Zondag 25 – Hoe kun je geloven?

januari 15, 2017

Preek Heemse, 15 jan 2016

Tekst: Zondag 25, Hebr. 6:11-20

 

Geliefden van onze Here Jezus Christus,

[#1] Ik zou wel willen geloven, maar ik kan het niet, zegt de één.

Ik geloof niets van wat er in de bijbel staat, allemaal verzonnen, zegt de ander.

Mijn geloof gaat zo op en neer, soms doet het geloof me zo weinig en zit ik in een crisis, zegt de derde.

Hoe kun je gaan geloven? Waar komt het geloof vandaan? Dat is een vraag die je bezig kan houden tijdens de opvoeding, in gesprek met een niet gelovige collega of klasgenoot, tijdens het huisbezoek en tijdens catechisatie. Want de vraag: “hoe weet je nu dat allemaal waar is, wat God zegt?” en “hoe kan ik mijn geloof blijven houden?” komt steeds weer naar voren. Geloven gaat nooit automatisch.

 

[#2] Als we dan het antwoord beginnen te lezen, dan staat er: ‘Het geloof komt van de Heilige Geest’. Het geloof komt niet bij onszelf vandaan. Wij kunnen niet onszelf het geloof geven, we kunnen niet de volgende generatie het geloof geven. Misschien hebben we dat wel eens teveel gedacht: je kinderen gaan wel mee naar de kerk, geloven wel, en pas als ze dat niet doen is er wat bijzonders aan de hand. Nee! Zo is het niet! Het is geloof begint niet bij onszelf. Het zit niet in een mens om te gaan geloven. Het is juist een wonder als iemand wel gaat geloven! Een geweldig geschenk!

En tegelijk hoef je dan ook maar niet gaan zitten wachten tot Hij het aan jou geeft: De Geest werk ‘middellijk’: God zet het cadeau niet alleen voor ons, maar hij geeft ook handen om het cadeau uit te pakken. God biedt ons niet alleen het brood van het leven aan, maar leidt ook je hand om het tot je nemen.  [#3] God geeft dus zijn middelen om dat geloof te kunnen krijgen. Over die genademiddelen gaat het in zondag 25-31. Middelen die de Geest gebruikt om ons op Christus te wijzen. Hij geeft zijn Woord, in de bijbel kun je over hem lezen, in de preek kun je over Hem horen. En Hij geeft ook de heilige Doop en het heilig Avondmaal. En die middelen moeten we dan wel gebruiken. Net zoals je niet zegt: God is mijn bewarker, dus ik doe de deur niet meer op slot. Of: God is mijn dokter, ik ga niet meer naar de huisarts. God is de bouwer, dus ik ga zelf mijn huis niet meer bouwen, zo kun je ook niet zeggen: God geeft het geloof, dus de preek en de sacramenten gebruik ik ook niet meer.

[#4]  Door de preek wil God het geloof geven. Door de preek? Zo’n verhaal van een man op een verhoging of podium. Waar je soms moeilijk je aandacht bij houdt. Wat vaker te lang is dan te kort, eerder saai dan enthousiast. Waarvan je misschien zegt: dat is allemaal mooi, ik zeg ja en amen, maar weet de dominee wel wat mij bezig houdt. En is het niet uit de tijd: zou je niet op andere manieren elkaar moeten vermaken tijdens de kerkdienst? Kun je niet geloven zonder kerk, zonder preek. Een godsdienstleraar schreef gisteren in het ND: het zou toch veel mooier zijn als iedereen zijn eigen verhaal inbrengt en er een gesprek ontstaat.

 

Toch wijst God de preek aan als het middel waarmee hij het geloof werkt. Het geloof is uit het horen. Natuurlijk kun je ook tijdens een wandeling, in de natuur, tijdens een gesprek of op een verjaardag tot geloof komen, maar de weg die God wijst is de preek, de verkondiging van het woord. Toen de Eunuch uit Ethiopië kwam, hoe kwam hij toen tot geloof? Wanneer kon hij zich laten dopen? Toen Filippus aan de hand van Jesaja 53 verteld had over Jezus Christus, die gestorven was en opgestaan ook om hem te redden! Via de preek wil de Geest werken.

 

Dat vraagt veel van je. Met wat voor houding kom je in de kerk? Bid je mee als we bidden om de opening van ons hart? Ben je gericht om te ontdekken wat de boodschap voor jou is die dienst? Kom je uitgerust naar de kerk?

Maar dat vraagt ook veel van de predikant! Dat ik als dominee niet alleen de bijbel ken, maar ook de tijd waarin we leven en ook het hart van de luisteraars begrijp. Dat ik Gods woord in deze tijd mag spreken, dat daarin ook het hart weer voeding vindt. Zodat je bemoedigt, verrijkt, vermaand of opgelucht de kerk uitkomt.

 

Het belangrijkste is, dat je door een preek weer ontdekt wie de levende Heer is, wie Jezus Christus is. Dat je merkt dat Christus hier in ons midden is en dat je door zijn woorden mag gebeuren dat je Hem ontmoet. Dat je vermaand wordt over de wegen die lijden naar de dood, vermaand over een leven zonder God. Uitgenodigd om met je onrust bij Hem te komen. Getroost met de redding van Jezus Christus: dat Hij gestorven is, ook voor jou!

 

Dat vraagt geen opsomming van geleerdheden, maar dat vraagt dat voor God geplaatst wordt. Zodat niemand de kerk uit kan gaan, of je nu voor of achterin zat, links of rechts: maar dat iedereen de redding door Christus op het hart gedrukt krijgt!

 

Daarom doe je jezelf tekort als je niet naar de kerk gaat. Want door de preek wordt het geloof gewerkt. Waarom? Omdat in de preek het evangelie klinkt: art. 33 zegt: Gods goedgunstigheid en genade. In dat evangelie klopt het hart van de kerk. God ziet jou en kent jou, en wil je ook in jou situatie bemoedigen en biedt zijn genade aan!

 

[#5] Hoe kunnen mensen tot geloof komen? De preek kan daarin een middel zijn. Maar het is ook de roeping van elke christen om het geloof zelf ook verder te vertellen. In je woorden en werken te laten zien! Het kan niet zo zijn dat je het geloof voor jezelf laat! Maar als jouw hart door de Geest vol is gemaakt van Jezus, dan zal je mond er van over stromen!

 

Werkt dat dan? Krijg je zegen op preekwerk, catechisatiewerk, de opvoeding en het evangelisatie werk? Dat is wel eens moeilijk. Soms wel: wat verblijdend! Soms niet. Maar dat is Gods vrijheid. Gods wegen zijn hoger dan onze wegen. Maar Hij vraagt niet naar het resultaat: of we verteld hebben en geleefd hebben vanuit zijn genade. Hij vraagt of we gezaaid hebben, meer hoeft niet.

 

Natuurlijk blijven er dan moeiten: Kan ik dit echt geloven? Is dit ook voor mij? In de bijbel staan soms dingen waar je niet mee uit de voeten kan, als het gaat over geweld, over dingen die botsen, over Jezus de wonderdoener. Jezus die maar gewoon een mens was. Over teksten over vrouwen, homo’s of geweld: gelden die nog? Sommige vragen zijn lastig, sommige vragen gaan boven ons verstand uit, op sommige vragen krijg je nooit een antwoord. Het vraagt bestudering, gesprek, gebed om de Geest. Tegelijk mogen we ook geloven: ons verstand is soms wel te klein, sommige dingen zijn niet te begrijpen, maar het geloof gaat niet tegen het verstand in. Het belangrijkste is dat de kern steeds weer centraal staan: dat Jezus Christus aan het kruis gestorven is. Dat daardoor vergeving en redding mogelijk is! We bidden dat de Geest daar steeds de ogen voor mag openen!

 

  1. God wijst niet alleen op zijn woorden, hij geeft er tekenen bij. Het teken van de doop: water dat schoonwast, het teken van het avondmaal: gebroken brood en geschonken wijn die in je komen. Doen we de sacramenten dan niet tekort als we alleen zeggen dat het een teken is, van wat God in zijn woord zegt en van wat hij binnen in ons hart doet?

 

Is een sacrament niet veel meer een mysterie, een geheim waarin Jezus zelf tot je komt? Krijg we wie via het sacrament niet Jezus zelf en zijn genade zelf in ons hart? Gebeurt er geen wonder op het moment dat je gedoopt wordt? Komt Christus niet in je hart op het moment dat je eet? Zo leert de Rooms Katholiek Kerk dat: en blijven mensen daar niet veel meer met de kerk verbonden (ook al zegt het hen misschien niet zoveel meer), omdat het niet afhankelijk wordt van je eigen geloof, maar omdat de kerk wel voor je gelooft en je door een mysterie doet delen in Gods genade, als je maar gebruik maakt van eucharistie en doop?

 

Toch is dat niet de manier waarop doop en avondmaal werken. Art. 33 zegt: God houdt rekening met onze zwakheid en ons onverstand. Het is soms moeilijk om op God gericht te blijven. Daarvoor las ik net het gedeelte uit de brief aan de Hebreeën. Zij dreigden te verslappen en God te vergeten. Als mens kun je soms zomaar druk zijn met duizend en één dingen en vergeten om met God te leven. Kan je geloof in een dip raken. Kan twijfel of moeite de overhand krijgen. Kun je teleurgesteld raken in mede-gelovigen

Daar komt bij, dat geloven soms veel energie kan kosten: je kinderen voorgaan in het goede, als ambtsdrager je bezoeken brengen, het bidden, het dragen van je kruis, de moeite die op je weg komen. Dat je soms je afvraagt: waar haal ik de kracht en moed vandaan. Hoe kan ik blijven geloven?

In die moeite wijst de Hebreeënschrijver de jonge christelijke gemeente op Abraham. Hij zei: God had Abraham ook beloofd dat hij rijk gezegend zou worden en een groot nageslacht zou krijgen. Maar wat moest Abraham lang wachten! Alleen dankzij een standvastig geloof kon hij volhouden en heeft na lang wachten ontvangen wat hem beloofd was.

God had gesproken. Gezegd dat hij Abraham zou zegenen. Maar God deed nog meer. Hij zwoer een eed aan Abraham. Maar hoe kan God zweren? Wie kan hij erbij halen die sterker of groter is dan Hij om te laten zien dat Hij de waarheid spreekt. Dus Hij verzekert Abraham bij zichzelf en bij zijn eigen trouw dat Abraham hem op zijn woord kan geloven. Wanneer iemand zweert dan is dat het einde van alle tegenspraak, dan kan de ruzie opgelost worden en het conflict beëindigt want dan komt de waarheid aan het licht. Zo brengt God hier ook de waarheid aan het licht en Hij onderstreept zijn woorden.

Waarom? Omdat het anders niet betrouwbaar zou zijn? Nee, God is altijd betrouwbaar. Maar Hij deed dat om de zwakheid van Abrahams hart. Abraham moest lang wachten, Abraham werd aangevochten, koos soms eigen wegen en om hem dan te bemoedigen en om zijn woorden te onderstrepen zwoer God zijn eed, zoals Hij later aan David zijn eed zwoer. Je kunt er echt van op aan, mijn woord is waar.

Zo mag je de doop en het avondmaal ook ontvangen als een bekrachtiging van Gods woorden. Je hoeft het nu niet alleen te horen, maar je kunt het ook zien. Je mag het water over de dopeling heen zien stromen. Je kunt het niet alleen horen en zien, maar je mag het ook ruiken en proeven in de wijn en het brood. Wat zie, hoor en proef je dan? Het kruis van Christus. Waardoor je vergeving van zonde en eeuwig leven krijgt. De vergeving zie je heel duidelijk in het schoonwassende water, het eeuwige leven in het brood en de wijn de eerste levensbehoeften om te kunnen blijven leven.

Daarom doen wij het avondmaal ook niet tekort: ook bij Abraham was de besnijdenis een onderstreping van de belofte van het verbond. Later was het Pascha was een herinnering aan de uittocht uit Egypte. Jezus zelf bevolen: om het avondmaal te vieren en de doop te bedienen. Die twee tekenen geeft Hij om ons geloof te versterken.

