Matteus 22 – Jezus roept je tot het feest!

september 3, 2018

Preek gehouden Heemse

Tekst: Zondag 30, Matteüs 22

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus, jongens en meisjes,

[#1] Stel je voor. Er komt een brief. Jouw naam staat erop.

Als je hem opendoet zie je vlaggetjes en trouwringen.

Er gaat iemand trouwen. En jij mag komen!

De juf gaat trouwen en jij mag de hele dag komen.

Het wordt feest! Lekker eten, mooie kleren, gezellige mensen.

Daar sta je dan met die kaart in de handen. Je straalt van geluk!

Je kunt niet wachten en telt hoeveel nachtjes het nog slapen is.

[#2] Tegelijk betekent het ook dat je wat moet gaan doen.

Je moet een liedje oefenen dat je gaat zingen.

Je gaat naar de winkel om mooie kleren te kopen.

Een mooie jurk, of misschien wel een stropdas.

Nieuwe schoenen. Je wil er netjes bijlopen.

Je gaat zorgen dat je er picobello uit ziet. Dat je hele mooi kleren krijgt:

kleren die passen bij een bruiloft.

[#3] Ook u krijgt deze week een uitnodiging.

Zondag vieren we weer avondmaal. Het feest van Jezus Christus.

Hij roep je op om te komen: om te eten en drinken, om samen te zijn.

Om Hem van heel dichtbij te ervaren. Hij wil de gastheer zijn.

Juist bij het avondmaal mag je al iets proeven van het grote feest dat komt.

Als Jezus terugkomt: als het leven volmaakt goed wordt.

Als Jezus de wijn nieuw met ons zal drinken in het hemels koninkrijk.

Komt u naar het feest? Vier je het avondmaal mee?

Bereid je je voor op het feest? Zie je of je klaar bent voor het feest.

Trek je je feestkleren aan?

Zing je mee met de kerk: maranatha! Geef dat het feest mag beginnen?

 

[#4] Jezus roept je tot het feest!

  1. Kom je ook?
  2. Je mag komen!
  3. Kleed je voor het feest

 

  1. Kom je ook? Jezus vertelt: er is een koning die een groot feest gaat geven.

Hij had al lang van tevoren de uitnodigingen verstuurt.

De burgemeesters, de belangrijkste zakenlui en de ministers mogen allemaal komen.

Ze hadden allemaal een uitnodiging in de brievenbus gehad.

Mijn zoon gaat trouwen.

Kom allemaal naar het feest!

 

Maar als alles klaar is voor het feest, en de knechten zeggen:

het feest is vandaag, vergeet het niet! Dan zeggen ze:

‘ik moet eerst nog een dagje werken. De klant wacht op mijn klus.

Ik moet eerst de planten nog water geven.

Ik moet nog naar de markt om een koe te verkopen. Ze sturen de knechten weg.

Dan zendt de koning nieuwe knechten. Hij zegt: Alles staat klaar voor het feest. Er is eten en drinken, ik heb het beste vlees, want ik heb een koe en een os geslacht. De zaal is klaargemaakt. Kom nou mee.

[#5] Maar wat doen ze? Ze gaan gewoon naar hun werk en sommigen waren boos en sloegen de knechten van de koning dood! Dan wordt de koning boos en zendt zijn leger om die mensen te doden en de stad te verbranden.

 

Waarom vertelt Jezus dit? God had aan Abraham, Jozef, Mozes en David, tegen alle Joden gezegd: ik zal een nieuw rijk brengen. Een groot feest geven. Maar toen God zijn profeten, priesters en koningen gaf toen luisterden de mensen niet naar Hem. Ze gingen vaak hun eigen gang. Nu komt Jezus bij de Joden: Hij heeft wonderen gedaan, vertelt over het feest. Maar … de Farizeeën en de mensen willen hem arresteren en ze gaan Hem zelfs kruisigen! Even had het geleken of het goed kwam: toen Jezus met veel gejuich op een ezel Jeruzalem binnen kwam rijden. Maar later ging het weer mis: Ze waren het volk van het verbond, maar toen God hen opzocht voor een groot feest van het nieuwe verbond gaven ze niet thuis. Zij willen niet op het feest van God komen!

 

[#6] God wil graag dat de tafel vol zit. Hij roept zijn kinderen. Ik ga even niet erop in dat je vijandig kan staan tegenover God. Dat je Jezus verwerpt. Dat gebeurt ook, dat gebeurde in de tijd van Jezus en ook nu kan je vijandig komen te staan tegenover het geloof en tegenover Jezus. Maar kennelijk vindt niet iedereen het nodig om te komen. Ook volgende week kan dat zo zijn. Dat je wegblijft van het avondmaal. Dat je niet mee gaat vieren. Waarom kom je dan niet? Het kan onverschilligheid zijn. Je bent vooral met aardse dingen bezig: met je werk, met je familie, met je gezondheid, met je bedrijf, je werk of school. Met alles wat op je afkomt. Net als die mensen in de tijd van Jezus liever naar de boerderij of hun bedrijf gingen, dan naar het bruiloftsfeest. Jouw plekje op de bank blijft leeg als er kerk is, ’s morgens of ’s middags of zelfs de hele zondag. Jouw stoel aan het avondmaal blijft leeg. We zijn moderne mensen, maar het kan zomaar zijn dat allerlei aardse zaken gaan overheersen, dat er geen tijd meer overblijft voor de hemelse zaken. Voor waar het echt om draait. Maak je tijd voor bijbellezen en bidden? Voor de mensen in je wijk? Het kan zomaar zijn dat je de week zo vol plant dat de zondag zozeer een dag voor familie wordt, dat de kerkdiensten daar zelfs voor moeten wijken. Het is geen kwade wil, maar het overkomt je, je wordt meegenomen in dat levenspatroon, je kopieert gedrag van anderen. Je wordt lauwer en minder actief. Langzaam sluipt het erin.

 

Je kunt jezelf dan makkelijk overschatten. Het avondmaal of de kerkdienst heb ik niet nodig. Ik geloof wel. Maar besef je dan wel dat geloof altijd aangevochten wordt. Dat het steeds in gevaar is. Ongeloof en kleingeloof liggen zomaar op de loer. Denk aan Petrus die zei: ik verlaat u nooit! Maar even later, toen het moeilijk werd, deed hij alsof hij Jezus niet kende. Jezus nodigt je uit: juist om je geloof te versterken, om het feest weer te vieren, om weer nauwer met Hem verbonden te zijn.

 

[#7] 2. Je mag komen

Maar wat doet de Koning als hij daar in een lege zaal staat, met veel vlees en drinken, maar zonder gasten? … Hij zegt: Het feest moet doorgaan! Daarom, knechten, ga naar buiten: ga op de hoeken van de straten staan. Nodig iedereen uit die je tegen komt. Zeg tegen hen dat ze op het bruiloftsfeest mogen komen. Jullie mogen feestvieren, omdat mijn zoon gaat trouwen!

Wanneer de Joden niet komen, mag iedereen komen. Zo is het ook gegaan: Na de dood van Jezus worden ook Grieken en Romeinen geroepen, en later worden ook Syriers, Armeniers, Engelsen, Nederlanders en Duitsers, tot het feest geroepen. En ook Joden mogen nog steeds komen, als ze Jezus aannemen. Steeds weer klinkt de uitnodiging. Mag je die uitnodiging ook weer laten klinken voor de mensen om je heen. Mag je door wat je doet iets van de liefde van Christus doorgeven. Ik denk ook an wat jongeren afgelopen zomer ook mochten doen in Beerze en in Roemenië.

Je mag komen! Gods uitnodiging is niet voor een bepaalde groep of een bepaald volk. Niet voor mensen met een bepaalde opleiding, een bepaalde manier van leven, een bepaalde geaardheid of huidskleur. Iedereen wordt uitgenodigd!

We lazen vandaag de catechismus over het avondmaal. Er wordt gesproken over wat we precies vieren. Wat geloven we van het brood en de wijn. Maar de aandacht verschuift van de gastheer en wat Hij uitdeelt, in zondag 30 naar de gasten. Voor wie het is avondmaal ingesteld? En dan is het antwoord duidelijk: gelijk aan het begin al staat er dat het is voor mensen die hun zonde kennen. Het is niet voor iemand die helemaal goed is, of bijna helemaal goed is. Nee het is voor mensen zoals u, jij en ik. Mensen die ook verkeerde dingen doen. Die het soms bij de handen afbreekt. Die moeite hebben om Gods geboden te houden. Die verlangen naar liefde, maar soms zoveel teleurstelling hebben in hun leven. Die graag anders zouden willen, maar bij wie dat niet altijd lukt. Die verdrietig zijn om ingrijpende gebeurtenissen. Die wel willen geloven, maar soms zoveel vragen aan God hebben.

[#8] Iedereen wordt uitgenodigd! De koning heeft een groot plan. Hij wil een geweldig feest geven voor zijn zoon en er is niemand die dat feest kan tegenhouden. Hij zal zorgen dat de bruiloftszaal straks vol zit. En dat gebeurt ook! We lezen in vers 10 dat de zaal vol komt. Met heel verschillende mensen.

De gelijkenis had zomaar hier op kunnen houden: je mag komen zoals je bent. Of je nu goed of slecht bent in de ogen van mensen. Er is voor iedereen een plekje. Maar in de voorbereiding van het avondmaal wordt niet alleen gezegd: je mag komen als zondaar. Daar begint het mee. De uitnodiging is voor iedereen. Maar er staan nog wel iets meer bij. En dat wordt door het vervolg van de gelijkenis ook verder duidelijk gemaakt.

 

[#9] 3. Kleed je voor het feest

Het feest is begonnen! Er wordt muziek gemaakt. Er wordt gegeten en gedronken. Heerlijke dranken, de lekkerste gerechten. Dan komt de koning binnen. Hij geniet van het feest, van de gezelligheid. Hij ziet hoe zijn zoon geniet van het feest! Wat is hij blij dat de mensen gekomen zijn. Maar dan … wat is dat? Zijn glimlach verdwijnt. Er komt een frons op zijn voorhoofd. Hij kijkt opeens heel donker. Daar is iemand die geen feestkleren aanheeft. Hij vond het niet de tijd, energie en moeite waard om een feestkleren aan te trekken. Gewoon de kleren waarmee hij net in de stal stond, waarmee hij net in de wijngaard aan het werk was. Niks feestelijks. Gewoon zijn daagse kleren. Zeg maar jongens en meisjes: de kleren waarmee je net nog in de zandbak hebt gespeeld of gevoetbald hebt.

De koning wordt heel boos! Waarom kom je zo op mijn feest? Jongens en meisjes, denk maar aan die uitnodiging die je zou kunnen krijgen voor de bruiloft van de juf: dan trek je toch mooie kleren aan! Deze man heeft er niets van begrepen. De knechten moeten de man pakken en naar buiten brengen. Hij mag niet binnen blijven. Dat voelt heel naar: terwijl iedereen lekker feest aan het vieren is, zit jij buiten in het donker, zonder eten en zonder drinken. Denk maar aan die vijf dwaze meisjes die niet meer naar binnen mochten op het feest, ook omdat ze zich niet goed voorbereid hadden. Hun olie was op. Je staat dan buiten.

