Jesaja 25 – Gastvrij! Welkom bij God

maart 6, 2022

Preek Heemse, 6 maart ’22 (Gastvrij)

Geliefde gemeente,

[#1] De vrachtwagen had een Oekraïens nummerbord.

Hij stond dwars over een paar parkeerplaatsen geparkeerd.

Twee politieagenten kwamen eraan, klaar om een boete te geven.

De chauffeur lag te slapen achter zijn stuur. Ze maakten hem wakker.

Hij was slecht aanspreekbaar. Even later werd duidelijk waarom hij daar stond.

Hij maakte zich veel zorgen over zijn vrouw en kinderen in het oorlogsgebied in Oekraïne.

Hij had hier een kerkje gezien en was naar binnen gegaan om te gaan bidden.

Gevraagd of God vrede wilde geven en hen wilde beschermen.

Toen kwam er geen bon, maar de agenten gingen deze man helpen.

Wat is het overweldigend mooi om te zien wat een gastvrijheid er is.

Veel landen openen gastvrij hun grenzen voor de Oekraïners, omdat ze de nood zien.

Met hun paspoort mogen ze al de trein in en er komt opvang.

Mensen bieden spontaan hun Bed en Breakfast aan om hen gastvrij op te vangen.

Vanmorgen gaat het over gastvrij. Hoe kunnen wij gastvrij zijn als gemeente?

Hoe ervaren mensen het als hier doordeweeks of zondags in de het kerkgebouw komen?

Hoe gaan wij om met mensen die ‘anders zijn’, die niet ‘van ons’ zijn, die je niet zo goed kent?

Met vakantiegangers, asielzoekers, buitenlandse gasten, mensen uit andere kerken.

Helaas moesten we met Corona op de deur zetten: je bent niet welkom!

hoe welkom voelt iemand zich?

Als je aan komt rijden: weet je dan waar je kunt parkeren, waar de ingang is.

Staat er misschien iemand die als het druk is al verkeersregelaar is, zoals bij de buitendienst?

En als je binnenkomt: zegt er dan iemand ‘welkom!’, weet je de weg? Wil je iets weten?

Blijf je nog koffiedrinken? En als je naast iemand komt te zitten: knik je even,

maak je even contact of een praatje voor of na dienst. Hoe gastvrij ben jij?

[#2] In Jesaja 25 gaat het over iemand die zich heel welkom en geborgen voelt bij God.

HEER, U bent mijn God. Wonderbaarlijk zijn Uw daden. U hebt U plannen uitgevoerd. (vs. 1)

Waarom is Hij zo dankbaar? Omdat Hij helemaal in de nood was en in het gevaar.

Het was niet Poetin die zijn jongens de strijd instuurde en onschuldige burgers aanviel.

Het was een ander gewelddadig volk, een wreed volk. En God heeft die agressor uitgeschakeld.

Die sterke vesting tot een ruïne gemaakt, het bolwerk van de barbaren is geen stad meer (vs 2).

Het tegenovergestelde van gastvrij is iemand die je bedreigt en wegstuurt.

Zo kunnen mensen ook zijn: agressief, oorlogszuchtig, de machten van de aarde die niet wijs zijn.

Maar God wil juist een veilig thuis bieden. We begonnen deze dienst met Psalm 91:

Wie thuis is bij de hoogste Heer, die zegt bij U leg ik me neer .. ik zie die trucker voor mij bij de kapel.

Hij zocht zijn rust bij de machtige God. En in de tijden van Jesaja waar de volken elkaar belagen:

Dan kan Jesaja God zo omschrijven: U bent een schuilplaats voor de zwakken.

[paradijs: niet meer thuis] [gepest worden/ angst / opmerkingen buren, familie]

Een toevlucht voor de armen in hun nood.

Heer, de hitte is soms niet te verdragen. Het brandt alles weg.

Zeker in Israël waar de zon recht boven je stond. Als je midden op de dag op het veld moest oogsten.

Heer, soms gaat de storm te keer. Rukt alles omver wat het te pakken kan krijgen.

Soms is er een watervloed, die alles meesleurt en wie kan op tegen de kracht van het water.

Juist dan zoek je bescherming, een plek waar je veilig bent, een toevlucht.

Waarom is Jesaja zo blij?

Omdat wanneer die storm tekeer gaat, wanneer de tirannen hun triomfen halen. Hij zegt:

Heer, als het zo brandend heet is, bent u voor mij als de schaduw van een wolk die de hitte tempert.

En ergens anders: ik mag dan schuilen onder uw vleugels.

En die watervloed, die aan komt stormen: Heer, u bent als een muur die blijft staan,

Als de watervloed aan komt stromen, een muur tegen het woede van de volken.

U bent een schuilplaats tegen de stortbuien!

Jezus zegt: kom bij mij, als je vermoeid en belast bent.

Juist bij Hem, mag je veilig zijn. Mag je schuilen. Mag er een plek zijn waar je thuis mag zijn.

[#3] Waarom willen we hier in de kerk gastvrij zijn? Omdat God zelf dat ons leert.

Hij is een muur, een schaduw, een toevlucht. Wij mogen bij Hem schuilen.

En daarom spoort Paulus je ook aan om de gastvrijheid niet te vergeten.

Heb elkaar innig lief en laat je aansporen door de Heilige Geest.

Wees blij met wie blij is, en heb verdriet met wie verdrietig is.

Zo mag iedereen die hier komt weten dat hij erg welkom is en in liefde ontvangen wordt.

Omdat je zelf bij God mag schuilen en altijd bij Hem mag komen.

Tegelijk wil ik dan ook een stap dieper gaan. Want gastvrijheid is overal mooi.

In het restaurant waar je komt, bij de tandarts, in de winkel.

Wat kun je wat dat betreft soms veel leren van de klantgerichtheid van ondernemers.

Maar waarom is het juist in de kerk zo belangrijk? Waarom zijn we welkom bij God?

Jesaja werkt het uit aan de hand van de beeld van een bruiloft.

Een beeld dat Jezus later ook weer oppakt: Er komt een bruiloftsmaal.

Velen worden geroepen om te komen, om te eten en te drinken, feest te vieren.

Een beeld dat later in Openbaring terugkomt: straks zal het volmaakte feest er zijn.

Als Jezus de wijn met ons nieuw zal drinken in zijn koninkrijk.

De maaltijd die God aan zal richten voor alle volken op aarde is een vredemaal:

Alle volken worden uitgenodigd, de aarde wordt vol van vrede en recht.

Aansluitend bij het beeld van zwaarden die tot ploegscharen worden, het teken van de VN (Jes 2).

En dan staat er op tafel: de pure, rijpe wijnen. Die lang op hun droesem gerijpt zijn.

Krachtig van smaak. Een wijn die past bij een goed feest.

En er zullen de heerlijkste gerechten zijn, vol van vet en merg.

Vet klinkt voor ons misschien niet zo mooi, maar in een tijd van voedselschaarste was dat anders.

Calvijn wijst erop dat het hier gaat om de boodschap van Gods evangelie.

Elke zondag weer mogen we gevoed worden door zijn woord.

Wordt in de kerk eten en drinken voor de ziel gegeven, mag je kracht ontvangen.

Mag soms het avondmaal gevierd worden: feest van vergeving, van vernieuwing.

Mogen we leven door de kracht van Geest en onder de zegen. Dat voedsel hebben we nodig.

Om verder te kijken dan dit leven hier, waar je je soms niet welkom voelt of gepest bent.

Je bent welkom, je wordt erbij geroepen, en God belooft uiteindelijk neem ik alle rouw en dood weg.

Zal ik alle tranen van de ogen afwissen! Die waas die nu nog over het leven kan hangen neem ik weg!  

[#4] Het kan zijn dat je het moeilijk vindt om dit te geloven. Is het wel echt waar?

Dat je in mensen al zo vaak teleurgesteld bent, dat je moeite hebt om God te vertrouwen.

En dat je al vaak gehoord hebt van liefde, vergeving en vrede.

Maar ondertussen gaat het steeds weer mis: worden in 2022 zomaar jongens de strijd in gestuurd.

Worden onschuldige mensen slachtoffer van bommen: dat je je afvraagt waar de vrede is.

Zijn het niet alleen loze woorden, heeft God, heeft de kerk je werkelijk wat te bieden.

Mooi hoor God als een schaduw tegen de hitte en als een veilige muur, maar is het wel echt?

Maar mag ik je dan nog even weer mee terug nemen naar het eerst vers:

Daar dankt de dichter God en noemt hem bij zijn verbondsnaam: ‘Ik ben die ik ben’.

Hij dankt dat God steeds zijn plannen heeft uitgevoerd, sinds mensenheugenis,

God is ‘Ja’ en ‘Amen’, trouw en betrouwbaar. Door de storm heen, dwars door de wind:

Werkt hij aan zijn plan. Christus is gekomen. Jezus is de weg naar het kruis gegaan, heel de weg.

Dwars door alles heen, ook nu nog, werkt hij heen naar die dag dat hij weer zal komen.

De dood is verslagen. De kracht van de dood weggenomen. God is trouw.

Het blijft geloven, vertrouwen, maar ik bid dat de Geest je dat vertrouwen wil geven.

Het kan ook zijn dat je teleurgesteld bent, niet zozeer in God, maar in mensen.

Ik ben hier al een paar keer naar de kerk geweest, maar het is alsof de mensen me niet zien.

Niemand spreekt mij aan. En ik zie soms andere mensen gezellig met elkaar praten.

Het lijkt wel of de mensen hier soms alleen voor zichzelf komen. Waarom zien ze me niet?

Wat kan dat lastig zijn. Ik hoop dat dat mag veranderen. Dat je gezien wordt.

Dat je vriendelijk welkom wordt geheten, dat er oog voor je is,

weet je ook welkom bij de koffie na de dienst en spreek gerust iemand anders aan.

Gelukkig kunnen er weer allerlei activiteiten georganiseerd worden.  

Probeer ook eens bij zo iets mee te doen en meer ruimte te hebben voor persoonlijke ontmoeting.

[#5] Tenslotte: ik hoop en bid dat je de vrede van God en zijn thuis mag vinden.

Dat er veel gedaan mag worden voor mensen zonder thuis en voor vluchtelingen,

Ook uit Oekraïne.

Dat je door de Geest de vrijmoedigheid mag hebben om anderen aan te spreken en mee nemen.

Hen uit te nodigen, ook van buiten de kerk, zodat ze weten dat ze hier op zondag welkom zijn.

Niet alles verandert in een keer, maar we mogen met elkaar wel stapjes maken.

En het begint dan bij jezelf: wat doe jij om te zorgen dat velen zich gastvrij voelen bij God.

Zodat het hier mag zijn als bij dat kerkje voor de trucker uit Oekraïne: een plek om kracht te zoeken.

Om met elkaar op weg te zijn, als volk van God, op weg naar de volmaakte feestmaal van het lam.

Ook in alle zorgen, moeite, ziekte en spanning die er is.

Eens zal het waar worden wat in vers 9 staat:


Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!

Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.

Hij is de HEER, Hij was onze hoop.

Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’

En onderweg mogen we elkaar toewensen dat we voor elkaar, maar vooral dat God voor ons een schuilplaats mag zijn: zodat waar wordt wat we wel eens zingen:   

Ik bescherm je voor de wind en vind voor jou een schuilplaats

In de nacht maak ik een vuur, want dan word jij niet bang

In het donker loop ik naast je als een trouwe engel

Ik ben hier, wij gaan samen, heel je leven lang

Amen


Mat 8:17 – Meditatie Heilig Avondmaal – Zie mijn lichaam!

februari 13, 2022

Geliefde gemeente,

Heb je je eigenlijk wel eens afgevraagd waarom Jezus een lichaam had?

Veel godsdiensten geloven in allerlei goden, geesten, machten en krachten.

Maar wij geloven in de Heer Jezus, iemand van ons soort.

Iemand die een lichaam had zoals wij dat hebben, met de emoties die je kunt hebben.

Een lichaam waar de leerlingen bij in de buurt konden zijn.

Ze volgden hem met hun eigen lichaam, legden een arm over zijn schouder.

Aten met Hem de maaltijd, woonden bij Hem in de buurt (zoals we hier lezen over Petrus).

Wat betekent het om een lichaam te hebben? Dat weten we zelf heel goed!

Door je lichaam kun je je moe, blij, futloos, energiek, pijn, angst, dorst, vol energie, met honger.

Je lichaam kan je in de steek laten, je kunt ziek worden en je kijkt op de test: ben ik ziek?

In deze tijd weten we extra goed hoe ziekte en angst voor ziekte het leven kan beheersen.

In de interactieve dienst hadden we het over de eenzaamheid en psychische nood die kunt hebben.

Jezus komt in zijn optreden hier op aarde ook zieken tegen.

Petrus schoonmoeder ligt met koorts op bed.

Je kunt rillen van de koorts, de temperatuur loopt op, je wordt niet meer warm.

Niet alleen zieken, ook bezetenen worden gebracht: mensen met een demon.

Wij noemen niet zo snel dat iemand een demon heeft.

