Numeri 13 – Laat je meenemen op weg naar het beloofde land!

juli 30, 2017

Preek Heemse en Ommen, 30 juli 2017

Tekst: Num 14:8b-10

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[Dia 1] Soms kun je heel bang zijn. Dat je angstig bent voor iets wat je wilt gaan doen. Als kind bijvoorbeeld dat je bang bent voor een grote hond. Of dat je bang bent om alleen ergens naar toe te gaan. Het kan ook zijn dat je bang bent om met het vliegtuig te gaan vliegen. Stel je voor wat er allemaal kan gebeuren: je hoort nog wel eens dat een vliegtuig neerstort. Je krijgt al buikpijn als je eraan denkt! Soms kun je heel erg opzien tegen een gesprek of een telefoontje, zeker als je iemand wil wijzen op iets wat niet klopt. Zo kan er op allerlei manieren angst zijn voor de onzekerheid die gaat komen, bijv. dat je opziet tegen lijden en ziek zijn, of misschien nog we erger het lijden van een ander.

[Dia 2] Vanmorgen zien we dat het volk van Israël bang is. Terwijl God zulke grote wonderen had gedaan in Egypte. Terwijl ze zoveel van zijn macht hadden gezien: in het water dat in bloed veranderde, in de sprinkhanen of de duisternis. Terwijl ze het wonder van de doortocht door de Schelfzee hadden meegemaakt … overvalt hen voordat ze het nieuwe land binnengaan opeens een enorme angst en ongeloof. Het wordt zo erg dat ze het beloofde land niet kunnen binnengaan.

[Dia 3] Dit is een gedeelte dat veel aangehaald wordt verder in de bijbel. In psalm 95, maar ook later nog in Hebreeën. Want het kan ook zomaar gebeuren dat jij, dat u, dat ik door een ongelovig hart afvallig word(t) van de levende God, wanneer we niet vasthouden waarop we hopen. Wanneer we het doel en God uit het oog verliezen: door de zorgen van elke dag over geld, plezier, werk, of wanneer we door luiheid en laksheid, of misschien wel door een sterkte angst: kan ik wel op God vertrouwen, heeft het wel zin om naar de kerk te gaan. Is geloven voor mij wel weggelegd en mag ik wel hopen op Gods liefde en genade?

Laat je meenemen op weg naar het beloofde land

1) Laat angst en ongeloof niet overheersen

2) Maar leer in geloof kijken

3) Zodat je niet afvallig achterblijft

[Dia 4] 1) Laat ongeloof niet overheersen

We hoeven geen grote woorden te spreken over de angst van dit volk. We hoeven niet te doen alsof het vreemd is dat de tien spionnen bang zijn om dit land binnen te trekken en dat dit volk denkt: dit komt nooit goed. Het was ook best spannend!

De Israëlieten waren etappe voor etappe, geleid door de wolk aangekomen bij de zuidelijke rand van het land. Ze zijn nu in Kades Barnea, een plek 75 km onder Hebron. Ze komen steeds dichter bij het beloofde land. Het doel van de reis is bijna bereikt. Daarom wordt er een eerste verkenningsmissie op uitgestuurd. Verkenners die in kaart mogen gaan brengen wat voor land dit is, en daarbij moeten ze op de mensen letten en ook hun ogen goed de kost geven wat voor land dit is. Het is slechts een paar maanden na hun vertrek bij de Sinaï dat de grote volksmassa met de tabernakel in hun midden deze plek vlak bij het land heeft bereikt.

Wanneer de verkenners rapporteren vertellen ze inderdaad allemaal geweldige dingen over het land. Het is werkelijk het land van melk en honing zoals God dat gezegd heeft. Nu is Israël niet zo vruchtbaar als ons Nederland, maar in vergelijking met de smalle strook vruchtbaar land in Egypte en de droge woestijn, was het werkelijk een paradijs: hier regende het regelmatig zodat er gras groeide en je runderen kon houden, zodat de melk ging stromen. Hier bloeiden bloemen zodat er bijen waren die honing konden produceren. [dia 5] Er zijn ook veel vruchten: als de mannen terugkomen uit het land dan nemen ze vijgen en granaatappels mee, en grote druiven: druiven bijna zo groot als pruimen wordt wel eens over verteld. In ieder geval hebben ze maar een stok gepakt om de druiven tussen zich in te kunnen dragen. Dit land is bijna te mooi om waar te zijn!
En zo beginnen tien van deze mannen ook te praten en te kijken. [dia 6] Ze wijzen erop dat Achiman, Sesai en Talmai in Hebron wonen, Enakieten. De gewone mensen waren al lange mensen, maar deze waren nog langer: dit waren werkelijk reuzen. Ze zullen ook onder de indruk gekomen zijn van Hebron: die stad rijst voor je op als je nadert vanuit de woestijn. Langzaam klimt het land omhoog en uiteindelijk bots je tegen de hoge vestingmuren van die stad aan: een onneembare vesting. En bovendien: er zijn zoveel volken die dit vruchtbare land wel willen hebben en het ligt zo tussen de grootmachten in. Het land verslindt zijn inwoners: de mensen vechten met elkaar en zouden wij ons daar ook nog tussen moeten begeven? We zullen omkomen …

[dia 7] De mensen van het volk horen deze woorden. Ze worden er bang van. Angstig. Eerst zullen ze in kleine groepjes het gezegd hebben, vervolgens klinkt van verschillende kanten angstgeroep, en tenslotte klinkt heel het oosterse weeklagen door het kamp heen, zoals dat hartverscheurend kan zijn. Ze zien het helemaal niet zitten: moeten we daar binnentrekken? We worden afgeslacht en onze kinderen ook! Waren we dan maar hier in de woestijn gestorven, of in Egypte. Laten we een andere leider kiezen! Iemand die ons terug kan brengen naar Egypte. Liever het slavenbestaan daar, dan afgeslacht worden in dat mooie land, vloeiend van melk en woning, maar nu toch nog in het bezit van machtige mensen.

[dia 8] Angst en ongeloof overheersen. Kom jij dat ook tegen om je heen? Kom ik dat nu ook tegen in de gemeente? Zie je dat ook in je eigen leven? Het lied over het land van louter licht dat we straks zingen zegt: ‘Hing niet een wolkendek zo zwart, van twijfel om ons heen’. Is het niet vaak door angst dat je niet gelovig de weg gaat die de Heer van je vraagt? ‘Maak je geen zorgen voor de dag van morgen’ … maar ik kan niet anders dan steeds weer bezig te zijn met hoe het verder allemaal moet.

God vraagt: Toon mijn liefde voor de ander bijvoorbeeld door hem te helpen met geld … maar kom ik zelf dan geen geld tekort?

Wees trouw in je huwelijk … maar word ik dan niet ongelukkig?

Kom op voor mijn rustdag en mijn naam, zeg wat van het vloeken … maar wat zullen anderen dan van mij zeggen?

Wat kunnen we ons klein voelen. Zwak. Zondig.

Dat je naar jezelf als christen kijkt of naar de gemeente en zegt: die anderen zijn net reuzen en wij … we zijn net nietige sprinkhaantjes, en in hun ogen zullen ook wel zo geweest zijn.  Als we niet oppassen kunnen we zomaar, om het met de Hebreeënschrijver te zeggen, halsstarrig worden doordat we door de zonde verleid worden en vergeten om tot het einde toe resoluut vast te houden aan ons vertrouwen van het begin.

 

2) Maar leer in geloof kijken

Tja, hoe moeten Mozes en Aaron reageren op zo’n reactie van het volk. Hoe moeten die twee gelovige verkenners, Jozua en Kaleb reageren. Hoe zal God reageren?

Of het komt omdat Mozes en Aaron al ouder zijn, het volk beter kennen of een andere reden, we weten het niet, maar in ieder geval: zij gaan niet in discussie met het volk. Zij werpen zich ten overstaan van de voltallige gemeenschap op de grond. Zij gaan bidden tot God en wachten of hoe Hij zelf zal reageren.

Maar de jongere Kaleb en Jozua proberen het volk nog anders te laten kijken. We lezen dat ze eerst hun kleren scheuren: een teken uit die tijd, waarmee je tot uiting bracht wat er binnen in je leeft. Zij voelden schuld en diepe gebrokenheid. Pijn om deze reactie van het volk. Ze herhalen dat het land een buitengewoon goed land is. Van de vruchten en de melk zullen we kunnen eten en drinken. Een goed en gezond land. En bovendien de Here zal ons er brengen. Hij heeft dit beloofd en aan deze belofte mag je vasthouden!

Dus zeggen zij juist: wees niet bang! Ze hebben wel in de gaten dat het angst is die de mensen drijft. Dat ze daarom zo jammeren. Dat ze bang zijn voor wat er gaat komen als werkelijke de tocht naar het beloofde land wordt ondernomen. Maar je hoeft niet bang te zijn. En waarom niet?

Zij hebben niemand die hen beschermt: hun goden zijn geen echte goden. Hun leven is een leven dat niet verbonden is met de levende God. Zij zeggen niet: onze hulp komt van God die hemel en aarde gemaakt heeft. Zij vertrouwen op hun houten beelden en opgerichte stenen. Er is niemand die hen beschermt. En wij? Wij worden bijgestaan door de HEER. Hij is de levende God. Hij is ons zon en ons schild. Kijk maar naar de wolk die met ons meetrekt en ons beschermt tegen de hitte en de kou. Die ons de weg gewezen heeft. Wij hebben een God die ons beschermt: Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste woont en overnacht in zijn schaduw, zegt tegen de Heer: Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God! Ik vertrouw op U.

De Hebreeën schrijver zegt ook: U allen die deel hebt aan de hemelse roeping, richt uw aandacht op Jezus. Laten we luisteren naar zijn stem. Laten we elkaar ook terechtwijzen, zoals Jozua en Kaleb hier in doen en elkaar aansporen om in geloof naar de dingen te kijken. Denk aan Petrus die wanneer hij loopt op de golven en naar de golven gaat kijken opeens begint te zinken, maar wanneer hij naar Jezus kijkt en vol vertrouwen gaat de kracht krijgt om zelf op water te lopen. Laten we bidden dat we in geloof naar de dingen mogen kijken.

Ik bid dat je door de Heilige Geest dat geloof mag ontvangen. Het is niet altijd makkelijk om vol te houden. Het is echt niet zo vreemd dat de Israëlieten er tegen op zagen om het land binnen te gaan. Het is voor ons niet zo vreemd dat het soms moeilijk is om vol te houden: heeft het echt zin om elke week een hele dag voor de HERE af te zonderen? Heeft het zin om steeds weer tijd vrij te maken om naar de kerk te gaan en de bijbel te bestuderen? Zal Christus wel geloof vinden op aarde als Hij terugkomt? Mag ik op God vertrouwen ook als ik zo worstel met allerlei vragen rondom mijn ziek-zijn, rondom die handicap waardoor ik niet zo kan genieten als anderen, of als ik me als puber zo onzeker voel over wie ik ben… Ik hoop dat je in geloof mag zien op Christus: bij hem rust en bescherming mag vinden. Wie met geloofsogen leert kijken, ziet dat het leven hier niet de eindbestemming is, maar die zoekt Gods rijk. Iets waarvan je hier hopelijk als steeds meer iets mag ervaren in liefde en vrede, maar waar je straks uiteindelijk mag binnengaan.