Maar kon die man er wel wat aan doen? Hij was toch zo van de straat geplukt. Hij had misschien helemaal geen geld om een nieuw pak te kopen. En als hij dat al wel had: waar had hij dan zo snel een goed passend pak vandaan moeten halen? Je zou ook zelf de vraag kunnen stellen: hoe kan ik zo leven dat ik goed genoeg ben om avondmaal te vieren. Jongens en meisjes, Jezus vraagt mooie kleren. Niet nette kleren, maar net gedrag: dat je goede dingen doet. Dat je let op de woorden die je zegt, dat je eerbiedig bent tijdens het bidden, dat je deze week aardig doet tegen kinderen in je klas. En als je ouder bent, je hoort de hele lijst van de wet straks: God wil niet dat je in eigen belang wetten ontduikt, dat je op bittere toon tegen je naaste spreekt, dat je het niet goed wil maken met de ander, dat je armen om laat komen terwijl jij een vroom gebed uitspreekt. Dat je je erbij neerlegt dat je in het huwelijk langs elkaar heen leeft, in plaats van dat je tijd maakt voor elkaar.

Iedereen mag komen. Maar kan ik wel komen. Of kom ik straks, wil ik feest vieren en stuurt Jezus me dan alsof nog weg. Sta ik dan toch nog aan de verkeerde kant van de streep en eindig ik in de duisternis? Hoe kon die man er wat aan doen? Hoe kan ik er wat aan doen dat ik het feest mee mag vieren.

De gebruikelijke uitleg van de gelijkenis is dan ook dat de koning zelf bij de ingang de bruiloftsgasten feestkleren gaf. Zijn knechten deelden ze uit. Mooie, feestelijke kleren gratis en voor niets. Er zijn voorbeelden dat het zo in het oude nabije oosten gebeurde als er een feest was. Dat verklaart ook waarom die man best feestkleren aan had kunnen doen. Ze werden hem aangeboden. Hij hoefde ze alleen maar aan te doen.

En dan is het goed om te zien wat de catechismus zegt: stap 2 en 3 van de zelfbeproeving zijn niet: je voornemen goed te gaan doen en dan ook helemaal heilig worden. Nee: stap 2 is: de genade van Christus aannemen. Geloven dat Hij voor je zonden gestorven is. Zijn witte kleren over jouw vuile kleren aantrekken. En van daaruit het verlangen hebben om het goede te doen.

U wordt geroepen, velen worden geroepen: maar ik hoop dat je hoort bij degenen die de genade van Christus werkelijk begrijpen. Dat je je feestkleed aantrekt en zegt: Here Jezus, was mij schoon, bekleed mij met uw genade. Geef dat ik zo vanuit uw kracht feest mag gaan vieren, mijn leven nieuw mag maken en straks voor eeuwig binnen mag gaan in uw feest! Amen.

 

 

Advertenties

Lukas 12:13-21 – Christus leert wat echte rijkdom is

augustus 27, 2018

Preek gehouden Heemse, 26 augustus 2018

Tekst: Luk 12:13-21

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Neem rust, eet, drink en vermaak je!

Dat is wat de rijke man zegt als hij veel verdiend heeft.

Als hij zijn schaapjes op het droge heeft.

Dat is iets wat we, als we vakantie hebben ook zeggen: neem rust. Rust lekker uit. Doe eens andere dingen. Leg je werk even neer. Genieten van contacten, van eten en drinken en vermaak je. Niets mis mee …

Maar ja … wij zeggen dat voor die weken dat je vakantie hebt. Even geen wekker hoeft te zetten, niet naar school hoeft, niet hoeft te leren. Maar op een gegeven moment komt dan toch het moment dat je niet langer zegt: neem rust. Dat je niet langer zegt: doe wat je leuk vindt, maar als je nog naar school gaat en werkt, dan klinkt er: ga weer aan de slag, de vakantie is voorbij, en ga doen wat je moet doen om te zorgen dat er brood op de plank komt, dat je je school goed af kon ronden. Dat je je taken weer kan doen.

 

[#2] Waarom werk je dan? Waarom zou je je inspannen en de taken weer op je nemen? Met wat voor houding ga je aan het werk? Misschien deze week al, of als je nog vakantie hebt, na je vakantie? Alleen maar om zoveel mogelijk geld te verdienen en zoveel mogelijk te kunnen kopen? Om straks op tijd met pensioen te kunnen? Ga je naar school en doe je je best om een zo goed mogelijke baan te krijgen? We leven in een samenleving waar bijna alles uitgedrukt wordt in geld. We leren al jong om economisch te denken. Rijk zijn is toch: veel geld hebben? Maar is ons leven uit te drukken in geld? Hoeveel vrouwen en mannen halen hun zelfwaardering niet uit wat ze verdienen of wat voor werk ze doen? Of is er een andere manier waarop je echt rijk kunt worden? Waarop je leven echt zinvol wordt. Het leven kan zomaar afgelopen zijn, lazen we net. Met dit voorbeeld wil Jezus je echt even stil zetten.

 

[#3] Christus leert wat echte rijkdom is

  1. Laat je niet gevangennemen door het geld
  2. Je leven hangt niet af van je bezittingen
  3. maar wees rijk in God

 

[#4] Er komt een man naar Jezus toe. Hij heeft een conflict met zijn broer. Ruzie. Misschien heeft zijn broer wel gezegd: ik wil je niet meer zien. Het gaat over een erfenis. Kennelijk zijn beide ouders overleden en krijgen ze geld en bezit. Heb jij, heeft u wel eens een erfenis gehad? Je kunt heel rijk worden van een erfenis! Of in ieder geval een mooie som geld krijgen. Maar hoe verdeel je het geld eerlijk? Er zijn films gemaakt en boeken geschreven over de ruzies die hierover ontstaan. Wat er precies aan de hand is lezen we niet. Misschien gunt hij zelf zijn oudere broer het dubbele deel niet waar de oudste recht op heeft. Misschien dat de oudste zegt alles is voor mij. Jij krijgt niets, want … je keek niet om naar je ouders. Of … je hebt toch al genoeg. In ieder geval: hier staan twee mensen tegenover elkaar.

[#5] Deze broer die komt klagen, vindt dat hij zelf gelijk heeft. En daarom komt hij met zijn vraag bij Jezus. Hij noemt hem meester, leermeester. Hij ziet hem als het gezag. Zoals de rabbi’s, de leermeesters van de joden gezag hadden en wel uitspraken deden in moeilijke kwesties. Jezus moet maar zeggen dat hij gelijk heeft. Hij hoopt dat als Jezus dat gezegd heeft dat zijn broer zich ook bij de uitspraak van Jezus neer zal leggen en zal gehoorzamen.

Stel jij ook wel eens zo’n vraag aan Jezus? Dat je gebed is: Here, wilt u geven dat ik gelijk krijg? Dat als je ruzie hebt over geld dat jij dan in je recht wordt gesteld. Als er een conflict is over een bedrijf, als er verschil van mening is bij een scheiding, verschil van inzicht over wie wat moet krijgen, je het niet eens bent over je loon. Je discussie hebt met de verzekering over wat wel of niet vergoed wordt.

Je ziet hier dat de man wil dat er een uitspraak in zijn voordeel wordt gedaan. Jezus wordt een soort rijdende rechter die een conflict moet oplossen. Deze man wil dat hij er zelf beter van wordt.

Daarmee staat hij symbool voor mensen die geloof gebruiken voor een eigen voordeel. Die proberen er beter uit te komen door te gaan geloven. Die denken dat het dan ook beter met je gaat en je meer geld zult krijgen. Vinden dat God altijd voor je moet zijn en je moet helpen. Die hun gebed ook zo gebruiken dat hun eigen wensen in vervulling gaan: die zelfs kunnen bidden voor hun eigen club, hun eigen land, hun eigen belangen. Die menen dat bidden en manier is om je zin en je gelijk te krijgen.

[#6] Maar Jezus prikt er door doorheen. Hij gaat geen uitspraak doen over die erfenis. Jezus komt niet tussen beiden. Hij zegt niet: ‘jij hebt gelijk’ of ‘jij hebt geen gelijk’.  Die man weet nog niet waar hij aan toe is. Maar Jezus waarschuwt hem, en alle mensen die erom heen staan tegen de hebzucht. Tegen het steeds meer, meer, meer willen hebben. Dat je nooit genoeg hebt. Deze man wil zijn erfenis, hij wil rijker worden. Jezus had in het begin van dit hoofdstuk gezegd: je kunt Mij verliezen als je vervolgd wordt om je geloof, als je uit angst niet meer voor mijn naam uitkomt. Maar nu waarschuwt Hij tegen de hebzucht: je kunt steeds meer en meer willen, meer geld en bezit en er zo vol van worden dat je mij uit het oog verliest. Jezus waarschuwt hier tegen bezit, maar dat kunnen ook andere dingen zijn dat je steeds meer wilt: steeds meer drank, meer games, meer films, meer boeken, meer seks, meer feesten, meer vakanties. Allemaal aardse zaken, maar je kunt er zo vol van worden dat je het echte leven uit het oog verliest. Dat je je uiteindelijk druk maakt om iets wat er niet echt toe doet. Waar je ook nooit genoeg van krijgt: zoals spreuken 30 ook zei. Een uitgedroogd stuk land wil steeds meer en meer regen. Het dodenrijk eist steeds weer nieuwe levens: steeds weer sterven mensen. Het vuur verslindt. En een heel gevoelige, en begrijpelijke: een vrouw die geen kind kan krijgen, voelt dat gemis steeds weer opkomen. Jezus noemt hier de verkeerde kant: hebzucht. Steeds weer zeggen: Geef mij! Geef mij! Geef mij! Ikke, ikke, ikke!

Maar mocht die man die vraag niet stellen? Natuurlijk moeten dingen eerlijk verdeeld worden. Maar dat mag die man zelf oplossen. Jezus wil hem eerst tot redding brengen tot echte rijkdom, tot eeuwig leven en van daaruit leert Jezus hem hier hoe je tegenover geld en bezit moet staan. Wanneer geld en bezit de belangrijkste reden worden om te leven, wanneer je je laat leiden door hebzucht dan ben je verkeerd bezig. Dan zie je niet meer wat echt belangrijk is. Jezus gaat hier niet in op de vraag van de man. Hij spreekt niet over de verdeling van geld, maar over hoe je met geld omgaat. Hij leert dat geld in dit leven slechts een middel is om door te leven en anderen te helpen. Het kan de leegte in je hart niet vullen en kan je leven ook niet langer maken.

Stel jezelf daarom maar de vraag: waar laat ik me door leiden. Waar maak ik ongemerkt een afgod van? Welke rol speelt hebzucht in mijn leven?

 

[#7] 2. Je leven hangt niet af van je bezittingen

Om duidelijk te maken dat geld niet zo belangrijk is, als je soms wel denkt, vertelt Jezus het verhaal over de rijke dwaas. Kennelijk had hij een beter jaar gehad dat dan de meeste boeren dit jaar, nu het zo droog is geweest. Hij heeft zo’n grote oogst dat het niet in de schuur past. Een grote oogst: zonder kunstmest, zonder een Claas of New Holland, zonder buienradar. Hij had nog beter kunnen weten dat God het hem gaf. Maar Hij ziet het vooral als probleem. Hij moet meer ruimte hebben. Opvallend is dat hij telkens aan zichzelf denkt in deze tekst. Het gaat de hele tijd over ‘ik’. Hij ligt er zelfs wakker van.