Daarom, als er gedoopt wordt, kijk naar het water, ziet u het water stromen? Zo zeker is het dat Jezus de zonden afwast! En bij het avondmaal: ziet u het brood gebroken worden, ziet je de wijn vergoten worden? Denk aan Jezus die stierf voor het kruis. Het is echt waar! Als je eet en drinkt, ruikt en proeft, weet dan zo zeker als je drinkt: zo zeker is die redding ook voor jou.

[#7] Zou het werken? Wordt je geloof er sterker van? Ik geloof het vast en zeker. Geloven op je eentje lukt niet. Je hoort het woord niet, je mist de sacramenten en je geloof gaat uit als een nachtkaarsje. Wat is het mooi als je door de doop en avondmaal op Gods werk gewezen wordt. Dat betekent ook dat je door de doop kind bent van de gemeente en elkaar helpt, bemoedigt, ondersteunt, voor elkaar bidt. Dat je je kind vertelt over de Here en dat het bijzondere mag gebeuren: dat iemand ook zelf gaat geloven. Dat je door het avondmaal ook zo aan elkaar verbonden wordt: dat we elkaar maar niet aan ons lot over laten en het zelf uit laten zoeken bij vragen en twijfels, maar met elkaar meeleven en elkaar vragen hoe het is, het geloofsgesprek voeren en werkelijk één lichaam vormen. Dat de Geest ook daarvoor de kracht mag geven.

Als je zo steeds weer bepaald wordt bij de genade van God, ziet dat het draait om het kruis, dan laat je de Geest werken. Dan mag je nieuwe moed putten. Dan zie je dat de Heer niet alleen de goede Herder is, maar dat Hij ook daadwerkelijk naar het levende water wil brengen, dat hij je nodigt aan tafel. Dat Hij je wil leiden, en bij je is, ook in het dal vol dreigende gevaren. Dat je zo door zijn woorden en tekenen steeds opnieuw vertrouwen op Hem mag krijgen. Hij wil je goede Herder zijn. Geloof je dat? Amen.

Advertenties

Psalm 1 – Nieuwjaarspreek 2017 – Gelukkig! nieuwjaar!

januari 1, 2017

Preek Heemse nieuwjaar 2017

Tekst: Psalm 1 / Matteus 7:13-20

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Gelukkig nieuwjaar!

Dat is wat we vannacht tegen elkaar zeiden, wat we vanmorgen tegen elkaar zeggen. Happy New Year!

We staan aan het begin van het nieuwe jaar, we weten nog niet hoe het zal gaan, maar hopelijk wordt het een gelukkig nieuwjaar.

Het oude jaar met alle dingen die daarin gebeurd zijn hebben we afgesloten, al nemen we natuurlijk best sommige zorgen het nieuwe jaar mee in.

Maar ik wens dat u en dat jij, thuis, op je werk, op school, in je familie, in de liefde een heel gelukkig nieuwjaar mag krijgen.

Maar wat bedoelen we daarmee, of je nu gelovig bent of ongelovig?

Dat er geen ongeluk op je weg komt, dat er geen ziekte komt, dat het je voor de wind gaat, dat je het goed hebt met de mensen om je heen, dat je misschien een mijlpaal of een belangrijke beslissing bereikt. Liefde, vrede en geluk.

Hoe je het ook invult: een gelukkig nieuwjaar, dat wensen we elkaar toe!

 

[#2] Het mooie is dat ons psalmenboek ook begint met ‘gelukkig de mens’!

Gelukkig ben je als je … Het boek van de psalmen start ook met deze woorden: een zaligspreking, gelukwens.

Zoals Jezus in de Bergrede, zijn preek waarmee Hij uitlegt wat Hij komt doen, waaruit we net lazen, ook begon met een zaligspreking: welzalig, gelukkig. Gelukkig de zachtmoedigen, gelukkig de vredestichters, gelukkig de treurenden.

Zo begint ook het boek van de psalmen met deze woorden: ‘Gelukkig ben je’. Het boek van de Psalmen, [waar ook onder ons nog velen dagelijks een tekst van lezen, dat boek dat wel de bijbel in de bijbel wordt genoemd, waar ook vaak bij bezoeken uit gelezen wordt]: dat boek leert ons in de eerste woorden welke mens gelukkig is.

Hoe vind je in je leven het geluk?

Wanneer wordt 2017 een geslaagd jaar?

En dan bedoelt de dichter ‘gelukkig’ hier niet zozeer vanuit God gezien: dat je zegt ‘blessed new year’, gezegend nieuw jaar. Nee: gewoon ‘Happy’ met vreugde en plezier, gewoon een jaar waarin je echt kunt genieten en blij zijn.

 

[#3] Om het geluk uit te kunnen leggen, legt de dichter eerst uit wat ongeluk is.

Zoals je tegen een zwarte achtergrond het beste kunt laten zien wat wit is.

De dichter gaat een sterk contrast neerzetten.

Hij laat ons horen wat de weg van het ongeluk is. Niet dat dat een begaanbare weg is, maar hij wil laten zien hoe het niet moet. Hij gebruikt daarvoor de werkwoorden: gaan, staan en zitten. Stel je iemand voor die onderweg is: hij gaat op een gegeven moment meelopen met mensen die van God niet willen weten, hij laat zich in met mensen die verkeerde plannen beramen, die zich laten vullen met leegheid, los van God leven. En mee gaat doen in de manier waarop zij door het leven gaan.

Dan kan het zomaar zijn dat hij zich daar zo door laat meenemen dat hij stil gaat staan: dat hij terecht komt op de weg van mensen die ook echt de wetten overtreden: vloeken, stelen, liegen, oneerlijk zijn, gokken, drinken en noem maar op. Eerst luisterde hij onderweg,

vervolgens doet hij mee en als hij daar nog langer is gaat hij er zitten: hij gaat zelfs God vervloeken en verwensen. Hij wordt een lasteraar, die niets met God of gebod te maken wil hebben.

Het is wel heel zwart-wit weergegeven: wie wil er nu zo leven? Toch zegt de dichter dit niet voor niets: het begint vaak onschuldig. Je gaat meedoen met mensen die anders in het leven staan. Die hun geluk zoeken in geld, of eten en drinken, in sport, in hun huis, in hun uiterlijk, in seks, in invloed en macht. En langzamerhand wordt je in die kring getrokken, blijf je even staan en als je niet uitkijkt blijf je daar zitten. Dingen die mooi lijken aan de buitenkant, maar die uiteindelijk geen echt geluk brengen.

Zie dit nu niet als het gemopper van iemand die niets van het echte leven begrepen heeft. Hier is iemand aan het woord, door de Geest van God die, veel heeft gezien en meegemaakt, die wijsheid heeft leren kennen. Zeg maar een oudere man, of een wijze hulpverlener, een goede moeder: iemand die door de heilige Geest zijn zoon of dochter vanuit wil waarschuwen voor valkuilen en verleidingen. Valkuilen die er ook in het nieuwe jaar zomaar kunnen zijn. Waardoor je uiteindelijk zult zeggen: dit was geen gelukkig, maar een ongelukkig 2017.

 

[#4] Wat maakt nu dat je wel gelukkig wordt?

De dichter zegt: degene die zijn blijdschap en vreugde vindt in het woord van God. Degene die leest in de bijbel, overdag bij het licht van de zon, ’s nachts bij een lampje. Degene die zich door God zelf de weg willen laten wijzen. Die, zoals wij hier vanmorgen, met elkaar de bijbel willen opendoen en Gods woorden willen horen, elke eerste dag van de week weer. Er staat niet daar wordt je serieus van, stil, een heilig boontje: nee, dat je daar je plezier, je vreugde in vindt. Dat je daar dus gelukkig van wordt. Wanneer je met God onderweg bent, je door Hem laat leiden. Wanneer je ook zorgt voor dat deel van je leven wat je je ziel noemen.

Waarom dan? Het laatste vers van de psalm zegt het: De Here kent de weg van de rechtvaardigen. God wil in het nieuwe jaar beschermend om je heen staan. Hij gaat met je mee: en steeds zullen er weer nieuwe dingen op je weg komen. Maar God kent je, God zal er zijn bij wat er ook gebeurt.

En dan zul je soms moeten kiezen, voor lastige keuzes komen te staan. Wat moet je dan doen? God is dan geen God die een soort orakelspreuk gaat geven wat je moet doen. Er komt geen briefje uit de hemel met een antwoord, je hoort niet opeens een stem. Maar wanneer je dicht bij het levendmakende woord van God leeft, dan ga je steeds meer de weg die goed is. Een weg die met Hem verbonden is.

Dat hoeft niet op eigen kracht: God wil je kracht geven. Alle is er van alles aan de hand in de wereld, terreur, oorlog, onzekerheid: je mag schuilen bij de Zoon (zegt Psalm 2, die samen met 1 wel als inleiding op de psalmen wordt gezien). Schuilen bij Jezus Christus, die hier op aarde kwam om de weg naar God open te maken

Dan wordt je leven gevuld met Hem, met blijdschap over Gods wil en met liefde voor je naaste en voor Hem. Dan hoef je niet in een extreme ik-gerichtheid je eigen geluk te gaan zoeken, maar zoek je juist de wil van God. Ben je gevormd in een leven met God. Dan ga je met God het nieuwe jaar in!

 

[#5] Op mijn studeerkamer staan twee planten, die ik al vele jaren vol liefde verzorg. Maar af en toe vergeet ik op tijd water te geven. Dan wordt er een blad een beetje geel, en als ik het een tijdje vergeet: wordt zo’n blad helemaal geel en misschien nog wel één, en tenslotte vallen er bladeren op de grond. Dat gebeurt nog sneller in de zomer, als de temperatuur hoog is en door de zon veel water verdampt. De enige manier om te zorgen dat de planten mooi en ‘gelukkig’ blijven, is dat ik er voor zorg dat je op tijd water en voeding krijgen. Zo is het zeker bij vruchtbomen: als ze niet goed verzorgd worden dan dragen ze geen vrucht en komen er geen appels, peren, kersen of noem maar op aan. Soms kan het gebeuren dat je in het leven zo in beslag genomen wordt door allerlei dingen, dat je droog komt te staan. Dat zorgen op je werk, of over je kinderen, of over je geld je helemaal in beslag gaan nemen. Vergelijk dat maar met de zon die soms staat te branden op de bomen. Wat is dan belangrijk om op tijd te ontdekken als er een tekort aan water komt. Laten we juist in de rustige tijd ook niet vergeten om met God verbonden te zijn. De dichter noemt de boom waarvan het blad niet geel wordt en de vruchten op tijd komen, een boom geplant aan een kanaal. Dat moet wel gegraven worden, dat moet er wel zijn. Zorg daarom dat je nooit droog komt te staan, dat je steeds weer kunt putten uit het woord van God.

 

[#6] Als je dat niet doet ben je als kaf dat wegwaait in de wind. Wanneer de oogst was binnengehaald en er aren vol met graankorrels binnengehaald waren, wanneer de dorsslede over de aren was heengegaan, dan lagen de korrels koren op de grond, op de dorsvloer. Mooie volle korrels, waar je brood van kan maken, waardoor er weer voor een jaar eten genoeg is. Maar tussen die korrels zat nog kaf. Kaf dat nergens goed voor is, en dat van het koren gescheiden moet worden.

Wie zich niet laat voeden door het woord van God, die wordt uiteindelijk als dat kaf. Als je niet met Hem verbonden bent, niet met zijn wijsheid en zijn woorden, als je geen vrucht draagt in je leven, dan kun je misschien wel heel spannend door de lucht waaien, ben je misschien wel met heel veel, maar je waait weg. Het bestaan eindigt uiteindelijk leeg en zonder vruchten. Weg gewaaid in de wind. Zonder geluk, zonder doel.

 

[#7] Wij gaan 2017 in. Gisteren stonden we stil bij het oude jaar. Misschien werd je wat nostalgisch: uren, dagen, maanden, jaren, ze vliegen heen als een schaduw. Zo kan ook ons leven zomaar heen vliegen. Kan ook 2017 leeg blijven. Maar we mogen 2017 ingaan in verbondenheid met God. Hij kent de weg van degenen die met Hem willen leven. Hij zal over ons waken en ons beschermen. Daarvoor geeft Hij ook zijn woorden, woorden van eeuwig leven. Want Hij is geen God zoals de afgoden die maar lucht zijn, Hij is de God die er is van eeuwigheid tot eeuwigheid. De vaste rots van ons bestaan. En zo mag wie steeds weer met Hem verbonden is, gezegend het nieuwe jaar ingaan. Groeien als een boom, en vruchten dragen van geloof, hoop en liefde. Steeds weer verbonden met deze God: daar word je pas echt gelukkig van!

