Matteus 28 – Ga op weg!

mei 16, 2021

Preek Heemse, 16 mei 2021

Tekst: Matteüs 28:16-20

Geliefde gemeente van de opgevaren Heer,

[#1] Hoe ging het deze week? Heb je iets van je geloof gedeeld?

Vorige week starten we deze themamaand over ‘kijk om je heen!’

Nou ja, iets brengen voor de voedselbank: dat zie ik wel zitten.  

Ik voel me soms ongemakkelijk. Misschien heb jij dat ook wel. Ben ik zelf wel zo enthousiast?

Wat deel ik? Zit je niet teveel in je christelijke bubbel?

[#2] Na de opstanding gaan elf leerlingen naar de berg in Galilea. Dat moest van Hem.

Daar komen ze hun opgestane Heer weer tegen.

Hij gaat straks naar de hemel, maar … hoe laat Hij de leerlingen achter?

Ze staan daar en zijn maar met een paar.

Zouden zij ooit hebben kunnen weten en bedenken dat wereldwijd mensen Jezus zouden volgen?

Dat er een kerk zou komen die door de eeuwen heen zou vertellen over Jezus?

Ze hebben hun vragen, is Hij echt de opgestane Heer? Kan ik in Hem geloven?

Matteüs vertelt, kort en snel, maar uit Lukas en Johannes weten we meer:

Sommige andere leerlingen twijfelen en hebben hun vragen.

[#3] Is het erg dat je soms een aarzeling hebt? Dat je soms je vragen hebt?

Matteüs heeft er geen moeite mee om dat eerlijk op te schrijven dat het zo ging.

Twijfel hoeft ook niet verkeerd te zijn. Het laat zien dat de leerlingen ook nadachten.

Het geloof in de opstanding en dat Jezus wil dat ze voor Hem blijven gaan en vol zijn van Hem:

dat komt niet allemaal in een keer.

Dat kost tijd, daar denken ze over na. Dat willen ze begrijpen.

Het laat zien dat het geloof maar niet een enthousiaste bevlieging is van een kort moment.

Dat ze gelijk, zonder nadenken ermee weglopen. Ze stellen hun vragen, gebruiken hun verstand.

[#4] Er is tegenwoordig meer ruimte voor vragen bij het geloof.

We leven in een samenleving waarin meer nadruk komt te liggen op de eigen keus.

Dat merk ik in gesprekken met jongeren. Je wilt zelf kiezen.

Je ziet wat er te koop is. In de wereld, maar ook in de verschillende kerken.

Je merkt het daaraan dat in Europa veel gevestigde kerken het moeilijk hebben.

Je bent niet meer automatisch lid van de kerk waar je ouders ook lid van waren.

Nee, je denkt zelf na. Sommigen blijven twijfelen, of haken af.

Tegelijk kun je het ook omdraaien: wie wel kiest om belijdenis te doen, om zich te laten dopen,

die maakt een bewuste keus. Die wil er echt voor gaan, daar kun je wat van verwachten.

Dat is zo als je in een christelijk gezin bent opgegroeid, maar ook als het gaat om zending.

Ook mensen van buiten de kerk zitten minder vast in hun niet christen zijn.

Wat een kansen biedt dat om het gesprek aan te gaan. Om je bij de kerk te voegen, te laten dopen!

[#5] Maar goed, je hebt ook die andere kant. Die twijfel. Misschien ook wel de vraag:

Heb ik zelf wel zo bewust ‘ja’ tegen Jezus gezegd en laat ik mij leiden door zijn Geest.

Kan ik wel vertellen over hem, kan de kerk wel groeien, gaat Jezus echt mee, ook na hemelvaart?

Het eerste wat Jezus doet is een stapje dichterbij komen. Hij voelt met ze mee, Hij helpt hen.

Hij zegt: Mij is alle macht gegeven. In de hemel en op de aarde.

Misschien twijfel we wel. Denk je klein van Jezus en het geloof.

Maar Jezus staat op en staat in zijn volheid voor hen. Ik heb alle macht!

De macht is mij gegeven door de Vader, Ik ben opgestaan.

En al ga ik naar de hemel, van daaruit het ik alle macht in hemel en op aarde.

Alles staat onder mijn bevel. Dat mag de eerste bemoediging zijn.

De zekerheid die de leerlingen in hun leven mogen kennen.

Wat je steeds mag belijden.

Je voelt je misschien zwak, ze waren maar met elf, het is een kleine groep:

Maar Jezus is in de hemel. Hij laat je nooit alleen. Geen stukje van je leven, van deze wereld,

van de dingen die gebeuren, waarvan Jezus zegt: het is buiten mijn macht. Ik wil je helpen en leiden.

[#6] Vanuit die bemoediging geeft Jezus een opdracht aan de leerlingen. GA OP WEG!

Nu Hij naar de hemel gaat, mogen zij zijn koninkrijk gaan bouwen hier op aarde.

Door zijn kracht. Niet alleen in Israël, maar heel de wereld wordt hun werkterrein.

Tot aan de uiterste van de aarde. Aan iedereen mag het goede nieuws van Jezus verteld worden.

Dat is de opdracht die in Handelingen bij de hemelvaart herhaald wordt.

Waarvan in de handelingen van de apostelen: zeg maar het dagboek van de apostelen verteld wordt.

Paulus gaat steeds verder. Hij was in Athene, maar ook in de grote stad Korinthe gaat hij aan de slag.

Weer eerst naar de Joden om te vertellen over wie de Messias is. En vervolgens ook aan de anderen.

Zo moeten de leerlingen zich niet opsluiten in hun eigen huis, maar open staan en op weg gaan!

Op weg gaan allereerst om leerlingen te maken.

[#7] Ga jij op weg? Ga ik op weg? Gaan wij op weg? Of houd je het evangelie voor jezelf.

Als we lezen in Efeze heeft God binnen de kerk verschillende functies gegeven.

Vrij gezegd: er zijn mensen die zending doen, die evangeliseren, die onderwijzen.

Sommigen worden uitgezonden en wij zenden als gemeente mensen uit naar Indonesië.

Er zijn speciale projecten en evangelisten die proberen actief in gesprek te komen.

Er zijn mensen die zich binnen de kerk vooral toeleggen op onderwijs en leren.

Maar of het nu ver weg is, of dichtbij, aan anderen of aan een volgende generatie.

Hoe kan Jezus zeggen: maak mensen tot mijn leerlingen?

[#8] Wij ervaren vaak allerlei obstakels. Mensen hebben moeite om het geloof aan te nemen.

Ja, op andere continenten groeit de kerk. Maar hier in de westerse wereld?

Ik zei net al dat mensen vooral vrij willen zijn om zelf te kiezen. En dan ervaren ze soms obstakels.

[#9] Keller wijst erop dat vroeger die obstakels en moeite vooral waren bij de theologie.  

– Hoe kan het dat er lijden in de wereld is, als Jezus alle macht heeft vanuit de hemel?

– Waarom zou je de bijbel geloven als het boek van God, is dat niet verouderd?  

– Hoe kan er een hel bestaan?

Voor sommigen zijn dat nog steeds de prangende vragen. Waar ze moeite mee hebben.

[#10] Maar veel anderen rekenen de tijd af op andere zaken:

– Is de kerk voldoende open voor homo’s en transgenders?

– Neemt de kerk wel voldoende afstand van racisme?

– Worden mannen en vrouwen wel gelijk behandeld in de kerk?

– Is er vanuit de kerk wel voldoende aandacht voor het milieu en de natuur?

Laatste publiceerde de kranten een hele lijst van kerken hoe die omgingen met homofilie.

Toen ik laatste op Twitter iets zette dat de kerk verwelkomend moest zijn,

kwam er een hele discussie over of homo’s dan ook welkom waren.

[#11] Wanneer Jezus je erop uitstuurt om leerlingen te maken is het belangrijk om die vragen te zien.

Je kunt deze vragen niet beantwoorden wanneer je op een eilandje blijft zitten.

Belangrijk is dat je contact hebt met mensen. Dat je anderen ontmoet en spreekt.

Dan kun je persoonlijk uitleggen hoe belangrijk het is dat de kerk hier ook goed mee omgaat.

Dat homo’s en hetero’s in Gods ogen even kostbaar zijn.

Dat God niet let op de kleur, maar racisme botst met het evangelie.

Dat je als gemeente dat ook graag uit wil dragen en vorm wil geven in je leven.

Ook in jouw zorg voor een duurzame wereld en voor ieder persoonlijk, man of vrouw.

En is dat niet wat Jezus bedoeld met leerlingen maken:

Een discipel van Jezus neemt niet alleen aan wat hij zegt, kan niet alleen de leer uitleggen.

Die wil ook werkelijk Jezus volgen. In zijn doen en laten, in zijn keuzes, in heel zijn bestaan.

Als je zegt: Heer ik wil u volgen, maak mijn leven nieuw, dan mogen anderen dat aan je merken.

80% van de mensen die tot geloof komen, komt tot geloof via collega’s, vrienden of familie.

Juist als je in deze tijd bid om de Geest en Jezus in je laat werken, leerlingen wilt zijn:

Mag je ook anderen tot Jezus gaan leiden. [voorbeeld concentratiekamp: voor jezelf of voor de ander?]

[#12] En dan staat erbij: doopt hen!

De doop is het ultieme teken van Gods genade.

God wil de zonden en fouten afwassen en je een nieuw begin geven.

Wat typeert de westerse samenleving? Mensen willen helemaal vrij zijn.

Vrij om te kiezen wat ze willen, zelf hun leven te maken.

Toch werkt die manier van leven voor veel mensen zolang het goed gaat.

als ze te maken krijgen met stress, met fouten, met tegenslag, met lijden en teleurstelling,

Komen er scheuren in de manier waarop ze hun houvast hebben in het leven.

Dat komt omdat, net als de Farizeeën in de tijd van Jezus, we heel vaak het van onszelf verwachten.

Jij moet het maken, jij moet het doen, jij moet het presteren.

Dat betekent ook dat je zomaar aan anderen hoge eisen gaat stellen.

Dat je niet makkelijk bent voor jezelf en voor anderen.

[#13] Voor deze tijd heeft Jezus dan een moeilijke boodschap, het slechte nieuws:

Je kunt op allerlei manier proberen het zelf te redden en te maken, maar het gaat je niet lukken.

En het is ook slecht nieuws dat als iemand zegt: je moet gewoon een goed mens zijn, dat niet lukt.

Je kunt het proberen op allerlei manieren, maar steeds raak je weer teleurgesteld in jezelf en anderen.

Zeker als je motieven of je gedachten let, zoals Jezus die blootlegt in de bergrede.

Maar er is ook goed nieuws!

Waar je jezelf niet kan redden, kan Christus dat wel. Hij wil je door de doop met Hem verbinden.

Hij wil vergeven. Al je zonden heeft hij aan het kruis gedragen. Hij wil helpen opnieuw te beginnen.

Wat is het dan rijk als je gedoopt wordt in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest.

De Vader die voor je wil zorgen op alle momenten van je leven.

De Zoon die zelf zijn genade wil geven en voor je pleit, wie je ook bent.

De Heilige Geest die dit in je hart wil werken en geven.

[#14] Daarbij blijft de opdracht om te blijven onderwijzen.

Steeds weer naar binnen brengen wat Christus van ons vroeg.

Wanneer de leerlingen het voor zichzelf gehouden hadden, was het in Israël gebleven.

Laten we zo ook steeds weer overdragen wat Jezus geleerd heeft.

Vroeger kon dat alleen mondeling, maar nu ook via papier en via internet.

Ik daag je uit, ik daar u uit om nu het einde van covid in zicht is je verlangen kenbaar te maken.

Hoe ga jij samen weer bijbelstudie doen, elkaar opzoeken en verstreken, het geloof overdragen.

Hoe ga jij je kinderen onderwijzen en laten onderwijzen wat het betekent gedoopt te zijn.

[alles was er voor het eerst / wereldwijd / samenwerking kerken]

[#15] Dan gaan ze op weg. Dan gaan jij en u en ik op weg. Niet alleen, maar met de steun van Jezus.

Als Paulus het moeilijk krijgt, krijgt hij een visioen. God laat zien: ik ben bij je. Je bent niet alleen.

Waar we samen komen in Jezus naam, of het er nu 2 of 3, elf, zestig of 800 zijn.

Jezus is in ons midden. Zo gaat Hij mee, alle dagen.

Matteüs sluit niet af met hemelvaart, dat is zeker, maar met zijn aanwezigheid in onze nood (zonde en dood). Hij is de levensbron en kracht. Waarom kunnen we op weg gaan en vertellen: omdat Hij erbij is! Mooie en sombere, zomer en winter, niet zo nu en dan, maar alle dagen.

Hij is er niet pas als de wereld voltooid is, als Hij terugkomt. Nee, tot aan de voltooiing, zal Hij er zelf zijn. Elke dag! Amen.


Handelingen 2:47 – Kijk om je heen!

mei 9, 2021

Preek Bergentheim/Heemse 8/9 mei 2021

Tekst: Hand 17:16-34 en Hand 2:47

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Hoe ben je aantrekkelijke gemeente, zoals die gemeente in Jeruzalem?  

Deze week werd bekent dat zo’n 2200 mensen de GKv hebben verlaten afgelopen jaar. We weten niet precies waarheen, maar wat een tegenstelling met die eerste gemeente: De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Hoe dat kwam? De Heer deed dat,

maar ook: ‘ze staan in gunst bij het hele volk’.

Hoe kun je in deze tijd, in tijden van corona en na corona aantrekkelijke gemeente zijn?

Daarvoor is het heel belangrijk om te weten hoe mensen vandaag in het leven staan, want alleen als je dat weet kun je met mensen een open en eerlijk gesprek voeren! Kun je op het juiste moment iets vertellen over wie Jezus is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij zal doen. Kun je op een goede manier je kinderen opvoeden.

Jongeren groeien op, midden in de cultuur. Dagelijks worden ze zo’n vier uur beïnvloed door wat ze horen en zien op internet en social media. Soms christelijk, maar heel vaak ook niet. Ze krijgen een wereldbeeld waarin vaak negatief over de kerk wordt gesproken, waar God en geloven meestal afwezig zijn, en het dan ook lastig is om bij aan te sluiten.  

[#2] Vanmorgen maken we een paar stappen verder dan alleen de eerste gemeente.

Als je wil weten hoe je in onze westerse samenleving toch het geloof kan delen, hoe je aantrekkelijke gemeente kan zijn en kan groeien: kun je vooral leren van Paulus.