Maar dat je vol kan zijn van angsten, machten en krachten.

Dat je niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk kan lijden, dat merkt iedereen.

En uiteindelijk houdt de duivel ons gevangen door angst voor de dood.

Jezus laat zien dat hij de macht heef over de duivelse machten: aan een enkel woord Hij genoeg.

De duivel gaat er met de staart tussen de benen van door. Mensen ervaren bevrijding.

En de schoonmoeder van Petrus wordt genezen, maar nog veel meer:

De mensen zeggen tegen elkaar: heb je het al gehoord? Je moet bij Jezus zijn!

Elke zieke die bij hem wordt gebracht wordt genezen. Welke ziekte het ook is!

Of het nu iemand is met een verkoudheid, of dat iemand ongeneeslijk is, of terminaal.

Christus maakt de lichamen van deze mensen weer gezond!

Hoe was het mogelijk dat Jezus gewonde en geschonden lichamen op zich nam?

Matteüs verwijst daarvoor naar Jesaja 53: God zou een knecht zenden, de knecht van de Heer.

‘Hij was het die onze kwalen wegnam en onze zonden op zich genomen heeft.’

[#3] Matteüs verwijst naar deze tekst om te laten zien dat dit Gods plan was!

God heeft sinds de zondeval steeds zijn woord gezonden:

Via Mozes gaf Hij de wet, Hij waarschuwde door de profeten, de priesters brachten offers.

Maar naar Gods Woord alleen luisterden de mensen niet.

Toen is het Woord vlees geworden, Gods zoon nam een lichaam aan.

Hij die in de hemel woonde, zonder zonden, zonder lichaam, door wie de wereld gemaakt is.

Hij werd een mens van vlees en bloed: God koos maar niet zomaar een mens uit,

Waar Hij dan in ging wonen: Jezus nam de hele mensheid aan, heel ons leven.

Dat hoorden we met kerst, en dat zie je nu gebeuren!

Hij neemt de ziekten van de mensen op zich: Petrus schoonmoeder wordt genezen.

Hij neemt de macht van het kwaad bij de mensen weg.

Hij gaat de weg van het lijden, zodat Petrus later kan zeggen: zijn striemen,

brachten ons genezing. Zie je de wonden zo diep? Hij deed het voor u, jou en mij!

Dat komt omdat Hij ook uw, jouw en mijn zonden op zich wil nemen.

Hij draagt de zonden weg, maar dan vergeet Hij het lichaam niet.

Hij spreekt niet alleen van vergeving tegen die verlamde man, maar laat hem ook lopen.

Hij spreekt niet allen van redding en zijn rijk tegen Petrus, maar geneest ook zijn schoonmoeder.

Sinds Jezus is opgestaan en met zijn lichaam naar de hemel gegaan, lijkt Hij ver weg.

Maar Hij is nog dichter bij u, jou en mij dan Hij bij de leerlingen was!

Nog steeds wordt zijn lichaam aan ons gegeven en delen we in zijn lichaam.

Vandaag wordt het lichaam van Christus gebroken in het brood. 

Wat betekent het nu dat je deelt in het lichaam van Christus?

Toen de leerlingen bij Jezus waren, was het niet genoeg dat ze luisterden.

Jezus zocht niet naar mensen die ja en amen zeiden, die zijn preek mooi vonden.

Jezus zocht volgelingen: leerlingen die met hem mee liepen, hem nadeden.

In de kerk hoor je niet alleen het woord, maar door de doop en heilig avondmaal deel je in Christus.

Hij woont in jou, je bent met hem begraven en opgestaan. Je krijgt vergeving.

Maar het nieuwe lichaam door de Geest, is niet jouw lichaam alleen.

Dat ben je met elkaar als gemeente, de gemeente is zijn lichaam.

Met elk een eigen functie, taak, liefde, mogelijkheid. Daar wil de Geest wonen.

En daarvan is Jezus het hoofd geworden. Samen vorm je zijn lichaam, een eenheid.

Als je gedoopt word betekent dat niet: zelf individueel in je eentje Jezus ontvangen:

het is gedoopt worden in zijn lichaam. We vormen één lichaam door zijn Geest.

Avondmaal is maar niet zelf individueel in je eentje Jezus ontvangen: je viert het als zijn lichaam.

Wanneer we werkelijk Pinksteren serieus nemen, en geloven in het werk van de Geest.

Dan is geloven niet op jezelf gericht, maar bindt de Geest je samen in de gemeente.

Zie je dat je met elkaar hand en voet, oog en oor bent: lichaam van Christus.

Dien je elkaar, help je elkaar, hoor je naar elkaar, kom je in beweging, laat je de Geest werken.

Ik hoop dat het je lukt om hieraan te denken: als je vanmorgen het brood ziet of eet.

Niet alleen: mijn zonden zijn vergeven, Jezus woont in mij.

Maar zeg maar: Heer, dank dat ik deel mag zijn van lichaam, de gemeente.

Dat U ons aan elkaar gegeven hebt, dat U daarin zichtbaar aanwezig bent.

Zeg maar: Heer, dank dat ik deel mag hebben aan uw lichaam, de gemeente.

Dat U ook mij daarin opgenomen hebt door de doop.

Heer dank dat ik zichtbaar deel mag hebben aan uw lichaam.

Ik zie mijn broers en zussen, u gaf uw leven voor hen en mij toen we nog vijanden van U was.

Nu mag ik mij geven om de ander te helpen, te dienen, te horen, te zien.

Zodat mensen het zien en horen: in de Kandelaarkerk zijn ze met elkaar verbonden.

Geven ze om elkaar, dat dat licht straalt in de wereld, het licht van de redding door Jezus.

En dan besef ik: het lichaam is gebroken. We schieten nog zo vaak tekort.

Er zijn wonden, het is geschonden, er is teleurstelling en moeite.

En ons lichaam blijft soms ziek, en psychisch ben je soms de weg kwijt.

Maar … laat dat een extra aansporing zijn om als broers en zussen om elkaar heen te staan,

Secret Sister of Secret Brother. En laten we niet vergeten dat er nog een feest komt:

Na Kerst, Pasen, hemelvaart en Pinksteren, wacht ons het feest van de wederkomst.

Eenmaal maakt hij alles nieuw: dan mag dit sterfelijke, zwakke lichaam volmaakt zijn.

En dan, boven alles, stelt hij ons als gemeente voor zich, als een volmaakte bruid.

Met een volmaakt lichaam, zonder vlekje of rimpel, wit als sneeuw,

Dan drinkt Hij de wijn nieuw met ons, en vieren we het bruiloftsmaal van het lam. Amen


Lukas 10:25-37 – Zie je Mij ?

februari 6, 2022

Preek gehouden Heemse, 6-2-2022 (Ontdekzondag)

Geliefde gemeente,

[#1] Gertjan redde in mei 2020 een man van de verdrinkingsdood.

De man wankelde langs de Middel Broekweg in Naaldwijk en viel daarna in het water.

Gertjan had net zijn schoolexamen erop zitten, twijfelde geen moment en sprong het water in.

Op het moment dat hij de drenkeling aan de kant had geholpen,

kwam toevallig een politieauto aanrijden. Daarna is het slachtoffer naar een ziekenhuis gebracht.

[https://wos.nl/nieuws/artikel/westlander-20-redt-drenkeling-en-krijgt-medaille]

Wat bijzonder hoe Gertjan dit gedaan heeft.

Hij had misschien andere dingen te doen, hij had misschien haast, het water was koud.

Maar hij koos ervoor om de andere te helpen: waarom? Hij zag de ander!

Hij zag die man in het water, hij schrok ervan, wilde die man helpen!

Vandaag geeft Jezus antwoord op de vraag: wie is voor mij de naaste?

Het gebeurt niet zo vaak dat je iemand in het water ziet vallen.

Maar je komt wel vaker tegen dat je iemand ander kan helpen hulp nodig heeft.

Vandaag letten we dan op iedereen in de gemeente.

Er zijn heel veel beperkingen, lichamelijk, financieel, in denken, in mogelijkheden.

Hoe kun je voorkomen dat je alleen aan jezelf denkt, en de ander niet ziet staan?

Maar ook: hoe kun je voorkomen dat je de ander niet echt ziet als wie hij of zij is.

Dat je alleen vertroetelt, hulp geeft, maar niet ziet wie de ander is.

In zijn eigen zijn en mogelijkheden. Iemand met een beperking is niet:

diegene in de rolstoel, of diegene met ADHD, diegene met autisme, die chronische ziekte.

Niet diegene die doof is, die scheel is, die met zijn voet sleept, psychische moeite heeft.

Het is een ander, een kind van God: benader hem of haar als volwaardig mens, zoals dat zelf bent.

[#2] Juist in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan gaat het over de naaste.

Jezus is in gesprek geraakt met een wetsgeleerde.

Hij kende de wet van Mozes heel goed. Wist precies welke regels er waren.

Maar nu wil hij van Jezus weten: wat moet je gedaan hebben, verdiend hebben,

Om het eeuwig leven te krijgen. Wanneer mag je het beloofde land binnen?

Hij gaat er vanuit dat je daar zelf eerst iets voor moet doen of bewijzen.

En dan geeft Jezus als antwoord, dat weet je heel goed.

Dat staat in de wet. En dan hoef je niet alle 612 geboden te kennen.

Het gaat om de kern: Heb je liefde voor God en voor de naaste?

Is dat de houding waarmee je in het leven staat?

Die man weet ook wel dat het daarom gaat.

Maar daarom begrijpt Hij Jezus juist niet.

Jezus heeft net laten zien dat het koninkrijk al zichtbaar is om Hem heen.

Jullie zien wonderen, jullie ontdekken bevrijding en redding, overwinning door Jezus.

Lammen gaan lopen, blinden gaan zien, doven gaan horen!

Hoe kan Jezus nu zeggen dat er nu al het koninkrijk er komt.

Dat Hij dat brengt? Je moet toch eerst de wet houden, dan straks als je het verdient komt het?

Hij is het eens met wat Jezus zegt: het draait om de liefde voor God en de naaste.

Maar wie is die naaste dan? Jezus zou het uit kunnen leggen.

Zo van … dat kan iedereen zijn die je tegenkomt.

Maar Jezus gebruikt het voorbeeld van de gewonde man langs de weg.

Juist door dat voorbeeld ontdekt die wetgeleerde:

Ik ken de wet wel, maar ook ik doe niet altijd wat in de wet staat.

Ook een Leviet of Priester, een ouderling of dominee kan niet zomaar kan binnengaan in Gods rijk.

[#3] Kijk … daar ligt een man zonder kleren op straat. Hij heeft klappen gekregen.

Hij was onderweg in een gebied waar weinig mensen zijn, met veel rotsen.

In de holen konden de rovers zich makkelijk verstoppen.

Rovers en boeven kwamen en hebben hem geplunderd.

We weten niet veel over hem: uit welk land hij kwam of wat zijn beroep was.

Het gaat erom dat het zomaar een man was.

Dat je hem ziet als mens: niet als Jood, Samaritaan of Afrikaan.

Een mens die er slecht aan toe was. Die je niet kon laten liggen.

Dan vertelt Jezus, dat er een priester langs loopt. Hij weet alles over God.

Hij is misschien net in de tempel geweest. Heeft offers gebracht. Een voorbeeld gelovige.

Maar hij loopt aan de andere kant van de weg langs. Hij loopt er met een boog omheen.

Hij ziet de man niet liggen. Hij heeft misschien haast. Hij is misschien bang.

Weet misschien niet goed wat hij moet doen. Maar hij stopt niet. Hij loopt door.

Net zo gaat het met de Leviet, die geholpen heeft in de tempel.

Die ook heel goed weet wat God in de wet vraagt. Nee, hoor ook hij stopt niet.

Hij ziet de ander niet als mens, bedenkt niet hoe hij zelf geholpen had willen worden.

Misschien dacht hij: hij is al dood. Of misschien dacht hij: de boeven zijn nog in de buurt.

Er zijn in de loop van de geschiedenis al veel smoesjes verzonnen.

Een ding mag duidelijk zijn: hij loopt hem voorbij. Hij ziet zijn naaste niet.

Zelfs die vrome mensen schieten tekort. Hoeveel liefde voor God ze misschien ook hebben.

Zo kan het met ons ook gaan. Wanneer er iemand vraagt om geld of hulp.

Een bedelaar. Soms kun je dan net even de ander kant op kijken.

Je wilt hem maar liever even niet zien, dan ontwijk je zijn blik.

Of als een vrouw met een baby’tje bij je auto staat in het buitenland.

Je doet maar net alsof je haar niet ziet en rijdt door zodra het groen is.

Als je een appje ziet of telefoonnummer van iemand die wat van je vraagt.

Want als je haar ziet als mens, als naaste, als je haar in de ogen kijkt, breekt je hart.

Zo heb je altijd een keus als je iemand ziet in nood. Natuurlijk moet je zijn als degene die helpt.

Maar om eerlijk te zijn? Vervolgen wij niet vaak zomaar onze weg.

Leven we niet met oogkleppen op en zijn we heel doel gericht, laten we ons niet ophouden.