 

3) Zodat je niet afvallig achterblijft

Het komt er dus wel op aan waar je voor kiest: ga je mee op weg naar het koninkrijk of leef je uiteindelijk voor je eigen rijk? Wanneer Jozua en Kaleb de mensen daarop wijzen wordt het hen niet in dank afgenomen. De mensen beginnen stenen op te rapen, kleine en grote stenen, wat ze maar kunnen vinden. Ze willen de stenen richting de boodschappers gaan gooien. Maar dan komt plotseling de wolk in beweging: de wolk die boven de tabernakel hangt. God is toornig en boos en de wolk van de ontmoetingstent komt naar hen toe, God toont zijn heerlijkheid, misschien wel met donder en bliksem. God legt zijn straf uit. Eerst is Hij van plan om het volk helemaal te vernietigen, maar dan doet Mozes voorbede. God toont zijn genade en zal doen wat Hij belooft heeft: het volk in het beloofde land brengen, maar zonder deze zondige mensen. Want nu na tien keer een opstand is de maat voor Hem vol. De straf is dat ze voor elke dag dat het land verkend is, voor al die veertig dagen een jaar in de woestijn moeten blijven. Hun lijken zullen straks in de woestijn liggen. Al die mannen die aan het begin van Numeri geteld zijn, zullen niet binnengaan. Behalve Jozua en Kaleb en de levieten. Die mogen wel binnengaan, voor zover ze dan nog in leven zijn.

Met deze straf geeft God het volk eigenlijk waar ze zelf om vragen. Ze hadden gezegd: laat ons dan liever in de woestijn sterven. Nou, dan zullen ze ook in de woestijn sterven. Dan kunnen ze ook niet binnengaan. Want als ze het even later wel proberen, dan lopen die eigenwijze mensen zich te pletter op de muren van Hebron. Dan lukt het hen inderdaad niet om in het beloofde land binnen te gaan.

Veertig jaren verbleef het volk in de woestijn. Toen mochten ze binnen gaan. Ze waren niet in staat geweest om in de beproevingen staande te blijven. Wanneer het aan ons ligt, zouden we ook niet op eigen kracht in het hemels Jeruzalem kunnen binnengaan. Maar, we hebben een hogepriester. Hij die veertig dagen lang in de woestijn is geweest. Die toen wel in staat was de aanvallen van de duivel te weerstaan. Die heel de weg voor ons gelopen heeft.

Wanneer we elkaar vandaag aansporen om niet bang te zijn, niet angstig zijn maar vertrouwen te hebben, dan is dat niet omdat wij zo groot zijn en zoveel kracht. Wij voelen ons soms klein. Maar we hebben wel een leidsman, een Here en redder die ons voorgaat. Die voor ons de straf gedragen heeft. En als we elkaar dan aansporen om niet achter te blijven, om niet te verzwakken dan zeggen we vooral: leer in geloof te zien op Christus. Als je niet bij Hem schuilt, bereik je je doel niet. Als je niet van zijn vergeving en zijn offer aan het kruis leeft, worden je zonden niet vergeven. We waarschuwen elkaar, en dat wordt misschien niet altijd in dank afgenomen. Maar daarmee zijn we wel gehoorzaam aan de roeping van onze Heiland. Om elkaar aan te sporen en mee te nemen. Om te zeggen met Jozua en Kaleb: wees niet bang, leef niet zonder een beschermer, maar vertrouw op God en Jezus. Want wij hebben een beschermer die over ons waakt! Luister dan steeds weer naar zijn stem. Doe je dat? Amen

 

Liturgie zondag 30 juli 2017, 9.00u en 11.00u
Votum, Zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalmen voor Nu 84 (staande) De HEER beveiligt ons, Hij heeft zijn liefde nooit ontzegd aan mensen, eerlijk onderweg.

Wet

Zingen Psalm 91:1,7

Gebed

Lezen Numeri 13:25-14:11
Zingen Psalm 95:3,4,5
Lezen Hebreeën 3:12-4:3a
Tekst Numeri 14:8b-10

Preek

Zingen LvK 290: Er is een land van louter licht
Gebed

Collecte
Zingen Opwekking 717: Stil, mijn ziel, wees stil (staande, aangekondigd na de collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)

Advertenties

Numeri 9 – De wolk: Zie en ontdek hoe God erbij wil zijn!

juli 25, 2017

Preek gehouden in Heemse en Bruchterveld, 23 juli 2017

Tekst: Numeri 9:15-23

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Hoe vaak kijk je naar de wolken?

Als je veel binnen bent, zie je niet zoveel wolken.

Maar als je van buiten bent zal er vaker op letten.

Zeker nu het zomer is, als je vaker in de tuin bent,

op de camping, op het strand, dan zul je wat meer op de wolken letten:

komt er al bijna weer een wolk, zodat je even schaduw hebt en wat minder last hebt van de warmte? of: en dat zal vaker gebeuren: wanneer gaan de wolken weg zodat ik echt van de zon kan genieten.

Als we het vandaag over de wolk gaan hebben, hebben Helga van Leur of Reinier van den Berg niet nodig. Natuurlijk zouden deze weerman en weervrouw ons veel kunnen vertellen over allerlei soorten wolken. Dreigende onweerswolken, lieflijke schapenwolkjes, dikke regenwolken en noem ze maar op. Wolken, zoals die ook in de bijbel wel te zien zijn: de wolken die leeg regenen als de vloed in de tijd van Noach over de aarde komt en als Jesaja die spreekt over een wolk kan de hitte temperen (25:5).

 

[dia 2] Maar vandaag gaat het over een ander soort wolk. Een wolk die God op een heel speciale manier gegeven heeft. Maar wel een wolk waar de Israëlieten goed op moesten letten. Want die wolk liet zien dat God er was en die wolk wees hun de weg. Een wolk waar je vandaag misschien wel wat jaloers op kan worden: want als het gaat over Gods leiding in ons leven, hoe Hij je de weg wijst, dan is dat niet altijd even gemakkelijk te begrijpen. Zeker als je ingrijpende dingen meemaakt, waardoor ook de mooie dagen van het jaar als het ware een donker randje hebben. Vandaag willen we erop letten hoe God er wil zijn en leiding geeft, ook in 2017. Hoe Hij ons niet alleen laat, maar bij de hand wil nemen, juist ook in Jezus Christus.

 

[dia 3] Zie en ontdek hoe God er wil zijn

  1. In de wolk
  2. Hij is er
  3. Hij wijst de weg

 

 

 

  1. In de wolk

We hebben dan Helga van Leur niet nodig, maar het is wel goed om iets meer van de wolk te begrijpen. De eerste keer dat we deze wolk tegenkomen is bij de uittocht uit Egypte. [dia 4] Dan staat er dat de wolkkolom eerst voor de Israëlieten uit ging, toen ze vluchten voor de legers, de wagens en paarden van Egypte. Maar dan stelt de wolkkolom zich achter hen op. Aan de éne kant brengt hij duisternis, aan de andere kant verlichtte de vuurzuil de nacht. De legers van de Egyptenaren kunnen niet bij Israël komen! (Ex. 14:19vv). Deze wolk beschermt hen tegen de hitte van de zon. En ’s avonds zagen ze de wolk als een licht, zodat ze ook dag en nacht kunnen verder trekken (Ex. 13:21,22). [dia 5] Het is duidelijk dat deze wolk maar niet iets is dat de Here stuurt, nee, het gaat het hier duidelijk om hemzelf: De Heer ging hen vooruit, in een wolkkolom, staat er, en: in de morgen keek de Heer vanuit de wolk en de vuurzuil neer op de Israëlieten. De Heer wordt omgeven door de wolk en is daarin heel duidelijk tegenwoordig.

Nu zijn we in Numeri een maand en een jaar verder. God was verschenen aan Mozes, had de opdracht gegeven om de tabernakel te bouwen. En wanneer alles heel precies gemaakt is, dan komt de dag waarop de tabernakel ook ‘bewoond’ gaat worden. Het schitterende slot van Exodus. Als je zoveel hoofdstukken hebt gelezen over de hoe de ark helemaal ingericht moeten worden met een wasvat, een tafel, een ark, en noem alles maar, dan wordt duidelijk dat die tent maar niet onbewoond er zal staan: nee, dan komt die wolk die boven het legerkamp is, opeens naar de tabernakel toe. Dan laat God zien dat Hij zelf in de tabernakel wonen.

Daarbij beseffen we dat God veel groter is dan de tabernakel. Later in als Salomo de tempel gebouwd heeft gebeurt hetzelfde. Dan komt ook de wolk in de tempel, zodat de priesters niet eens meer kunnen werken. Salomo zegt: U hebt gezegd dat u in een wolk wilde wonen, maar ik heb een huis voor U gebouwd. Maar tegelijk zegt Salomo dan in zijn lied dat zelfs de hoogste hemel God niet bevatten (1 Kon. 8:27). God is veel te groot om te wonen in een huis dat door mensen is gebouwd.

Ik kan me wel voorstellen dat je, als je deze verzen uit Numeri voor het eerst hoort, je wenkbrauwen wat fronst. Iemand die niet gelooft zegt: geloof je dit nou echt? Zou het echt zo geweest zijn, of is dit maar een mooi verhaal. Sommigen denken dat dit niet echt zo is. Bijvoorbeeld dat men vertelt over een wolk omdat de priesters offers brachten en er daarom rook rond de tabernakel hing, of bij weer een ander las ik: het zal wel wijzen op de fakkels die ze meenemen: waar je overdag vooral de rook van ziet, en ’s nachts het vuur. En weer anderen koppelen het meer aan de Sinaï: daar zouden ze vulkaanuitbarstingen hebben meegemaakt met wolken en vuur en dat zouden ze dan God hebben genoemd.

Toch hoeven we niet zo ver te zoeken. Deze wonderlijke wolk, die de tabernakel omringt vanaf het eerste begin, is niet te verklaren door het weer of door allerlei vuurtjes: deze wolk is een wonder. Een heel directe manier waarop God laat zien dat hij erbij is en meegaat. Zoals God in die tijd veel directer en merkbaarder aanwezig was bij de Israëlieten in die moeilijke tijd in de woestijn. Een wonder waar we met het verstand niet bij kunnen, maar dat we in geloof mogen aannemen dat het zo geweest is.

[Dia 6] Zoals er later staat dat God onder ons gewoond, getabernakeld heeft in Jezus Christus. Ook dat is iets wat mensen op een gewone manier proberen te verklaren: een bijzonder mens, een goed voorbeeld, later vertelde verhalen. Maar God zelf is niet de God die op een afstand bleef staan: in Jezus Christus kwam Hij heel dichtbij. In Marcus 8:7,8 lezen we: dat de schaduw van de wolk over Jezus, Elia en Mozes valt en dat God zegt dit is mijn geliefde zoon. Zoals God eerder al bij de Jordaan zijn Zoon aanwees en de heilige Geest gaf. De vraag is: bid je om de Geest, bid je om geloof om dit ook aan te kunnen nemen. Vraag maar om geloof, om ook dat wat wij nu niet zo direct kunnen zien, aan te nemen en te vertrouwen: God wil werkelijk bij zijn volk aanwezig zijn, toen in de wolk en later in Jezus Christus, maar ook vandaag nog: [Eventueel Zingen Lied 147,1 en 2]

 

[dia 7] 2. Hij is er!

Dat is wat de Heer de Israëlieten ook op het hart wil drukken als ze aan de woestijnreis gaan beginnen. We zijn hier bijna aan het eind van het eerste deel van Numeri. De laatste opdrachten en bevelen voor onderweg zijn gegeven. Straks wordt er nog iets verteld over de trompetten die signalen geven, en dan kan de reis beginnen, vanaf hoofdstuk 10:11. Maar eerst wijst Hij voor die reis dus aan dat Hij erbij is.

En dan wordt er niet heel veel nieuws verteld over de wolk in deze verzen, maar het wordt wel heel precies beschreven. God zal niet bij het volk weggaan. Hij is bij hen. Soms zullen ze ergens maar een dag staan, soms een maand, soms een jaar, of misschien nog langer. Heel verschillende tijden, maar God zal meegaan. Hij is niet aan een bepaalde plaats gebonden, bijvoorbeeld dat Hij alleen bij de Sinaï blijft. Nee: Hij woont in het midden van zijn volk, in de wolk die hangt in en bij de tabernakel. Elk uur, elk moment, is Hij aanwezig bij zijn volk.