Amen.


Preek zondag 21 – één brood, één lichaam!

december 28, 2016

Preek gehouden in Heemse

Tekst: Zondag 21 (met name v/a 55); 1 Kor 10:17

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Vanmiddag gaat het over verbonden zijn. Via Facebook, Linked in, instagram of twitter worden veel mensen aan elkaar verbonden. Je krijgt een nieuwe volger of een nieuwe vriend. Iemand die leest wat je schrijft, die ziet wat je post. Je raakt verbonden met mensen die je soms jaren niet hebt gezien of die aan de andere kant van de wereld wonen. Kennelijk is er bij ons een sterke behoefte aan verbondenheid: dat we graag gezien willen worden, willen delen wat ons bezig houdt, dat we benieuwd zijn wat anderen bezighoudt.

Toch kun je je aan de andere kant ook afvragen: hoe verbonden zijn we met elkaar? Neemt de verbondenheid juist niet af? Ik hoorde van de week iemand zeggen: als we op een verjaardag zitten, dan kan ik niemand spreken want iedereen zit achter zijn schermpje. Of het verbonden zijn is er niet, als iemand zegt: er komt bijna nooit iemand op bezoek. Als we vooral druk bezig zijn met onze eigen dingen en de doelen die we willen bereiken. Als je hoort over hoe in de stad, nog meer dan op het platteland, veel mensen zich eenzaam voelen. Sociale media ondersteunen en stimuleren contacten, maar echte ontmoeting is toch onmisbaar!

[#2] Vandaag willen we opnieuw leren wat het betekent om verbonden te zijn. Ik las ergens dat iemand zei: als je over dit onderwerp preekt, over de band die je als christenen hebt, over de gemeenschap der heiligen, dan zou je eigenlijk moeten zorgen dat je in die dienst ook het avondmaal viert. Dat je ook echt ervaart dat je bij elkaar hoort en dat het te zien is dat je met Christus verbonden bent en met elkaar verbonden bent. Wat mooi dat we dat dan ook doen vandaag. Dan past ook op na zo’n viering, in de ‘nabetrachting’ ons af te vragen: welke stimulans heb ik ontvangen om nog meer om te zien naar een ander, om nog meer met de ander verbonden te worden. Zoals we lezen in het formulier: omdat het één brood is, zijn wij, ook al zijn we met velen, één lichaam: we worden als broers en zussen aan elkaar verbonden en we mogen dan ook in woorden en daden laten zien dat we zo’n eenheid vormen.

 

[#3] De tekst uit het formulier komt uit het gedeelte dat we net gelezen hebben uit 1 Korinthiërs. Paulus is daar aan het woord. Hij merkt dat sommige mensen deel nemen aan offermaaltijden voor de afgoden van het grote Romeinse rijk. Daar snapt hij helemaal niets van. Die afgoden bestaan niet echt, maar door je te verbinden met de andere mensen in zo’n offer: lever je je wel uit aan kwade machten en kwade demonen. Je wordt één met mensen die niet met Jezus verbonden zijn, maar met andere machten. Kijk als het vlees later op de markt ligt, dat daar tijdens de offers geofferd is, dan kun je nog zeggen: die afgoden zijn niets en ik wil het wel eten, al waren er mensen die daar moeite mee hadden en moest je daar misschien rekening mee houden. Maar naar zo’n offerfeest gaan: meejuichen en joelen, eten en drinken voor andere goden. Dat kan niet, want je wordt één. Zoals je vandaag ook niet christen kan zijn, en tegelijk wel een evenement of uitvoering gaat bezoeken van mensen die vloeken in hun muziek of liederen, die er goddeloos op losleven en waar drank of drugs de boventoon voeren. Dan wordt je één met zo’n groep, dan krijgen demonen vat op je, je verbindt je aan kwade machten.

Zo zegt Paulus: Als je eet van het brood wordt je toch één met het lichaam van Christus? Als je drinkt van de wijn wordt je toch een met het lichaam van Christus? Hij stelt het als vraag: hij hoeft er niet eens een antwoord op te geven, want dat is wat iedereen begrijpt. Zo begrijp je ook dat je deel krijgt aan elkaar. Wij hebben als gelovigen maar niet allemaal alleen een band met Christus. Door te drinken uit dezelfde beker, door te eten van het zelfde brood ontstaat er een verbondenheid met elkaar. Dat kun je daaraan zien dat het brood waarvan we eten, eigenlijk één brood was, wat we later in stukken hebben verdeeld.

 

[#4] We zijn als gemeente maar niet een stapel stenen, die opgestapeld bij elkaar liggen. Zelfs het beeld van een boeket bloemen schiet wat betreft het met elkaar verbonden zijn tekort, want dan zijn het nog losse bloemen. We zijn als druiven die verbonden zijn met dezelfde wijnstok. Of, zoals vroeger in het formulier stond: uit vele beziën, (dat is druiven) samengeperst zijnde, vliet één wijn en drank en vermengt zich onderling. Of nog mooier: we zijn een lichaam, waarin we allemaal met elkaar verbonden zijn. Waarbij het bloed stroomt naar de verschillende delen van het lichaam. Waarbij we niet zonder elkaar kunnen, zoals Paulus in 1 Korintiërs 12 en Romeinen 12 ook verder uitwerkt. Wanneer er met één deel wat is, dan raakt dat de andere delen. Wanneer je je vinger verwondt, dan kijken je ogen wat er aan de hand is, dan gebruik je je benen om verband op te halen, dan gebruik je je handen om de pleister op te plakken. Als één lid lijdt, lijden alle leden. Je kunt niet zonder elkaar. Zo word je als degenen die van dat éne brood eten ook werkelijk met elkaar verbonden.

 

Maar lukt dat ook ons ook om met elkaar verbonden te zijn? Geven we ook echt om elkaar? Als we dat uit eigen kracht proberen te doen, dan wordt het lastig. Dan wordt het een soort moeten dat je uitput. Dan voelt het als: ik moet dit nog doen, er wordt weer iets van mij verwacht. Daarom is het zo belangrijk om te beginnen bij Christus. Paulus zegt ook: door het brood word je één met Christus. Hij is het hoofd van het lichaam. Hij is het die zijn gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt, zegt de Catechismus. Als een goede herder zorgt Hij voor zijn schapen. Hij geeft hen wat zij  nodig hebben. Bij Hem mogen we de diepste troost vinden en geweldige beloften: eeuwig leven, vergeving van de zonde, kind-zijn van God. En door de werking van de Heilige Geest komt dit ook echt in je hart en in je leven. Je krijgt deel aan hem, staat in het eerste deel van v/a 55.

 

[#5] Vanuit wat je daarin in Christus ontvangt, ook in het H.A.: mag je met elkaar verbonden zijn. Het is een hele sterke tekst uit de bijbel, het is een hele mooie gedachte bij het avondmaal. Maar krijgt dit ook werkelijk vorm in de gemeente? Is er in plaats van samen op weg zijn, van verbondenheid en op elkaar betrokken zijn, niet juist veel onverbondenheid? Dat er weinig inzet is, dat de 2e kerkdienst verzuimd wordt en we onze eigen gang gaan; dat er geshopt wordt: dat je zelf kijkt waar je iets aan hebt, in plaats van op je eigen plek waar je geroepen bent je bijdrage leveren? Ik heb deze week verschillende keren gevraagd: welke contacten heb je in de gemeente? Met wie ben je verbonden? Wie vraagt jou wel eens: hoe is het? Of wie komt wel eens binnenlopen of nodigt je uit? In de meeste gevallen schrok ik er behoorlijk van. Ben je ook bereid om werkelijk met degene die voor je loopt of naast je zit een band aan te gaan. Vraag je: hoe is het met je? Kijk je elkaar aan? Dat je wel in de kerk komt, maar dat er doordeweeks verder geen contacten zijn met mensen uit de kerk. Dat er soms heel makkelijk naar een ambtsdrager gekeken wordt: hij gaat er toch wel naartoe of hij doet wel een bijbel open. Gemeenschap der heiligen wil niet zeggen: een paar enthousiasteling staan te trekken aan de kar, en de anderen zitten er lekker op en laten zich trekken. Het betekent dat we samen ons inspannen en samen onze gaven gebruiken om elkaar te helpen. En dan gaan soms dingen ook ontzettend fout: daarvoor hoeven we niet eerst naar Syrie. Ook achter de voordeur kan er van alles misgaan. Zoals Kain zijn broer Abel vermoorde, is er later nog veel mis gegaan. De broedermoord werkt door. Soms is er ruzie, misverstand. Kinderen worden soms buitengesloten en mogen niet meedoen. Ze ervaren dat hun ouders maken ruzie maken. Ook in de kerk gaat er soms van alles mis.

 

[#6] Maar de catechismus roept ons dan op om onze gaven tot heil van de naaste te gebruiken. Roept op tot naastenliefde! Om de gaven te gebruiken die we ontvangen hebben. De Heilige Geest wil ons door de verbondenheid met Jezus steeds meer op Hem doen lijken: de vrucht van Geest is vrede, liefde, blijdschap, zelfbeheersing. Deze dingen vormen je eigen leven, je karakter, en hopelijk plukken ook anderen daar de vruchten van. Maar naast de vrucht, zijn er ook de gaven van de Geest. En iedereen heeft andere gaven gekregen. De één is muzikaal, de ander kan goed tekenen, een volgende goed leren, een ander kan een motor uit elkaar halen of zo weer in elkaar zetten, een volgende is goed in koken en weer een ander kan goed sporten. Een volgende heeft zijn woordje klaar, maar een ander kan goed luisteren. En dat zijn soms heel gewone gaven: een timmerman gebruikt zijn gaven of hij nu gelovig of ongelovig is. Maar toch is daarin de Geest aan het werk. De mensen die de tempel bouwden deden dat door de Geest. Juist die verschillende gaven zijn nodig om de kerk op te bouwen: maar de vraag is; gebruik je ze ook om de ander te helpen, om met elkaar te bouwen aan Christus gemeente. Of je gebruik je ze voor je eigen carrière, roem, eer, om zelf een behaaglijk leven te kunnen leiden. Natuurlijk zijn er dan ook dingen die gewoon moeten: je dagelijks werk, je huiswerk. Taken waardoor je uiteindelijk later in je werk weer wat voor anderen kan gebruiken.

De catechismus heel scherp: je moet je gaven tot nut en heil van de ander gebruiken! Het is geen keuze. Het is niet zo van: dat doen die paar enthousiastelingen wel in de kerk. Paulus heeft gezegd: je hebt deel aan Christus, en dus ben je één lichaam geworden. Het is jammer als je van alles zou kunnen betekenen, maar dat je het zaad niet zaait op de akker en er zo niets met jouw zaad gedaan wordt. Of zoals die man die talenten kreeg en het begroef onder de grond, in plaats van dat hij zijn talenten gebruikte. Laten we onze gaven juist gebruiken voor elkaar, zoals de eerste en tweede slaaf deden: je wordt er zoveel rijker van!
[#7] Dan ontstaat er steeds meer een gemeenschap waarin we in gebed, woord en daad elkaar opbouwen. Dat je je inzet als vrijwilliger of vraagt of je ergens nog wat kan doen in een commissies. Dat je bidt voor elkaar. Dat je de mensen in je wijk niet alleen ziet als buren, maar ook als gelovigen. Ook daarin samen elkaar aanspoort om mee op weg te blijven gaan. Daarbij mogen jong en oud ingeschakeld worden. Mooi als er een generatieavond is, waarin oud en jong in gesprek zijn. Mooi als rondom een avondmaalsavond ook gedacht wordt aan de jeugd. Iedereen hoort erbij, ook de kinderen. Jezus werd maar weinig boos, maar wel toen de leerlingen de kinderen op een afstand gingen houden of hen niet belangrijk vonden: toen mochten ze juist naar voren komen en zegende hij hen.