Je hebt toch een afspraak? Je bent toch al goed bezig?

Om eerlijk te zijn, is het soms ook niet lastig als iemand niet mee kan komen.

Als iemand niet zo mooi kan zingen in een kinderkoor;

Als de juf nog een keer de sommen uit moet leggen;

Als iemand boos en ongelukkig is; als iemand er anders uit ziet.

Zien we dan die ander? God leert ons om juist om te zien naar wat zwak en verdrukt is.

Om oog te hebben voor wie het moeilijk heeft en verdrietig is.

Is het te zien in je leven dat je juist voor die mensen ook tijd maakt?

Zie je mij? Vraagt iemand die het moeilijk heeft. Zie je Mij? vraagt Jezus

Jezus leert dat zodra wie iets voor een ander doen, het eigenlijk voor hem doen!

Dat het dus zomaar Jezus kan zijn die bij je aanbelt, een gift vraagt, om koffie vraagt.

Er wordt soms zomaar een beroep op je gedaan, de vraag is hoe je ermee om gaat!

[#4] Maar dan komt de Samaritaan langs. Hij ziet de man wel liggen! Hij kijkt niet weg.

Hij was ook op reis, dat misschien allerlei verplichtingen, een drukke agenda.

Hij is onderweg, en kiest er ook niet voor dat nu deze man op zijn weg komt.

Dat is het wanneer we te maken hebben met mensen in nood: dat kan altijd gebeuren.

Je hebt je agenda, je doel, je plannen, je kunt niet kiezen wanneer iemand je om hulp vraagt.

Wanneer iemand belt of je hem kan helpen omdat de trein niet rijdt of zij pech heeft.

Wanneer iemand aangeeft dat hij plotseling naar het ziekenhuis moet.

Wanneer iemand jouw hulp nodig heeft. De Samaritaan koos er ook niet voor.

Maar je kunt wel kiezen of je wegkijkt of dat je de ander ziet als mens.

Zie je mij? Zie je mij in mijn nood? Zie jij Mij? Vraagt Jezus, wat Ik van je vraag?

Dat het maar niet bij mooie woorden blijft, maar dat het gaat om daden.

Zo staat het er echt heel sterk: deze Samaritaan ziet de man en is barm-hartig.

Diep in zijn buik, in zijn gevoel, in zijn hart wordt hij geraakt.

Hij neemt de tijd, hij verzorgt de wonden met olie en wijn,

Hij tilt de man op zijn lastdier, zijn ezel of kameel, en brengt hem naar de herberg.

Hij geeft geld dat de man verzorgd wordt en komt er later nog op terug.

[#5] Het is vast niet de eerste keer dat je dit verhaal hoort van de Samaritaan.

Ik hoop dat je vanmiddag gezien hebt dat het gaat om de ontmoeting.

Vaak willen we de Samaritaan zijn, maar soms ben je zomaar als de Leviet.

Je kunt niet het tijdstip kiezen wanneer je iemand in nood tegenkomt, je kunt wel kiezen wat je doet.

Of je de ander ook echt ziet. Of je je oogkleppen afzet en ruimte maakt voor de ander.

Ruimte maken in je agenda, in je financien, in je huis.

Ruimte voor de vragen, de behoefte, de nood, de ideeën van de ander.

In ontmoeting met de naaste kan er liefde en bewogenheid groeien.

Dat betekent niet dat je alles weg moet geven of jezelf niet meer mag zijn.

Er zijn grenzen die je ook aan mag geven. Dat zie je ook aan de Samaritaan.

Hij neemt die man niet mee op reis, hij draagt de zorg over aan de Herbergier.

Het is fijn dat er in Nederland veel professionele zorg is, die met liefde gedaan wordt.

Ook daarin zie je het dat het goed is om je grenzen aan te geven.

Om een ander niet zijn eigenheid te ontnemen: iemand die hulp nodig heeft,

is niet altijd hulp behoeftig, maar is een mens, door God geschapen met wat hij of zij wel of niet kan.

Jezus is gekomen, om het eeuwige leven te geven.

Daar wilde de wetgeleerde deel aan krijgen.

Hij snapte niet dat Jezus kon zeggen: kijk hier is het leven al om Mij heen.

Hier is het koninkrijk, daar waar ik ben.

Toch kunnen we het eeuwige leven niet krijgen, door zelf eerst goed genoeg te zijn.

Maar wel door te vragen of Jezus onze ogen wil openen: dat we Hem zien.

Dat we ons leven met Hem verbinden, en zo liefde hebben voor God en oog krijgen voor de naaste.

Amen.

* voor meer info over ontdekzondag en gebruikte preekschets zie ditkoningskind.nl


1 Korinte 1:1-9 – Geroepen tot !?

januari 30, 2022

Preek Heemse, 30-1-2022

Geliefde gemeente,

[#1 Ben je geroepen?]

Als de nasi, de aardappels met bloemkool, de patat klaar is, wordt er bij ons in huis geroepen:

Aan tafel! Het eten is klaar! Nu gelijk komen. Dan gaan we eten, gelijk of na even wachten 😊.  

Bij mijn schoonouders hadden ze zo’n bel in de gang: als die klonk was er eten of koffie.

Ook bij de kerk hangt zo’n klok: als die luidt wordt je geroepen naar de kerk. Kom naar kerk(stream)!

Geestelijk eten en drinken hebben we ook allemaal van tijd tot tijd nodig.

Vandaag is het roepingenzondag. Om kerk te zijn is het niet genoeg als je alleen komt luisteren.

Het is nodig dat er ook iemand geroepen wordt om Gods woorden te vertellen en uit te leggen.

Dat er gebeamd wordt, gefilmd, dat er een koster is, muzikanten en zangers.

Een ouderling en een diaken, volgende week is er weer talstelling.

Kerk ben je niet alleen op zondag: er zijn bezoekers, wijkcoördinatoren nodig en verenigingsleiders.

Ik wil vanmorgen de vraag aan jou stellen: ben je geroepen? Hoor jij de stem van God?

Wanneer er hier een kindje wordt gedoopt in de kerk, dan hoort dat kindje bij God.

Het hoort bij de gemeente: en dan zeggen we, we zijn gedoopt tot één lichaam.

Daarna klinkt er ontvang dit kind in u midden, en dan staat er:

weet u geroepen deze ouders te steunen met uw voorbede

help dit kind in het beter leren kenen van Christus.

Een ouder zei: naar mijn kind wordt niet omgezien. Waarom weet niemand zich geroepen?

Moeten we dit dan nog wel beloven?

Maar iemand anders wist zich wel geroepen: hij kwam op tal te staan, en werd verkozen.

Hij gaf aan: ik heb een drukke baan, er speelt van alles in mijn gezin, doe al meer in de kerk,

Maar ik vind dat ik niet zomaar nee kan zeggen als ik geroepen wordt.

Ik vind dit ook belangrijk en wil dit werk als ambtsdrager doen.

Ik weet niet of ik het kan, en hoe het lukt, maar ik wil niet zomaar nee zeggen.

Ik voel me geroepen tot dit werk.

[#2 Wie weet zich nog geroepen?] Hoe ging dat eigenlijk in de eerste gemeentes?

Paulus had in de havenstad Korinte verteld over Jezus Christus, die eeuwig leven kon geven.

Niet de goden Juventus, Mars of Fortuna, niet de keizer, maar Christus maakt je gelukkig.

Hij is nu anderhalf jaar weg, en zit aan de andere kant van de zee, tegenover Korinthe in Efeze.

Ze hebben die anderhalf jaar contact gehouden, het gaat met ups en downs,

Maar er is een kerk ontstaan. Nu wil Paulus een brief schrijven: en hij heeft best wel wat zorgen. 

Zoals die ouder in de inleiding: wie ziet er nu om naar mijn kind.

Zo merkt hij dat er groepen gekomen zijn: die is van Apollos, Paulus, Christus en Kefas.

Er zijn misstanden en mensen hebben gezondigd op seksueel gebied.

Men denkt verschillend over de gaven van de Geest zijn, spreken in tongen en genezing.

Over wat je wel met de wereld mee mag doen en wat niet, mag je dat offervlees nu eten?

En wat doet Paulus dan, hoe begint hij zijn brief dan?

Hij schrijft dit stukje, waarin we heel vaak het woord geroepen en roeping tegenkomen.

Hij zelf is dus geroepen! Paulus is maar niet zomaar in Korinthe aangekomen.

Uit zichzelf was hij op weg naar Damascus om de christenen te vervolgen, om tegen Jezus te zijn.

Maar Jezus, die de twaalf al geroepen had, Petrus, Jakobus en Johannes, riep ook Paulus.

Zijn stem klonk uit de hemel, mensen zagen een enorm licht, Paulus viel van zijn paard.

Hij hoorde de stem van Jezus: Saul, Saul, waarom vervolg je mij?

En Hij nam Jezus aan als zijn redder, als de grond van zijn bestaan, hij wist zich geroepen.

Hij mag dus ook wat zeggen tegen deze gemeente, want hij spreekt namens Jezus.

De gemeente is geroepen: Paulus spreekt hen aan als geroepen heiligen.

Want hij gelooft dat ze rijk zijn in Jezus Christus, bij de doop bij de naam geroepen.

Je vergeet het misschien wel is, maar waar zou je zijn als je Jezus niet zou kennen?

Paulus zegt: U hebt genade ontvangen: uw zonden zijn vergeven,

en het ontbreekt u aan geen enkele gave van de Geest!  

U kent de Here Jezus, “het getuigenis van Jezus is bij u verankerd!”

Geweldig: het zijn maar niet gelovigen die horen en weer vergeten, maar het is verankerd.

Ze zijn echte gelovigen!

[#3 geroepen door Jezus] Vanmorgen wil ik vooral die boodschap meegeven.

Dat je geroepen wordt is niet maar iets wat erbij komt in de gemeente.

Wat sommige kan overkomen, en anderen aan zich voorbij kunnen laten gaan.

Zoals als je geroepen wordt om te eten,

het meestal ook niet de bedoeling is dat je het aan je voorbij laat gaan.

Paulus spreekt hen namelijk aan als gemeente, en het woord dat er staat betekent:

‘Bijeengeroepenen’, zoals je samen geroepen kan worden voor een vergadering.

Het woord kerk betekent dus letterlijk in het Grieks de mensen die geroepen zijn.

Door de doop heeft God je bij je naam geroepen, deel je in Vader, Zoon en Heilige Geest.

Je wordt samengeroepen door het woord en de blijde boodschap van Jezus Christus.

Daarom ben je samen heiligen: je mag leven van vergeving, genade en liefde.

En je bent ook geroepen om heilig te zijn: om die liefde in je leven te laten zien,

Om de Geest te laten werken. U, jij en ik: we zijn geroepen.

En als je nog geen belijdenis gedaan hebt of niet gedoopt bent: laat je roepen!

Kom erbij, hoor de stem van Jezus, en vindt het geloof, belijdt je geloof.

Een kracht voor elke dag, een troost bij verdriet, een vertrouwen voor de toekomst.

Zo roept Jezus jou, om Hem te volgen. Om het leven te vinden. Om alles los te laten.

Zo zien we Jezus door de straten van Israël lopen, zo hoor je zijn stem: kom bij mij!

En wie die stem gehoord heeft, die wordt discipel, die volgt Jezus, die is met Hem verbonden.

Dan werkt de Geest in je, en geeft Hij de kracht om ook de weg achter Jezus aan te gaan.

Bij iedereen groeit de vrucht van de Geest, maar ook de gaven van de Geest komen dan in de kerk.

Paulus kan zelfs zeggen: “Het ontbreekt u aan geen enkele gave van de Geest!’

Een gave van jongerenleider, diaken, koster, musicus, luisteren, zingen.

Een gave van uitleg, bemoediging, luisteren, organiseren, kinderwerk, ouderling.

Doe jij je best om je gaven te ontdekken? Je kunt een gaventest doen op internet.

Maar het mooie is dat we ook bij elkaar die gaven willen ontdekken: vul jij het formulier in?

Benoem maar welke gaven je bij een ander ziet en

wat mij betreft geef je nog tips als je andere gaven ziet die onbenut blijven!

Maar het begint bij God: zijn woorden en Geest in mij, dan de handen samen:

welke weg wijst u mij, waartoe roept u mij? En dan: de handen uit de mouwen!

[#4 Ja maar … ] Iemand zegt misschien, dat geloof ik wel en dat wil ik wel.

Maar ik heb echt geen tijd om er wat bij te doen. Ik heb mijn gezin, de sportclub,

Die studie, mijn werk, dat vrijwilligerswerk, die mantelzorg.

Gaat dan de roeping in de kerk boven alles? Dat moet je gewoon doen?

Of iemand zegt: ik vind de kerk heel belangrijk, maar ik heb zo mijn twijfels bij hoe het gaat.

Niet alleen dat ik sommige mensen gewoon lastig vind om goed mee om te gaan.

Is de kerk wel op de juister koers? Zijn ze niet te modern, te los, verandert er niet te veel?

Of zijn ze niet te strak, moet er meer vrijheid en spontaniteit. Ik kan me niet vinden in hoe het gaat.