Paulus komt aan bij de stad van de slimme mens: Athene.

Je kunt daar studeren, hier wonen de mensen die weten hoe het zit, hier woont de moderne mens!

Daar moet hij even wachten op Silas en Timoteüs.

Paulus maakt dan ook van die gelegenheid gebruik om eens rond te kijken in deze stad. Hij ziet dan dat er ontzettend veel goden zijn.

Athene heeft meer feesten voor goden, dan heel Griekenland samen.

Wat doe je als op citytrip bent in Athene, Barcelona of Parijs, als het weer mag, als corona voorbij is? Maak je alleen wat foto’s en ben je onder de indruk van de geweldige bouwwerken die er al eeuwen staan? Paulus is een man met een missie. Hij gaat naar de Joden in de synagoge, maar hij praat ook met de mensen op de markt. Hij knoopt gesprekjes aan, dagelijks heeft hij discussies. Daardoor worden de mensen nieuwsgierig gemaakt.

De gewone mensen denken dat hij misschien met nieuwe goden komt: Jezus en opstanding. Dan moeten ze die gaan vereren!

De filosofen willen ook wel Paulus’ ideeën horen. Atheners doen niets liever dan praten en discussiëren.

[#3] Zo krijgt Paulus een uitnodiging. Ze komen zelf met de vraag: vertel er eens meer over!? Ik herinner we een paar jaar terug een citytrip deden en in een jeugdhotel sliepen. ’s Avonds raakten we in gesprek met jongeren uit Argentinië en Japan. Je hoorde van hen, maar zij luisterden ook naar ons. Juist in een andere omgeving heb je soms tijd voor mooie gesprekken. Daarom is het ook zo mooi dat Beerze en Dabar zich weer voorbereiden op zomerwerk: gesprekken op de camping over het geloof.

Maar dat hoeft niet alleen ergens anders. Het begint bij het dagelijks leven: dat je gewoon praat over wat je doet, dat je gesprekjes aanknoopt, dat je laat vallen wat je gelooft, dat mensen merken dat je gelovige bent. Als anderen aan je merken dat je rondom tegenslag kracht put uit je geloof. Dat je uitlegt waarom jij je kind laat dopen. Dat je vertelt hoe jij in coronatijd toch vorm geeft aan je geloof. Raak in gesprek! Nodig anderen uit om vragen te stellen!

[#4] De Grieken nemen Paulus dan mee naar de Areopagus.

Er is daar een soort markt waar veel mensen komen luisteren.

Ze staan in een kring op Paulus heen.  

Het eerste wat Paulus doet is de mensen voor zich winnen.

Hij begint, als een goed redenaar, met een compliment:

Wat zijn jullie ontzettend godsdienstig!

Toen Paulus de stad rondliep had hij tempels gezien, hij had godenbeelden gezien, altaren voor verschillende goden. Hij had ook een altaar gezien voor de onbekende god.

Wie zet er nu een altaar neer voor een onbekende god? Nou, het kwam vaker voor in de oudheid dat de onbekende god een altaar kreeg. Soms was dat omdat er iets bijzonders was gebeurd (een wonder, een genezing, een overwinning) en de mensen niet wisten welke god ze moesten danken. Maar het gebeurde ook wel uit angst en onzekerheid. Zoals ik wel van mensen hoor dat ze als het echt moeilijk wordt in hun leven, ze toch een keer gaan bidden, een schietgebedje doen: baat het niet dan schaadt het niet.

Paulus haakt aan bij dat gevoel: die onbekende God kom ik jullie nu verkondigen. Hij begint ermee te zeggen dat God de schepper is van hemel en aarde. Hij is de eeuwige God die alles gemaakt heeft. Hij heeft het niet nodig dat mensen Hem dienen, want Hij heeft ze zelf gemaakt. Paulus laat zo Gods grootheid zien.

Paulus heeft zijn ogen goed de kost gegeven. Hij ziet wat de mensen vereren.

Paulus zoekt aanknopingspunten om echt met de mensen in contact te treden.

[#5] Met de gewone mensen uit het volk, die hun bijgeloof hebben en denken dat er veel goden bestaan. Maar hij sluit ook aan bij de filosofen, en spreekt op hun niveau.

De boodschap van God is maar niet een tijdloze boodschap, die je overal op elk moment hetzelfde vertelt: Paulus spreekt hier heel anders dan tegen de mensen in de synagoge. Daar komt hij met bijbelteksten, hier sluit hij aan bij ideeën die mensen hebben.

Zo begint ook vandaag het vertellen van het evangelie met :

vriendelijk zijn, oprechte belangstelling hebben, je inleven in de ander.

Wat voor opvoeding en achtergrond heeft de ander? Wat zijn zijn vragen aan God?

Wat zijn zijn teleurstellingen in christenen of positieve ervaringen met de kerk?

Pas als er contact en aansluiting is, is er een echt gesprek mogelijk!

[#6] Geloof in de Schepper! Eerst maakt Paulus contact, maar daarna probeert hij probeert de mensen ervan te overtuigen dat het niet goed is om verschillende goden te vereren.

Daarmee staat hij op één lijn met de filosofen van die tijd.

Ook zij geloofden niet dat god of goden door mensen gemaakt konden worden

 en dat zij mensen nodig zouden hebben die beelden gingen dienen.

Paulus neemt hun grote lijn over: wij bestaan in God, we zijn zonen van God!

Als er dan zo’n machtige God is, die zo dichtbij is,

Moeten we niet ons verlagen tot godenbeelden?

Paulus wijst erop dat vanaf de schepping God de wereld regeert.

Toch gaat Paulus verder dan de filosofen.

Paulus gelooft dat die grote God, een persoonlijke God is.

God wil dat we Hem vinden.                      Paulus noemt dat  ‘tastend’.

Hij weet dus hoe moeilijk dat is.                               Dat het nu donker is.

Anders hoef je niet te tasten.                    Maar uit zichzelf vinden ze Hem niet zo.

Juist vandaag is er veel ietsisme. Mag je weer zeggen er is meer tussen hemel en aarde. Wat zou het mooi zijn als mensen die weer iets open staan ook gaan ontdekken dat er dan niet van alles is, maar dat er één God is, die alles gemaakt heeft. Neem mensen maar bij de hand en wijs ze op de schepping, op hoe mooi alles is  … en wat zou het mooi zijn … om als mensen zo weinig weten over de Schepper van hemel en aarde, als je ze dan een weg mag wijzen en mag wijzen op die persoonlijke God! De vader van Jezus Christus. Dat Gerben/Yade geboren mocht worden, dat er nieuw leven is: het is God die dat geeft en wat mooi dat je dat ook laat zien door dit kindje te laten dopen. Er is een persoonlijke God, een Schepper die met zijn liefde naar je toekomt!

[#7] Tot nu toe heeft Paulus nog niet veel gezegd waar mensen zich aan kunnen ergeren. Hij heeft ze echt mee willen nemen. Maar dat verandert in vs. 30. Want nu gaat het erom dat hij wil dat mensen een keus gaan maken.

Dat ze gaan kiezen voor de weg van het leven.

Dat ze ‘een nieuw leven gaan beginnen’.

Hij blijft vriendelijk: Hij wijst erop dat ze tot nu toe nog maar moeilijk van God konden weten. Dat het een tasten was. God zal voorbij gaan aan die tijd van onwetendheid.

Dat is iets wat ook rust mag geven als je zelf later tot geloof komt.

Als ik gered wordt, betekent het dan dat mijn familie, degenen die niet geloven automatisch niet gered worden?  

God vraagt een duidelijke keus, dat zie je ook hier bij Paulus. Hij zegt: Kies voor het leven.

Dan wordt duidelijk dat Jezus Christus degene zal zijn die zal gaan oordelen.

Paulus noemt zijn naam niet, maar ze zullen allen begrepen hebben dat het daar nu over ging! Deze Christus, hij zal het oordeel vellen.

Het bewijs daarvan heeft God geleverd door hem uit de dood op te wekken.

Paulus weet dat ze dat niet kunnen geloven.

Maar hij draait er niet omheen. Hij getuigt in alle eerlijkheid en vrijmoedigheid.

Christus is opgestaan uit de dood.

Laten we zelf die boodschap ook steeds vertellen.

Mensen daarbij bepalen!             Het zal steeds gaan om Jezus Christus en die gekruisigd.

Hij die voor onze zonden gestorven is.

Hij is die ons voorgegaan is in het nieuwe leven.

Wat een kracht mag dat zijn. Die blijde boodschap bracht de mensen in Jeruzalem samen en bij die boodschap wilden ze blijven.

Wanneer het in gesprek, in ontmoeting niet meer daarover gaat, dan is de kern vergeten. Dan is het geen Christus-boodschap meer, maar een algemeen religieus verhaal. Laten we ons daarin oefenen: aansluiten bij de ander, zonder Christus uit het oog te verliezen. De vraag is: welke weg sla je dan in op dit kruispunt? Als Christus dood en opstanding verkondigd wordt?

[#8] Dan komt de reactie van de mensen.

De filosofen, die altijd nieuwe dingen willen horen, hebben aandachtig geluisterd maar geloven niet in een opstanding. Beleeft zeggen ze: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens  vertellen’.

De gewone mensen uit het volk, die hun goden hebben: zij drijven de spot. Hoe kan dat nu … iemand die gestorven is komt toch niet meer tot leven.

Paulus gaat dan ook gelijk weg uit hun midden.  Hun reactie is duidelijk!

Toch is het bijzonder dat er toch mensen zijn die zich bij hem aansluiten.

Dionysus, de areopagiet. Later wordt hij genoemd als de eerste bisschop van Athene.

Ook Damaris, over wie we verder niets weten, aanvaart het geloof.

De reacties zijn verschillend. Net als vandaag. Afwijzend, spottend, belangstellend en … gelovend! Het zijn allemaal reacties, op wat Paulus gezegd heeft.

Maar reactie komt er niet zonder actie.

Als Paulus op zijn hotelkamer was gaan wachten tot Silas en Timoteüs er waren hadden de mensen op de markt nooit van Hem gehoord.

Laten wij ons dan ook niet opsluiten in onze huizen, kerken en instituten.

Laten we van Paulus leren om te luisteren.

Om dingen ter sprake te brengen. Het gesprek aan te gaan thuis, in je omgeving, op de camping. Om mensen te vragen hoe het ervoor staat met hun tasten en of ze aan het tasten zijn!

Daarvoor zullen u, jij en ik zelfs steeds ons open mogen stellen voor God.

Hij wil ons leiden, een weg wijzen. Laat jij je leiden? Lees je uit je Bijbel?

Dan alleen kunnen we ook andere helpen bij het tasten. Vertellen over Jezus Christus.

Uitnodigen om mee op weg te gaan naar het grote feest!

Daarbij kun je teleurgesteld zijn over mensen die afhaken van de GKv, al weten we niet waar iedereen heen gaat. Het doet pijn als je afscheid moet nemen of als gemeenten sluiten. Maar laten we vooral zien op Jezus en op zijn beloften: Hij houdt zijn kerk in leven, zijn liefde mag stralen in de wereld. Ik bid dat dat in en door jouw leven mag gebeuren!

Amen


Johannes 11 – Geloof in Jezus, de opstanding en het leven!

maart 14, 2021

Preek Heemse, 14 maart 2021

Tekst: Johannes 11

Geliefde gemeente van de Heer Jezus Christus,

[#1] Soms begrijp je niet waarom bepaalde dingen gebeuren.

Dan kun je allerlei vragen krijgen. Je snapt het niet, het valt niet te rijmen.

Vragen die in dit elfde hoofdstuk van Johannes ook naar voren komen:

‘Waarom gaat U naar Jeruzalem, Jezus, terwijl de Joden U willen stenigen?’ (vers 8)

Eerst loopt Marta Jezus tegemoet, daarna Maria, maar ze zeggen hetzelfde:

‘Als U hier geweest was, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn’ (vers 21 en 32)

En als de mensen zien dat Jezus ook verdriet heeft, zeggen ze:

‘Had Hij de dood van Lazarus niet kunnen voorkomen?

Hij heeft toch ook een blinde de ogen geopend?’ (Vers 37)

En misschien je zelf ook wel die vraag: Waarom moest Lazarus sterven in die tijd?

Of groter nog, als je let op Jezus: Waarom moest Hij die weg gaan naar het kruis?

[#2] Als je te maken krijgt met pijn, tegenslag, dingen die je niet begrijpt kun je verschillend reageren.

Vandaag zien we die verschillende reacties ook rondom Jezus.

Zelf kun je dat ook doormaken: dat je vragen stelt aan God, worstelt met het ‘waarom’?

Waarom deze weg, dit verdriet, deze psychische nood, dit overlijden, dementie, deze handicap.

Je probeert het op een rijtje te krijgen, antwoorden te vinden, maar je worstelt ermee.

Maar het kan ook zijn dat het verdriet diep binnenkomt. Dat je niet meer weet wat te zeggen.

Dat je tranen huilt: tranen van verdriet, van onmacht, van gemis, tranen van gebrokenheid.

Je wordt lam geslagen door de pijn die er in je leven komt.

Zeker als het raakt aan de grens van dood en leven. Wat kun je je onmachtig voelen!

[#3] Vanmorgen willen we ons laten leiden door Jezus.

Wat kunnen we leren van Hem als het gaat over dit leven, en over het sterven.

Hoe komt Hij naar voren hier bij Betanië en wat vraagt Hij van ons?

Jezus: de opstanding en het leven!

1. Hij toont zijn tranen en bewogenheid

2. Hij toont zijn goddelijke macht

3. Hij wil graag dat je gelooft in Hem

[#4] 1. Jezus toont zijn tranen en bewogenheid

In Betanië is een zieke. Het is Lazarus. Het is de vriend van Jezus.

Of hij bij een arts is geweest, of een arts bij hem, we weten het niet.

In ieder geval heeft hij een moeilijk boodschap te horen gekregen en viel de uitslag niet mee.

‘Nog maar even te leven!’ Was hij bij kennis, of niet? We weten het niet.

Een boodschapper komt bij Jezus toegekomen: Lazarus is ziek!

Maar Jezus gaat niet naar Judea, Hij blijft in het veilige gebied over de Jordaan.

Des te groter is de verbazing als Jezus twee dagen later opeens wel de Jordaan oversteekt.

Waarom gaat Hij nu wel naar dat gevaarlijke gebied?

Hij zegt dat Lazarus is ingeslapen. Maar waarom moet Hij hem dan wakker gaan maken.

