Zondag 40 – Heb je vijanden lief

januari 16, 2019

Preek Heemse, gehouden 6 januari 2019

Tekst: Zondag 40; Matteüs 5:43-48; Hebr. 13:1-3

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus,

[#1] Aan wie moet je liefde geven? Voor wie bid je?

Welke mensen geef je iets van je tijd, aandacht en energie?

Sommigen zeggen: Ik geef mijn liefde aan mijn gezin en familie.

Met wie ik een sterke band hebt en met wie ik mijn leven lang verbonden blijf.

Anderen zeggen: Ik geef mijn liefde aan mijn vrienden. Bij hen kan ik altijd terecht.

Een derde zegt: Ik breng mijn tijd door met mensen die dezelfde opvattingen hebben als ik. Ze denken hetzelfde en doen hetzelfde, die mensen mogen op mijn steun rekenen.

Maar er zijn ook andere mensen. De wereld is vol met mensen, maar er zijn ook andere mensen die op je weg komen. Die vluchteling die hier in AZC Heemserveen komt wonen en die je tegenkomt op weg naar de Lidl. Die collega met wie je zo moeilijk om kan schieten en die zo moeilijk doet over van alles en nog wat. We horen vanmiddag over gevangenen die vanwege wat ze verkeerd gedaan hebben, jaren achter de tralies moeten doorbrengen, die moeten boeten om hun fouten. In het criminele circuit terecht zijn gekomen.

[#2] Wanneer Jezus komt en zijn optreden begint, leert Hij de mensen liefde.

Het meest opvallende is dat Hij zegt: ‘als je alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegend, wat voor uitzonderlijks doe je dan?’. Als je bij Jezus hoort, als je een kind van de Vader bent en hoort bij het nieuwe koninkrijk, dan verwacht Jezus ‘uitzonderlijk’ gedrag. Dat je anders bent dan anderen, dat je een uitzondering vormt. Dat je niet doet wat iedereen wel wil doen. Maar dat je uitzonderlijke liefde toont.

                Jezus komt om de wet te vervullen, niet om hem af te schaffen. Hij sluit aan bij wat er in het Oude Testament al geleerd is. Hij zegt tegen de Israëlieten die les gehad hadden van de Farizeeën en Schriftgeleerden: ‘Je naaste moet je liefhebben en je vijand moet je haten’. Klopt toch? Hij kijkt de mensen aan. Hij zegt het zo, zoals het in hun gedachten leeft. Het staat niet letterlijk zo in de bijbel, maar zo hebben ze het wel geleerd. Liefde voor je naaste, dat staat ook in Leviticus 19:18. Daarom is het voor hen ook zo’n spannende vraag: wie is mijn naaste? Wanneer ze dat vragen vertelt Jezus later over die Samaritaan, die barmhartige Samaritaan die liefde toonde voor die man die zo gewond op de weg lat. Hij zag hem, net als de Leviet en priester hem hadden gezien. Maar hij was gestopt. Hij was de Naaste voor die man geworden.

[#3] Maar de Farizeeën hadden geleerd: je naaste dat zijn je volksgenoten. Dat zijn de mensen die hetzelfde geloof hebben, die tot je eigen club behoren. En dan ook alleen de goede mensen. Want die tollenaars, die in opdracht van de Romeinen, ons kaal plukken, ook al zijn het volksgenoten: dat zijn natuurlijk vijanden van ons volk. En de ‘schare die de wet niet kent’: de mensen die niet willen geloven en handelen volgens Gods geboden, die horen er eigenlijk ook niet bij.

In hoeverre schuilt er niet het gevaar bij ons dat je ook zelf zo met de liefde omgaat? Dat de mensen in de straat zeggen: ja die vrijgemaakten hebben het goed samen, maar mij zien ze niet staan. Wat mooi als via bijvoorbeeld een straatapp voor iedereen gezorgd wordt. Of dat we zo met de kerk omgaan dat we gewild of ongewild uitstralen dat als je hier geen lid bent je toch ‘minder’ bent, of eigenlijk niet goed genoeg?

Dat de Farizeeën leren: je vijand moet je haten, past eigenlijk al niet bij hoe God het bedoeld had. In Exodus staat: als je ziet dat een lastdier, een os of een ezel van je vijand door zijn poten zakt, ga dan helpen, zodat het dier weer overeind komt. In deze tijd: als je ziet dat iemand met een lekke band, een kapotte auto of trekker gestrand is, biedt dan je hulp aan, ook al ken je hem niet of mag je hem niet. Spreuken zegt: als een vijand honger heeft, geef hem te eten. Als hij dorst heeft, geef hem te drinken (25:21).

[#4] Nu richt Jezus zich tot zijn leerlingen. Wie hadden Petrus, Johannes, Jakobus, en al die mensen die hun boten en netten, hun tollenaarshuis achter zich gelaten hadden lief? Ze waren samen rondom Jezus gekomen, ze luisterden met veel mensen naar wat Jezus hun leerde. Zij zullen hun naaste liefgehad hebben. Hun familie, de mensen die ook achter Jezus aantrokken. Maar Jezus verwacht dus iets uitzonderlijks. Hij vraagt ook liefde voor de vijanden. Hun vijanden, dat zullen aan de éne kant de Romeinse onderdrukkers geweest zijn, Herodus en de andere machthebbers, de tollenaars die voor hen werkten. Maar ook de Farizeeën die hen niet vertrouwden en allerlei kwaad over hen spraken. Deze mensen zullen te maken krijgen met vervolging. Ze zullen om hun geloof in de gevangenis worden gegooid, ze zullen van hun bezittingen beroofd worden, ze zullen het moeilijk krijgen. Jezus zegt in vers 11: gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

In de brief aan de Hebreeën lezen we ook dat het gebeurd is. Geloofsgenoten zitten in de gevangenis, en de schrijver roept op om hen te blijven bezoeken.

Zo kun je als gelovige te maken krijgen met vijanden. Mensen die kwaad spreken over de kerk, overheden die niet willen dat christenen geloven. Mensen die niet accepteren dat je niet wil werken op de zondag, degenen die lacherig doen over dat jij zondag naar de kerk wil. Degenen die andere ideeën hebben over het geloof. Als je radicale keuzes maakt en kiest om Jezus te volgen, kan dat je zomaar vrienden kosten, als jij niet mee wil doen met de anderen.

                [#5] Het uitzonderlijke wat Jezus hier vraagt is, dat je dan niet moet zeggen: zoek het dan maar uit, dan heb ik wel nieuwe vrienden in het geloof. Nee, Jezus vraagt dat je je vijanden blijft liefhebben. ‘Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen’. Is dat mogelijk? Waarom vraagt Jezus dit van degenen die zichzelf verloochenen, die een licht voor de wereld willen zijn, het zout van de aarde, de stad op de berg? Waarom deze weg van liefde voor degene die niemand liefheeft en die door niemand wordt geliefd. Waarom deze weg van nederigheid en zelfwegcijfering. Dat je ook oog hebt voor de vreemdelingen, de naakten, de daklozen, de verslaafden, het uitschot, en ook voor de gevangenen? Kan deze weg wel gegaan worden?

                [#6] Dan is het belangrijk om te horen wie het is, die dit leert. Dit is Jezus Christus. Hij is zelf die weg gegaan. Hij heeft de hemel verlaten. Hij is lijdend en gehoorzaam de weg gegaan van de stal naar het kruis. Dit is het kruis dat Hij je oplegt. Zo kun je door dit kruis boven het gewone van de wereld uitstijgen en bijzondere liefde tonen, omdat Christus dat gedaan heeft. Hij heeft geleden, is in zijn liefde tot het uiterste gegaan, heeft zijn leven over gehad voor mensen die nog zijn vijanden waren. Wie zo in de liefde tot het uiterste wil gaan, die mag die weg gaan met Jezus. Zodat uiteindelijk de Vader geprezen wordt.

                [#7] Want dit is ook de houding die de vader zelf ons leert. Hij is het die zonneschijn en regen geeft aan bozen en goeden, aan rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Het is niet zo dat hier staat: Het regent of de zon schijnt. Het is, zoals de Fransen zeggen: il pleut, il fait beau / Hij doet het regenen, Hij doet de zon schijnen. Het is iets wat God wil doen. Dan maakt Hij geen onderscheid. Goeden en slechte mensen, mensen die eerlijk zijn en oneerlijk zijn. Hij toont zijn liefde aan een ieder. Hij heeft vanuit de hemel zijn Zoon gegeven om aan heel de wereld redding te verkondigen. God toont zijn liefde. En in die zin gaat dit gebod van Jezus verder dan het Oude Testament. In Christus wordt de scheidingsmuur tussen de Israëlieten en de volken weggebroken. Nu is er een boodschap voor heel de wereld. Nu zullen zijn leerlingen ook zo met de wereld om moeten gaan.

[#8] Wanneer je vanmiddag hoort wat de diepste betekenis is van het gebod ‘U zult niet doden’, dan mag dat je de weg wijzen. Stel je niet boven een ander. Iemand die in de gevangenis is niet minder dan jij. Zijn fouten en misdaden zijn fout, en daarvoor is de overheid ook aangewezen om straf te geven. Christus koos niet jou uit om christen te zijn, omdat je geen fouten had. Eerder in de Bergrede zegt Jezus al: wie de ander uitscheldt voor dwaas, nietsnut, die heeft al een moord gepleegd. Wie boos is op een ander en in woede tekeer gaat, ontneemt een ander al het leven en het licht in de ogen. Juist als je de genade van Christus ziet komen we allemaal naast elkaar te staan. Dan zien we dat God zijn liefde toont aan iedereen.

