waar gaat de dichter naartoe? Hij maakt een rondgang om het altaar.

De plek waar de offers gebracht worden voor zijn fouten en zonden.

Hij was zijn handen schoon: een rituele wassing, niet bedoeld om te laten zien dat hij volmaakt was,

maar net als bij ons de doop een teken dat God de zonden af wil wassen.

Hij wil God prijzen en zijn wonderen vertellen: God is het die grote dingen doet.

Hij vraagt of God hem recht wil doen, maar tegelijk vraagt hij ook om genade.

Vers 11: Verlos mij en wees mij genade. Het is vanuit Gods liefde dat hij gered kan worden.

Ik hoop dat je zelf ook op zo’n manier met God om gaat: Heer, ik vraag uw genade.

Ik geloof dat ik het zelf niet verdien, maar wilt u mij, om het offer van Christus mijn zonden vergeven.

Ontferm u, wees mij genadig.

[#6] Mag je zeggen: Heer, wees mij genadig, ik heb altijd naar uw wil willen leven?

Dat denk ik wel, want ook ontvang je de redding van God puur uit genade,

En daar hoef je niets aan toe te voegen, nog geen zucht kun je eraan bijdragen.

Toch bestaat er geen leven van een christen zonder goede daden.

Een rank die onvruchtbaar is, die geen druiven voortbrengt: die blijft geen rank.

Die wordt afgeknipt, en weggegooid, dat is ene dorre tak.

Iemand die talenten gekregen heeft, maar erop gaat liggen slapen wordt door Jezus weggestuurd.

Wie eenmaal gedoopt is, met Jezus verbonden is, die kan niet anders dan vruchten dragen.

Het is het vaste voornemen van David om te gaan op de weg van de Heer.

Om hem lief te hebben en te gaan naar de plek waar het volk bijeen is.

Want wat hebben we het nodig om liefde te ontvangen, maar ook liefde te geven aan anderen.

Vorige keer mocht je de kerk uitgaan, diep onder de indruk van Gods genade.

Maar vandaag wil ik vragen: hoe is het met je leven, na de genadeklap?

Ben je er echt door geraakt, echt in je hart, heb je echt die overweldigende liefde gevoeld.

Dat voor jou Gods reddende liefde er is?

Op het moment dat je als twijg met je Jezus verbonden bent en je draagt geen vrucht …

Op het moment dat je gedoopt bent, en maar je laat geen liefde voor God en de naaste zien .. 

Op het moment dat je op de bruiloft komt, maar geen feestkleed aantrekt …

Dan kun je nog zo geraakt zijn, maar als God dan je hart en ziel ziet, is het nog niet binnengekomen.

Bid dan dat de Geest in je mag werken, en je vol van de Geest een nieuw leven mag leiden:

Laat mij werkelijk in u groeien, bloeien, omdat ik echt vruchtbaar mag zijn!

[#7] Dat jij groeit door Christus, dat je rein bent is geen reden voor God om genadig te zijn.

Maar je kunt niet met Christus verbonden zijn en niet groeien.

En God zegt: dat zie Ik ook. Wanneer die wijnstok uitloopt en er vruchten komen.

Wanneer Jezus gered heeft, zijn Geest gegeven heeft, gewerkt heeft.

dan groeit er een gemeente van mensen die liefde tonen naar Gods geboden.

Soms doet het pijn om gesnoeid te worden, de weg van Jezus te gaan, niet je eigen wil te volgen.

Maar als dan die weg gaat, dan mag je God daarom prijzen.

Wanneer er liefde groeit, en je de naaste in nood ziet en om elkaar willen geven.

God zegt: ik zal ieder vergelden naar zijn werken. God zal je ervoor prijzen.

Ieder krijgt deel aan de heerlijkheid naar de mate waarin je Gods genade hebt laten stromen.

Openbaring zegt: zalig als je in Christus sterft, want je werken volgen je na.

Wanneer we God prijzen en loven, zoals in de laatste zin: mogen we ook weten dat God zegt: Goed gedaan! Wat een geweldig dat er vruchten groeien in jouw leven. Zullen we bidden dat het er veel mogen zijn en dat de Geest door in je mag stromen? Amen


Jesaja 25 – Gastvrij! Welkom bij God

maart 6, 2022

Preek Heemse, 6 maart ’22 (Gastvrij)

Geliefde gemeente,

[#1] De vrachtwagen had een Oekraïens nummerbord.