Ik heb wel een mening, en weet precies hoe het moet: ‘maar ik blijf een zijlijnroeper’.

Zoals zo’n vader die langs de kant van het voetbalveld precies weet hoe het moet.

Dat is misschien wat flauw, want ik begrijp best dat je wakker kan liggen van hoe het gaat.

Net zoals je misschien ook je twijfels hebt, omdat je niet weet of je het wel zult kunnen.

Heb ik die gave wel, en misschien dieper, heb ik het geloof en het vertrouwen wel?

Zeg je: ik vind het best wel moeilijk om in deze tijd te geloven in God, in Jezus.

Er zijn zoveel mensen die gestopt zijn met geloven en naar de kerk gaan.

Ik denk dat het allemaal gegronde vragen kunnen zijn.

En nee de roeping in de kerk gaat niet boven alles.

Er is ook een taak in de samenleving, voor de naaste, dichtbij en verweg.

Als je getrouwd bent en kinderen hebt, heb je daar ook een roeping in.

[#5] Als je ziet dat er een taak in de kerk is, of als je geroepen wordt: moet je het dan doen?

Ik denk dat het een kwestie van gebed is: Heer, wijs mij de weg.

Zelf moest ik in 2001 nadenken na mijn studie of ik dominee wilde zijn, wist ik me geroepen?

Dat zat die weken in mijn hoofd. Tijdens de dienst op Goede Vrijdag in Wageningen zongen we:

‘Neem mijn leven laat het, Heer, toegewijd zijn aan U eer.

Maak mijn uren en mijn tijd tot uw dienst bereid.’

Het was alsof die woorden voor mij geschreven waren.

Ik hoop dat ook anderen zich geroepen mogen worden.

Voor welke taak dan ook in de kerk.  

Maar ook dat je zo biddend mag ontdekken of een bepaalde roeping wel of niet voor jou is.

Vanmorgen heeft de klok weer geluid, niet voor het eten, niet alleen buiten de kerk, maar in de kerk.

Hij luidt voor jou: hopelijk hoorde je door deze preek dat je geroepen wordt.

En Paulus stuurt je dan niet met een kluitje in het riet, zo van: zoek het maar uit.

Als je vandaag nadenkt over wat God van je vraagt in de kerk en om je heen.

Als je bidt: Heer, wijs mij toch zelf de wegen, weet dat je dan niet alleen gaat.

Paulus zegt: onze weg leidt ons naar Jezus Christus, naar zijn verschijning, als Hij komt.

Op die dag zal je geen blaam treffen, is er niets op je aan te merken.

Hij laat zijn kerk in leven, Hij is trouw. En waarom kan hij dat zeggen: omdat je geroepen bent.

Nog een keer dat woord geroepen!

God heeft U geroepen om één te zijn met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.

Om te leven gedragen door Hem, verbonden met Hem en tot eer van Hem! Halleluja. Amen.


2 Petrus 3:10 – Op die dag, zijn wij bij Jezus!

januari 17, 2022

Preek Heemse/Lemelerveld, 16 januari 2022

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Je kunt heel verschillend denken over de nieuwe hemel en nieuwe aarde.

Ik sprak een tijd geleden iemand, die te horen kreeg: je hebt een tumor in je hersenen.  

Deze ziekte is zo erg: het kan nog een paar jaar duren, maar het kan je ook fataal worden.

Hij was er opmerkelijk rustig onder: ‘Ik verlang ernaar om bij de Heer te zijn, bij Jezus’.

Ja, het is echt moeilijk, mijn familie zal me missen,

 maar denk ook aan wat ik krijg: dan zijn wij bij Jezus, wat een vreugde zal dat zijn!  

Iemand anders moest ook nadenken over het sterven.

Zij dacht niet zozeer aan wat ze zou krijgen, maar aan wat er hier niet meer zou zijn.

Eindelijk geen gemopper meer, geen eenzaamheid, geen pijn, geen haat en geen ruzie.

Want zo prettig is het leven hier eigenlijk helemaal niet altijd.

Gelukkig dat we deze wereld achter ons kunnen laten.

De pijn voorbij, de angst voorbij. Alle zorg en wanhoop verdwijnt.

Zie je het verschil: denken vanuit wat wegvalt, of juist denken vanuit wat je krijgt.

Allebei waar, de éne kant en de andere kant zit eraan. Wat voert bij jou de boventoon?

[#2] Als we nadenken over hoe alles nieuw zal worden, kun je daar op twee manieren over denken.

Laat ik het met een voorbeeld duidelijk maken:

Als je in deze tijd een huis wil kopen, is het bijna niet te betalen.

Maar het kan zijn dat je voor een redelijke prijs een oud boerderijtje op de kop kan slaan.

Dan sta je voor de keus. Ga ik dat huis helemaal afbreken en van de fundamenten weer opbouwen?

Of zal ik zoveel mogelijk laten staan en het gewoon helemaal renoveren.

Er veel tijd en energie instoppen en dan zorgen dat het weer een redelijk mooi huis wordt.

[Ik heb niet zoveel verstand van de bouw, en feliciteer je en wens je wijsheid om te beslissen.]

Dit als voorbeeld van hoe mensen verschillend denken over de nieuwe hemel en nieuwe aarde:

Sommigen zeggen heel sterk: wat je hier doet gaat mee naar straks.

God gebruikt deze wereld en zal de wereld alleen helemaal vernieuwen.

Maar er zijn er ook die zeggen: God zal deze wereld helemaal weg doen.

Alles zal door vuur verbrand worden: God maakt alles helemaal nieuw.

Hij bouwt de wereld weer van de grond af op. Geen vernieuwde, maar een compleet nieuwe wereld.

Maakt het veel uit, hoe je erin staat? Best wel!

Misschien ben je je er niet altijd zo van bewust. Maar als je bent van de nieuwbouw,

dan ga je er dus vanuit dat alles hier afgebroken wordt en verdwijnt.

Dan kijk je vooral uit naar straks, en dan zeg je: we kunnen er hier toch niet zoveel van maken.

Kijk eens wat een ruzies en oorlog, wat een pandemie en rampen, wat een egoïsme en haat.

Laten we maar hard bidden dat God snel terugkomt, dan kan Hij alles nieuw maken.

Je hoopt dat veel mensen in dat nieuwe huis gaan wonen, maar het is er nu nog niet.

Als jij iemand bent die vooral van het renoveren is, dan sta je hier niet stil.

Dan zegt je: ik ga nu al bezig om schatten voor de hemel te verzamelen.

Ik zet me nu al in voor een eerlijke verdeling, voor vrede, voor liefde.

Laat de Geest maar werken en me vernieuwen. Laat ik me inzetten voor deze wereld:

Ik geloof dat wat ik hier doe niet voor niets is in de Heer!

[#3] Wij belijden: ‘ik geloof in de opstanding van het lichaam en een eeuwig leven.’

Daarbij gaat het dus over de dag dat Jezus terugkomt en de doden op zullen staan.

Hoe zal dat zijn en wat zal er dan gebeuren?

De NGB zegt: Jezus zal de oude wereld in vuur en vlam zetten om haar te zuiveren.

Dat beeld van het vuur is een behoorlijk radicaal beeld: alles gaat in vlammen op!

Dat komt bij Petrus vandaan, het gedeelte dat we net lazen.

Laten we letten op Petrus, waarom schrijft hij hierover en waarom op deze manier?

Hij kreeg in zijn tijd te maken met veel vragen over wanneer Jezus zou komen.  

Waar blijft Jezus nu? Hij zou toch snel komen?

Paulus (wat kan die de dingen moeilijk zeggen!) had gezegd dat het heel snel zou zijn.

Hij zelfs: trouw maar niet, want Jezus kwam toch binnenkort terug.

Maar waar blijft Hij dan. Gedachtes die je nu ook wel kan hebben:

het duurt al twintig eeuwen. Is het niet een sprookje dat Jezus eens terug zal komen. Klopt het wel?

Zijn we niet gewoon mensen op een planeet, ontstaan door de oerknal.

Een big-bang die 14,1 miljard jaar geleden is plaatsvond.

En blijft het doel dat we hierop leven tot dat een meteoriet de aarde raakt.

Of dat er een Big Chill komt: dat het te kou wordt om op aarde te leven,

Omdat het heelal uit elkaar valt of een andere grote ramp. Komt er wel een nieuw huis?

Eigenlijk hadden ze bij Petrus al de moed opgegeven en probeerden ze er hier wat van te maken.

Daarom gaat Petrus hier in op vragen over de dag dat Jezus terugkomt.

Hij zegt: God is niet langzaam, Hij is juist hard aan het werk.

Hij wil dat iedereen gered wordt. Hij wil dat niemand verloren gaat.

Daar is Hij mee bezig.

En laten we niet onze tijd op zijn tijd plakken.

Duizend jaar is bij hem als een dag. Wij leven in een tijd die gemaakt is,

Die bij deze wereld hoort. Maar straks zal er geen tijd meer zijn.

Iedereen die onze tijd op Gods tijd plakt gaat de mist in,

Die gaat ons korte leven (wat is het leven als een bloem die vergaat),

Die gaat ons korte leven vergelijken met Gods eeuwigheid.

Wat bij ons één dag is, kan voor hem duizend jaar zijn.

Dus ga het niet uitrekenen, zoals Jezus ook al gezegd had:

Hij komt als een dief in de nacht, niemand weet wanneer, maar Hij komt,

Totaal onverwachts, een grote veranderende, schokkende gebeurtenis.

Je vragen zijn begrijpelijk, maar God belooft: eenmaal maak Ik alles weer nieuw.

Hij zal vast en zeker komen, want Hij heeft het gezegd.

[#4] Het is tegen deze achtergrond, dat Petrus komt mijn zijn indringende woorden:

De hemelsferen zullen door vuur vergaan, zoals de Nederlandse Geloofsblijdenis dat ook zegt.

Bij hemel moet je niet denken aan de plaats waar God woont, maar het heelal zoals wij dat zien.

In openbaring staan daar ook beelden over. De hemel wordt opgerold als een boekrol (Op 6:12-14)

De elementen van de aarde gaan in vlammen op.

De aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt.

Heel de eeuwenoude structuur van de aarde: denk aan rotsen die al eeuwen oud zijn.

Het water van deze aarde, de lucht, het kan allemaal niet mee naar de nieuwe hemel en aarde.

Hier komt de vernietigende kracht van het vuur naar voren. Alles wordt weg gebrand.

Het is een vergaand beeld dat Petrus hier gebruikt, indringende taal!

Het stelt het ook behoorlijk op scherp: dan moet je dus ook oppassen.

Dan moet je: smetteloos, onberispelijke en in vrede door hem worden aangetroffen.

Het komt er scherp op aan: elk moment kan Jezus terugkomen.

Het gaat gepaard met een oordeel, met een verbrandend vuur.

Straks als Jezus verschijnt met de wolken, als rechter en redder van de wereld.

Als de bazuinen klinken: kun je dan zeggen, mij zal het vuur niet treffen, want ik ben van Jezus?

Ik ben door Hem gered, mijn zonden zijn door Hem vergeven?

In die zin is het echt een scherpe boodschap die Petrus hier preekt.

Kennelijk hadden de mensen dat nodig, namen ze het niet zo serieus.

Dachten ze: we gaan onze eigen gang wel, Jezus komt toch niet terug.

Maar Petrus spoort ze aan: God heeft nu nog geduld, je kunt je bekeren, je kunt gered worden.

Het beeld van het vuur is maar niet een losse gedachte, een sprookje.

Nee, het zal echt gaan gebeuren.

En merken we niet aan alles dat het kwaad heel diep zit:

Is er niet een krachtig vuur nodig om de aarde te reinigen van de vogelgriep en de corona.

Zit het kwaad niet ingeklonken in de schepping, in mens en dier.

Is de dood en vergankelijkheid niet overal aanwezig.

Er gaat zoveel mis, er staat zoveel scheef, heel de natuur en wereld is uit evenwicht.

Het kan niet anders of God moet een heel nieuw begin maken.

En als je denkt dat je er met je eigen prestaties of inbreng wel kan komen,

Dan helpt Petrus je uit die droom: God zal komen als een dief in de nacht en alles vergaat.

[#4] Op die manier heeft God ooit eens Jeruzalem ook gestraft.

Maar toch werd die stad later opgebouwd op de fundamenten.

Er werd een nieuw begin gemaakt. En daarom: om in het beeld van het huis te blijven.

Ik geloof niet dat een renovatie voldoende zal zijn.

Maar tegelijk kun je niet zeggen dat er helemaal geen doorgaande lijn is.

En dan sluit ik aan bij wat Petrus zegt over de belofte van de Heer.

God wacht nog, maar Hij is niet terug, Hij heeft geduld. Hij zal doen naar zijn belofte.

En juist het woord van God, de belofte van de Heer is een vast fundament.

Zoals Hij eens de wereld door zijn woord geschapen heeft,

Zo heeft Hij nu zijn belofte gegeven dat hij de wereld nieuw zal maken.