Daarbij is zijn heerlijkheid zo groot, dat je die als gewoon mens niet kunt zien. Als we dat zouden zien dan zouden we dat felle licht niet kunnen verdragen. De tabernakel was al bekleed met allerlei verschillende kleden, en was een wit gordijn omheen. Je kon niet zomaar naderen: en als God aanwezig is, dan is Hij ook omringt door een wolk. Anders zou zijn heerlijkheid te groot zijn. Denk aan hoe Mozes straalde toen Hij alleen de achterkant van de Heer had gezien. Daarom kun je ook goed begrijpen dat het hier gaat om een wolk: Gods heerlijkheid wordt beschermd. En tegelijk: dat is wel een aanwezigheid die doet verlangen naar meer: Jezus zelf zegt, ik ben met je alle dagen tot aan de einde van de wereld. We zien nog in een wazige spiegel, maar straks zullen we God helemaal kennen zoals Hij is. Straks als God zelf ons licht is, als er geen tempel meer nodig, maar Hij zelf in ons midden zal wonen. Wanneer je gelooft dat Christus voor je zonden gestorven is

Maar tot die tijd is God nog gehuld in een wolk. Toen letterlijk, nu soms figuurlijk. Want soms kan je de angst of gedachte bekruipen: is God er wel bij? Waar bent U nu Heer? Als een jong kind moet sterven; als mensen in de puinhopen van Mosul omkomen, als vluchtelingen omkomen in de Middellandse Zee. Als je leven zwaar gemaakt wordt door psychische moeite, als er de onzekerheid is over die verschrikkelijke ziekte die je leven kapot maakt. Als je niet weet waar je het geld, de energie of de tijd vandaan moet halen en je met je handen in het haar zit. Heer, waar bent U?

De Israëlieten staan klaar om op reis te staan. De dag van morgen kan je onzeker maken. Wat komen we tegen? Krijgen we geen pech? Is er eten en drinken? Maar aan het begin van de reis legt God nog een keer uit: Ik ben erbij, bij alles wat er gebeurt, elke uur, dag en nacht. En als het moeilijk is, als je er aan twijfelt: kijk maar naar de plek van mijn tabernakel: de wolk hangt erboven, en als het nacht is, zorg ik zelfs dat Hij licht geeft. Kijk maar … en laten we zo ook leren kijken, in geloof. Onze ogen richten op God: door onze handen te vouwen, door te zien op het kruis van Jezus Christus, zien op de tekenen van water, brood en wijn en door te onthouden hoe hij met zegenende armen naar de hemel ging en zei: Ik ben met je, alle dagen: tot aan de voleinding van de wereld. Ik bid dat je de kracht en Geest krijgt om zo te kijken! Hij zal er zijn, ook voor u en jou.

 

[dia 8] 3. Hij wijst de weg

Het bijzonder van de wolk is, dat de wolk hen maar niet volgt: dat wanneer ze 30km verder getrokken zijn en ze achterom kijken ze opeens ontdekken: hé, de wolk is ook met ons mee gegaan. Nee, de wolk wijst hen de weg. Gaat hen voor. Telkens wanneer de wolk op bevel van de Heer omhoog gaat, moeten ze vertrekken. Dan pakken ze hun tenten en de Levieten de tabernakel en dan volgen ze de wolk. En waar de wolk dan stilstaat daar mogen ze de tabernakel weer opbouwen. Ze staan hier aan het begin van de reis, en waarschijnlijk was het heel makkelijk geweest. Als ze gehoorzaam gedaan hadden wat God van hen vroeg, als ze opgestaan waren en vertrokken als hij dat vroeg en weer stopten als Hij dat liet zien, dan waren ze met een paar etappes zo in het beloofde land gekomen.

Maar waren ze er snel? Nee! Wat loopt het anders. Even later beginnen ze te hard te mopperen, luisteren niet naar de Heer. Doen ze wat ze zelf willen. De eerste generatie zal nooit in het beloofde land mogen binnengaan. Zelfs Mozes niet.

En hoe is dat voor ons? Hoe ging dat met onze grootouders en ouders, hoe gaat dat met jouw generatie, hoe gaat het met de volgende generatie? Heer wijst u mij de weg … en wij hebben niet een vage wolk, maar we hebben de woorden van God zelf. Hij geeft de bijbel, met daarin een duidelijke boodschap. Hij vraagt van ons een leven achter Hem aan. Een leven door zijn Geest: van zelfbeheersing, van zachtmoedigheid, van liefde. Het klinkt zo mooi hier aan het begin van de woestijnreis, en klinkt zo mooi bijv. op een moment als je belijdenis doet: maar als de reis dan echt gaat beginnen. Als de woestijn heet is en droog, als er vijanden zijn, als het elke dag hetzelfde is, de zon op je hoofd is en het zand brandt aan je voeten.

Of voor onze tijd: als je geconfronteerd wordt met mensen waarin je teleurgesteld raakt, als je niet weet of je er wel of niet met die taak door moet gaan, als de baas zoveel van je vraagt dat je het haast niet aankan, als je wakker ligt om je kinderen of je relatie. En noem maar op waar je mee bezig bent. Je kunt zomaar door allerlei zorgen en gedachtes in beslag genomen worden. Maar zegt God … sta eens even stil. Vouw eens je handen en kijk eens naar mij. Ik ben niet alleen bij je, Ik wil met je meegaan. Juist op de moeilijke momenten wil ik je dragen. En als je dan op mij vertrouwt, en op mij ziet: dan mag je daarin rust vinden. Ik laat niet varen het werk van mijn handen. Ik verlaat niet wat mijn hand begon. Dan krijg je niet overal een briefje voor, maar ik bid dat je met open oren en ogen steeds weer mag vragen: Heer, wijs mij uw weg, die zuiver is en goed!

Enfin, vanmorgen hadden we geen weerman of weervrouw nodig om iets te leren over deze bijzondere wolk boven de tabernakel. Maar als je naar huis gaat of als je deze zomer op je rug ligt te zonnen. Kijk dan eens naar de wolken. En ik hoop dat je dan ook weer terug denkt aan die éne wolk en beseft: ook nu is God bij mij. Hij is het die mij veilig wil leiden: hij die wolken, lucht en winden wijst spoor en baan: zal ook wel wegen vinden waarlangs mijn voet kan gaan.

Amen.

Liturgie Heemse, zondag 23 juli, 9.00u en 11.00u Ds. D.S. Dreschler

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 27:3,4 (staande)

Wet

Zingen Psalm 78:2,4

Gebed

Lezen Numeri 9:15-23

Lezen Joh 1:14-18

Zingen Lied 225:1,2,5 (Zing voor de Heer een nieuw gezang)

Tekst Numeri 9:16,17

Preek 1e deel

Zingen Gz 147:1,2 (maak muziek)

Preek 2e deel

Zingen Lied 427:1,8 (Beveel gerust uw wegen)

Gebed

Collecte (Opwekking 687: Heer wijs mij de weg)

Zingen Psalm 68:4 en 8 (staande, aangekondigd na collecte);

Zegen en gezongen amen (staande)


Numeri 1 – Je bent geteld en vrijgekocht, houd het doel voor ogen!

juli 25, 2017

Preek gehouden in Heemse, 16 juli 2017
Tekst: Numeri 1,47-54
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Soms lijkt het wel of je in je leven wat rondjes draait. Na elk begin komt weer een eind. Je start ’s morgens je dag en ’s avonds ga je weer naar bed, je begint de week op zondag en eindigt hem op zaterdag. Je hebt je dingen gedaan, maar elke week heeft eigenlijk weer te weinig tijd om alles te kunnen doen wat je wilt doen. Je begint een jaar en na verloop van tijd zit het jaar er weer op en heb je vakantie: dan ga je naar de volgende groep, de volgende klas. Er zijn kostbare momenten, maar er gebeuren soms ook verschrikkelijke dingen. Soms lijkt het leven zo zonder doel.

[dia 2] Eigenlijk kan dat gevoel je ook bekruipen als je aankomt in boek Numeri waar het volk rondloopt in de woestijn. God had de wereld geweldig gemaakt. Het was mooi en goed. De zondeval kwam, maar God gaf de moederbelofte aan Eva. De zondvloed kwam, maar God koos Abram uit. Ze waren in Egypte en nu zijn ze bevrijd: maar hoe moet het nu verder. Numeri heet in het Hebreeuws: ‘in de woestijn’. De Israëlieten dwalen nu wat rond in de woestijn. Het volk wordt geteld, je weet hoeveel mensen er zijn. Maar het is elke dag hetzelfde en het meest verdrietige is dat deze generatie zal uiteindelijk niet het beloofde land in mogen gaan. Dat mogen alleen hun kinderen. Wat is dan nog hun doel?

[dia 3] Numeri heet in het Hebreeuws dus: ‘In de woestijn’, maar onze naam voor dit boek is anders. Het heet: Numeri. Dat heeft te maken met de nummers, de getallen die in dit boek voor komen. Waarom? Waarom staan in dit boek zoveel nummers? Ja, het volk is een groot volk geworden, de belofte die God deed aan Abraham is al behoorlijk uitgekomen. Maar toch zal het niet de bedoeling geweest zijn om dat te bewijzen.
Je moet in de gaten hebben welk moment dit is: het is de tweede maand van het tweede jaar. Ze zijn eerst als volk van Egypte naar de Horeb getrokken, daar hebben ze drie maanden over gedaan. Toen hebben ze daar in ruim negen maanden de tabernakel opgebouwd. Die woonplaats van God bij de mensen. De plek waar de ark en de tafels van het verbond bewaard konden worden. Die plaats die heel duidelijk liet zien dat God onder zijn volk wilde wonen. Nu gaan ze na de periode bij Horeb de reis in de woestijn beginnen. Dan moet het volk geteld, zodat duidelijk is wie er op weg gaan en welke mannen er zijn die het volk kunnen beschermen tegen aanvallen van vijanden in de woestijn. Als ze straks in het beloofde land zijn zullen de Israëlieten moeten strijden om het land te veroveren.

[dia 4] Daarbij zien we vandaag in het bijzonder dat de Levieten een speciale taak hebben. Zij hoeven niet mee te helpen om het volk te verdedigen. Zij zijn vooral aangesteld om de tabernakel te beschermen. Tegen aanvallen van vijanden. Deze heiligste plek mocht absoluut niet door anderen aangeraakt worden. Maar ook voor de volksgenoten moest het beschermd. Je mocht als zondig mens niet zomaar bij de Here komen. [kinderblad] Dat was gevaarlijk: net zo als je niet een elektriciteitshuisje aan moet raken, of dat je niet de elektriciteit van het spoor moet aanraken, moest je niet komen bij die heilige God. En als ze nu op reis gaan, en de tabernakel moest afgebroken, dan konden zij de tabernakel beschermen. Alleen zij mochten helpen met afbreken, vervoeren en opzetten. Zo werd deze tent van God uitermate goed beschermd en vielen er geen onnodige slachtoffers.