Hij stond dwars over een paar parkeerplaatsen geparkeerd.

Twee politieagenten kwamen eraan, klaar om een boete te geven.

De chauffeur lag te slapen achter zijn stuur. Ze maakten hem wakker.

Hij was slecht aanspreekbaar. Even later werd duidelijk waarom hij daar stond.

Hij maakte zich veel zorgen over zijn vrouw en kinderen in het oorlogsgebied in Oekraïne.

Hij had hier een kerkje gezien en was naar binnen gegaan om te gaan bidden.

Gevraagd of God vrede wilde geven en hen wilde beschermen.

Toen kwam er geen bon, maar de agenten gingen deze man helpen.

Wat is het overweldigend mooi om te zien wat een gastvrijheid er is.

Veel landen openen gastvrij hun grenzen voor de Oekraïners, omdat ze de nood zien.

Met hun paspoort mogen ze al de trein in en er komt opvang.

Mensen bieden spontaan hun Bed en Breakfast aan om hen gastvrij op te vangen.

Vanmorgen gaat het over gastvrij. Hoe kunnen wij gastvrij zijn als gemeente?

Hoe ervaren mensen het als hier doordeweeks of zondags in de het kerkgebouw komen?

Hoe gaan wij om met mensen die ‘anders zijn’, die niet ‘van ons’ zijn, die je niet zo goed kent?

Met vakantiegangers, asielzoekers, buitenlandse gasten, mensen uit andere kerken.

Helaas moesten we met Corona op de deur zetten: je bent niet welkom!

hoe welkom voelt iemand zich?

Als je aan komt rijden: weet je dan waar je kunt parkeren, waar de ingang is.

Staat er misschien iemand die als het druk is al verkeersregelaar is, zoals bij de buitendienst?

En als je binnenkomt: zegt er dan iemand ‘welkom!’, weet je de weg? Wil je iets weten?

Blijf je nog koffiedrinken? En als je naast iemand komt te zitten: knik je even,

maak je even contact of een praatje voor of na dienst. Hoe gastvrij ben jij?

[#2] In Jesaja 25 gaat het over iemand die zich heel welkom en geborgen voelt bij God.

HEER, U bent mijn God. Wonderbaarlijk zijn Uw daden. U hebt U plannen uitgevoerd. (vs. 1)

Waarom is Hij zo dankbaar? Omdat Hij helemaal in de nood was en in het gevaar.

Het was niet Poetin die zijn jongens de strijd instuurde en onschuldige burgers aanviel.

Het was een ander gewelddadig volk, een wreed volk. En God heeft die agressor uitgeschakeld.

Die sterke vesting tot een ruïne gemaakt, het bolwerk van de barbaren is geen stad meer (vs 2).

Het tegenovergestelde van gastvrij is iemand die je bedreigt en wegstuurt.

Zo kunnen mensen ook zijn: agressief, oorlogszuchtig, de machten van de aarde die niet wijs zijn.

Maar God wil juist een veilig thuis bieden. We begonnen deze dienst met Psalm 91:

Wie thuis is bij de hoogste Heer, die zegt bij U leg ik me neer .. ik zie die trucker voor mij bij de kapel.

Hij zocht zijn rust bij de machtige God. En in de tijden van Jesaja waar de volken elkaar belagen:

Dan kan Jesaja God zo omschrijven: U bent een schuilplaats voor de zwakken.

[paradijs: niet meer thuis] [gepest worden/ angst / opmerkingen buren, familie]

Een toevlucht voor de armen in hun nood.

Heer, de hitte is soms niet te verdragen. Het brandt alles weg.

Zeker in Israël waar de zon recht boven je stond. Als je midden op de dag op het veld moest oogsten.

Heer, soms gaat de storm te keer. Rukt alles omver wat het te pakken kan krijgen.

Soms is er een watervloed, die alles meesleurt en wie kan op tegen de kracht van het water.

Juist dan zoek je bescherming, een plek waar je veilig bent, een toevlucht.

Waarom is Jesaja zo blij?

Omdat wanneer die storm tekeer gaat, wanneer de tirannen hun triomfen halen. Hij zegt:

Heer, als het zo brandend heet is, bent u voor mij als de schaduw van een wolk die de hitte tempert.

En ergens anders: ik mag dan schuilen onder uw vleugels.

En die watervloed, die aan komt stormen: Heer, u bent als een muur die blijft staan,

Als de watervloed aan komt stromen, een muur tegen het woede van de volken.