Beloofd heeft dat wie bij Jezus schuilt gered zal worden.

En alles wat zal blijven bestaan, is vanuit wat door God en zijn Geest is geadan.

Nee, we kunnen niet hier de vrede brengen. In het hier en nu alles voor elkaar krijgen.

Die sfeer was er in de jaren zestig van de vorige eeuw: we bevrijden landen, maken de aarde goed.

Maar het is ook niet zo dat niets aan de vrede en God rijk kan doen.

God rijk begint nu, en wie zich inzet voor wat goed is, voor de wereldvrede,

Voor eerlijke verdeling van vaccins, tegen armoede en oorlog, voor kinderen in moeite:

Die mag weten: je werk is niet tevergeefs is in de Heer (1 Kor 16).

Wie alleen maar bezig is met zijn eigen huis en tuin, vermogen, rijkdom:

Verzamelt zich tijdelijke schatten; maar wie een pannetje soep bij de buren brengt.

Of kaartjes rond brengt wat kan ik doen of personeel in de zorg ondersteunt:

Die verzamelt zich schatten voor de hemel kunt verzamelen (Mat 6)

Dat je werken je navolgen, in verbondenheid met de Heer (Op 14)

Wat betekent dit: Ik hoop datje ermee aan de slag gaat en je inzet en je hard maakt en werkt.

We kunnen niet een jaren ‘60 overtuiging hebben dat wij de aarde wel maken.

Maar de schatten van de volken worden binnengebracht.

De mensen zullen komen en wat jij doet in de kerk zal zin hebben.

[#5] Het belangrijkste is dat je dan de Heer zult ontmoeten.  

Jezus zult kennen zoals Hij is. Zoals ook de NGB dat zegt: Hij komt als redder!

Het gaat uiteindelijk niet om onze werken.

Het gaat ook niet om de herkenning of die er wel of niet zal zijn.

Het gaat erom dat we Jezus zullen zien.

Dat Hij Heer is. Dat Hij het is die komt met de wolken. Omgeven door al zijn engelen.

Daarom: leer Hem kennen, leef met Hem.

Laat veel mensen de liefdesbrief van Jezus lezen, want God wil dat velen gered worden.

Laat door je goede daden nu al zien, hoe groot die liefde van God is.

Dan zul je anderen misschien kunnen redden, doordat ze zien wat een kracht het geloof is!

Dan zullen we met elkaar Jezus zelf leren kennen: en hem ontmoeten.

Hoe het ook zij, wat het ook is:

we mogen vooral verlangen om bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste! Amen


Exodus 40:34-38 – Huis van Go(u)d

januari 2, 2022

Klopt deze redenering? Volg je zo niet Gods geboden? Ingezonden in ND (24-12-2021): Ds. Bogerd: Indien over ons enig kwaad komt, het zwaard des oordeels of pestilentie of honger, wij zullen voor dit huis en voor Uw aangezicht staan, dewijl Uw Naam in dit huis is; en wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en Gij zult verhoren en verlossen.’ Wat doen wij met deze gebeden in de Bijbel wanneer wij zijn overgegaan op digitale bijeenkomsten, en wanneer we als gezonde mensen uit angst voor coronabesmetting uit de kerk wegblijven?

Preek 2 januari 2022, Themazondag – Huis van Go(u)d

Tekst: Exodus 40:34-38

Geliefde gemeente van onze Heer,

[#1] Het oude jaar is afgesloten, weg, het nieuwe jaar is begonnen.

Het ligt weer open en nieuw voor je. Er staan nog bijna geen voetstappen op.

Geen pijn, verdriet of missers, maar ook nog niet iets wat super mooi is.

Je kunt je van alles voornemen, je kunt hopen en vooruit kijken.

Hoe zal het gaan met je school, je werk, je relaties je gezondheid, die corona, met je leven?

Je wenst elkaar gelukkig nieuwjaar, maar dat deed je vorig jaar ook.

Is dit jaar echt een gelukkig nieuwjaar geworden:

ik denk dat velen er iets anders van gehoopt hadden. Wie zal ons echt geluk geven?

[#2] En God? Gaat Hij met je mee 2022 in? En andersom: ben jij met God dit jaar ingegaan?

Dat is wel een lastige vraag. Je kunt God niet zien, soms voel je Hem niet, wat merk je van Hem?

Daar kun je heel verschillend in staan: voor sommigen is God heel dichtbij, als een vriend.

Ze kunnen geen seconde zonder Hem en delen alles met Hem. Altijd bewust van zijn aanwezigheid.

Voor anderen is God juist ver weg. Ze zijn er maar weinig mee bezig en af en toe denk je eraan.

Ga je eerbiedig met God om, is God vooral heilig, een U, of zelfs een Gij: machtig en verheven.

Of is het heel gewoon en noem je elk moment zijn naam, deel je het simpelste met Hem.

Hoe gaat God met je mee in het nieuwe jaar en hoe ga jij met God onderweg?

[#3] Aan de hand van de tabernakel mogen we vanmorgen daar veel over leren.

Ontdekken wie Gods is, hoe hij bij de mensen kwam en hoe hij vereerd wil worden.

Want dit jaar gaat het over het thema ‘Welkom thuis!’.

Eerder dit seizoen zagen we: Je bent welkom! Vader staat je met open armen op te wachten.

Maar we willen ook op dat huis zelf letten. De tabernakel is een beeld van Gods huis.

De tabernakel werd gebouwd met de hemel als voorbeeld, door God aan Mozes getoond.

Het is het huis van God, een huis van Goud: want alle planken en palen waren bedekt met goud.

Wat leert dat huis van God over hoe wij met God om mogen gaan?

[#4] Het bijzondere van onze tekst is dat het eigenlijk gaat over een verhuizing.

Het huis van God, de tabernakel is gebouwd. Negen maanden lang zijn ze ermee bezig geweest.

We hadden eigenlijk graag hier met elkaar zo’n tabernakel willen namaken.

Door corona kon dat helaas allemaal niet.

Maar toen hebben de Israëlieten het wel heel precies gemaakt. De tent van God.

Maar of je het echt een tent kan noemen: er zijn heel veel planken die neergezet worden.

Het is zit een beetje tussen een tent en een huis in. Er is een grote ruimte, met kleden erover.

En een allerheiligste deel waar de ark staat, met de engelen erboven en de wet erin.

En een groter gedeelte met de kandelaar, het reukofferaltaar en de tafel van de broden.

En dan is er nog een grote ruimte omheen, waar het wasvat en het brandofferaltaar staan.

Het wordt helemaal omgeven door een groot wit doek.

Alles hebben ze opgebouwd, alles precies en kunstig gemaakt, door de Geest van God.

Maar de tent staat nog leeg, het is nog niet in gebruik genomen, er gebeurt nog niets.

Misschien ben je wel bezig met een verhuizing, of ben verhuisd.

Je hebt geverfd, behangen, vloerbedekking gelegd. Maar zolang je er niet woont is het kaal.

[#5] Vandaag is de kerk weer leeg. Het is kaal. Graag had ik tegen iedereen gezegd:

Gods zegen voor het nieuwe jaar.

Het is niet zoals het moet zijn.

Maar het zou erger zijn, als God er niet zou zijn. Als de kerk zou zijn als de tabernakel.

Waar alles wel gemaakt is, maar waar God niet is komen wonen.

Toch is dat iets wat wel kan gebeuren, zelfs als de kerk vol met mensen is.

Wij hebben hier geen beeld van God staan, we hebben God hier niet ‘gevangen’.

God woont door zijn Geest in ons, en als we als gemeente samen zijn is Hij door zijn Geest aanwezig.

Maar dat vraagt wel dat je God toelaat, dat je je hart opent.

Anders is het kaal en leeg, dan ga je in je eentje 2022 in, dan is het uiterlijk.

Dan ga je niet met God, maar ga je alleen. Je eigen weg, maak je je eigen keuzes.

Maar juist omdat we geloven dat God niet beperkt is tot dit gebouw,

Is het zo fijn dat we online met elkaar verbonden kunnen zijn.

Waar wij elkaar niet de hand kunnen schudden en we in onze huizen zitten,

mogen we geloven dat we als gemeente huis van God zijn door zijn Geest.

Dat we nu verbonden zijn omdat we samen bidden, zingen, luisteren.

Ons laten leiden en gaan onder zijn zegen: ook voor het nieuwe jaar. Daar zijn we huis van God.

[#6] Juist van de tabernakel, dat huis van goud, leren we dat God niet aan plaats gebonden is.

Want op een gegeven moment, als alles klaar is, alle spullen en de priester gewijd zijn.

Dan komt God zelf in het huis wonen: er komt een wolk als teken van zijn heerlijkheid.

De wolk van God nadert die tabernakel en vult de tabernakel. God neemt zijn intrek.

Mozes kan de tabernakel niet binnengaan: zo dichtbij was God gekomen.

De tabernakel wordt hier dan ook tent van de ontmoeting genoemd.

Niet direct een woonplaats waar Hij altijd is, maar de plek waar je Hem ontmoet en spreekt.

Waar Hij tot het volk wil spreken. Soms gaat Mozes er ook heen om Gods woorden te horen.

Soms hoort hij die woorden en kan het weer doorgeven aan het volk.

Maar het kan ook zijn dat ze weer verder moeten gaan. Dan wordt de tent opgebroken.

Dan steeg de wolk weer op, dan wees de wolk de weg en gaf licht als een vuurkolom ’s nachts.

God is niet aan een plaats gebonden: maar ontmoet hem wel!

Vraag steeds hij de weg wil wijzen, wat je ook overkomt: laat zijn aanwezigheid op jouw leven neerdalen en je leven niet leeg zijn !

[#7] Juist de tabernakel laat ook zien dat wij niet zomaar over God kunnen beschikken.

God is heilig, vraagt eerbied, vraagt respect. Je kunt hem niet in je broekzak stoppen.

Moet je dan heel voorzichtig en afstandelijk met God omgaan?

Bijna niet praten als je in de kerk bent? Speciale kleren aantrekken?

Is het een heilige ruimte waar je je schoenen uit zou moeten doen, omdat het heilige grond is.

Moeten we gedragen en eerbiedig liederen zingen, of mag het juist vrolijk en modern?

Is het in de kerk als een soort woonkamer, of is het een heilige tempel?

Kun je op slippers in korte broek komen, of vraagt het nette, verzorgde kleren?

Het heeft veel te maken met hoe je het God omgaat, welk beeld je van hem hebt.

Als je er verschillend over denkt: probeer dan eens verder te komen, door door te vragen.

Wat voor beeld heeft iemand van God, hoe kijk je tegen God aan?

Dan denk ik dat je best verder kunt komen, dat je elkaar kunt bereiken.

Daarvoor zijn wel twee dingen belangrijk: het eerst is de vraag, wil je naar God luisteren.

Mozes luisterde heel precies naar God. Hij bouwde de tabernakel zoals gezegd.

Dan kwam precies: want in de tabernakel vangen we niet alleen een glimp op van de hemel.

We vangen ook een glimp op van Jezus. Het wasvat liet zien dat de zonden afgewassen werden.

Het brandofferaltaar dat er bloed moest vloeien om vergeving te geven.

De kandelaar was een beeld dat Gods licht mocht schijnen, de tafel dat hij brood gaf voor elke dag.

Het allerheiligste liet zien dat de weg tussen God en mens geblokkeerd was door het voorhangsel.

Het voorhangels waar de cherubs op stonden met hun zwaarden

en de cherubs die waakten over de ark: waar je alleen door het bloed van het lam kon komen.

Zo vangen we een glimp op van Jezus Christus. En dat is het tweede dat je mag delen:  

Dan is God juist heel gewoon en heel dichtbij. Want toen Hij geboren werd,

Tabernakelde, woonde Hij zelf onder de mensen. Werd met van vlees en bloed.

Hij opende weg van God naar ons. En zijn Geest woont in je.

Hij werd het lam dat onze zonden weg nam en toen Hij stierf scheurde het voorhangsel.

Het huis van goud was niet meer nodig, omdat Christus zelf gekomen is.

We moeten oppassen om van plaatsen of gebouwen heilige plekken te maken.

Om tradities of heilige huisjes te verstillen en krampachtig aan vast te houden.

Het draait om Jezus Christus. Is Hij in je hart komen wonen, is hij in het midden van de gemeente.

Gaat Hij met je mee het nieuwe jaar in en laat je je door hem de weg wijzen?

Want we moeten ook oppassen dat het puur draait om onszelf.

Dat we zeggen: ik ga dit doen, ik ga dat doen. Dat je je eigen leven in de hand wilt houden.

Corona, maar ook andere gebeurtenissen laten het zo pijnlijk zien. Dat kunnen we niet.

Ons leven is hier maar tijdelijk, het gaat voorbij, voor je het weet is het jaar weer weg.

Juist daarom is het zo belangrijk dat je Jezus Christus, je Heiland in je hart laat wonen.

Helaas gaat er geen wolk meer voor ons uit om de weg te wijzen,

Maar ik hoop dat je dit jaar vaak omhoog mag kijken: het van God mag verwachten.