[dia 5] Het belangrijkste wat we van dit gedeelte leren is dat God wil wonen, echt in het midden van het volk. Hij is niet ver weg, nee, Hij wil dichtbij zijn. Dat is het grote verschil met de andere volken, die de levende God niet kennen en dienen. Als je Hem niet kent, als Hij in je leven niet centraal staat, dan wordt je leven leeg en zinloos. Dan kun je overstelpt worden moeten allerlei berichten, opdrachten, facebook nieuwtjes, snapchat berichtjes, en alle informatie die op je afkomt, maar je mist dan de kern van het leven. Je mist God, die door zijn Geest in je hart wil wonen en je leven richting en zin wil geven. Daarbij moest je voor twee dingen oppassen: je moest het tentenkamp van Israël niet verlaten. Wie afdwaalde in de wildernis, wie niet gegroepeerd om het heiligdom leefde, die verloor de kern uit het oog. In je eentje kon je in de woestijn niet overleven. Aan de andere kant moest je ook oppassen dat je niet te dicht bij God kwam, op je eigen manier. Je moest niet te klein van Hem denken en zelf bepalen hoe je Hem wilde dienen. God gaf zijn regels Hij is heilig en alleen door de offers kon het volk bestaan voor Hem.
Ook al kan het leven soms een herhaling lijken, het gaat pas echt mis als het leven leeg wordt. Als je leeft zonder God. Als je leven steeds meer gaat lijken op het leven mensen die God niet kennen. God wil graag in het midden staan en de belangrijkste voor je zijn. Laat Hem dan ook in het midden van je leven staan. Door de dag te beginnen en te eindigen met een gebed, door met het eten zo om te gaan dat je ziet dat het van Hem komt en Hem ervoor dankt, door elke dag te luisteren naar wat God in de bijbel zegt, door de nieuwe week te starten met een dag die helemaal geheiligd is voor God. Waarop je trouw samen komt om God te dienen.
Maar het gaat ook mis als we te klein over God denken en te groot over onszelf. Zoals de Israëlieten niet zomaar konden naderen, hebben wij het ook steeds weer nodig dat we beseffen dat we van genade leven. Dat we alleen door die genade, door het offer van Jezus Christus kunnen naderen tot de heilige God. Hij heeft voor onze zonden betaald: Hij is de weg de waarheid en het leven. Door het bloed van Gods zoon, door zijn offer, mogen we tot God naderen in alle eerbied en ontzag. Mag je vergeving ontvangen!

[dia 5] Het is niet alleen belangrijk om God in het midden van het leven te stellen. Het is ook belangrijk om te zien dat het leven geen cirkel is. Dat dit volk maar niet wat ronddoolt in de woestijn, zonder doel. Dat idee kregen ze zelf wel eens: had ons dan in Egypte laten blijven, in plaats van hier in de woestijn te zijn. Waar het boek Numeri aan het begin de gehoorzaamheid van het volk beschrijft zie je dat er later steeds meer gemopperd wordt. Ze snappen God niet. Ze zien niet waarom ze steeds weer hier moeten leven, met dit manna en deze kwakkels.
Wat is het dan belangrijk om te beseffen dat ze onderweg zijn. Dat God echt een doel met hen heeft en hen in het beloofde land wil brengen. Hij stippelt de weg uit. Hij wil hen op zijn manier en op zijn tijd in het Kanaän brengen. De mensen die hem gehoorzaam willen zijn en hem willen volgen. Juist doordat Hij woont in het midden van het volk, dat Hij daarin werkt en steeds weer optrekt, zullen ze uiteindelijk het beloofde land bereiken.
Maar het is net als bij ons: onze schat ligt nog ver weg. We zijn op weg naar de hemel. Daar mag onze schat zijn. Maar de weg ernaar toe is een weg op aarde. Een weg met daarin soms moeite en teleurstelling, verdriet en ziekte, conflicten en verstoorde relaties. Een weg waarop je soms helemaal niet ziet waarom God deze weg nu met je leven moet gaan en je echt niet ziet wat er de bedoeling van is. En toch: God heeft gezegd, al ga je door de diepe duisternis: ik ben bij je. Ik zal je leiden. Zoals Ik midden tussen de Israëlieten woonde en hen voorging in de wolk, zo wil Ik ook steeds weer om jou heen zijn en jouw leven leiden. Leg je hand maar in mijn hand en vertrouw daar maar op.

[Dia 6] Numeri is nu niet een boek dat je leest, omdat er zulke spannende verhalen in staan (al zijn die er ook wel in te vinden). Het is, zoals de naam al zegt, vooral een boek van nummers en getallen, van namenlijsten. Vroeger had je een telefoonboeken, hele lijsten met namen, misschien heb je die wel eens gezien. Of je hebt een lijst in de klas: je weet welke leerlingen er zijn. Zo’n lijst ga je niet voor je plezier lezen: maar als je op zoek bent naar het telefoonnummer van een klasgenoot dan is het wel handig dat je het kan vinden. Dan baal je als het er niet in staat! Of als je het niet op internet kan vinden. De lijsten die hier heel nauwkeurig opgeschreven staan, die laten zien: God vergeet niet één van zijn kinderen. Hij kent ze alle naam voor naam. Iedereen die wil schuilen bij het bloed van Jezus Christus, die gelooft dat Hij voor de zonden gestorven is, die mag weten: Jezus kent mij, ik hoor er helemaal bij. Dan roept hij je op om samen gemeente te zijn, maar tegelijk kent hij echt je hart en weet hij wie wil leven van Gods genade. Kijkt hij verder dan onze grenzen of kerkmuren.

[dia 7] Dat het zo precies komt kun je ook zien in 3:49-50. De levieten waren aangewezen om God te dienen, in plaats van de oudste zonen. Dat had God gezegd bij de uittocht. Maar daarna bleek dat het volk zich misdroeg bij het Gouden Kalf. Nu zouden de oudste zonen vrijgekocht worden door de Levieten. Maar omdat er meer oudste zonen waren dan levieten, moet Mozes nog apart extra losgeld innen voor het aantal eerstgeborenen dat er meer was dan het aantal Levieten. Er was er niet één die niet vrijkocht werd. Zo heilig is God, zoveel eerbied vraagt Hij dat Hij echt wil dat iedereen gered wordt. Dat kan nu als je schuilt bij zijn eigen zoon, Hij die als het Paaslam onze zonden heeft gedragen.
[dia 8] Laten we zo steeds op weg gaan. Het volk kon om zich een kijken en dan zagen ze steeds weer de woestijn, dag na dag. Ze konden luisteren en dan hoorden ze het geluid van de woestijnwind. Ze konden proeven, elke dag hetzelfde voedsel en soms honger en dorst. Ze gaan de reis beginnen: iedereen is geteld. Maar niemand van de eerste generatie zal in het beloofde land komen. Omdat ze vergeten wie de Here is. Omdat ze alleen maar zien op wat er voor ogen is, en niet in geloof vertrouwen op de Here. De nieuwe generatie die zal het land binnengaan: zij leren om in geloof te kijken en te zien. Om het te verwachten van de belofte van de Heer. Zij zien dat de woestijn niet het eindpunt is en dat het niet Gods plan is om je daar te laten omkomen. Zij geloven dat er een beter vaderland is, dat we nu alleen onderweg zijn, onderweg naar de toekomst die zal komen.
De vraag is: bij welke generatie wil jij horen. Die generatie die het idee heeft dat het allemaal zonder zin is en dat we maar wat rond draaien? Of durf je te kijken naar het doel dat God stelt, hoe Hij niet zomaar in ons midden wil zijn, maar vraagt om Hem centraal te stellen, zodat we uiteindelijk in zijn heerlijkheid binnengaan? Kies je ervoor om Hem te volgen en te luisteren naar zijn stem? Amen

Liturgie Heemse, zondag 16 juli, 9.00u en 11.00u Ds. D.S. Dreschler

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Gz 158 (Als een hert dat verlangt, staande)

Wet

Zingen Psalm 66:2,5 en 7

Gebed; Lezen Numeri 1:1-4, 17-19; 3:44-51

Lezen 1 Korinthiërs 10:1-12

Zingen Psalm 99:1,5,6 en 8

Tekst Numeri 1:47-54

Preek

Zingen Psalm 95:1,5,3

Gebed

Collecte

Zingen Opw. 710 (Zegen mij, staande, aangekondigd na collecte);

Zegen en gezongen amen (staande)


Handelingen 4:32-5:11 – Gods liefde leert delen, maar dan wel eerlijk!

juli 10, 2017

Preek gehouden in Den Ham en Heemse, 9 juli 2017

Tekst: Handeling 4:32-5:11 [Thematiek: Zondag 42, H.C.: Steel niet]

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Er zijn soms mensen in de gemeente waar je naar opkijkt. Zoals iedereen voorbeelden heeft, zeker als jongere. Die heeft altijd van die leuke kleren aan. Hij kan zo enorm goed tennissen. Hij heeft zo’n goede baan. Zij haalt zo’n hoog niveau op school. Hij heeft echt twee rechterhanden. Maar ja … jij bent jij, en dat jij bepaalde dingen goed kunt dat weet je wel. Dat vind je niet bijzonder. En als je niet oppast ben je zomaar bezig met wat je nog meer wilt hebben, in plaats van dat je tevreden bent met wat je hebt en kan.

[dia 2] Ananias en Saffira zijn tot geloof gekomen. Ze zijn lid geworden van de gemeente van Jeruzalem. Deze broeder en zuster zullen zich hebben laten dopen. Waarom? Er staat hier heel duidelijk dat Petrus preekt over de opstanding van Christus. Dat is het allesbepalende voor deze Joodse gemeente: zij geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan. Dat maakt hen in de gemeente één, dat bindt hen samen. Dat betekent dat je gelooft dat Jezus je redder en verlosser is. Dat betekent dat je als Jood gelooft dat Hij de zoon van God is. Het betekent vooral dat je nu niet meer van de wet leeft, maar van de genade: Christus is gestorvenen opgestaan, nu mag ik leven uit zijn liefde en kracht.

[dia 3] Als je ziet hoe dat eerste gemeenteleven wordt beschreven, dan kun je er zomaar een beetje jaloers op worden. Ik weet wel: ook onze gemeente geeft veel aan goede doelen. We collecteren bij een ramp. Velen zetten zich in. Er zijn veel contacten. De diakonie ondersteunt soms waar het echt nodig is. Maar dat je nu kan zeggen, zoals hier staat: we hebben alles gemeenschappelijk? [Na de vakantie willen we als kerkenraad in het gemeenteplan ons meer toeleggen op de wijken.] Kun je zeggen dat we daarin eendrachtig samenleven? Dat we onze bezittingen niet als persoonlijk eigendom beschouwen? Je huis, je auto, je apparatuur, je telefoon? Soms kun je jaloers worden op wat er verteld wordt over die eerste gemeente!

In de eerste gemeente was er kennelijk ook iemand naar wie je op kon kijken. Er was iemand van Cyprus, een leviet, Josef, die echt een voorbeeld is in de gemeente. Hij had een stuk land en die verkocht hij. Nu heeft hij allemaal geld in zijn handen. Soms krijg je geld voor je verjaardag jongens en meisjes op een feestje en heb je misschien wel 25 euro! Je kunt je rijk voelen als je eerst verdiende geld op je rekening wordt gestort van je vakantiebaantje. Of als je een mooie financiële meevaller hebt gehad. Fijn zoveel geld: wat kan ik ervan kopen?! Maar wat doet deze Josef: Het geld brengt hij naar de apostelen. Hij denkt: anderen hebben het harder nodig dan ik. De apostelen weten wel wie het nodig hebben. Wat een voorbeeld! Zelfs zo dat hij er een speciale naam voor krijgt: Barnabas. Zoon van de vertroosting: hij is het die anderen helpt. Hij heeft later ook veel met Paulus samengewerkt in de verspreiding van het goede nieuws. Hij ging mee op de zendingsreizen.

 

[dia 4] Gelijk daarna vertelt Lucas wat er dan gebeurt in de gemeente. Ananias en Saffira willen kennelijk dit voorbeeld volgen. Ze kijken op naar Barnabas: wat een voorbeeldig christen. Zo willen wij ook doen. En ze verkopen hun bezit, en ook zij hebben een zak geld, en ook zij gaan dat geld naar de apostelen brengen. Tot zover niets mis, zomaar weer een voorbeeld dat toegevoegd zou kunnen worden aan het wervende van de eerste gemeente. Weer twee mensen die geraakt zijn door de liefde van Christus.

