Galaten 3 – Hoe lees je het Oude Testament?

september 2, 2019

Preek gehouden Heemse, 14 juli 2019
Tekst: Galaten 3:1-5,15-22

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Een meisje kreeg verkering met een jongen die niet naar de kerk ging en thuis aan tafel lazen ze uit de bijbel teksten over overspel. ‘als iemand overspel pleegt moet ze voor de deur van het huis gestenigd worden’, staat er in Deuteronomium. Haar vriend vroeg: geloven jullie dat echt?
Op de televisie worden er bij Pauw citaten uit het OT gelezen over ‘de hele stad moet worden uitgeroeid’. Kijk maar, zeggen ze dan, niet alleen moslims, maar ook christenen hebben geweldsteksten. Als christen zeg je dan misschien: ja maar dat is het Oude Testament. Dat doen we zo niet meer …

Je kunt je afvragen of we het O.T. nog wel nodig hebben.
Het wordt toch niet voor niets ‘oud’ genoemd. We hebben nu toch het Nieuwe?
Jezus is toch gekomen als onze redder?
Het Oude Testament is toch de wet, nu hebben we toch genade?
Het Oude Testament gaat toch over toorn en boosheid, het NT toch over liefde?

En al die aanwijzingen in het Oude Testament…
Als je leest over hoe de offers gebracht moeten worden en de tempel gemaakt.
Hoe de priesterkleren gemaakt worden en welke dieren er geofferd moeten worden.
Als je leest over dat je geen rund en ezel samen voor een ploeg mag spannen, dat je de moedervogel niet van het nest mag halen, dat je als je een huis bouwt een balustrade er omheen moet bouwen, dat je de wijngaard niet met twee soorten zaad in mag zaaien.
Kunnen we dat deel niet beter dicht laten en ons concentreren op Jezus?

[#2] Het is altijd een spannende vraag, en daarom gaat de Geloofsbelijdenis daar in art. 25 ook op in. Want ook al ben ik zelf zeer geboeid door het Oude Testament (ik schreef een boekje over Deuteronomium en Jeremia, studeerde een paar maanden in Engeland alleen op het OT), toch kun je het OT ook te belangrijk maken.
* Dat je inderdaad teveel bij de wetten en regels blijft staan (Paulus waarschuwt de Galaten ervoor),
* dat je teveel letterlijk leest en dingen verwacht van de aardse staat Israël of het aardse Jeruzalem,
* of dat je nu nog gaat werken met offers, priesters enz. Ik was in Italië in een Katholieke Kerk. Het draait veel minder om Jezus, maar veel meer om het offers, reinigingen, liturgische handelingen en vaste formules.
Art. 25 helpt ons om op een juiste manier het evenwicht te houden tussen OT en NT. We letten op de volgende punten.
Lees het Oude Testament gericht op Christus
1) Je ontdekt zo hoe God verlossing wil geven
2) Je krijgt zo bevestiging van je geloof
3) Het helpt je om je leven goed in te vullen
1) ontdek hoe God verlossing wil geven
We lezen het Oude Testament omdat we daarin God beter leren kennen.
Je leert hoe de aarde gemaakt is. Hoe de zonde in de wereld kwam.
Je leert hoe God zijn genade toont en Abraham opzoekt.
Dat Abraham door geloof in Gods belofte gered kan worden.
Niet door de wet, maar door de genade. Dat is de basis. De wet komt 430 jaar later.
Het is niet door zijn werken, door zijn daden dat hij gered kan worden.
Net als jij niet door zo goed mogelijk te leven gered kan worden.
Je ziet hoe God met Abraham meegaat en dat gevraagd wordt dat hij vertrouwt op wat Hij beloofd heeft.
Vraag je dan maar af: verwacht ik het in mijn leven ook van Gods genade?
Dat ik weet dat God van me houdt, niet om wat ik presteer, maar omdat ik zijn kind ben?

Ook in de offers in de tempel zie je iets van Christus.
God wil, wanneer het verkeerd gaat tussen hem en de mens, dat het goed gemaakt wordt. Dat er vrede komt.
Dan moet er betaald worden. Zo erg vindt God de zonde.
Er moet bloed vloeien. Een bokje moet geslacht worden.
Een dier moet sterven. God vindt de zonde erg.
En tegelijk … zo’n dier kan niet betalen. Het wijst vooruit naar Jezus die voor ons betaalde aan het kruis. Hij werd het volmaakt offer. Zijn bloed stroomt door de straten van Jeruzalem.
Vraag je dan maar af als je dat leest: besef ik voldoende hoe erg God de zonde vindt. Hoeveel Jezus geleden heeft aan het kruis, om mijn straf te dragen. Zie ik die liefde van Jezus?

Ook in de Psalmen zie je hoe de gelovige met God worstelt.
Hij gaat gebukt onder de zonde en straf. Je ziet er iets van Jezus in.
Maar je leest ook vaak iets van verlangen. Daar heb ik de psalmen van vandaag ook op uitgekozen. Een verlangen van het weer goed hebben bij God.
Een verlangen naar Gods heiligdom: de plaats waar God woont.
Zo was de tempel een beeld van hoe God bij de mensen wil wonen.
Dus aan de ene kant: een gebukt gaan onder je zonde en schuld.
En tegelijk een zien op dat er toch verlossing mogelijk is. Dat God genade kent.
Die omgang met God mag steeds door de psalmen gevoed worden.
Wat hou ik van uw huis! Ik zie uit naar U! Ik verlang naar U!
Als je zo de psalmen leest: ontdek je dan dat dit de God is met wie je elke dag mag praten. Die al eeuwen met zijn volk meegaat. Psalmen die je op alle momenten van je leven mag bidden en die met je meegaan?

Zo noemt de NGB het OT een schaduw van de Christus. Zoals je wanneer je de schaduw van een boom ziet, je veel kan ontdekken en zien over hoe die boom eruit zal zien, maar het in het niet valt bij de echte boom. Dan weet je pas echt je die er uit ziet.
Of wanneer je verkering hebt en je hebt een foto van je vriend of vriendin hangen dan kijk je misschien naar die foto. En je denkt aan hem of haar en je verlangt om samen te zijn. Maar wanneer je bij elkaar bent dan is het anders. Dan blijf je niet naar de foto kijken, dan zie je elkaar echt. Zo is het ook wanneer Christus gekomen is. Je gooit de foto niet weg, maar het belangrijkste is dat je nu Jezus zelf hebt leren kennen.

2) Je krijgt zo bevestiging van je geloof
Wanneer je leest in de bijbel en ook het Oude Testament erbij leest, zie je steeds beter dat de bijbel echt betrouwbaar is. De koran kent maar één schrijver, maar de bijbel kent er velen. De eeuwen door hebben mensen met God geleefd, hebben woorden die ze door de Geest ontvangen hebben opgeschreven. Samen vormen die boeken een eenheid: het gaat over dezelfde God die al de eeuwen met zijn volk meetrekt. Die te vertrouwen is, ook als het soms moeilijk is of tegenzit. Daarom gebruiken we de getuigenissen om, zoals art 25 zegt, ons geloof te bevestigen. Dat wil zeggen: stevig te maken, van een fundament te voorzien.
Daarbij kun je met name denken aan alle beloften die gedaan zijn over de komst van de Messias.
God beloofde aan Adam en Eva dat er een strijd zou komen, maar ook dat de overwinning er zou zijn.
God beloofde aan Abraham dat door zijn nakomeling alle volken gered zouden worden. Van David zou altijd een zoon op de troon zitten.
De profeten spreken over de maagd die zwanger zou worden. De bijbel staat vol met beloften die hun vervulling vinden in Jezus.
Zelf begint Jezus aan de Emmaüsgangers ook te spreken over de wet en de profeten hoe die van Hem spreken. En Hij wijst erop dat het oude testament op Hem gericht is (Joh 5:39): de Farizeeën bestuderen de schriften, maar ze zien niet waar het om gaat. De schriften getuigen over Jezus.

Denk bijvoorbeeld ook aan het verbond dat God met Abraham sluit. God geeft zijn belofte. Hij verbindt zich aan zijn volk. Hij laat zien dat hij met zijn volk om wil gaan. Op dat verbond mag Abraham steeds steunen. God geeft de wet op de Sinaï. De woorden van het verbond. Niet om daarmee een andere weg tot redding te wijzen, maar om het volk juist erop te wijzen dat het de genade nodig heeft. Mozes treedt op als een middellaar tussen God en zijn volk. Zo helpt God zijn volk. Later komt er de grote middelaar Jezus Christus dan is de wet helemaal vervuld.
In verschillende personen zie je zo dan al iets van Jezus. Maar nooit zo volmaakt als Jezus zelf zou zijn. In die zin is er het verlangen naar de volmaakte redder: Jezus Christus. Door de doop wordt je in het verbond met hem opgenomen. Een nieuw verbond, waarin duidelijk wordt dat je een kind van God mag zijn.

Een beeld dat hier mooi bij past is het beeld van een bloem. In het OT zie je dat de bloem nog in knop staat, maar in het NT loopt die bloem uit. Je ziet alle pracht en kleuren in wanneer Jezus is gekomen, maar dat wil niet zeggen dat die knop niet mooi was. Het is dezelfde knop van dezelfde bloem. Juist wanneer je weet wat een mooie bloem eruit gekomen is, mag je ook het verlangen zien wanneer je die knop bestudeert.