En dan niet alleen ontdekt wat hij van je vraagt, maar ook doet wat hij van je vraagt.

Dat je zijn weg wil gaan, hem wilt volgen: op weg naar het eeuwige leven.

Want dat komt in de bijbel ook zo duidelijk naar voren.

De tabernakel is een glimp van de hemel. Het allerheiligste is 10 bij 10 bij 10.

De plek met de volmaakt afmetingen. Dit jaar brengt ons weer dichterbij de dag.

De dag dat het nieuw Jeruzalem, de volmaakte stad van God bereid mag worden.

Sommige mochten ons daarin al voorgaan, wij zijn nog onderweg als pelgrims.

Weet je steeds welkom in het geestelijke huis van God, fysiek of online.

We mogen elkaar bemoedigen en aansporen om vol te houden om te gaan:

Naar de Godstad met de paarlen poorten en de goudens straten.

Ga mee op reis! Vader wijst de richting en roept je: ‘Welkom in mijn huis!’


Lukas 2 – Wat neem je mee van de kerstboodschap?

december 26, 2021

Link tekening: https://www.flevokids.net/kleuren/kerst/herders-stal.shtml

Preek Heemse, 2e Kerstdag 2021

Gemeente van de Heer, Jezus Christus,

[#1+#2+#3] Livia werkt met het puntje van haar tong uit haar mond.

Net heeft ze de herders ingekleurd die bij Jezus kwamen.

Ze had een mooie tekening gekregen voor kerst.

Naast haar staat een beker chocomel. Nu alleen Maria nog inkleuren.

Ze kiest een mooie rode kleur voor Maria. Als de tekening af is zal ze hem ophangen!

Dan wordt het fijn gezellig in huis en denken ze aan Jezus deze kerstdagen.

[#4] Afgelopen weken hebben we toegeleefd naar het kerstfeest.

Het plakboek van Lukas. We hebben de verhalen gehoord en gelezen.

Over Zacharias en Elisabeth, over Maria, over Gabriel, over Johannes.

Nu is Jezus geboren. Het is kerst geworden. De tijd van God was vol.

Lukas heeft nagevraagd, geïnterviewd, opgeschreven en het opgeschreven.

Maar wat is de bedoeling van Lukas, wat wil hij bereiken met zijn plakboek?

                [#5] Wat neem je mee van de kerstboodschap?

– Hoe neem je dit mee?

– Wat brengt dit in je leven?

[#6] We leven in een tijd dat echt luisteren heel moeilijk is!

Voor sommigen is een digitale kerkdienst misschien beter te volgen dan in de kerk.

Voor velen is het lastiger om je te concentreren, als je afgeleid wordt, met de koffie bezig gaat.

Of als je met meerderen zit te luisteren of kinderen heen en weer rennen.

Was luisteren vroeger gemakkelijker? Maria en Jozef kregen in ieder geval minder appjes!

Ik hoorde eens dat wij meer informatie krijgen in een dag dan de mensen vroeger in een jaar.

Steeds weer een appje, een snapchat, een melding, een nieuwsbericht.

Kloosters en stiltecentra de laatste jaren erg in trek zijn om even tot rust te kunnen komen.

Want als er zoveel informatie is, hoor je dan ook wat er gezegd wordt, dringt het door in je hart?

En als iemand iets tegen je zegt: hoor je het dan ook echt?

Soms vraag ik iets aan mijn kinderen en moet ik het nog een keer vragen, want ik heb niet geluisterd.

Of Petra zegt iets, en snap ik niet wat ze bedoelt en reageer ik veel te snel.

Dan heb ik niet echt geluisterd naar wat ze eigenlijk bedoelde.

Echt luisteren? Lukt dat jou? Heb je dat gisteren gedaan toen er familie was?  

Als je niet naar elkaar luistert krijg je vooroordelen, groepen, ruzie in de samenleving.

Mooi als je echt kan luisteren naar iemands moeite in deze coronatijd en niet iemand veroordeelt.

Als onze tekst begint hebben net de stemmen van engelen weerklonken in de nacht.

De redder is geboren, Hij ligt in een kribbe. Vrede op aarde!

Dan is het opeens weer donker en stil in de nacht.

En nu is het spannende moment: hebben de herders ook werkelijk geluisterd?

Zoals dat na een preek ook de spannende vraag is of je er wat mee doet.

Zoals na een bezoek aan de dokter het de spannende vraag is, of je zijn advies ook opvolgt.

Heb je naar hem geluisterd en doe je er wat mee?

Bij de herders hoeven we niet te twijfelen aan die vraag.

Ze zijn stil geweest toen de engelen spraken, maar nu klinken hun stemmen.

‘Laten we dan naar Bethlehem gaan, en het met eigen ogen gaan bekijken’.

Ze aarzelen geen moment en ze gaan op weg. ‘Met haast’, staat er.

Ze denken niet na over wie er dan voor de schapen zorgt: ze gaan gewoon!

Er zal vast wel een oplossing voor gevonden zijn. En hoe ver ze dan moeten gaan?

De schapen werden meestal wat verder geweid, dus het zal een fikse wandeling geweest zijn.

Zij hebben geluisterd. Ze konden het met verstand aannemen, en hadden de wil om te gaan.

Ben jij bereid, is jouw wil klaar om Gods wil te gaan doen?

Geloof je, is jouw verstand klaar om Gods woord te begrijpen en aan te nemen?

Als je zelf gelooft dat die engelen gezongen hebben en dat Jezus geboren is, dan heb je geluisterd.

Wat is het mooi zijn als je anderen kan vertellen over dit goede nieuws.

Degene die je lief zijn, met wie je het kerstfeest viert deze dagen, mensen dichtbij en ver weg.

Dat ze dan ook echt willen luisteren. Een vreemde boodschap, een wonder.

Maar vandaag hoor je het niet van een engel, … zou men het dan wel geloven?

Maar Maria, Jozef en de mensen die erbij staan moeten de simpele herders geloven.

Vandaag hoor je het van de dominee of van je ouders of van de meester.

Hoor je dan werkelijk wat ze zeggen: of heb je je vooroordeel klaar. O, heb je hem weer.

Het zal wel, maar die geloof je toch niet. Dat kan toch helemaal niet.

De herders geloofden de engelen, ze luisterden, want … ze gingen op weg.

En de mensen die het van de herders horen? Als ze daar bij de stal staan.

Als ze het kindje Jezus misschien wel even vast mogen houden.

Als ze zich verbazen over dat jonge stel daar met die baby in een stal.

De meeste mensen luisteren wel naar de herders. Ze zijn verbaasd.

Maar let is op wat er over Maria staat: Zij bewaart de woorden in haar hart.

Zij blijft erover nadenken. Dat is de reactie die God vraagt!

Wie op die manier kan luisteren en zo echt hoort naar Gods woord die kan schatten ontdekken.

Gods woord is rijker dan fijn goud, zegt Psalm 19.

Maria laat allereerst de woorden van de herders goed binnenkomen.

Ze graveert ze als het ware in haar hart, ze beitelt ze er vast in.

Ze voegt het bij de eerdere woorden die ze gehoord heeft.

Ze neemt het mee voor haar verdere leven,

zoals ze dat later ook zal doen als de 12 jarige Jezus in de tempel is.

Wie door de bijbel scrollt als door social media en de grappige en bijzondere dingen eruit haalt,

leest maar oppervlakkig, dringt niet echt door, leert niet luisteren.

Maar als je bijbeltekst in je hart bewaart en tot je door laat dringen.

Als je zegt met Psalm 119: diep in mijn hart bewaar ik uw heilig woord.

Die kan goud ontdekken, schatten leren kennen, een kostbare schat die je leven verandert.

Die leert dat Jezus, de redder is, die echt vrede kan brengen.

Dat je een vrede, een rust, een houvast krijgen, in leven en sterven.

En dan staat er niet alleen dat Maria het bewaart, maar ook dat ze het overdenkt.

Ze slaat het op, maar ze gaat ook verbanden leggen, dingen combineren.

Wat ze eerder hoorde, wat er gebeurt met Jezus, langzaam gaat ze steeds meer zien van Gods plan.

En ik hoop dat jou dat ook mag gebeuren: ook al zijn er duizend vragen, al begrijpen we hem niet.

Gods woord van vrede klinkt in deze wereld vol strijd, zijn licht wil schijnen in deze donkere tijd.

Als je echt luistert ga je ontdekken wat de boodschap van Jezus geboorte is. Wat echte vrede is!

[#8] Tegelijk … het wil niet zeggen dat alles alleen maar lief en zoet en romantisch is met kerst.

Maria bewaart de woorden in haar hart, maar moet Jezus al afstaan als hij 12 jaar is.

Dan is hij bezig met de dingen van zijn vader. En nog later moet ze aan de voet van het kruis staan.

Er zal ook veel pijn en lijden in haar leven komen.

Daarom las ik ook de woorden die Simeon tegen Maria, zijn moeder zei:

[#9] Velen zullen door Jezus ten val komen of juist opstaan.

Je zult zelf als door een zwaard doorstoken worden.

Het leven van Maria wordt er niet per se gemakkelijker doordat ze de moeder wordt van Jezus.

Het was het er voor Jozef al niet op geworden. Hij als Timmerman, hard werkend in de bouw.

Een harde wereld, met die tijd ook weinig sociale vangnetten als je wat overkwam.

Opeens was zijn vrouw zwanger, en werd er over hen gepraat en gingen er verhalen rond.

Voor Maria, nog zo jong, veranderde er veel. Lucas heeft laten zien hoe ze naar haar tante ging.

Voor Jezus zelf was het leven ook niet makkelijk: als Hij opgroeit in deze wereld.

Hij ziet de zonde en het onrecht, wat is er veel mis in vergelijking met de hemel.

Hij zal niet door een zwaard gedood worden, maar wel aan het kruis gehangen en gedood.

Waar Gods goedheid de wereld binnenkomt, stuit het op de macht van het kwaad.

Op roddel, op geweld, op vooroordelen, op pijn en gebrokenheid, op zonde.

Zo zal het nog steeds zijn. Wie de woorden van de bijbel aanneemt en hoort,

die zal op weerstand, vragen en kritiek stuiten.

Nee, niet als je niet echt luistert. Als je de woorden wel hoort, maar er niets mee doet.

Is dat niet een gevaar dat je bedreigt: je zit je leven lang in de kerk, je luistert, maar wat doet het?

Wie werkelijk luistert naar de preken: die accepteert het niet als er geroddeld wordt over een ander,

Maar wordt door collega’s of vrienden raar aangekeken. Die wil de belasting niet bedriegen,

Maar eerlijk met zijn geld omgaan. Die verdraagt racisme niet, maar zegt er wat van.

Die zal niet meedoen met feesten waar drank en seks de sfeer bepalen, wordt spelbreker genoemd.

Diegene komt op voor de schepping; heeft niet zijn oordeel klaar,

maar is liefdevol naar mensen ongeacht afkomst, sexe, geaardheid. Wil liefdevol luisteren!

Die past de boodschap van de bijbel niet aan aan wat de maatschappij wil, maar laat God spreken.

Die zoekt niet alleen eigen zin en genot, maar denkt juist in deze tijd ook aan goede doelen.

Zoekt zijn geluk niet in bezit of geld. Ben jij bereid om tegen de stroom in te gaan?

Om je kruis op je te nemen?

De herder gingen op weg, met het risico uitgelachen te worden als boeren met rare verhalen.

Maria wilde haar leven wijden aan de Heer, maar dat zou een zwaard door haar ziel brengen.

Jezus ging heel de weg, ook toen het zwaar was en hij er tegenop zag.

Wat zou er gebeurd zijn, als zijn niet die weg wilden gaan?

Wat zou er gebeuren als je gewoon kiest wat jou uitkomt, in plaats de weg te gaan die Jezus vraagt:

Dat je je niet laat leiden door het kwaad, maar steeds vraagt: wat zou Jezus hebben gedaan.

Dat is niet altijd de makkelijkste weg, het stuit somt op weerstand.

Maar het is wel de weg die Jezus wijst!

Tenslotte, op de vraag: wat neem je mee uit het plakboek van Lukas?

Als je goed geluisterd hebt en er werkelijk wat mee doet?

Uiteindelijk levert deze boodschap wel echte vreugde en vrede.

Dat is een vrede die niet verdwijnt als de engelen weer naar de hemel gaan.

Als de stekker van de kerstverlichting uitgaat of je de lege borden in de afwasmachine zet.

Ook niet als de herder niet meer bij Jezus zijn, als ze weggaan staat er:

De herders zijn zo vol van wat ze gehoord en gezien hebben dat ze blij zijn.

Ze prijzen God om zijn grootheid en macht.

Ze loven hem om zijn liefde voor de mensen.

Ze zijn er werkelijk door geraakt en er komt vreugde in hun hart.

Zo hoop ik dat je zelf ook op die manier het kerstfeest mag vieren.

Het geeft de enige troost in leven en sterven, een geweldig houvast.

We zingen mooie liederen, we horen mooie muziek.

Dan zien we hoe corona de boel op slot zet.

Kennen we verdriet of geliefden die we juist dagen missen.