Dan zegt Jezus het hardop: Hij maakt het duidelijk. Lazarus is gestorven.

Om hem het leven te geven, om hem weer op te wekken, gaat Jezus richting Betanië.

Naar de plek waar Hij gezocht wordt, waar Hij een paar dagen later gaat sterven.

Zijn weg naar de dood, betekent straks voor Lazarus de weg naar het leven.

Laten we dat grote plaatje niet uit het oog verliezen: Jezus ging zelf op zijn tijd richting Jeruzalem.

Hij ging zijn dood tegemoet, om eerst Lazarus en later u, jou en mij het eeuwige leven te geven.

[#5] Waarom wil Hij dat? Omdat Hij begaan is met onze nood.

Als Maria naar Hem toekomt, dan is ze in tranen. Ook de Joden om haar heen weeklagen.

Oprecht verdriet over haar broer, en de gebruikelijke klaagzangen zoals past in die cultuur.

Er zijn mensen om haar heen, om haar te troosten. Wat mooi om dat te lezen.

Eerst was Martha al geweest. Jezus heeft haar met heel mooie woorden toegesproken.

Hij heeft uitgelegd dat Hij de opstanding en het leven is.

Dat wie in Hem gelooft niet zal sterven, maar eeuwig zal leven.

Maar als Maria komt is dat geloof niet doorgedrongen, al zal Martha het verteld hebben.

Dan zien we dat Jezus ook huilt. Wat voor tranen zijn dat? Er zijn pagina’s over vol geschreven.

– Aan de éne kant zijn het tranen van verontwaardiging over de mensen.

Het doet Jezus pijn dat ze zo wanhopig zijn, terwijl Hij net uitgelegd heeft wat Hij gaat doen.

Jezus is verdrietig dat ze Hem niet aannemen. Dat ze Hem niet geloven.

Er zit dan ook iets van boosheid in de tranen van Jezus.

Onze vertaling geeft het ook zo weer: er staat ‘Jezus ergerde zich aan hen’.

Zo kun je het begrijpen, maar ‘ergeren’ is wel een keus.

Er staat eigenlijk alleen dat Jezus van binnen geraakt is. 

– Zijn tranen zijn ook tranen van verdriet over de mensen.

Zoals hij later huilt over Jeruzalem. Hij wordt geraakt dat Hij afgewezen wordt.

Dat ze zijn reddingswerk niet aannemen. Hij is bewogen.

Zoals Hij bewogen is met Jeruzalem dat straks te gronde zal gaan.

– Maar met name in vers 33 zijn zijn tranen ook tranen van puur verdriet.

Hij ziet hoe ziekte en dood om zich heengrijpt. Hoe de wereld gebroken is.

Juist zijn bewogenheid met een wereld in nood, maakt dat Hij hier heen komt.

Dat Hij mens werd en zijn leven wil geven. Hij ziet de nood en wil daar antwoord op geven.

[#6] In Hebreeën 5:7: staat ook Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide

stem gesmeekt en gebeden tot Hem die Hem kon redden van de dood.

Dat je stil bent van verdriet en je tranen in de ogen komen.

Dat je huilt en klaagt en niet begrijpt waarom dingen gebeuren.

Dat je geraakt wordt in je pijn en de gebrokenheid, dat begrijpt Hij Jezus.

Hij heeft het zelf doorgemaakt. Het is hemzelf overkomen. Hij was echt mens.

En als echt mens voelt hij mee in onze pijn.

Denk nooit: ik mag niet huilen.

Of: tranen zijn een teken van zwakte, ik moet sterk zijn.

Krop je verdriet niet op, houdt de pijn niet in je hart gesloten. Dat deed Jezus ook niet.

Hij huilde tranen, van verdriet. Verschillende tranen, net als onze tranen zo verschillend kunnen zijn.

Maar waarom de tranen ook vloeien, waarom je ook huilt, weet dat God er nooit één zal vergeten.

Hij verzamelt de tranen in zijn kruik, al onze wegen en gedachten kent hij.

Hij zegt ik sta naast je. Nooit zal ik je verdriet vergeten of eraan voorbij gaan.

[#7] 2. Hij toont zijn goddelijke macht

Terwijl Jezus de tranen in de ogen heeft staan loopt Hij richting het graf.

Het is opvallend hoeveel dit allemaal lijkt op het graf van Jezus.

Zo zagen graven er in die tijd uit.

En toch: waarschijnlijk wil Johannes je ook al bewust aan Jezus dood en opstanding laten denken.

Want ook hier ligt een steen voor het graf.

Ze moeten die steen weghalen en het graf openen.

Marta zegt: maar wat zal het dan stinken. De lucht van een lijk in ontbinding is echt verschrikkelijk.

In die tijd wikkelde men wel doeken om de dode heen, en gaf men heerlijke geuren mee.

Maar dat was niet om de ontbinding tegen te gaan. Dat was alleen om in zo’n warm land waar

Ook geen koelapparaten waren de geur en stank tegen te gaan.

En het graf was nu niet voor niets gesloten. Op de derde dag ging dat meestal dicht.

Het is nu al de vierde dag.

[#8] Maar dan zegt Jezus: Ik heb je beloofd dat je God grootheid gaat zien als je gelooft.

Wanneer je op het aardse blijft letten. Op de ontbinding. Op het sterven dan wordt het moeilijk.

Dan wordt je uiteindelijk murw geslagen, en blijft je staan bij het verdriet.

Jezus herhaalt hier zijn woorden aan Marta: je mag verder kijken dan het graf.

Geloof mij, neem mijn woorden aan, dan zul je meer zien. Dan zie je de grootheid van God.

Dat is ook hoe wij mogen leren kijken: God vraagt om je steeds te richten op Hem.

Om te luisteren naar de woorden van Jezus, om te geloven in zijn beloften.

Om te zien hoe Hij je, ook in de nood, nabij wil zijn.

Uiteindelijk zul je dan, in dit of in het komende leven Gods grootheid zien.  

[#9] Martha mag het in dit leven al zien.

Jezus roept met luide stem tot Lazarus.

Hardop, niet dat het nodig is voor Lazarus, maar zodat iedereen het hoort.

Daarom heeft Hij net ook gebeden: niet dat Hij niet zeker weet of het wonder gebeurt.

Hij gelooft dat zijn Vader Hem verhoort. Daarom kan hij de steen ook al weg laten halen.

Maar hij wil dat iedereen Hem hoort en begrijpt dat Hij dit doet omdat Hij Gods zoon is.

Kort klinkt die stem tot Lazarus: “Lazarus, hierheen, eruit!”

Zoals Hij de macht heeft de storm, de wind, de natuur te gebieden.

Zo moet zelfs de dood luisteren naar het machtwoord van zijn stem.

En dan, wat een wonder, onbeschrijfelijk!, komt Lazarus naar buiten:

De dode komt tevoorschijn, dat wil zeggen: Hij die dood geweest is, maar nu leeft.

Hij wordt wat belemmerd in zijn lopen door de doeken, maar is zeker geen mummie.

En ook geen Geest of spook: Handen en voeten zijn gebonden. Een doek voor zijn gezicht.

Ze kunnen hem losmaken, hij mag zijn aardse, menselijke leven weer voortzetten.

Jezus heeft zijn goddelijke macht getoond: ook in dit laatste teken.

Hij is werkelijk de zoon van God, die macht heeft over dood en leven.

[#10] 3. Hij wil graag dat je gelooft in Hem

Het is bijzonder dat Johannes hier zo abrupt stopt met vertellen.

Wat zullen er een psalmen en lofliederen geklonken hebben.

Wat zal men elkaar met vreugde om de hals gevallen zijn, een feest hebben gebouwd.

Wat een verbazing, wat een verwondering, wat een mooi moment.

Maar er wordt niet uitgebreid op ingegaan. Er worden geen vragen gesteld:

Hoe was het om dood te zijn? Hoe voel je je nu? Wat is er gebeurd? Hoe kon dit?

Het was een wonder van Jezus en het gaat alle natuurwetten te boven.

Het is niet te begrijpen. Maar Johannes wil snel verder vertellen. Het gaat nu vooral om Jezus.

Hij laat wel weten dat er over gepraat wordt, dat het doorverteld wordt.

En als het doorverteld wordt bereikt het bericht de Farizeeën en leiders. 

Duidelijk is dat dit een extra reden wordt om deze éne man voor heel het volk te laten sterven.

Johannes heeft als doel van zijn boek:

dat je gelooft dat Jezus de Messias is en dat je door te geloven zelf ook leven hebt in zijn naam.

Zo heeft Hij door uitgebreid in te gaan op het verdriet en de vragen willen helpen.

Wij hebben soms ook onze vragen. We begrijpen dingen niet.

Wat is het moeilijk om Gods weg met deze wereld te begrijpen

Als je ziet hoeveel nood, armoede, vluchtelingen er zijn.

Als ziekte en dood dichtbij komt in je leven. Als je tranen hebt.

[#11] Maar Jezus laat zien dat Lazarus stierf, zodat hij uiteindelijk zijn heerlijkheid zou laten zien.

Dat er meer mensen in Hem zouden gaan geloven en deel krijgen en het eeuwige leven.

Wat in onze ogen niet te begrijpen is, zal God uiteindelijk doen meewerken in zijn plan.

Hij laat je niet los. En Hij doet dat ook niet onbewogen op een afstand.

Hij kent je tranen en verdriet, maar wil daar doorheen een nieuwe wereld brengen.

Hoe reageer jij? De Joden wezen Jezus af. Het ging hun om hun eigen plek, rust en belang.

De machthebbers willen op hun plek blijven en zijn bang voor de Romeinen.

Jezus laat zien dat Hij een koning wordt die uiteindelijk gaat voor wat echt telt.

Een leven dat eeuwig duurt, troost in verdriet, zijn nabijheid in leven en sterven.

Wat voor toekomst wil jij? Voor jezelf, voor je naaste, voor dit land met verkiezingen.

[#12] Johannes wil dat door Geest er geloof komt in Jezus.

Dat zijn liefde, zijn liefde voor de wereld in nood, de aarde gaat vullen.

Hij hielp de leerlingen, Maria en Martha, de Joden … niet door direct hun wensen te vervullen.

Niet door alle antwoorden te geven en hen van het verdriet weg te houden.

Hij hielp hen door mens te worden, mee te voelen en te laten zien:

Vertrouw op God, richt je op Hem, en geloof in Mij: de opstanding en het leven.

Dan zul je uiteindelijk nooit teleurgesteld worden, maar grote dingen gaan zien.

Amen


Gewone Catechismus 80-82: Laat de Heilige Geest in je werken!

maart 7, 2021

Geliefde gemeente van onze Heer,

Alles staat weer op het punt om uit te lopen.

De krokussen en narcissen, de magnolia en forsythia, de takken van de bomen.

Wie de Heilige Geest is en wat je van Hem merkt, is al behandeld.

Maar nu de vraag: wat heeft de Heilige Geest je nog meer te bieden.

Soms kun je de Geest tekort doen, door te weinig van Hem als persoon te verwachten.

We zijn op weg naar het volmaakte rijk van God.

Hoe kan de Geest je helpen? Wat wil Hij voor je doen?

Een eerste voorbeeld dat gebruikt wordt is dat van een magneet.

Als je de Geest in je laat werken, merk je dat je getrokken wordt.

Je wordt getrokken in de richting van het koninkrijk van God.

God wil je zetten op de weg van zijn liefde, vernieuwing, geduld en vrede.

Daarmee merk je dat je losgetrokken wordt van het kwaad. De persoon vd Geest wil je helpen!

Van het verkeerde, het egoïsme, ik gerichte, de haat. Je raakt steeds meer verbonden met Jezus.

Dan gaat je leven opbloeien, om de stap naar het tweede voorbeeld te gebruiken.

We vertrouwt op zijn geld is als een dor blad. Die krijgt geen nieuw en goed leven.

Maar wie zich door de Geest, door de wijsheid laat leren bloeit op.

Mozes zei al: luister naar het onderwijs dat het land in bloei zet.

Jeremia mocht vertellen na de moeilijke tijd, na de ballingschap komt de nieuwe tijd.

Ezechiël noemt het dat er een nieuw hart komt, een nieuwe Geest in hun binnenste.

Ik breng jullie weer tot bloei, Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken

Zo zal God ons door een donkere tijd heen leiden, weer feest geven, en vreugde.

Wanneer de Geest is uitgestort zal dat zeker gebeuren!

Wanneer Paulus terugkomt in Jeruzalem, Jezus is gaan volgen, dan lezen we over de gemeente.

De gemeente komt tot bloei. De gemeenten verdort niet en is niet zonder leven,

maar door de Geest: is er omzien naar elkaar, is er vrede, is er betrokkenheid.

Al de punten van ons jaarthema: ze maken dat je door Geest een levende gemeente wordt.

Die aantrekkelijk is voor buitenstaanders en wervingskracht heeft!

Door de Geest, die je verbindt aan Christus, mag je zo steeds verder tot bloei komen.

Hoe werkt dat dan? Je leven bloeit open waar Christus centraal staat.

Wie voor eigen winst, voor rijkdom gaat is als dat dorre blad.

Maar waar liefde is, dat wil zeggen: gerichtheid op de ander. Waar je de ander ziet staan.

Daar kom je tot bloei, breng je ook de ander tot bloei en bloeit de gemeente op.

Ik bid dat je zo de liefde van Christus door zijn Geest mag ontvangen en steeds meer getrokken wordt in de richting van zijn rijk.

Je gaat zelf bloeien door de Geest als je in de richting van het koninkrijk wordt getrokken

Maar de tweede vraag die hier klinkt is de vraag naar de gemeente.

Soms kan het gemeenteleven tot stilstand komen. Een kerk van tradities kan verstarren.

De vraag is: wie doet dan uiteindelijk het licht uit.

Het is dan als stilstaand water, dat gaat stinken en rotten.

Het ging net al om gericht zijn op de ander en niet op jezelf.

Je kunt voor jezelf heilige huisjes gemaakt hebben.

Vast zitten in bepaalde verkeerde patronen, fouten en vastgeroeste tradities.

Je ziet dat in allerlei gemeentes gebeuren: waar de Geest van Christus verdwijnt.

Juist de Geest kan in een gemeente het water weer laten stromen.

Kan zorgen dat het bewegend, levend water is, dat stroomt.

Kan zorgen dat het gebouw weer opgebouwd wordt, dat er bezieling komt.

Dan komen mensen in beweging en vormen samen een gemeente stap voor stap naar Christus.