3) Het helpt je om je leven goed in te vullen
Veel van de regels en inzettingen van het OT hoeven wij niet meer te houden.
Als het gaat om de wetten van hoe er offers gebracht worden en over de inrichting van de tempel, dan denk ik bijvoorbeeld aan hoe het voorhangsel door midden scheurde. God maakte de weg open naar hem, door het offer van Jezus. Je mag naderen tot de vader, door de zoon, in verbondenheid met de geest. De offerdienst is voorbij en daarom moeten we niet allemaal nieuwe voorhangsels op hangen door van de liturgie weer offers te maken, reinigingen te doen, bedevaarten en speciale feestdagen. Het gaat nu alleen nog maar om het horen van het woord van Jezus de redder.
Ook als het gaat om het eten van dieren laat God via een visioen aan Petrus zien dat dat niet meer hoeft. In die droom mag hij onreine dieren eten.
Paulus gaat duidelijk in op de vraag of je je nog moet laten besnijden of de speciale feestdagen moet vieren. In die zin heeft veel van het OT afgedaan en mag je daar ook op wijzen als mensen teksten uit het OT letterlijk nemen. Inderdaad staan er soms doodstraffen in het OT, gruwelijke teksten, maar tegelijk mogen we weten dat Christus nu aan het kruis is gestorven en die straf voor ons heeft gedragen.
Het Oude Testament is vaak veel aardser, veel concreter, veel meer in het hier en nu. Men verwachtte vrede onder de eigen wijnstok en vijgenboom, wij mogen het meer geestelijk lezen. God gaat alles nieuw maken, er komt een hemelse vrede, we ontvangen vergeving van zonde en de Geest van God in ons hart.
Toch kan het OT helpen om te zien hoe je je leven moet inrichten. Heel praktisch. Daarom spreekt het mij ook aan, omdat het vaak verhalen zijn die midden uit het leven komen. Die ook de rauwe werkelijkheid laten zien waarin we als mensen staan. Als je ziet hoe Job worstelt met de vragen rondom verlies en gemis, als je hoort hoe Jeremia moeite heeft om Gods woorden over te brengen, wanneer je de psalmist hoort klagen: waar is nu mijn God? Maar ook als mensen vol zijn van God en hem prijzen met heel hun hart.
Ook de praktische aanwijzingen helpen je om concreet je leven met God in te vullen. Zo’n hekje om je dak zetten, zodat niemand eraf valt is een slim idee. Niet de moedervogel doden leert je respectvol omgaan met de natuur en schepping. Het in acht nemen van de sabbat leert je om op tijd je rust te nemen. Zo is het goed om God te leren kennen en om niet alleen geestelijk, maar ook praktisch heel je leven in te richten tot zijn eer.
Een laatste voorbeeld helpt dan misschien:
wanneer je een bouwtekening maakt, dan kun je die bestuderen en bekijken.
Je gaat je een beeld vormen van hoe het huis eruit komt te zien. Totdat het huis gebouwd is. Dan heb je het huis zelf, is de bouwtekening uitgevoerd. Maar de bouwtekening kun je nog wel eens erbij pakken om precies te zien hoe het bedacht was.

Laten we zo het Oude Testament niet afdoen als achterhaald, als een wettisch boek of als niet kloppend. We mogen er juist veel van leren, maar wel als een boek vol van verwachting, een boek dat heen werkte naar de komst van de Messias. En juist daarin ook weer een voorbeeld voor ons: want zoals het OT een boek van verwachting was naar de eerste komt van de Messias, mogen wij nu vol verlangen uit zien naar zijn tweede komst. Als de hemel op aarde zal neerdalen. Amen.


Preek 1 Joh 1 – Blijf na Pasen verbonden met Jezus, het levende Woord!

mei 1, 2019

Preek gehouden Heemse, 29 april 2019
Tekst: 1 Johannes 1:1-4

Geliefde gemeente van de opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Wat was het geweldig om het paasfeest te vieren!
Jezus is opgestaan, heeft dood en graf overwonnen.
We hebben Paasliederen gezongen, zijn overwinning gevierd.
Terwijl het schitterend weer was, klonken de blijde tonen.
We hebben feest gevierd. U zij de Glorie, opgestane Heer!

Maar na Pasen gaan we verder.
Het paasfeest wordt afgesloten. De Paasweek wordt afgerond.
De feestelijkheden, de hoge tonen zijn weer achter ons (het mooie weer trouwens ook 😉).

[#2] Dan de spannende vraag: wat houden we nu toch vast van het Paasfeest?
Hoe gaan we verder in het leven van elke dag?
Als je gewoon weer met elkaar gemeente bent.
Als je samenkomt, maar de kerk minder vol is en je mensen mist.
Als je afvraagt wat je als gemeente voor elkaar betekent en hoe je elkaar vasthoudt.
Hoe kun je toch op elke ‘gewone’ zondag de opstanding blijven vieren?
Hoe houd je Jezus precies vast en blijf je met Hem verbonden?
Was Hij vooral mens of vooral God?

[#3] Laten we vandaag naar de boodschap luisteren vanuit wat Jezus leerling Johannes schrijft.
Met als boodschap: Blijf verbonden met Jezus, het levende woord
1) Verbonden met de eeuwige zoon van God
2) Verbonden met Hem die echt mens werd
3) In Hem verbonden met elkaar

[#4] 1) Verbonden met de eeuwige zoon van God
Wanneer we de feestvreugde achter ons laten, dan zie je pijn van het dagelijks leven weer.
We leven in een wereld waarin in pijn en verdriet zijn plek hebben.
Je eenzaamheid komt weer naar voren, de gebrokenheid, de misverstanden.
Het gemis, het ziek zijn, je worsteling.
En eigenlijk zeg ik het verkeerd: want die pijn die is met Pasen natuurlijk niet weggenomen.
De stilte van de Paasmorgen, de vreugde werd in Sri Lanka zelfs heel wreed verbroken.
Mensen werden van het leven beroofd op het moment dat ze in de kerk waren.
Toeristen verloren het leven in hun hotel.
En misschien verliep Pasen dit jaar ook voor jou misschien wel helemaal niet zo mooi.
Dat je niet kan zeggen: we hebben dit jaar een ‘vrolijk Pasen’ gehad.
We kunnen niet anders zeggen dan dat we in een gebroken wereld leven.

[#5] Het bijzondere is dat Johannes met zijn inleiding ons even uittilt boven die gebroken wereld.
Of beter gezegd: hij neemt ons mee terug naar voor die wereld.
Hij begint te spreken over Hem die vanaf het begin er was.
Hij is het eeuwige leven. Hij was voor de Vader, bij de Vader in alle eeuwigheid.
Omgeven door Gods licht en majesteit. Jezus zelf deelde in Gods heerlijkheid.
Hij is echt en eeuwig God. Voor de menselijke geschiedenis met al z’n beslommeringen begon staat God, die alles schept door het levende woord.
Hij heeft door zijn woord de aarde tot stand gebracht en geordend.
Hij heeft alle macht om alles te doen en staat boven de geschiedenis.
God is zelf niet gemaakt. Hij maakt ons. Hij is van eeuwigheid werkzaam.
Wanneer je terug gaat naar God, je aan hem vastklampt, dan mag je een stevige basis hebben.
Wanneer we het over Jezus, de opgestane hebben, hebben we het over dat Levende Woord van God aan wie we ons voor altijd mogen vastklampen.

Als je Pasen gevierd hebt,
dan mag je geloven dat Jezus ook het begin is van de nieuwe schepping.
Dat Hij werkelijk de kracht heeft om levend te maken.
Dat Hij dus ook ons boven aardse leven, dat aan gebrokenheid en dood is onderworpen uit te tillen.
Hij was het woord van Leven en heeft de verzoeking van de duivel, de last van de zonde en de dood aan het kruis weerstaan. Hij heeft het nieuwe leven gebracht.
Door Hem mag je het nieuwe leven krijgen, door met hem de eeuwige verbonden te zijn.
De mooiste cadeaus, de geweldigste ervaringen, de heerlijkste bezittingen, ze blijven uiteindelijk waardeloos als het onderworpen blijft aan de dood.
Geld, goederen en geluk blijft uiteindelijk maar van korte duur als het beperkt is tot deze wereld.
Maar wie het woord van het leven, wie Jezus Christus leert kennen mag het eeuwige leven kennen. Jezus zegt: blijft in Mij, dan blijf ik in U. Ik ben de opstanding en leven, wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.

[#6] Op de vraag: wie is Jezus? Wordt tegenwoordig wel geantwoord: Hij was die man uit Nazaret, een bijzonder mens, een voorbeeld. Maar laten we nooit vergeten dat Hij echt God was, zoals Johannes hier benadrukt. Die was vanaf het begin. En die sterker is dan de dood. Dan mag je werkelijk met Hem verbonden zijn. Dan mag je rust vinden, ook bij de moeite, ziekte, teleurstelling hier. Dan mag je weten dat Hij uiteindelijk ook het kwaad van de terreur en aanslagen zal overwinnen. Zoals Hij tijdens zijn leven hier om zich heen al liet zien: zieken genas Hij, boze geesten dreef Hij uit, doden stonden op, blinden liet Hij weer zien, doven weer horen. Maar vooral: Hij overwon zelf de dood, Hij wil ons voor eeuwig laten delen in zijn heerlijkheid.

[#7] 2. Verbonden met Hem die echt mens werd
Nu zou je je voor kunnen stellen dat je als gelovige probeert om deze Jezus te bereiken.
Dat je na de opstanding in contact probeert te komen met deze eeuwige Jezus.
Dat je gaat mediteren en opklimt tot Jezus. Uitstijgt boven het leven hier.
Je krijgt een soort mystieke ervaring die je op doet klimmen tot in de hemel.
Dat is dan misschien niet aan iedereen gegeven, maar hij komt los van het leven hier.
Door concentratie, meditatie: naderen tot die geestelijke Jezus.
Je staat helemaal stalend, verbonden met Jezus te zingen en springen en juichen.
Je raakt helemaal verstild, met een liefde glimlach in jezelf gekeerd.
Ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel. Je raakt een beetje los van deze wereld van het lijden en gebrokenheid. Je stijgt erbovenuit. Is dat hoe je na Pasen verder moet gaan?
Johannes loopt tegen zulk soort mensen in de gemeente aan.

[#8] Daarom begint hij niet alleen met het eeuwige woord. Hij zegt:
Dit is wat we gezien hebben met onze ogen: zijn eigen ogen.
Niet geestelijke, maar gewoon zijn ogen die hij in zijn hoofd heeft zitten.
En tegelijk zegt hij: het is wat wij gehoord hebben. Met onze oren.
Wat was vanaf het begin: hebben wij met mensenoren horen praten.
Jezus is echt mens geworden. Heeft hier op aarde rondgelopen.
Laten na Pasen niet vergeten dat het kerst is geweest.
Jezus heeft onder ons gewoond. Hij heeft deel gekregen aan dit gebroken menselijke bestaan.
Als je het nog niet geloofd, als je iets niet helemaal vertrouwd met je ogen en oren,
Dan gebruik je je handen om het ook echt te voelen: het is wat onze handen getast hebben. We konden Jezus aanraken.
Ze hebben hem misschien wel eens een hand gegeven, of een omhelzing.
Ze konden hem echt aanraken. Hij was helemaal aards.