 

Maar dan gebeurt er wat. Dan wordt opeens de kracht en macht van geld duidelijk. Dat geld en bezit maar niet zomaar iets is, maar dat het een afgod kan worden. Dat het een gevaarlijke macht is. De oorsprong van alle kwaad, kan Paulus zelfs zeggen. Als ze zo’n som geld in handen hebben zien ze niet alleen wat ze voor een ander kunnen doen, maar beginnen ze zelf ook na te denken wat ze ervan zouden kunnen doen. Als ze nu wat voor zichzelf houden, dan hebben ze mooi een appeltje voor de dorst (zei iemand in een reactie op facebook). Dan hoeven ze, als het straks minder gaat, niet van steun van anderen te leven: dan kunnen ze zichzelf nog verder redden. En misschien denken ze ook wel aan luxe producten die ze ervoor zouden kunnen komen. Een duurdere wijn, een mooi paard, geen goede kar, een reparatie aan de woning.

[dia 5] Een commentaar zei: ze vertrouwen te weinig op de Here God. Op zijn voorzienigheid. Dat we ons geen zorgen hoeven te maken over de dag van morgen. En aan de ene kant hebben ze gelijk. Wij hebben boven op een deur een tekst hangen die zegt: de dag van gisteren is van God. Hij wil het verleden vergeven. De dag van morgen is voor God: Hij zal voor je zorgen. De dag van vandaag is als een brug tussen gisteren en morgen. Als je de last van gisteren en van morgen wil dragen, is dat veel te zwaar. Vertrouw maar op God, Hij zorgt voor je. De dag van vandaag heeft genoeg aan zichzelf: als we zo met ons geld om zouden gaan, zouden er denk ik veel meer mooie dingen gebeuren. Dan hoeven we zekerheid niet in sparen, bezit, pensioenen te zoeken, maar in God. Kijk maar naar zo’n musje: God zorgt zelfs voor de vogels.

En toch klopt het niet dat we hierom boos moeten worden op Ananias en Saffira. Ze doen niets verkeerd hierin. Dat zegt Petrus ook duidelijk: ze hoeven niet alles te verkopen. Ze hadden niet alles hoeven geven. De eerste gemeente was geen communistische gemeente waar er geen eigen bezit was. Zeg maar dat je zo bij de buren mag binnenlopen en de playstation mag meenemen. Nee, het was een gemeente waarin met in liefde voor elkaar zorgde. Wie de ander kan helpen, die deed dat. In die zin moeten we ook niet denken dat we nu geen bezit meer mogen hebben, of dat je al je geld aan de armen moeten geven. De liefde van Christus doet je delen, en ik bid dat je veel van die liefde mag ontdekken: je bent gekocht en betaald, je bent zijn eigen kind, God zal als een Vader voor je zorgen. Ik bid dat je dan ook steeds meer voor anderen gaat zorgen en dat ook over deze gemeente gezegd wordt: niemand komt tekort en wie wel tekort komt die durft ook om steun te vragen. Laten we die eerste gemeente niet ophemelen, en als een voorbeeld nemen: en dan vervolgens ontdekken dat we dat zelf niet halen als kerk, tenminste: ik ben zo’n volmaakte kerk hier nog niet tegengekomen.

 

[dia 6] Wat is dan de kern van de zonde van Ananias en Saffira? Dat is dat ze niet eerlijk zijn. Het begint met, de wortel is: de macht die geld heeft. Die afgod die inspeelt op hun gevoelens. Maar het punt is vooral dat ze een goede indruk willen maken. Ze zijn hypocriet: ze bedriegen de boel. Ze komen overeen om gewoon te zeggen dat dit alles is, en ondertussen houden ze een gedeelte voor zichzelf. Dus als Petrus vraagt: wat heeft je bewogen, dan denk ik dat ze vooral dat voorbeeld van Barnabas wilden volgen. Of beter dat de satan dat in hun hart heeft gewerkt. Zij namen een ander als voorbeeld en wilden net zo doen.

Wat doet het pijn om te lezen wat er gebeurt. Ananias komt bij Petrus. Petrus ziet door de Heilige Geest dat hij bedrogen wordt. Petrus wijst Ananias op zijn zonde. En dan … dan valt Ananias dood neer. Iedereen schrikt ervan! Jonge mannen dragen zijn lichaam weg. Saffira komt binnen. Petrus laat haar zien dat hij weet van de zonde. De voetspanen van de mannen die drie uur geleden weggegaan zijn met het lijk van Ananias hoor je aankomen. Ze kunnen gelijk weer aan de slag. Ook Saffira valt dood op de grond. Ongelofelijk. Wat erg? Hoe kan het? Je zult er nu van schrikken, maar iedereen die het hoort wordt met grote schrik bevangen. Wat een verschrikkelijke gebeurtenis in de nieuwe gemeente.

[dia 7] Waarom zo’n verhaal van geweld in de bijbel. Waarom straft God zo direct? Als je een beeld hebt van God die alleen liefde is, dan kun je hier niet mee uit de voeten. Maar ook als je thuis bent in de bijbel en weet dat God enorm boos kan zijn. Dat hij in het oude testament soms mensen laat omkomen door water, door het vuur, in de grond laat wegzinken, en als je weet dat ook Jezus zulke erge straffen voorspeld heeft: blijft dit toch ook een moeilijke gebeurtenis. Toch is dit de keerzijde van Gods liefde: dit gebeurt met degene die satan toelaat in zijn hart. Met wie God bedriegt. Al moet je wel beseffen: dit is in de tijd van de apostelen. Zij die bijzondere gaven hadden: de Heilige Geest was zo in Petrus dat Petrus dat bedrog kon doorzien. We leven nu in een andere tijd. Maar ook in ons hart kan zomaar kwaad komen: laten we dan bidden om vergeving voor de zonde. Laten we bidden of God een nieuw hart wil geven. Laten we schuilen achter het kruis van Jezus Christus: Hij die dood werd gemaakt voor onze zonden en ons een nieuw leven wil geven. Hij die voor ons Gods straf droeg.

 

[dia 8] Laten we twee dingen leren: persoonlijk en als gemeente. Laat ieder persoonlijk hiervan leren om eerlijk te zijn. Ook als het gaat om geld en je bezit. Niet een goede indruk willen maken en ondertussen de boel bedriegen. Niet naar voorbeelden kijken van wat anderen doen en dan dingen gaan doen die je zelf eigenlijk niet op kan brengen. De een heeft andere gaven dan een ander. Jij kunt misschien makkelijker helpen door tijd te geven, door een luisterend oor te bieden, door een taak in de gemeente te doen, dan door geld af te staan. Een ander krijgt wel die gave en mogelijkheden. Richt je niet op wat je niet kunt, wat de Geest je niet geeft, bedrieg de Geest niet: maar luister naar wat Hij van je vraagt, bid of Hij je wil zegenen op de weg die jij moet gaan en dat je zelf dan ook een bron van zegen mag zijn om je heen. Wees daarin bescheiden en vooral eerlijk.

 

Maar laten we ook als gemeente hiervan leren. In hoe je naar de kerk kijkt. Deze gebeurtenis staat hier niet voor niets. Net als toen het volk het beloofde land introk, Jericho was gevallen, alles leek mooi en goed te worden en toen opeens Achan spullen uit Jericho ging stelen. De vrede leek aangebroken en het ging gelijk mis. Ook daar verpeste zijn hebzucht het gelijk alweer. Ook hij werd gedood. Nu is er weer een nieuwe gemeente. Er wordt hier voor het eerst het woord kerk gebruikt: maar terwijl er door Jezus dood en opstanding, door zijn Geest een gemeente mag zijn rondom Gods woord en een gemeenschap van de heiligen waarin iedereen zijn gaven inzet voor elkaar, is dit ook nog niet het paradijs. We zijn nog geen volmaakte kerk. Er is niet zoveel eensgezindheid als we zouden willen. Niet zoveel liefde, meeleven. De vrede, de sjaloom is nog niet volmaakt. En die volmaakte kerk zullen we nu nog niet vinden. En toch: we mogen hier al oefenen. Leren vertrouwen op Gods zorg, leren delen van wat we ontvangen, onze gaven inzetten in de gemeente: leven vanuit de opstandingskracht van Christus: tot de dag komt dat zijn sjaloom, vrede wereldwijd wordt. Amen!

Liturgie Den Ham / Heemse 9 juli 2017

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 97:1,2 en 5 (staande)

[Wet / Gezang 156 (Heer, ik kom tot U)]

Gebed / Gz 181d: Onze Vader

Lezen en tekst Handelingen 4:32-5:11

Zingen Psalm 112:1 en 3

[Tekst zondag 42]

Preek

Zingen Psalm 146:1,2,5,8

[Belijdenis]

Gebed

Zingen Liedboek 995 (O, Vader trek het lot U aan)

Collecte

Zingen Gezang 111 (Jezus leeft in eeuwigheid, staande, aangekondigd na collecte)

Zegen en gezongen amen (staande)


Zondag 25 – Hoe kun je geloven?

januari 15, 2017

Preek Heemse, 15 jan 2016

Tekst: Zondag 25, Hebr. 6:11-20

 

Geliefden van onze Here Jezus Christus,

[#1] Ik zou wel willen geloven, maar ik kan het niet, zegt de één.

Ik geloof niets van wat er in de bijbel staat, allemaal verzonnen, zegt de ander.

Mijn geloof gaat zo op en neer, soms doet het geloof me zo weinig en zit ik in een crisis, zegt de derde.

Hoe kun je gaan geloven? Waar komt het geloof vandaan? Dat is een vraag die je bezig kan houden tijdens de opvoeding, in gesprek met een niet gelovige collega of klasgenoot, tijdens het huisbezoek en tijdens catechisatie. Want de vraag: “hoe weet je nu dat allemaal waar is, wat God zegt?” en “hoe kan ik mijn geloof blijven houden?” komt steeds weer naar voren. Geloven gaat nooit automatisch.

 

[#2] Als we dan het antwoord beginnen te lezen, dan staat er: ‘Het geloof komt van de Heilige Geest’. Het geloof komt niet bij onszelf vandaan. Wij kunnen niet onszelf het geloof geven, we kunnen niet de volgende generatie het geloof geven. Misschien hebben we dat wel eens teveel gedacht: je kinderen gaan wel mee naar de kerk, geloven wel, en pas als ze dat niet doen is er wat bijzonders aan de hand. Nee! Zo is het niet! Het is geloof begint niet bij onszelf. Het zit niet in een mens om te gaan geloven. Het is juist een wonder als iemand wel gaat geloven! Een geweldig geschenk!

En tegelijk hoef je dan ook maar niet gaan zitten wachten tot Hij het aan jou geeft: De Geest werk ‘middellijk’: God zet het cadeau niet alleen voor ons, maar hij geeft ook handen om het cadeau uit te pakken. God biedt ons niet alleen het brood van het leven aan, maar leidt ook je hand om het tot je nemen.  [#3] God geeft dus zijn middelen om dat geloof te kunnen krijgen. Over die genademiddelen gaat het in zondag 25-31. Middelen die de Geest gebruikt om ons op Christus te wijzen. Hij geeft zijn Woord, in de bijbel kun je over hem lezen, in de preek kun je over Hem horen. En Hij geeft ook de heilige Doop en het heilig Avondmaal. En die middelen moeten we dan wel gebruiken. Net zoals je niet zegt: God is mijn bewarker, dus ik doe de deur niet meer op slot. Of: God is mijn dokter, ik ga niet meer naar de huisarts. God is de bouwer, dus ik ga zelf mijn huis niet meer bouwen, zo kun je ook niet zeggen: God geeft het geloof, dus de preek en de sacramenten gebruik ik ook niet meer.