U bent een schuilplaats tegen de stortbuien!

Jezus zegt: kom bij mij, als je vermoeid en belast bent.

Juist bij Hem, mag je veilig zijn. Mag je schuilen. Mag er een plek zijn waar je thuis mag zijn.

[#3] Waarom willen we hier in de kerk gastvrij zijn? Omdat God zelf dat ons leert.

Hij is een muur, een schaduw, een toevlucht. Wij mogen bij Hem schuilen.

En daarom spoort Paulus je ook aan om de gastvrijheid niet te vergeten.

Heb elkaar innig lief en laat je aansporen door de Heilige Geest.

Wees blij met wie blij is, en heb verdriet met wie verdrietig is.

Zo mag iedereen die hier komt weten dat hij erg welkom is en in liefde ontvangen wordt.

Omdat je zelf bij God mag schuilen en altijd bij Hem mag komen.

Tegelijk wil ik dan ook een stap dieper gaan. Want gastvrijheid is overal mooi.

In het restaurant waar je komt, bij de tandarts, in de winkel.

Wat kun je wat dat betreft soms veel leren van de klantgerichtheid van ondernemers.

Maar waarom is het juist in de kerk zo belangrijk? Waarom zijn we welkom bij God?

Jesaja werkt het uit aan de hand van de beeld van een bruiloft.

Een beeld dat Jezus later ook weer oppakt: Er komt een bruiloftsmaal.

Velen worden geroepen om te komen, om te eten en te drinken, feest te vieren.

Een beeld dat later in Openbaring terugkomt: straks zal het volmaakte feest er zijn.

Als Jezus de wijn met ons nieuw zal drinken in zijn koninkrijk.

De maaltijd die God aan zal richten voor alle volken op aarde is een vredemaal:

Alle volken worden uitgenodigd, de aarde wordt vol van vrede en recht.

Aansluitend bij het beeld van zwaarden die tot ploegscharen worden, het teken van de VN (Jes 2).

En dan staat er op tafel: de pure, rijpe wijnen. Die lang op hun droesem gerijpt zijn.

Krachtig van smaak. Een wijn die past bij een goed feest.

En er zullen de heerlijkste gerechten zijn, vol van vet en merg.

Vet klinkt voor ons misschien niet zo mooi, maar in een tijd van voedselschaarste was dat anders.

Calvijn wijst erop dat het hier gaat om de boodschap van Gods evangelie.

Elke zondag weer mogen we gevoed worden door zijn woord.

Wordt in de kerk eten en drinken voor de ziel gegeven, mag je kracht ontvangen.

Mag soms het avondmaal gevierd worden: feest van vergeving, van vernieuwing.

Mogen we leven door de kracht van Geest en onder de zegen. Dat voedsel hebben we nodig.

Om verder te kijken dan dit leven hier, waar je je soms niet welkom voelt of gepest bent.

Je bent welkom, je wordt erbij geroepen, en God belooft uiteindelijk neem ik alle rouw en dood weg.

Zal ik alle tranen van de ogen afwissen! Die waas die nu nog over het leven kan hangen neem ik weg!  

[#4] Het kan zijn dat je het moeilijk vindt om dit te geloven. Is het wel echt waar?

Dat je in mensen al zo vaak teleurgesteld bent, dat je moeite hebt om God te vertrouwen.

En dat je al vaak gehoord hebt van liefde, vergeving en vrede.

Maar ondertussen gaat het steeds weer mis: worden in 2022 zomaar jongens de strijd in gestuurd.

Worden onschuldige mensen slachtoffer van bommen: dat je je afvraagt waar de vrede is.

Zijn het niet alleen loze woorden, heeft God, heeft de kerk je werkelijk wat te bieden.

Mooi hoor God als een schaduw tegen de hitte en als een veilige muur, maar is het wel echt?

Maar mag ik je dan nog even weer mee terug nemen naar het eerst vers:

Daar dankt de dichter God en noemt hem bij zijn verbondsnaam: ‘Ik ben die ik ben’.

Hij dankt dat God steeds zijn plannen heeft uitgevoerd, sinds mensenheugenis,

God is ‘Ja’ en ‘Amen’, trouw en betrouwbaar. Door de storm heen, dwars door de wind:

Werkt hij aan zijn plan. Christus is gekomen. Jezus is de weg naar het kruis gegaan, heel de weg.

Dwars door alles heen, ook nu nog, werkt hij heen naar die dag dat hij weer zal komen.