[#9] Dat is ook wat Thomas na de opstanding van Jezus mag doen.
Als Hij er de eerste keer niet bij is geweest en niet kan geloven dat Jezus leeft.
Als Hij nog vasthoudt aan zijn nuchtere levenshouding.
Als Hij zegt: als ik niet in zijn handen het litteken van de spijkers zie.
Mijn vinger niet steek in het litteken van zijn spijker.
Als ik mijn hand niet leg op zijn zij … dan zal ik niet geloven.
Dan zegt Jezus kom maar hier met uw vinger, kom maar hier met uw handen, en leg je hand maar op zij. Jezus laat hem heel precies doen waar hij zelf om vroeg.
En wees dan niet ongelovig, maar gelovig.
Kijk dat is wat Johannes hier zegt: wat onze handen getast hebben dat verkondigen wij.
Het is volledig betrouwbaar, duidelijk, hij weet het stellig, het was niet vluchtig, maar heel bewust hebben ze Jezus leren kennen voor maar ook na zijn opstanding. Als echt mens. Niet los van deze wereld, maar midden in deze wereld.

[#10] De dwaalleraars ontkennen dat Jezus echt een persoon is geweest in deze tijd.
Maar het woord is vlees geworden, het is kerst geweest, Jezus is ingegaan in deze wereld. Dus door met Jezus zelf verbonden te zijn word je niet uit deze wereld weggehaald, maar mag het leven hier tot bloei komen, mag je vreugde vinden, komt er vrede in je hart en vrede met elkaar: kortom wordt het licht en staat alles in het teken van de liefde.
Die dwaalleraars maakten het geloof tot een eenzaam, mystiek avontuur (op zich misschien wel mooi om Jezus te ervaren), maar Johannes zet de gelovigen met beide voeten op de grond: zoals Jezus echt mens was geweest. Dit betekent ook dat je zelf in je menselijke leven nu de vrucht van de Geest gaat tonen, dat je oog op hebt voor elkaar en ontdekt wat je voor elkaar kunt doen en betekenen.
Verbonden zijn met Jezus, legt Jezus uit bij de wijnstok is: in zijn liefde blijven. Dat betekent mijn geboden houden. Dan breng je veel vruchten voort. Ik heb mijn liefde getoond door mijn leven te geven voor mijn vrienden; jullie zijn mijn vrienden, wanneer je doet wat ik zeg. Wat je mijn Vader vraagt zal Hij geven, dit draag ik jullie op: heb elkaar lief. Wanneer Jezus echt mens is geweest, betekent dat ook: als mensen aan elkaar verbonden zijn en zijn liefde leven.

[#11] 3) In Hem verbonden met elkaar
Zo vormt zich na Pasen een gemeente die met elkaar verbonden is.
Hele gewone mensen … die zich zorgen maken om geweld, die op keizersdag genieten van een pilsje, die gezorgd hebben voor een zieke, die net een zakelijke tegenslag hebben of die balen dat hun gereedschap kapot is gegaan, zoals je nu kunt balen als je telefoon kapot ging.
Deze gewone mensen zijn gelovigen die Jezus hebben leren kennen en nu in liefde willen samen leven. Ze hebben oog en oor voor elkaar, en helpen met hun handen.
Ze willen bij ruzies elkaar vergeven.
Daarvoor is Jezus gekomen. Nu mag je ook zo elkaar leren wat goed is.
Johannes zegt: wij schrijven deze brief om onze vreugde volkomen te maken.
Die vreugde is volkomen als ze werkelijk aan elkaar op de goede manier verbonden zijn.

[#12] Heel centraal staat dan Jezus Christus als het levende woord.
Hij was vanaf het begin bij de Vader en de Vader in hem.
Hij was er voor zijn leerlingen en zijn leerlingen zagen, hoorden en voelden hem.
Wat een verbondenheid.
Maar nu komt er een nieuwe groep: nu komt er de kerk.
Allemaal verschillende gemeentes. Maar die kunnen niet letterlijk zien.
Jij, u en ik moeten geloven, zonder te zien.
Hoe dat kan? Niet door los te komen van de werkelijkheid, maar door het levende woord. Wat wij gezien hebben, wat wij gehoord hebben en gevoeld hebben: dat verkondigen wij u: wij zijn er getuigen van geworden, boodschappers.
Op die manier worden wij aan de ketting toegevoegd en delen wij in Gods genade.

[#13] Ontvang dus dat woord steeds opnieuw als levendmakend woord in je leven.
Door elke week in de kerk dat woord in je hart te laten komen: het levend makende woord. Zorg dat je er bent als dat woord klinkt, voor zover dat mogelijk is. Dat je echt hier met God verbonden raakt als gemeente en spoor elkaar om dat woord te horen. Om elke week de opstanding te vieren: Jezus die als het leven woord hier verkondigd mag worden.
Laat dat woord ook in je dagelijks leven een plek krijgen: ga ’s morgens de deur niet uit voordat je een paar woorden van God tot je genomen hebt. En als je deur achter je dicht slaat, zonder dat: doe hem weer open zoek Gods woord op. Of open de app op je telefoon. Ik word er ontzettend blij van als ik merk dat je de bijbel belangrijk vindt en dat de bijbel je een weg vind. Zo zegt ook Johannes dat: Wij schrijven u deze brief om onze vreugde compleet te maken.

Laten we zo als gemeente met elkaar verbondenheid hebben: doordat we deel hebben aan Jezus Christus. Laten we dan samen mogen zeggen: u bent mijn Heer en mijn God, u bent de opstanding en het leven. Niet alleen voor straks: maar ook nu al. Als er terreur, verdriet of moeite is. Ik zoek bij u de kracht om daar mee om te gaan, om verder te gaan. Om zo midden in dit leven staande te blijven door u kracht en straks voor eeuwig in uw heerlijkheid te delen en met elkaar met de vader verbonden te zijn. Amen.


Preek – Matteus 28:11-15

april 23, 2019

Preek Tweede Paasdag Heemse (21 april)
Tekst: Matteüs 28:11-15

Geliefde gemeente van onze opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Op de eerste paasmorgen snellen er twee groepen mensen weg van het graf.
De vrouwen, die Jezus wilden verzorgen, maar die bij een leeg graf de engel tegenkwamen.
Ze zijn op weg naar de leerlingen om het goede nieuws te vertellen: Hij is opgestaan!
Maar terwijl zij weggaan, is er ook die andere groep die wegtrekt.
De ‘verslagen’ romeinse soldaten die nu toch niets meer te doen hebben.
Die hier niet blijven staan om een leeg graf te bewaken.
Zij moeten met terugkeren naar hun opdrachtgevers: de hogepriesters.
Met knikkende knieën want ze hadden het lichaam niet kunnen bewaken.
Twee groepen die eigenlijk een soort tegenovergestelde zijn: licht en donker.
De nieuwe kerk wordt in het licht gesteld door het goede nieuws.
Het oude Israël gaat heel duidelijk de Messias afwijzen en wil niet geloven.

[#2] Zo zie je dat er meerdere reacties mogelijk zijn op paasmorgen.
Je hoort wat er gebeurd is bij het graf: maar hoe reageer jij erop?
Wil je dit geloven? Kun je dit geloven? Vertel jij dit door?
De verschillende verslagen van het paasgebeuren zijn zo verschillend.
Het is zo onwerkelijk en moeilijk te begrijpen: het is echt een wonder.
Is dit wel mogelijk: dit breekt toch door alle natuurwetten heen?
Het is iets waar je ontzettend naar kunt verlangen dat het waar is:
De dood overwonnen, leven na de dood.
Het is tegelijk iets waar mensen niet aan willen en van zich wegduwen:
Jezus van Nazaret, waar christenen in geloven, Hij leeft toch niet meer?
Het zal toch niet zo zijn dat christenen uiteindelijk gelijk hebben?
Laten we daar vanmorgen bij stil staan, door te zien op de opgestane Heer.
Wat het goede nieuws van de opstanding uitwerkt bij de mensen die het horen.

[#3] Wie waren die soldaten?
De hogepriesters hadden al dankbaar gebruik gemaakt van de macht van de Romeinse bezetter. Ze hadden Jezus overgeleverd aan de stadhouder, Pilatus.
Jezus was door de Romeinen terecht gesteld.
De soldaten hadden Jezus bespot en geslagen.
De soldaten hadden Jezus naar het kruis geleid.
Zij hadden zijn kleren verdeeld.
Wanneer Christus dan gestorven is en in het graf gelegd worden de Joden angstig.
Had Hij niet gezegd: na drie dagen zal Ik opstaan?
Stel je voor dat de leerlingen zijn lichaam komen stelen.
Opnieuw maken de hogepriesters gebruik van de Romeinse bezetter.
Nog op de sabbat, de dag dat ze zouden moeten rusten, regelen ze dat het graf bewaakt wordt. Er komen opnieuw romeinse soldaten: bewakers.
Er komt een zegel op het graf. Waarschijnlijk een touw om de grafsteen dat verzegeld wordt. Niemand kan meer ongemerkt in het graf komen. Niemand kan bij het lichaam van Jezus komen. Dit hoofdstuk van oproer, onrust, mensen die niet naar hen luisteren moet afgesloten worden. Het boek moet dicht.

[#4] Maar dan … terwijl die soldaten bij het graf staan, gebeurt er iets.
De vrouwen zijn nog onderweg en horen en voelen de aarde beven.
Maar de soldaten zijn vlakbij. Zij zien wat er gebeurt.
Jezus staat op: dat vieren we vandaag!
Een man in witte kleren, een engel van God rolt de steen weg.
Hij gaat erop zitten. Zijn kleren zijn wit als sneeuw.
Ze lichten als de bliksem. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.
Dat is wat er gebeurt.
Als deze bewakers dus naar de hogepriesters gaan hebben ze wel wat te vertellen.
Zij weten nog preciezer dan de vrouwen wat er gebeurd is.
Misschien hebben ze zelfs het gesprek van de vrouwen met de engel wel gehoord.
Ook uit ongedachte hoek, uit de hoek van de Romeinse bezetter komt ook bericht.
Zij brengen heel precies verslag uit en vertellen wat er gebeurd is.