[#4]  Door de preek wil God het geloof geven. Door de preek? Zo’n verhaal van een man op een verhoging of podium. Waar je soms moeilijk je aandacht bij houdt. Wat vaker te lang is dan te kort, eerder saai dan enthousiast. Waarvan je misschien zegt: dat is allemaal mooi, ik zeg ja en amen, maar weet de dominee wel wat mij bezig houdt. En is het niet uit de tijd: zou je niet op andere manieren elkaar moeten vermaken tijdens de kerkdienst? Kun je niet geloven zonder kerk, zonder preek. Een godsdienstleraar schreef gisteren in het ND: het zou toch veel mooier zijn als iedereen zijn eigen verhaal inbrengt en er een gesprek ontstaat.

 

Toch wijst God de preek aan als het middel waarmee hij het geloof werkt. Het geloof is uit het horen. Natuurlijk kun je ook tijdens een wandeling, in de natuur, tijdens een gesprek of op een verjaardag tot geloof komen, maar de weg die God wijst is de preek, de verkondiging van het woord. Toen de Eunuch uit Ethiopië kwam, hoe kwam hij toen tot geloof? Wanneer kon hij zich laten dopen? Toen Filippus aan de hand van Jesaja 53 verteld had over Jezus Christus, die gestorven was en opgestaan ook om hem te redden! Via de preek wil de Geest werken.

 

Dat vraagt veel van je. Met wat voor houding kom je in de kerk? Bid je mee als we bidden om de opening van ons hart? Ben je gericht om te ontdekken wat de boodschap voor jou is die dienst? Kom je uitgerust naar de kerk?

Maar dat vraagt ook veel van de predikant! Dat ik als dominee niet alleen de bijbel ken, maar ook de tijd waarin we leven en ook het hart van de luisteraars begrijp. Dat ik Gods woord in deze tijd mag spreken, dat daarin ook het hart weer voeding vindt. Zodat je bemoedigt, verrijkt, vermaand of opgelucht de kerk uitkomt.

 

Het belangrijkste is, dat je door een preek weer ontdekt wie de levende Heer is, wie Jezus Christus is. Dat je merkt dat Christus hier in ons midden is en dat je door zijn woorden mag gebeuren dat je Hem ontmoet. Dat je vermaand wordt over de wegen die lijden naar de dood, vermaand over een leven zonder God. Uitgenodigd om met je onrust bij Hem te komen. Getroost met de redding van Jezus Christus: dat Hij gestorven is, ook voor jou!

 

Dat vraagt geen opsomming van geleerdheden, maar dat vraagt dat voor God geplaatst wordt. Zodat niemand de kerk uit kan gaan, of je nu voor of achterin zat, links of rechts: maar dat iedereen de redding door Christus op het hart gedrukt krijgt!

 

Daarom doe je jezelf tekort als je niet naar de kerk gaat. Want door de preek wordt het geloof gewerkt. Waarom? Omdat in de preek het evangelie klinkt: art. 33 zegt: Gods goedgunstigheid en genade. In dat evangelie klopt het hart van de kerk. God ziet jou en kent jou, en wil je ook in jou situatie bemoedigen en biedt zijn genade aan!

 

[#5] Hoe kunnen mensen tot geloof komen? De preek kan daarin een middel zijn. Maar het is ook de roeping van elke christen om het geloof zelf ook verder te vertellen. In je woorden en werken te laten zien! Het kan niet zo zijn dat je het geloof voor jezelf laat! Maar als jouw hart door de Geest vol is gemaakt van Jezus, dan zal je mond er van over stromen!

 

Werkt dat dan? Krijg je zegen op preekwerk, catechisatiewerk, de opvoeding en het evangelisatie werk? Dat is wel eens moeilijk. Soms wel: wat verblijdend! Soms niet. Maar dat is Gods vrijheid. Gods wegen zijn hoger dan onze wegen. Maar Hij vraagt niet naar het resultaat: of we verteld hebben en geleefd hebben vanuit zijn genade. Hij vraagt of we gezaaid hebben, meer hoeft niet.

 

Natuurlijk blijven er dan moeiten: Kan ik dit echt geloven? Is dit ook voor mij? In de bijbel staan soms dingen waar je niet mee uit de voeten kan, als het gaat over geweld, over dingen die botsen, over Jezus de wonderdoener. Jezus die maar gewoon een mens was. Over teksten over vrouwen, homo’s of geweld: gelden die nog? Sommige vragen zijn lastig, sommige vragen gaan boven ons verstand uit, op sommige vragen krijg je nooit een antwoord. Het vraagt bestudering, gesprek, gebed om de Geest. Tegelijk mogen we ook geloven: ons verstand is soms wel te klein, sommige dingen zijn niet te begrijpen, maar het geloof gaat niet tegen het verstand in. Het belangrijkste is dat de kern steeds weer centraal staan: dat Jezus Christus aan het kruis gestorven is. Dat daardoor vergeving en redding mogelijk is! We bidden dat de Geest daar steeds de ogen voor mag openen!

 

  1. God wijst niet alleen op zijn woorden, hij geeft er tekenen bij. Het teken van de doop: water dat schoonwast, het teken van het avondmaal: gebroken brood en geschonken wijn die in je komen. Doen we de sacramenten dan niet tekort als we alleen zeggen dat het een teken is, van wat God in zijn woord zegt en van wat hij binnen in ons hart doet?

 

Is een sacrament niet veel meer een mysterie, een geheim waarin Jezus zelf tot je komt? Krijg we wie via het sacrament niet Jezus zelf en zijn genade zelf in ons hart? Gebeurt er geen wonder op het moment dat je gedoopt wordt? Komt Christus niet in je hart op het moment dat je eet? Zo leert de Rooms Katholiek Kerk dat: en blijven mensen daar niet veel meer met de kerk verbonden (ook al zegt het hen misschien niet zoveel meer), omdat het niet afhankelijk wordt van je eigen geloof, maar omdat de kerk wel voor je gelooft en je door een mysterie doet delen in Gods genade, als je maar gebruik maakt van eucharistie en doop?

 

Toch is dat niet de manier waarop doop en avondmaal werken. Art. 33 zegt: God houdt rekening met onze zwakheid en ons onverstand. Het is soms moeilijk om op God gericht te blijven. Daarvoor las ik net het gedeelte uit de brief aan de Hebreeën. Zij dreigden te verslappen en God te vergeten. Als mens kun je soms zomaar druk zijn met duizend en één dingen en vergeten om met God te leven. Kan je geloof in een dip raken. Kan twijfel of moeite de overhand krijgen. Kun je teleurgesteld raken in mede-gelovigen

Daar komt bij, dat geloven soms veel energie kan kosten: je kinderen voorgaan in het goede, als ambtsdrager je bezoeken brengen, het bidden, het dragen van je kruis, de moeite die op je weg komen. Dat je soms je afvraagt: waar haal ik de kracht en moed vandaan. Hoe kan ik blijven geloven?

In die moeite wijst de Hebreeënschrijver de jonge christelijke gemeente op Abraham. Hij zei: God had Abraham ook beloofd dat hij rijk gezegend zou worden en een groot nageslacht zou krijgen. Maar wat moest Abraham lang wachten! Alleen dankzij een standvastig geloof kon hij volhouden en heeft na lang wachten ontvangen wat hem beloofd was.

God had gesproken. Gezegd dat hij Abraham zou zegenen. Maar God deed nog meer. Hij zwoer een eed aan Abraham. Maar hoe kan God zweren? Wie kan hij erbij halen die sterker of groter is dan Hij om te laten zien dat Hij de waarheid spreekt. Dus Hij verzekert Abraham bij zichzelf en bij zijn eigen trouw dat Abraham hem op zijn woord kan geloven. Wanneer iemand zweert dan is dat het einde van alle tegenspraak, dan kan de ruzie opgelost worden en het conflict beëindigt want dan komt de waarheid aan het licht. Zo brengt God hier ook de waarheid aan het licht en Hij onderstreept zijn woorden.

Waarom? Omdat het anders niet betrouwbaar zou zijn? Nee, God is altijd betrouwbaar. Maar Hij deed dat om de zwakheid van Abrahams hart. Abraham moest lang wachten, Abraham werd aangevochten, koos soms eigen wegen en om hem dan te bemoedigen en om zijn woorden te onderstrepen zwoer God zijn eed, zoals Hij later aan David zijn eed zwoer. Je kunt er echt van op aan, mijn woord is waar.

Zo mag je de doop en het avondmaal ook ontvangen als een bekrachtiging van Gods woorden. Je hoeft het nu niet alleen te horen, maar je kunt het ook zien. Je mag het water over de dopeling heen zien stromen. Je kunt het niet alleen horen en zien, maar je mag het ook ruiken en proeven in de wijn en het brood. Wat zie, hoor en proef je dan? Het kruis van Christus. Waardoor je vergeving van zonde en eeuwig leven krijgt. De vergeving zie je heel duidelijk in het schoonwassende water, het eeuwige leven in het brood en de wijn de eerste levensbehoeften om te kunnen blijven leven.

Daarom doen wij het avondmaal ook niet tekort: ook bij Abraham was de besnijdenis een onderstreping van de belofte van het verbond. Later was het Pascha was een herinnering aan de uittocht uit Egypte. Jezus zelf bevolen: om het avondmaal te vieren en de doop te bedienen. Die twee tekenen geeft Hij om ons geloof te versterken.

Daarom, als er gedoopt wordt, kijk naar het water, ziet u het water stromen? Zo zeker is het dat Jezus de zonden afwast! En bij het avondmaal: ziet u het brood gebroken worden, ziet je de wijn vergoten worden? Denk aan Jezus die stierf voor het kruis. Het is echt waar! Als je eet en drinkt, ruikt en proeft, weet dan zo zeker als je drinkt: zo zeker is die redding ook voor jou.

[#7] Zou het werken? Wordt je geloof er sterker van? Ik geloof het vast en zeker. Geloven op je eentje lukt niet. Je hoort het woord niet, je mist de sacramenten en je geloof gaat uit als een nachtkaarsje. Wat is het mooi als je door de doop en avondmaal op Gods werk gewezen wordt. Dat betekent ook dat je door de doop kind bent van de gemeente en elkaar helpt, bemoedigt, ondersteunt, voor elkaar bidt. Dat je je kind vertelt over de Here en dat het bijzondere mag gebeuren: dat iemand ook zelf gaat geloven. Dat je door het avondmaal ook zo aan elkaar verbonden wordt: dat we elkaar maar niet aan ons lot over laten en het zelf uit laten zoeken bij vragen en twijfels, maar met elkaar meeleven en elkaar vragen hoe het is, het geloofsgesprek voeren en werkelijk één lichaam vormen. Dat de Geest ook daarvoor de kracht mag geven.

Als je zo steeds weer bepaald wordt bij de genade van God, ziet dat het draait om het kruis, dan laat je de Geest werken. Dan mag je nieuwe moed putten. Dan zie je dat de Heer niet alleen de goede Herder is, maar dat Hij ook daadwerkelijk naar het levende water wil brengen, dat hij je nodigt aan tafel. Dat Hij je wil leiden, en bij je is, ook in het dal vol dreigende gevaren. Dat je zo door zijn woorden en tekenen steeds opnieuw vertrouwen op Hem mag krijgen. Hij wil je goede Herder zijn. Geloof je dat? Amen.


Psalm 1 – Nieuwjaarspreek 2017 – Gelukkig! nieuwjaar!

januari 1, 2017

Preek Heemse nieuwjaar 2017

Tekst: Psalm 1 / Matteus 7:13-20

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Gelukkig nieuwjaar!

Dat is wat we vannacht tegen elkaar zeiden, wat we vanmorgen tegen elkaar zeggen. Happy New Year!

We staan aan het begin van het nieuwe jaar, we weten nog niet hoe het zal gaan, maar hopelijk wordt het een gelukkig nieuwjaar.