Zo raken we steeds meer met elkaar verbonden. Worden we dan allemaal hetzelfde? Nee, we zullen verschillend zijn. Maar wat maakt ons één? Vergelijk het maar daarmee dat we als het ware in een cirkel om de Here Jezus heen staan: we staan daar allemaal als verschillende gemeenteleden. We hebben onze eigen gewoontes, achtergrond,  geaardheid, huidskleur, taal, maar we zijn gericht op de Heer: Jezus Christus. Zolang Hij het middelpunt vormt en centraal staat, blijven wij een cirkel vormen. Een gemeente die samen gericht is op de Heer.

Laten we zo samen kerk zijn. Waarbij we bereid zijn om van elkaar te leren: dat jongeren hun best doen te begrijpen waarom een Psalm als Psalm 91 zoveel troost kan geven in een situatie van verdriet; maar dat ouderen ook zien hoe jongeren in meer eigentijdse liederen God willen prijzen. Zo vormen we samen één lichaam: een gemeente, doordrenkt van de Geest van God. Waarbij we juist degenen die niet zo makkelijk contacten hebben, extra in het oog mogen houden. Er voor hen mogen zijn. Om dan tenslotte niet meer door een teken, een symbool van brood en wijn met Christus verbonden te zijn, maar Hem te ontmoeten. Zodat wij als lichaam, weer echt met het hoofd verbonden zijn en voor altijd met Hem zullen leven.. Als wij de wijn met hem nieuw zullen drinken. Kom laat ons dus blij zijn en vol vreugde want de bruiloft van het lam komt! Amen.

 

 


Lucas 2:16-20 – Hoe reageer je op de kerstboodschap?

december 28, 2016

Preek gehouden in Heemse, 25 december

Tekst: Hoe reageer je op de kerstboodschap? 1) Op weg gaan 2) Spreken 3) God Prijzen

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het goddelijk licht schijnt met kerst in de duisternis, maar schijnt dat licht ook weer terug omhoog. Er klinken stemmen uit de hemel, maar klinken er ook stemmen naar de hemel toe?

Het verblindende licht dringt door in de duisternis van de nacht.

We horen de engelen zingen van Gods grote plan: vrede op aarde, in de mensen een welbehagen en ze brengen de eer aan God.

En ook al is dit hemelse lied, het mooiste lied wat je kunt bedenken: een lied gedicht in de hemel, een lied gezongen door engelen,

toch is dat licht, en dat lied, niet het mooiste van het kerstfeest. Veel mooier is het nog als de mensen zelf gaan zingen. Als we de waarde van het kerstfeest gaan zien: dat hij zoals zondag 14 zegt onze zonden voor Gods aangezicht bedekt.

Daarvoor is de Christus immers gekomen: dat de herders zelf God gaan loven en prijzen,

en Hanna en Simeon loven: Een licht zo groot zo schoon, gedaald van hemels troon, straalt volk bij volk in d’ogen. Als de wijzen komen om te aanbidden voor de redder van de wereld. Ja: als u, jij en ik vandaag God de eer brengen is dat God nog meer waard dan de engelenzang;

Daarom bij elkaar om te luisteren, te zingen, te belijden, te zien en te horen. Om God te loven en te prijzen.

 

[#2] Laten we nog eens rustig kijken wat er allemaal al gebeurd is, om zo te ontdekken wat het betekent om tot Gods eer bij elkaar te komen!

Jozef en Maria die uit Nazaret vertrokken zijn en een lange reis gemaakt hebben.

Ze kwamen vermoeid aan bij de herberg, waar alleen plek was in de stal.

De geboorte van het kindje.

De verschijning van een engel, midden in de nacht die vertelde dat de Messias geboren was: de Messias, waarvan de komst al voorzegd was door de profeten.

De hemel die openging en het leger van engelen dat daar zong.

Aan de éne kant zijn dat hele gewone menselijke dingen die daar gebeurd zijn.

– Het alledaagse leven onder de Romeinen,

– er wordt een kindje geboren,

– herders houden net als andere nachten de wacht over hun kudde.

Toch zijn het ook bijzondere dingen:

– Het kindje van Maria komt van de heilige Geest;

– er verschijnt eerst een engel en dan een talrijk engelenkoor, in de velden rondom Bethlehem, de buurt waar de Messias geboren zou worden;

– er wordt gezongen van vrede op aarde … terwijl het volk zucht onder de verstikkende bezetting van de Romeinen, waarbij de wil van de keizer wet is.

Dan zijn de engelen teruggegaan naar de hemel. De lucht is weer donker, misschien bewolkt, misschien nog met een enkele ster. Duisternis omringt hen. Nu hebben de herders gehoord wat ze moeten horen …

 

[#3] Is het genoeg als je het kerstnieuws gehoord hebt? Nee. Bij kerst gaat het er niet alleen om dat je hoort van de geboorte, het gaat niet alleen daarom dat de engelen het nieuws verder verteld hebben. Bij kerst hoort ook dat je in beweging komt. En dat is wat in het derde gedeelte van het kerstevangelie gebeurt. Dan zie je een en al beweging:

Ze willen naar Bethlehem gaan.

Ze willen met hun eigen ogen gaan zien.

Ze gaan haastig op weg. Zo graag willen ze het beloofde teken zien!

Ze treffen het kind aan, in arme, troosteloze omstandigheden.

Ze vertellen wat er gebeurd is aan Maria.

Ze gaan weer terug, terwijl ze God loven en prijzen!

Wat gebeurt er veel, wat doen ze veel, wat zijn ze in beweging gezet. Deze herders, die normaal zoveel uren rustig bij de kudde doorbrachten, in weer en wind. Die zo dicht bij de natuur leefden. Zij hebben het bijzondere begrepen en zijn op weg gegaan.

 

Deze mannen, over wie we niet veel weten. Zelfs hun namen kennen we niet!

Van Zacharias, van Maria, van Jozef, van Elisabeth, van Simeon en Hanna weten we de namen. Maar wie deze mannen waren?  Ze komen uit het duister en keren daar ook weer naar terug.

Het waren herders.

In de Bijbel komen veel herders voor. De aartsvaders, Abraham, Isaak en Jakob waren herders. Het joodse volk in Egypte was bij uitstek het volk van herders. Koning David was de herder en heeft de mooiste psalm over de goede herder geschreven. Jezus zelfs sluit graag aan bij het beeld van de herder. De herders zijn verantwoordelijk voor de schapen. Schapen die in duizenden tegelijk geslacht werden bij de feesten in Jeruzalem. Toch werd er vaak op deze herders neergezien, werden ze veracht door de mensen. Wilde niemand deze stinkende mannen ontvangen.               Wat doen de herders?

  1. Als we goed op deze herders letten dan zien we eerst dat ze met elkaar in gesprek gaan. Samen overleggen ze over de boodschap die ze gehoord hebben. Ze besluiten om op weg te gaan. De engel had immers gezegd: ‘voor jullie is de redder geboren’. ‘Jullie zullen een teken ontvangen’. Dus het goede nieuws is in de eerste plaats voor de herders bedoeld! Het is bedoeld voor de gewone mensen uit Israël, die geen naam hebben. Het herdersvolk van Abraham mag als eerste horen van verlossing en redding. Dan zeggen ze ook tegen elkaar, laten we op weg gaan en dat kind met eigen ogen gaan zien. Ze willen die wonderlijke gebeurtenis gaan aanschouwen, zelf op kraambezoek gaan, zodat ze weten welke blijdschap allereerst hen, maar uiteindelijk heel het volk zal ten deel vallen. Dwars door het veld heen gaan ze met spoed naar Bethlehem.
  2. Als ze in de stal zijn, valt op dat ze boodschappers zijn. Ze vertellen over wat er gebeurd is, over wat de engel gezegd heeft. De mensen staan verbaasd en zijn onder de indruk. Wat een bijzondere dingen zijn er gebeurd, wat een vreemde dingen gebeuren hier! Maria reageert anders. Die bewaart de woorden ook in haar hart: letterlijk alsof ze het in haar geheugen grafeert, zoals de letters in een ring.

De Herders zijn dus in de tweede plaats gaan vertellen: Wat wordt er veel in beweging gezet door de herders die naar de stal zijn gegaan. Het goede nieuws weerklinkt in dat dierenverblijf. Herders hebben de boodschap van engelen op de lippen genomen en doorverteld.

  1. Maar de herders vertellen niet alleen verder wat de engelen zeiden. Ze sluiten zich ook aan bij de engelen. Als ze weg gaan zingen ze : ‘ere zij God’, ze loven en prijzen ze God. In hun lied klinkt de echo van het engelenlied. Waarom? Omdat ze het in de stal zo aangetroffen hebben als hen gezegd was. Omdat inderdaad een kind in doeken gewikkeld was. Omdat het in de voederbak ligt. Ze hebben het goede nieuws gehoord, ze zijn gegaan en hebben verteld, maar nu hebben zij het kind ook echt mogen zien. Ze loven God om zijn grootheid, ze zijn onder de indruk van zijn werk (loven) en ze prijzen om het goede wat ze hierin zelf mogen ontvangen! Ze zijn niet teleurgesteld, maar juichend en zingend gaan ze terug naar hun schaapskudde. Wat past er dan ook beter om God ook zelf te prijzen: Ere zij God, Gloria in exelcis deo. Zo keert het licht terug naar God

 

We zitten vandaag in de kerk. Juist door naar de kerk te gaan, blijven we op de goede toonhoogte, blijven we op de juiste manier gericht. God wil niet dat het kerstfeest ons even omhoog tilt, en dat we dan weer in de alledaagse werkelijkheid verder leven. God wil dat we het kerstfeest zo vieren, dat we daarna op geloofsniveau verder gaan. Of je nu arm bent of rijk, jong of oud, werknemer of werkgever, veel of weinig gestudeerd, getrouwd of gescheiden, alleengaand of anders geaard. God wil je optillen en dragen, brengen op het niveau van vertrouwen op Hem. Het kerstfeest moet daarom niet op aardse dingen gericht zijn, maar mag een ‘geloofsniveau’ hebben. Dat je ziet op God!

Woensdag is de kerst weer voorbij. Voor sommigen zijn het moeilijke dagen, juist omdat je dan zo de eenzaamheid en het gemis ervaart. Maar ook voor degenen die genoten hebben geldt: dat straks het gewone leven weer gaat beginnen met z’n ups en downs, z’n voors en tegen, de lach en de traan, de zondag en de maandag. Dan gaat de kerstboom op de deur uit, de stekker van de kerstverlichting uit het stopcontact en zijn de speciale concerten afgelopen. Soms kan het leven je dan extra rauw op het dak vallen. De lastige situatie waar je in zit, de vragen die je hebt. Maar laten we daarom juist van de herders leren!

 

[#4] De herders 1. gingen kijken, 2. spraken over wat er gebeurd was en 3. prezen God. Deze drie dingen hebben we in de tekst gezien. Maar ging dat vanzelf? Kregen ze vanzelf dat geloof en waren ze blij en dankbaar? Is het makkelijk om dansend naar huis te gaan. Dan zou je kunnen zeggen: ook wij gaan weer makkelijk het nieuwe leven in. We weten dat Jezus is geboren, we hebben het gevierd en nu houden we het wel vast. Of zou het voor de herders ook moeilijk zijn geweest. Eerst schrokken ze heel erg van engel. Hij moet zeggen: ‘weest niet bang’. Ze moeten eerst met elkaar praten over de vreemde gebeurtenissen en ze gaan wel op weg. Maar dan laten ze het kindje weer achter zich. Ze gaan weer de duisternis in en er is echt niet wat veranderd aan hun schapen, aan het gras, aan de plek waar ze zaten. Hoe kunnen ze dan toch zo vol lof zijn en zo zingen? Hoe houden zij dat vol? Iemand dichtte eens:

‘Het lampje flakkerde uit, het Kind ging slapen als een roos.

Wij moesten weer door ijs en wind, alleen en machteloos,

 

[#5] Hoe houden we het kerstfeest vast?