[#5] Dat is dus de manier waarop God wil dat de oudsten bereikt worden.
Er komt een officieel verslag, van Romeinse soldaten. Dit moeten ze toch wel geloven.
Ze hadden geprobeerd de Messias uit de weg te ruimen. Maar als het zo afloopt?
Kunnen ze dan nog volhouden dat dit alleen een oproerkraaier was?
Als zelfs de soldaten vertellen wat er gebeurd is? Als de legerhoofdman al zei: werkelijk dit was een zoon van God?
Wat hier eigenlijk gebeurt is dat Christus zelf opeens weer in hun midden staat.
Door wat de soldaten vertellen is duidelijk: Hij is niet dood, Hij leeft.
Hij is niet in het graf gebleven. Hij heeft de dood overwonnen.
De leiders van de Oudtestamentische kerk krijgen een laatste kans om hun knieën te buigen. Om te zeggen: we hadden het mis. Jezus is overwinnaar.

[#6] Maar wat is hun reactie? Hoe reageert iemand die een dwaalweg is ingeslagen?
Ze hebben al zoveel fouten gemaakt, nu gaan ze door op hun verkeerde weg.
Iemand vertelde eens over een jongen die werkte bij een tankstation. Hij had één keer vijftig euro uit de kas gepakt vanwege gokschulden. Maar toen hij dat ook verloor, pakte hij 100 euro en daarna 200 euro. De eerste keer had hij toch ook gewonnen, het zou toch wel een keer goed komen. Zo draaide hij zich steeds verder vast in de problemen, in plaats van er gelijk mee te stoppen en hulp te vragen.
Zoals iemand die iets verkeerds doet, een leugentje maakt en vervolgens weer meer leugens nodig heeft om zijn leugen de verbloemen, maar zich uiteindelijk verder in de nesten werkt.
Ze overleggen met de ouderlingen. Weer een vergadering. Weer een officieel besluit. Van het goede nieuws maken ze ‘Fake News’. Deze ‘betrouwbare’ mannen, bewakers van de waarheid, gaan de leugen de wereld in helpen.
Ze doen weer een greep uit de tempelkist. Eerst hadden ze dertig zilverstukken nodig om Jezus te kunnen arresteren.
Nu hebben ze een flinke som geld nodig om te voorkomen dat dit verhaal de wereld in gaat. Ze worden bedriegers, stelen zo uit de tempelkas en kiezen voor het duister.
Bovendien zullen zij de stadhouder wel even omkopen, mochten de soldaten met dit verhaal in de problemen komen.

[#7] Terwijl het nieuws over Jezus voor hen klinkt, verharden ze in hun slechtheid.
Een les voor leiders, ouderlingen, politici hoe het dus niet moet.
Ze menen dat ze het geld zomaar op een verkeerde manier mogen uitgeven.
Ze denken dat een leugen om bestwil wel mag. Ze zijn bang voor hun positie en om hun macht te verliezen. Ook de soldaten laten zich door geld omkopen, in plaats van dat ze opkomen voor de waarheid. Geld is een lokaas: daardoor zijn mensen tot vreselijke dingen in staat. Denk aan huurmoordenaars, pooiers en diefstal.
Het werk van Jezus leidt altijd tot reactie: hier dus tot verharding en ongeloof.
Hoe reageer jij? Ik hoop dat je juist als je ziet dat Jezus voor je gestorven is, ook met hem wilt opstaan in een nieuw leven. Dat je wilt breken met de zonde en de zonde niet langer laat heersen. Dat je niet langer vol bent van de leugen, maar van de waarheid! Dat niet langer het kwaad, pesten, roddelen, stelen, ellenbogenwerk, maar de liefde je leven bepaalt: wie ga je helpen? Luister je naar mooie muziek?

[#8] Kijk daar lopen de soldaten weg. En op straat spreekt iemand ze aan.
Was jij er niet bij, bij het graf. Wat is er gebeurd?
Uh, ja nou we waren in slaap gevallen en toen hadden zijn leerlingen het lichaam gestolen.
Wat? In slaap gevallen, allemaal? Daar staat toch een zware straf op! Dat overkomt Romeinse soldaten toch niet. Er blijft toch altijd iemand wakker? Onbegrijpelijk! En dat je niet wakker geworden bent van het geluid van die steen en het tillen van het lichaam.
Iets verderop komt hij een ander tegen: wat is er toch allemaal gebeurd vannacht.
Ja, we waren het graf aan het bewaken, maar toen kwamen zijn leerlingen en hebben zijn lichaam meegenomen? Hu, wat? Dat meen je niet: jullie als soldaten konden niet die twaalf vissers tegenhouden? Ehm, jawel, maar we waren in slaap gevallen. Ja maar … hoe weet je dan dat zijn leerlingen gekomen zijn?

[#9] Het verhaal klinkt niet heel geloofwaardig, maar toch wordt het geloofd.
Het wordt verteld onder de Joden, en velen nemen het aan.
In 150 na Christus wordt het ook zo neg eens opgeschreven.
Zo gaat het met een leugen: als het zich eenmaal verspreidt, is het amper meer terug te krijgen. Dan vindt het zijn wegen.
Nog steeds zijn er moderne theologen die liever spreken over het lege graf, dan over de opgestane Heer. Dat zou maar moeilijk te geloven zijn. Maar een leeg graf, dat is een boodschap die er nog wel in wil.

[#10] Maar ondertussen hebben de vrouwen de boodschap naar de leerlingen gebracht.
Verschijnt Jezus aan zijn leerlingen als de opgestane Heer.
Komen door de Geest later velen tot geloof en ontdekken: we hebben de Messias gekruisigd.
Misschien ook wel soldaten die er zelf bij geweest waren.
Ook belangrijke leiders van het Joodse volk.
De satan probeert via leugen en bedrog het evangelie tegen te houden, maar het woord vindt zijn weg. Door de wereld gaat het nieuws van de opgestane Heer.

[#11] Ook Paulus mag van dat geloof getuigen.
Hij noemt de opstanding heel belangrijk.
Wie alleen maar spreekt over een leeg graf, doet Gods werk te kort.
Ja, en dan is het een wonder. Een eenmalige uitzondering op de wetten van de natuur.
Maar wel een wonder dat door velen is verteld. Waar getuigen van zijn.
Waar de leerlingen hun leven voor wilden geven. Dat maakt de leugen ook zo ongeloofwaardig: wie steelt nu het lichaam van zijn Heiland (dan ligt het ergens verstopt en niet meer in een mooi graf)? Bovendien: wie steelt een lichaam en is vervolgens bereid om zijn leven te geven voor een leugen? Nee, wat we hier lezen over de soldaten versterkt juist het getuigenis dat Jezus echt is opgestaan!

[#12] Waarom schrijft Matteüs dit gebeuren op, als enige evangelist?
Hij schrijft juist voor de Joden. Hij heeft aandacht voor de reactie van het volk.
Maar het is ook heel knap hoe hij dit geschreven heeft.
Ik zei als: je ziet twee sporen ontstaan. Twee groepen mensen haasten zich naar de stad.
Het is zwart van de leugen, wordt nog zwarter tegenover het licht van de opstanding.
Dat licht van de opstanding licht nog helderder op: Jezus leeft.
De reactie van de hopepriesters is dat ze zich in hun zonden vastdraaien.
Maar de leerlingen gaan juist de wereld in en brengen het goede nieuws verder.
Laten wij ook met Christus opstaan in een nieuw leven.
Je geld niet gebruiken voor leugen, maar voor de verkondigingen van de waarheid.
Je macht niet misbruiken om de baas te spelen, maar om de ander juist te dienen.
Dat je Jezus niet afwijst in je leven, maar juist op de eerste plaats laat staan.
En dat als er zonde is, je je niet steeds verder vastdraait, eraan verslaafd raakt, erin verstrikt raakt: maar er door de kracht van Christus radicaal mee breekt.
Dat je leeft door de kracht van de opgestane Heer!

[#13] Wat kun je geloven? Je ziet dat zelfs de meest duidelijke tekenen van de opstanding, het betrouwbare verslag van de soldaten, de hogepriesters niet tot geloof brengt. Wanneer de Heilige Geest je hart niet opent, blijft het gesloten.
Laten we bidden dat de Geest je zicht geeft op Hem die gestorven is, maar leeft.
Dat zet niet alleen aan tot goede daden nu. Een zaadje van liefde dat je geeft aan een ander. Dat zich zo verspreid om je heen.
Het geeft ook werkelijke hoop. Want wat maakt uiteindelijk het leven soms zo zwaar. Wat maakt dat de hogepriesters zo angstig zijn en met geld, leugen en omkoping zichzelf willen redden. Wat maakt het lijden en sterven zo zwaar, wat de teleurstellingen en beperkingen? Als je alles op het leven hier en nu zou moeten bouwen. Als je alles verwacht van het leven hier op aarde.
Maar laten we juichen met Paulus. Er is een opstanding! Jezus is opgestaan. Het is een betrouwbaar getuigenis. En daarom mag je hoop hebben. De dood is overwonnen. Christus is ons voorgegaan door de dood heen. Hij stond op om ook jou uitzicht geven op een volmaakt en eeuwig leven. Amen!


Hebreeen 1 – Er zijn engelen om je heen!

april 10, 2019

Preek gehouden Heemse, 31 maart 2019

Tekst: NGB art 12, Hebreeën 1:5-14

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Welke rol spelen engelen in jouw leven?

Ben je je ervan bewust dat ze om je heen zijn: dat ze je beschermen en helpen?

Heb je misschien zelfs wel een keer een engel ervaren of ontmoet?

Of zeggen engelen je helemaal niets en weet je niet zo goed wat je je erbij voor moet stellen.

Vind je het maar vaag en zweverig om over engelen te praten.

[#2] Je ziet dat mensen er ook heel verschillend mee omgaan.

In de Middeleeuwen zie je veel schilderijen waarop engelen werden afgebeeld.

Voor de middeleeuwen werden ze gewoon als mensen getekend. Je kunt soms een engel in een mens ontmoeten.

Maar later als jongetjes met vleugeltjes.

In de tijd van de verlichting kon men niet meer geloven in wat je niet met je verstand kon begrijpen.

Men nam afscheid van geesten, demonen, wonderen … en ook van engelen.

Dat zou maar volksgeloof zijn. Daar geloof je als verstandig mens toch niet in?

[#3] Maar vanuit Amerika is er weer een heel nieuwe belangstelling.

Bijvoorbeeld door de spannende en goedgeschreven christelijke Thriller van Frank Peretti, De Duisternis Aanwezig. Dat gaat over de strijd tussen engelen en demonen.