De dood is verslagen. De kracht van de dood weggenomen. God is trouw.

Het blijft geloven, vertrouwen, maar ik bid dat de Geest je dat vertrouwen wil geven.

Het kan ook zijn dat je teleurgesteld bent, niet zozeer in God, maar in mensen.

Ik ben hier al een paar keer naar de kerk geweest, maar het is alsof de mensen me niet zien.

Niemand spreekt mij aan. En ik zie soms andere mensen gezellig met elkaar praten.

Het lijkt wel of de mensen hier soms alleen voor zichzelf komen. Waarom zien ze me niet?

Wat kan dat lastig zijn. Ik hoop dat dat mag veranderen. Dat je gezien wordt.

Dat je vriendelijk welkom wordt geheten, dat er oog voor je is,

weet je ook welkom bij de koffie na de dienst en spreek gerust iemand anders aan.

Gelukkig kunnen er weer allerlei activiteiten georganiseerd worden.  

Probeer ook eens bij zo iets mee te doen en meer ruimte te hebben voor persoonlijke ontmoeting.

[#5] Tenslotte: ik hoop en bid dat je de vrede van God en zijn thuis mag vinden.

Dat er veel gedaan mag worden voor mensen zonder thuis en voor vluchtelingen,

Ook uit Oekraïne.

Dat je door de Geest de vrijmoedigheid mag hebben om anderen aan te spreken en mee nemen.

Hen uit te nodigen, ook van buiten de kerk, zodat ze weten dat ze hier op zondag welkom zijn.

Niet alles verandert in een keer, maar we mogen met elkaar wel stapjes maken.

En het begint dan bij jezelf: wat doe jij om te zorgen dat velen zich gastvrij voelen bij God.

Zodat het hier mag zijn als bij dat kerkje voor de trucker uit Oekraïne: een plek om kracht te zoeken.

Om met elkaar op weg te zijn, als volk van God, op weg naar de volmaakte feestmaal van het lam.

Ook in alle zorgen, moeite, ziekte en spanning die er is.

Eens zal het waar worden wat in vers 9 staat:


Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!

Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.

Hij is de HEER, Hij was onze hoop.

Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’

En onderweg mogen we elkaar toewensen dat we voor elkaar, maar vooral dat God voor ons een schuilplaats mag zijn: zodat waar wordt wat we wel eens zingen:   

Ik bescherm je voor de wind en vind voor jou een schuilplaats

In de nacht maak ik een vuur, want dan word jij niet bang

In het donker loop ik naast je als een trouwe engel

Ik ben hier, wij gaan samen, heel je leven lang

Amen


Mat 8:17 – Meditatie Heilig Avondmaal – Zie mijn lichaam!

februari 13, 2022

Geliefde gemeente,

Heb je je eigenlijk wel eens afgevraagd waarom Jezus een lichaam had?

Veel godsdiensten geloven in allerlei goden, geesten, machten en krachten.

Maar wij geloven in de Heer Jezus, iemand van ons soort.

Iemand die een lichaam had zoals wij dat hebben, met de emoties die je kunt hebben.

Een lichaam waar de leerlingen bij in de buurt konden zijn.

Ze volgden hem met hun eigen lichaam, legden een arm over zijn schouder.

Aten met Hem de maaltijd, woonden bij Hem in de buurt (zoals we hier lezen over Petrus).

Wat betekent het om een lichaam te hebben? Dat weten we zelf heel goed!

Door je lichaam kun je je moe, blij, futloos, energiek, pijn, angst, dorst, vol energie, met honger.

Je lichaam kan je in de steek laten, je kunt ziek worden en je kijkt op de test: ben ik ziek?

In deze tijd weten we extra goed hoe ziekte en angst voor ziekte het leven kan beheersen.

In de interactieve dienst hadden we het over de eenzaamheid en psychische nood die kunt hebben.

Jezus komt in zijn optreden hier op aarde ook zieken tegen.

Petrus schoonmoeder ligt met koorts op bed.

Je kunt rillen van de koorts, de temperatuur loopt op, je wordt niet meer warm.

Niet alleen zieken, ook bezetenen worden gebracht: mensen met een demon.

Wij noemen niet zo snel dat iemand een demon heeft.

Maar dat je vol kan zijn van angsten, machten en krachten.

Dat je niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk kan lijden, dat merkt iedereen.

En uiteindelijk houdt de duivel ons gevangen door angst voor de dood.

Jezus laat zien dat hij de macht heef over de duivelse machten: aan een enkel woord Hij genoeg.