[#9] Maak daarom zelf ook geen onderscheid, op basis van familie of geen familie, gelovig of niet gelovig. Of iemand nu oud of jong is, homo of hetero, man of vrouw, wit of zwart, PVV of CDA, moslim of christen, import of niet, Nederlander of Afghaan. Of iemand nu in de gevangenis zit of niet. God doet zijn zon opgaan, laat ook zo je liefde niet partijdig zijn. Ik hoop dat je bereid bent om zo aan een ieder je liefde te tonen en aandacht te geven. Tijd te maken.

[#10] Jezus zegt: wees dus volmaakt zoals jullie hemels Vader volmaakt is.

Maar dat kan ik niet hoor. Dat is wel heel mooi, maar toch niet bereikbaar en haalbaar? Nee, dat klopt. Ik struikel zelf ook elke dag, elk uur. Dan wordt boos om iets onbenulligs. Flap er in mijn enthousiasme zomaar wat uit. Maar laat dat je niet ontmoedigen. In de eerste plaats is dit geen onderwijs voor mensen die daardoor kinderen van God moeten worden. Dit is onderwijs aan leerlingen van Jezus. Zij die al zijn kinderen zijn. Uit genade aangenomen, onvoorwaardelijke liefde van Jezus. // 2e: Hij wil graag leren hoe je vanuit die liefde, een leven kan leiden dat past bij zijn koninkrijk. Een hemels koninkrijk dat om Hem heen straalde toen Hij op aarde was, maar dat straks helemaal volmaakt zal zijn.  Waarin de liefde compleet zal zijn, en er voor altijd vrede zal zijn.

[#11] Laat ik tenslotte één tip geven, als het je heel ver weg lijkt. Als deze manier van dankbaar zijn voor wat Jezus je gedaan heeft, je zo onbereikbaar lijkt. Als je het idee hebt, dat het je bij de handen afbreekt en dat je dit nooit in je leven voor elkaar zult krijgen. Vouw je handen, en noem de namen van degenen die je vijand zijn. Die je kwaad hebben gedaan, die je zo moeilijk kunt begrijpen. Noem de namen en leg ze neer bij God. Vraag of Hij je wil helpen, of Hij je een weg wil wijzen hoe jij goed hiermee om kan gaan. Of Hij zelf naar hen om wil zien. We hopen komende tijd juist de gevangenzorg te ondersteunen, dat kan door bezoeken, door giften, maar laten we daarin ook de eerste stap maar zetten: door te bidden voor degenen die in de gevangenis zitten en zaten en hen opdragen aan onze Vader die in hemel zit.

Advertenties

Wat draag jij bij?

januari 8, 2019

Op maandag 7 januari hadden we een avond over ‘Wat draag jij bij?’

Wat kun je als ouderling, diaken, contactpersoon, gemeentelid betekenen over de ander.

Anko Oussoren leidde de avond. Hierbij de presentatie van die avond.

inspiratie ambtsdragers heemse-def

Dick Dreschler


Openbaring 12:1-6 – Wordt het wel kerst? (Advent 2018)

december 17, 2018

Preek Heemse, 3e advent 2018
Tekst: Openbaring 12:1-6

Geliefde gemeente van Jezus Christus,
[#1] Drie kaarsen branden al. Kerst komt steeds dichterbij. Deze week is de laatste gewone week voor kerst. Nog een week naar school, naar je werk, of wat voor taken je ook hebt. Een week met misschien wel een kerstsamenkomst of een kerstborrel. Maar zal het wel kerst worden? Zul je wel werkelijk Jezus de Verlosser zien en geloven, zijn vrede in je hart krijgen? Want op allerlei manieren dreigt er gevaar. Soms staat je geloof op een laag pitje of twijfel je. De duivel heeft veel gezichten en doet er alles aan om het werk van God tegen te houden. Om zijn kinderen te pakken te krijgen en te verleiden. De kerk van het oude verbond heeft al veel geleden, maar ook de kerk van het nieuwe verbond kan zomaar ten prooi vallen aan de listen van de duivel. Doordat mensen vervolgd worden voor hun geloof of hun ogen dicht gaan voor Jezus, omdat ze ingepakt worden door welvaart, eten en drinken en luxe.

[#2] Dat is ook wat je merkt als je deze tekst gaat lezen. Als je deze tekst begint te lezen, kun je zomaar denken: ‘waar gaat dit over?’ Wat sadistische zo’n duivel. Wat is Openbaring toch een lastig boek. Als je leest van een draak, van een krans van sterren, van een ijzeren herdersstaf, een kind dat weggevoerd wordt naar de hemel, dan kun je zomaar denken: ben ik in de wereld van Harry Potter of The Lord of the Rings aanbeland? Staat dit niet heel ver bij ons vandaan?
Aan de éne kant heb je dan gelijk. De beelden en dingen die je ziet zijn vaak niet gelijk duidelijk. Aan de andere kant: veel van de beelden komen al eerder voor in de Bijbel. Je kunt ze herkennen uit Bijbelverhalen of andere stukken. Daarbij moet je beseffen dat de mensen voor wie dit geschreven is, midden in de Romeinse tijd leefden. Johannes krijgt deze beelden als hij op het eilandje Patmos zit. Daar is hij naartoe verbannen. De christenen worden vervolgd en krijgen een boodschap om zo stand te kunnen houden. Ze worden vervolgd omdat de Romeinen een ander geloof hadden. Die hadden veel verhalen over draken, strijd tussen goden, waren verwonderd over sterren, zon en maan. De beelden van Johannes sluiten wel aan bij hun denken, waren voor hen makkelijker te begrijpen.

[#3] Laten wij eerst eens rustig kijken naar wat we hier tegenkomen. Het eerste wat Johannes ziet, is een vrouw. Van die vrouw lezen we later dat ze een kind krijgt en nog later dat de gelovigen haar kinderen zijn. Het gaat hier dus niet zozeer over Maria, maar het gaat hier over de gemeente van God, in het oude verbond en in het nieuwe verbond. De vrouw, is bekleed met de zon, onder haar voeten is de maan en om haar hoofd is een krans van 12 sterren. Zon, maan en sterren zijn de tekenen van deze wereld, deze kosmos. De gemeente van God is het middelpunt van deze wereld: staat in het licht van de zon. De maan is onder haar voeten en de 12 sterren laten de volheid en heerlijkheid zien waarmee ze omringt is. Voor haar, voor de gelovigen heeft God de wereld gemaakt. Dit is Gods gemeente, het nageslacht van de vrouw uit Genesis 3 aan wie bij de moeder belofte beloofd is dat ze veel nageslacht zal krijgen en dat uit haar nageslacht de verlosser geboren zal worden.
Vers 2 vertelt dan ook dat deze vrouw zwanger is: de verlosser gaat geboren worden. Maar dat gaat niet zonder pijn of moeite. Het krijgen van een kind kost pijn. Je krijgt weeën. Er is een tijd van moeite.
Zo kennen de gelovigen niet alleen nu, maar ook in het oude testament al moeite en pijn. De gemeente van God heeft het niet gemakkelijk, ook niet voordat de Messias kwam. Ik hoop dat je als je de vrouw ziet dus denkt aan de gelovigen: Adam en Eva, Abraham, Jesaja, Micha, maar ook Jozef en Maria.
De vrouw is zwanger, in verwachting. Zo hebben de gelovigen uit gezien naar de komst van de Messias, naar de komst van Jezus. Ook voorzegd door Micha: wanneer wordt Hij geboren? Wanneer komt de verlosser? Er was pijn, verdrukking en moeite. Er waren weeën, maar ze een groep gelovigen bleef staande. Bleef de Messias verwachten. Want God had het beloofd: de maagd zal zwanger worden; er zal een zoon komen; in Bethlehem zal hij geboren worden. Zo heeft de oudtestamentische kerk volhardend uitgezien naar de komst van de Messias.

[#4] Dan komt er een tweede teken. Johannes ziet een draak. Een draak is een beest, een monster dat vooral bekend staat om zijn wreedheid en het gevaar dat het brengt. Deze draak is vuurrood: de kleur van vuur, van wreedheid, van verslinden. Deze draak heeft veel stootkracht: 10 horens heeft hij. Hij heeft kronen op zijn hoofd en verschillende koppen. Het kan niet anders dan dat deze draak symbool staat voor de satan. Satan die met verschillende koppen zich op veel verschillende manieren voordoet. Die veel verschillende namen krijgt: satan, het beest, de slang, de duivel. Satan die kronen op heeft. Aardse koninkrijken zijn in zijn bezit om de gelovigen te onderdrukken en te verleiden (in Daniel 7 en 8 lees je ook over de machten en koninkrijken van het kwaad, bij het vierde dier). Deze draak gaat al te keer, hij is een sterrensmijter! Hij zwiept één derde van de sterren op de aarde. In de hoofdstukken hiervoor komt het vaker voor dat er geweld van de duivel komt. Waarom één derde? Omdat zijn macht beperkt is. Hij probeert de gelovigen te treffen. Brengt de schepping in het nauw. Maar hij kan nooit compleet verwoesten.
Wanneer de sterren naar de aarde gegooid worden, dan staat dat vaak symbool voor ziektes en moeiten die op je weg komen. Het staat voor het leed dat de mensen treft. Iemand zei het zo: met de sterren worden de lichtpuntjes weggenomen.
Ik hoop dat je zo duidelijk ziet wie we hier hebben: een draak, het teken van de duivelse macht die tekeer gaat. Waar de mensen uit de tijd van Johannes mee te maken hadden. De koninkrijken verdrukten de gelovigen. Velen werden gedood, voor de leeuwen gegooid of opgesloten. Johannes zelf werd verbannen. De duivel die rondgaat om te zien wie hij kan verslinden.