Het eerste wat dus opvalt als we de tekst goed lezen is dat de herders met elkaar in gesprek gaan. Ze zullen vast helemaal verbaasd zijn geweest over wat er gebeurd. Hoe is dat mogelijk, zoveel engelen opeens bij elkaar. Dit is toch wel echt, of hebben we gedroomd? Zou het echt zo zijn, zou de Messias werkelijk gekomen zijn. Kijkt God om naar zijn volk?

Ze zeggen niet: kijk wat een bijzondere gebeurtenis, nu geloof ik dat er meer is tussen hemel en aarde.

Ze zeggen ook niet: wat een geweldig muziekstuk was dit en wat een schitterende stemmen. Zoals wij zeggen als een koor een optreden heeft gegeven.

Nee, ze zeggen tegen elkaar: ‘laten we dan ook snel gaan kijken’, ja laten we op weg gaan naar de kribbe. Ze helpen elkaar en zo hebben ze elkaar nodig. Zoals later de Joden in Berea samen naar Paulus woorden luisteren en met elkaar de schriften onderzoeken, samen kijken ze of klopt wat Paulus gezegd heeft. Zo hebben we het nodig om met elkaar in gesprek te blijven over Gods woord, samen de Bijbel te bestuderen. Elkaar aan te sporen om trouw te blijven in het dienen van de HEER en achter Hem aan te blijven gaan.

 

Het tweede wat ze dus doen, is dat ze het zelf verder vertellen. Hoewel het maar eenvoudige herders zijn, die geen speciale scholing hebben gehad om te preken, vertellen ze door wat ze gehoord hebben. Zij worden zo boden van God. en de mensen staan verbaasd! Hun woorden komen wel over en worden door de mensen met belangstelling gehoord! Zo horen anderen ervan. Wie waren er nog meer in de stal dan? Misschien andere mensen die geen plaats in de herberg hadden kunnen krijgen, of misschien mensen uit de herberg die naar achter zijn gelopen om te kijken wat daar toch gebeurde. Maar niet alleen die mensen zijn verwonderd over het woord van de herders. Ook Maria en Jozef zijn erdoor bemoedigd. God wil dat zij nogmaals horen dat dit in een bijzonder kind is. Dat dit de redder van Israël is en zo bewaard Maria deze woorden, als kostbare parels in haar donkere hart.

Zo hebben wij het ook nodig om steeds dat woord weer te horen, in de preken, maar ook van elkaar. Want je hebt allemaal wel eens je vragen en je moeiten. Wat is het fijn als je dan door anderen weer gewezen wordt op het woord van God, op zijn goede nieuws en plan met deze wereld.

 

  1. Tenslotte keren de herders terug. Dat veld waarin ze terugkeren zal weinig veranderd zijn. Maar waar het om draait, is dat de herders veranderd zijn. Zij hebben nu het kind, de zoon van God gezien en weten dat God zijn volk niet vergeten is. Zij zingen daar ook van. Zo voegen zij juichend hun stem in het koor van Bethlehem. Stoere herdersmannen, zingen psalmen tot eer van God, zingen liederen om God groot te maken. Hun Aramese klanken klinken over de vlakten van Efrata. Juist door te zingen maken ze God groot.

Deze zondagmiddag zingen we  samen in de kerken onze psalmen en liederen. ‘we mogen weer zingen’. Begrijpen we voldoende hoe bijzonder het zingen in de kerkdienst is: zingen is dubbel bidden, zei Augustinus al. Als je samen een psalm of lied zingt, dan gaat dat soms verder dan woorden kunnen zeggen. Vaak kun je juist door een lied enorm geraakt of bemoedigd worden. Uit zingen mag je kracht putten, als je eenzaam bent, in de nacht of als je samen bent.

Maar niet alleen zelf word je er beter van, God zelf wil graag gezongen zijn! U komt de lof toe, u komt ons lied toe, U komt de eer toe: wij loven u met heel ons hart, alles wat in ons is, looft uw heilige naam! Dat mogen de herders doen in het open veld, dat mogen wij doen in de kerkdiensten, maar dat mogen we ook doen in onze huizen en op onze kamers.

Als we zo de kerkdienst gaan beleven en ervaren, dan krijgt dat betekenis voor ons leven. Dan begrijpen we beter wat het betekent om ons met elkaar dieper in Gods woord te verdiepen. Dan begrijpen we beter wat het is om toegerust te worden om anderen dat woord te vertellen. Maar dan ervaren we nog meer wat het is om God de loven en te prijzen. Dat kleurt dan ons bestaan, niet alleen van de zondag, maar ook van de maandag. Het zet ons leven in een glans. Het veld veranderde niet, de schapen veranderde niet en het zal na afloop ook donker geweest zijn voor de herders. Maar ze hadden met elkaar het kind bezocht en prezen God. Ons leven verandert niet zomaar, pijn en verdriet kunnen blijven, na kerst en oud en nieuw pak je de dagelijkse gang weer op. Maar … we hebben het kind bezongen, die onze verlosser is, we hebben Hem geprezen die naar ons om ziet. Dat mag ons bemoedigen en vanuit elke zondagse liturgie mogen we zo opnieuw in het leven staan. Zo mogen we zelf bemoedigd op weg gaan, het doorvertellen en God blijven prijzen! Amen.


Zondag 20 – Leer ‘Abba, Vader’ zeggen door Gods Geest

december 5, 2016

Preek gehouden in Heemse, 4 december 2016

Tekst: Zondag 20

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Wie is de Heilige Geest? Dat is de vraag die vanmiddag centraal staat in de preek. Het is beste een moeilijke vraag. Wanneer je probeert uit te leggen wie Hij is, hoe kun je dat dan doen? Over God de Vader in de hemel kun je vertellen dat hij alles gemaakt heeft en alles regeert. Over Jezus de Zoon van God kun je veel verhalen vertellen over wat Hij op aarde heeft gedaan. Maar wat doet de Heilige Geest precies?

 

Iemand gebruikte een voorbeeld om uit te leggen wat de Geest doet: Stel je voor er is een tafel gedekt met de heerlijkste gerechten. Er staat heerlijk drinken bij. Er is echt zorg aan besteed. Maar het is jammer als het er allemaal blijft staan. Als je niet werkelijk dat lekkere stukje vlees in je mond krijgt, of als je niet echt van dat heerlijke drinken kan proeven. Zo is het ook met wat Christus voor ons gedaan heeft: Hij heeft voor ons grote schatten verdiend. Het wordt goed tussen God en ons, je krijgt vergeving van de zonden en je mag eeuwig leven: je mag God ‘Abba, Vader’ gaan noemen! Maar het is niet genoeg als we dat alleen weten, als we dat horen. De vraag is: geloof je het ook, neem je het ook aan?

 

God heeft zijn liefde voor ons laten zien in Jezus Christus. Hoe ervaar je dat God je liefheeft? Wat betekent dit voor jou? … Kun je dat ook echt benoemen en aanwijzen, of weet je alleen met je verstand dat het zo is? Wat betekent het voor jou dat Christus je liefheeft en dat je God weer Abba Vader mag noemen? Als je dag in dag uit met school bezig bent. Als je te maken krijgt met moeilijke berichten over gezondheid. Als je ouder wordt en terugkijkt op je leven en alles wat er gebeurd is. Kun jij je werkelijk voorstellen dat Christus van je houdt? Dat, ook al doen wij zonden, er toch voor jou brood en wijn is, het lichaam en bloed van Jezus Christus? Dat je een geliefd kind van God mag zijn, waardoor je niet alleen weet, dat God je Vader wil zijn, maar dat je ook werkelijk met hem spreekt en hem Abba, Vader gaat noemen?

 

Leer ‘Abba, Vader’ zeggen door Gods Geest

1) Mijn gevoel en verstand zijn vaak duister

2) De Heilige Geest doet mij delen in Gods luister

3) Zodat ik, nauw verbonden, ‘Abba, Vader’ fluister!

 

1) Mijn gevoel en verstand zijn vaak duister

Bent u er ondertussen al uit, heb jij al een antwoord op die vraag: hoe ervaar jij de liefde van God in je leven? Hoe vaak zeg je Abba, Vader, U behoor ik toe? Het is geen makkelijke vraag. We worden soms zo opgeslokt door het leven van alle dag. We worden soms zo in beslag genomen door onze zorgen. Je denkt er soms gewoon niet aan. Deze zondag is misschien kort, maar steeds weer noemt de catechismus de Heilige Geest. Wanneer de catechismus voor het eerst spreekt over de Heilige Geest (in zondag 3) dan gaat het er ook juist over dat we uit onszelf geneigd zijn tot het kwaad. We kunnen zo vast zitten in de zonde, de dood kan ons zo terneer drukken en de duivel laat ons niet los. Dan leven we als slaven in angst, of we wel genoeg presteren. Maar dat verandert als we door de Heilige Geest opnieuw geboren worden. Dat is heel radicaal..

 

De Heilige Geest is niet bezig om ons even iets heiliger te maken. Om te zorgen dat we goede werken doen en dat het allemaal weer wat opgepoetst en wat beter lijkt. Nee: de Heilige Geest begint van binnenuit. Hij helpt je om een hele nieuwe start te maken. Om te ontdekken dat we dat uit eigen kracht niet kunnen doen. En als je dat ontdekt hebt word je opnieuw geboren. Word je met Christus verbonden. Je kunt zomaar op eigen kracht willen geloven, steeds een stapje vooruit willen. Dan is het alsof je een auto die ontzettend veel kracht heeft, met heel veel pk’s, laten we zeggen een dure Ferrari zelf wilt gaan duwen. Terwijl de Heilige Geest zegt: kijk eens wat een kracht ik heb, laat mij in je komen en ik zal met al mijn kracht vernieuwend in je leven aan het werk gaan.

 

Wat zie je dat duidelijk gebeuren bij het Pinksterfeest in Jeruzalem. De leerlingen van Jezus zijn vol vragen als Jezus naar de hemel gaat. Ze hebben moeite om alles te geloven. Ze zijn vol vragen over hoe het verder moet. Maar dan blijven ze in Jeruzalem, terwijl ze samen bidden om de Heilige Geest. En dan komt de Geest van God. Met het geluid van een geweldige windvlaag, met de vlammen als vuur die zich op de hoofden zetten. Hij werkt zo krachtig door hen heen dat ook de Joden opeens beseffen wat ze gedaan hebben. Ze hadden Jezus gezien, zijn wonderen ervaren, zijn woorden over het nieuwe rijk gehoord, maar ze hebben hem niet aangenomen. Ze hadden Hem weggeduwd en gekruisigd. Uit zichzelf namen ze Jezus niet aan. Maar nu komt de Heilige Geest en vragen ze: wat moeten we doen om behouden te worden. En dan komen er velen tot geloof en laten zich dopen.

 

We zongen het net: ons verstand en ons gevoel is zo zonder klaarheid, zo duister, als u zelf de nacht niet bant, ons niet stelt in het licht der waarheid. Uit onszelf kunnen we het licht van Gods evangelie niet zomaar ontdekken, kunnen we zijn liefde niet ervaren. Dat wil niet zeggen dat we als mensen dom zijn. Ons verstand en de wetenschap heeft ons heel ver gebracht. Kijk eens wat er allemaal mogelijk is! De techniek staat maar niets. En we kunnen ook met het verstand heel veel bijbelverhalen lezen. We kunnen veel begrijpen uit de bijbel. Maar, en wanneer we de Geest niet ontvangen, blijft het op een afstand staan. Is het puur verstandelijke kennis. Kun je veel over het geloof weten en vertellen, maar zit het te hoog, in je hoofd. Kan het in je verstand blijven steken. Komt het niet echt in je hart, wordt je niet in vuur en vlam gezet. Zeggen we nog geen Abba, Vader, maar blijf je je eigen weg gaan.

 

2) De Heilige Geest doet mij delen in Gods luister

Wanneer de Heilige Geest in je hart gaat werken, dan kan er werkelijk geloof, en vertrouwen groeien. Dan ga je door die Geest God de Vader ‘Abba’ noemen. Maar hoe werkt dat dan? Wat wil het zeggen dat ze voor elke dienst vragen: Heilige Geest help ons te geloven, laat uw licht schijnen, open ons hart. Hoe kan die Heilige Geest ons dan echt die liefde van Christus ons eigen maken? Is er soms een apart vakje in je hart waar hij kan gaan wonen? Is de Heilige Geest hetzelfde als ons gevoel?