Dan worden fouten die in de cultuur zitten doorbroken: zelfgerichte of eigengemaakte richtlijnen.

Onze cultuur met de verheerlijking van de mens en het individu.

Waar, zoals je ziet in sommige partijprogramma’s, het meer draait om de mens dan om God.

Ik moet kunnen bepalen wanneer het leven begint en eindigt.

Dat je zegt: Ik heb het goed, en de ander moet er zelf maar voor vechten.

Wij zijn beter, verder, slimmer dan de rest van wereld als het gaat om ontwikkeling.

Wie vervuld wordt van de Geest, zorgt dat oude patronen worden doorbroken.

Zo komt er nieuwe bezieling.

De schrijvers van de GC wijzen er terecht op dat dit wel ten dienste is van de kerk.

Daarmee sluiten ze aan bij wat Paulus hier schrijft in Korinthe.  

Heilige huisjes kunnen soms afgebroken, maar je moet oppassen dat je niet de tempel van Christus vernietigt. Die moet juist beschermt en opgebouwd, met al die verschillende stenen.

Hoe zorg je ervoor dat er opbouwend jeugdwerk is, waardoor jongeren opgebouwd worden.

Hoe kunnen ouderlingen werkelijk geestelijke, pastorale bezoeken voeren.

Hoe zorg je dat de diensten aansprekend en opbouwend zijn voor het geloof.

Hoe geef je kinderen in deze corona tijd toch voldoend mee, zodat ze Jezus leren kennen.

Hoe zorg je dat diakenen werkelijk vrijmoedigheid hebben om echt het verschil te maken.

Laten we bezield bouwen, de handen in elkaar slaan, steen voor steen.

Niet bang te zijn om nieuwe vormen, structuren, modellen te zoeken.

En zo door de Geest bezield te bouwen op het vaste fundament: het offer van Christus aan het kruis.

Naast dat de Geest zorgt voor bloei door de liefde en opbouw in geloof,

Geeft de Geest ook hoop: zijn naam is ook ruach, pneuma, spiritus, Wind, adem.

De mens kwam tot leven doordat God zijn adem, Geest gaf.

Wanneer de Geest wordt uitgestort horen de leerlingen het geluid van een windvlaag.

Maar ze zien niets bewegen. De Geest zet wel veel in beweging.

Een mens kan alleen herleven, opnieuw geboren als je werkelijk opnieuw geboren bent.  

Jezus gebruikt dit voorbeeld ook in het gesprek met Nicodemus.

Hij komt wonen in de gelovigen en velen komen tot geloof.

Het is nodig opnieuw geboren te worden, om tot geloof te komen.

Maar hoe gebeurt dat? Wanneer ga je geloven?

Het is moeilijk om dat precies aan te wijzen.

Hoe kan iemand die niet met het geloof is opgevoed gaan geloven?

Of geloof je alleen omdat je het zo geleerd hebt.

Maar ook niet iedereen die gelovige is opgevoed neemt het geloof aan.

De Geest waait waarheen Hij wil. We hebben het niet zelf in de hand.

Soms merk je bij anderen openheid voor het geloof. De Geest werkt dan!

Daarom mogen we bidden of de Geest wil werken.

In je eigen hart, in dat van anderen, in dat van mensen die Jezus nog niet kennen.

Waaien tot aan de einde van de aarde, tot aan de einde van de tijd.

Dat vraagt wel dat je zelf een open houding aanneemt.

Er gebeurt steeds weer wat in je leven: soms veel onrust, soms is het saai, soms boeiend.

De wind kan soms enorm stormen, maar soms valt de wind weg voor je idee en kom je tot stilstand.

Maar vergelijk het maar met een zeilboot: als er wind is moet je ervan profiteren.

Dan moet je de wind in de zeilen laten waaien en proberen de zeilen te laten bollen.

Laten we zo steeds opnieuw de zeilen hijsen: tijd maken voor God.

De handen vouwen, de bijbel openen, de kerkdiensten volgen.

Zo kun je groeien in geloof, hoop en liefde.

Zo zal de Geest je leven vernieuwen. Amen


Johannes 6 – Lopen over water (aangepaste dienst)

februari 21, 2021

Preek gehouden Heemse, aangepaste dienst

Johannes 6:15-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het was allemaal zo fijn en goed.

Jezus had gezorgd voor brood.

Veel brood, er was zelfs over.

Wat waren ze blij. Wat was dit een wonder!

Vijf broden en twee vissen, werd opeens heel veel eten.

De mensen willen dat Jezus nu koning wordt:

Zo’n koning die alles goed maakt, die altijd bij hen is.

Die zorgt dat niets meer mis gaat en alles lukt.

Dat je nooit meer bang, alleen of verdrietig bent.

Niet meer ziek, verlaten of eenzaam. Geen tranen meer.

Ze willen Jezus meenemen naar de hoofdstad: Nu komt alles goed!

                Misschien heb je dat zelf ook wel eens: dat je het goed hebt.

Dat je wilt dat alles blijft zoals het is. Bij een gezellige maaltijd.

Na een Picknick. Als je mooie liederen zingt en heel bij wordt.

Je voelt dat Jezus er is en je helpt en je wilt hem nooit meer loslaten!

[#2] Maar dan staat er: Jezus weet dat Hem koning willen maken.

Daarom loopt Hij weg, de berg op, alleen. En Hij blijft weg.

Het wordt later en later, het wordt bijna donker.

Al die mensen zoeken hun eigen weg naar huis.

En de leerlingen stappen uiteindelijk maar in de boot.

Naar Kafarnaüm, de zee over. Lopend zou het ongeveer 1,5 uur zijn.

Waar is Jezus nu. Het was zo fijn! Maar nu laat Hij hen alleen.

De leerlingen waren vissers: al zo vaak waren ze het meer op gegaan.

Ze kenden het water, wisten hoe je moest roeien, de netten lagen er.

Het rook er naar vis, die ze al zo vaak met zo’n bootje gevangen hadden. 

Zo kan het bij jou soms ook zo zijn: dat je je hobby doet.

Dat je naar de dagbesteding gaat. Dat je de afwas doet.

En dan denk je misschien niet zoveel aan Jezus.

Dan is Jezus niet meer zo dichtbij. Maar goed, je doet wat je altijd doet.

En je denkt misschien wel aan Hem. En je weet: Hij is op de berg.

Hij bidt voor mij. Hij denkt aan mij.

[#3] Maar dan gaat het helemaal mis. De leerlingen worden bang!

Ja, die ervaren vissers worden bang, midden op het meer.

Want het begint opeens hard te waaien.

Als ze dicht zijn bij het punt waar de Jordaan het meer in stroomt.

De wind valt hard binnen en trekt aan hun kleine bootje.

Alles gaat heen en weer en schudt door elkaar.

En als ze denken: het wordt wel minder, wordt het nog erger.

En kijk die golven eens! Wat gaan ze tekeer.

Ze slaan tegen het bootje aan. Ze maken het bootje bijna kapot.

Zelfs deze mannen die al zo vaak op zee zijn geweest, zijn angstig.

Straks verdrinken is. Wat kan de zee en het water dan eng zijn.

Ik vond het vorige week al spannend om over een meer te schaatsen.

Straks zak ik nog door het ijs! Deze mannen hebben heel wat meer kans om te verdrinken.

En dan is het ook nog donker. Het water spat langs de boot en over de boot. Ze zien niks. Ze denken dat ze gaan vergaan!

Zouden ze dan voor niets met Jezus meegegaan zijn. Zou het avontuur hier stoppen?

Heeft Jezus hun nu zo alleen gelaten?      Soms kun je zelf dat idee hebben.

Zeker als je het moeilijk hebt: als je ziek bent, of er komt een operatie aan.

Als je bang bent of het wel zal lukken op je werk.

Als je het lastig vindt dat je iets moet doen wat lastig is, in de winkel of bij een kennis. Lampje aan in de badkamer (Marijke) Grote honden (Gert jan)  

Soms kun je best wel bang zijn. Voor harde knallen, of als het stormt of onweert. En waar is Jezus dan: dan wil je helemaal graag dat Hij bij je komt!

[#4] En weet je wet het mooie is? Dan is Jezus ook bij hen. Ze weten het niet, maar Hij is vlak bij hen gekomen, gelopen over het water.

Hij heeft hen gezien. Hij ziet hen in hun angst, nood, moeite, worstelen.

Hij laat hen niet alleen, maar zoekt hen juist op. Maar niet voor het tijd is.

Hij test hun geloof. Hij wil weten of ze het echt van Hem verwachten.

De leerlingen zien Jezus niet, ze denken dat het een spook is.

Maar Jezus roept snel: wees niet bang! Je hoeft niet bang te zijn!

Ik ben bij je. Ik ga mee. Ik laat je niet alleen, ook niet als het moeilijk is.

Juist dan is Jezus erbij. Dan gaat Hij met je mee.

Ook als je Hem zelf nog niet ziet, als je niet voelt dat Hij er is.

Toch is Hij dan al bij je. Geloof je dat? Vertrouw je daarop? Het is echt waar! En als je het moeilijk vindt: dan mag je bidden. Je mag het vragen.

Je mag ook gaan zingen: dat Jezus erbij is. Je mag je bijbel pakken en gaan lezen over Hem.

[#5] Met Jezus kun je dan alles aan! Hij wil je leiden, helpen en veilig thuis brengen.

Matteüs vertelt dat Petrus zelfs over het water kan lopen. Er gebeurt een wonder!

Zolang Hij maar naar Jezus blijft kijken en op God vertrouwt.

En hier: zodra Jezus er is, is de boot opeens aan de kant van het meer.

Ze worden niet door de golven omgegooid, niet door de storm omgeblazen.

Nee …. Opeens zijn ze veilig aan de overkant. Zijn ze bij de haven. Kun je ze van boort.

Zonder het te weten, hebben ze de overkant al bereikt.

Zo helpt Jezus je, zo gaat Hij met je mee. Het is een wonder: opeens is het gevaar weg.

En zijn ze veilig thuis. En dan: dan gaat Jezus verder waar Hij gebleven is.

Weet je nog dat jullie zoveel brood kregen. Dat brood is mijn lichaam.

Ik kan wonderen doen. Ik kan brood geven en met mijn lichaam over het water lopen.

Als je gelooft in mij, als je eet van mijn brood, krijg je een eeuwig leven.

Krijg je een leven dat niet meer stopt, maar dat altijd door gaat.

Als je sterft mag je bij mij zijn, en nu ondertussen: wil ik je wonderlijke kracht geven.

Ik ben bij je, alle dagen, in het teken van brood en wijn, door mijn Geest.

En als je het moeilijk hebt? Dan zie ik je, dan kom ik naar je toe.

Ik wil je bij de hand nemen en zonder dat je erg in had, zul je opeens veilig thuis zijn!

Amen.


Handeling 2:44-46 – Geef om elkaar!

februari 7, 2021

Preek Heemse, 7 februari 2021 [Omzien naar elkaar. Gemeente-zijn 2.0]

Tekst: Handelingen 2:42b, 44-46

Geliefde gemeente,

[#1] Vorig jaar in een tuin, in de zon, hebben we het jaarthema bedacht.

Gemeente-zijn 2.0, dat staat onder het logo van het jaarthema.

Waarom ‘2.0’? Heb je je misschien afgevraagd.

Het idee erachter is, dat we in deze tijd veel dingen opnieuw moeten doordenken.

Het idee van gemeente-zijn moet doorontwikkeld worden.

Hoe ben je gemeente in deze tijd? Hoe zie je dat je bij elkaar hoort? Hoe geef je om elkaar?

Als je niet meer samen in zaaltjes en gebouwen zit, als je niet meer samen kan zingen en luisteren.

Dan kun je heel veel gaan bedenken: grote plannen maken, zeggen: alles moet anders.

Maar we kunnen ook even afstand nemen. Teruggaan naar de basis. Terug naar hoe het begon.

Daar zijn we dit jaar mee bezig, zodat we leren hoe we nu en ook straks gemeente kunnen zijn.

Welke exit-strategie hebben we. Hoe ga je straks de boel weer oppakken na corona.

Daarvoor lezen we Handelingen 2: het fundament onder de gemeente is gelegd.

Je blijft bij het goede nieuws. Je zoekt God op in gebed, je blijft met God verbonden.

Het betekent ook en dat zien we vandaag, dat je naar elkaar omziet.

[#2] Hoe doe je dat in deze tijd? Ik heb er de diakenen naar gevraagd.

Veel kan niet. Je mist dat je zomaar op bezoek kan, als je net diaken bent geworden,

ben je misschien nog niet eens overal thuis geweest.

Je hebt minder goed en minder snel in de gaten wat er speelt er waar nood is.

Een diaken zegt: ik merk dat nu het langer speelt mijn motivatie wel wat weg zakt.

Veel gebruikelijke manieren kunnen niet. Maar wat kun je wel doen?

Als diaken, als bezoeker, als wijkcoördinator, als gemeentelid?

Daar willen we op letten, daar willen elkaar toe uitdagen.

Van elkaar leren: wat doe jij als jongere in deze tijd, om moed te houden?

Hoe kun je er zijn voor een ondernemer, die vaste lasten moet betalen, maar niets verdient.

Hoe ondersteun je een ouder die combineert met het lesgeven van de kinderen?

Hoe zorg je dat een oudere niet eenzaam wegkwijnt in een tijd van weinig bezoek?

[#3] Laten we eerst terug gaan naar vroeger, toen Jezus net opgestaan en naar de hemel gegaan was.

Veel Joden waren tot inkeer gekomen in Jeruzalem.

Ze hadden ontdekt: het was niet goed dat we Jezus gedood hadden, want Hij was de Messias.

Ze laten zich dopen en ontvangen de Geest in hun harten. Ze leren Jezus kennen.

Wat een blijdschap, wat een liefde, wat een vergeving, wat een troost!

Er kwam een nieuwe hoop in hun leven: ze verlangen naar het koninkrijk.

Die goede woorden willen ze steeds weer horen, samen bidden ze tot God.

[#4] En dus ook: ze geven om elkaar, zijn op elkaar betrokken en zijn een gemeenschap.

Je leest dat ze trouw en eensgezind samen komen in de tempel.

Ze komen dus echt, samen op dezelfde plek bij elkaar. Ze ontmoeten elkaar.

Ze zijn daarbij eensgezind: vol van dezelfde Heer, vergeving, liefde en Geest.

Dat doen ze in de tempel. Of iets beter gezegd: de tempelgebouwen.