[#5] Twee beelden. Naast elkaar. Op zich al spannend. Maar dan beweegt die draak richting de vrouw. Hij gaat voor haar staan. Iemand zei: moet je je voorstellen dat je gaat bevallen en dat er dan zo’n draak voor je staat. Het bevallen op zich is al zwaar genoeg … Maar bij deze vrouw komt dus een draak staan, met de bedoeling om haar kindje gelijk weg te nemen. Om het kind te verslinden. De duivel heeft in de gaten: ik loop gevaar. Mijn einde komt eraan. Ik heb niet alle macht. Hij probeert te redden wat er te redden is en wil dan maar het baby’tje, zodra het geboren is pakken en verscheuren. Dan is het nog klein en heeft het geen macht, denkt hij.
[#6] Het doet denken aan wat er gebeurde bij de geboorte van Jezus. Er zat een koning op de troon, die niet wilde dat er een jonge koning geboren werd. Als de wijzen komen om te knielen voor de koning, probeert hij het kindje Jezus te vermoorden. Maar als dat niet lukt, laat hij in een duivels wreed plan. Al de kleine kinderen ombrengen. Dit beeld van een duivel die tekeer gaat is maar niet een beeld in de hemel, het is een beeld wat werkelijk gebeurd is. Via zijn listen en moord probeerde de satan de komst van de Messias tegen te gaan.
Verderop in dit hoofdstuk lezen we dat niet alleen dit kind van de vrouw gevaar loopt. Ook haar andere kinderen, dat wil dus zeggen de gelovigen lopen gevaar. Wat kan het je een zorgen maken dat de duivel tekeer gaat. Als je een kind gekregen hebt, hoop je dat God het zal beschermen en bewaren. Maar de duivel is ook nu nog listig. Het gevaar van kerkverlating en geloofsvervlakking dreigt aan alle kanten. Wat kan het je aan het hart gaan als iemand die dichtbij je staat (een broer, een kind, een gemeentelid) bezig is van God weg te gaan. Hebben we onze ogen voldoende open, ben je je voldoende bewust van de strijd die gaande is. Dat de vrede van Christus niet zomaar in je hart komt? Dat het niet zomaar kerst wordt je leven? De dreiging is constant om je heen …

[#7] Dan wordt het kind geboren. Het wordt kerst! De verlosser komt. Hij wordt beschreven met een beeld uit Psalm 2: Hij heeft een ijzeren staf. Een staf om te hoeden. Jezus is de goede herder. Hij beschermt zijn kudde, hij beschermt zijn schapen. Tegelijk: dit is een ijzeren staf. Een staf die als wapen gebruikt kan worden. De volkeren gaan tekeer, ze maken hun plannen. Maar God geeft zijn gezalfde, zijn redder. Hij zal uiteindelijk ook op aarde orde op zaken stellen.
Maar eerst wordt hij beschermt. Zijn leven wordt hier niet beschreven. We weten dat er meer gebeurde tussen dat hij naar de hemel ging en zijn geboorte. Maar dat is nu voor Johannes even niet belangrijk om te zien. Het is een gedeelte waarin er snel van de hemel naar de aarde wordt bewogen: het gaat erom dat Jezus in veiligheid gebracht wordt. Dat hij dan in de hemel met gejuich begroet wordt. Dat hij daar veilig is. Niemand kan Jezus in gevaar brengen. Hij staat aan de rechterhand van God.

[#8] Maar de vrouw blijft wel op aarde achter. Zij wordt dan bedreigd door de slang. Zij moet vluchten, naar de woestijn. De plek van totale afhankelijkheid van God. Waar je zelf niets meer kan beginnen. De plek waar God een plaats voor haar heeft klaargemaakt. God zorgt voor zijn kinderen, als ze zelf niets meer kunnen beginnen. Zoals hij zorgde voor zijn volk in de woestijn: ze kregen eten, elke dag manna en kwakkels, ze werden beschermd tegen de brandende zon, hun kleren raakten niet versleten. Ook toen was het nadat zij verlost waren uit Egypte nog niet gelijk vrede en het beloofde land. Nu is dat ook niet het geval: we zijn verlost, christus is geboren en naar de hemel gegaan. Maar we zijn nog wel kerk in de woestijn. 1260 dagen lang krijgen we te maken met verdrukking. Dat gaat over deze tijd: maar in deze tijd wordt er voor ons gezorgd. 1260 staat voor 3,5 jaar: een afgebakende periode. Tijd, tijden en een halve tijd. Maar het wordt hier expres in dagen uitgedrukt: dag voor dag zorgt God voor zijn gemeente. Dag voor dag staat hij voor hen klaar. Dag aan dag mag je het ook in de benauwdheid van God verwachten.

Zo krijgen we vanmorgen iets te zien van de weg die God gegaan is.
Met daarbij tegelijk ook een bemoediging voor de weg die je moet gaan.
Het zal niet altijd makkelijk zijn. De strijd is gaande.
Soms denk je zal het wel goed komen.
Als je te maken krijgt met rouw, verdriet en moeite.
Als je hoort van aanslagen en protesten.
Maar het komt goed! God zal je beschermen en dragen.
Hij zal met je meegaan en uiteindelijk je veilig binnenbrengen in het nieuw Jeruzalem.
Hoe donker het ook is: hij zal zijn kerk, de vrouw beschermen.
Hij zal u, jou en mij beschermen.
Hij zal ook voor jou een plaats maken: want het kind dat geboren is, heeft de satan verslagen! Ik bid dat je daar steeds weer in geloof op mag zien en dat het op die manier steeds meer kerst in je leven mag worden: Christusfeest! Amen


Hebreeën 10:32-11:1 – Houd vol!

november 26, 2018

Preek gehouden Heemse

Tekst: Hebreeën 10:32-11:1

Geliefde gemeente van Jezus Christus,
[#1] Vandaag staan we extra stil bij de vervolgde kerk.
Een onderwerp waar je je misschien niet direct wat bij voor kan stellen.
Zeker niet als je vanmorgen geen seconde hebt hoeven denken of het wel veilig was om naar de kerk te gaan.
Voor mij kwam het afgelopen mei heel dichtbij, toen ik in Engeland was.
Naast bij zat een deelnemer aan het congres die uit Turkije kwam.
Hij vertelde dat hij als dominee, voordat hij wegging, voor verhoor mee moest.
De Turkse overheid had moeite met zijn kerk.
Zijn collega-predikant zat in de gevangenis. Hij vroeg ons om voor hem te bidden.
We hebben gebeden dat hij, bij aankomst in Turkije, niet gearresteerd zou worden.
Dat hij nog mogelijkheid zou krijgen om te preken en bij zijn gezin te zijn.
Ik keek nog eens naast me, en was onder de indruk van wat die man vertelde.
We hebben van harte voor deze man gebeden en hem bemoedigd.
Maar zou jij, zou ik, ook weer op het vliegtuig gestapt zijn?

[#2] Wanneer we vandaag lezen in deze brief aan de Hebreeën dan kom je daar eigenlijk ook die twee verschillende werelden tegen.
Aan de éne kant zegt de schrijver: wat hebben jullie veel doorgemaakt. Toen jullie als Joden pas tot geloof kwamen, had je het heel moeilijk. Sommigen van jullie zijn in de gevangenis gegooid. Dat weten we ook van de eerste apostelen. Petrus zat gevangen, Jakobus en ook Stefanus zat gevangen. Hij werd zelfs gestenigd en daarna was er een periode van zware vervolging van de christenen: Paulus ging op zoek in Damascus naar volgelingen van Jezus om ze te vervolgen!
Zo was het voor jullie ook geen gemakkelijke tijd, zegt de Hebreeenschrijver. Het was een zware strijd en worsteling die je moest doormaken. Jullie werden gepest, uitgelachen, getreiterd. Je spullen werden van de afgepakt. Misschien wel uit je huis gezet, of je eten werd afgepakt, of je kon niets kopen, omdat je Christen geworden was. Dus jullie waren niet bezig met aanbiedingen op Black Friday, of met een decembermaand op komst, jullie hadden helemaal niets … een moeilijke tijd.
[#3] Want ik zei al: eigenlijk kom je hier in de brief beide situaties tegen. Niet alleen dat ze vervolgd worden, maar ook dat het juist makkelijk is om te geloven. Als deze brief geschreven wordt is het nodig om de gemeenteleden aan te sporen om trouw te blijven, om te blijven geloven. Sommigen komen niet trouw naar de samenkomsten, anderen hebben een lakse en gemakkelijke houding, ze staan niet meer stevig op hun belijdenis, maar ze dreigen te wankelen en Jezus uit het oog te verliezen. Als ze niet uitkijken hebben ze hun hart vol van andere zaken en niet van oprecht geloof in Jezus. Juist nu het makkelijk is, en er geen spanning is, krijgen ze deze brief. Vergeet je niet waar het om gaat? Verlies je God niet uit het oog? Houd je nu ook vol?

[#4] Maar is de tijd van verdrukking en de moeilijkheden een tijd waar ze liever niet aan terugdachten? Een tijd waar ze slecht op terugkijken? Nee, het is een tijd die de schrijver hen voorhoudt, juist in de situatie waar ze nu in zitten, om ze te bemoedigen.
Juist daarom grijpt de schrijver terug op de tijd. Weten jullie nog wat je hebt doorgemaakt? Hij houdt het hun voor ter bemoediging.
Toen het moeilijk was en je om je geloof verdrukt werd, toen heb je ook stand gehouden. Misschien was je toen nog juist wel meer aan elkaar verbonden als gemeente.
Je bezocht de mensen in de gevangenis,
je deelde van je eten met de mensen die het niet zo goed hadden,
je gaf van je bezit weg als anderen hun bezit kwijt waren.
Jullie waren een hechte gemeenschap.
Er is niets dat zo samen kan binden als wanneer je samen een moeilijke tijd doormaakt. Wanneer je elkaar dan vast kan houden, elkaar dan niet kwijt raakt, dan raak je als gemeente extra op elkaar betrokken en extra met elkaar begaan.
Dan weet je samen waar je voor staat en gaat.