Het oude jaar met alle dingen die daarin gebeurd zijn hebben we afgesloten, al nemen we natuurlijk best sommige zorgen het nieuwe jaar mee in.

Maar ik wens dat u en dat jij, thuis, op je werk, op school, in je familie, in de liefde een heel gelukkig nieuwjaar mag krijgen.

Maar wat bedoelen we daarmee, of je nu gelovig bent of ongelovig?

Dat er geen ongeluk op je weg komt, dat er geen ziekte komt, dat het je voor de wind gaat, dat je het goed hebt met de mensen om je heen, dat je misschien een mijlpaal of een belangrijke beslissing bereikt. Liefde, vrede en geluk.

Hoe je het ook invult: een gelukkig nieuwjaar, dat wensen we elkaar toe!

 

[#2] Het mooie is dat ons psalmenboek ook begint met ‘gelukkig de mens’!

Gelukkig ben je als je … Het boek van de psalmen start ook met deze woorden: een zaligspreking, gelukwens.

Zoals Jezus in de Bergrede, zijn preek waarmee Hij uitlegt wat Hij komt doen, waaruit we net lazen, ook begon met een zaligspreking: welzalig, gelukkig. Gelukkig de zachtmoedigen, gelukkig de vredestichters, gelukkig de treurenden.

Zo begint ook het boek van de psalmen met deze woorden: ‘Gelukkig ben je’. Het boek van de Psalmen, [waar ook onder ons nog velen dagelijks een tekst van lezen, dat boek dat wel de bijbel in de bijbel wordt genoemd, waar ook vaak bij bezoeken uit gelezen wordt]: dat boek leert ons in de eerste woorden welke mens gelukkig is.

Hoe vind je in je leven het geluk?

Wanneer wordt 2017 een geslaagd jaar?

En dan bedoelt de dichter ‘gelukkig’ hier niet zozeer vanuit God gezien: dat je zegt ‘blessed new year’, gezegend nieuw jaar. Nee: gewoon ‘Happy’ met vreugde en plezier, gewoon een jaar waarin je echt kunt genieten en blij zijn.

 

[#3] Om het geluk uit te kunnen leggen, legt de dichter eerst uit wat ongeluk is.

Zoals je tegen een zwarte achtergrond het beste kunt laten zien wat wit is.

De dichter gaat een sterk contrast neerzetten.

Hij laat ons horen wat de weg van het ongeluk is. Niet dat dat een begaanbare weg is, maar hij wil laten zien hoe het niet moet. Hij gebruikt daarvoor de werkwoorden: gaan, staan en zitten. Stel je iemand voor die onderweg is: hij gaat op een gegeven moment meelopen met mensen die van God niet willen weten, hij laat zich in met mensen die verkeerde plannen beramen, die zich laten vullen met leegheid, los van God leven. En mee gaat doen in de manier waarop zij door het leven gaan.

Dan kan het zomaar zijn dat hij zich daar zo door laat meenemen dat hij stil gaat staan: dat hij terecht komt op de weg van mensen die ook echt de wetten overtreden: vloeken, stelen, liegen, oneerlijk zijn, gokken, drinken en noem maar op. Eerst luisterde hij onderweg,

vervolgens doet hij mee en als hij daar nog langer is gaat hij er zitten: hij gaat zelfs God vervloeken en verwensen. Hij wordt een lasteraar, die niets met God of gebod te maken wil hebben.

Het is wel heel zwart-wit weergegeven: wie wil er nu zo leven? Toch zegt de dichter dit niet voor niets: het begint vaak onschuldig. Je gaat meedoen met mensen die anders in het leven staan. Die hun geluk zoeken in geld, of eten en drinken, in sport, in hun huis, in hun uiterlijk, in seks, in invloed en macht. En langzamerhand wordt je in die kring getrokken, blijf je even staan en als je niet uitkijkt blijf je daar zitten. Dingen die mooi lijken aan de buitenkant, maar die uiteindelijk geen echt geluk brengen.

Zie dit nu niet als het gemopper van iemand die niets van het echte leven begrepen heeft. Hier is iemand aan het woord, door de Geest van God die, veel heeft gezien en meegemaakt, die wijsheid heeft leren kennen. Zeg maar een oudere man, of een wijze hulpverlener, een goede moeder: iemand die door de heilige Geest zijn zoon of dochter vanuit wil waarschuwen voor valkuilen en verleidingen. Valkuilen die er ook in het nieuwe jaar zomaar kunnen zijn. Waardoor je uiteindelijk zult zeggen: dit was geen gelukkig, maar een ongelukkig 2017.

 

[#4] Wat maakt nu dat je wel gelukkig wordt?

De dichter zegt: degene die zijn blijdschap en vreugde vindt in het woord van God. Degene die leest in de bijbel, overdag bij het licht van de zon, ’s nachts bij een lampje. Degene die zich door God zelf de weg willen laten wijzen. Die, zoals wij hier vanmorgen, met elkaar de bijbel willen opendoen en Gods woorden willen horen, elke eerste dag van de week weer. Er staat niet daar wordt je serieus van, stil, een heilig boontje: nee, dat je daar je plezier, je vreugde in vindt. Dat je daar dus gelukkig van wordt. Wanneer je met God onderweg bent, je door Hem laat leiden. Wanneer je ook zorgt voor dat deel van je leven wat je je ziel noemen.

Waarom dan? Het laatste vers van de psalm zegt het: De Here kent de weg van de rechtvaardigen. God wil in het nieuwe jaar beschermend om je heen staan. Hij gaat met je mee: en steeds zullen er weer nieuwe dingen op je weg komen. Maar God kent je, God zal er zijn bij wat er ook gebeurt.

En dan zul je soms moeten kiezen, voor lastige keuzes komen te staan. Wat moet je dan doen? God is dan geen God die een soort orakelspreuk gaat geven wat je moet doen. Er komt geen briefje uit de hemel met een antwoord, je hoort niet opeens een stem. Maar wanneer je dicht bij het levendmakende woord van God leeft, dan ga je steeds meer de weg die goed is. Een weg die met Hem verbonden is.

Dat hoeft niet op eigen kracht: God wil je kracht geven. Alle is er van alles aan de hand in de wereld, terreur, oorlog, onzekerheid: je mag schuilen bij de Zoon (zegt Psalm 2, die samen met 1 wel als inleiding op de psalmen wordt gezien). Schuilen bij Jezus Christus, die hier op aarde kwam om de weg naar God open te maken

Dan wordt je leven gevuld met Hem, met blijdschap over Gods wil en met liefde voor je naaste en voor Hem. Dan hoef je niet in een extreme ik-gerichtheid je eigen geluk te gaan zoeken, maar zoek je juist de wil van God. Ben je gevormd in een leven met God. Dan ga je met God het nieuwe jaar in!

 

[#5] Op mijn studeerkamer staan twee planten, die ik al vele jaren vol liefde verzorg. Maar af en toe vergeet ik op tijd water te geven. Dan wordt er een blad een beetje geel, en als ik het een tijdje vergeet: wordt zo’n blad helemaal geel en misschien nog wel één, en tenslotte vallen er bladeren op de grond. Dat gebeurt nog sneller in de zomer, als de temperatuur hoog is en door de zon veel water verdampt. De enige manier om te zorgen dat de planten mooi en ‘gelukkig’ blijven, is dat ik er voor zorg dat je op tijd water en voeding krijgen. Zo is het zeker bij vruchtbomen: als ze niet goed verzorgd worden dan dragen ze geen vrucht en komen er geen appels, peren, kersen of noem maar op aan. Soms kan het gebeuren dat je in het leven zo in beslag genomen wordt door allerlei dingen, dat je droog komt te staan. Dat zorgen op je werk, of over je kinderen, of over je geld je helemaal in beslag gaan nemen. Vergelijk dat maar met de zon die soms staat te branden op de bomen. Wat is dan belangrijk om op tijd te ontdekken als er een tekort aan water komt. Laten we juist in de rustige tijd ook niet vergeten om met God verbonden te zijn. De dichter noemt de boom waarvan het blad niet geel wordt en de vruchten op tijd komen, een boom geplant aan een kanaal. Dat moet wel gegraven worden, dat moet er wel zijn. Zorg daarom dat je nooit droog komt te staan, dat je steeds weer kunt putten uit het woord van God.

 

[#6] Als je dat niet doet ben je als kaf dat wegwaait in de wind. Wanneer de oogst was binnengehaald en er aren vol met graankorrels binnengehaald waren, wanneer de dorsslede over de aren was heengegaan, dan lagen de korrels koren op de grond, op de dorsvloer. Mooie volle korrels, waar je brood van kan maken, waardoor er weer voor een jaar eten genoeg is. Maar tussen die korrels zat nog kaf. Kaf dat nergens goed voor is, en dat van het koren gescheiden moet worden.

Wie zich niet laat voeden door het woord van God, die wordt uiteindelijk als dat kaf. Als je niet met Hem verbonden bent, niet met zijn wijsheid en zijn woorden, als je geen vrucht draagt in je leven, dan kun je misschien wel heel spannend door de lucht waaien, ben je misschien wel met heel veel, maar je waait weg. Het bestaan eindigt uiteindelijk leeg en zonder vruchten. Weg gewaaid in de wind. Zonder geluk, zonder doel.

 

[#7] Wij gaan 2017 in. Gisteren stonden we stil bij het oude jaar. Misschien werd je wat nostalgisch: uren, dagen, maanden, jaren, ze vliegen heen als een schaduw. Zo kan ook ons leven zomaar heen vliegen. Kan ook 2017 leeg blijven. Maar we mogen 2017 ingaan in verbondenheid met God. Hij kent de weg van degenen die met Hem willen leven. Hij zal over ons waken en ons beschermen. Daarvoor geeft Hij ook zijn woorden, woorden van eeuwig leven. Want Hij is geen God zoals de afgoden die maar lucht zijn, Hij is de God die er is van eeuwigheid tot eeuwigheid. De vaste rots van ons bestaan. En zo mag wie steeds weer met Hem verbonden is, gezegend het nieuwe jaar ingaan. Groeien als een boom, en vruchten dragen van geloof, hoop en liefde. Steeds weer verbonden met deze God: daar word je pas echt gelukkig van!

Amen.


Preek zondag 21 – één brood, één lichaam!

december 28, 2016

Preek gehouden in Heemse

Tekst: Zondag 21 (met name v/a 55); 1 Kor 10:17

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Vanmiddag gaat het over verbonden zijn. Via Facebook, Linked in, instagram of twitter worden veel mensen aan elkaar verbonden. Je krijgt een nieuwe volger of een nieuwe vriend. Iemand die leest wat je schrijft, die ziet wat je post. Je raakt verbonden met mensen die je soms jaren niet hebt gezien of die aan de andere kant van de wereld wonen. Kennelijk is er bij ons een sterke behoefte aan verbondenheid: dat we graag gezien willen worden, willen delen wat ons bezig houdt, dat we benieuwd zijn wat anderen bezighoudt.

Toch kun je je aan de andere kant ook afvragen: hoe verbonden zijn we met elkaar? Neemt de verbondenheid juist niet af? Ik hoorde van de week iemand zeggen: als we op een verjaardag zitten, dan kan ik niemand spreken want iedereen zit achter zijn schermpje. Of het verbonden zijn is er niet, als iemand zegt: er komt bijna nooit iemand op bezoek. Als we vooral druk bezig zijn met onze eigen dingen en de doelen die we willen bereiken. Als je hoort over hoe in de stad, nog meer dan op het platteland, veel mensen zich eenzaam voelen. Sociale media ondersteunen en stimuleren contacten, maar echte ontmoeting is toch onmisbaar!