 

De Heilige Geest is niet hetzelfde als ons gevoel. Soms kun je geraakt worden door hele mooie muziek. Een nummer of een stuk dat de rillingen over je lijf doet lopen. Soms kun je enorm genieten van de zon die schijnt op de bomen die wit geworden zijn door de bevroren mistdruppels. Maar is dat dan de Heilige Geest? Soms kun je geraakt worden door een grote menigte mensen die bij elkaar is, en ervaren dat het geweldig is. Ook als je bij HHC staat en Kobussen schiet hem erin en de trommel slaat en er wordt gejuicht kan je je heel blij voelen. Wanneer we de Geest uit gaan leggen als: dat wat je voelt bij het geloof, dan doen je de Geest tekort.

 

Anderen willen de Heilige Geest vergelijken met een onpersoonlijke kracht. Zoals elektriciteit stroomt en energie geeft, zo zou de Heilige Geest mensen kracht geven. Juist in deze tijd waarin steeds meer mensen geloven in allerlei krachten en energiestromen zou je dat zomaar kunnen gaan verwarren met de Heilige Geest.

 

Maar de catechismus is meer dan een onpersoonlijke kracht. Hij is zelf aan het werk in ons. Paulus zegt: Hij helpt ons om te zeggen dat we kinderen van God zijn. De catechismus zegt: Hij is echt en eeuwig God. Hij zorgt ervoor dat je niet langer als slaaf steeds beter je best moet doen, maar dat je gaat ervaren dat je echt ‘Vader, Papa’ tegen God mag gaan zeggen. Hij is God zelf en doet je op die manier delen in Gods luister.

Kijk en dan komt ook het gevoel in beeld, de ervaring, de kracht! Juist doordat de Heilige Geest zelf God is, kan hij je laten zien wat Christus gedaan heeft: aan het kruis gestorven voor je zonden. Juist doordat je ziet dat heel deze wereld van God komt. Juist doordat je kan zeggen: Abba, Vader U behoor ik toe. Mag je gevoel geraakt worden. Mag je zijn liefde ervaren. Vind je het geweldig om met elkaar te geloven. Kun je genieten van Gods schepping. Zit de Geest niet opgesloten in een vakje in je hart, maar ga je steeds meer met hart en mond en handen God prijzen en loven. Zo verzekert Gods Geest onze Geest dat we kinderen van God zijn

Laat ik met een voorbeeld uitleggen hoe dat werkt, dat de Heilige Geest ons doet delen in Gods luister, onze Geest helpt om Abba, Vader te zeggen. Er was eens een dominee in het westen van het land, en die kwam op bezoek bij een vrouw die het verschrikkelijk moeilijk had. Er waren veel problemen in de relationele sfeer, steeds werd er gescholden. Bovendien had haar man een enorm drankprobleem. Ze zei tegen de dominee: ik kan niet meer bidden. Waar is God nu? Hoe moet dit nu verder? Zoals we dat allemaal wel eens kunnen hebben dat je denkt: heeft het nu nog zin om een God te bidden. Toen zei de dominee: dan stopt u toch met bidden? Maar toen zei de vrouw: dat wil ik niet, en dat kan ik ook niet! Ik wil helemaal niet zonder God leven. Kijk,  dat is nu de wisselwerking. Onze Geest en Gods Geest. Hij laat je niet los. Hij wil je helpen om te bidden. God heeft mij veel vaster in mijn hand dan ik wil geloven. En laat ik erbij zeggen: als je zelfs soms niet kan bidden, vraag maar of de Heilige Geest jouw gebed naar God wil brengen. Dan blijf je door de Geest delen in Gods heerlijkheid en luister!

 

  1. Zodat ik, nauw verbonden, ‘Abba, Vader’ fluister!

Door de Heilige Geest wordt het evangelie dus heel persoonlijk. Het is niet alleen voor anderen. Niet alleen voor Johannes, Paulus en Thomas, niet alleen voor mijn vader en moeder, niet allen voor die ander, nee: het is ook voor mij! Ik mag deel krijgen aan wat Christus gedaan heeft. Het blijft niet op een afstand staan, maar mag een plek in mijn hart krijgen. Jij, u en ik: we mogen allen persoonlijk Abba, Vader zeggen.

 

Onderzoek jezelf maar, of regelmatig die naam van vader op je lippen is. Of je geloof niet tot een traditie, een gewoonte, een systeem is geworden, maar of je werkelijk met God verbonden bent. Want alleen van daaruit kun je ook het geloof doorgeven. Wanneer we bidden om de Geest, dan alleen heeft het zin om te preken, vereniging en catechisatie te hebben, mensen die niet gewoon zijn om naar de kerk te gaan over Jezus te vertellen. Het mooie is dat we uit de geschiedenis weten dat degene die dit leerboekje geschreven heeft, zelf ook overtuigd was van zijn heil.  Zoals de schrijver van dit boekje, Kasper Olevianus ook mocht zeggen, toen hij op zijn sterfbed lag en hem gevraagd werd: Gelooft u ook dat u zelf een kind van God bent, zoals u zelf zoveel anderen geleerd hebt. En hij toen antwoordde: Zeer zeker.

Zo mogen we door de Geest nauw aan God verbonden worden. Hij wil als de trooster door God gegeven altijd bij me blijven. Ook als het moment komt dat je krachten vermindert, je adem stokt en het einde komt. Natuurlijk kan dat je angst geven, hoop ik dat je graag wil leven: maar omdat de Geest dichtbij je is, zal Hij ook dan je helpen. Hij zal je dragen en troosten. Dan mag er vertrouwen groeien, want door het werk van Christus mag je een stevige basis onder je bestaan hebben.

Doordat Christus zijn Heilige Geest gaf, blijven het geloof en de bijbel niet op een afstand staan. Er zijn veel mensen die het verhaal van de verloren zoon een indrukwekkend verhaal vinden. Zo’n jongen die zomaar wegloopt van huis. De pijn van een ouder die een kind mist en op de uitkijk blijft staan. Een verongelijkte oudere zoon, die altijd zijn vader heeft willen gehoorzamen. Maar het kan daar ook zomaar bij blijven. Dat het een mooi verhaal is. Maar het overkwam een zendeling een keer op het zendingsveld dat Hij dit verhaal vertelde aan iemand die nog nooit van Jezus gehoord had. Hij vertelde over de zoon die wegliep, over het geweldige leven van die zoon, met rijkdom en vrouwen, over het moment dat alles wegviel. Maar ook over hoe de zoon, weer terug ging naar zijn vader. De man luisterde en zat op het puntje van zijn stoel: Hij zei: dit verhaal gaat over mij. Het is alsof Jezus die dat verhaal vertelt mij kent. Ik heb zo geleefd, ik ben zo weg gegaan en heb het idee dat ik op de verkeerde weg zat. Vanaf dat moment besloot die man zijn leven aan Jezus te geven, Hij geloofde door de Geest dat die over Hem ging. Hij was eigenlijk als de jongste zoon: Hij vouwde zijn handen en fluisterde ‘Abba, Vader, U alleen doorgrond mijn hart. U behoort het toe.’ Zo werd hij heel nauw met God verbonden. En ik hoop en bid dat de Geest ook U door Gods Woord steeds weer heel nauw aan God de Vader en Jezus Christus wil verbinden. Amen

 

 


Matteüs 12:7 en 8 – Zondag feestdag!?

november 28, 2016

Preek gehouden in Heemse, 27 november 2016 (Jongeren)

Tekst: Mat 12:7 en 8 – Zondag feestdag!?

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Ik zat me af te vragen:

waarom willen jullie jongeren graag een dienst over de zondag?

We hadden een lijstje gemaakt met de groep 16/17 jarigen van Noord en Oost.

Allerlei onderwerpen stonden erop: verslaving, muziek, en nog een paar.

Maar jullie waren vooral benieuwd naar de zondag. Waarom?

Toen we erover doorpraatten, kwam naar voren dat jullie wel eens discussie hadden over wat doe je wel en wat doe je niet.

Ga je wel of niet sporten?

Maak je je huiswerk op zondag?

Moet je echt twee keer naar de kerk?

Mag je werken voor geld of dingen kopen?

Best wel jammer dat de zondag snel gaat over wat wel en niet mag. Dan krijgt de zondags iets negatiefs, en dat kan het richting anderen ook zomaar hebben. Toen ik van de week iemand tegenkwam die niet met het geloof bekend was zei hij: zijn jullie ook zo fundamentalistisch dat je helemaal niet mag werken? Een vriend van een collega was gereformeerd en die wilde niet in de storingsdienst op zondag: ook wel lekker voor hem, maar vervelend voor die vriend, want die moet nou vaker werken …

 

[#2] Maar wat is nu de goede bedoeling van de zondag?

We lazen net over Nehemia. Hoe hij het volk waarschuwt om niet te werken op rustdag.

Ze moeten niet op zondag de druiven gaan treden.

Een zwaar werk: druiven kapot trappen met je blote voeten.

Ze moeten niet op zondag gaan handelen met vis enzo. Er moet geen markt zijn.

Nehemia is heel streng, maar zei een jongere: ‘hij zegt wel wat hij echt vindt’.

Dat Nehemia dit zo belangrijk vindt laat zien dat het veel voor hem betekent.

Hij is echt boos dat ze zomaar weer gaan werken op de rustdag.

Dat hun portemonnee belangrijker is dan de wet van God.

Nehemia was net met het volk uit ballingschap terugkomen.

Ze hadden straf gekregen, oorlog, ballingschap, pijn en verdriet omdat ze God vergeten waren. En ook zijn dag: de dag die een teken is van het verbond.

Er was juist net feest geweest: er was weer een tempel.

De muren zijn weer opgebouwd. Het was mooi als Nehemia hier gestopt was.

Als zo de Oud Testamentische vrede bereikt was. Een volk, een tempel, een stad, samen vrede.

Maar Nehemia, eigenlijk de laatste woorden van het Oude Testament, eindigt toch weer verdrietig. Ze luisteren niet meer naar de wetten, ze vergeten ook de rustdag.

Het lukt het volk niet om zelf echt de vrede en rust te vinden in God.

Het wordt tijd dat Jezus komt!

 

[#3] Nehemia meent dus echt: neem nu rust op de rustdag.

God had die wet gegeven, met drie bedoelingen:

Voor je gezondheid: als je alsmaar doorgaat met werken, dan word je slaaf van je werk. Israël was slaaf geweest in Egypte. Zij wisten hoe erg het was.

Misschien vind je het niet leuk als je vader of moeder zegt: nu is het tijd om je schermpje weg te doen, of zou je niet eens gaan slapen, of: nu heb je echt wel genoeg aan je huiswerk gedaan. Soms kun je zo door dingen in beslag genomen worden, dat het niet meer gezond is. Door één dag niet te hoeven werken: mag je tot rust komen.

Dat zeiden jullie zelf ook: op zondag hoef ik niet aan school te denken, hoef ik geen huiswerk te doen, ben ik lekker vrij, zijn er geen verplichtingen, op zondag kom ik tot rust. Wat goed als je als ouder je kind daarin ook helpt en voorgaat. Die jongen die ik van de week sprak zei ook: ik ben dan niet van de zondag, maar ik heb echt wel een dag van ontspanning nodig. Heerlijk om een dagdeel helemaal niets te doen.

Liefde voor elkaar: doordat je op zondag meer tijd heb, is er ook meer tijd voor elkaar. Je kunt vrienden, gemeenteleden ontmoeten. Iemand zei: op zondag eten we vaak wat uitgebreider, met wat lekkers erbij. Op zondag is er meer tijd voor de familie. Jullie zeiden ook: mijn ouders willen niet dat ik op zondag de hele tijd achter mijn schermpje zit. Ook je ouders vinden het fijn om elkaar te ontmoeten. God geniet ervan als er liefde is voor elkaar, als je als gemeente met elkaar meeleeft. Bid voor een zieke. Wat is het dan belangrijk dat je elkaar ook aanspreekt, voor en na kerktijd, zodat mensen zich hier in de kerk ook welkom voelen en niet alleen.