De duivel gaat er met de staart tussen de benen van door. Mensen ervaren bevrijding.

En de schoonmoeder van Petrus wordt genezen, maar nog veel meer:

De mensen zeggen tegen elkaar: heb je het al gehoord? Je moet bij Jezus zijn!

Elke zieke die bij hem wordt gebracht wordt genezen. Welke ziekte het ook is!

Of het nu iemand is met een verkoudheid, of dat iemand ongeneeslijk is, of terminaal.

Christus maakt de lichamen van deze mensen weer gezond!

Hoe was het mogelijk dat Jezus gewonde en geschonden lichamen op zich nam?

Matteüs verwijst daarvoor naar Jesaja 53: God zou een knecht zenden, de knecht van de Heer.

‘Hij was het die onze kwalen wegnam en onze zonden op zich genomen heeft.’

[#3] Matteüs verwijst naar deze tekst om te laten zien dat dit Gods plan was!

God heeft sinds de zondeval steeds zijn woord gezonden:

Via Mozes gaf Hij de wet, Hij waarschuwde door de profeten, de priesters brachten offers.

Maar naar Gods Woord alleen luisterden de mensen niet.

Toen is het Woord vlees geworden, Gods zoon nam een lichaam aan.

Hij die in de hemel woonde, zonder zonden, zonder lichaam, door wie de wereld gemaakt is.

Hij werd een mens van vlees en bloed: God koos maar niet zomaar een mens uit,

Waar Hij dan in ging wonen: Jezus nam de hele mensheid aan, heel ons leven.

Dat hoorden we met kerst, en dat zie je nu gebeuren!

Hij neemt de ziekten van de mensen op zich: Petrus schoonmoeder wordt genezen.

Hij neemt de macht van het kwaad bij de mensen weg.

Hij gaat de weg van het lijden, zodat Petrus later kan zeggen: zijn striemen,

brachten ons genezing. Zie je de wonden zo diep? Hij deed het voor u, jou en mij!

Dat komt omdat Hij ook uw, jouw en mijn zonden op zich wil nemen.

Hij draagt de zonden weg, maar dan vergeet Hij het lichaam niet.

Hij spreekt niet alleen van vergeving tegen die verlamde man, maar laat hem ook lopen.

Hij spreekt niet allen van redding en zijn rijk tegen Petrus, maar geneest ook zijn schoonmoeder.

Sinds Jezus is opgestaan en met zijn lichaam naar de hemel gegaan, lijkt Hij ver weg.

Maar Hij is nog dichter bij u, jou en mij dan Hij bij de leerlingen was!

Nog steeds wordt zijn lichaam aan ons gegeven en delen we in zijn lichaam.

Vandaag wordt het lichaam van Christus gebroken in het brood. 

Wat betekent het nu dat je deelt in het lichaam van Christus?

Toen de leerlingen bij Jezus waren, was het niet genoeg dat ze luisterden.

Jezus zocht niet naar mensen die ja en amen zeiden, die zijn preek mooi vonden.

Jezus zocht volgelingen: leerlingen die met hem mee liepen, hem nadeden.

In de kerk hoor je niet alleen het woord, maar door de doop en heilig avondmaal deel je in Christus.

Hij woont in jou, je bent met hem begraven en opgestaan. Je krijgt vergeving.

Maar het nieuwe lichaam door de Geest, is niet jouw lichaam alleen.

Dat ben je met elkaar als gemeente, de gemeente is zijn lichaam.

Met elk een eigen functie, taak, liefde, mogelijkheid. Daar wil de Geest wonen.

En daarvan is Jezus het hoofd geworden. Samen vorm je zijn lichaam, een eenheid.

Als je gedoopt word betekent dat niet: zelf individueel in je eentje Jezus ontvangen:

het is gedoopt worden in zijn lichaam. We vormen één lichaam door zijn Geest.

Avondmaal is maar niet zelf individueel in je eentje Jezus ontvangen: je viert het als zijn lichaam.

Wanneer we werkelijk Pinksteren serieus nemen, en geloven in het werk van de Geest.

Dan is geloven niet op jezelf gericht, maar bindt de Geest je samen in de gemeente.

Zie je dat je met elkaar hand en voet, oog en oor bent: lichaam van Christus.

Dien je elkaar, help je elkaar, hoor je naar elkaar, kom je in beweging, laat je de Geest werken.

Ik hoop dat het je lukt om hieraan te denken: als je vanmorgen het brood ziet of eet.