En u, jij en ik? Denk zelf maar eens terug aan die eerste tijd, dat je net bij Christus hoorde. Je hebt toen misschien geen moeilijke tijd gehad: maar denk er eens aan. Hoe je vol was van zijn liefde, duidelijke keuzes maakte, er helemaal voor ging. Maar misschien heb je het wel mee gemaakt: dat je echt tegen de stroom in moest gaan om in je leven bewust voor de kerk van Christus te kiezen.

Bovendien: wanneer je dat samen doormaakt, raak je ook verbonden met Christus. Hij was degene die toen hij zelf op aarde was, geleden heeft. Hij is de weg gegaan van uitgejoeld worden door de mensen, gearresteerd worden, niet aangenomen worden, weggedaan worden, gewond en gemarteld worden en gekruisigd worden, en daardoor zelfs gedood. Hij dacht aan de vreugde die voor hem lag en liet zich niet afschrikken door de schande van het kruis (Hebr 12:2).

Jezus zei: neem je kruis op je en volg mij. Een dienaar is niet meer dan zijn meester. Je zult ook als dienaren van Jezus te maken krijgen met lijden en vervolging. Het is bijzonder om te lezen bij Open Doors hoe mensen ook ervaren dat ze van God kracht ontvangen en door God voort geholpen worden. Hoe ze samen een gemeente vormen. Zelf heb ik een paar keer iemand uit de gesloten gebieden mogen ontvangen die we vanuit Drenthe ondersteunden. Ze waren nauw op elkaar betrokken. Mochten niet openlijk hun geloof belijden. Als ze in een huis bij elkaar waren met zeven mensen voor een zondagse kerkdienst, was het maar afwachten of ze er de week daarna allemaal nog waren en of er niet één van hen gearresteerd zou zijn.

[#5] Wat een verschil met hoe we hier leven. Niemand legt je een strobreed in de weg om God te dienen. Om naar de kerk te gaan. De politie houd je niet tegen als je naar de kerk wil, niemand zet je in de gevangenis als je een bijbel verkoopt, je mag openlijk met anderen over het geloof praten. En doen je dat dan ook? Of het lukt de verleiding van een vrije zondag en een lekker bed wel om ons bij de kerkdienst vandaag te halen, wat de politie niet Noord-Korea niet voor elkaar krijgt? Of lukt het tolerantie in Nederland: iedereen mag toch zelf weten of en wat hij gelooft, wel wat de staat in Somalië niet voor elkaar krijgt: dat de christenen zwijgen over hun geloof. Juist de vrijheid en openheid kan een enorme bedreiging vormen voor ons geloof. Net als het bij de Hebreeën de vraag was of ze wel staande zouden blijven, of ze niet zouden verzwakken en achterblijven.

[#6] Is het dan hier altijd makkelijk om te geloven? Nee, want ook als er geen openlijke vijand is, kun je het zomaar moeilijk vinden om te geloven. Wat mij de laatste tijd vooral opvalt is dat jongeren vertellen dat er raar over hen gedaan wordt als ze geloven. Als je de enige bent uit de klas die zegt dat je zondag naar de kerk gaat. Als je een mooi gedicht opschrijft waarin je zegt dat jij je hulp van God verwacht. Er wordt om gelachen, er wordt naar elkaar gekeken, het is niet stoer. Als er al geen veilige sfeer is in de klas, voel je je dan wel onveilig. En een volgende keer … zeg je dan nog dat je christen bent en wat jouw houvast is en steun geeft? Zo kan het ook hier in Nederland soms lastig genoeg zijn om je geloof vast te houden.

In wat voor situatie je ook zit: een situatie van in alle rust je geloof belijden, van uitgelachen worden om je geloof, van vervolgd worden of van dreigen of te dwalen en Jezus uit het oog verliezen. De schrijver grijpt hier die moeilijke situatie aan om zijn lezers te bemoedigen.

[#6] Het eerste waar hij op wijst is, dat je iets beters bezit. Het kan gebeuren dat je hier op aarde je bezittingen kwijt raakt omdat je gelooft. Zaken worden je afgenomen. Maar je hebt een bezit in de hemel dat niemand van je af kan pakken. Een eeuwige schat, waarvan Jezus ook spreekt: die kan niet roesten, gestolen worden, kapot gaan, kwijt raken. Wat ze ook van je afpakken: hier kan niet aankomen, dit kan niemand je ontnemen. Die geweldige schat die je in de hemel hebt.

[#7] Het tweede waartoe we hier worden aangespoord is: leg de vrijmoedigheid niet af. Het is belangrijk dat je open en eerlijk over je geloof blijft praten. Je moet natuurlijk niet onnodig je leven in gevaar brengen. Maar als de gelegenheid zich voor doet, gebruik hem dan ook, om iets te delen van je geloof. Ook als anderen er lacherig op reageren, maar juist ook als het voor anderen vreemd en onbekend is. Wat geweldig is het dat hier staat: je zult er ruim voor worden beloond.

[#8] Het derde wat er beloofd wordt is: Jezus zal doen wat hij beloofd heeft. Dat is bestemd voor degenen die volharden, die Gods wil blijven doen.
Een duidelijke aansporing om God niet los te laten. Wat kan dat moeilijk zijn als je er vervolgd wordt om je geloof. Ik denk aan die vrouw die elke dat zes uur verhoord werd door de politie en daarna nog acht uur moest werken. Ze moest boven haar kracht cement tillen en anderen vroegen hoe kan ze dat doen. Maar ze volhardde. 19 jaar lang zat haar man in de cel. En toen kwam hij vrij: ze was toen 65 jaar. Samen mochten ze zien op God belofte: wie volhardt, die zal delen in wat God beloofd heeft.

[#9] Het vierde wat hier beloofd wordt is dat Jezus spoedig weer zal komen. Het is nog een korte tijd, zegt de schrijver hier met veel nadruk. Wie niet volhoudt, die zal omkomen. Wie terugdeinst, juist nu de verdrukking voorbij is, wordt niet gered. Maar de rechtvaardige zal door het geloof leven. Je zult gered worden! Je zult eeuwige leven krijgen. Juist door het geloof: het bewijs van de dingen die je nu nog niet ziet. In het volgende hoofdstuk volgt een lijst van vele gelovigen die daar ook aan vast gehouden hebben. Door het geloof, houd je je vast aan de belofte van Jezus.

En dat het dan nog langer duurt? Noach, Abraham en Mozes moesten ook wachten. Hebben het hier op aarde niet meegemaakt. Maar deze gelovigen onder het oude verbond wilden er geen deel aan krijgen, zonder ons. De gelovigen van het nieuwe verbond. Pas als het getal vol is komt Jezus terug. Dan zullen we eeuwig leven met Hem.

Het belangrijkste is dan ook het gebed. Laten we bidden dat we zelf vol mogen houden. Als het goed met het gaat, maar ook als je veel te dragen hebt. Als je in een zorgelijke of moeilijke situatie zit. Laten we elkaar opdragen aan God. Maar laten we ook bidden voor en meeleven met de vervolgde kerk. We bidden voor wat de Open Doors doet. We bidden voor al die mensen in Pakistan, Noord-Korea, Iran, Somalië en Turkije. Dat God hen de kracht mag geven die ze nodig hebben en hun leven mag beschermen. Dat een ieder vervuld van Gods zegen zijn weg mag gaan. Amen


Ezechiël 4 – Wat als mensen niet meer willen luisteren naar God?

november 12, 2018

Preek Heemse, 11-11-18
Tekst: Ezechiel 4:1-17

Geliefde gemeente van Jezus Christus,
Wat als mensen niet willen luisteren naar God?
[#1] Afgelopen weken hebben twee keer eerder naar de boodschap van Ezechiël geluisterd. Deze priester is door de Babyloniërs naar Babel meegevoerd, samen met de prinsen en belangrijke mensen, elf jaar voordat de Babyloniërs Jeruzalem en de tempel verwoesten. Met een groep ballingen woont hij nu aan het Kebarkanaal bij Teil Abib.
Over 11 jaar gaat het dus helemaal mis zal met Jeruzalem: de stad zal straks in puin liggen, er zal strijd en oorlog zijn. De maat zal vol zijn, dat moet Ezechiël zeggen.
Maar die ballingen: ze maken zich niet veel zorgen. God zal zijn stad toch wel sparen? Als God aan Abraham heeft gedacht, terwijl Abraham alleen was, zal Hij nu toch ook zoveel kinderen van Abraham wel sparen. Ze zeggen: Jeruzalem gaat verwoest worden? Kom nou dat meen je niet! Dat is de stad van God!

[#2] Ezechiël heeft met zijn preken gewaarschuwd: Gods oordeel komt! Hij is degene die op de stadsmuur staat en op de hoorn moet blazen om de mensen wakker te schudden. Om te zeggen: straks gaat het echt helemaal mis! Zijn waarschuwende boodschap vinden we in zijn boek. De sirenes klinken!
We hebben ook gezien dat hij apocalyptische taal gebruikt. Taal waarmee hij spreekt over Gog uit Magog, de grootmachten uit het Noorden. Ook daarin komt de boodschap naar de mensen toe. Maar ze willen het niet horen.