In het Amerkiaanse Ashton is een occulte beweging die uit is op wereldheerschappij.

Ze werken door middel van indoctrinatie, corruptie en zelfs moord.

Het Genootschap is een instrument van de Duivel en een heel demonenleger bevolkt Ashton om alle weerstand bij de bewoners te breken.

Maar er zijn ook engelen – zij helpen dominee Busche en journalist Hogan in hun strijd tegen het Genootschap, die uiteindelijk gewonnen wordt.

Er gaat een appèl uit van de schrijver: Christenen, kijk uit!                            

Wat kunnen we niet met engelen?

[#4] Ontdek hoe God engelen inschakelt voor de redding zijn kinderen

1. Ze zijn door Hem geschapen

2. Ze zijn er om jou bij te staan

3. Ze zijn er om Hem te dienen

[#5] 1. Ze zijn door Hem geschapen

Het eerste wat we over engelen lezen in de NGB is dat God hen geschapen heeft.

Ze zijn goed geschapen door God.

Voor mij was het ontdekking dat ze dus niet altijd al rondom God zijn.

Toen God de hemel en de aarde schiep, schiep Hij de englen om de hemel te volken.

Het moeten enorme aantallen zijn.

God is de Here Sebaoth: God van de hemelse legers.

Tienduizenden duizendtallen.

Maar toch stuk voor stuk apart in staat om Gods opdrachten uit te voeren.

Daarbij kennen de engelen, net als de demonen een rangorde.

We lezen verschillende namen van engelen: serafs en cherubijnen.

Bij de hof van eden staat een cherubijn om te zorgen dat Adam en Eva niet toegaan.

Wanneer Jesaja in de hemel mag kijken, ziet hij serafs. 

Ze omgeven God op de troon van alle kanten.

Sommige engelen kennen we van naam: Michael, Gabriel en Raphael (die wordt in Tobit genoemd).

Zij worden de aanvoerders, de aartsengelen genoemd.

Zij gaan voorop in de strijd tegen de demonen. Engelen zijn dus vooral ook te zien als soldaten.  

Maar zij zijn het ook die persoonlijk de boodschap brengen van God.

Gabriel staat plotseling naar Zacharias bij het altaar.

Hij vertelt dat hij een zoon zal krijgen.

Gabriel komt in het huisje van Maria binnen en vertelt over haar zwangerschap.

Michael en Gabriel komen samen voor in veel van de visioenen die Daniel te zien krijgt.

[#6] In de tekst in Hebreeën lezen we over de engelen, vooral in vergelijking met Gods zoon.

Hoe belangrijk zijn engelen? Draait de schepping om hen? Zijn zij belangrijker dan Jezus?

Hebreeën is een brief die zich helemaal richt op de plek van Jezus.

Juist tegenover de Joden moest duidelijk worden dat Jezus de enige redder is.

Dat Hij als hogepriester door aan het kruis te gaan het volmaakte offer gebracht heeft.

En dan klopt het: Hij is voor korte tijd beneden te engelen gesteld.

Hij is naar de aarde gegaan. God heeft hem vernederd. Hij is een slaaf geworden.

Maar nu heeft God hem zeer verhoogd: Hij regeert over alles.

Alle machten, krachten, overheden, tronen en regeringen zijn uiteindelijk onderworpen aan Hem.

Je mag dus geloven dat je in de hemel Gods troon hebt: waar de drieenige God woont.

Vader, Zoon en Heilige Geest. En pas op een afstand daarvan komt alles wat geschapen is.

Ook al werkt de Geest ook in ons hart, hij is echt God, hij is een persoon.

De engelen voeren alleen uit wat God zegt en gebiedt.

Hoe verhoudt de mens zich dan tegenover de engelen?

Aan het begin schiep God legers van engelen, maar toch maar twee mensen.

Is de mens dan minder belangrijk?

Toch moeten we hier niet op het aantal letten.

Heel de schepping was ingericht voor de mens.

Engelen zijn er om mensen te dienen.

In de mens die toen nog een vrije wil had, ontving God de hoogste eer.

Wel is de mens door de zonde korte tijd onder de engelen gesteld.

Maar uiteindelijk worden we in Christus weer verhoogd.

Vergelijk het maar met de verloren zoon. De Vader heeft genoeg knechten in huis.

Die kun je vergelijken met de engelen: maar hij pas echt blij als zijn zoon terugkeert.

Zo belangrijk zijn wij als mensen in zijn ogen.

[#7] Ook al past het niet in onze tijd, laten we geloven dat God engelen heeft gemaakt.

Wie het Onze Vader bidt die weet dat je engelen als voorbeeld mag gebruiken.

Laat uw wil gedaan worden, door ons op aarde, net als door de engelen in de hemel.

Zij zijn altijd klaar als God hen een opdracht geeft.

Tegelijk weten we ook dat kort na de schepping er een scheiding gekomen is in het engelen leger.

Johannes zegt: de duivel bleef niet staan in de waarheid, maar in de leugen.

De duivel nam vele engelen mee. Deze val beschrijft de NGB ook uitgebreid.

Uiteindelijk werd door die gevallen engelen ook de mens verleid.

De waarheid is leven, maar de leugen doodt. Door de satan werd de mens de dood in getrokken.

Daarom bidden we in het onze Vader ook: ‘Breng ons niet in verzoeking, verlos ons van de Boze’.

De strijd die Peretti schrijft is dus niet verzonnen. Er zijn engelen, maar ook demonen om ons heen.

Pas op dat je door occulte programma’s, waarzeggers, horoscopen, mediums je niet openstelt voor hen en ze niet in je laat komen. De strijd is gaande!

Tegelijk: Peretti gaat wel ver door de engelen zo zelfstandig te maken. Of zij samen overleggen welke wijk ze gaan beschermen, welke demon ze gaan uitschakelen.

God is het die regeert: Hij bepaalt wat er gebeurt. Hij overwint de boze. En daarbij zijn de engelen dienende geesten. Uiteindelijk mag je je veilig voelen bij je hemelse Vader.

[#8] 2. Ze zijn er om jou bij te staan

Maar wat kunnen de engelen dan voor ons betekenen?

Art 12 zegt: God heeft alles gemaakt. Hij heeft elke schepsel zijn eigen gedaante gegeven.

Alle schepselen worden ingeschakeld, om de mens te dienen, zodat die zijn God kan dienen.

In Hebreeën staat dat ze er zijn om de gelovigen bij te staan.

Om ze te dienen, het woord diaken klinkt erin door.

Een engel komt bij Hagar in de woestijn om haar bij te staan.

Psalm 34 benadrukt dat je veilig kunt gaan, omdat Gods legermacht om je heen is.

Psalm 91 dat je je voet niet zult stoten, omdat de engel je beschermt en draagt.

Ze helpen, en zegt Hebreeën dan, met name dat je tot je eeuwige redding komt.

Zo lezen we ook in het evangelie wat er gebeurt als iemand zich bekeert.

Dan is vreugde in de hemel.

Vanuit Ps 104 wordt hier dan verder ingevuld hoe ze werken: ze kunnen snel zijn als een windvlaag, krachtig als het vuur.

[]  Volgens de rooms katholieken heeft iedereen een beschermengel. Wij geloven dat niet zo.

Jezus zegt, in Mat 18:10, dat je geen van de kleinen moet verachten.

Hun engelen zijn constant voor Gods aangezicht.

Dat wil niet zeggen dat iedereen een persoonlijke, eigen engel heeft.

Maar wel dat de engelen om je heen zijn.

Daarbij gaat het boek van Peretti te ver. Ik weet nog dat ik het las en overal engelen en machten ging zien. Ik heb het halverwege weggelegd.

Toch is het goed om je bewust te zijn van hun aanwezigheid.

Maar je moet het ook niet overtrekken. Wij kunnen niet altijd met een geestelijk oog kijken.  

[#9] Dat hoor je ook van mensen zelf.

Hoe vaak ik al wel niet gehoord heb tijdens bezoeken bij gemeenteleden dat ze een engel hebben gezien, vind ik opmerkelijk.

Iemand die zegt: ik voelde gewoon dat er iemand bij was in de kamer toen mijn moeder op sterven lag.

Iemand die zegt: Juist toen ik het zo nodig had, kwam er zomaar iemand op mijn pad en gaf mij iets.

Ik geloof zeker dat God zo op wonderlijke manier kan werken.

Je hoeft het niet te zoeken; niet naar te verlangen.

Maar soms is er bijzondere bijstand en kracht die God je geeft.

Wat geweldig als je dat bescheiden van God mag ontvangen en gesterkt mag worden in je geloof.

[#10] In de voorbespreking vroeg iemand: maar wat als je dan wel een ongeluk gebeurt.

Of als je moeder zegt, als je weggaat, de engelen zijn bij je, maar er gaat toch iets mis.

Bijvoorbeeld in het verkeer.

Dat zijn lastige vragen, waar je mee kunt worstelen.

Dan kun je niet zeggen: de engel heeft gefaald, niet opgelet.

Deze vragen hangen nauw samen met vragen aan God.

Heer: al mijn dagen zijn in uw boek. Waarom gaat u deze weg met mij?

Haast u mij te hulp. Geef bijstand. Stuur uw engelen om mij bij te staan.

Art 12 noemt ook dat alles in stand houdt en regeert overeenkomstig zijn eeuwige kracht en voorzienigheid en eeuwige macht. Dat mag ook rust en vertrouwen geven.

Je mag naar hem toegaan met je vragen en rust vinden voor de onzekerheid van morgen.

 [#11] Hier op aarde is de strijd tussen goed en kwaad gaande.

Dan is je lichamelijke gezondheid en veiligheid belangrijk.

Maar niet het belangrijkst: de engelen willen helpen dat je tot je heil komt.

Zij zijn het ook waarvan we lezen dat ze je naar Gods troon dragen.

Zoals de engelen Lazarus brachten in de schoot van Abraham.

Ze zijn de strijd aangegaan met de satan, onder leiding van Michael.

Ze zullen overwinnen!
En dan komt er straks een dag: als de bauzuinen klinken, als de Heer zijn engelen uitzendt en zelf komt omringt door zijn engelen. Dan wordt alles nieuw.

[#12] 3. Ze zijn er om Hem te dienen.