Niet alleen: mijn zonden zijn vergeven, Jezus woont in mij.

Maar zeg maar: Heer, dank dat ik deel mag zijn van lichaam, de gemeente.

Dat U ons aan elkaar gegeven hebt, dat U daarin zichtbaar aanwezig bent.

Zeg maar: Heer, dank dat ik deel mag hebben aan uw lichaam, de gemeente.

Dat U ook mij daarin opgenomen hebt door de doop.

Heer dank dat ik zichtbaar deel mag hebben aan uw lichaam.

Ik zie mijn broers en zussen, u gaf uw leven voor hen en mij toen we nog vijanden van U was.

Nu mag ik mij geven om de ander te helpen, te dienen, te horen, te zien.

Zodat mensen het zien en horen: in de Kandelaarkerk zijn ze met elkaar verbonden.

Geven ze om elkaar, dat dat licht straalt in de wereld, het licht van de redding door Jezus.

En dan besef ik: het lichaam is gebroken. We schieten nog zo vaak tekort.

Er zijn wonden, het is geschonden, er is teleurstelling en moeite.

En ons lichaam blijft soms ziek, en psychisch ben je soms de weg kwijt.

Maar … laat dat een extra aansporing zijn om als broers en zussen om elkaar heen te staan,

Secret Sister of Secret Brother. En laten we niet vergeten dat er nog een feest komt:

Na Kerst, Pasen, hemelvaart en Pinksteren, wacht ons het feest van de wederkomst.

Eenmaal maakt hij alles nieuw: dan mag dit sterfelijke, zwakke lichaam volmaakt zijn.

En dan, boven alles, stelt hij ons als gemeente voor zich, als een volmaakte bruid.

Met een volmaakt lichaam, zonder vlekje of rimpel, wit als sneeuw,

Dan drinkt Hij de wijn nieuw met ons, en vieren we het bruiloftsmaal van het lam. Amen


Lukas 10:25-37 – Zie je Mij ?

februari 6, 2022

Preek gehouden Heemse, 6-2-2022 (Ontdekzondag)

Geliefde gemeente,

[#1] Gertjan redde in mei 2020 een man van de verdrinkingsdood.

De man wankelde langs de Middel Broekweg in Naaldwijk en viel daarna in het water.

Gertjan had net zijn schoolexamen erop zitten, twijfelde geen moment en sprong het water in.

Op het moment dat hij de drenkeling aan de kant had geholpen,

kwam toevallig een politieauto aanrijden. Daarna is het slachtoffer naar een ziekenhuis gebracht.

[https://wos.nl/nieuws/artikel/westlander-20-redt-drenkeling-en-krijgt-medaille]

Wat bijzonder hoe Gertjan dit gedaan heeft.

Hij had misschien andere dingen te doen, hij had misschien haast, het water was koud.

Maar hij koos ervoor om de andere te helpen: waarom? Hij zag de ander!

Hij zag die man in het water, hij schrok ervan, wilde die man helpen!

Vandaag geeft Jezus antwoord op de vraag: wie is voor mij de naaste?

Het gebeurt niet zo vaak dat je iemand in het water ziet vallen.

Maar je komt wel vaker tegen dat je iemand ander kan helpen hulp nodig heeft.

Vandaag letten we dan op iedereen in de gemeente.

Er zijn heel veel beperkingen, lichamelijk, financieel, in denken, in mogelijkheden.

Hoe kun je voorkomen dat je alleen aan jezelf denkt, en de ander niet ziet staan?

Maar ook: hoe kun je voorkomen dat je de ander niet echt ziet als wie hij of zij is.

Dat je alleen vertroetelt, hulp geeft, maar niet ziet wie de ander is.

In zijn eigen zijn en mogelijkheden. Iemand met een beperking is niet:

diegene in de rolstoel, of diegene met ADHD, diegene met autisme, die chronische ziekte.

Niet diegene die doof is, die scheel is, die met zijn voet sleept, psychische moeite heeft.

Het is een ander, een kind van God: benader hem of haar als volwaardig mens, zoals dat zelf bent.

[#2] Juist in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan gaat het over de naaste.

Jezus is in gesprek geraakt met een wetsgeleerde.

Hij kende de wet van Mozes heel goed. Wist precies welke regels er waren.

Maar nu wil hij van Jezus weten: wat moet je gedaan hebben, verdiend hebben,

Om het eeuwig leven te krijgen. Wanneer mag je het beloofde land binnen?