[#2] Vandaag willen we opnieuw leren wat het betekent om verbonden te zijn. Ik las ergens dat iemand zei: als je over dit onderwerp preekt, over de band die je als christenen hebt, over de gemeenschap der heiligen, dan zou je eigenlijk moeten zorgen dat je in die dienst ook het avondmaal viert. Dat je ook echt ervaart dat je bij elkaar hoort en dat het te zien is dat je met Christus verbonden bent en met elkaar verbonden bent. Wat mooi dat we dat dan ook doen vandaag. Dan past ook op na zo’n viering, in de ‘nabetrachting’ ons af te vragen: welke stimulans heb ik ontvangen om nog meer om te zien naar een ander, om nog meer met de ander verbonden te worden. Zoals we lezen in het formulier: omdat het één brood is, zijn wij, ook al zijn we met velen, één lichaam: we worden als broers en zussen aan elkaar verbonden en we mogen dan ook in woorden en daden laten zien dat we zo’n eenheid vormen.

 

[#3] De tekst uit het formulier komt uit het gedeelte dat we net gelezen hebben uit 1 Korinthiërs. Paulus is daar aan het woord. Hij merkt dat sommige mensen deel nemen aan offermaaltijden voor de afgoden van het grote Romeinse rijk. Daar snapt hij helemaal niets van. Die afgoden bestaan niet echt, maar door je te verbinden met de andere mensen in zo’n offer: lever je je wel uit aan kwade machten en kwade demonen. Je wordt één met mensen die niet met Jezus verbonden zijn, maar met andere machten. Kijk als het vlees later op de markt ligt, dat daar tijdens de offers geofferd is, dan kun je nog zeggen: die afgoden zijn niets en ik wil het wel eten, al waren er mensen die daar moeite mee hadden en moest je daar misschien rekening mee houden. Maar naar zo’n offerfeest gaan: meejuichen en joelen, eten en drinken voor andere goden. Dat kan niet, want je wordt één. Zoals je vandaag ook niet christen kan zijn, en tegelijk wel een evenement of uitvoering gaat bezoeken van mensen die vloeken in hun muziek of liederen, die er goddeloos op losleven en waar drank of drugs de boventoon voeren. Dan wordt je één met zo’n groep, dan krijgen demonen vat op je, je verbindt je aan kwade machten.

Zo zegt Paulus: Als je eet van het brood wordt je toch één met het lichaam van Christus? Als je drinkt van de wijn wordt je toch een met het lichaam van Christus? Hij stelt het als vraag: hij hoeft er niet eens een antwoord op te geven, want dat is wat iedereen begrijpt. Zo begrijp je ook dat je deel krijgt aan elkaar. Wij hebben als gelovigen maar niet allemaal alleen een band met Christus. Door te drinken uit dezelfde beker, door te eten van het zelfde brood ontstaat er een verbondenheid met elkaar. Dat kun je daaraan zien dat het brood waarvan we eten, eigenlijk één brood was, wat we later in stukken hebben verdeeld.

 

[#4] We zijn als gemeente maar niet een stapel stenen, die opgestapeld bij elkaar liggen. Zelfs het beeld van een boeket bloemen schiet wat betreft het met elkaar verbonden zijn tekort, want dan zijn het nog losse bloemen. We zijn als druiven die verbonden zijn met dezelfde wijnstok. Of, zoals vroeger in het formulier stond: uit vele beziën, (dat is druiven) samengeperst zijnde, vliet één wijn en drank en vermengt zich onderling. Of nog mooier: we zijn een lichaam, waarin we allemaal met elkaar verbonden zijn. Waarbij het bloed stroomt naar de verschillende delen van het lichaam. Waarbij we niet zonder elkaar kunnen, zoals Paulus in 1 Korintiërs 12 en Romeinen 12 ook verder uitwerkt. Wanneer er met één deel wat is, dan raakt dat de andere delen. Wanneer je je vinger verwondt, dan kijken je ogen wat er aan de hand is, dan gebruik je je benen om verband op te halen, dan gebruik je je handen om de pleister op te plakken. Als één lid lijdt, lijden alle leden. Je kunt niet zonder elkaar. Zo word je als degenen die van dat éne brood eten ook werkelijk met elkaar verbonden.

 

Maar lukt dat ook ons ook om met elkaar verbonden te zijn? Geven we ook echt om elkaar? Als we dat uit eigen kracht proberen te doen, dan wordt het lastig. Dan wordt het een soort moeten dat je uitput. Dan voelt het als: ik moet dit nog doen, er wordt weer iets van mij verwacht. Daarom is het zo belangrijk om te beginnen bij Christus. Paulus zegt ook: door het brood word je één met Christus. Hij is het hoofd van het lichaam. Hij is het die zijn gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt, zegt de Catechismus. Als een goede herder zorgt Hij voor zijn schapen. Hij geeft hen wat zij  nodig hebben. Bij Hem mogen we de diepste troost vinden en geweldige beloften: eeuwig leven, vergeving van de zonde, kind-zijn van God. En door de werking van de Heilige Geest komt dit ook echt in je hart en in je leven. Je krijgt deel aan hem, staat in het eerste deel van v/a 55.

 

[#5] Vanuit wat je daarin in Christus ontvangt, ook in het H.A.: mag je met elkaar verbonden zijn. Het is een hele sterke tekst uit de bijbel, het is een hele mooie gedachte bij het avondmaal. Maar krijgt dit ook werkelijk vorm in de gemeente? Is er in plaats van samen op weg zijn, van verbondenheid en op elkaar betrokken zijn, niet juist veel onverbondenheid? Dat er weinig inzet is, dat de 2e kerkdienst verzuimd wordt en we onze eigen gang gaan; dat er geshopt wordt: dat je zelf kijkt waar je iets aan hebt, in plaats van op je eigen plek waar je geroepen bent je bijdrage leveren? Ik heb deze week verschillende keren gevraagd: welke contacten heb je in de gemeente? Met wie ben je verbonden? Wie vraagt jou wel eens: hoe is het? Of wie komt wel eens binnenlopen of nodigt je uit? In de meeste gevallen schrok ik er behoorlijk van. Ben je ook bereid om werkelijk met degene die voor je loopt of naast je zit een band aan te gaan. Vraag je: hoe is het met je? Kijk je elkaar aan? Dat je wel in de kerk komt, maar dat er doordeweeks verder geen contacten zijn met mensen uit de kerk. Dat er soms heel makkelijk naar een ambtsdrager gekeken wordt: hij gaat er toch wel naartoe of hij doet wel een bijbel open. Gemeenschap der heiligen wil niet zeggen: een paar enthousiasteling staan te trekken aan de kar, en de anderen zitten er lekker op en laten zich trekken. Het betekent dat we samen ons inspannen en samen onze gaven gebruiken om elkaar te helpen. En dan gaan soms dingen ook ontzettend fout: daarvoor hoeven we niet eerst naar Syrie. Ook achter de voordeur kan er van alles misgaan. Zoals Kain zijn broer Abel vermoorde, is er later nog veel mis gegaan. De broedermoord werkt door. Soms is er ruzie, misverstand. Kinderen worden soms buitengesloten en mogen niet meedoen. Ze ervaren dat hun ouders maken ruzie maken. Ook in de kerk gaat er soms van alles mis.

 

[#6] Maar de catechismus roept ons dan op om onze gaven tot heil van de naaste te gebruiken. Roept op tot naastenliefde! Om de gaven te gebruiken die we ontvangen hebben. De Heilige Geest wil ons door de verbondenheid met Jezus steeds meer op Hem doen lijken: de vrucht van Geest is vrede, liefde, blijdschap, zelfbeheersing. Deze dingen vormen je eigen leven, je karakter, en hopelijk plukken ook anderen daar de vruchten van. Maar naast de vrucht, zijn er ook de gaven van de Geest. En iedereen heeft andere gaven gekregen. De één is muzikaal, de ander kan goed tekenen, een volgende goed leren, een ander kan een motor uit elkaar halen of zo weer in elkaar zetten, een volgende is goed in koken en weer een ander kan goed sporten. Een volgende heeft zijn woordje klaar, maar een ander kan goed luisteren. En dat zijn soms heel gewone gaven: een timmerman gebruikt zijn gaven of hij nu gelovig of ongelovig is. Maar toch is daarin de Geest aan het werk. De mensen die de tempel bouwden deden dat door de Geest. Juist die verschillende gaven zijn nodig om de kerk op te bouwen: maar de vraag is; gebruik je ze ook om de ander te helpen, om met elkaar te bouwen aan Christus gemeente. Of je gebruik je ze voor je eigen carrière, roem, eer, om zelf een behaaglijk leven te kunnen leiden. Natuurlijk zijn er dan ook dingen die gewoon moeten: je dagelijks werk, je huiswerk. Taken waardoor je uiteindelijk later in je werk weer wat voor anderen kan gebruiken.

De catechismus heel scherp: je moet je gaven tot nut en heil van de ander gebruiken! Het is geen keuze. Het is niet zo van: dat doen die paar enthousiastelingen wel in de kerk. Paulus heeft gezegd: je hebt deel aan Christus, en dus ben je één lichaam geworden. Het is jammer als je van alles zou kunnen betekenen, maar dat je het zaad niet zaait op de akker en er zo niets met jouw zaad gedaan wordt. Of zoals die man die talenten kreeg en het begroef onder de grond, in plaats van dat hij zijn talenten gebruikte. Laten we onze gaven juist gebruiken voor elkaar, zoals de eerste en tweede slaaf deden: je wordt er zoveel rijker van!
[#7] Dan ontstaat er steeds meer een gemeenschap waarin we in gebed, woord en daad elkaar opbouwen. Dat je je inzet als vrijwilliger of vraagt of je ergens nog wat kan doen in een commissies. Dat je bidt voor elkaar. Dat je de mensen in je wijk niet alleen ziet als buren, maar ook als gelovigen. Ook daarin samen elkaar aanspoort om mee op weg te blijven gaan. Daarbij mogen jong en oud ingeschakeld worden. Mooi als er een generatieavond is, waarin oud en jong in gesprek zijn. Mooi als rondom een avondmaalsavond ook gedacht wordt aan de jeugd. Iedereen hoort erbij, ook de kinderen. Jezus werd maar weinig boos, maar wel toen de leerlingen de kinderen op een afstand gingen houden of hen niet belangrijk vonden: toen mochten ze juist naar voren komen en zegende hij hen.

Zo raken we steeds meer met elkaar verbonden. Worden we dan allemaal hetzelfde? Nee, we zullen verschillend zijn. Maar wat maakt ons één? Vergelijk het maar daarmee dat we als het ware in een cirkel om de Here Jezus heen staan: we staan daar allemaal als verschillende gemeenteleden. We hebben onze eigen gewoontes, achtergrond,  geaardheid, huidskleur, taal, maar we zijn gericht op de Heer: Jezus Christus. Zolang Hij het middelpunt vormt en centraal staat, blijven wij een cirkel vormen. Een gemeente die samen gericht is op de Heer.

Laten we zo samen kerk zijn. Waarbij we bereid zijn om van elkaar te leren: dat jongeren hun best doen te begrijpen waarom een Psalm als Psalm 91 zoveel troost kan geven in een situatie van verdriet; maar dat ouderen ook zien hoe jongeren in meer eigentijdse liederen God willen prijzen. Zo vormen we samen één lichaam: een gemeente, doordrenkt van de Geest van God. Waarbij we juist degenen die niet zo makkelijk contacten hebben, extra in het oog mogen houden. Er voor hen mogen zijn. Om dan tenslotte niet meer door een teken, een symbool van brood en wijn met Christus verbonden te zijn, maar Hem te ontmoeten. Zodat wij als lichaam, weer echt met het hoofd verbonden zijn en voor altijd met Hem zullen leven.. Als wij de wijn met hem nieuw zullen drinken. Kom laat ons dus blij zijn en vol vreugde want de bruiloft van het lam komt! Amen.