Het grote tempelcomplex had veel ruimte om bij elkaar te komen.

Ze laten zien: wij scheiden ons niet af van de anderen, we keuren de tempel niet af.

We houden vast aan Gods heilige Woord, aan zijn beloften, aan wat Hij vraagt.

De God die ons geleerd heeft om aan de armen te geven, is de Vader van Jezus.

En juist in de tempel was Jezus ook vaak. Nu hoeven er geen offers meer gebracht.

Jezus zelf had zijn liefde laten zien door zichzelf als offer te geven.

Hij was als een lam gestorven voor onze zonden.

Ook Paulus gaat nog naar de tempel als hij later in Jeruzalem komt.

Christenen vormen geen nieuwe religie of overtuiging: ze hebben dezelfde basis, dezelfde God.

En juist als ze zo zichtbaar in de tempel samenkomen, kunnen anderen hen zien en horen.

Raken anderen geïnteresseerd en zien hoe goed het is om zo verbonden te zijn.

Dat is dus het eerste: je blijft niet met een boekje in een hoekje, je sluit je niet af.

Nee, gemeente zijn wordt zichtbaar rondom het kerkgebouw,

Op de andere plekken waar je elkaar ontmoet. Je leeft me met elkaar:

Door de diensten te volgen, te bellen of zoomen met wijkgenoten, iets te delen in de wijkapp.

[#5] Vervolgens staat er: ze hebben alles gemeenschappelijk. Wat betekent dat?

Er staat: iedereen die iets bezit, verkoopt al zijn bezittingen en deelt het uit.

Als er iemand was die het moeilijk had, kon je je akker verkopen.

Of je verkocht dure bezittingen. Dan hoefde de ander geen honger te lijden.  

Tijdens het voorbereiden werd ik het meest getroffen door het idee van de familie.

Als familie heb je ook niet alles samen. Maar als het goed is, sta je wel voor elkaar klaar.

Help je elkaar als er verbouwd moet worden, doe je niet moeilijk als iemand iets wil lenen.

Ondersteun je elkaar als er noden en moeiten zijn. Leef je met elkaar mee.

In deze omgeving kennen we ook burenplicht en noaberschap. Je bent er voor elkaar.

Je hebt elkaar. Vroeger als de ander de oogst niet op tijd binnen kon halen dan sprong je bij.

In hoofdstuk 4 lezen we dat we dan het geld voor de voeten van de apostelen leggen.

De apostelen delen het uit. En als ze daar geen tijd meer voor hebben wijzen ze diakenen aan.

Zo werken de diakenen nog steeds van het geld dat verzameld wordt door giften en collecten.

Ze helpen mensen: via een broodfonds. Als iemand geen geld heeft om eten te kopen. Heel direct.

Als je anders uit je woning gezet wordt. Of als je een basisvoorziening niet kan betalen.

Maar soms helpen ze ook meer structureel. Door vaker ondersteuning te geven.

Door te helpen je financiën op orde te brengen of je te helpen uitzoeken van welke gemeentelijke

regeling je gebruik kan maken. Ook kan er maatschappelijke of psychische hulp vergoed worden.

[#6] Was die eerste gemeente een soort communistische vorm van samen leven?

Er is niets van jezelf, maar alles is van iedereen samen.

Je hebt geen eigen bezit, maar je deelt het met iedereen.

Geen eigen auto, maar een deelauto. Geen eigen huis, maar de huizen zijn van iedereen.

Geen eigen computer, speelgoed, spullen: maar je deelt alles met elkaar.

Je kunt zo bij elkaar binnen lopen om de fiets, de koffie, een lampje, de boor of noem maar wat te lenen. Er zijn mensen die het zo neerzetten.

Als je je afvraagt hoe we gemeente zijn, dan betekent het niet we geen bezit meer mogen hebben.

Het was niet zoals wanneer je een klooster binnentreedt dat je helemaal niets meer mag hebben.

Je hoefde geen afstand te doen van je bezit en eerst alles te verkopen.

Het was geen voorwaarde vooraf. Niet de armoede, maar de liefde brengt je in de hemel.

Het woord alles en iedereen kun je ook zo vertalen dat er staat: een groot aantal, een grote menigte.

En werd gegeven geven: naar gelang iemand iets nodig had.  

Steeds wanneer het nodig was en er nood gezien werd, dan werd er om elkaar gegeven.

Er was liefde, betrokkenheid, bewogenheid, en men deelde uit.

De hoogst haalbare manier van gemeente zijn is daar werkelijkheid geweest.

Laten we het niet te makkelijk weg zetten:

Zo van: dit kan toch niet de bedoeling zijn. Het alleen maar iets van het eerste enthousiasme.

We zijn nu verder gekomen en we weten wel dat dit niet houdbaar is.

Moest er niet later een collecte voor het arme Jeruzalem gehouden worden? [economie Jeruzalem]

In Deuteronomium stond dat er geen arme in je midden mag zijn,

Jezus wijst op het gevaar van rijkdom en hoe vast je aan je geld kan zitten.

Hoe ga jij om met je bezit? Is je bezit alles voor je? Ben je beïnvloed door het liberale denken?

‘Laat iedereen vooral goed voor zichzelf zorgen, iedereen heeft recht op wat hij zelf verdiend heeft.’

Wat we hier lezen is zeker geen kapitalisme, waar mensen zelf grote sommen geld gaan verdienen.

Waar het draait om geld, bezit, kapitaal. Zelf je schaapjes op het droge krijgen.

En vervolgens zeggen dat anderen er ook maar hard voor moeten werken.

[#7] Zo wil de diaconie binnen de gemeente ondersteunen en stimuleren.

Ook in deze coronatijd: wat fijn dat er meer geld binnenkwam voor de kerst en zomeractie.

Zo kon er meer uitgedeeld worden aan minima, en ook op meer adressen.

Zijn er mensen en financiële middelen om mensen te helpen.

Sommige ondernemers worden hard getroffen, gelukkig zijn er veel steunpakketten.

Het aantal faillissementen ligt historisch laag, maar wat zal er straks gebeuren?

Daarom opnieuw een oproep van de diakenen. Schroom niet, trek aan de bel als er nood is.

Een diaken kan niet ruiken dat er nood is, en juist nu is dat soms extra moeilijk.

Het is ook een vorm van vertrouwen dat je aangeeft als er wat is.

Daarbij zullen diakenen dat natuurlijk verantwoord moeten doen en niet zomaar uitdelen.

Er mag best gevraagd worden dat je wat cijfers overlegd.

Maar schaam je niet, er wordt geen tegenprestatie verwacht. Ik wist het niet: het is geen lening.

En als er weer betere tijden komen, mag je het altijd terugstorten of kun jij weer anderen helpen

[#8] De CGO heeft geholpen door een tasje te geven. Wat mooi als je daar iets in stopt voor de ander.

Ik hoorde van de diakenen veel mooie dingen die gebeurden in de wijken: Als het gaat om eten. 

Een stapel pannenkoeken bij een gezin, een maaltijd bij een oudere.

Een cake voor de bewoners van Sprank in quarantaine, cakes voor de mensen in de wijk.

Maar ik hoorde ook van mensen die boodschappen deden voor iemand in quarantaine.

Iemand die een klusje deed of hielp bij een technisch probleem. Een puzzel die doorgegeven wordt.

Hoe mooi kan het zijn als je een kaartje krijgt of een mooie tekening.

Je weet vaak niet half hoe iemand door zo’n gebaar geraakt kan worden.

Iemand vertelde: een paar jaar terug werd er zomaar een bos bloemen gebracht.

Het heeft me toen zo goed gedaan!

Soms is het ook alleen de belangstelling: hoe is met je?

Mooi als je als oudere er voor jongere wil zijn, of als jongere voor oudere.

Een keer terugkomen op een moeilijke situatie, met elkaar meeleven.

Zeker nu we minder contacten hebben, kan het heerlijk zijn om even je hart te luchten.

Ik hoop dat je iets kan bedenken om in het tasje te stoppen.

Jongens en meisjes, misschien weet je zelf wel iets. En in ieder geval kun je het tasje kleuren!

Voor wie maak jij een mooie tekening? Of je stop de tekening in het tasje!  

Opvallend is dat het samen eten steeds weer terugkomt in Handelingen.

Helaas, was het geen volmaakte gemeente. Zijn Ananias en Zafira niet eerlijk.

Is er conflict tijdens het eten. Kunnen ze niet eens op elkaar wachten en blijft er weinig over.

Ook nu kun je teleurgesteld zijn, eenzaam, slecht behandeld, ook door kerkmensen.

Maar … laat je vullen met de liefde van Christus. Ontvang vergeving en vooral zijn Geest!

Volgende week vieren we het avondmaal: stel je zelf in de voorbereiding eens een vraag.

Ben ik bereid om mijn brood te delen met mijn broer of zus? Voel ik dat ik één lichaam ben?

Juist bij het avondmaal collecteren we voor de diaconie, verzorgen de diakenen de tafel.

Bij maaltijden merk je de verbondenheid.

Gemeente zijn 2.0 > niet alleen samen aan tafel en in de kerk, maar werkelijk met elkaar verbonden.

Wat een geweldig teken is het avondmaal als het gaat om samen delen en om elkaar geven.

Laten we binnen de mogelijkheden die er zijn ook samen die verbondenheid in Christus mogen ervaren! Amen


Johannes 5:1-18 – Verwacht je redding van Jezus, Gods Zoon!

januari 24, 2021

Preek Heemse, 24 januari 2021

Tekst: Johannes 5:1-18

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] In Spanje heb je te maken met vaccinatie voordringers: mensen die proberen door hun geld of macht eerder aan de beurt te komen Wil jij ook graag snel gevaccineerd worden? Snel een prik zodat je weer meer kan doen, zodat je minder kans loopt op ziek te worden?

Er is discussie wie er eerst moeten: Eerst de ouderen en kwetsbaren? Want die lopen gevaar eraan te overlijden. Eerst de acute zorg? Want zonder hen kunnen we geen zorg bieden.

Maar de politieagenten zeiden: en wij dan, wij kunnen niet altijd afstand houden worden bespuugd.

De mensen vechten erom, de westerse landen staan voorop en betalen geld.

En wie krijgen als laatsten … de derde wereld, de vluchtelingen, de zwakken in deze wereld.

Wanneer zullen in Gambia bij Aad en Anneke Twigt voor de mensen de vaccins aankomen?

[#2] Wachten is lastig. Als je kiespijn hebt dan duurt een nacht al lang.

Je kunt balen als je twee weken in quarantaine moet en niets kan doen.

Hier is een man die al 38 jaar lang niet kan doen wat hij wil …  

Vanmorgen stelt Jezus zich voor als degene die geneest, die echt kan helpen!

Ik moet zeggen dat het mij nu nog meer raakt: veel meer mensen zijn ziek.

Veel meer mensen overlijden. Heel de wereld heeft te maken met de pandemie.

Wat hebben we dan aan Jezus, wat hebben je dan aan het geloof?

Kijk je vooral naar de wetenschap, of geloven je ook dat er één is die regeert?

Wat kan Jezus vandaag voor U, jou en mij betekenen? Hoe word je echt gezond?

[#3] Verwacht je redding van Jezus, de zoon van God!

(1) De diagnose: wat is jouw probleem?

(2) de genezing: Hoe word je genezen?

(3) de reactie: Hoe sta je tegenover Jezus?

[#4] Als je met je Schaap door de Schaapspoort gaat en naar de tempel gaat om een offer te brengen, kom je langs een bad. Dat is Bethesda, of zoals beter is Betzata. Aan elke kant is een overdekte zuilengalerij, en er is ook één in het midden, die twee baden van elkaar scheidt.

Ze hebben dat bad teruggevonden, tegenwoordig staat er de St Anna kerk: en in die kerk vonden ze ook een schilderij met een engel bij het water. Een bijzondere plaats, zo’n plaats van genezing dat veel ziekenhuizen (ook in Hoogeveen) ernaar genoemd zijn: Bethesda!

Johannes vertelt zeven wonderen in zijn boek. Hij neemt je mee naar dit bad om er één te laten zien:

De mensen hier in Betzata kunnen wel een wonder gebruiken. Ze zijn hier allemaal verzameld: blinde mensen, mensen die goed konden lopen, mensen met vergroeide armen of benen.

Je weet misschien dat er veel verschillende kuuroorden bestaan.

Plekken waar mensen heen gingen vanwege geneeskrachtig water.

Ook hier mengde zich het water van een ondergrondse bron met het badwater.

Zo zijn er baden met water met bepaalde mineralen, die goed zijn voor je huid of longen.

In de Romeinse tijd, maar ook in de vorige eeuw nog kon een dokter dat voorschrijven.

[#5] Toch lijkt hier meer aan de hand dan gewoon geneeskrachtig water.

Het water is bijzonder, en tegelijk zegt de aantekening die erbij staat, die niet in elke tekst staat, maar wel zo vaak voorkomt dat het wel geloofwaardig is:  

Het was een engel die het water in beweging bracht. En dan kon één iemand genezen worden.

God was aanwezig door een engel, en sommige mensen werden genezen. Waarom het er maar één was? Was er niet meer water? Was het bad niet groter? Was het water niet sterker?

Eigenlijk maakt het het des te pijnlijker voor deze patient die al 38 jaar op zijn matje ligt.

De redding is zo dichtbij. De hoop is zo dichtbij. Maar hij kan het niet bereiken.

Wat een marteling: dorst hebben in de hitte, maar dan vast op een stoel zitten.

En dan zet iemand water dichtbij of iemand drinkt een flesje water op.

[#6] Jezus vraagt: Wil je beter gemaakt worden?

Misschien een wat rare vraag. Wie zou dat nu niet willen?

Sommige wijzen erop dat je gewend en gehecht kan raken aan je ziek-zijn.

Maar dat is niet wat Jezus hier wil weten. Hij wil de man zelf horen en aan het denken zetten.

En de man reageert gelijk enthousiast natuurlijk wil hij dat! Dat zou heel fijn zijn.

Er is alleen één probleem: er is niemand die hem naar het water kan brengen. Hij is alleen.

En als hij zelf gaat kruipen, is hij natuurlijk veel te laat.

Deze woorden … ik heb niemand … blijven bij mij hangen.

Die man is niet alleen ziek, hij is ook alleen. Intens verdrietig klinken deze woorden.

Hij is volstrekt eenzaam, niemand die zich om hem bekommert.

Het is een geluid dat je vandaag ook veel kunt horen. Door onze samenleving.