In onze tekst staat niet alleen dat ze er zijn om op diakonale manier de gelovigen bij te staan.

Er staat ook dat het dienende geesten zijn, en dan wel met het woord ‘liturgie’.

In het allerheiligste van de tempel en tabernakel krijgen ze een plek.

Hun vleugels zijn uitgestrekt over de ark en het verzoendeksel.

Dicht bij Gods heiligste plaats op aarde.

Maar ze zijn er ook in de hemel.

Nooit lovensmoe brengen ze God de lof en de eer.

Roepen ze heilig, heilig, heilig toe aan God. Staan ze voor zijn troon.

We denken dan ook aan wat ze voor Jezus deden.

Een engel stond hem bij, toen hij het moeilijk had.

In Getsemane verschijnt een engel.

Voordat hij dodelijk beangst wordt en druppels bloed zweet.

Niet alleen voor de gewone mens, ook voor Gods zoon waren de engelen helpers.

[#13] Ik hoop dat we dat ook van de engelen mogen leren.

De lofprijs op God gaat eeuwig daar.

Daar mogen wij ook onze stem in voegen.

Steeds opnieuw mag God groot gemaakt worden.

Zoals in Psalm 103: wij maken God groot om zijn trouw en liefde.

Zo staat er ook dat de engelen God loven en prijzen.

Dat zal altijd doorgaan.

Laten we bidden dat we zo God mogen loven en prijzen.

Steeds weer uit mogen roepen: Heilig, heilig, heilig bent U, Here God. Amen


Jakobus 4 – De mooie oorlog

april 10, 2019

Preek Heemse, 7 april 2019 – De mooie oorlog

Tekst: Jakobus 4:4 (Lezen Jakobus 4:1-10)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus,

[#1] Wie zich thuis voelt in Gods huis, voelt zich niet meer thuis in de wereld.

Gods huis, is een huis van licht, van vrede, van liefde, van genade.

De wereld lijkt mooi en stralend, maar eigenlijk is de wereld donker en zwart.

Het duister omgeeft de wereld. De satan, Gods tegenstander gaat tekeer.

Er is steeds weer strijd, ruzie, oorlog, pijn en verdriet.

Deze wereld zal eens ten onder gaan. Deze wereld redt het niet.

Het gaat in deze dienst over de scherpe tegenstelling die er is tussen licht en donker, God en de satan, de wereld en het koninkrijk van God.

Over dat liefde tot de wereld, betekent dat je vijand wordt van God.

En dat als je liefde hebt tot God, je dus vijand bent van deze wereld.

In de Stentor van gisteren stond een interview met Elly en Rikkert.

Ze waren eerst echt in de wereld; maakten muziek met Ramses Shaffy en Boudewijn de Groot.

Bijna iedereen in Nederland kende hen van het liedje de kauwgomballenboom.

Maar nu kent bijna niemand ze meer zegt de krant, behalve: de christenen in Nederland.

Ze zijn ontzettend blij met het geloof. Het mooiste wat hen is overkomen.

Elly zegt: zonder geloof was ik nu al dood geweest. We schotelden ons publiek een grote leugen voor met onze live liedjes over vrede en een sprookjeswereld. We belazerden de mensen. Ze had de neiging om te roepen: geloof ons niet! We maken jullie blij met een dode mus.

Maar ze liet de wereld achter zich. Ze zegt: we hebben nu een ontmoeting gehad en we geloven dat het de Geest van God was. Dat heeft ons een diepe innerlijke vrede geschonken.

[#2] Wat zie je hierin duidelijk een scheiding tussen de gelovige en de wereld!

Maar: Als je je terug moeten trekken uit de wereld, moet alle popmuziek dan weg en opwekking aan? Moeten we ons terugtrekken op een eilandje, alleen met de gelovigen?

Mag je dan niet proberen om in de manier waarop je kerk bent, bij de tijd te zijn?

Er zijn in het verleden heel wat ontsporingen geweest: mensen die zich helemaal terugtrokken uit de wereld (geen TV, geen voetbal, geen theater, geen kermis); en aan de andere kant ook mensen die helemaal opgingen in de wereld: van alles zo vol waren dat ze niet meer aan God en Jezus dachten.

Laten we vanmorgen luisteren naar wat Gods Woord ons in Jakobus leert over de strijd die gaande tussen God en de duivel, de wereld en mijn eigen oude ik.

[#3] Wees een vijand van de wereld en een vriend van God

1) Vecht tegen je oude ik

2) Heb de wereld niet lief

3) Strijd tegen de duivel

1. Vecht tegen je oude ik

We kunnen het wel over de strijd en oorlog gaan hebben, maar dat heeft niet veel zin, als je niet bij jezelf begint. Je kunt als leger een land willen binnenvallen of een land willen beschermen, maar als de soldaten zelf niet willen vechten begin je niets. Als je als voetbalteam wil winnen, kun je als team nog zoveel willen: het gaat erom dat je zelf ook de goede houding hebt.

Jakobus schrijft zijn brief aan Joodse chirstenen: hij ziet dat het helemaal niet goed gaat.

Er is haat, onenigheid, ruzies. Het is eigenlijk allemaal heel vervelend en heel donker.

Waar komt dit vandaan? Vraagt Jakobus.

Hij geeft zelf het antwoord: het komt van uw slechte verlangens.

U wilt iets hebben, maar kan het niet krijgen.

En op het moment dat je het niet kan krijgen, probeer je het van een ander af te pakken of je gaat er ruzie over maken. Er komt strijd en onenigheid.

[#4] Heel herkenbaar lijkt me. Bij jonge kinderen zie je het al. Het is lastig om aan de ander te denken. Ik ben met die auto aan het spelen, dus jij blijft ervan af. Ik wil nu achter de Ipad dus ik pak hem van jou af. En de ander begint te gillen en krijsen. Grote mensen doen dat iets beschaafder: ik wil die aanbieding hebben, dus ik grist het snel weg. Ik wil dat mooie huis betalen, dus mijn teken staat in het teken van werk, werk, werk. Rondom een overlijden kunnen discussies ontstaan over de erfenis.

[#5] Als je niet oppast denk je dat je gelukkig wordt als je aardse leven hier maar goed voor elkaar is. Als ik maar genoeg bezit; als ik mijn schaapjes maar op het droge heb; als ik maar een mooie baan heb en gewaardeerd wordt; als ik er maar aantrekkelijk uitzie. En het kan ook zomaar zijn dat je het idee hebt dat God je daarmee moet helpen. God zorgt ervoor dat we het hier goed hebben. Dus als je bidt, bidt je voor je eigen gezondheid en welvaart; voor mensen die je kent; of God je een goede baan, opleiding wil geven. Allemaal dingen gericht op het leven hier en nu. Op aardse verlangens.

Jakobus zegt: jullie bidden wel, maar je krijgt het niet. Want je bidt verkeert. Je bent alleen op jezelf gericht; je bidt alleen voor wat je zelf verlangt. Je wilt alleen je eigen verlangens en hartstochten bevredigen.

De eerste strijd die er te voeren is, is de strijd in jezelf. Waar stel jij je hart voor open. Aan welke verlangens geef jij toe? Welke verlangens voed je? Dit is de moeilijkste strijd die te voeren is: wie zichzelf overwint is sterker dan wie een stad inneemt. Daarom mag je bidden om de Geest van God. Of Hij in je wil komen wonen.

Of Hij je wil helpen om het juiste te kiezen. In je hart het verlangen wil geven om dichter bij God te komen en dat je zegt: ik wil bij Hem horen. Zijn licht, vrede en liefde, laten die mijn hart vervullen en laat ik daarvoor mogen leven.

[#7] 2. Heb de wereld niet lief

Wanneer Jakobus dan in vers 4 zegt, heb de wereld niet lief, dan lijkt het een grote overgang. Hij had het toch over ruzie die mensen samen maakten, over hoe ze zich door verkeerde verlangens laten leiden? Maar toch heeft het alles met elkaar te maken. Wie de wereld lief krijgt, die wil hebben wat de wereld heeft.

[#8] Maar wat is de wereld? Jakobus schrijft aan de Joden. Zij wisten vanuit hun geschiedenis maar al te goed wat het betekende om Gods volk te zijn. Als je bij Gods volk hoorde, dan ging je niet meedoen met de feesten, de verering en seksuele misstappen van de andere volken. Dan ging je niet knielen voor een gouden beeld. Dan deed je niet mee met de verering van de Baäls en Astarte. Dan koos je ervoor om God te dienen en hem trouw te blijven. Om een heilig volk te zijn, totaal anders dan de andere volken.

[#9] Nu zijn ze christen geworden. Nu is de scheidingslijn niet langer, Joden of niet-Joden. Nu is de scheidingslijn: kerk of wereld.

Maar veel van de inhoud is hetzelfde.

De wereld knielt voor de Baal van het geld, de welvaart, de luxe, het materiële, het hebben, hebben en hebben. Wat komt er een ruzie, oorlog en gedoe van.

Wat een twisten als je alleen maar aan jezelf denkt.

De wereld knielt voor de afgod van de mens en zijn macht:

als leiders met holle praat gevolgd worden,

als sporters tot idolen gemaakt worden,

 als je wil dat je zelf de dingen naar je hand kan zetten.

De wereld maakt van alles een platland: hier en nu moet je het geluk beleven, ervaren. Je moet in je straat, op je werk, in de klas meetellen in de telefoon, auto, schoenen, baan die jij hebt.

Jakobus reageert er fel op. Weet u niet dat liefde tot de wereld, vijandschap met God is. Hij is niet een man van het compromis, een beetje van dit en een beetje van dat. Hij heeft van Jezus iets anders geleerd: je leeft voor het één of je leeft voor het ander. Je kunt niet God dienen en de afgod; niet God en de mammon, het geld. Hij haalt dan een citaat aan, dat veel doet denken aan het tweede gebod: Ik de Here God ben een na-ijverig God: ik vraag heel je hart, ziel en leven. God is na-ijverig, jaloers als je liefde toont voor andere goden. Ik wil niet dat je je kaarten een beetje zet op de afgoden, op het leven in deze wereld en een beetje op mij.