[#8] Wat moet ik nu? Iemand zei: misschien ligt hij wel meer te piekeren dan een bedelaar die dagelijks zijn brood bij elkaar moet bedelen. Het levert hem allemaal zorgen en hoofdbrekens op. Zie je die rijke man voor je? Hoe hij maar piekert en piekert? Hij zoekt God er in niet in op. Hij denkt niet: dan geef ik wat aan de armen. Hij ziet maar één oplossing: uitbreiden. En dan maar niet de schuren wat vergroten: nee, alles afbreken en groter opbouwen. Ook al is er het risico dat volgend jaar bij een slechte oogst hij veel ruimte over heeft. In ieder geval kan hij nu vele jaren vooruit. Nu kan hij zeggen: neem rust, eet en drink, en geniet, vermaak je!

Hij zocht God niet op die nacht dat hij zijn plannen gemaakt heeft, maar nu zoekt God hem wel op. Dwaas, noemt God hem. Ik zal deze nacht nog je leven van je terugvragen! Hij zal heel plotseling sterven. Onverwachts komt er een eind aan zijn leven. Zal hij begraven moeten worden. En blijven al die bezittingen achter. Kan er misschien ruzie komen over wie ze mag hebben. Hij heeft er niets aan gehad dat hij zoveel had, want het geld kan zijn leven niet verlengen. Nog geen dag.

Niet alles is voor geld te koop. Job was ontzettend rijk, maar toch raakte hij alles kwijt. Ook hij kreeg te maken met verdriet en moeite. Freddy Heineken was ontzettend rijk, maar na zijn ontvoering moest hij altijd over zijn schouder kijken, werd hij heel angstig. Steeds weer wordt duidelijk: je kunt het leven niet kopen. Je hebt het niet zelf in je handen. Ook een rijke zal sterven.

[#9] Jezus wil met dit verhaal één ding duidelijk maken: #9 je leven hangt niet af van je bezittingen, zelfs als je er heel veel hebt. Hij zegt dus niet dat je niet rijk mag zijn: het kan een enorme zegen zijn als je rijk bent. Een goede ondernemer maakt een goed ondernemingsplan. Wat fijn als je ervan mag en kan genieten. Wat fijn als je een goed pensioen hebt. Als je na een jaar werken van een welverdiende vakantie mag of mocht genieten. Hij zegt ook niet dat je niet over geld mag piekeren: of je nu rijk bent of arm, soms kun je wakker liggen van zorgen over je bezettingen. Angst voor diefstal, hoe krijg je alles weer voor elkaar, welke weg moet je inslaan met je bedrijf. Jezus waarschuwt hier alleen heel duidelijk tegen mensen die alleen aan zichzelf denken. Tien keer staat hier het woordje ik! Voor die man bestaan de anderen niet. Bij hem is het gebed: geef ons ons dagelijks brood, geworden is tot geef mij mijn brood. Hij wil alleen maar zelf heel rijk worden, in plaats van anderen laten delen in de rijkdom. Daarom de vraag: in hoeverre denk je alleen aan jezelf of ook anderen als het gaat om je geld en bezit?

 

[#10] 3. Maar wees rijk in God

Zo vergaat het degene die schatten verzamelt op aarde, maar niet rijk is bij God. Dat is de laatste zin waar Jezus dit stukje mee afsluit. Kennelijk is dat de boodschap waarmee hij naar huis kan, waarmee hij het probleem met zijn broer maar op moet lossen. Het belangrijkste is dat hij rijk wordt in God. Wat betekent dat? Dat hij dan maar onrecht moet leiden en uit naastenliefde verder geen ruzie met zijn broer moet maken. Of dat zo is mag die man zelf bedenken, maar in ieder geval haalt Jezus hem even uit de koker van: pas als ik gelijk heb kan ik verder. Laat je nou eens leiden door wat echt belangrijk is. Zorg dat je niet in de greep van het geld bent, maar dat jij de baas over het geld bent en ziet hoe je het tot zegen kan gebruiken!

Dat is ook de boodschap waarmee jij naar huis mag: verzamel je geen schatten op aarde, zonder dat je rijk bent in God. Het gebed van Agur: maak me niet arm, maar me niet rijk mag ons hier een juiste houding leren. Natuurlijk heb je straks je taken weer. Maak je je misschien zorgen over allerlei dingen. Maak je je zorgen over je nieuwe klas, je cijfers, je werk, de oogst, je collega’s, de werkplanning. Maar Jezus zegt: ga niet piekeren over geld en aardse zaken, zonder mij. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar Jezus bedoelt: Betrek mij erin! Zorg dat je mij kent. En dat je allereerst de echte rijkdom kent.

Wat is je ware rijkdom? Wat is dan je enige troost in leven en sterven? Is dat niet dat we zien dat in dit bestaan, waarin we sinds Adam ons in het zweet werken en sinds Eva we met pijn kinderen baren, er een diepere zin is, een diepere laag. Dat we zien dat het werk van onze handen gezegend wordt op het moment dat God het goedkeurt. Dat Christus zelf eens het hemelleven in als zijn rijkdom heeft opgegeven om arm te worden. Hij kwam hier op aarde, en liet alles los: om juist ons met zijn rijkdom te vervullen. We mogen in brood en wijn, door het water van de doop een leven krijgen dat duurt. Dat we in leven en sterven vastgehouden worden door God.

En in dat leven mogen we rijk worden voor God. Door wat we hebben en kunnen te gebruiken tot zijn eer. Dat je een zegen vraagt over je werk, dat je dankt voor alle zegen die Hij daarover geeft. Dat je ziet hoe mensen soms hulp en steun kunnen gebruiken. Dat je ontdekt hoe mensen in nood geholpen kunnen worden. Dat je niet hebzuchtig bent, maar juist vrijgevig. Dat je rijk bent in goede werken. Juist dan wordt je rijk in God!

Ik hoop en bid dat je zo in het leven mag staan: of je nu naar school gaat, werkt of niet werkt, welke taken je ook hebt. Dat je je rijkdom mag vinden in God!

Amen

 


Kol. 1:17 – Christus centraal! (Growing Young)

juli 30, 2018

Preek Heemse en Lemelerveld, 29 juli 2018

Tekst: Kol 1:17

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Deze week startte de Tour de France een dag bij Lourdes in Zuid-Frankrijk in de Pyreneeën. Thijs Zonneveld schreef in het Algemeen Dagblad over mensen die met krukken, in een rolstoel of zelfs op bed naar Lourdes gaan, en daar hoop uit putten. Over Primos Roglic werd donderdag in de avondetappe gezegd: hij heeft een kruis op zijn arm staan, ik ben wel benieuwd wat het geloof voor hem betekent.

Dat is wel een heel boeiende vraag: wat betekent het geloof voor je! Binnen de kerk stel ik die vraag heel vaak. En je ziet dat mensen buiten de kerk daar heel verschillend mee omgaan. Maar ook binnen de kerk merk ik wel verschillen als je vraag stelt: wat betekent het geloof voor jou. En dan bedoel ik niet eens: hoeveel tijd besteed je aan je geloof, maar vooral: wat betekent het voor jou, hoe zou je zelf de kern van je geloof omschrijven?

 

[#2a] Ik wil even verschillende manieren van geloven eruit halen. De eerste manier van geloven is een geloof waar alle nadruk ligt dat er een God is. Hij zegt je wat goed is en wat fout is, wat je wel en niet mag. Hij zorgt er ook voor dat je je goed voelt over jezelf, als het ware een aai over je bol krijgt. En tegelijk is Hij ook wel heel ver weg. Je moet niet verwachten dat Hij zich direct met zaken hier op aarde bemoeit.

Iemand zei: Geloven betekent er is altijd iemand die voor me zorgt. Je kunt goede en verkeerde dingen doen, maar God zorgt dat je altijd weer bij het licht uitkomt.

 

[#2b] Een andere manier van geloven maakt van geloven vooral een reden voor naastenliefde: doe tegenover anderen, zoals je wilt dat zij naar jou zouden doen. Geloven is niet zozeer bijbellezen, naar de kerk gaan, over geloof praten. Geloof is met name kijken waar je anderen kan helpen en voor anderen kan zorgen. Het gaat niet zozeer over geloof, maar laten we vooral goed doen en elkaar respecteren in de opvattingen.

Iemand zei: Bij ons op de jeugdgroep praten we niet over wat geloven is. Wij gaan als jeugdgroep dingen doen voor anderen. We maken een oude begraafplaats schoon, doen spelletjes in het bejaardenhuis en we zorgen dat kinderen die weinig aandacht hebben aandacht krijgen.

 

[#2c] Weer een andere manier van geloven is, dat je gelooft om in de hemel te komen. Je gelooft niet voor het hier en nu, maar voor het straks. Als ik nu maar in Jezus geloof, dan zal ik uiteindelijk straks goed terecht komen. Dan geloof ik dat door Jezus mijn zonden vergeven zijn.

 

[#3] Vandaag lezen we in Kolossenzen over een heel andere manier van geloven. Ook al is er een God in de hemel die voor je zorgt, ook al is goed om anderen te helpen, als we Paulus lezen komen we toch een heel andere manier van geloven tegen. De tekst van vandaag zegt het al: ‘Christus bestaat voor alles en alles bestaat in Hem’. Het draait bij alle dingen van het geloof dus om de Here Jezus. Ik hoop dat als jij voor jezelf zegt wat je gelooft, dat je dan ook benoemt wie Jezus voor je is. Uit het onderzoek Growing Young (Powell) dat ik al eerder aanhaalde, staat dat kerken, waar alle generaties vertegenwoordigd zijn, Jezus centraal hebben staan. Dat ze over Hem praten, dat ze een relatie met Hem hebben, dat Hij je leert om met Hem te leven.

 

[#4] Wat heeft Paulus met de mensen in Kolosse? Wanneer Paulus vanuit de gevangenis een brief schrijft aan de gemeente van Kolosse, dan benadrukt hij zijn dank voor het geloof van de mensen in Kolosse. Hij kent ze niet persoonlijk, hij is nooit bij hen geweest, maar hij heeft over ze gehoord: dat ze in Jezus Christus geloven en de heiligen liefhebben en dat ze hopen op wat er in de hemel voor hen klaarligt. U hebt van Gods genade gehoord en de betekenis ervan begrepen: Epafras heeft het aan uitgelegd.

 

Hij dankt God en bidt dat ze mogen groeien in het kennen van God en het doen van het goede. En opeens heeft hij het dan niet meer over ‘u’, maar hij heeft het ook over zichzelf. De mensen in Kolosse hebben meegemaakt, wat Paulus ook heeft meegemaakt. Hij heeft ons overgebracht van de macht van de duisternis, naar het rijk van het licht. Die heeft ons verlossing gebracht en vergeving van de zonde.

 

[#5] Paulus heeft dat zelf meegemaakt, toen hij als ‘top’, fanatiek vervolger van Christenen op weg was naar Damascus om de christenen daar aan te pakken. Opeens ging er een heel fel licht in zijn leven schijnen: hij reed erheen, maar viel van zijn paard, omdat het licht zo oogverblindend was. Jezus zelf riep hem: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u mij?’. Zo werd Paulus tot stilstand gebracht en leerde hij het ware licht kennen. Ook voor hem was er vergeving van zonde en eeuwig leven. Het mooie is dat hij zich naast de mensen in Kolosse kan zetten. Zij hebben hetzelfde meegemaakt.