Door het individualisme. Eigen doelen zijn belangrijker dan de gemeenschap.

Maar ook door de corona: er kan geen bezoek komen, je ziet bijna niemand.

De jeugd kan elkaar niet meer ontmoeten, je zit niet bij elkaar op school.

Ik voel me zo alleen. Je kunt je verhaal niet kwijt. Je verdriet van jaren.

Wie wil er dan niet gezien zijn: een gezond lichaam, mensen om plezier mee te hebben.

En ook geestelijk je dicht bij God en gedragen voelen. Wat kun je dat missen!

[#7] 2. Maar dan komt dus Jezus. Hij weet dat deze man al 38 jaar ziek is.

Misschien weet Hij het als de zoon van God, misschien is het Hem ingefluisterd.

Hij kent hem wèl. Hij ziet naar hem om. Is dat al niet het eerste grote nieuws!

Als je het idee hebt dat niemand je ziet, als je niemand kent, is er één die er wel is.

Die altijd naar je luistert en altijd voor je zorgt. Jezus ziet deze man en spreekt hem aan.

Misschien zeg je: ja, mooi voor die man. Maar die zuilengangen lagen vol met zieken.

Die ziekenhuizen liggen vandaag de dag vol. In Engeland is het bijna niet te houden.

Mooi dat Jezus er is voor die man. Maar waar was hij toen mijn vader ziek werd?

Waar is hij in het verdriet dat ik heb om zijn zieke moeder? Om mijn kind?

Jezus staat niet meer op de stoep, hij komt niet lichamelijk naar je toe.

Toch weten we dat Jezus dit gedaan heeft: Hij ziet de enkeling, de eenzame.

Hij is nu in de hemel, en juist daardoor kan hij er voor iedereen zijn.

Wil Hij met zijn Geest in ons hart aanwezig zijn. Wil Hij naar iedereen luisteren.

Soms gebeuren er wonderen, word je genezen, merk je zijn kracht.

Je mag er naar verlangen, je mag er om bidden, je mag er om danken.

Soms gebeurt het ook niet … wat moeilijk kan dat zijn.

Maar in ieder geval mag je weten. Hij laat je niet alleen!

[#8] Bij die man gaat het anders, Jezus ziet en kent hem, maar Hij wil hem ook helpen.

Die man denkt misschien: Jezus zal me zo wel richting het water dragen.

Maar Jezus is nog machtiger dan die engel. Hij zegt: pak je matras op en loop

Hij geneest hem gelijk.

Hij geneest hem ter plekke. En het duurt geen seconde, onmiddellijk geneest hij.

Hij voelt de kracht in zijn benen komen en hij wandelt weg. Wat een wonder!

Wat een kracht van Jezus Christus. Hij geneest!

Vlakbij de tempel, waar het feest gevierd wordt van bevrijding uit Egypte.

Vlakbij de bron waar water geput wordt, om dat te herdenken.

Bij het genezende water van Batzata, komt hij die het levende water zelf is.

Hij schenkt deze man genezing. Hij is de redder en verlosser.

Zo lief had God de wereld: en tegelijk kijkt Jezus verder.

[#9] Als Hij hem weer tegenkomt, fluistert hij hem in: zondig niet weer! ‘mèketi amartane’

Je bent nu genezen, zondig niet weer, opdat U niet iets ergers overkomt.

Nee, die man is niet ziek geworden als straf op de zonde (zie bijv. Joh 9:3).

Maar het de ziekte is een gevolg van de zonde, als die zonde tussen God en hem in blijft staan:

dan is hij wel voor even genezen, maar heeft niet het eeuwige leven.

Zoals hij Jezus liet zien bij de man die door het dak gezakt was: hij kan zonden vergeven.

Dat is het belangrijkste. Want daardoor krijg je niet wat ergers, maar krijg je het eeuwige leven.

Het draait er uiteindelijk om dat we met God verbonden zijn.

Vanmiddag zal dat in de dienst ook heel mooi naar voren komen. Nee, niet iedereen wordt genezen.

Ook Marco Welink werd niet genezen, het geeft verdriet en pijn. Maar tegelijk mag je ervaren:

Jezus geeft het levende water. Hij is erbij, en we geloven dat we uiteindelijk bij hem mogen zijn.

[#10] 3. Toch willen we nog een stap dieper en verder gaan. Hoe sta je tegenover Jezus?

Want waarom vertelt Johannes dit wonder,  als één van de zeven wonderen, al aanvulling op wat we al weten.

In de eerste preek over Johannes vertelde ik al: Johannes wil vooral het goddelijk paspoort van Jezus laten zien. Niet dat hij mens was, maar dat hij ook echt God was.

Tertullianus vertelt dat er iemand was die beweerde dat Jezus eigenlijk maar tijdelijk God was.

Dat met de duif hij goddelijke kracht gekregen had, maar dat dat na zijn dood ook weer verdween.

Hij gaf aan: met zo iemand wil ik geen contact hebben, want zo stort heel ons geloof in!

Johannes wil laten zien dat Jezus het Levend water is, de eeuwig zoon van God.

En juist hier komt dat naar voren, niet alleen in zijn daden, maar ook in zijn woorden.

In de discussie die Hij met de Joden heeft. Want die worden boos!

Ze zien de man een matje dragen. Hé, je draagt een bed, dat mag niet op sabbat.

Je mag het niet tillen en zeker niet vervoeren. Ze hebben geen oog voor de mens.

Ze hebben van het geloof regeltjes gemaakt en wetjes. De menselijke maat verdwijnt.

Jezus overtreedt de regels van God, en als ze hem erop bevragen?

Dan zegt Hij dat hij zelf God is, dat Hij net als zijn Vader ook op de sabbat werkt.

Vanaf dat moment proberen ze hem te doden. Hij ondermijnt de sabbat.

Hij noemt zichzelf God. Jezus, als Zoon van God? Dat roept weerstand op.

Maar dat is juist hoe we Jezus mogen leren kennen. Gods eigen zoon.

Hij is de machtige, Hij is voor jou gekomen, om je te redden.

Dat roept weerstand op: de Joden willen er niet aan.

Nog steeds roept dat vragen op: was die mens Jezus echt God?

Sommigen willen vandaag de dag Jezus wat kleiner maken. Een bijzonder mens.

Een voorbeeld. Een historisch figuur. Een inspiratiebron.

[#11] Maar, ook dan wil je er niet aan: je zult moeten kiezen.

Geloof jij dat hij de zoon van God was. Dan begrijp je dat Hij kan genezen en zich Gods zoon kan noemen. Geloof je dat niet: dan erger je eraan, pas je zijn beeld aan, roept hij weerstand op.

Juist omdat Hij zegt wie Hij is, Gods zoon, zal hij gedood en gekruisigd worden.

Juist omdat Hij zegt wie Hij is, omdat Hij Gods Zoon is en het levende water: kan hij eeuwig leven geven.

Ik hoop dat Jezus nog veel wonderen mag doen en dat zieken mogen genezen.

Ik hoop dat er spoedig voor veel mensen vaccins beschikbaar zijn.

Ik hoop dat we Jezus’ liefde laten zien en opkomen voor een eerlijke verdeling van de wereld.

Ik geloof dat God nog steeds wonderen kan doen. Maar soms is Gods weg anders.

Kunnen ook dokters niet alles, en kan niet iedereen gelijk geholpen worden.

[#12]Maar één ding is zeker: voor je echte geluk en eeuwige vreugde hoef je niet in de rij te staan.

Die bereik je zelfs niet door voor jezelf op te komen en met je ellebogen te werken.

Ook niet door veel te betalen of jezelf te bewijzen.

Jezus zegt: ik zie je staan, ik hoor je stem. Kom bij mij. Vind het levende water.

Zodat je nooit meer dorst of honger krijgt, maar voor eeuwig met mij verbonden bent.

Volg je mijn voorbeeld?

Hoe toon jij vandaag liefde aan degenen die zelf niet kunnen?

Amen


Gewone Catechismus 77 – Houd vol!

januari 17, 2021

Preek Heemse, 17 januari 2021

Tekst: Gewone Catechismus 77

Geliefde gemeente van Onze Heer Jezus Christus,

Hoe houd je vol? Dat is de vraag die vanmiddag gesteld wordt.

Hoe houd je vol, om zo’n stuk te gaan wandelen? Om te stoppen met roken?

Hoe houd je vol, om op je lijn te letten? Om trouw je schoolwerk te doen?

Hoe houd je vol, als je veel verdriet, pijn en moeite kent?

Wat zal er gezegd worden? Ik denk dat mensen wijzen op zichzelf.

Je moet sterk zijn, moedig zijn, je niet af laten leiden, jezelf overwinnen.

Het kan ook zijn dat je vooral gericht bent op het resultaat, de beloning.

Een gezond lichaam, een mooie medaille, een diploma, een leuke baan.

Maar misschien heb je ook wel iemand die je motiveert: een coach, een trainer.

Laten we maar snel de vraag iets verder lezen …

Want wat wordt er met name gevraagd? Waar is men in de leer van de kerk nieuwsgierig naar?

Hoe houd je het vol om Christus te volgen? We hebben tien geboden gehoord.

Stuk voor stuk is uitgelegd wat het betekent om liefde te tonen voor God en voor je naaste.

Hoe ga je dat nu echt doen? Hoe blijf je Jezus volgen? Hoe voorkom je dat je terugvalt?

Want, zegt het antwoord, we dwalen zomaar af. Verliezen hoop, moed en inspiratie.

Ik heb de oproep vanuit Gods Woord vanmiddag in drieën verdeeld.

Eerst letten we op de basis: Gods licht, genade en Geest vormen de basis.

Daarna komt ons eigen hart: wie oprecht handelt zoekt het licht op.

Tenslotte letten we op het doel: Je mag gericht zijn op de komst van het licht.

Het is geen verrassing, wanneer ik zeg dat het niet altijd gemakkelijk is om vol te houden.

Misschien stelt deze tijd ons geloof wel meer op de proef dan andere tijden.

We hebben niet momenten waarop we elkaar opbouwen en aansporen om vol te houden.

We hebben niet de ontmoetingen: het is lastiger om elkaar te zien.

Je raakt misschien teleurgesteld als de lockdown zo lang duurt.

Maar ook in de geschiedenis wordt duidelijk dat er vaak achterblijvers en afhakers zijn.

Denk ook aan het volk van God in de woestijn.

Soms blijven ze achter. Soms willen ze terug. Soms gaan ze met tegenzin. Soms gaan ze eigen wegen.

Zo is het met ons ook soms: je wilt niet, je wilt niet dit, je wilt niet dat.

Soms ga je een tijdje fanatiek van start, maar zak je weer in.

Soms is het tegen heug en meug dat we dingen, waarvan je kan zeggen: 

Als je het niet met blijdschap, vanuit je hart, oprecht kan doen, doe het dan niet.

Daarom is het belangrijk dat het begin goed is. Dat de basis goed is.

Vorige week zijn we gestart met het leven Jezus, zoals Johannes dat vertelt.

Johannes wil vooral zijn goddelijke oorsprong, zijn goddelijke paspoort laten zien.

In het gesprek met Nikodemus, midden in de nacht, legt Hij uit dat Hij zelf het Licht is.

God had de wereld zo lief, dat Hij zijn eigen Zoon gaf. Hij komt om de wereld te redden.

Daardoor ga je niet verloren, maar krijg je deel aan het eeuwige leven.

Sommigen hadden het idee dat wanneer de Messias de verlosser zou komen hij zou oordelen.

Maar in vers 17 staat: God kwam niet om een oordeel te vellen, maar om de wereld te redden.

De wereld is al duister, is al onder het oordeel, kent al veel zonden.

Toen God in de wereld kwam, toen Jezus kwam wilden de mensen niet in Jezus geloven.

De mensen deden verkeerde dingen, hun daden waren slecht en willen Jezus niet aannemen.

Het is aan Gods liefde te danken dat de wereld gered wordt.

God komt niet om de wereld te verslaan: Hij komt om de wereld te verlossen.

Denk aan de slang in de woestijn. Hij wordt omhoog geheven.

De mensen konden gered worden door er naar te kijken.

Zo komt Jezus in de wereld om de wereld te redden.

Wanneer Jezus komt, komt aan het licht hoe de dingen werkelijk zijn:

De waarheid over God; je ontdekt wie je zelf bent.

Je ziet de manier waarop je gered kan worden; wat goed is en wat mooi is.

Wat kwaad is en wat lelijk is. En daardoor ook: hoe het goed is om te leven.

Wat is goed om te doen, wat is goed om te denken, wat is goed om je te gedragen.

Uiteindelijk komt alles dus alleen van God: wil je Hem horen of wil je niet horen?

En dan zegt het lied ‘Houd vol’ het is een stoet van heiligen en twijfelaars.

Er kunnen vragen zijn. Maar God is met zijn licht gekomen. God die zelf volmaakt is.

Hij komt met zijn liefde naar je toe en zegt: Ik kom je redden. Ik geef je de kracht.

God is met zijn genade en liefde in de wereld gekomen. Het heeft aan het kruis geschenen.

De basis ligt dus bij God, bij zijn liefde. Er was eens een theoloog, Kohlbrugge, die zei:

Eigenlijk kunnen we als mensen maar heel weinig goed doen. Goed leven, heilig leven?

Zodra we een paar stappen doen, struikelen en moeten we weer terug naar het kruis.

Steeds weer zien we dat we Christus nodig hebben. In mijn ogen is dat te negatief,

Maar je kunt er wel van leren: het begin moet goed zijn, en het begin is ook steeds weer nodig.

Heb je werkelijk God leren kennen, begin je werkelijk met zijn genade, elke dag.

Alleen het licht van Jezus, zijn genade en Geest vormen de basis. Alleen zijn licht wijst de juiste weg.

2. Wat vraagt dit van je zelf? Laat het licht schijnen in je hart!

Als we Johannes lezen, dan wordt duidelijk hoe mensen reageren op Gods genade.

Wanneer het licht verschijnt, dan zijn er mensen die voor dat licht wegvluchten.

Zoals nachtdieren teruggaan naar hun holen, als het daglicht verschijnt.

Zo zegt Johannes: wie kwaad doet haat het licht.

Hij schuwt het licht, omdat anders zijn daden bekend worden.

Maar als je een dagdier bent, dan wordt je juist wakker als het licht wordt.

Dan ren je naar het licht toe. Johannes zegt: wie oprecht handelt zoekt het licht op.