Een probleem van die tijd, maar ook een probleem van deze tijd. Gods boodschap klinkt in de bijbel. Gods woorden worden gebracht. Maar hoe vaak het lijkt het niet of mensen watjes in de oren hebben zitten? Hoe vaak zijn er geen koude harten, mensen die niet geraakt worden door de boodschap van de Geest. Hoe makkelijk sluit je je oren voor wat God wil zeggen. Dat de bijbel dicht blijft. Dat je de goede leer niet meer wilt verdragen. Hoe bereik je in deze samenleving mensen met het nieuws dat Jezus Christus gekomen is tot redding, zodat een ieder die in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Soms merk je het heel dichtbij: je zoon of dochter, broer of zus, buurman of buurvrouw wil, kan niet meer geloven. Wil geen rekening meer houden met de levende God die hemel en aarde gemaakt heeft. Hoe moet je hem, haar dan bereiken?
[#3] Ezechiel, de priester die ver bij de tempel vandaan is, heeft het steeds weer gehad over dat de mensen weer naar God moeten luisteren. Maar in hoofdstuk 3 kun je lezen dat hem door God het zwijgen wordt opgelegd. De mensen luisteren toch niet. Hij moet zich opsluiten in zijn huis, hij wordt met touwen gebonden en kan niet meer spreken. De mensen denken: van die profeet hebben we ook geen last meer. Zijn woorden hoeven we ook niet meer aan te horen. Die sirenes en alarmroepen hoeven niet meer te klinken. Ze gaan door met hun eigen leventje, een leven zonder de God. Een leven met de afgoden. Een leven midden in hun tijd, in de luxe van Babel en het nieuwe land.

Maar als de profeet niet meer mag spreken, geeft God hem een andere opdracht. God laat hem een toneelstukje opvoeren, een mimespel. Dat moesten profeten vaker doen. Jeremia kreeg de opdracht een gordel te kopen, en die vervolgens in een rotsholte te leggen en te laten verrotten, zo zouden Israël en Juda waardeloos worden (Jer 13).
Zoals God ook Jesaja opdracht had gegeven om naakt rond te gaan lopen, als teken dat de ballingen naakt zouden worden weggevoerd (Jesaja 20).
Hosea kreeg zelfs de opdracht om met een prostituee te gaan trouwen, als beeld van de ontrouw van het volk.
Als het volk niet wil horen gebruikt God onorthodoxe, aanstootgevende maatregelen, waar iedereen schande over spreekt om het volk wakker te schudden. Hij is zelfs bereid om zijn dienaar, zijn knecht te laten lijden en te vernederen, als het volk maar bereikt kan worden en wakker geschud kan worden.

Wat moet Ezechiël doen? Hij krijgt de opdracht om een klein Madurodam te bouwen. Hij pakt een kleitablet, die nog zacht is (er zijn duizenden van die tabletten gevonden) en hij gaat daar met een hard voorwerp de plattegrond van Jeruzalem in tekenen (er zijn meer kleitabletten met plattegronden gevonden). Hij maakt er een belegeringswal omheen. Zodat niemand meer de stad in of uit kan. Zodat de stad aangevallen kan worden. Hij moet stormrammen en wapens bouwen die laten zien dat de stad aangevallen wordt. Vervolgens moet hij een grote ijzeren plaat pakken, een bakplaat en moet hij achter die bakplaat gaan zitten. Hij kan die stad niet meer zien. Maar hij moet wel zijn arm omhoog heffen als een waarschuwing voor de stad. Zo zit hij daar in zijn huisje, in Babel, terwijl hij niet mag praten.

Kijk en daar komen de mensen aan. Zie je hoe ze zijn huisje binnenlopen.
Hoor je wat ze zeggen: hoe zou het met Ezechiel zijn? Hij houdt zich eindelijk stil.
Tjonge, wat is hij nu weer aan het doen? Wat een rare man is het toch.
Wat maakt nu dat hij daar zo achter die plaat gaat zitten. O kijk eens, hij heeft Jeruzalem getekend. Heb je hem weer: dan wil hij zo duidelijk maken dat de stad eraan gaat. Dat God niet meer zal luisteren. Dat God boos is en toornt over onze zonden. Dat God het niet meer aan kan zien. Dat het echt helemaal mis zal gaan.

[#4] Zouden ze hierdoor wel tot inkeer zijn gekomen? Gestopt met het dienen van de afgoden? Weer teruggekeerd zijn naar de levende God en berouw getoond hebben? Uit het vervolg begrijpen we dat het niet gebeurd is.
Maar … ze kunnen niet zeggen: we wisten niet dat het mis kon gaan.
God heeft het voor hen uitgetekend. Ze hadden het kunnen zien.
Ezechiël heeft het hen getoond. Als ze dan niet luisteren dan keert God zich van hen af. Dan straft Hij hen nog harder dan de volken rondom, want zij hadden Gods liefde kunnen kennen. Hij had hen juist uitgekozen, maar ze willen het niet weten.

[#5] Wat kunnen wij doen om in deze tijd Gods boodschap dan over te brengen. Kennelijk werkt God niet alleen in de weg van liefde en geduld. Kan de maat ook vol zijn. Is het soms ook goed om eerlijk de waarheid te vertellen, in plaats van er omheen te draaien. Moeten we dan ook toneelstukjes gaan doen? Misschien wel ja: kan iemand door een handeling aan het denken gezet worden dat het zo echt de verkeerde kant opgaat. Ik denk aan de hoorn die ik een paar weken terug meenam, of aan een mimeteam dat zonder iets te zeggen iets van God uit kan beelden. Tegelijk zijn er zoveel stille getuigen en tekenen in Nederland die ons eenzelfde boodschap tonen: kerken worden gesloten, diensten worden afgeschaft, kerkgebouwen gesloopt, omgebouwd tot bibliotheek, moskee of appartementen. Duidelijke tekenen dat mensen het woord van God niet meer nodig denken te hebben. Hoe zal het gaan het met een volk dat zich afsluit voor het woord van de levende God? In hoeverre wil jij Gods goede woorden horen en aannemen?

[#6] Vervolgens krijgt Ezechiël nog een tweede opdracht. Hij moet op zijn zij gaan liggen. 390 dagen op zijn linker zij, en dan nog veertig dagen op zijn rechterzij. Een hele tijd, onvoorstelbaar lang. Probeer maar eens één dag op één zij te liggen. Je krijgt pijn, het is niet prettig. Je krijgt misschien doorligwonden. Hoe kun je dat ooit volhouden? Ezechiël moet het doen. God legt uit waarom: hij moet dat doen voor de schuld van het volk. 390 jaar heeft Israel zich tegen God gekeerd vanaf de scheuring van het rijk. Veertig jaar zal Juda dan nog in Ballingschap moeten. Ezechiel draagt eerst de schuld van Israël en vervolgens de schuld van Juda. De mensen die gekomen zijn die zullen gezegd hebben: kom op Ezechiël, sta op! Dit kan toch zo niet langer. Je gaat er helemaal kapot aan. Je bloed. Het is niet om aan te zien. Ik was een keer in het ziekenhuis bij een patiënt, vastgebonden in een bed, dat ik echt dacht: wat een verschrikkelijk lijden met deze man toch doormaken. En hier gebeurt dat met een dienaar van God, een profeet. Laat God een mens zelf zo lijden, vanwege de zonden van het volk. Zouden ze daardoor wakker geschud worden. Zouden ze zo ontdekken dat de maat van God vol is?

[#7] Jeruzalem, Jeruzalem, dat zijn profeten veracht en doodt, zegt de Here Jezus later. Dat is gebeurd met verschillende profeten, maar uiteindelijk ook met de Here Jezus zelf. Ze hebben Hem ook laten lijden en zijn boodschap niet aan willen horen. God stuurde zijn profeten en was zelfs bereid hen te laten lijden, in het laatst van de dagen stuurde Hij zijn zoon. Wij zijn er misschien aan gewend, maar als het brood omhoog geheven wordt, als de je de wijn ziet van het avondmaal dan zijn dat net zulke ellendige bewijzen van hoe God zijn toorn liet neerkomen op de laatste van de profeten, op zijn Zoon. Hij leed aan het kruis voor de zonden van de wereld. Hij heeft de straf van al God kinderen willen dragen. Hij stierf daarvoor. Een confronterende boodschap: dat het God niet koud laat als wij Hem pijn doen met de zonden. Dat Hij liever dan ze ongestraft te laten, zijn eigen zoon ervoor gestraft heeft aan het kruis. De mensen van Jeruzalem hadden zich kunnen bekeren en de straf zo kunnen ontgaan. Wij kunnen ook die keuze maken. Want wie niet schuilt achter het bloed van Christus, die zal het vergaan als de stad van Jeruzalem. Dan schermt God zich af in de dag van het oordeel. Dan heb je de weg van redding afgewezen. Hoor je die indringende woorden van God? Leef je daarnaar?

[#8] Tenslotte moet de arme profeet nog één ding doen. Hij moet zes verschillende soorten graan en bonen pakken die bij elkaar in één pot doen. Hij moet er brood van bakken. Ezechiël zal de tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt bij elkaar hebben gezocht. Waarom nu deze opdracht. Er zijn mensen die zeggen: het is onrein, omdat je nooit twee soorten graan door elkaar mag zaaien, dus dat ook niet in een brood mag doen. Dat staat echter nergens. Waar het vooral op wijst is dat het brood van de armoede is. Geen lekker brood, maar het is een teken dat hij de restjes bij elkaar heeft moeten zoeken om zo nog een laatste beetje brood te hebben. Het is brood dat je eet als er bijna niets is, zeker als je er nog bonen en linzen door gaat mengen. Hij krijgt maar een klein beetje per dag. Daarbij komt dat Ezechiël ook nog eens maar heel weinig mag drinken. Er komt een hongersnood over de stad. De stad zal het zwaar te verduren krijgen tijdens de belegering. De mensen zullen het zwaar hebben. En dan moet die profeet dat eten vervolgens ook nog eens op uitwerpselen van mensen gaan bakken.