Liefde voor God: God geeft de rustdag ook om Hem te ontmoeten. Jezus ging op de sabbat naar de synagoge. De christenen komen bij elkaar op de opstandingsdag, de zondag, om Gods Woord te horen en het brood te breken. Het is goed om in de kerk de week te beginnen. Om Hem te danken voor alles wat je krijgt. Om samen tot Hem te bidden. Ik vond het mooi om dat ook van jullie terug te horen. Zondag ga ik naar de kerk en mag ik horen: ‘al je zonden zijn je vergeven’. Zondag kan ik me focussen op God.

 

[#4] Om echt zo de zondag te kunnen vieren, heb je wel regels nodig.

De regel om op zondag niet te werken (als het niet hoeft), geen geld uit te geven, niet naar evenementen te gaan, geen huiswerk te maken, niet online te shoppen, niet voor prestatie of geld te sporten. Regels die passen bij hoe de rustdag was ingesteld en bedoeld: regels die ervoor zorgen dat je zelf ook echt tot rust kan komen en dat anderen ook niet hoeven te werken.

De regel om op zondag twee keer naar de kerk te gaan. Zodat je ook werkelijk tijd maakt om met elkaar de Here te ontmoeten. Zodat je je kan richten op Hem. Zodat je elkaar ook kan ontmoeten.

Regels zijn nodig! Wie geen regels maakt kan hele mooie dingen zeggen over tot rust komen, over elkaar ontmoeten, over tijd voor God maken, maar dan zal het niet snel gebeuren. Naar school gaan is goed voor je, maar toch vinden we het belangrijk dat er een wet is die zegt dat je ook echt naar school moet. Zo spreken we dat af. En sporten kan leuk zijn, maar als je elke keer zomaar niet komt opdagen bij de wedstrijd, dan zullen je niet meer mee kunnen doen. En als naar de kerk afhankelijk wordt van of je zin hebt, van het weer, van wie er preekt, als het een optie wordt om naar de kerk te gaan: dan is er al heel snel een reden om niet te gaan. Dan kan zomaar je plek hier leeg blijven … En ouders: jongeren willen discussie, en dat is maar goed ook. Bevraag je ouders maar, maar zorg ook dat je als ouders duidelijk bent. Als ze merken dat je het echt meent, en dat bijvoorbeeld twee keer naar de kerk gaan niet ter discussie staat zullen ze respect voor je hebben: zoals ze ook over Nehemia zeiden: Hij meent echt wat hij zegt.

 

[#5] Maar er zit een groot gevaar aan regels. Een heel groot gevaar. Dat is als je het doel uit het oog verliest! Als de regels belangrijk zijn om de regels. Dat zie je hier bij de Here Jezus gebeuren. Als je zo leest zie je een heel mooi plaatje van de rustdag. Jezus heeft tijd om te ontspannen. Hij loopt met zijn Farizeeën tussen het koren. Niet een Nederlands rechte weg, langs een veld met een slootje of een hekje, maar daar hadden ze slingerwegen en waren de grenzen van de akkers aangegeven met een grote steen. Ze praten ontspannen met elkaar. Genieten van Gods schepping, maar dan komen opeens de Farizeeën. Die hebben niets van de wetjes en regels begrepen. Ze hebben er heel veel regels bij verzonnen. Het volk een zwaar juk op gelegd. Je mag niet werken, nou dan mag je ook geen koren fijnwrijven, want dat is dorsen. Dan mag je het al niet eens plukken, want dat is oogsten. Ze hebben van de goede regels een systeem gemaakt. En op die regels gaan ze Jezus afrekenen. Ze hebben sowieso al een hekel aan Hem. Hij die van zichzelf doet alsof hij God is. Jezus die wonderen doet en met gezag spreekt. Daardoor zijn zij helemaal niet meer belangrijk. Luistert het volk steeds mindere naar hen. Zo kunnen regels ook bij ons beknellend worden: als het allemaal te strikt wordt, als het puur gaat om de regel, als je dingen doet, terwijl het niet uit je hart komt en je de goede bedoeling niet meer ziet.

 

[#6] Daarom geeft Jezus hier een lesje Ethiek. Hij gaat uitleggen hoe je met regels omgaat. Hij zegt dat hij juist komt om het zware juk te verbreken, en het lichte juk te brengen.

1) Nood breekt wet

Toen David op de vlucht was, toen mocht hij van de heilige broden in de tabernakel in Nob eten. David met zijn volgelingen. Dat mag normaal helemaal niet. Maar Abjatar stond het toe. Nood breekt wet: een leven, gezondheid is belangrijker dan de regel. Als Jezus met zijn volgelingen hier loopt en ze willen hun honger stillen met een paar graankorrels dan mogen ze dat doen. Een jongere zei: als iemand aanbelt om hulp op zondag en je hebt niets huis, dan moet je niet zeggen: ik kan niets voor je kopen, maar dan moet je juist zorgen dat hij te kleding of eten krijgt!

2) De uitzondering bevestigt de regel

De regel is inderdaad dat je niet mag werken op zondag. Maar zegt Jezus: Mozes had al in de gaten dat er sommige dingen wel moesten gebeuren. De priesters moesten ervoor zorgen dat de mensen naar de tempel konden. Dat is kennelijker belangrijker dan dat zij ook rust hebben. Voor mij en voor de koster is de zondag vaak de meest intensieve dag … Wanneer Jezus straks de man met de verschrompelde hand geneest op de sabbat, gaat liefde voor de rustdag!

3) Het draait om de liefde

De Farizeeen zijn eigenlijk alleen maar er op uit om Jezus te pakken. Ze willen hem gevangen nemen en laten doden. Ze handelen uit haat. Ze hebben met op zich een goede regel verkeerde bedoelingen. En dat terwijl Jezus juist in liefde wil leven! Wanneer je vader of moeder zegt geen huiswerk maken op zondag: dan zullen dat niet doen omdat ze graag willen dat je een onvoldoende haalt. Ze gunnen je ook een dag waarop vrij bent en ook echt kan genieten. Ze doen dat uit liefde!

4) Sabbat is er voor de mens, niet de mens voor de Sabbat

Jezus is zelf de Heer over de Sabbat. Hij laat zien dat het niet zo is dat de regels zo strikt moeten worden dat je steeds binnen de regels probeert te houden en geen vrijheid meer hebt. Regels zijn goed wanneer het doel duidelijk is. Dat je als mens een rustdag van God ontvangt om te kunnen rusten, God en je naaste lief te kunnen hebben.

 

[#7] Jezus laat zien waar het echt om draait!
Bij Nehemia merk je dat het Oude Testament roept om Jezus.

Ze hadden de stad herbouwt, de tempel ingewijd, maar echte rust en vrede bleef uit.

Maar dan komt Jezus: hij komt niet om de wet af te schaffen, maar juist om de wet te vervullen. Waar de Farizeeen de liefde en Geest uit de wet hadden gehaald, brengt Jezus die terug. De Farizeeen zeiden: je moet niet doodslaan, maar Jezus zegt je moet iemand al geen dwaas noemen. De Farizeeen zeiden: je mag geen overspel plegen, maar Jezus zei wie naar een ander vrouw kijkt en met haar naar bed wil, gaat al vreemd. Want in gedachten is hij vreemdgegaan.

 

Hij zegt: Ik merk dat jullie zelf niet die rust kunnen brengen.

Ik wil ervoor zorgen dat jullie echt bevrijd zijn.

Je hoeft niet meer eerst een week te werken en dan op zaterdag te rusten.

Nee: ik heb al het werk gedaan. Ik ben voor jullie gekomen en gestorven.

Al jullie fouten heb ik vergeven. Als je in mij gelooft, mag je de echte rust vinden.

Daarom mag je nu op zondag de week beginnen met rust.

We leven niet meer onder de wet, maar onder de genade.

Nu mag de zondag een feestdag zijn, een dag van rust, van liefde voor God en voor elkaar.

Dan mag je weer bepaald worden bij mijn liefde.

Daar zijn afspraken voor nodig, maar wel afspraken die helpen om die liefde centraal te zetten. Juist door naar de kerkdiensten te gaan, door niet te werken of huiswerken, door tijd voor elkaar te maken kan die liefde in je leven groeien.

Dan mag je op zondag al iets merken en proeven van de eeuwige rust.

Proberen van die dag iets maken, zoals het straks zal zijn als alles nieuw wordt.

 

[#8] Dan is het altijd goed. Jullie verlangen naar die dag. Want zeggen jullie: dan is er geen oorlog, geen pijn, geen ziekte, geen hartinfarct, geen dood, geen kwaad, geen ruzie meer. Dan is er altijd rust en zullen we nooit meer haast, of verplichtingen of stress hebben. Dan kun je doen wat je leuk vindt. Dan is er echt een nieuw begin, is het altijd feestdag. Iemand zei: dan komt er nooit meer maandagmorgen. Dan wil je altijd wel naar de kerk, zei iemand. En het mooie is dat dat dan niet meer nodig is. Er zal geen tempel of kerk meer nodig zijn, want God zelf woont in ons midden. Hij is altijd bij ons en we mogen Hem kennen zoals Hij is. Laten we vanuit die volmaakte rust onze zondag nu al mooi maken door te rusten, elkaar op te zoeken en God steeds weer met God verbonden te worden door naar zijn huis te gaan. Amen


Genesis 2 – Het is niet goed als de mens alleen is … (m/v)

november 20, 2016

Preek gehouden Heemse, 20 november 2016 (Jaarthema Vooral de Liefde)

Tekst: Gen 2:18-25

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[Dia 1] Misschien ben jij, bent u er ook wel eens geweest: een vrouwenochtend, of een mannendag. Een dag waar je nadenkt over je man-zijn of je vrouw-zijn. Misschien wel een christelijke dag: waar je als mannen nadenkt over je vriendschappen, als je getrouwd bent over je echtgenoot zijn, en over ‘Waarom een betrokken vader zo belangrijk is!’ (OpHij) waarbij duidelijk wordt dat wij mannen toch vooral van avontuur houden en van stoere mannendingen. Of een vrouwenochtend waar je samen nadenkt over allerlei vrouwen onderwerpen, wie ben je als echtgenote ‘Hoe ga je om met het moederschap?’ (Opzij) Of als niet getrouwde: Hoe overleef ik als single tussen de gezinnen. Mannen lezen vaak mannenbladen, vrouwen vrouwenbladen. Je kunt er van denken wat je wilt, er zijn ook wel boeken over geschreven: ‘waarom begrijpen wij elkaar niet’ of in de boekwinkel was lang populair: ‘mannen komen van mars en vrouwen van venus’. Misschien vind je het boeiend en interessant, misschien zegt het je niet zo veel, maar het feit of je als jongetje of als meisje wordt geboren, is heel bepalend voor je leven en voor de dingen die je doet. Wat is het moeilijk als je niet goed weet of je een jongen of meisje bent, of wat kan het lastig zijn als je door je seksuele geaardheid niet met andere jongens of meisjes mee kan praten. Ook in de kerk merk je dat er verschil is tussen mannen en vrouwen: het is zelfs veel in de discussie omdat de synode gaat spreken over evt. vrouwelijke diakenen, ouderlingen en diakenen.

[Dia 2] Vanmorgen willen we de bijbel opendoen over dit thema. We hebben gelezen hoe de man gemaakt is en hoe de vrouw gemaakt is. God maakte eerst de man: ‘Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem de levensadem in de neus’ (2:7). Daarna lezen we hoe de vrouw gemaakt wordt ‘terwijl de mens sliep nam Hij [God, de HEER] een van zijn ribben weg […] Uit de rib bouwde God, de HEER, een vrouw (2:21,22). Opvallend is dus dat man en vrouw verschillend geschapen zijn door God. We weten allemaal wel dat er verschillen zijn tussen man en vrouw: biologische verschillen. Vrouwen kunnen kinderen krijgen, mannen niet. Met name in de pubertijd ontwikkelen de verschillen tussen jongens en meisjes op een duidelijke manier. Maar er is dus ook een verschil hoe de eerste man gemaakt is en de eerste vrouw. De eerste man rechtstreeks uit de aardbodem, de eerste vrouw uit de man. Dat is een verschil in geschapen zijn, waar de bijbel in het Nieuwe Testament ook een paar keer op terug grijpt. Als Paulus zegt dat een vrouw niet mag onderwijzen en gezag mag hebben binnen de gemeente, grijpt hij terug op deze volgorde: ‘Adam werd als eerste geschapen en daarna pas Eva’ (1 Tim. 2:12,13). En ergens anders: ‘de man is niet omwille van de vrouw geschapen, maar de vrouw omwille van de man.’ (1 Kor. 11:9). De bijbel gaat er niet omheen: er staat niet: mannen komen van Mars, vrouw van Venus. Maar er is een verschil in oorsprong bij de eerste mens, en de bijbel koppelt er ook een verschil aan vast. Een verschil in positie in de gemeente, op basis van de volgorde van Gods scheppen. Er zijn verschillen, en daarom kan er iets goeds inzitten om als mannen onderling te spreken over je taken, om dat als vrouwen onderling te doen. Om een aparte mannen of vrouwenvereniging te hebben. Op sommige terreinen zal er herkenning zijn en kan het bemoedigend zijn om elkaar als mannen of vrouwen te ondersteunen en te bemoedigen.