 

Eerst kenden ze God niet. God was heel vaag en ver weg van hen. Een hogere macht. De mensen kozen voor het kwaad. Ze wilden niet met God te maken hebben. Zij hebben zich misschien ook wel tegen de christenen gekeerd. Hebben geen verkeerde dingen gedaan. Maar nu zijn ze net als Paulus overgegaan van het licht naar de duisternis. Dat betekent dat hun geloof niet iets is voor straks: dat is het ook, er is hoop. Maar ze zijn nu al overgegaan van licht naar duisternis.

 

[#6] Ik denk dat wanneer mensen moeite met geloof hebben, het soms komt omdat ze het idee hebben dat het gaat over straks. Geloof als een soort levensverzekering. Maar dan is het goed om te zien: geloof gaat over hier en nu. Over nu Jezus leren kennen en dan te zien dat langzaam de vrucht van de Geest in je leven mag gaan groeien. Probeer dat ook zo uit te dragen aan kinderen en jongeren. Geen hele lijst van dit mag niet en dat mag niet, maar juist dat je doordat je nu al in het licht staat leert hoe je een goede vriend bent, een goede student, een goede kameraad. En dat geldt voor iedereen: hoe je een goede moeder bent, een goede partner, een goede collega. Wie met Jezus door het leven gaat, mag nu al leven in het licht.

 

[#7] En dan is Paulus daar helemaal enthousiast over. Het mondt uit in een lied dat hij hier in Kolosse inzet. Dan gaat het over de grote God, maar tegelijk zie je dat het bijna elke regel gaat over Jezus Christus. Christus was er al lang voor zijn geboorte uit Maria, al lang voor de wereld geschapen werd. Jezus is de machtigste over alle machten die er op aarde zijn en die de loop van de geschiedenis lijken te bepalen. Hij heeft dus alle macht. Wanneer je een geloof hebt, dat vooral God ziet als een eeuwige God, die alles in zijn hand heeft, vergeet je dat hij de Vader is van Jezus Christus. Niet voor niets benadrukt ook de catechismus in zondag 9 en 10 dat God de Vader van Christus is, en dat we daarom als kinderen in zijn hand zijn. Vers 15-17 gaat vooral over zijn aanwezigheid bij de schepping en zijn macht, vers 18-20 met name over hoe Hij ervoor zorgt dat het goed komt met God. Hoe Hij door zijn dood ons verhuist van het donker naar het licht. Hoe Hij vrede heeft gebracht en hoe de volheid van God in Hem wil wonen.

 

Iemand die tot geloof kwam zegt het zo: Ik heb Jezus leren kennen, en het lijkt of hij aan het eind van zijn leven verliest door te sterven aan het kruis. Maar eigenlijk is zijn verlies, juist winnen. Dat is het belangrijkste van het evangelie door vertellen: onze held verloor. Maar juist door te verliezen, won hij!

 

[#8] Laten we zo in de kerk steeds vaker over de Here Jezus praten. Geloof gaat niet over een stel waarheden. Over allerlei dingen van het Christendom. Geloof gaat over Jezus. En dan niet alleen verhalen over zijn leven, maar van heel de bijbel. In de schepping was Hij er, Hij werd beloofd na de zondeval, Hij heeft de wet vervuld, zorgt voor zijn kerk en werkt toe naar een nieuwe schepping. Dat verhaal van God, dat de hele bijbel doorgaat, dat mag steeds weer onze levens bepalen. Wanneer daar te weinig over gepraat wordt, wanneer je daar niet van leest, wanneer je daar niet samen over praat, wanneer je dat niet in de kerk hoort, dan verdwijnt Jezus naar de achtergrond en wordt geloven een systeem, een geloof in een hogere macht, een bijhouden van goede en verkeerde dingen. Als je niet oppast verdwijnt Jezus die er was voor alle dingen en die is boven alle dingen uit het oog.

 

[#9] Toch kan het soms heel moeilijk zijn om echt in Jezus te geloven. Je zult dat merken als je praat met mensen die hem niet kennen, als je evangeliseert, als je praat met jongeren die de keus nog moeten maken. En laten we eerlijk zijn: het is niet altijd makkelijk om te geloven. Waarom zou je in Jezus geloven, als er zoveel andere godsdiensten zijn. Waarom zou ik in Jezus geloven, als christenen ook fouten en ruzie maken. Waarom zou ik in Jezus geloven, als er zoveel ellende is in de wereld. Waarom zou ik in Jezus geloven, als er zoveel verschil is tussen allerlei kerken. Vragen die je als christen kan hebben, maar die een ieder bezig kunnen houden. Vragen die je mag stellen. Wat Paulus hier zegt over Jezus, wat de mensen in Kolosse zijn geloven, dat mogen wij ons eigen maken door er ook vragen bij te stellen en over na te denken. Vragen stellen is niet verkeerd, er is maar één ding verkeerd: dat is stilte. Dat er niet over gepraat wordt, dat je er niet over praat. Dat er geen ruimte is voor vragen.

 

[10] Laat de mensen, jongeren, ouderen, campinggasten maar met hun vragen komen. Vragen waar we zelf ook niet altijd het antwoord op hebben. Maar je kunt wel laten zien dat je het serieus neemt, door te zeggen: ik weet het ook niet, maar … het is wel een belangrijke en goede vraag. Ik weet het ook niet … maar laten we samen op zoek gaan naar een antwoord. Hoe kom je eigenlijk bij deze vraag? Ik kweet het ook niet … maar dank dat je die vraag aan mij stelt. God en de bijbel zijn groot genoeg om die vraag aan te kunnen stellen. Je bent vast niet de eerst die die vraag stelt. Waar zouden we met de vraag heen kunnen gaan? Laten we zo vragen niet met een stilte beantwoorden, maar laten we vragen serieus nemen.

 

[11] Paulus bidt ook voor de mensen, dat ze Gods wil ten volle mogen leren kennen. We mogen allemaal verder groeien in het geloof. Wat is het dan goed om te weten dat Christus overal boven staat. Er zijn veel krachten en machten, er zijn veel overtuigingen waar mensen achteraan lopen. Als je in de geschiedenis kijkt dan zijn er elke keer weer andere opvattingen. In elke tijd vinden mensen dingen belangrijk, maar even later zijn ze het weer vergeten. Toch is er één die blijft: Jezus Christus. Hij is bezig zijn rijk te brengen en wil ons leren leven in zijn licht.

 

Wat geloof je eigenlijk? Probeer dat eens voor jezelf te zeggen. En dan bid ik dat Jezus steeds centraal mag staan in je leven. Het licht gaat langzaam uit, wanneer geloven een stel waarheden wordt over een God, wanneer geloven alleen nog maar goed doen is. Maar wanneer je de Here Jezus leert kennen als degene die voor je zonden gestorven is, dan mag het licht gaan schijnen in je leven. Ben je een licht, en leer je hoe er vergeving van zonden is, hoe je alles wat je bezighoudt aan Jezus mag vertellen. Dan leer je de bijbel ook steeds beter kennen, door de kennis van de Heilige Geest. Ik hoop dat je zo, jong en oud, een levend geloof mag hebben in de levende Heer. Een geloof dat standhoudt tot de dag dat Jezus verschijnt in al zijn heerlijkheid en zijn vrede werkelijkheid wordt. Amen.

 

Liturgie 29 juli 2018, morgendiensten, Heemse, Ds Dreschler

 

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen: Psalm 108:1 en 2 (staande, Oude Berijming)

Wet

Zingen: Psalm 26:1,4,6

Lezen Kol. 1:9-20

Zingen: GK 177:1,2,3 (Heer, U bent mijn leven, GK06 161)

Tekst Kol 1:17

Preek

Zingen: Psalm 102:6,10,13

Gebed

Collecte

Zingen: Opw 488: De kracht van uw liefde (staande, aangekondigd na collecte)

Zegen (staande)

Zingen: LB 415 (Lvk 456):3 Amen, amen, amen …


Marc 3:35 – Christus wil Familie maken (Growing Young)

juli 23, 2018

Preek Heemse, 22 juli 2019

Tekst: Marc 3:35

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Mark is vorig jaar verhuisd. Hij had even moeten zoeken, maar nu heeft hij een plek om te wonen waar hij echt heel blij mee is. Hij heeft het helemaal naar zijn smaak ingericht. Hij heeft zijn attestatie aangevraagd bij de kerk van zijn ouders, en nu hij is op een zondag voorgelezen: bijzonder om je naam te horen. Apart dat iedereen naar je kijkt. Hij werd welkom geheten. Maar na kerktijd sprak niemand hem aan. Hij ging trouw naar de kerk. Maar er groeiden geen contacten. Het leek wel alsof ze hem niet zagen zitten. En als hij er een keer niet was, was er niemand die het merkte. Hij merkte dat hij langzaam wegdreef van de gemeente.

[#2] Gerda en Jan zijn net getrouwd. Ook hun naam werd afgekondigd. In de kerk waar zijn lid van werden, werden ze getroffen door de gastvrijheid. Na de dienst was er koffiedrinken en ze hadden al een aantal mensen gesproken, die de week daarna weer even met hen spraken. Gelijk de eerste zondag vroegen er al drie stellen of ze een keer kwamen eten. Een vrouw van in de 70 kwam spontaan een keer langs, en toen Gerda de wasmachine kapot had nam ze de was mee. één keer in de twee weken hadden ze bijbelstudie met verschillende mensen, dan aten ze ook samen. Hoewel Gerda en Jan helemaal geen familie hadden in de kerk, voelde de gemeente aan als een warm bad en wisten ze zich enorm welkom en gezien.

[#3] Twee voorbeelden van hoe je in een gemeente kan binnenkomen. Een koude gemeente, of een warme gemeente. Een kerk waar je losse individuen bent die naar het woord luisteren, of een kerk waar je als het ware familie voor elkaar bent. Uit onderzoek blijkt dat als je een gemeente wil zijn die ‘jong groeit’, een gemeente waar bezoekers nog een keer terug komen, maar een paar mensen zeggen: ‘om wat er gezegd werd’, maar bijna iedereen noemt: ‘ik werd persoonlijk aangesproken’. Belangrijk is dus of jong en oud met elkaar meeleeft en om elkaar geeft, of je werkelijk een geloofsfamilie bent. Dat is ook wat Jezus ons leert, als Hij leerlingen rond zich verzamelt en leert wat zijn koninkrijk betekent.

Christus wil ons Familie maken

  1. familie!?
  2. Kind van God
  3. Nieuwe Familie

 

[#4] 1. Als we het hebben over kerk als familie dan beseffen we ook dat je al familie hebt. Wat kan het fijn zijn om familie te hebben. Een bloedband die blijft. Je geeft om elkaar, je leeft met elkaar mee, je deelt de hoogtepunten en dieptepunten in al die jaren. Vaak kent je familie je het beste. En wat gebeuren er dan mooie dingen. Dat je zorgt voor iemand met een beperking, hoeveel dat soms ook vraagt. Dat je elkaar helpt als er grote problemen zijn, maar ook gewoon dat je samen een verjaardag of jubileum viert. Als je in de zomer met familieleden op vakantie gaat. Meer tijd hebt voor elkaar dan als school of werk veel tijd van je vragen.

Tegelijk kan familie ook een pijnlijk onderwerp zijn. Als je dat éne familielid al jaren niet meer gezien hebt, als er geen contact meer is, als je elkaar niet begrijpt. Als je er binnen de familie dingen gebeurd zijn waardoor je gekwetst bent, teleurgesteld bent. Als het altijd zoeken is hoe je op een goede manier nog contact kan hebben en iets voor de ander kan doen of betekenen. Als je door een scheiding je kleinkinderen bijna niet ziet, of als je als jongere je alleen gelaten voelt. Als je steeds weer die lege plek voelt.