Voelen we pijn door kwaad dat anderen ons aangedaan hebben.

Zijn er gebroken harten, pijn die niemand ziet of kent, wat niet gehoord wordt.

We hebben gezien dat God maar niet met een mooi sausje het wil verbloemen.

Het is kerst geworden: God is zelf ingegaan in deze wereld, heeft het kwaad bestreden.

Sommigen hebben zich afgekeerd, maar anderen willen hem volgen.

Juist in het donker van deze wereld is het licht gaan schijnen.

Dan mag er vreugde komen, geen oppervlakkige vreugde: maar diepe vreugde.

Vreugde omdat we iets meer mogen zien van Gods grote plan.

Dat het daarom kerst werd, om het kwaad te overwinnen, en echte vrede te brengen.

Vreugde en vrede! Laten we God daarom eren, Eer zij God in de hoge, gloria in Exelsis dei! Amen  


Lucas 1:39-45 – Verwacht het van de Heer!

december 12, 2021

Geliefde gemeente,

Wat kun je soms verward zijn en een vragen hebben.

We begrijpen soms helemaal niet van de dingen die gebeuren.

Gert die plotseling overlijdt, mensen die ernstig ziek zijn.

Wat een vragen kun je hebben aan God, in deze wereld.

En waar je een arm over de schouder zou willen leggen, moet je afstand houden.

Waarom gebeuren er zulke nare dingen. Waar is dit goed voor?

Ook in de tijd van Maria en Elisabeth leek alles duister.

Het volk was onderdrukt, Elisabeth had jaren verdriet dat ze geen kind kreeg.

Maria was totaal overrompeld door het licht en de boodschap van de engel.

Haar leven wordt totaal op de kop gezet: hoe moet dit nu? Moeder worden?

Maria, gaat snel naar Elisabeth. Ze zoeken elkaar op. Ze hebben elkaar nodig.

Wat is het mooi dat wanneer Maria, de deur van het huis van Elisabeth geopend heeft,

Ze gelijk hoort: ‘Je bent gezegend! Gezegend is het kind je schoot!’.

Geen rare blikken van iemand die haar niet begrijpt als ze moet vertellen dat ze zwanger is.

Maar iemand die haar kent en begrijpt, die snapt dat ze moeder van Jezus zal worden.

Iemand die net zelf het wonder meegemaakt heeft dat ze op hoge leeftijd zwanger is.

Zelfs het kind in de buik van Elisabeth, Johannes: de wegbereider springt al op!

We leven in een tijd van angst, van afstand houden, in de greep van dat venijnige virus.

Je kunt niet dicht bij elkaar komen. Des te belangrijker is het wat je tegen elkaar zegt!

Of dat nu op anderhalve meter is, via een kaartje of als je aan het bellen of facetimen bent.

Wat zou je nu echt tegen de ander wilt zeggen? Alleen vrolijk kerstfeest en een mirakels nieuwjaar?

De woorden van Elisabeth gaan dieper. Ze wijzen erop dat ze graag wil dat de vrede van God er komt.

Dat zijn reddingsnieuws voor deze donkere wereld mag klinken, dat zijn liefde je hart mag vullen.

Dat we kunnen uitzien uit het donker, naar een wereld zonder bedrog, pijn, ontrouw, ziekte en dood.

Wat fijn als je elkaar de vrede van God mag toewensen en zo mag bemoedigen.

Verwacht het van de Heer! Eenmaal wordt alles nieuw!

Het begin van het nieuwe leven is aanwezig in deze jonge en oude vrouw die zwanger zijn.

Zo spreekt God hier tot Maria via Elisabeth.

Maar hoe vaak heeft God nu al niet gesproken, beloofd dat het goed zal komen.

Hoe vaak heb je dat niet in de kerk in een preek of lied gehoord.

Wat zie je er vaak weinig van. Wat een ellende is er elke dag nog op de televisie.

Wat een moeiten in de onderlinge contacten. Wat een verdriet.

Wat is het dan moeilijk om te geloven, dat het straks goed zal komen. Wat kan dat ver weg lijken.

Toch is Maria een voorbeeld van geloof, en prijst Elisabeth haar om haar geloof!

Maar hoe kan Maria dan Gods Woord geloven, als nog zoveel onduidelijk en onbegrijpelijk is.

Hoe kun je nu als je ziek bent, geloven dat God je vader is.

Hoe kun je zo worden als Maria: dat je ziet dat God ook in jouw leven werkt?

Het vraagt overgave.

Zoals Maria heel haar leven in dienst van de Here stelde, en zei: uw dienstmaagd geschiede naar uw wil.

Het betekent eigenlijk: niet op jezelf vertrouwen, maar je voorover laten vallen in de armen van God, je door Hem laten dragen.

Je eigen kramp, gedachten en inspanningen overgeven aan God. Hij wil al je twijfels, je ongeloof, je moeiten op zich nemen. Als je je overgeeft aan Hem, kun je zeggen: ik geloof, Heer kom mijn ongeloof te hulp.

Elisabeth had gemerkt dat God deed wat Hij zei: ze voelt een kindje in de buik schoppen.

Ze heeft ervaren dat God betrouwbaar is. God doet wat hij belooft.

Eenmaal maakt hij alles nieuw. En door Jezus mogen we geloven dat wie sterft zijn goedheid mag zien.

Later ligt het kindje in de kribbe: God heeft zijn zoon gegeven. God doet wat Hij zegt.

Door zijn zoon: door zijn lichaam en bloed wil hij de weg openen naar hem naar het goede. Of je nu hier in de kerk bent of thuis, proef het


Romeinen 8:18-26 – Klimaatdepressief of verlangen vol van hoop?

november 14, 2021

Preek Heemse, 14 november 2021

Tekst: Rom. 8:18-26

[#1a] De klimaat conferentie in Glasgow is afgelopen.

Teleurstellend zeggen sommigen: boskap moet veel eerder stoppen,

Fosiele brandstoffen niet meer gebruikt, want de aarde raakt uitgeput.

Maar anderen zijn meer tevreden: steeds meer landen zeggen ‘er moet echt iets gebeuren!’

Er klinken allerlei alarmbellen: de aarde is een snelkookpan geworden.

Door het broeikaseffect warmt de aarde op, en stijgt de zeespiegel.

Mensen in kustgebieden slaan op de vlucht, boeren in Afrika staan bij droge akkers.

Tegelijk genieten wij hier in Heemse van een mooie herfst!

Niets geen zure regen die de bossen aantast. Nee, schitterende bossen.

Heel bewust er beleid om de bossen levend te maken, soms door open plekken te kappen, zoals in het staatsbos. Er staan vele soorten schitterende paddestoelen, je kunt regelmatig een ree tegenkomen.

[1b] En het vechtpark, dat klein begon, is geworden tot een schitterend gebied voor dieren en vogels.

Hoezo alarmbellen, hoezo klimaatcrisis. Wat merken wij ervan?

En toch lees je over jongeren die depressief worden van de klimaatrapporten.

[#1c] Ze gaan protesteren in Glasgow, proberen leiders te bereiken, maar zien geen verandering.

Ze zien wereldwijd wat er gebeurt met de plastic soep, Gletsjers die smelten, en ze trekken de lijn door: vroeg of laat is deze aarde onbewoonbaar.

Wie de klimaatprofeten hoort preken, wie hun boodschap tot zich door laat dringen,

die begrijpt, er moet nu echt wat gebeuren. Anders gaat het helemaal mis!

[#2] Nu had ik voor deze preek een mooie tekst kunnen kiezen over Gods schepping.

Hoe knap en bijzonder God alles gemaakt heeft: de sneeuw op de bergen;

De leeuwen die op hun tijd eten krijgen uit Gods hand; het wonder van het menselijk lichaam.

Gelukkig is dat iets waar je diep van onder de indruk kan zijn.

Tegelijk heeft ook de bijbel, heeft Paulus, er oog voor dat het niet allemaal zo mooi is.

Paulus zegt: ‘de schepping is onderworpen aan de zinloosheid.’

Hij zegt dat nadat hij het heeft gehad over de kinderen van God.

We leven in deze wereld, krijgen de Geest, mogen Abba, vader zeggen.

Maar toch is er soms nog veel moeite, ziekte en verdriet in je leven.

Het leven is nog niet volmaakt. We delen nog niet in Gods glorie en luister.

Eenmaal maakt u alles weer nieuw … ja, eenmaal, maar nu nog niet.

En dan maakt Paulus het plaatje ook wat groter: dit geldt ook voor de schepping!

Heel de schepping is ten prooi aan de zinloosheid. Het lijkt allemaal zo zinloos.

Zoals prediker dat kan zeggen: alles is lucht en leegte, alles heeft zijn vaste gang.

De zon komt op en gaat onder, maar wat is er voor nieuws.

Het wordt winter, lente, zomer en weer herfst en het begint weer van voor af aan.

Er zijn geboortes, je groeit op en je gaat sterven. Steeds weer de cirkel van het bestaan.

En waarom? Het is een gevolg van de zonde. De schepping is zijn luister en pracht kwijtgeraakt.

De aarde brengt doorns en distels voort en de mens moet er zwetend op werken.

Toen er nog geen klimaattop nodig was, zag Paulus al de zinloosheid.

De schepping heeft zijn hoop en uitzicht verloren. Het is als een satelliet uit zijn baan.

Hij draait nog wel rondjes in het heelal, maar het voelt zonder doel, zonder zin.

We nemen de wetenschap uitermate serieus, en er is anders dan 20 jaar terug weinig discussie over:

Op deze manier komt het niet goed met de aarde.

Staan er vluchtelingen aan de grens, zijn armen de dupe, neemt extreem weer toe.

En tegelijk: dit is de wereld na het paradijs, de wereld los van Gods luister.

Een zinloze wereld, waarbij HP/De tijd zegt: er is niets om hoopvol over te zijn.

Dat kan persoonlijk: als iemand ziek wordt, als iemand sterft, bijvoorbeeld door corona.

Dat kan in het groot, als je de grafieken op je in laat werken en de lijnen omlaag ziet gaan.

[#3] Maar, dit is niet alles wat Paulus zegt, als hij probeert de schepping te begrijpen.

Er zit toch een bepaalde beweging in. God laat niet los wat hij begonnen is!

Want er is iets veranderd in de schepping. Jezus Christus is gekomen.

God heeft uit Maria zijn zoon op aarde in een kribbe geboren laten worden.

Jezus Christus is gekomen als de grote verlosser en is daarvoor aan het kruishout geslagen.

Hij, God zelf, die in staat was de wereld met zoveel pracht en luister te maken,

is in deze wereld, die ten prooi is aan de zinloosheid ingegaan.

En heel persoonlijk, in dit gedeelte, heeft hij ons tot Gods kinderen willen maken.

Zodat wij zijn broers en zussen zijn geworden en zonen van God genoemd worden.

Je bent een kind van God! Besef je dat! Hij houdt je vast!

In een zinloze wereld mag je hem Abba: mijn papa noemen.

God grijp in in deze wereld. Grijpt u, jou en mij in het hart en zegt: mijn zoon, mijn dochter.

Wat een geweldig nieuws! In het paradijs was het goed en mooi.

En de belijdenisgroep vroeg: waarom laat God dan toch de zonde komen.

Waarom moet de wereld eerst zo zinloos worden.

Maar toen ik met deze tekst bezig was ontdekte ik nog iets anders!

God kan uit iets kwaads, iets beters, iets goeds maken!

God gaf een paradijs met glans, die glans verdween, maar daardoor:

Ontstaat er een wereld met nog meer glans. Een nieuwe paradijs!

Daarin zullen we als zonen van God, broers en zussen van Christus stralen als de zon.

Dan is echt alles volmaakt, in die stad met de rivier van levend water en bomen die vrucht dragen.

[#4] Straks als Christus terug komt worden Gods kinderen zichtbaar en leven op die aarde.

Dan is het lijden van de wereld niet maar een zinloos lijden.

Dan is het lijden, als het lijden van een vrouw die een kind gaat krijgen.

De schepping zucht en steunt:

Je kunt het horen in krakende, steunende bomen, snerpende winden, klagende dieren.

De schepping kraakt op haar grondvesten, maar het is niet zonder hoop.

Ook al is alles hier stukwerk, en gaat het een keer kapot,

Ook deze wereld krijgt deel aan de vernieuwing.

Zal door het geboortekanaal naar buiten gaan:

De wereld van lijden en knechting krijgt deel aan vrijheid glans, luister, heerlijkheid.

Het is alsof de schepping zijn nek uitsteekt, omhoog kijkt, zijn ogen richt.

Komt hij er al aan, wordt alles al nieuw.

Met reikhalzend verlangen richt de schepping zich op Christus.

Door Hem is er een toekomst vol van hoop.

Al gaan de virussen rond, leven we in  het donker van de nacht: eens wordt het licht.

Heino Falcke, die het zwarte gat fotografeerde zegt: de wetenschap kan veel.

Maar de hoop, het uitzicht, het vertrouwen, dat kun je als christen bieden.