[#9] Maar nu protesteert de profeet, en dat is ook het enige lichtpuntje in onze tekst. Hij wil niet onrein eten eten dat daarop gebakken is. Rundermest was een goede brandstof, dat kon ook en Ezechiël krijgt dan ook toestemming om het daar wel op te bakken. God hoort zijn klacht. God hoort dat Ezechiël die als priester nooit onrein mocht zijn, nu ook niet onrein wil zijn. Hij hoort zo de vraag van zijn knecht. En hij gaat erop in. Het zijn verzen waarvan je misschien denkt: waarom staat het erin. Als God dan toch het andere ook goed vindt, waarom had Hij dat niet gelijk toegestaan. Maar hiermee wordt duidelijk. God sluit zijn oor niet af voor de profeet. Voor wie tot Hem roept. Verderop mag Ezechiël het ook zeggen: er zal een rest behouden blijven. Zo laat God zien dat hij er toch nog redding mogelijk is.

Aan de éne kant de boodschap hard is: God zal straffen. Het volk zal niet meer leven onder de zegen van de Here: hij doet zijn aangezicht niet meer schijnen over het volk. God zal straffen en zich afwenden.
Aan de andere kant is toch ook Gods genade zichtbaar. Hij wil graag aangeroepen worden. Hij wil de gebeden verhoren. Er zal een rest behouden blijven. Ezechiël mag later profeteren over een dal waarin de botten liggen, toch door Gods Geest weer tot leven gewekt zal worden. God zal een nieuw begin maken.

[#10] Aan het begin vroeg ik: hoe kun je anderen toch bereiken? Mensen die doof geworden zijn voor Gods boodschap. 1) God zelf geeft de moed nooit op en blijft zijn volk roepen en waarschuwen. Soms is de tijd gekomen dat spreken niet meer gaat. Dan kan het nog door je houding en gedrag duidelijk zijn dat jij wel naar God luistert. 2) God gaat ver in het roepen van zijn volk: zijn eigen dienaar lijdt eronder. Het kan ons soms pijn en verdriet kosten om te volharden. Het is niet altijd de leukste weg, maar God vraagt wel hem trouw te zijn. 3) Tenslotte: In Jezus Christus heeft God een dienaar gestuurd die wel heel de weg kon lopen. Uiteindelijk heeft God daarin zijn liefde en genade laten zien. Niet de toorn en boosheid overheerst, maar wij mogen vertellen: luister, er is genade. Er is door Christus geleden aan het kruis. Hij is heel de weg gegaan. Kom, tot Hem, allen die vermoeid en belast zijn en hij zal je rust geven! Ik bid dat je die woorden van Jezus hoort en aanneemt, dat je werkelijk komt! Amen


Psalm 51 – Gedoopt: door Christus schoongewassen van de zonde

oktober 18, 2018

Preek Heemse 23-9-2018

Tekst: Psalm 51

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Wanneer een kindje wordt geboren dan zijn we onder de indruk van hoe mooi het door God geschapen is. Psalm 139 bezingt het wonder van hoe God al in de moederschoot zo’n kindje heeft geweven. Vanaf het eerste begin is het omringd door Gods zorg en liefde. Zoals je onder de indruk komt van Gods grote scheppingswerk: de zon, de maan, de wolken, de luchten, de sterren, zo kun je ook onder de indruk komen van hoe God uit de liefde van man en vrouw een kindje doet groeien. Waar wetenschappers tegenwoordig veel kunnen en steeds meer ontdekken van het bijzondere van de schepping, blijft het een wonder hoe God ‘leven’ kan geven. Een uniek, kostbaar leven, waarvan de dagen in zijn boek staan. Om met Psalm 19 te zeggen: een verhaal zonder woorden over de almacht van God.

[#2] Toch vraag je bij de doop: ‘Erkent u dat Nick zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niet goeds kan doen en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn?’ Waarom wordt zo’n vraag gesteld? Als kerklid zit je misschien al te denken: nou, zoveel verkeerds zie ik nog niet bij zo’n klein baby’tje. Zo zondig is dit kindje toch nog niet. En zeker als er buren of vrienden zijn die niet naar de kerk gaan, kunnen zij ook vragen krijgen: is dit een kerk waar je somber wordt gemaakt, waar ze alles wat zwart zien, waar steeds weer over zonde wordt gepraat?

Ik begreep dat er dominees zijn die dan de vraag maar wat aanpassen. Het minder over dit kind laten gaan, maar meer in het algemeen houden. Dat ze zelf ook niet zo goed met die vragen uit de voeten kunnen. Zou dat een goede weg zijn? Of is dit iets waar je juist meer nadruk op zou moeten leggen? Iemand ging een keer weg hier bij de kerk en zei: er wordt te weinig over zonde gepreekt. Je hoort bijna niets meer over wat verkeerd is. Iedereen krijgt vooral een aai over de bol en te horen dat we een parel zijn in Gods hand, maar volgens mij klopt dat niet.

 

[#3] Gedoopt: door Christus schoongewassen van de zonde

  1. De zonde in beeld
  2. In zonde ontvangen
  3. Schoongewassen!

[#4] Om een goed beeld te krijgen wat het formulier bedoeld met ‘zondig en schuldig ter wereld gekomen’, moeten we eerst ontdekken wat zonde precies is. Als je op straat vraagt wat ‘zonde’ is, dan volgen er heel verschillende antwoorden. Zonde, dat is dat die mooi bloem geknakt is. Zonde dat we die wedstrijd verloren hebben. Zonde dat dat die mooie vaas kapot gevallen. Iets wat heel is, is kapot gegaan. Je kunt niet het doel bereiken wat je graag had willen bereiken. [#5]  Bij schuldig denken we aan iets wat je verkeerd hebt gedaan: jij hebt een nota nog niet betaald, dus je staat in de schuld. Je hebt een misdaad begaan: een overval, een inbraak, dus de rechter zegt dat je schuldig bent. ‘Zonde doet zich voor als een kwaad dat niet recht doet aan wat we ons bij het leven voorstellen’ (Brink/Kooi).

[#6] Als we in de kerk over zonde en schuld praten komt er nog wat bij. We geloven dat God ons gemaakt heeft en dus ook zijn regels en wetten geeft over hoe het goed is om te leven. Op zondag horen we de wet: niet vloeken, niet stelen, niet verlangen dat wat van de ander is. Regels die God geeft om ons leven goed te maken. Op het moment dat we zonde doen, missen we dus niet alleen ons doel, we doen dan ook zonde tegen God. We doen Hem pijn wanneer we geen liefde aan Hem of de naaste hebben getoond, wanneer we zijn regels overtreden.

[#7] Dat is ook wat in deze Psalm 51 opvalt: David had zijn buurman Uria gedood, hij had gekeken hoe mooi Batseba was en overspel gepleegd. Maar dan zegt hij: tegen U heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad was in uw ogen. Daar ontdek je de diepte van de zonde: hij had bloedschuld op zich geladen door Uria te laten doden, zijn nabestaanden zouden zich op hem willen wreken. Hij had zijn vrouw afgepakt. Hij had in een machtspositie Batseba verleid en meegenomen. Hij heeft de naaste pijn en gedaan en daarmee God pijn gedaan.

Wanneer David hier zijn schuld belijdt dan spreekt hij eerlijk tegenover God uit wat hij verkeerd heeft gedaan. Dat is wel het knappe en indrukwekkende van deze boetedoening. Als je bidt, zul je misschien vaak vragen: Here, vergeef mijn zonden. Maar denk je dan ook aan wat verkeerd is? Heb je dan ook werkelijk iets voor ogen, of denk je meer: als ik dat maar zeg dan is alles wat tussen God en mij instaat weer opgeruimd. Je merkt bij David dat hij echt spijt heeft van zijn zonden, dat hij er niet omheen draait en het niet goed praat, dat hij zich ook voorneemt om het goede te gaan doen: hij wil graag een nieuw hart, hij vraagt Gods Geest. Daarvoor moet je eerst weten wat je verkeerd hebt gedaan: dan kun je God vragen of hij wil helpen om het beter te gaan doen.

[#8] Moet je dan altijd alles precies kunnen benoemen? We lazen ook Psalm 19. Daar bidt de dichter of God hem ook van zijn verborgen zonden vrij wil spreken.

Hoe goed je ook je best kunt doen om zonde te ontdekken, soms ben je blind voor wat verkeerd is. Daarom is het goed als iemand je uit liefde wijst op dingen waar je ander mee kwetst, waarmee je de ander pijn doet, waarmee je niet aan de bedoeling van God beantwoord. Als iemand je aanspoort om met God te leven. Maar soms kunnen we ook als samenleving verborgen zonden hebben: eeuwenlang werd slavernij geaccepteerd, maar hoeveel onrecht is daar niet geleden. Hadden de mensen hun ogen op slot? En tegenwoordig: kun je schoenen en kleren kopen, die bijna niets kosten. Maar ben je je bewust van hoe daarvoor soms mensen uitgebuit worden en als slaven moeten werken. We mogen bidden dat God onze ogen opent: voor kwaad dat we anderen aandoen, voor pijn die we anderen bezorgen, voor verdriet dat wereldwijd pijn veroorzaakt.

 

[#9] 2. In zonde ontvangen?

We hebben zo helder wat zonde is, maar dan die vraag over zo’n babytje. Dat heeft nog geen zonde gedaan, maakt nog geen plannen om iets verkeerds te doen, en moet je dan op zoek gaan naar iets verkeerds. Het is toch vooral heel lief, kwetsbaar, snoezig?