[#5] Ook Jezus heeft familie. Als Hij weer thuis komt, dan merken zijn broers dat het heel erg druk is bij zijn huis. Die mensen die de wonderen van Jezus gezien hebben, die blijven maar komen. Die willen meer wonderen. Het is zo druk dat Jezus niet eens tijd heeft om te eten.

Dan grijpen ze in: zo kan het niet langer. Is Hij gek geworden?

Ze zijn bezorgd over hun broer en willen hem meenemen.

Als Hij niet wil dan zullen ze Hem wel meeslepen, onder dwang meenemen.

Het lijkt wel of hij zijn verstand is verloren. Is dit de broer die ze kennen.

Wat gebeurt er allemaal? Wat heeft dit te betekenen?

Maar, als de mensen komen vertellen dat zijn broers en moeder gekomen zijn, als ze iemand binnenkomt om te vertellen dat zijn broers en moeder op hem wachten, dan gaat Jezus niet naar buiten. Dan gaat Jezus niet met hen mee. Hij heeft nu een andere taak te vervullen, een andere opdracht te doen. Iets dat belangrijker is dan de aardse familieband. Hij gaat door met onderwijs geven, door met vertellen over zijn koninkrijk, door met het doen van wonderen. Hij is op weg naar het kruis.

[#6] Zo laat hij zien: familie is niet het belangrijkste in het leven! Hij zegt ergens anders tegen degene die zijn vader wil begraven, voordat hij achter Jezus aan wil gaan: laat de doden hun doden begraven. Hij zegt dat hij verdeeldheid zal brengen tussen broers en zussen, moeders en dochters, vaders en zonen. Ergens anders zegt hij: wie zijn broer, zijn vrouw, zijn bezit niet prijsgeeft kan geen kind van God zijn.

Wil Jezus hiermee zeggen dat familie niet belangrijk is? Dat is bijna niet voor te stellen. Van de rijke jonge man verwacht hij dat hij alle geboden van God houdt, en dus ook het gebod om je vader en moeder te eren. Jezus kwam niet om de wet af te schaffen. Wanneer Maria bij het kruis staat wijs Jezus Johannes ook op zijn moeder, en tegen Maria zegt hij: vrouw zie uw zoon. Hij zorgt voor zijn moeder en zijn broer. Later lezen we ook dat het wel ‘goed’ gekomen is: Maria en familieleden horen bij de kring van apostelen en leerlingen van Jezus.

Maar waar het hier om gaat, is dat Jezus de mensen voor een keus stelt, u, jou en mij voor een keuze stelt. Zoals eens Abraham naar Gods stem moest luisteren en op weg moest gaan, terwijl hij land en familie achter zich liet. Zo vraagt Jezus ook vandaag: volg mij! Kies voor mij! Laat je gedrag niet bepalen door je familie, door je aardse banden. Die aardse banden zullen eens verdwijnen, ze zijn als de bloemen op het veld, die verdorren, maar kies voor Mij. Geloof in Mij, in vergeving van de zonden, in eeuwig leven. Als je Mij aanneemt, als je mijn woord hoort: dan ben je werkelijk mijn broer, mijn zus, mijn kind! Laat jij je werkelijk zo door Jezus roepen?

 

[#7] 2. Kind van God

Jezus zit in het huis. Hij heeft die groep mensen om zich heen. Zijn leerlingen die hij geroepen heeft, maar ook anderen. Er staat dat hij rondkijkt. Hij ziet de mensen één voor één aan. En dan zegt hij: een ieder die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder. En zo mag je hier ook rondkijken: elkaar zien, als gemeente, binnen de gemeente, als kinderen van God. En zo als familie.

Johannes werkt uit in zijn brief hoe belangrijk het is. Als hij het heeft over vergeving van de zonden en eeuwig leven, dan spoort hij de mensen vooral aan om elkaar ook lief te hebben. Je kunt niet kind van God zijn, zeggen dat je in het licht bent en ondertussen je broeder of zuster haten. Dan leef je in de duisternis.

Hij spreekt de verschillende groepen in de gemeente aan.

Kinderen die net tot geloof zijn gekomen, ze hebben vergeving van de zonden. Zij hebben de vader leren kennen.

Hij spreekt jongeren aan die al meer onderwijs hebben gehad: zij zijn ook in staat om te zien wat de gevaren zijn. Ze leren om het kwaad te overwinnen en nee te zeggen tegen de wereld.

Hij spreekt ook ouderen aan: Zij weten nog hoe het vroeger was, maar wat vooral belangrijk is, ze weten vanaf het begin wat het betekent om te geloven. Zij kunnen vertellen over Jezus, over geloven, zij mogen het ook weer doorgeven en delen met anderen. Zo zijn we allemaal kinderen van God, maar tegelijk jongere en oudere kinderen.

Jezus noemt je zijn broer, zus of moeder. Johannes spreekt over ouderen en jongeren. In een kerk zijn er heel verschillende leeftijden, maar één ding bindt samen: je bent een kind van God. Het is één van de grootste uitdagingen om in de kerk ook als verschillende generaties met elkaar verbonden te zijn. Het kan zomaar zo zijn dat je op een bijbelstudie of vereniging met leeftijdsgenoten, dat je vooral praat met mensen van je eigen leeftijd. Maar Christus vormt geen kerk voor jongeren of geen kerk voor ouderen. Je bent aan elkaar gegeven om met elkaar mee te leven, om van elkaar te leren. Uit dat onderzoek dat ik al noemende blijkt ook dat kerken waarin jongeren zich welkom voelen, die ‘warm’ aanvoelen, waar de liefde geleefd wordt, er juist ook contact is tussen ouderen en jongeren. Een van de mooiste momenten van het jaar vind ik als de ouderen op catechisatie komen. Het is gaaf om te zien als in een cie voor het gebouw, voor de beamer jongeren en ouderen samen de schouders eronder zetten om er iets van te maken. Wanneer jongeren niet apart gaan zitten, of ouderen wegblijven als het hun niet aanstaat: maar als je er met elkaar en voor elkaar bent. Niet voor niets hebben we ook van het wijkwerk een speerpunt gemaakt: laten we juist in zo’n grote gemeente de schouders eronder zetten om te zorgen dat daar jong en oud elkaar ontmoeten.

Tegelijk: je kunt ook niet zonder je leeftijdsgroep. Daarom is er niets mis mee als er een ouderenreis georganiseerd wordt, als je met elkaar als jongeren in de soos zit, als er een verenigingsgroep is voor een bepaalde leeftijd, maar iemand zei: als 29 jarige wil ik graag deel zijn van een groep, die geleid wordt door iemand van 45, met een 16 jarige en een 80 jarige, met zowel mannen als vrouwen. Waar ik kan leren van middelbare scholier die opgroeit in deze tijd, en van een oma die al veel heeft meegemaakt (Growing Young).

 

[#8] 3. Nieuwe familie

Er is al familie, maar door Jezus krijg je zo nieuwe familie. Jezus zegt daarover: niemand zal ouders, kinderen, broers of zussen prijsgeven, of hij zal er honderdvoudig voor terug ontvangen. Zoals al gezegd familie kan een enorme zegen zijn, maar toch kan het zijn dat Jezus iets anders van je vraagt. Als familie in de weg staat om gehoorzaam God te dienen, als je in de kerkelijke gemeente vooral met familie praat, waardoor een ander zich buitengesloten voelt of niet gezien voelt. Christus maakt je familie, met een ieder die de wil van God wil doen. Het woord van God heeft kracht om Familie te maken, Famlie met een hoofdletter F. Dan vormen we één gemeente, één lichaam, met Jezus als het hoofd, en wij als de familieleden. Dan is de ontmoeting voor en na de dienst, daarvoor net zo belangrijk als de dienst zelf. Dan snap je dat thuis een dienst beluisteren of bekijken een geweldige uitkomst is als je niet naar de kerk kan, maar dat als je wel kunt komen het nooit een vervanging kan zijn voor het gemeente zijn. Een jongere zij het zo: als je niet naar kerk gaat, word je geen familie. Dan blijf je anoniem. Dan deel je niet echt je leven en internet komt je niet helpen verhuizen je niet naar je nieuwe woning.

Christus gaf zichzelf in liefde voor ons, laten we bidden of Christus ons daardoor de kracht geeft om oog te hebben voor elkaar. Om als nieuwkomer je te interesseren voor mensen die hier al jaren wonen, om als je hier al jaren woont anderen uit te nodigen die zich hier nog thuis moeten gaan voelen. Om als jongere gewoon is eens aan te bellen bij die oma en te vragen hoe het gaat, maar ook als oudere geïnteresseerd te zijn in jongeren. Eens te kijken bij die jongere die gaat sporten, belangstelling te hebben voor zijn Fortnite spel of hem uit te laten leggen wat hij studeert. Dan weet ik: we kunnen soms heel druk zijn, met van alles en nog wat. Een warme kerk word je niet door een vol programma, door veel organiseren en veel vergaderen. Door alles zo goed mogelijk op te tuigen en te regelen. Soms is het ook goed om gewoon eens wat vergaderingen of regeldingen te laten wat ze zijn en iets te gaan drinken met een ander, samen uit eten te gaan, het leven te delen, met lief en leed. Een kerk bouw je niet door handboeken en commissies, maar door oprecht contact.. Laten we zo jong en oud op elkaar betrokken zijn, en zo als gemeente niet vergrijzen of verkillen, maar een warme gemeente zijn, waar jong en oud om elkaar geven.

Zo mogen we door Christus werk samen Familie zijn, Gods huisgezin. Straks brengt God al zijn kinderen samen. Dan mogen we wonen in het huis van Vader, het huis met vele woningen. Wat een geweldige toekomst, wat een stimulans mag dat zijn om nu om te zien naar je eigen familie, maar in de eerste plaats ook binnen het kerkelijk gezin elkaar van harte lief te hebben, gestuurd door de liefde van Christus! Amen.

 

 

 

 


Gen 28/32 – Hemelvaart

mei 11, 2018

Preek Hemelvaart, 10 mei 2018

Tekst: Gen 28 / Gen 32 / Hand 1

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Vandaag vieren we het feest van hemelvaart. De opgang van Christus die begonnen is met Pasen, toen Jezus opstond uit het graf, wordt nu voltooid. Jezus stijgt op naar de hemel en troont daar aan de rechterhand van zijn Vader. Een dag van feest, van glorie van blijdschap. De Heer regeert, kroon hem met gouden kroon! Een dag van uitzien: want de engelen beloven, wanneer de leerlingen hun vragen hebben: hij komt straks, later weer terug, zoals hij van jullie is weg gegaan. En de catechismus zegt: omdat Hij naar de hemel is, mogen we geloven dat hij ons uiteindelijk bij zich zal nemen.

[#2] Maar is dat niet een wat ‘makkelijke’ boodschap? Als je met beide voeten in de modder staat. Als je beseft dat de leerlingen afscheid moeten nemen van hun Heiland, met wie ze drie jaar hadden kunnen praten, met wie ze veertig dagen zo intensief en heel bijzonder verbonden waren tussen Pasen en Hemelvaart. Voelen ze zich niet verlaten hier op aarde en alleen gelaten?