Nee: zoek eerst mij met heel je hart. Zoek niet deze wereld, maar zoek het koninkrijk van God. Laat dat rijk mogen komen. Al die andere dingen gaan voorbij. Zoek eerst Gods koninkrijk, en als je hem gevonden hebt (zijn genade, zijn liefde, zijn vreugde), dan zal ik zorgen dat je het andere krijgt. Als je daarvoor bidt: om mijn rijk, om vervuld te worden met mijn Geest en liefde, dan zal ik gebed zeker verhoren. Dan hoef je je geen zorgen te maken over eten of drinken, over geld of kleding. Ik zal er dan in voorzien. Ik zal je dan helpen. Ik zal voor je zorgen: ik zend mijn engelen om je te dragen en te beschermen.

3) Strijd tegen de duivel

Wanneer we het onze vader bidden, dan bidden dat we niet in verzoeking komen.

Dat we verlost worden van de duivel: niet alleen ons eigen vlees en de wereld, maar ook de duivel houdt niet op om ons aan te vechten. Die gevallen engel, wil niets liever dan ons in zijn macht krijgen. Hij weet wat de beste manier is, namelijk dat we zo vol worden van alles hier en nu, dat je God vergeet.

Vroeger lag de grens tussen de wereld van de duivel en de wereld van God misschien wat duidelijker. Je kon je wat opsluiten in je eigen zuil. Als gereformeerde ging je niet naar bioscoop, voetbal of kermis. Dat is een hulpmiddel in de strijd. Tegenwoordig dringt de wereld en de duivel diep door in heel ons leven. Jongeren van vandaag krijgen veel meer informatie dan vroeger; je kunt veel meer kiezen en je ziet veel meer mogelijkheden. Dat betekent ook dat je veel bewuster zult kiezen. Je staat allemaal zelf in de frontlinie.

[12] God zegt: vlucht weg van de duivel. Dat betekent dus: niet op twee gedachten blijven hinken, maar wegvluchten. Zorgen dat het kwaad geen enkele vat op je kan krijgen. Dus doe die verkeerde websites en apps radicaal weg van je telefoon of computer. Laat alles wat een te grote plaats in je leven in gaat nemen wegnemen.

Waar leef je voor? Strijd tegen wat duister en donker is.

Ga naar God toe, dan komt hij dichter naar jou toe. Dan wil Hij je hart vullen en je helpen om helemaal voor Hem te leven. Om allereerst dicht bij Hem te zien. Om te zeggen: die wereld ziet er wel aantrekkelijk uit, maar ik weet dat het uiteindelijk donker is. Ik kies nu voor het licht.

Dat vraagt dat je radicale keuzes maakt in je leven: Jakobus soms het hier op.

[#13] Was je handen, zondaars! Als je vieze handen hebt gemaakt, door jezelf te belangrijk te vinden. Door niet eerlijk te zijn en de boel te bedriegen. Door steeds te grijpen en voor jezelf te pakken. Door een ander te slaan of pijn te doen. Maak het dan schoon, vraag vergeving en laat die zonde achter je.

Zuiver uw hart! Jammer, rouw en huil. Het klinkt misschien vreemd. Je zou toch verwachten dat Jakobus zegt: lach, juich, wees blij met Christus. Dat is wel zo, dat mag je wel zeggen, maar eerst zul je diep in je eigen hart moeten snijden. Verdriet moeten hebben over wat niet goed is, ook voor je het avondmaal gaat vieren. Zodat af kan sterven wat verkeerd is. Dat je berouw hebt over wat je niet goed zei of deed tegen mensen die je dichtbij staan;

dat het je misschien pijn doet om dingen waar je altijd vol bent geweest en die je leven bepaald hebben weg te doen.

om zo grote schoonmaak te houden in je leven en zo ruimte te maken.

[#14] Want … als je zo voor de Heer buigt, dan zal Hij u verheffen.

Als je zo met lege handen bij God komt, ziet dat je zelf niet redt.

Dan tilt Hij je op.

Zoals bij die verloren zoon die thuis komt. Die alles van de wereld heeft lief gehad, zijn geld erdoor gebracht heeft, die zijn eigen hart gevolgd was en zijn vader de rug had toegekeerd. Nader tot God … zegt Jakobus. Op het moment dat die zoon tot zijn vader nadert. Een stap in de goede richting zet. Dan rent die Vader al naar buiten en hij laat weten dat hij meer dan welkom is. Mijn zoon was dood, maar is levend! Niet door zijn prestatie, maar omdat zijn Vader hem in liefde wil ontvangen.

Laten we zo geloven dat God voor ieder die de strijd aangaat, ‘nee’ wil zeggen tegen de verkeerde hartstochten en het met de wereld wil breken, puur uit genade, door Christus van harte nodigt aan zijn tafel. Kom dichter naar God … en Hij wil tot jou naderen: wonen in door de Geest in jouw hart. Amen


Matteus 26:21-25 – Ik ben het toch niet, Heer? (Lijdenstijd)

maart 25, 2019

Preek gehouden Heemse, 24 maart 2019

Tekst: Matteüs 26:21-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Ik ben het toch niet?

Dat is de vraag die de leerlingen één voor één aan Jezus stellen.

Jezus zei: één van jullie gaat mij uitleveren.

Eén van degenen die alles achter zich hadden gelaten.

Die Jezus gevolgd waren. Die zijn wonderen gezien hadden.

Die de gesprekken met hem gevoerd hadden.

Petrus zegt: ‘Ik ben het toch, niet?’

Johannes en Andreas en al die anderen: ‘Ik toch niet, Heer?’

Met elkaar zitten ze aan de maaltijd.

Het is de donderdag voor Pasen.

Het wordt steeds duidelijker dat het op het einde loopt.

Jezus heeft het over dat Hij weg zal gaan.

Dat Hij op zal gaan naar zijn Vader.

De stad is vol van pelgrims die het Pesachfeest vieren.

De haat en de tegenstand van de Farizeeën tegen Jezus wordt steeds groter.

Ze voelen dat de strik op Jezus steeds strakker wordt gespannen.

Maar hoe kan het, dat op dat laatste moment de leerlingen aan zichzelf twijfelen?

In de Bijbel klinkt de waarschuwing: als je staat, let dan op dat je niet valt.

Vraag jij dan ook aan Jezus: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’ ‘Ik ben toch geen Judas?’

Ik ben toch niet diegene die over een paar jaar niets meer van u wil weten?

Ik ben toch niet diegene die straks niet meer in U gelooft?

Ik ben toch niet diegene die kiest voor het kwaad, en geen vergeving wil hebben?

[#2] Het blijft bij me haken dat de leerlingen wel deze vraag stellen.

Even later lezen we dat Jezus zegt: ‘Jullie zullen me deze nacht één voor één verlaten’

Dan reageert Petrus furieus: ‘al laat iedereen U in de steek, ik zal U nooit verlaten’.

Dan is Petrus heel stellig en overtuigd.

Terwijl we uit het vervolg weten: Hij gaat Jezus verlaten.

Hij zal zeggen dat Hij Jezus niet kent. Hij zal Hem verloochenen.

Voordat de nieuwe dag er is en de haan kraait;

In deze bizarre nacht waarin Jezus gearresteerd wordt;

In die nacht zul jij ook, net als de anderen mij verlaten en doen alsof je mij niet kent.

‘Ik ben het toch niet, Heer?’

In de harten van de leerlingen leeft een bange twijfel.

Ze weten wel dat ze het niet kunnen zijn – maar toch?

Ze zijn toch allemaal Jezus gevolgd. Er is een angst en spanning.

Een onzekerheid. Zou ik dan toch?

Jezus, zegt immers: Mijn tijd is bijna gekomen.

Wee hem, die Hem uitlevert! Het zou beter zijn als hij niet geboren was.

[#3] Waarom die angst en onzekerheid?

Al ga ik door een dal van diepe duisternis, al ga ik door de diepste nood.

Ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij.

Maar wie herkent niet, dat dat vertrouwen in zijn goede Herder soms helemaal weg kan zijn. Dat je even helemaal niet weet waar je het zoeken moet.

Dat je twijfelt aan God, omdat je niet ervaart dat hij er werkelijk is.

Dat je twijfelt omdat je sommige dingen niet begrijpt of teleurgesteld bent.

Door lijden, pijn en verdriet dat op je weg komt. Door gedrag van mensen.

Of misschien vanwege het wonderlijke van het geloof. Een geloof in Jezus die voor je zonden is gestorven: terwijl anderen dat helemaal niet mee kunnen maken.

Niet begrijpen waarom jij naar de kerk gaat en zegt: Jezus is voor mij gestorven.

Kennelijk kan iemand die heel dicht bij Jezus staat toch Hem verraden.

Jezus voorzegt al dat de schapen van de herder uiteengejaagd zullen worden (vs. 31).

Wanneer de herder gedood is, zal dat gebeuren.

[#4] In de harten van de leerlingen is onzekerheid. Leeft deze vraag.

Maar in het hart van één leerling leeft die vraag niet.

Eén leerling, genaamd Judas Iskariot, die weet dat dit over hem gaat.

Hij reageert anders: Bedoelt U mij soms, Rabbi?

Jezus zegt het op zo’n manier dat de anderen het niet gelijk herkennen: Jij, hebt het zelf gezegd. Judas zal degene zijn die Jezus uit gaat leveren.

In Johannes lezen we dat Jezus dan ook zegt: ga dan maar, ga je werk maar doen, Judas.

Het is voor ons onvoorstelbaar dat dit gebeurt.

Al ken je het verhaal, en denk je bij de naam Judas, gelijk aan verrader.

Maar waarom gebeurt dit? Waarom is dit mogelijk?

Hoe kan iemand zo ver komen dat Hij zijn meester gaat verraden.

Hij heeft alles voor Hem opgegeven. Hij is zolang bij Jezus geweest.

[#5] Maar laten we vooral ook kijken vanuit Jezus. Hij is degene die hier centraal staat.

Hij noemt degene die hem verraadt, degene die tegelijk met hem zijn brood in de kom doopt. Woorden die doen denken aan Psalm 41.

Zelfs mijn beste vriend

Die mijn vertrouwen had

En met mij het brood deelde

Heeft zich tegen mij gekeerd.

Jezus gaat op weg naar het kruis.

Hij gaat erheen om onze zonden te dragen.

Onze pijn, duisternis, moeite, smarten brengt Hij aan het kruis.

Hij heeft het aan zijn lichaam gevoeld, Hij werd door God verlaten.

Maar ook door zijn leerlingen is Hij verlaten, en door één leerling is hij zelfs verraden.

Wat moet dat hem ook door de ziel hebben gesneden.