Het is opvallend dat Johannes hier zo over het gedrag spreekt:

Hangt het dus toch van jezelf af. Of je zelf goede of kwade dingen doet.

En dat het dan goed komt of niet? Daarvoor is het goed om even terug te lezen.

God had de wereld zo lief, dat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat.

Het draait uiteindelijk om je geloof. Geloof je dat Jezus gekomen is? Geloof je in het licht?

Jezus komt niet om de vijand te verslaan, het oordeel te vellen: nee dat oordeel komt er vanzelf.

Wanneer het licht begint te schijnen, vluchten mensen weg, of komen ze juist.

En dan kun je vooral zeggen: als je daden slecht zijn, dan wil je het licht niet.

Maar als je het licht wel wilt, als je God in je laat werken: dan wil het licht wel.

Het zit hem dus niet zozeer in je daden, het zit hem er vooral in dat je het licht laat werken.

Maar hoe krijg je nou een krachtig hart, een krachtig wil. Hoe blijf je nu volharden.

Het gaat niet zomaar. Niet voor niets is het morgen Blue Monday.

De dag die uitgeroepen is als meest deprimerende dag.

Nu wordt duidelijk dat je sommige goede voornemens niet haalt.

Later legt de Here Jezus het uit aan de hand van de gelijkenis van het zaad.

Als het zaad in goede grond valt, dan lukt het om vol te houden en vrucht te dragen.

Maar er zijn ook mensen die afvallig worden als er moeite komt. Volhouden wil zeggen:

Dat je de kracht hebt om staande te blijven, als het spannend is.

Als de verleiding het grootst is, als iedereen je tot afval probeert te brengen.

De duivel zal juist ook van je vermoeidheid, teleurstelling of tegenslag gebruik maken.

Proberen daarop in te spelen en je te laten struikelen.

Dan komt het erop aan om je hart op Christus te zetten: alle krachten van geloof,

Hoop en liefde moeten gebruikt worden om het gevecht te winnen.

Zodat je niet afvalt, zodat je niet opgeeft.

Maar wat als mij de moed ontbreekt?

Soms kan de moed je ontbreken, soms kan het donker zijn,

Soms is er teleurstelling en heb je niet de kracht.

Psalm 27 spreekt ook over moed en kracht, waar zou het zijn gebleven?

Maar Hij zegt: ik stel mijn geloof op God. Zijn belofte, zijn woord, zijn trouw.

Daardoor krijg ik nieuw vertrouwen. Want al voelen wij ons soms zwak:

God wil in je werken, Hij wil je dragen, Hij wil je helpen. Ook al lijkt het donker;

Als Hij verschijnt wordt zichtbaar dat God werkzaam is in alles wat je doet.

Zijn woord is het zaad dat leven geven, zijn licht versterkt je hart.

Waar je ook zit, geef je hart helemaal aan Hem.

3. God is er aan het begin, onderweg, maar ook aan het eind.

Christus zelf hield vol, lazen we net: om de vreugde die voor Hem lag.

Daarom kon Hij het kruis op zich nemen en de schande verachten.

Zo is het ook met u, jou en mij. Volhouden, standhouden is niet zonder doel!

Je zult uiteindelijk het leven verkrijgen. Dat mag je helpen om te volharden.

Dan zul je krijgen wat je beloofd is. Jakobus zegt ook: te feliciteren ben je, als je de proef doorstaat.

Dan zul je de kroon van het leven ontvangen, die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

Wil je het doel bereiken, dan zul je door het lijden heen moeten gaan.

Het is niet vreemd dat er strijd komt. God zal ons beproeven. Ook een topatleet heeft tegenslag.

Petrus zegt: kijk niet op van die aanvechting, alsof je iets vreemds overkomt.

Als je het lijden en de strijd wil mijden, kom je uiteindelijk ten val. [En toen viel de sneeuwpop]

Zoals Christus het kruis op zich nam, zullen wij ook de beproeving op ons moeten nemen.

Het kost soms offers: je eigen belangen, …

Maar het hoort bij het leven van een christen.

Het ijzer wordt door het vuur gezuiverd.

Door de pers wordt de lekkerste sap geperst.

De hete, brandende zon levert de zoetste vruchten op.

Maar je staat niet alleen: de heiligen ons voorgegaan, die moedigen je aan.

Ze staan op de tribunes en roepen toe geef niet op.

Ook Christus zelf nam het kruis op zich. Hij bleef staande in de verzoeking.

Laten we in gemeenschap met Hem ons kruis dragen.

God heeft zijn plan. Vertrouw je aan Hem toe.

Hij heeft alles in zijn handen.

Laat dat je mogen aanmoedigen om vol te houden en niet op te geven.

Eenmaal komt de dag, dat alles nieuw wordt. Een geweldig vooruitzicht.

Maar dat vraagt nu om sterk en moedig te zijn, weerstand te bieden aan het kwaad.

Laat daarom steeds weer het licht in je leven schijnen. Het draait erom dat je verbonden bent met Christus. Wees verbonden met Jezus, door het geloof, en ga dan: sterk in zijn kracht.

Geef niet op, houd vol! Amen.


Johannes 1:11-13 – Jezus werd geboren: Wijs Hem niet af, maar word opnieuw geboren!

januari 10, 2021

Preek Heemse, 10 januari 2020

Tekst: Johannes 1:11-13

Geliefde kinderen van God, door Jezus Christus,

Het was 7:44 dat de telefoon trilde. De hele nacht had ze in spanning gezeten.

Maar nu kwam het appje binnen: Jullie zijn opa en oma geworden!

Er is een kleinkind geboren. Wat een geweldig nieuws. Een geboorte.

Misschien weet je zelf ook nog wel hoe laat geboren bent. De tijd wordt altijd genoteerd.

Afgelopen maand hebben we stil gestaan bij de geboorte van Jezus.

In Bethlehem werd Hij geboren. De tijd weten we niet, maar wel over herders en wijzen.

Matteüs en Lucas hebben geschreven over zijn baby en kindertijd.

Als Johannes nu ook over die geboorte wil schrijven, begint hij heel anders.

Geen interview met Maria, of Jozef, of de herders. Hij wil Jezus’ goddelijke paspoort laten zien.

Hij begint te vertellen dat Jezus Gods Zoon is en vertelt het eerste begin.

Dat Gods Zoon al vanaf het begin bij God is. Weke datum? Hoe laat?

Nee … die is niet te noteren. God is er altijd al, al voor de tijd, voor de klok ging lopen. Eeuwig!

Nu wij vanuit kerst ons meer gaan richten op Jezus en zijn boodschap,

kun je zomaar blijven staan bij de geboorte van Jezus vroeger,

of op een afstand zeggen dat Hij al van eeuwigheid is.

Maar Johannes toont deze beweging van de hemel naar de aarde, niet zomaar,

vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus, niet zomaar, maar met een doel.

Het licht was bij God, het kwam naar de wereld, en wie Hem ontvangt wordt een kind van God!

Die wordt uit God geboren: Jezus wil door de Geest in je hart komen wonen.

De vraag of je geboren bent is niet zo moeilijk, daar kun je de tijd bij noemen.

Maar ben je ook uit God geboren? Opnieuw geboren? Woont Jezus in je hart, ben je Gods kind?

Christus werd geboren, om jou het nieuwe leven te geven!

1) Wijs Hem niet af, (vers 11)

2) maar word opnieuw geboren en (vers 13)

3) leef als een kind van God (vers 12)

1) Wijs Hem niet af        

Johannes begint met een geweldig mooi plaatje: Jezus als licht van de wereld.

Een schitterend licht bij de schepping en Hij heeft de wereld volmaakt gemaakt.

Toen kwam er duisternis in deze wereld: de satan liet zijn krachten gelden.

De wereld ging kapot. Er kwam de dood. Er kwamen ziektes en virussen.

De wereld werd een chaos. Mensen werden ik-gericht en misbruikten hun macht.

Dat is de wereld die je van dichtbij mee kan maken, of die je op de TV of internet ziet.

Maar … Jezus is het licht en de duisternis heeft Hem niet in zijn macht gekregen.

God maakte zijn plan om de wereld te redden. Maar hoe zou Hij echt de wereld kunnen vernieuwen?

Een volgende stap die dan in de tekst gezet wordt is dat het licht wordt aangekondigd.

Johannes begint niet bij de stal, of bij Maria, maar bij het moment dat Jezus zichtbaar wordt.

Johannes de Doper treedt op en wijst aan dat het Licht in de wereld zal komen.

Hij wil dat de mensen zich open gaan stellen, zodat ze het licht kunnen ontvangen.

Ze moeten niet in hem, in Johannes de Doper, met zijn lange mantel bij de Jordaan, geloven.

Nee, ze moeten zien dat hij met zijn vinger wijst: kijk daar komt iemand aan.

Iemand die meer is dan ik. Ik ben niet het licht, Hij is het licht, dat in de wereld komt.

Ook al is Hij op een latere datum geboren, Hij was er eerder dan ik. Hij is van goddelijk oorsprong.

Hoe kan dat licht in je komen? Doe de zonden weg, je zelfverrijking, je schijnheiligheid.

Je egoïsme, het liefdeloze, je donkere praktijken, je duisternis en haat. Maak de weg vrij voor Licht!

Wanneer we je Jezus in je leven wilt ontvangen, vraagt dat dat je jezelf kent.

Dat je je eigen leven beziet, er over nadenkt, je goede voornemens en plannen bekijkt.

Dat je de diepte van je hart kan peilen. Dat je ook eerlijk je zonde en ik-gerichtheid ziet.

Waarom? Omdat het ons hart zo vol kan maken, dat er geen plaats meer is voor Jezus.

Dat je zo vol zijn van jezelf, van je drukte, van je belangen en streven, dat God er niet past.

Het licht was, het licht werd aangekondigd, en … het kwam naar de wereld.

Maar wat gebeurt er dan? Als de volgende stap gezet wordt, en het licht komt?

De wereld wijst Jezus af. ‘Hij heeft de wereld gemaakt, maar de wereld kent Hem niet’. (vs 10)

Op zich is dat nog te begrijpen, hoeveel pijn het ook doet: het is een grote stap om te gaan geloven.  

De wereld kent zoveel duisternis, is zo van God vervreemd, kent zoveel pijn.

Het werd niet opgemerkt dat er in Israël iets bijzonders gebeurd was.

Ja de wijzen kwamen uit het Oosten, maar de koningen en machthebbers knielden niet.

Herodes wilde Hem ook alleen maar uit de weg ruimen. En zo staat de wereld vijandig.

Vijandig tegenover het licht. Vijandig tegenover het leven.

Maar wat nog erger is, wat nog meer pijn doet: Hij kwam naar wat van Hem was,

En ook die hebben Hem niet ontvangen. Hij kwam naar zijn eigen volk, ze hadden het licht van de Bijbel.  

Het volk van Abraham, aan wie God beloofd had dat de Redder zou komen.

Aan wie God als zo vaak voorzegd had dat de Messias zou komen.

De Zoon van David, de Christus: de beloofde profeet, priester, koning.

Hij wordt niet aangenomen, niet geaccepteerd. De Herders komen, de mensen volgen.

Maar uiteindelijk … wordt Hij gekruisigd en weggedaan. Gedood.

Zelfs zijn eigen volk wilde Hem niet, ze wezen Hem af.

En wat doe jij? Het is kerstfeest geweest en je weet weer van de geboorte van Jezus.

Je hebt het licht van de bijbel. Misschien ben je wel gedoopt en ken je Gods beloften.

De wereld kende Jezus niet, zijn volk wilde hem niet ontvangen. Wees Hem af.

Wijs Hem niet af! Loop niet aan Hem voorbij, sluit Hem niet buiten, ga niet je eigen gang.

Het kan gebeuren dat je Hem niet gelooft, erkent en ziet als Gods Zoon.

Maar de bijbel is geschreven, Johannes is gekomen, zodat je wel gaat geloven.

Wijs Hem niet af. Niet openlijk, dat je zegt: ik wil niet met Hem te maken hebben.

Ook al kun je teleurgesteld raken in mensen, kun verbittering voelen, kan de duisternis er zijn.

Kun je vragen hebben: waarom is die duisternis en moeite niet sneller voorbij?

Ik bid dat je dan juist niet Hem afwijst, maar toelaat in je hart.

Wijs hem niet bewust af, maar ook niet onbewust.

Doordat je in naam wel bij Hem hoort, maar niet echt met Hem leeft.

Je hart niet laat vullen met zijn liefde, niet tot Hem praat in je gebed, zijn woord niet opent.

Jezus kwam naar de wereld. Wijs Hem niet af!

                We bidden:

                Vader, U kent ons hart, onze twijfels, onze teleurstelling, onze vragen.

                Dank dat U gekomen bent om de duisternis te overwinnen. Help ons dat we U niet afwijzen!

2) Maar word opnieuw geboren

Ik zei al: bij de geboorte van een kindje kun je een tijd noteren. Kan dat ook bij de tweede geboorte?

Laat ik eerst twee misverstanden opruimen: opnieuw geboren worden gaat niet met je lichaam.

Dat is wat Nikodemus zegt: moet ik dan opnieuw de buik van mijn moeder ingaan?

Moet ik teruggaan. Dat kan toch niet!

En iedereen snapt dat het niet kan, maar Nikodemus wil het graag helder hebben.

Het gaat erom dat je zelf, in je hart, in je gevoel, in de je denken verandert.

Soms staat er een woord dat betekent: opnieuw geboren worden.

Het woord dat hier gebruikt wordt wijst erop dat je van boven geboren wordt.

Dat in je diepste zijn het licht van Jezus doordringt zodat zijn Geest in je woont.

Zodat je je door Hem kan laten leiden en Jezus omhelst als je verlosser.

Maar aan de andere kant. Het gaat niet buiten je lichaam om.

Als dat zo zou zijn, dan zou je lichaam niet opnieuw geboren worden.

Dan zou je lichaam nog in de macht van de zonde zijn, en zou de zonde daarin kunnen werken.

Dan maakt het niet uit wat je lichaam doet en kun je er nog op los leven.

Ook je lichaam verandert. Je houdt dezelfde handen en voeten.

Je houdt dezelfde eigenschappen en karaktertrekken. Kwaliteiten en gaven.

Maar je gebruikt ze niet meer voor jezelf, voor de zonde, verkeerd, maar in de goede richting.

Zoals je zoveel dingen goed of verkeerd kan gebruiken.

Je kunt met je smartphone tijd verspillen, maar ook juiste een ander bemoedigen.

Je kunt met kernenergie schone stroom opwekken, maar ook moordwapens maken.