Kun je jezelf ook niet zo voelen …. je kent de troost dat de Heer regeert. Jezus zal weerkomen. Maar hier en nu, vandaag, in jouw leven met je verdriet over wat kapot ging, met een toekomst die onzeker is, met de angst voor wat gaat gebeuren, met je bindingen en verslavingen: waar is Jezus dan. Wat betekent het om te geloven in Jezus Christus die opgevaren is naar de hemel?

Om die vraag te beantwoorden, sluiten we vanmorgen aan bij de wonderlijke gebeurtenissen die Jakob meemaakt. Misschien een wat ongebruikelijke tekst voor Hemelvaartsdag, maar wel een tekst die ons helpt te ontdekken wat het betekent dat God onder een open hemel, zegenend om je heen wil zijn. Dat Hij je niet alleen laat, maar juist door hemelvaart zijn plan tot vervulling en voltooiing komt.

 

[#3] Hemelvaart: God is niet ver weg, maar wil zegenend om je heen zijn!
1. Onder een open hemel,

  1. mag je gaan onder zijn zegen

 

  1. Onder een open hemel

[#4] Jakob heeft zich behoorlijk in de nesten gewerkt. Hij heeft van zijn broer het eerstgeboorterecht afgepakt. Hij had zich vermomd als Ezau, en kreeg van zijn vader de zegen mee. Maar dat betekent dat deze Jakob, deze bedrieger, nu wel moet wegvluchten uit Kanaän. Hij is geen man die gewend is om buiten te zijn. Hij was een man die graag dicht bij huis bleef, terwijl Esau graag buiten was en goed kon jagen. Maar toch adviseert Rebekka hem om weg te gaan. Hij gaat naar Paddan-Aram naar de plaats waar Rebekka vandaan komt, naar oom Laban. Als een straatarm man, zonder toekomst, zonder bezit gaat hij van huis.

Als hij dan in de buurt van Luz komt, kiest hij niet voor een herberg, maar gaat hij liggen slapen op de grond. Een steen als hoofdkussen. Dat is niet echt zacht, maar in ieder geval zoekt hij een plek waar hij lekker kan liggen, met behulp van de kleren of kleden die hij bij zich heeft. [#5]  En dan, als hij daar zo verlaten ligt, gebeurt er iets onverwachts. De hemel gaat open: Hij ziet een trap opgericht naar de hemel, die hemel en aarde verbindt. Hij ziet engelen omhooggaan, van hem vandaan en terugkeren, van God naar Hem toe.

Hij ziet God staan.

Dit is niet iets wat hij zelf verzonnen heeft. Dit is niet een manier waarop hij zelf op eigen kracht bij God probeert te komen, zoals de mensen van Babel die door een toren de hemel probeerden te bereiken. Nee, dit komt volledig onverwachts. Hier neemt God het initiatief. Hij opent de hemel. Hij komt naar Jakob toe. En Hij spreekt uit: ik ga met je mee. Ik ben de God van Abraham, maar ook jouw God! De lijn van het verbond wordt voortgezet van Abraham, via Isaak, naar Jakob. Vanuit onze eigen plannen en kracht, houden we misschien geen rekening met God. Maar God zelf wil zich aan ons verbinden: Hij zoekt ons op. Soms onverwachts. Hij sluit zijn verbond. Zoals ook elke keer bij de doop van een kind gezien mag worden. Hij is trouw aan zijn belofte aan Abraham, zijn vrind. Zijn belofte voor zijn kleinzoon, maar ook voor het duizendste geslacht: voor onze kinderen vandaag.

[#6] Dit is de lijn van de verlossing en van de redding. Wanneer Jezus later Natanaël heeft geroepen, dan grijpt Jezus terug op deze gebeurtenis. Natanaël heeft zijn vragen bij wie Jezus is. Vraagt zich af of je uit Galilea iets goeds kan verwachten. Maar Jezus belooft Natanaël, als hij met Hem mee gaat: Je zult de hemel geopend zien en engelen zien opgaan en neerdalen van de Mensenzoon. Jezus wijst vooruit naar zijn wonderen, en ook naar de hemelvaart, terwijl Hij daarbij het beeld van Jakob gebruikt. Als een bemoediging voor Natanaël.

En zo mag het ook ons bemoedigen. Wie op weg is, met een onzekere toekomst, wie hier op aarde met beide voeten in de modder staat, hoeft niet alleen ver vooruit te kijken of te geloven dat Jezus ergens ver weg in de hemel troont. Nee, God is nu al om je heen. Onverwachts kreeg Jakob een droom. De engelen gaan al bij hem vandaan. Die engelen waren al rondom hem bezig, en actief. Al had hij het niet verdiend. Al had hij het niet verwacht. Al was hij een bedrieger, en zou hij later Laban ook nog bedriegen. Maar God is om hem heen. De hemel is niet dicht maar is open.

En zo mogen wij door Christus ook bemoedigd worden. Wanneer Hij opstijgt naar de hemel, zijn de engelen ook om de leerlingen heen. Mogen zij de leerlingen moed in spreken. Mogen ze hen helpen. Door vooruit te wijzen naar de wederkomst, maar dat doen ze wel op dat moment. Ze zijn erbij.

Zo willen de engelen ook om ons heen staan. Ons helpen, juist op hele moeilijke momenten. Door een tekst die je inkrijgt, een arm over je schouder, een droom of beeld, God laat je niet alleen. Soms als wij hem helemaal niet zoeken, zoekt hij ons wel op. Christus hemelvaart is geen afscheid, maar een moment van extra vervulling. Door Hem is contact met de hemel mogelijk. Hij was als het ware de ladder, de trap die hemel en aarde verbond. Die God met Jakob verbond. Hij stijgt op naar de hoge: maar de verbintenis met de aarde blijft, juist ook doordat hij zijn Geest zal schenken die in ons hart wil werken. wil Hij juist in het bijzonder je nabij zijn.

 

[#7] 2. Hij geeft zijn zegen

Wanneer Jakob dit bemoedigende beeld van God gekregen heeft. Wil God hem helpen e krijgt hij de zegen mee, met een geweldige inhoud:

* Hij hoeft niet bang te zijn voor Ezau, hoewel hij hem bedrogen had.

* Als hij een reis moet maken langs een onbekende, gevaarlijke weg mag hij weten dat God zegt: ‘Ik ben bij je’.

* God zal hem beschermen als hij bij oom Laban is.

* Eens zal hij weer terugkeren. God zal hem niet verlaten.

Dat is de rijkdom van de zegen. En inderdaad: Jakob mag het al heel aards direct ervaren. Het gaat hem voor de wind bij Laban. Hij krijgt veel bezittingen. Hij krijgt uiteindelijk ook Rachel als vrouw, wordt gezegend met kinderen.

 

De zegen van de Here gaat met hem mee, maar als hij dan terugkeert, dan is zijn terugreis eigenlijk net zo spannend als de heenreis. Hij moet zijn broer Ezau onder ogen komen. Hij heeft veel bezit en is bang dat hij het kwijt zal raken. Hij maakt zijn eigen plannetjes om te zorgen dat het goed komt. Hij stuurt geschenken vooruit naar Ezau. Wanneer hij zijn familie en bezit in twee groepen heeft verdeeld en over de rivier heeft gezet, dan blijft hij zelf achter. Hij worstelt met God. Weer blijft God niet op een afstand staan, maar komt God naar hem toe. Waar Jakob weer zijn eigen weg gaat, grijpt God in. Jakob kan niet verder trekken als hij het van zijn eigen kracht verwacht. En dit keer ervaart hij dat ook. Er volgt een worsteling met God. Het zit niet automatisch goed. Er moet ook bij hem verandering plaatsvinden. Jakob moet Israël worden. De bedrieger Jakob kan pas naar de worsteling met God een vorst worden, de naamgever van het volk Israël. Maar als dat gebeurd is, als hij zijn eigen zwakte beseft en mank gaat, dan laat hij die man met wie hij worstelde, dan laat hij God niet gaan, zonder de zegen gekregen te hebben. Hij besefte: alleen met Gods zegen kan ik verder.

Wanneer we vandaag hemelvaart vieren, dan is een tweede opvallend punt van de hemelvaart dat we lezen dat Jezus al zegenend van zijn leerlingen weggaat, zegt Lucas. Een zegen die Hij kan geven, omdat hij zelf op grond van zijn streven voor ons pleit en bidt bij de Vader, zegt de catechismus. Bovendien zegt Jezus: ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld. Juist in die zegen, in die rijke woorden: ik zal er zijn…. Komt een enorme bemoediging naar ons toe. Niet pas voor straks, of niet van een God die ver weg is. Maar van een God die zegenend om ons heen is. Die je kracht in je hart wil geven, die je wil leiden al je wegen, die je wil sturen en helpen. Die soms ook onze eigenwijsheid en zelfgerichtheid, onze zwakheid, angst en kleingeloof wil overwinnen. Ik ben met je. Ik wil voor je zorgen. Vertrouw op mij: ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob. Ik ben niet veranderd. Ik wil met je meegaan. Dat ik met Jakob mee kon gaan, kon door Jezus Christus. Dat ik vandaag mee wil gaan kan ook door Hem. Omdat dat hij als koning regeert op zijn troon. Omdat we door Hem mogen leven onder een open hemel. Daarom mag je er vast op vertrouwen dat je veilig bent in zijn handen. Amen

 


Kolossenzen 4:5,6 – Kerk in de wereld (Growing young)

april 23, 2018

Preek Heemse, 22 april 2018

Tekst: Kolossenzen 4:2-6

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Die jongen uit je team die nooit naar de kerk gaat.

Die buurvrouw die niet in Jezus gelooft.

Die kennis die Moslim is.

Die klasgenoot die vloeken normaal vindt.

Dat vriendinnetje die nooit bidt voor het eten als je daar thuis komt.

Hoe ga je daarmee om?

Wat zeg je daar tegen?

Noem je wel eens het geloof?

Of heb je vooral contacten met mensen die geloven?

Zijn we als gemeente vooral met onszelf bezig?

 

Paulus zegt: gedraag je wijs tegenover buitenstaanders.

Daarmee bedoelt hij dus mensen die niet gelovig zijn.

Mensen uit de ‘wereld’. Mensen die Jezus niet kennen.

In die tijd Joden die niet geloven dat Jezus de verlosser is.

Of Romeinen die offers aan de keizer brachten en in allerlei goden geloofden.

Die anders denken over seks en huwelijk.

In onze tijd jongeren die Lil’ Kleine en Ronnie Flex luisteren.

Die de zondag zien als een dag voor sport en rust alleen.

Die niet geloven in een leven na de dood.

 

Ik noem zo wat dingen op: maar eigenlijk is dat fout.

Want ‘de buitenstaander’ bestaat niet! Iedereen is anders.

Sommigen zijn wel met geloof opgevoed, zeggen adieu God, willen zonder God verder, maar blijven wel heel veel opvattingen vasthouden.

Sommigen schoppen tegen God aan.

Anderen hebben een andere godsdienst.

Sommigen staan dicht bij een kerk, anderen staan er heel ver vandaan. Dus de buitenstaander bestaat niet!

Maar ik hoop dat je wel begrijpt wie Paulus bedoelt: mensen die geen christen zijn.

 

[#2] Hoe moet je daar nu mee omgaan?

Paulus zegt: gedraag je wijs. Maar wat is ‘wijs’?

Wijs betekent verstandig, slim. Dat je nadenkt over wat je zegt en doet.

Net hiervoor heeft hij gezegd: bidt dat voor ons een deur geopend mag worden.

Dat de harten van mensen open gaan: dat ze ook in Jezus gaan geloven.