[Dia 3] Maar hoe belangrijk is het onderscheid tussen man en vrouw voor God? Als je Genesis 2 leest, dan lees je het tweede scheppingsverhaal. In Genesis 1 heeft de schrijver al verteld hoe God alles gemaakt heeft, en dat wordt op een andere manier verteld in Genesis 2. In Genesis 1 konden we lezen dat God de mens gemaakt heeft. Er staat dat God zegt: Laten we mensen maken die ons evenbeeld zijn. En dan staat er: “mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”. Duidelijk wordt hier dat we allereerst geschapen zijn op een zeer bijzondere manier: we zijn geschapen naar Gods beeld. God die zegt: laat ons mensen maken. Hij die als Vader, Zoon en Geest bestaat in relaties, in liefde, wil de mensen maken zoals Hij is. Als man en vrouw, een mens in relatie. Een mens die niet alleen is. Er zijn boeken vol geschreven over wat het betekent dat de mens naar Gods beeld is geschapen: maar zoveel is wel duidelijk: De mens heeft een hoge plek. Bijna als God, zegt Psalm 8. Als het gaat om ‘wie ben ik?’: dan mag je allereerst weten, dat God mij naar zijn beeld gemaakt, gemaakt om te leven in liefde en relatie met anderen. Gemaakt om net als Hij te heersen over de schepping en daar goed mee om te gaan. Na de zondeval is er veel van dat beeld van God zijn beschadigd. Is de zonde in de mens gekomen, is er een kloof tussen God en mens gekomen. Maar dankzij Christus mag dat hersteld zijn: mogen we weten dat er voor God geen verschil is in afkomst, positie, geaardheid, geslacht: Wie zich laat redden door het bloed van Christus, mag gered worden door Gods genade. Of je nu slaaf of vrije bent, Jood of Griek, man of vrouw (Gal. 3:28). Voor God zijn man en vrouw gelijkwaardig, we mogen onze identiteit aan Christus ontlenen: in Hem mag je gered zijn en tot je doel komen!

 

[dia 4] Ookal is er in Genesis 2 dan een volgorde in Schepping: eerst de man, dan de vrouw, toch is de vrouw maar niet een hulpje of een deel van de man is. Als je de tekst goed leest zie je dat op verschillende manieren naar voren komen. God neemt zich voor om voor de mens een hulp te maken die bij hem past. God ziet dat het paradijs mooi en goed is, maar als Hij in zijn wijsheid erover nadenkt ziet hij dat Adam wel erg alleen is. Hij kan met niemand praten, hij kan met niemand een stukje gaan wandelen, hij kan met niemand overleggen. Er is niet iemand om de dingen mee te delen. Een tijdje terug zag ik een documentaire van mensen die alleen in de natuur moesten overleven. Door slakken, vissen, vruchten hielden ze zichzelf in leven. Ik zag tijdens het zappen het stukje vanaf de vijfendertigste dag, toen er nog vier mensen meededen: het was moeilijk om te overleven, moeilijk om aan genoeg voedsel te komen, maar het allerergste was de eenzaamheid. Ze werden er gek van. Helemaal alleen in het bos, elke dag hetzelfde, niemand om mee te praten of dingen mee te delen. God zag dat het niet goed was dat de mens in het paradijs alleen was. En al zijn er dieren die op aarde en in de lucht leven, die Adam namen mag geven naar hun soort: de Neushoorn en de Olifant, de zijdehoenders en mussen, Adam blijft eenzaam. En dan geeft God voor de mens een hulp die bij hem past. Allereerst een hulp: niet een hulpje, niet een ondergeschikte, maar werkelijk een hulp en steun. Zoals wij aan het begin van de dienst ook niet zeggen van: we kunnen alles wel zelf, maar fijn dat we iemand hebben die ons hulpje is als we het niet alleen kunnen. Nee: Onze Hulp is in de naam van de Heer. Hij is alles voor ons, we zijn van Hem afhankelijk. Hetzelfde woord wordt hier gebruikt. En als dat een helper is die bij hem past, dan staat er letterlijk zoveel als ‘tegenover Adam’. Hetzelfde, maar dan tegenovergesteld. Iemand zegt ook: als een soort klankbord. Iemand met wie je de dingen kan delen. Als Eva dan gemaakt is, dan roept Adam het ook uit: die is nu echt been van mijn gebeente. Hij bedoelt niet dat dezelfde soort beenderen hebben, maar dit is een gelijke aan mij: iemand die echt hetzelfde is, met wie ik mijn leven kan delen.

[dia 5] Daar komt bij: Eva is gemaakt uit een rib van Adam. Ze is niet een deel van Adam gebleven, nee is echt vanuit Adam weggenomen. Ze is helemaal zelfstandig, tegenover Adam, al is ze van hetzelfde soort, en daarin gelijk aan hem. Genomen uit een rib: : “Wanneer God Eva had geschapen uit Adams hoofd, dan had zij wellicht de baas over hem willen spelen; wanneer Eva genomen was uit Adams rug, dan had Adam misschien alle lasten des levens op haar gelegd; wanneer Eva genomen was uit Adams voeten, dan had hij haar misschien vertreden, doch nu God haar nam uit Adams zijde, uit de plaats, waar het hart klopt, nu heeft Hij daarmede willen zeggen, dat de vrouw naast de man moet staan en dat de liefde des harten de man en vrouw moet samenbinden.” Zo staat er ook in Prediker dat het geweldig is als je als mens niet alleen hoeft te zijn: als twee vrienden samen zijn en de een valt, helpt de ander hem weer overeind (Pred 4:10). Wanneer je bij elkaar slaapt geef je elkaar warmte, maar hoe krijgt iemand die alleen slaapt het ooit warm? Als je alleen bent, hoe houd je stand als je aangevallen wordt? Als we het dit jaar hebben over vooral de liefde, mogen we daar ook van leren. Heeft Christus ons niet zelf de liefde geleerd, is het daarom ook niet goed om als gemeente met elkaar verbonden te zijn. Dat we geven om elkaar, dat we omzien naar elkaar, dat je meeleeft met de ander. Wat is het geweldig als er mensen zijn die om je geven, waar je je verhaal kwijt kan, door wie je je gewaardeerd voelt. Of je nu single bent of getrouwd, of je jong bent of ouder, of je man bent of vrouw, je kunt niet zonder de liefde. Laten we die liefde, dat meeleven met elkaar ook steeds vormgeven. Zeker in deze tijd waarin mensen steeds meer op zichzelf en voor zichzelf leven mogen we als kerk een tegengeluid en tegenbeweging vormen door vanuit vooral de liefde te leven. Niet door naar anderen te kijken of ze het jou geven, maar door zelf te kijken waarin kan ik er voor de ander zijn. Waarin kan ik bijdragen dat de liefde groeit en het omzien naar elkaar.

[Dia 6] Wanneer zo de schepping van de vrouw beschreven is, voegt de schrijver een opmerking in over het huwelijk. Want waar er liefde is tussen mensen en de mens bestaat in relaties, komt er voor sommigen ook die bijzondere relatie van het huwelijk. Het is niet ons hoogste doel hier op aarde: Jezus zegt: 30 Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel. (Mat 22:30) En Paulus zegt: Ik zou liever zien dat alle mensen waren zoals ik, maar iedereen heeft van God zijn eigen gave gekregen, de een deze, de ander die. (1 Kor 7:7). Maar voor wie wel trouwt, mag er de liefde zijn, die op zoveel mooie manieren beschreven wordt in de bijbel. Waarin Adam ook al in dit eerste lied het mooi van laat zien. Juist binnen het huwelijk gaan een man en vrouw die elkaars tegenover zijn, elkaars klankbord samen een diepe eenheid vormen. Als jongen en meisje groei je daarin naar elkaar toe mag je elkaar leren kennen, meer van elkaar weten, mag je elkaar steeds beter aanvoelen, mag je smoorverliefd worden en dan komt de dag dat je publiek voor God en voor de mensen om je heen beloofd om elkaar trouw te zijn. Wanneer je dat beloofd hebt mag je ook lichamelijk een eenheid vormen en de meest intieme liefde aan elkaar geven. Zo legt de schrijver het hier uit, daar grijpt Jezus ook op terug. Hij kent de zwakheid van ons hart, Hij weet hoe moeilijk het is om je beloftes te houden, dat er soms ook zware tijden in het huwelijk kunnen zijn en dat het echt niet altijd het paradijs op aarde is. Dat een huwelijk soms strandt, ook al doe je duizenden pogingen om het in stand te houden, dat er soms sprake is van ontrouw of blijvende ontwrichting. Wat kan dat een pijn doen, en kan Jezus spreken over het kwaad van de echtscheiding. Laten we daarom bidden dat God, die een God van vergeving is, ook steeds weer de kracht wil geven dat je vanuit een goede basis en goede voorbereiding samen werkt aan het huwelijk. Het huwelijk waarin het geven, geven, geven is en waarin je dan hopelijk ook mag ontvangen.

[Dia 7] Voor Adam was het niet goed als hij alleen was. God gaf Hem Eva. De mens mocht leven te midden van anderen. Toen Eva er was, was het paradijs heel goed. De mens was samen met Eva. De mens wandelde met God. De relatie tussen de mensen was open en goed. Adam en Eva waren naakt, maar schaamden zich niet voor elkaar. Wat is het verdrietig dat er zoveel kapot gegaan is door de zonde. Toen schaamden ze zich wel voor elkaar. Wat erg dat je je daardoor als mens soms zo eenzaam kunt voelen: Een leeg gevoel, teleurstelling in anderen, een groot gemis omdat de dood een geliefde heeft weggenomen. Die leegte zal hier op aarde nooit helemaal verdwijnen. Maar wat is het mooi als je Jezus Christus mag kennen of leren kennen. Als je in de gebrokenheid van het bestaan, je handen mag vouwen en mag zeggen: Here vervul mijn hart, houd me vast, geef me troost. Als we hier in de gemeente om elkaar heen mogen staan en ‘vooral de liefde’ niet alleen bij woorden blijft, maar ook omgezet wordt in daden. Dan zal het soms goed zijn om over je man-zijn na te denken, of je vrouw-zijn, doe dat vooral, en als je getrouwd bent, pak nog eens de woorden van het huwelijksformulier erbij waar je ja tegen hebt gezegd: Leef je verstandig met je vrouw, ga je haar voor in een leven met de Heer, Draag je zorg voor haar en geef je geborgenheid? En vrouwen: Zoek je het goede voor je man? Zijn je goede werken je sieraad? Leef je beiden van Gods genade?   Neem je verantwoordelijkheid als man, vrouw, vader, moeder, zoon, dochter, collega, vriend of vriendin: als God ons aan elkaar verbindt om te luisteren, laten we dan ook echt luisteren, opnieuw luisteren: niet van te voren al invullen wat de ander denkt, of over jezelf beginnen: maar vandaag bij het bezoek, tijdens de koffie en tijdens het eten echt je openstellen voor de ander: luister naar de ander, als een mens, met wat hem of haar bezig houdt. En laten we elkaar zo meenemen als geliefde kinderen van God, op weg naar de grote dag, waar we altijd bij God zullen zijn.  Amen