Dan kun je zelfs in het duister van de nacht, de toekomst vol van hoop ingaan.

[#4] Soms is het wel lastig wie je kan kijken en volgen als het gaat over het milieu.

Je hoort zoveel verschillende berichten. Zou het echt waar zijn.

En hoe zit het met de plastics, de pfas en de stikstof.

Moeten de boeren echt zoveel inleveren en moet de veestapel krimpen?

De hoge heren bepraten wel van alles in Glasgow, maar wat moet je geloven?

Wat spiegelen ze je voor? Kun je je soms afvragen.

En waarom moet het hier in Nederland allemaal zo streng, terwijl het over de grens anders is.

Moet je eens kijken wat ze in Polen allemaal voor uitstoot hebben met hun kolencentrales.

En bovendien: waarom zou je juist als christen je hier druk over maken.

Als God toch alles bestuurt en een nieuwe aarde gaat maken, waarom dan zo druk doen.

Ik hoor regelmatig zeggen: die groene idealen in de politiek … daar stem ik niet voor.

Anderen zeggen: laat de kerk zich bij het geloof gehouden en bij mijn redding.

Hoe ik leef en hoe het met het milieu gaat, daar heeft de kerk niets mee te maken.

[#5] Laat één ding duidelijk zijn: we zijn hier niet om een milieu evangelie te brengen.

Ik zou er moeite mee hebben als je dat in de kerk te horen krijgt:

Zorg maar goed voor de schepping, wees er zuinig op, protesteer … dat is je redding.

Wanneer de kerk een soort actiegroep wordt voor het milieu.

Net zoals de preekstoel geen plek is voor linkse of rechtste politieke standpunten.

Laten we luisteren naar de stem van de Geest, hoe Hij ons ook door dit gedeelte wil leiden.

Dan zijn er twee redenen om je in te zetten voor deze schepping:

Allereerst vanwege liefde voor de naaste! Net voor de Romeinse beschaving ten onder ging.

Zaten de mensen in de theaters en keken naar spelen, hadden het zelf goed.

Ze hadden niet in de gaten dat de wereld kapot ging. Ze leefden voor brood en spelen.

En daar hadden ze het geld voor schrijft Augustinus.

Hoe leven wij? Zie je, geloof je dat als wij hier in luxe, voor brood en spelen, eten en sport leven:

Miljoenen lijden onder armoede, klimaatverandering, overstromingen en niet even een hogere dijk kunnen maken? Hebben je werkelijk liefde voor je naast, ook je verre naaste?  

Dan zien we dat Paulus de schepping persoonlijk maakt.

De mooie schepping van God is ook in het lijden terecht gekomen.

Ze kreunt en steunt en ziet uit naar de vernieuwing.

Daarin lijkt ze op ons mensen: wij die ook te maken hebben met het lijden van deze tijd.

En tegelijk: wij als mensen hebben al iets ontvangen van wat komen gaat.

Het zal straks zo mooi zijn, hemel en aarde, je zou wel door een sleutelgat willen kijken.

En even zien hoe mooi het is. Maar Jezus zegt wel: ik geef nu al de Geest.

Ik wil je nu al met mij verbinden. Ik wil iets van mijn luister in jouw hart brengen.

Ik wil je vullen met hoop, met kracht, met liefde, met vernieuwing.

Het is nog maar een voorschot, het zal nog zoveel mooier worden.

Maar ik begin wel! Ik laat je door Christus delen in mijn heerlijkheid.

En niets is er dat jouw zal kunnen scheiden van mijn liefde in Christus.

Laat daarom zichtbaar worden dat de Geest in je woont!

In actieve inzet voor elkaar, in betrokkenheid bij de gemeente, bij bijbelstudie en gebed.

Dan past er geen onverschilligheid: God wil in je wonen!

De oude schepping kunnen we niet krampachtig vasthouden, die is te kapot.

Maar als de Geest als voorschot is gegeven, dan is die ook gegeven voor de schepping.

De Geest van God komt in de aarde naar voren als degene die de aardbodem vernieuwt.

Laten we dan als wij al in iets van Gods luister mogen delen,

ons best doen ook de schepping daarin te laten delen!

Hoe je de vrucht in je leven laat groeien, is voor iedereen persoonlijk anders.

Er worden genoeg concrete voorbeelden in preken genoemd van liefde voor God en elkaar.

En ook dat je je moet bekeren, als je niet naar die liefde leeft!

Hoe laat je zien dat je de Geest in je laat werken, ook als het gaat over de schepping.

Bidden voor de schepping, en voor wijs beleid door regering vraagt naar jezelf kijken:

– neem ik de auto of pak ik de fiets?

– hoe verwarm ik mijn huis?

– Kunnen we minder vlees eten en toch lekkere smaken ontdekken?

– Hoe kunnen we de boeren op een fatsoenlijk manier betalen, zodat ze goed voor het land kunnen zorgen en voor ons gezond en natuurlijk voedsel kunnen verbouwen.

– Hoe kan ik zorgen dat de plastic container minder vol raakt?

Stel je open voor de Geest … laat je vullen met liefde voor God, de mens en de schepping.

Niet dat wij hem kunnen vernieuwen, maar wel omdat we geloven Gods Geest eens alles nieuw maakt!

Amen


Genesis 8:15-22 – Dankdag 2021

november 4, 2021

Preek Dankdag, Heemse 2021

Tekst: Genesis 8:15-22 (Thema HGJB)

Geliefde gemeente,

Soms kun je door verkeerd te starten, de hele boel verprutsen.

Je maakt een kast en begint gewoon te zagen.

Even later blijkt dat je de verkeerde plank te pakken had. Kun je weer opnieuw beginnen.

Of ik heb het soms als ik de kar in ruim met bagage en fietsen.

Als ik eerst de lichte dingen inruim, kan ik soms alles weer eruit halen.

Dan komt er nog zo’n zwaar krat aan wat er opeens nog op moet.

Voor de kinderen vertelde ik vanmiddag over een tekening:

Als je niet goed luistert naar de uitleg kun je helemaal verkeerd beginnen.

En dan moet je een nieuwe vel pakken. Zo ging het soms ook met deze tekeningen.

Noach staat met zijn vrouw en kinderen bij de deur van de ark.

Hoe hij God hoorde spreken weten we niet: maar er staat over hem net als over Henoch:

Hij wandelde met God. En nu hoort hij van God: Ze mogen de aarde weer op! De deur gaat open!

De dieren lopen naar buiten, ze luisteren naar Noach.

Wat zullen ze gaan doen: gaan ze hout en stenen zoeken voor een nieuw huis?

Zullen ze gaan kijken waar ze het beste kunnen wonen?

Waar ze een wijngaard kunnen beginnen en een olijfboom planten.

Waar ze nieuwe akker in kunnen zaaien met graan.

Is dat het eerste wat ze gaan doen: zelf weer een nieuw begin maken?

Eindelijk weer op de aarde, nadat ze zolang op de boot hebben gezeten?

Of doet Noach eerst iets anders?

Wat moet het voor Noach bijzonder zijn om de aarde weer te betreden.

Eigenlijk is hij weer terug bij af. Voordat de schepping er was, was alles woest en leeg.

En wie de kracht van het water kent snapt dat Noach weer opnieuw moet beginnen.

Grote bomen zijn omgeduwd, alles moet opnieuw opgebouwd, hij staat met zijn poten in de slijk.

Als we zelf terugkijken op afgelopen jaar dan kon heel veel niet.

En we houden ons hart vast voor de maatregelen die nog komen.

Maar wat was het soms moeilijk: dat je in de lockdown terecht kwam!

Dat je niet naar school kon, niet op je werk kon komen.

Je miste je klasgenoten, je collega’s.

Je mocht geen bezoek, zeker niet in een verpleeghuis.

Je kon niet naar winkels, naar een restaurant, zelfs niet op een terras.

Sommige dingen stopten en je had alle tijd om na te denken: waarom deed ik het eigenlijk.

Hoe ga ik straks weer verder? Hoe begin ik weer?

En die vraag kun je je vaak stellen:

– als je ’s morgens wakker wordt en je begint een nieuwe dag.

– als je weer adem haalt en de frisse lucht ruikt en naar buiten gaat.

– als je je een broodje wilt gaan eten of de heerlijke avond maaltijd.

– als je een nieuw baan begint of juist met pensioen gaat.

Wat doe je dan? Ga je gewoon beginnen of … denk je eerst na?

Kijk eens wat Noach doet. Hij zet zijn voeten op de modderige grond.

Hij gaat stenen zoeken, niet voor zijn huis, niet voor een akker.

Nee, het is voor het eerst dat we lezen dat iemand een altaar maakt.

Hoe? Door gewoon een aantal stenen op te stapel en er hout op te leggen.

Hij gaat eerst naar God toe. Hij maakt op de nieuwe wereld een heilige plek.

Een plaats waar hij God de dank en eer kan geven.

En wat doet Noach nou? Wat doet hij met de dieren die naar buiten komen?

Hij pakt een schaap, hij pakt een geit, hij pakt een koe.

Misschien wel die ene duif: die met een takje terug wat gekomen.

En hij brengt ze naar het altaar. Hij legt ze erop.

Hij gaat ze verbranden, de heerlijke geur stijgt op naar God.

Hij gaat God bedanken en God teruggeven wat hij van Hem had gekregen.

Hij is zo blij, zo dankbaar, zo gelukkig dat hij dat hij dat zo tegen God wil zeggen.

Zo denkt Noach niet eerst aan zichzelf, maar eerst aan God.

Dank U, dank u wel, voor alle goede dingen!

Dank u dat het droog is, dat ik weer een huis kan bouwen, dat we verder kunnen.

Samen met zijn vrouw en kinderen prijst hij de naam van God!  

Denk nog eens terug aan die kast, aan die kar, aan dat papier van het begin.

De dag die voor je ligt is als een vel papier. Ga je dat snel weer inkleuren.

Gelijk alle dingen doen die je leuk vindt?

En nu na corona best wel veel weer mag: ga je alles weer door doen zoals eerst?

Weer snel op skivakantie of zonvakantie naar een ver land.

Weer de hele week druk met alle afspraken en dingen die je moet doen.

Maar als je zelf heel hard je best weer gaat doen,

Dan kun je zomaar weer gaan stressen, tobben, haasten.

Dan moet dit, en dat moet, en dan gaan dingen zomaar mis.

En wat leer je dan van Noach? Noach begint met een offer.

Hij weet dat hij alles van God krijgt!

En is dat dan ook niet het eerste wat wij zouden moeten doen.

Wat we van hem kunnen leren! Als je ’s morgens wakker wordt en gaat ontbijten:

Dat je eerst God dankt en bidt, voordat je weer van alles doet op die dag.

Dat als je op school komt, God dankt dat het kan en bidt om een mooie dag.

Dat als je je broodje gaat eten, je je handen vouwt en God bedankt voor wat Hij geeft.

Noach mocht naar buiten, nu wij naar buiten mogen, steeds meer mogen.

Gaan we gaan dieren offeren, maar wel God bidden en danken.

Noach maakte plaats voor God: heb je ergens in je huis een plek voor God?

Een open bijbel, een bijzonder schilderij, een kaartje met een gedicht?

Je ziet bij Noach dat God dankbaar is voor dat offer.

Hij ruikt de heerlijke geur van het offer: hij merkt de toewijding op.

En dan vernieuwt God ook zijn verbond met de schepping.

Zoals hij aan het begin de opdracht gaf om er voor te zorgen,

Geeft Hij nu een nieuwe opdracht. En Hij belooft zijn trouw.

Nooit zal hij de aarde meer helemaal verwoesten.

Ook al is de mens slecht, doet hij verkeerde dingen: God zal trouw zijn.

Er komen straffen, ook aan het eind, maar altijd straft God maar een deel.

Ook in openbaring: 1/3 van de sterren wordt op de aarde gegooid / een kwart gedood

Totdat hij eens de hele aarde zal vernieuwen en hij en nieuwe aarde geeft.

Tot die tijd zullen de tijden zich afwisselend.

Dag en nacht, zomertijd en wintertijd.

God stelt de seizoenen in. Voor de zoveel duizendste keer is het dit jaar voorjaar geworden.

Voor de zoveel duizendste keer na de zondvloed is het weer herfst geworden.

Je zult zaaien en maaien. Steeds gaat het weer anders. Maar God belooft zijn trouw.

Er wuift weer graan op de velden, de mais is weer ingekuild, de aardappels binnengehaald.

Zo zal ik met je mee gaan!

En waarom? Omdat God bij het offer ook dacht aan het offer van Jezus.

Hij liet aan het kruis zijn liefde zien. Door zijn liefde zal ik er altijd voor je zijn.

We gaan verder: Noach ging dankend verder op de nieuwe aarde.

Hij maakte een nieuwe start met God. Wij gaan dankend verder!

Als we hopelijk gewoon naar school en werk kunnen blijven gaan. Als de zon opkomt.

Als je eten krijgt. Als je ouder bent. God is trouw.

Laten we van harte danken en zingen, God geniet ervan!

Je mag steeds opnieuw beginnen. Dankend doorgaan voor God!

Amen