Hij gaat er vanuit dat je daar zelf eerst iets voor moet doen of bewijzen.

En dan geeft Jezus als antwoord, dat weet je heel goed.

Dat staat in de wet. En dan hoef je niet alle 612 geboden te kennen.

Het gaat om de kern: Heb je liefde voor God en voor de naaste?

Is dat de houding waarmee je in het leven staat?

Die man weet ook wel dat het daarom gaat.

Maar daarom begrijpt Hij Jezus juist niet.

Jezus heeft net laten zien dat het koninkrijk al zichtbaar is om Hem heen.

Jullie zien wonderen, jullie ontdekken bevrijding en redding, overwinning door Jezus.

Lammen gaan lopen, blinden gaan zien, doven gaan horen!

Hoe kan Jezus nu zeggen dat er nu al het koninkrijk er komt.

Dat Hij dat brengt? Je moet toch eerst de wet houden, dan straks als je het verdient komt het?

Hij is het eens met wat Jezus zegt: het draait om de liefde voor God en de naaste.

Maar wie is die naaste dan? Jezus zou het uit kunnen leggen.

Zo van … dat kan iedereen zijn die je tegenkomt.

Maar Jezus gebruikt het voorbeeld van de gewonde man langs de weg.

Juist door dat voorbeeld ontdekt die wetgeleerde:

Ik ken de wet wel, maar ook ik doe niet altijd wat in de wet staat.

Ook een Leviet of Priester, een ouderling of dominee kan niet zomaar kan binnengaan in Gods rijk.

[#3] Kijk … daar ligt een man zonder kleren op straat. Hij heeft klappen gekregen.

Hij was onderweg in een gebied waar weinig mensen zijn, met veel rotsen.

In de holen konden de rovers zich makkelijk verstoppen.

Rovers en boeven kwamen en hebben hem geplunderd.

We weten niet veel over hem: uit welk land hij kwam of wat zijn beroep was.

Het gaat erom dat het zomaar een man was.

Dat je hem ziet als mens: niet als Jood, Samaritaan of Afrikaan.

Een mens die er slecht aan toe was. Die je niet kon laten liggen.

Dan vertelt Jezus, dat er een priester langs loopt. Hij weet alles over God.

Hij is misschien net in de tempel geweest. Heeft offers gebracht. Een voorbeeld gelovige.

Maar hij loopt aan de andere kant van de weg langs. Hij loopt er met een boog omheen.

Hij ziet de man niet liggen. Hij heeft misschien haast. Hij is misschien bang.

Weet misschien niet goed wat hij moet doen. Maar hij stopt niet. Hij loopt door.

Net zo gaat het met de Leviet, die geholpen heeft in de tempel.

Die ook heel goed weet wat God in de wet vraagt. Nee, hoor ook hij stopt niet.

Hij ziet de ander niet als mens, bedenkt niet hoe hij zelf geholpen had willen worden.

Misschien dacht hij: hij is al dood. Of misschien dacht hij: de boeven zijn nog in de buurt.

Er zijn in de loop van de geschiedenis al veel smoesjes verzonnen.

Een ding mag duidelijk zijn: hij loopt hem voorbij. Hij ziet zijn naaste niet.

Zelfs die vrome mensen schieten tekort. Hoeveel liefde voor God ze misschien ook hebben.

Zo kan het met ons ook gaan. Wanneer er iemand vraagt om geld of hulp.

Een bedelaar. Soms kun je dan net even de ander kant op kijken.

Je wilt hem maar liever even niet zien, dan ontwijk je zijn blik.

Of als een vrouw met een baby’tje bij je auto staat in het buitenland.

Je doet maar net alsof je haar niet ziet en rijdt door zodra het groen is.

Als je een appje ziet of telefoonnummer van iemand die wat van je vraagt.

Want als je haar ziet als mens, als naaste, als je haar in de ogen kijkt, breekt je hart.

Zo heb je altijd een keus als je iemand ziet in nood. Natuurlijk moet je zijn als degene die helpt.

Maar om eerlijk te zijn? Vervolgen wij niet vaak zomaar onze weg.

Leven we niet met oogkleppen op en zijn we heel doel gericht, laten we ons niet ophouden.

Je hebt toch een afspraak? Je bent toch al goed bezig?

Om eerlijk te zijn, is het soms ook niet lastig als iemand niet mee kan komen.