Blijf steeds bidden, wees waakzaam, houdt vol. Dank ook!

Paulus zit in Rome in de gevangenis en hij kan daar praten met mensen.

Bid dat hij de goede woorden mag zeggen, dat de Geest mag werken, dat mensen Jezus aannemen als hun redder en verlosser. Dat Hij er wijs mee om mag gaan.

 

Wijs. Dat is moeilijk om in te vullen.

Als ik denk aan een wijs iemand, dan denk ik vooral aan iemand die goed kan luisteren.

Een wijze huisarts, een wijze ouderling, wijze psycholoog die praat niet zo snel, maar die luistert met aandacht. Doet zijn best om te begrijpen.

Je hebt er niets aan als je met een klacht naar de dokter gaat en de dokter heeft niet eens goed in de gaten wat je probleem is.

Wie wijs is, die staat open voor de ander.

Die probeert te ontdekken wat de ander bezighoudt, wat zijn probleem is, waar die van geniet en wat hem bezighoudt.

 

[#3] Daarom is het belangrijk dat je als kerk ook weet wat er in de wereld leeft.

Een preek is maar niet een stel waarheden die doorgegeven worden.

Een gemeente is maar niet een club gelovigen die in een afgesloten trein door het land reist. Als kerk sta je midden in de wereld. Zie je wat er in de wereld speelt.

Als kerk sta je niet buiten de wereld: dus het zou niet zo moeten zijn dat iemand die nooit in de kerk komt, in de kerk komt en het idee heeft dat hij opeens vijftig jaar terug gaat in de tijd. Of dat hij in een Amerikaanse kerkdienst belandt. Kerken zijn wereldwijd heel verschillend: want als het goed is, leef je in de wereld. Je bent niet van de wereld, maar wel in de wereld.

Als je met studiegenoten praat in de trein, die vriend die niet gelooft, als je met de buurvrouw praat in de voortuin (met dit weer is iedereen opeens weer op straat), als je met andere ouders praat bij de BSO: luister dan eerst. Probeer te ontdekken wat zij belangrijk vinden. Wat hen bezighoudt. Wat hun vragen en moeiten zijn.

Wat hun energie geeft. Zorg ervoor dat er echt contact is.

 

[#4] En dan, dan zegt Paulus er achteraan: benut iedere gelegenheid.

Als je dan geluisterd hebt, als je in contact bent: en er doet zich een gelegenheid voor, gebruik die kans dan ook.

* Je bent samen aan het sporten en je geniet van de natuur die deze dagen explodeert, en iemand maakt er een opmerking over: zeg dan maar eens, schitterend hoe God dit allemaal gemaakt heeft.

* Als je hele gesprekken hebt en iemand merkt dat je veel aan het geloof hebt en zegt: wel bijzonder hoe dat zo belangrijk voor je is. Nodig hem of haar eens uit voor een kerkdienst.

* Als iemand zich schuldig voelt en steeds tekort voelt schieten door wat hij doet of gedaan heeft, probeer eens iets te delen van wat het voor jou betekent dat Jezus voor je zonden is gestorven.

Benut iedere gelegenheid. Koop je tijd uit, zegt Paulus. Laat de kans niet voorbij gaan. Bid de Geest om woorden die juist zijn. Of misschien dat je het in de daden kan laten zien: door wel een kaartje te sturen, een pan eten te brengen, de zorg voor de kinderen over te nemen. Daden zeggen soms meer dan woorden!

Benut iedere gelegenheid: dat klinkt als ‘begin er steeds weer over’. Maar vergelijk het maar met dat Paulus zegt: bid zonder ophouden. Het wil niet zeggen dat je altijd aan het bidden bent, met je hoofd in de hemel loopt of altijd over het geloof praat. Maar zoals je over iemand kan zeggen hij is altijd aan het voetballen, altijd aan het gamen, altijd muziek aan het maken: dan wil dat niet zeggen dat iemand dat altijd doet. Maar je weet wel: het is zijn hobby, zijn passie, zijn hart en je kunt er met hem of haar altijd over praten. En waar het hart vol van is … daar stroomt de mond van over.

 

[#5] Paulus gaat nog een stapje verder. Hoe ga je nu om met anderen?

Hij stelt zelf de vraag nog een keer: hoe moet je op anderen reageren?

Wat moet je houding zijn?

Dan zegt hij twee dingen: 1) vriendelijk, 2) maar beslist.

 

Eerst de vraag: hoe reageer je vriendelijk? Het heeft heel veel met je houding te maken.

Jezus vraagt van ons een houding die past bij zijn rijk.

Gelukkig ben je als je nederig bent en de minste wil zijn in contact met anderen.

Gelukkig ben je als je vrede sticht, dan ben je een kind van God.

Gelukkig ben je als barmhartig bent, als je anderen helpt en vergeeft.

De houding die Jezus hier leert, heeft Hij ons zelf voorgeleefd.

Hij zocht de fraudeurs, overspeligen, verloren zonen en dochters op.

Jezus leert ons om voor armen, vluchtelingen, gevangenen te zorgen.

Als je hen ontvangt en helpt, ontvang en help je Jezus.

 

Wat is het mooi als je meedoet met het buddyproject voor de asielzoekers. Geweldig om zo’n spelletjes avond in de kerk te zien. Als je de mensen in het AZC helpt met fietsen. Wat mooi als jongeren een klus voor present doen en anderen echt verder helpen. Als je zomers tijdens het Beerzer project, of een ander project van Dabar of E&R ontspanning zoekt met anderen. Wat mooi wat we horen over het project van Care Foundation en als jongeren daarmee aan de slag gaan.

Jij, u en ik kunnen op allerlei manieren actief zijn. Geloven betekent niet een stel waarheden doorgeven en bewaren in een dichtgeplakte kerk. Er wordt ook van ons gevraagd: leef je geloof! Doe iets met je geloof! Geef het handen en voeten.

Wees niet als die priester die heel vroom was, maar de gewonde man voorbij liep. Maar wees als die barmhartige Samaritaan: die wist wat het betekende om je naaste lief te hebben en ervoor te zorgen. Op iemand afstappen; iemand hulp bieden; met je geld een ander ondersteunen; zorg voor iemand regelen of zelf bieden; een luisterend oor zijn. Niet alleen voor geloofsgenoten, maar ook voor buitenstaanders!

En het mooie is dat in het woord vriendelijk, eigenlijk het woord genade zit. Juist de genadige houding van Christus, mag je ook tonen aan de mensen om je heen. Als je zelf echt diep beseft dat je bij de gemeente hoort, aan de avondmaalstafel komt omdat je zo hard de genade van God nodig hebt. Omdat je onvermogen en zonde je dwars zitten en je er steeds weer tegenaan loopt, dan besef je wat genade is. Onvoorwaardelijke liefde van Jezus voor jou, en daarom ook onvoorwaardelijke liefde van jou voor de ander. Dan ben je echt vriendelijk: vol genade. Ook voor anderen, gelovig of niet gelovig.

 

[#6] Tenslotte zegt Paulus: Vriendelijk, maar beslist.

Er zijn mensen die doorslaan. Geloven betekent dan alleen nog maar goed doen.

En goed doen is niet alleen iets wat mensen in de kerk doen.

Vaak kun je nog een voorbeeld nemen aan hoe niet of anders gelovigen goed doen.

Het is geweldig om te zien. Maar …

Wie alleen nog maar bezig is met goed doen, moet oppassen dat het evangelie niet verwatert. Dat het geloof niet zijn kracht verliest. Dat God niet uit het oog verdwijnt. Als je alleen maar kerk in de wereld kan zijn, kun je je ook zomaar aan de wereld gelijk worden. Stel jezelf maar de vraag: Kopiëren we niet teveel het gedrag van de buitenstaanders?

Zie je dat sommige muziek echt niet kan, dat sommige opvattingen over vluchtelingen en asielzoekers niet passen bij Christus, dat we niet mee moeten gaan in een doorgeslagen ik-gerichtheid.

Daarom zegt Paulus hier: je reactie moet wel met zout gekruid blijven.

Wanneer je een maaltijd hebt zonder zout, dan is het flauw, smakeloos.

Als het zout zijn kracht verliest, zegt Jezus, dan kun je het wel weggooien.

Jij bent als gelovige het zout! Je bent de smaakmaker in deze wereld!

Mensen die niet naar kerk gaan lezen meestal geen bijbel, maar wel jouw leven.

Ze zien wat je doet, wat je zegt, wat laat en wat je keuzes zijn.

Soms zijn ze blind voor de waarheid van Jezus, maar zien ze wel heel goed de zwakke plekken in je leven en in de kerk.

Daarom is het zo belangrijk dat je met een wijze, vriendelijk houding optreedt, maar ook beslist. Jij bent het zout van de aarde. Omdat jij, omdat u verbonden met Jezus mag je in de contacten om je heen iets laten zien van Christus. Het kost soms moeite, soms zal het ook weerstand oproepen, maar wat je in liefde doet, wat je doet om de andere te helpen, wat je doet omdat jij Jezus kent: het zal niet onopgemerkt blijven, maar het is een geweldige manier om als gemeente de liefde van God aan buitenstaanders door te geven !

Amen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Johannes 20:1-10 Houd de opgestane Heer voor ogen!

april 1, 2018

Paaspreek Heemse (9/11.00) en Beilen (16:30u), 1 april 2018
Tekst: Johannes 20:1-10