Je kunt in een fabriek oorlogstuig maken, maar ook landbouwwerktuigen.

Je kunt met je fiets of auto naar een foute plaats gaan, je kunt ook anderen helpen.

Zo wordt je als Jezus in je komt helemaal nieuw gemaakt, met lichaam en ziel.

Hoe kan dat dan? En: hoe gaat dat dan?

In vers 13 legt Johannes het heel duidelijk uit. Deze nieuwe geboorte komt niet:

Omdat iemand graag kinderen wil hebben; of vanuit de seksuele drift van een man en vrouw.

Het is niet dat een mens verlangt om één met God te zijn, het gaat niet via halfgoden.

Nee; het komt helemaal van God.

Dat geloof kun je ook niet aan een ander geven.

Hoe graag je het ook zou willen, niet aan je geliefde, je ouders of je kind.

Geboren worden gebeurt van boven. God is het die begint, die zijn belofte geeft.

Hij werkt dat wonder door de Geest. Maar wijs het niet af, ontvang het als een kind.

Laten we bidden dat God nog veel harten mag openen.

Het is boeiend om in dit startverhaal het geboorteverhaal van Jezus te zien. Er is een verschil:

Want het gaat dan over de echte geboorte van Jezus, en hier over een geestelijk geboorte. 

Jezus werd ook niet geboren uit de wil van een man, maar Gods Geest kwam over Maria.

Zo moeten wij ook vanuit Gods Geest geboren worden. Ben jij opnieuw geboren?

Dan krijg je een nieuw leven! Je bent dan voor altijd met God verbonden. Wat een uitzicht, wat een troost.  Verbonden met de eeuwige schepper van de hemel en aarde, het licht van de wereld.

3) Leef als een kind van God

Het is een eeuwig leven, maar de kwaliteit van leven is ook anders.

Je bent met God verbonden, je wordt vervuld van zijn liefde. Je bent een kind van God.

Ben jij opnieuw geboren?

Vraag jij bij alle beslissingen die je moet nemen in gezin, relatie, werk, vrije tijd om wijsheid en leiding van de Geest. Verlang je naar de Geest? En laat je Jezus wonen in je hart?

En komt dat dan uit je hart: Je gaat dat in je binnenste voelen, in je hart.

De plek waar je herinneringen zijn, je verdriet, je vreugde.

Een plek dieper dan je verstand: waar je vertrouwen is, waar je God ervaart.

Soms zul je dan iets merken van de troost de kracht, alsof de hemel opengaat.

Bijvoorbeeld door een tekst, een preek, een lied. Wat kan muziek juist je hart openen.

Jezus wil graag dat je zijn kind bent: en misschien is het goed om dan echt naar kinderen te kijken.

Die verbloemen nog niet alles, maar kunnen heel direct zijn.

In hun verdriet, in hun blijdschap, in hun eerlijkheid, in hun geloof.

Jezus stelt ze zelf als voorbeeld: wie is als een kind, die mag het koninkrijk van God binnengaan.

Om te geloven, om je hart open te stellen hoef je niet eerst veel te weten of te kunnen.

Het gaat om geloof, om puur en kinderlijk geloof.

Vertrouw op Jezus, geloof in Hem, zing van Hem.

Maar het kan ook zijn dat je je juist afsluit voor God.

Dat je altijd maar heel hard gaat werken, maar ‘doordoet’ en je geen tijd gunt voor je hart.

Het kan zijn dat je je hart wel openstelt, maar voor hele andere zaken dan het licht, dan Jezus.

Daarom: leef als een kind van God, ontvang zijn Geest als zijn kind.

Voor Johannes betekent geloven van God steeds echt een verandering van leven.

Een doen naar zijn geboden. Een leven zoals Hij dat gevraagd heeft.

Radicaal breken met de zonde, met het duister. Niet voor jezelf leven.

Bid daarom dat je zo opnieuw geboren wordt.

                En daarin staan we niet met lege handen. Johannes begon niet bij zichzelf.

Hij begon bij Gods geweldige scheppingswerk en hoe stap voor stap naar de wereld kwam.

Aan Nikodemus mag Jezus Johannes 3:16 uitleggen. Johannes schrijft het op zodat wij geloven.

Open jij je hart, geloof je in Jezus Christus. Dan mag je zeker weten: Ik ben opnieuw geboren!

Amen.  


Matteus 2:13-15 – Hoor, doe en geloof Gods Woord!

december 29, 2020

Preek Heemse, 27 december 2020

Tekst: Mat. 2:13-15

Geliefde gemeente,

Hoor je wat God zegt?

[#1] Stel je voor dat je opeens niet meer veilig bent in je huis.

Dat je gevaar loopt doordat je huis in een oorlogsgebied komt te liggen.

Of dat iemand je wil doden en dat zelfs bewaking voor de deur niet meer helpt.

Misschien voel je je niet veilig omdat het coronavirus is binnengedrongen.

We leven in vreemde tijden: Engeland ging deze week op slot. Wie had dat kunnen bedenken.

Sommigen namen nog stel de trein of het vliegtuig, weg bij dat gemuteerde virus.

Terug naar hun vertrouwde of bekende plaats.

Maar sommige chauffeurs moesten kerst vieren bij hun vrachtauto.

[#2] Ook Jezus was niet meer veilig in zijn huis!

We lezen hier dat midden in de nacht een engel bij Jozef komt.

Wat zal Jozef geschrokken zijn! De wijzen uit het oosten waren net weg gegaan.

Via een andere weg terug dan ze gekomen waren.

Het was net zo goed en mooi geweest: kostbare geschenken van vreemde gasten.

Maar nu, niet alleen een droom, maar zelfs een engel in de droom, die zegt dat het niet goed gaat.

Koning Herodes is er op uit om zijn kind uit de weg te ruimen.

De wrede koning Herodes die aan het eind van zijn leven bang is voor alles en iedereen.

Die schuldige en onschuldige mensen uit de weg ruimt. Zelfs zijn eigen familie.

Rare laatste stuiptrekkingen van een paranoïde, wrede heerser.

Het betekent dat het leven van Jezus gevaar loopt!

Net als vroeger Mozes als kindje niet veilig was in zijn eigen huis.

Jezus komt in een wereld met pijn, tranen, vluchtelingen, strijd, zuchten, gebrokenheid.

[#3] Op het moment dat Jozef de droom krijgt, kun je dat nog niet zo erg merken.

Er kloppen geen soldaten op de deur. Ze staan niet met een zwaarden klaar.

Nee, een engel van God levert aan Jozef dit bericht af.

God zelf heeft hem gestuurd. God wil Jozef bereiken en iets vertellen.

We leven in de wereld waarin veel mensen God buiten hun leven hebben gesloten.

Ze kunnen zich niet voorstellen dat God nog spreekt.

Ze wijzen op de toestand in de wereld, pijn, nood en verdriet. En ze zeggen: waar is God?

Of ze vinden het achterhaald, middeleeuws, raar om in een engel te geloven.

Maar als Jozef dacht dat dit niet kon, was hij lekker verder gaan slapen, had hij de boodschap gemist.

Dan was het helemaal verkeerd afgelopen, en zouden de soldaten wel komen.

Daarom is het zo mooi dat Jozef het wel hoort. Hij stelt zich open.

Hoor jij ook wat God tegen je zegt? Stel jij je open voor Gods woorden?

Vraag je: Heer, wijs mij de weg? Leer mij uw doel? Geef mij een open oor en een open hart?

Wanneer je dat doet: dan zie je waar je Gods liefde kan delen en een ander kan helpen.

Maar dan zie je ook het gevaar! Dat er kwaad en goed is. Dat er een strijd is.

Lees je bijbel, vouw je handen, stel je open voor Gods woorden en strijd de goede strijd!

Doe je wat God zegt?

[#4] In de woorden van de engel zit veel spanning en dreiging. Heel plotseling komt de engel.

Indringend zegt Hij: vlucht weg! Sta gelijk op en pak je spullen.

Jozef hoort het, en … hij doet het ook.

Je kunt soms een opdracht krijgen.

Iets moeten doen. Weten dat iets verkeerd of goed is. En toch anders doen.

Omdat je moe bent, geen zin hebt, je zelf het nut niet zo ervan inziet.

Maar Jozef luistert gelijk. Hij neemt het kind Jezus en zijn vrouw mee.

Drie keer spreekt de engel tot Jozef in het begin van Matteüs. Drie keer luistert hij.

Drie keer gaat het over het kind en zijn moeder. Het draait allereerst om Jezus, en dan om Maria.

[#5] Het betekent dat ze op reis gaan. Naar Egypte gaan ze, misschien zou je dat zelf wel willen.

Lekker warm, gaan duiken, de Pyramides bekijken, een mooie vakantie bestemming.

Maar voor Jozef gaat dat zo niet. Geen voorpret en voorbereidingen, niet een verzorgde reis.

Geen idee hoe het zal gaan en waar hij terecht zal komen.

Niet al van te voren al je koffers klaar hebben liggen.

Nee, hals over kop, in het donker van de nacht pakken je het beetje bagage wat ze hebben.

Ze stoppen het in hun reistassen, en ze gaan maar op pad. Naar Egypte, naar een veilige plek.

Het gaat zoals het vandaag gaat:

als nu iemand moet vluchten, dan hoort hij van een ander waar het veilig is.

Zo waren er al heel wat Joden gevlucht naar Egypte. Er was zelfs een tempel in Leontopolis.

Dan gaan Jozef, Maria en het kindje op weg. Als gewone asielzoekers.

Verdreven van huis en haard. Niet zoals in sommige boeken wordt beschreven:

Dat de palmbomen bogen voor de koning en dat er wonderen gebeurden.

Nee, gewone mensen, midden in de nacht. Met de redder van de wereld.

Het is zo eenvoudig geschreven, dat het er voor pleit ervoor om dit verhaal te geloven.

Wie schrijft er nu een boek over een redder, de koning, en dan moet die koning vluchten?

En toch was zo de weg van Jezus: Hij werd één met onze ellende en nood. Voor Hem was geen plaats.

[#6] Doe jij wat God zegt? Ik zag hoe iemand alle opdrachten van God en Jezus op een rijtje zette.

Wat vraagt God van mensen in Matteüs?

In Matteüs zegt God eerst: neem Maria tot je vrouw.

Daarna door een engel: vlucht naar Egypte. Vervolgens: keer weer terug.

En dan geeft Jezus ook nog veel opdrachten: Ik wil dat je mij laat dopen.

Tegen Petrus: verlaat de visnetten. Tegen de man met huidziekte: ik wil dat je beter wordt.

Soms lijken Gods geboden heel duidelijk, maar wat vraagt God nu van jou in jouw situatie?

Dat kan soms heel verschillend zijn. God geeft het niet altijd om een briefje.

Maar als je thuis raakt in de bijbel, als je er met andere gelovigen over praat.

Als de weg die je wil gaan wijs en verstandig is: ga die weg dan ook.

Ook als je de uitkomst misschien nog niet helemaal weet. Begin maar.

Dus niet alleen: hoor Gods wil. Maar ook: doe er dan naar. Als je Gods wil ziet:

Ga die weg, ook al gaat het tegen je eigen belang in. Uiteindelijk is het de beste weg die er is.

Geloof je wat God zegt?

[#7] Als we verder lezen, dan staat er dat dit zo moest gebeuren.

Het was maar niet iets onverwachts, en was maar niet toevallig.

Ook al is het een bijzondere opdracht. Op deze manier gaat Gods plan in vervulling.

Matteüs die vooral schrijft voor de Joden laat zien dat zo klopt wat Hosea schreef.

Eens was het volk uit Egypte geroepen naar het beloofde land.

Hosea noemt het volk de zoon van God. Nu is die zoon van God zelf geroepen.

Zo krijgt die zoon Jezus echt helemaal deel aan het Israëliet zijn.

Het volk wist wat het was om geen thuis te hebben, om op de vlucht te zijn.

Ook voor Jezus was geen plaats, Hij moest vluchten.

Maar zo kon Hij werkelijk ons bestaan op zich nemen.

Zo werd zijn leven nu nog gespaard, zodat Hij later voor ons kon sterven.

[#8] Heel vroeger was Mozes eens zo gespaard. Alle jongetjes moesten gedood.

Maar Mozes ontkwam. God had een ander plan met zijn leven.

Hij moest zorgen dat heel het volk bevrijd werd.

Ook daar was een vijandelijke macht: een Farao die het tegen het volk opnam.

Zo is het hier Herodes die alles in het werk zet om Gods plan te dwarsbomen.

Uiteindelijk zit het kwaad erachter.

Zeker als je over het duivelse plan hoort dat zo’n 20 baby’s uit Bethlehem gedood worden.

Zo zie je dat God niet zomaar wat doet. Hij is het die het licht in de wereld brengt.

Die het licht wil doen overwinnen en het kwaad wil verdrijven. Hij stuurt aan, wijst de weg.

[#9] Geloof je zo dat God deze wereld leidt. Nee, dat is niet makkelijk.

Soms zie je nog zo weinig van het licht dat overwint. Soms is er tegenslag.

Maar in Jezus heeft God wel het licht ontstoken. Is zijn reddingsplan zichtbaar geworden.

Heeft zijn woord onder ons gewoond, als kind al!
Van kribbe tot kruis: ervoer hij wat het was om te vluchten, de lijden, de pijn te dragen.

Als je alleen bent, als je rouw hebt, als je ziet dat anderen het goed hebben en jij niet.

Als je misschien wel je wil verstoppen voor al die kitscherige kerstgedachten.

Als jouw gevecht en last het leven zwaar maakt: zie dan op Jezus en geloof dat Hij kwam voor jou.

Jozef geloofde de engel, geloofde God. Hij ging deze weg met het kind en Maria.

Wat doe jij? Geloof je dat God bezig is met zijn plan.

Dat Hij zijn volmaakte, eeuwige rijk wil laten komen?

Ga je op weg, luister je naar zijn aanwijzingen, stel je daarvoor open?

Laten we zo biddend dat God ons verlost van het kwaad, en zijn rijk wil laten komen, op weg gaan.

In vast vertrouwen dat Hij het kwaad overwint, en dat Jezus koning is.

Dat de Heilige Geest dat geloof ook in jou hart mag geven.

Dat Jezus niet alleen voor anderen, maar ook voor jou gekomen is.

Zodat wat de toekomst ook mag brengen, je je door de hand van zijn vader mag laten leiden.

Geroepen uit de ellende, op weg naar het beloofde land.

Amen!