Een belangrijke tekst in dit verband is Psalm 51,7. Ik heb die tekst al heel vaak gelezen maar nooit geweten dat het eigenlijk zo’n moeilijke tekst is. Als je de Hebreeuwse woorden gaat lezen, is het heel moeilijk te vertalen. David zegt: ik was schuldig toen ik (en dan wordt er meestal vertaald) werd geboren, anders is het niet te begrijpen. En dan gaat hij nog een stapje terug: naar hoe zijn bestaan begon. Sommigen zeggen dat dat moment dan al ‘zondig’ was, alsof seksualiteit iets zondigs is, maar David wil vooral zeggen: ik ben vanaf het eerst begin al zondig. Hij wil niet de schuld aan zijn moeder, aan zijn ouders geven. Hij zegt juist in vers 6: ik heb gezondigd. Hij vindt zichzelf schuldig en hij zegt: er deugd niets aan mij. Daarmee gaat hij terug naar het eerste begin, niet om een excuus aan te voeren, zo van: we zijn nu eenmaal zondig, dus ik kan er ook niet zoveel aan doen. Nee, juist om open en eerlijk tegen God te zeggen. Ik was niet goed, en dat zit heel diep in mij. Ik wil het niet goed praten, ik wil geen uitvluchten verzinnen, ik ben zelf de schuldige in deze situatie.

[#10] Hoe komt het dat David zondig is? Dat wij zondig zijn? Wanneer we dan bij de doop van een kindje zeggen: zondig en schuldig ter wereld gekomen bedoelen we niet dat zo’n kindje nu al zonde doet. Maar, eens, lang geleden hebben Adam en Eva in het paradijs tegen God gezondigd. Daarmee werd het leven gevangen in de dood: er is ziekte, handicap, pijn en verdriet gekomen. Uiteindelijk is het leven hier op aarde sterfelijk geworden. Zonder dat we het willen, weten we dat we hier op aarde het paradijs niet zullen vinden. Het koninkrijk van God, het eeuwige leven, het paradijs kunnen we niet meer binnengaan, met dit lichaam. We leven in een gebroken wereld. En wanneer dan een kindje geboren wordt dan kunnen we niet anders dan dat beamen: het is pril, het is kwetsbaar, want deze wereld is niet volmaakt. We delen allemaal in de gevolgen van de zonde. Dit leven op aarde is eindig. Het is niet mee de hemel op aarde.

Kunnen we het daartoe dan beperken? Bedoelen we alleen maar dat we allemaal sterfelijk mensen zijn? Nee, het gaat wel een stapje dieper. Want hoe komt dat, hoe is de dood in de wereld gekomen? Doordat Adam God verliet. Adam en Eva hadden de mogelijkheid om het goede te doen en ze kozen tegen God. Daarmee is elk kind dat de geboren wordt de mogelijkheid ontnomen om een volmaakt leven te leiden. Bij elk mens komen vroeger of later zonden naar voren. Pas dan zijn ze persoonlijk schuldig, nu deelt een babytje in de schuld van Adam. Daar is als het ware de wortel van de plant verrot en grijpt die verrotting om zich heen.

Ook al is het al Gods genade, dat Hij ook nog veel goeds in de mens heeft laten bestaan. Ook als je niet gedoopt wordt, groeit er nog veel moois in je leven, hebben we verstand, kun je van alles doen, kunnen we in liefde leven. Maar dat is dan wel beperkt tot het leven hier en nu. Duikt ook steeds weer de zonde de kop op.

 

[#11] 3. Schoongewassen!

Vaak wijs ik er bij de doopvont op dat de doop het teken is van schoonwassen. Zoals je onder de douche gaat en het vuil van je afspoelt. Zoals je je handen wast nadat je slijm hebt gemaakt. Zo wil de doop ons schoonwassen. David gebruikt in Psalm 51 ook heel duidelijk dat beeld: hij vraagt God om schoon gewassen te worden. Daarbij gebruikt hij een beeld uit de tempeldienst: met hysoop of majoraan, een plant die gebruikt werd om bloed te sprenkelen in de tempel wil hij schoongewassen worden. Hij wil graag weer witter worden dan sneeuw. Hij vraagt of God zijn ogen wil sluiten voor de zonden: of hij ze wil vergeven en wegdoen. Heel zijn schuld wil vernietigen.

[#12] Vandaag hebben we wat meer gelet op wat God dan weg wil wassen. Het is geen vrolijk en makkelijk onderwerp, maar wel goed om te weten en te beseffen wat Christus van ons weg wil nemen. Hoe beter je dat beseft, hoe meer je onder de indruk komt van Christus liefde. Hij wil ons schoonwassen van alle zonden, van de gevolgen van dat de zonden in de wereld gekomen zijn. Je bent zo schoon dat de weg naar het paradijs weer geopend is. Dat je voor God zelfs heilig bent, zonder zonde. Omdat Christus voor onze zonden gestorven is. Omdat hij ontvangen is uit de maagd Maria, zonder zonde. Omdat hij heel de weg gelopen heeft. Omdat hij aan het kruis met zijn bloed de schuld gedragen. Zo kan er vergeving zijn en vernieuwing.

Laten we tegelijk op onze hoede zijn. God wil niet dat je te makkelijk over vergeving praat. Dat zonde toegedekt wordt. Kwaad moet kwaad genoemd worden. David zegt: mijn zonden staan mij voor ogen. De pijn van wat hij heeft aangericht, iemand gedood, het huwelijk van Batseba kapot gemaakt, is bijna niet weg te doen. Hebben we in de kerk voldoende aandacht voor mensen die het slachtoffer geworden zijn van kwaad en zonden? Iemand die dat zijn leven lang mee moet dragen. Is daar oog en hulp voor? Of spreken we te snel over vergeving? We leven, helaas!, in een gebroken wereld. Ook met de doop wil het niet zeggen dat de wereld nu heel is. Ons leven lijdt ons de gevolgen van de zonden en is kent vaak pijn en verdriet. Ook ons blijft dat niet bespaard.

En toch … het is vandaag feest. Er klinkt een goede boodschap, het evangelie. God heeft zijn Zoon gegeven. Hij heeft voor ons de weg naar het paradijs geopend. Hij heeft gezegd wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden. Juist waar Hij verschijnt, ontdekken mensen hun eigen zonde: denk aan de belastingbeambte Zacheüs die opeens zag hoe fout hij was geweest; denk aan Petrus die zich naast Jezus opeens heel klein en zondig voelt en uitroept: Ik zondig mens! Soms is het moeilijk om je zonde concreet te zien: maar hoe dichter je bij Jezus leeft, hoe meer je zonde in beeld komt en je concreet dingen kunt benoemen. Maar juist rondom Jezus komt dan ook de verandering op gang: de ziekte wordt genezen, de boze geesten uitgedreven, Zacheüs gebruikt zijn geld weer goed en Petrus vertelt over de goedheid van Jezus.

Waar David om bidt is gebeurd: God heeft zijn heilige Geest uitgestort. Zullen we bidden om die Geest, zodat er ook werkelijk bevrijding en vernieuwing in ons leven mag zijn. Dat je niet alleen bidt om vergeving, maar ook bidt om een nieuw hart. Dat de vrucht van de Geest in je leven mag gaan groeien. Zo mag je van geslacht op geslacht het feest van de bevrijding vieren en gaan op de weg dit God je wijst. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Zondag 31 – blaas op de ramshoorn!

oktober 18, 2018

Preek gehouden Heemse

Tekst: Zondag 31

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Gelukkig zijn er mensen die ons land bewaken! Er mochten moslims opgepakt worden die een aanslag wilden plegen. Misschien waren er wel tientallen mensen om het leven gekomen op een station of bij een voetbalwedstrijd als er niet iemand heel wakker en oplettend was geweest en gezegd had: deze mannen moeten gearresteerd! En gelukkig zat de AIVD ook niet te slapen toen een paar Russische spionnen achter de geheimen van het atoomagentschap probeerden te komen. De mannen werden opgepakt en het land uitgezet. Als inwoner van Nederland ben je blij dat zo rampen voorkomen worden!

 

Maar wat als ze daar wel hadden zitten slapen? Dan was er misschien wel een aanslag gepleegd. Dan waren er misschien wel doden gevallen. En dan: je mag hopen dat ze het zelf overleven, maar daarna zullen ze wel moeten uitleggen waarom ze het niet in de gaten hadden. Moet de verantwoordelijk minister misschien wel aftreden. Wordt het “hoofd” geëist van de minister, omdat hij niet goed opgelet heeft.

 

Niet alleen ons land kan in gevaar zijn. Ook je leven kan in gevaar zijn. We lazen in de catechismus dat God een boodschap van redding heeft, voor wie het gelovig aanneemt. Maar eens komt de grote dag, Ezechiël spreekt over Gog en Magog, een dag van oordeel waarop degene die zich niet bekeert, niet in God gelooft verloren zal gaan. Wanneer jij niet in Jezus gelooft, wanneer je niet je afkeert van de zonden en je keert tot Hem, dan komt er een enorme ramp: dan zul je Gods toorn voelen over je leven. God zal het kwaad niet laten bestaan, maar Hij zal het straffen.

 

Het is dus maar goed dat God ook voor dat oordeel waarschuwt. Dat Hij wachters en wakers aangesteld heeft die moeten waarschuwen als dat oordeel komt. Over die mensen hebben we het vandaag als we het hebben over de twee sleutels van het koninkrijk: de verkondiging van het woord en de kerkelijke tucht, zeg maar: de preken en de momenten dat je persoonlijk aangesproken wordt. We zijn geroepen om elkaar te waarschuwen tegen de zonden, maar met name de ouderlingen en predikanten zullen ook in de bezoeken thuis moeten troosten, onderwijzen, maar ook waarschuwen.

 

Is het dan zo erg? In de tijd van Ezechiël hoorde men hem ook wel praten. Hij was een profeet, door God aangewezen om te waarschuwen tegen het gevaar. Toch gingen de mensen naar hem toe en zeiden: wat kan hij mooi praten, wat kan hij mooi spelen. Bijzonder zo’n man met van die mooie verhalen. Hij kan het goed brengen. Maar ondertussen gaan ze gewoon door met hun zonden, hun afgoden, hebben ze hun mond vol van liefde, maar denken ondertussen vooral aan hun eigen voordeel. De mensen nemen Ezechiël niet serieus.