Geliefde gemeente van de opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Wat is er te zien op de eerste paasmorgen? Wanneer Lazarus opstaat uit de dood, lezen we: ‘de dode kwam tevoorschijn’. En dan zegt Jezus: ‘maak de doeken los en laat hem gaan.’ Je kon zien dat Lazarus het graf had verlaten en opgewekt was.
[#2] Wanneer de Joden in Antiochië uitleg krijgen van Paulus de uitleg over wat er gebeurd is, staat er: ‘God heeft Hem uit de dood op laten staan!’. Dat zijn de blijde woorden die Paulus spreekt aan de Joden in Antiochië. Wij verkondigen u goed nieuws! God heeft gedaan wat Hij gezegd heeft: Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt!
Wij zingen vandaag onze Paasliederen:
‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans Jeruzalem.’
‘Weet je dat de lente komt, weet je wel dat Jezus leeft?’
We vieren feest omdat we geloven dat Jezus is opgestaan.
[#3] Maar als we dan kijken wat Johannes vertelt over die eerste Paasdag.
Zijn ze dan ook blij? Zien ze dan ook dat Jezus leeft?
Maria uit Magdala rent wat heen en weer en denkt dat Jezus lichaam gestolen is. Haar Heer van wie ze zo veel hield, kan ze nu niet verzorgen.
Petrus, die gezegd had dat Hij Jezus niet kende, rent langzaam naar het graf. Misschien toch wat bang voor wat er gaat komen.
Johannes, dat is de leerling die Jezus liefhad, rent nog sneller. Hij gaat zelfs voorop. Ze zien de doeken liggen. Maar dan keren die twee leerlingen terug naar de stad.
Er gaat geen feest beginnen. Er zijn wat zoekende mensen die niet precies begrijpen wat er gebeurd is.
[#4] En toch mag één ding je helpen om nu gelijk al Pasen te vieren. Om muziek te maken en het koper te laten schallen. Ik heb wel vaker gepreekt over: alleen maar een steen die weg is, alleen maar doeken, alleen maar een engel. Maar in de voorbereiding van deze preek ontdekte ik vooral dat je vanaf het eerste begin op Jezus mag letten. Juist omdat hij leeft kan hij het zo leiden, dat Maria geholpen wordt in haar verdriet, dat we een betrouwbaar verslag hebben en dat er uiteindelijk een kerk gebouwd wordt.
Houd in geloof steeds de opgestane Heer voor ogen!
1) Hij zoekt je op waar je bent
2) Hij geeft tekens van zijn opstanding
3) Hij bouwt zijn kerk van gelovigen
1) Hij zoekt je op waar je bent
Dat dat niet altijd makkelijk is, zie je allereerst aan Maria uit Magdala. Johannes stelt haar hier centraal. De andere vrouwen, met wie ze onderweg was, noemt hij niet. Maar het is ook deze Maria die Jezus dankbaar was en in het bijzonder met haar meester verbonden is. Zij is op de afspraak als ze ’s morgens vroeg om 5:00u samen naar de het graf gaan. Het lichaam dat op vrijdagavond haastig begraven is, willen ze nu nog beter verzorgen. Beter oliën en beschermen, zodat ze nog regelmatig ernaar toe kunnen gaan. Zo dat ze een plek hebben waar ze de herinnering aan Hem levend kunnen houden.
[#5] Maar dan geeft de Heer het allereerste teken van de opstanding. De steen is weg! Maria schrikt ervan. Wat zou er anders gebeurd kunnen zijn dan dat onverlaten in de nacht in het graf gekomen zijn. Mensen op zoek naar buit en spullen. Wat denk je anders als je thuis komt en opeens staan de deuren open, die je kort daarvoor op slot had gedaan. Dat moeten wel dieven zijn. En ga ik dan het huis in, met de kans om er een tegen het lijf te lopen? Of ga ik hulp zoeken?
Maria doet het laatste. Ze rent snel terug naar Petrus en Johannes. Ze roept: ze hebben de Heer weggehaald en we weten niet waar ze Hem neergelegd hebben. Het zijn voorbarige conclusies. Ze gelooft nog niet dat Jezus is opgestaan. Ze is zo gericht op het lichaam van Jezus, zo gevangen in haar verdriet, zo verward door alles wat er gebeurt is, dat ze niet anders kan dan een snelle conclusie trekken. Ze hebben mijn Here weggenomen. Haar verdriet lijkt alleen maar dieper te worden: Nu is er ook geen plaats meer waar ze naartoe kan.
[#6] Haar verdriet is dieper, terwijl Jezus juist al verhoogd is. Paulus vertelt dat in zijn preek. Christus heeft de dood en het graf achter zich gelaten. Hij is opgestaan uit de dood. Heel de weg van de stal naar het kruis, van het kruis naar het graf, is Hij gegaan voor zijn leerlingen. Ook voor Maria van Magdalena. Voor haar is Hij nu opgestaan. In de hemel is de vreugde compleet, maar op aarde klinken nog geen trompetten. En toch mogen we geloven dat het de Heer is die er voor kiest om het zo te leiden. De leerlingen moeten worden opgehaald. Er moeten meer mensen bij betrokken worden. Iedereen moet het weten, ook die mannen die uit zichzelf niet bij het graf staan op de derde dag. Die leerlingen die zo’n belangrijke plek krijgen in de gemeente. Die zelf ook het eerste teken van de opstanding moeten zien. In de hemel is de goede herder aan het kerk om zijn kudde bij elkaar te krijgen, te voeden, te leiden. Hij wil dat er een kerk, een gemeente komt.
Daarom sluit Hij aan waar hij gebleven was. Hij neemt ze stap voor stap aan de hand mee, zodat zij later ook anderen stap voor stap aan de hand mee kunnen nemen op de weg van het geloof. Hij begint bij waar Hij was: bij het graf. Daar hadden ze Hem neergelegd. Op dat graf waren de vrouwen op gericht geweest. Dat graf hadden ze gezien. Vanuit dat donkere graf wil Hij het licht gaan maken. Waar alles stil was, wil Hij dat er een lied gaat klinken. Waar de dood heerste, mag er leven beginnen. Waar de lijnen leken te eindigen, wil Hij een nieuw begin maken.
Zo mogen we geloven dat de Here Jezus nog steeds werkt. Ook als je zelf vast dreigt te lopen in je angsten of vragen; ook als je worstelt met de omweg die je moet gaan. Waarom krijg ik hier nu mee te maken? Waarom biedt God niet gelijk een oplossing? Waarom voel en ervaar ik nu niet dat Jezus echt leeft en er is? Laten we dan geen overhaaste, voorbarige conclusies trekken zoals Maria van Magdala, die dacht dat Jezus’ lichaam was gestolen. Maar laten we ontdekken en zien (misschien pas achteraf!) hoe Jezus je wil leiden en dragen. Hoe Hij je zoekt, juist waar je bent: in je ellende en in je moeite. Hoe Hij van daaruit je wil samenbrengen met andere geloven. Je bij de kerk en gemeente wil brengen. Zodat vanuit je tranen langzaam het lied mag gaan klinken: zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen die mij vrede geeft?

[#7] 2) Hij geeft tekens van zijn opstanding
Wanneer Maria van Magdala de twee mannen het bericht brengt, komen ze gelijk in beweging. Petrus had wel gezegd dat hij Jezus niet kende, hij had wel gezegd: ik hoor niet bij Hem. Maar als hij dit bericht hoort, begint hij toch te rennen. Op naar het graf! En ook Johannes gaat er naartoe. Daar lopen ze op die eerste paasmorgen: mensen in vertwijfeling en zoekend. Wat is er van hun Heiland geworden? Petrus wordt ingehaald door Johannes. Kon Johannes gewoon harder rennen? Of was Petrus toch een beetje bang. Bang om wat hij gedaan had. Omdat hij zijn geloof niet had willen belijden, maar deed alsof hij een vreemde voor Jezus.
In ieder geval bereikt Johannes als eerste het graf. Hij ziet het eerste teken: de steen is van het graf. Hij bukt zich. Om in het donkere graf te kijken moet hij zich eerst wat kleiner maken. Dan ziet hij het tweede teken: de linnen doeken liggen gewoon los in het graf. Jezus is er niet meer in. Bij Lazarus lazen we net dat hij uit het graf stapt met de linnen doeken nog om zijn handen en voeten. Die doeken werden gebruikt om het lichaam van de dode bij elkaar te houden, zoals wij tegenwoordig een lichaam in een kist leggen. Die doeken werden ook gebruikt om de geur van ontbinding tegen te gaan. Er zijn mensen die zeggen: die doeken hadden nog hun vorm, als een soort cocon, een soort mummie, waar Jezus uit was weggegaan, maar dat staat er niet en dat is ook niet echt aannemelijk. Er staat gewoon: Hij ziet de linnen doeken liggen.
Maar dan komt Petrus. Petrus, die veel meer durft, die al eerder doet dan dat hij denkt, en Petrus stapt wel het donkere graf binnen. Hij ziet een volgend teken: de hoofddoek ligt netjes opgevouwen aan de zijkant. Dan moet het voor de mannen wel duidelijk zijn. Hier is geen sprake van grafroof, grafschending. Hier zijn geen bandieten aan het werk geweest. Maar hoe kan het dan toch dat het lichaam weg is, dat de doeken er liggen, dat de zweetdoek is opgerold. Hij heeft zich verwonderd, lezen we in Lucas.
Waar bij Maria de tranen overheersen en de verwarring, zien we bij Petrus verwondering. We lezen nog niets over geloof. Maar ondertussen heeft de opgestane Heer het wel zo geleid dat degenen die later getuigen, ook dit tweede teken ontvangen. Petrus’ belijdenis vormt het fundament van de kerk: Jezus is de zoon van God. Maar wanneer hij later daarover vol overtuiging op de eerste pinksterdag gaat preken, dan weet hij ook dat hij het eerst nog niet begreep. Maar dat hij duidelijk de tekens kreeg. Dit is maar niet een verslag van mensen die Jezus als een goed voorbeeld zien, die verder moet leven in je hart: dit is een verslag waarin allerlei dingen precies verteld worden. Een betrouwbaar verslag van een historische gebeurtenis. Vanuit de hemel stuurt Jezus het zo dat ook Petrus daar later nauwkeurig verslag van kan doen.
Christus stierf en overwon de dood. Dat deed Hij niet alleen voor mensen in tranen en rouw. Ja, juist dan zullen veel troostwoorden je hopelijk bijzonder bemoedigen. Zoals ze Maria bemoedigden. Maar het is ook een boodschap voor mensen die midden in het leven staan. Voor jou als je op een toets of examen zit te blokken. Voor jou als je druk bent met werk en zorgtaken. Voor u als u heerlijk kunt genieten van ontspanning en vakantie. Als je gezegend bent met familie om je heen. Juist dan wil Christus ook midden in je leven komen. Petrus en Johannes geven een betrouwbaar verslag. Gewoon aardse dingen: een open graf, doeken die er liggen, een doek die opgerold is. Heel dat aardse leven mag zin krijgen door Jezus, de opgestane Heer: dan weet je waar je voor leeft. Dan weet je waarom hij uit de dood is opgestaan. Dan weet je, ondanks vragen, dat je hier een betrouwbaar verslag mag hebben. Christus wil je meenemen waar je bent om zo steeds sterker in Hem te kunnen geloven als de opgestane Heer.

[#8] 3) Hij bouwt zijn kerk van gelovigen
Wanneer Johannes naar binnenloopt dan ziet hij de doeken liggen. Wanneer hij dat ziet, dan breekt voor het eerst het paasgeloof door. Hij gelooft dat de Heer is opgestaan. Stap voor stap heeft Jezus harmonieus toegewerkt naar dat moment dat de eerste leerling tot geloof komt. Heel het boek van Johannes werkt naar dit moment toe. Dit is niet een leeg graf, dat teken is van een doodlopende weg. Dit is een leeg graf dat getuigt van de opstanding, van een nieuw begin.
Johannes zegt er wel bij: wij kenden de schriften nog niet: dat de bijbel vertelt dat het zo moest gebeuren. Later wordt het duidelijker, vallen er meer puzzelstukjes op hun plek. Ziet Hij hoe Jezus dit alles moest lijden. Dat komt naar voren in de preek die Paulus later houdt: dat zo Psalm 2 in vervulling gaat. Dat komt naar voren in de woorden van die Jezus later spreekt tot de Emmaüsgangers. Zo zien ze dat heel Gods woord samenhangt. Ik hoop dat je zelf ook tot die stap komt: dat je zegt, Jezus is de opgestane Heer. Hij is gekomen om mij het leven te geven. Dat mag ik volgende week vieren aan het avondmaal.
Maar daarmee is Christus doel niet bereikt. Johannes komt tot geloof, maar Hij wil graag ook de leerlingen bij elkaar brengen. Dat ze ’s avonds samen Hem ontmoeten. Dat ze straks het brood breken. Zo werkt Christus er naartoe om een gemeente bij elkaar te krijgen. Zo mag je zelf ook deel zijn van de gemeente. Elke week de opstandingsdag vieren, volgende week ook mee het brood breken en de wijn drinken. In ieder geval die tekenen zien. Twee tekenen: maar ze verwijzen naar iets veel groters, naar de grote Heer die troont in de hemel. Die nog steeds geloof wil geven, zijn gemeente steeds weer samen wil brengen en wil leiden. Die de kerk heen wil leiden naar die grote dag dat heel zijn volk verzameld is in heerlijkheid. Amen.