Als iemand niet zo mooi kan zingen in een kinderkoor;

Als de juf nog een keer de sommen uit moet leggen;

Als iemand boos en ongelukkig is; als iemand er anders uit ziet.

Zien we dan die ander? God leert ons om juist om te zien naar wat zwak en verdrukt is.

Om oog te hebben voor wie het moeilijk heeft en verdrietig is.

Is het te zien in je leven dat je juist voor die mensen ook tijd maakt?

Zie je mij? Vraagt iemand die het moeilijk heeft. Zie je Mij? vraagt Jezus

Jezus leert dat zodra wie iets voor een ander doen, het eigenlijk voor hem doen!

Dat het dus zomaar Jezus kan zijn die bij je aanbelt, een gift vraagt, om koffie vraagt.

Er wordt soms zomaar een beroep op je gedaan, de vraag is hoe je ermee om gaat!

[#4] Maar dan komt de Samaritaan langs. Hij ziet de man wel liggen! Hij kijkt niet weg.

Hij was ook op reis, dat misschien allerlei verplichtingen, een drukke agenda.

Hij is onderweg, en kiest er ook niet voor dat nu deze man op zijn weg komt.

Dat is het wanneer we te maken hebben met mensen in nood: dat kan altijd gebeuren.

Je hebt je agenda, je doel, je plannen, je kunt niet kiezen wanneer iemand je om hulp vraagt.

Wanneer iemand belt of je hem kan helpen omdat de trein niet rijdt of zij pech heeft.

Wanneer iemand aangeeft dat hij plotseling naar het ziekenhuis moet.

Wanneer iemand jouw hulp nodig heeft. De Samaritaan koos er ook niet voor.

Maar je kunt wel kiezen of je wegkijkt of dat je de ander ziet als mens.

Zie je mij? Zie je mij in mijn nood? Zie jij Mij? Vraagt Jezus, wat Ik van je vraag?

Dat het maar niet bij mooie woorden blijft, maar dat het gaat om daden.

Zo staat het er echt heel sterk: deze Samaritaan ziet de man en is barm-hartig.

Diep in zijn buik, in zijn gevoel, in zijn hart wordt hij geraakt.

Hij neemt de tijd, hij verzorgt de wonden met olie en wijn,

Hij tilt de man op zijn lastdier, zijn ezel of kameel, en brengt hem naar de herberg.

Hij geeft geld dat de man verzorgd wordt en komt er later nog op terug.

[#5] Het is vast niet de eerste keer dat je dit verhaal hoort van de Samaritaan.

Ik hoop dat je vanmiddag gezien hebt dat het gaat om de ontmoeting.

Vaak willen we de Samaritaan zijn, maar soms ben je zomaar als de Leviet.

Je kunt niet het tijdstip kiezen wanneer je iemand in nood tegenkomt, je kunt wel kiezen wat je doet.

Of je de ander ook echt ziet. Of je je oogkleppen afzet en ruimte maakt voor de ander.

Ruimte maken in je agenda, in je financien, in je huis.

Ruimte voor de vragen, de behoefte, de nood, de ideeën van de ander.

In ontmoeting met de naaste kan er liefde en bewogenheid groeien.

Dat betekent niet dat je alles weg moet geven of jezelf niet meer mag zijn.

Er zijn grenzen die je ook aan mag geven. Dat zie je ook aan de Samaritaan.

Hij neemt die man niet mee op reis, hij draagt de zorg over aan de Herbergier.

Het is fijn dat er in Nederland veel professionele zorg is, die met liefde gedaan wordt.

Ook daarin zie je het dat het goed is om je grenzen aan te geven.

Om een ander niet zijn eigenheid te ontnemen: iemand die hulp nodig heeft,

is niet altijd hulp behoeftig, maar is een mens, door God geschapen met wat hij of zij wel of niet kan.

Jezus is gekomen, om het eeuwige leven te geven.

Daar wilde de wetgeleerde deel aan krijgen.

Hij snapte niet dat Jezus kon zeggen: kijk hier is het leven al om Mij heen.

Hier is het koninkrijk, daar waar ik ben.

Toch kunnen we het eeuwige leven niet krijgen, door zelf eerst goed genoeg te zijn.

Maar wel door te vragen of Jezus onze ogen wil openen: dat we Hem zien.

Dat we ons leven met Hem verbinden, en zo liefde hebben voor God en oog krijgen voor de naaste.

Amen.

* voor meer info over ontdekzondag en gebruikte preekschets zie ditkoningskind.nl