 

Maar ondertussen bereikt wel verschrikkelijk bericht Ezechiël. Hij was zelf al 11 jaar geleden uit Jeruzalem weggevoerd. Hij woonde al in Babel. Samen met veel belangrijke mensen, met de notabelen, was hij al weg uit het land. Maar nu hoort hij dat Jeruzalem helemaal in puin ligt. Dat God zijn volk gestraft heeft. Dat de muren van Jeruzalem omver gehaald zijn en de tempel verwoest is. God is gekomen met zijn straf. God heeft niet eindeloos geduld gehad. In Jeruzalem is duidelijk geworden: God kan komen om zijn oordeel te geven.

 

Juist daarom wordt hier in dit hoofdstuk nog één keer de opdracht van Ezechiël herhaald. Ezechiël: je bent aangesteld om bovenop de stadmuur te staan. Als de stad in rust is en de mensen slapen, als de mensen bezig zijn met hun eigen dingen, moet jij op de uitkijk staan. Als het zwaard dan komt, als er gevaar dreigt: dan moet jij op de hoorn blazen. Dan moeten de sirenes afgaan. Dan moet er gewaarschuwd worden. Zodat de wapens gepakt kunnen worden, de poorten gesloten worden, zodat de stad voor een ramp wordt bewaard en niet wordt ingenomen.

 

Maar wat als Ezechiël wel slaapt? Als hij net een spelletje zit te doen of gezellig met zijn vrienden zit te kletsten. Dan komt de vijand wel de stad binnen. Dan worden er mensen gedood. En mocht Ezechiël het er levend afbrengen: dan zal hij voor de krijgsraad verschijnen en zal hij gestraft worden voor zijn fouten.

 

Wat een verantwoordelijkheid draagt Ezechiël. Wat een verantwoordelijkheid dragen dus ook de ouderlingen en met name de predikanten om te waarschuwen. Om het kwaad ook kwaad te noemen, zonde zonde te noemen, om op te roepen tot bekering als mensen op een verkeerde weg zijn. Zoals het ook staat in het formulier van ouderling; ze gaan op bezoek om de mensen te waarschuwen. Ook de Hebreeenschrijver zegt: uw voorgangers zijn het die waken over uw zielen. Zij houden de wacht!

Doe je dat ook als ouderling? Doe ik dat als dominee? Wanneer heb je dat voor het laatst gedaan? Wanneer heb je verteld dat het uitmaakt hoe je leeft en wat je gelooft en wat je kiest, en dat het een keus is tussen eeuwig leven en eeuwig straf. Vroeger werd wel gezegd: neem de tekst van Ezechiël maar niet al te zwaar. Dan kun je als ouderling of dominee toch bijna niet meer slapen. Als jij verantwoordelijkheid hebt. Dat het jou aangerekend wordt als je iemand niet gewaarschuwd hebt. Maar zijn we de laatste jaren niet erg makkelijk gaan denken over de taak van de ouderling?

Misschien voel jij, als ouderling, dat wel als een verantwoordelijkheid. Maar laten we eerlijk zijn, kun je in deze tijd nog wel iets met de tucht. Dat iemand jou gaat zeggen dat je niet teveel moet drinken, dat je beter voor je huwelijk moet zorgen, dat je meer oog moet hebben voor je naasten, dat je beter met de schepping om moet gaan. Je leeft toch je eigen leven? Je bepaalt toch zelf wat je doet? Die tijd zijn we toch wel voorbij dat iemand jou ga zeggen wat wel niet kan. Tucht: elkaar aanspreken is toch van vroeger. Dan krijg je toch zo’n benauwde wereld waarin iedereen elkaar in de gaten houdt?

 

Waarom laten we niet gewoon iedereen toe tot het avondmaal? Waarom kan niet gewoon iedereen zijn kinderen laten dopen? Past het niet meer bij deze tijd om gewoon een soort ‘volkskerk’ te zijn, zonder dat je elkaar gaat zeggen wat wel of niet past bij het evangelie? Waarom moet een kerkenraad toezien op leer en leven?

 

Als antwoord zou ik willen geven: omdat je zo laat zien dat je om elkaar geeft. Dat het je niet koud laat wat de ander doet. En dan is het niet alleen iets van de kerkenraad. Ieder in de gemeente wordt opgeroepen om elkaar aan te spreken. Dat kan alleen als je er bent voor elkaar, op de goede momenten, maar ook op de moeilijke momenten. Om elkaar aan te sporen.

Je waarschuwt je kinderen voor het verkeer, en hoopt dat veilig thuis komen.

Alcohol: nix onder 18; Niet roken-dodelijk;

ouderen: niet mopperen; oog voor je kinderen of druk met werk en schermpjes

Voor het geloof ook waarschuwen?

Want zegt God: ik ben vind het niet fijn als een zondaar omkomt. Ik heb er geen plezier in als de spotter verloren gaat. Ik vind het niet fijn als iemand zonder mij leeft en zich niet bekeert. Waarom stel Ik een wachter aan? Om te zorgen dat iemand tot inkeer kan komen, dat je gered kan worden. Waarom heb ik mijn zoon gezonden als de grootste profeet: omdat Hij zo door zijn sterven kon laten zien dat Hij wil dat een ieder die in Hem geloofd niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. De wereld ligt als onder het oordeel, dat komt hij niet vertellen. Uit onszelf zouden we al verloren gaan: maar de goede boodschap van de wachter is juist dat je gered kan worden. Dat je eeuwig leven kan krijgen. Dat God deze wereld liefheeft.

 

Je kunt je voorstellen dat de mensen het niet altijd fijn vinden als je wijst op iets wat niet goed is. Als je iemand ontdekt aan zonden. Op dat moment is Jeruzalem al een keer geplunderd en de stad van God wordt helemaal verwoest. Juist op dit moment zien sommigen dat de waarschuwing niet voor niets was. Ze zeggen: Onze misdaden en onze zonden, ze worden ons aangerekend. Al die momenten dat we niet luisterden en deden wat God van ons vroeg. Al die jaren dat we God zijn vergeten. Hoe kan er nu redding zijn. Kennelijk kun je zo in de put raken van je zonden: je hebt een verkeerde keus gemaakt. Jij bent degene die is gaan rijden met zoveel drank op, jij hebt een zonde gedaan waar een ander bijna aan onderdoor gaat. Kun je dan gered worden?

 

Juist dan mag Ezechiël zeggen: God wil dat je gered wordt. Hij wordt blij als je tot inkeer komt. En Hij noemt ook voorbeelden van wat er dan gebeurt. Diegene die iets in onderpand had genomen, en het niet teruggegeven had, geeft het weer terug. Diegene die gestolen heeft die geeft het weer terug. Denk aan hoe Zacheüs weer orde op zaken bracht. Bekering wil zeggen dat je met je hart voelt, met je mond zegt, maar ook in je daden laat zien dat je anders wil. Wat geweldig als de mensen zo weer tot inkeer komen.

 

De catechismus wijst aan dat er twee sleutels zijn. Aan de éne kant de preken. God laat op de preekstoel horen dat het rijk open kan gaan en dicht kan. Dat wordt gezegd tegen ieder gezamenlijk, maar ook tegen jou persoonlijk. En dan is het niet: ik ben binnen, dus er dreigt geen gevaar. Nee: steeds weer moet je wakker geschud worden. Elke keer als je het met een geloof hart aanneemt dat Christus voor je gestorven is, dan wordt je gered. Mag je zeker zijn van je redding. Maar als je je niet bekeert, als je een huichelaar bent en doet alsof, dan blijft Gods toorn op je, zolang je je niet bekeert. Wat is het belangrijk dat de preken ook zo klinken: dat het aankomt op een keus. En dat je zelf de preken ook zo hoort!

 

De tweede sleutel is de meer persoonlijke sleutel. Dan komt er iemand op je af, en spreekt je ergens op aan. En als het niet landt, neemt hij een ander mee. Hij probeert je te overtuigen om te stoppen met dat wat niet goed is. Wat geweldig als je dan tot inkeer komt. Voor niemand gaat de deur dicht, als je tot inkeer komt en je redding bij Jezus zoekt. Maar als je volhardt. Als je de boodschap niet aan wil nemen, dan kan de ouderling komen met de boodschap: ‘als het klopt dat je zo in het leven staat, dan is het koninkrijk van God voor jou gesloten.’ Hij blaast op de hoorn en waarschuwt je voor gevaar. De catechismus zegt: dan word je dus uit het rijk van Christus gesloten. Het is niet een ouderling of kerkenraad die iets beslist: het is een kerkenraad die na wil zeggen wat we in de bijbel lezen, wat de wachter vertelt: laat je redden door de enige naar die er is, laat je redden door Jezus Christus.

 

Ezechiël is weer op zijn post gaan staan. Ook toen het land verwoest was. De mensen dachten nog: als God aan Abraham gedacht heeft, zal hij ook wel aan zijn kinderen denken. Maar, Ezechiël, moet helaas zeggen het onheil komt! En pas daarna zal God, als de straf betaald is, zich ontfermen over zijn kinderen.

 

Wij weten het: eens mogen we binnengaan in de lichtstad met de paarlen poorten. De stad van God. Het is een tehuis voor moede pelgrims. We bidden voor iedereen, we sporen elkaar aan om mee te gaan, we bidden voor onszelf, om niet achter te blijven, maar met elkaar straks juichend te staan in het nieuw Jeruzalem. Dat God u, jou en mij dat in zijn genade mag schenken. Amen