Jij hebt mij pootje gelicht, gevloerd, verraden. Een Judasstreek.

Mijn leven verkocht voor dertig zilverstukken. Een steek in de rug.

En toch … zo is het hoe God dit alles bestuurd heeft.

Toen de tijd nog niet gekomen was, konden ze Jezus niet te pakken krijgen.

Dan liep Hij tussen de mensen door weg. Konden ze hem niets aandoen.

Maar nu is zijn tijd gekomen, nu wordt Hij uitgeleverd.

De Farizeeën hebben een verrader nodig. Ze willen hem snel voor het feest uit de weg ruimen. Maar ze weten niet waar Hij is. De locatie was niet bekend, want Jezus had gezegd: volg die man die je tegenkomt. Judas kon nog niet eerder de boel verraden.

Pas als zijn tijd gekomen is; Judas weet waar ze zijn; Jezus verteld heeft dat ze naar Getsemane gaan, dan kan Judas gaan. Zal hij vertellen waar Jezus heen ging.

Straks om één uur ’s nachts zal hij Hem met een kus verraden.

[#6] Wanneer jij je door God verlaten voelt, mag je geloven dat Jezus dat voor jou die verlatenheid gedragen heeft: zodat Hij ons nooit meer zal verlaten.

Wanneer jij pijn en smarten voelt, mag je geloven dat Jezus voor jou gedragen heeft aan het kruis, met spijkers door zijn voeten en polsen, met doornen prikkend in zijn hoofd. Wanneer je door mensen verraden en verlaten wordt … denk dan ook maar aan wat er met Jezus gebeurde.

Zelfs mijn beste vriend Die mijn vertrouwen had

En met mij het brood deelde Heeft zich tegen mij gekeerd.

Wat kun je teleurgesteld raken in mensen.

Als iemand in de vriendenkring je opeens van alles verwijt en niet meer met je wil praten. Als je binnen de familie geen contact meer kan krijgen en er een enorme afstand groeit. Als er lelijk over elkaar gesproken wordt en je met een boog om elkaar heenloopt. Wat kun je je dan eenzaam en verlaten voelen. Wat kun je je dan onrecht aangedaan voelen. Verlaten door mensen, verraden door mensen.

Maar juist met die nood mag je ook naar Jezus gaan. Hem vragen om hulp. Hij die alles weet die mee kan voelen met onze zwakheden.

Daarom kreeg ook Judas een plek in Gods raadsplan. Zo heeft Jezus aan lichaam en ziel heel zijn leven geleden, maar vooral aan het eind ervan. Wat gaat er een zwaard door je menselijke ziel als je zo verraden wordt.

[#7] Maar wat dreef Judas?

1) Sommigen nemen het nog een beetje op voor Judas. Hij was immers één van Jezus vrienden. Hij had al lang gewacht tot duidelijk zou worden dat Jezus de redder van Israël zou zijn. Dat hij in zou grijpen en zijn werkelijk macht zou laten zien. Dat zijn rijk van vrede zou komen. Hij zou gedacht hebben: ik breng Jezus echt in het nauw, dan kan Hij zich niet meer terugtrekken. Dan moet Hij wel opstaan en dan zal hij alle mensen wel laten zien dat Hij werkelijk alle macht heeft. Dan komt hij van het kruis af en verslaat hij de Romeinen. Lijkt me allemaal ver gezocht en niet aannemelijk dat Judas daarom dit doet.

2) Anderen zeggen: Judas was puur op geld uit. Net hiervoor lezen we dat Hij boos is omdat die vrouw uit de stad zomaar haar geld verspild. Die olie waarmee ze de Here Jezus zalfde zou ook duur verkocht kunnen worden. Dat zou die eenvoudige man uit Galilea nooit gedaan hebben. Hij had eens alles achter zich gelaten. Jezus had beloofd dat Hij er veel voor terug zou krijgen. Mat 19:29/luc 18:30 iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God,  zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven. Judas heeft er nog maar weinig van gezien. Hij ziet dat het geld verspild wordt, hij steelt soms wat geld uit de kas van de leerlingen (Joh 13). Hij beslist dan maar: dan moet ik er maar zelf uithalen wat er uit te halen is. En voor een som van 30 zilverlingen verraadt hij zijn meester. Geld als de wortel van ook dit kwaad. Geen heel groot bedrag, maar het bedrag dat je betaalt als je een slaaf van een ander gedood hebt.

3) Tenslotte kan het ook zijn dat hij een heel verkeerd beeld had van Jezus. Het volgen van Jezus bracht hem niet wat hij verwacht had. Hij had misschien gedacht aan een aards rijk, met wereldse macht, een hoge positie en aanzien. Maar het wordt steeds duidelijker dat dit een aflopende zaak is. Dat het net om Jezus strakker getrokken wordt. Hij is zo teleurgesteld dat hij zich tenslotte maar tegen Jezus keert. Hij voelt zich zelf verraden en misleid en daarom verraadt hij zijn meester.

Met de poging om nog een beetje geloof bij Judas te zien, kan ik niet zoveel. Dat Judas zich liet leiden door het geld en door zijn verlangen naar macht geloof ik eerder. Het kwaad het een plek in zijn hart gekregen. De duivel en het kwaad hadden hem in beslag genomen. Zo kwam hij tot deze daad. Zo wist hij goed waar hij mee bezig was. Maar zo krijgt hij ook een plek in de strijd van alle eeuwen. Komt in zijn pogen ook de strijd van Satan tegen de Christus naar voren. Is dit ook een punt waarin de Christus verzocht wordt en staande moet blijven, als zelfs zijn een eigen leerling hem ontrouw wordt.

[#8] Laten we nog één keer terug gaan naar de vraag van het begin:

Ik ben het toch niet Heer?

Ook de andere leerlingen zullen geen volmaakte mensen geweest zijn.

Ook zij zullen soms verlangen naar geld gehad hebben.

Zij zullen een hart gehad hebben van geloof, maar soms ook van twijfel en ongeloof.

Is Jezus nu degene die komen zal, of hebben ze drie jaar van hun leven verspeeld.

In ieder geval duurt het lang voordat de woorden die we hier lezen tot hen doordringen.

Dat het niet afgelopen zal zijn als Jezus straks sterft, maar dat hij hen voorgaat naar Galilea. Dat Hij door God zal worden opgewekt.

Zo kan er ook allerlei twijfel en klein geloof zijn. Onzekerheid van morgen.

Teleurstelling in de kerk, in de mensen, in het geloof.

Twijfel ook aan je zelf. Misschien zul je niet zijn als Judas, en als je gelooft hoef je daar niet bang voor te zijn. Christus zal je beschermen tegen de duivel.

Maar … zul je voor hem uitkomen? Wil je zijn naam belijden? Zal je hem niet verloochenen? Zul je staande blijven: ook als je niet merkt dat God met aan het werk is, als je door zo’n donker dal gaat, ziek bent of moeite hebt?
Heer, wilt u geven dat ik staande zal blijven en met U verbonden.

[#9] Wanneer die vragen en twijfels in de ruimte hangen.

Wanneer Judas is vertrokken, en de Farizeeën proberen om Jezus toch nog voor het feest op te ruimen. Staat Jezus op.

Hij neemt het brood en zegt: dit is mijn lichaam voor jullie.

Hij neemt de wijn en zegt: dit is mijn bloed.

Het wordt vergoten tot vergeving van de zonden van velen.

Ik ga nu weg. Maar blijf steeds kijken naar de tekens van brood en wijn.

Houd het kruis voor ogen!

Dan ga ik heen, en straks in het rijk van mijn vader zullen we maaltijd houden en nieuwe wijn drinken. Die belofte is zeker: Blijf dit doen, totdat Ik terugkom!

Ik bid dat je zelf daar ook je zekerheid in mag vinden.  Amen.


Marcus 1:39-45 – God geeft … ook in gebrokenheid (ontdekzondag)

februari 5, 2019

Preek Heemse, Ontdekzondag 3 februari 2019

Tekst Marcus 1:39-45

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus,

[#1] Soms is er iets, waar je verdrietig van bent.

Dat je iets niet kan, wat anderen wel kunnen.  

Dat je een handicap hebt, die je liever niet zou hebben.

Of dat je ziek bent, en wel graag beter zou willen worden.

Als je zoon of dochter moeite kent of beperking heeft …

Ga je dan ook bidden: ‘Here, help me toch!’?

Wilt U mij helpen om hier mee om te gaan.

Wilt U mij beter maken?

Wilt U voor mijn zoon of dochter zorgen?

Of heb je de moed opgegeven … bid je niet meer?

[#2] Hier in de bijbel komen we een man tegen die ziek is.

Hij heeft de witte schilfers over zijn huid hangen.

Wat kan dat jeuken zeg! Het begon met een paar rode plekken.

Hij heeft er echt last van! Je stem klinkt daardoor soms heel raar.

Soms heeft iemand alleen een arm of been dat er onder zit.

Maar deze man zit er helemaal van top tot teen onder.

Ook zijn gezicht ziet er niet meer uit.

Op een gegeven moment kunnen zelfs delen van je lichaam eraf vallen.

Kijk maar naar de foto: deze man verliest zijn vingers.

[#3] Deze man is heel ziek. Dit is niet te genezen.

Maar als hij hoort van Jezus, gaat hij naar Jezus toe.

Hij heeft iets van de liefde en macht van Jezus gezien en ontdekt.

Ook al mag hij helemaal niet tussen de mensen komen.

Hij komt op Jezus af, terwijl Jezus in één van de dorpen in Galilea preekt.

Ergens in een huis, met een paar van zijn leerlingen.

En de man die smeekt, die roept tot Jezus. Help me toch!

Hij valt op de grond, hij knielt neer en roept het uit (vol geloof en vertrouwen).

‘Als u het wilt … dan kunt u mij genezen!!’

Hij wil hulp van Jezus. Hij gelooft dat Jezus dat kan geven.

[#4] Geloof je dat jij ook met je moeite naar Jezus mag gaan?

Als U het wilt, Heer, … dan kunt u mij beter maken!
Dan kunnen er wonderen gebeuren. U hebt alle kracht!

Ik hoop dat je zo vol geloof Jezus vraagt om hulp, bidt om genezing.

En tegelijk, zoals die man zegt: ‘als U het wilt’.

Wil God wel dat ik beter word? Dat het over gaat?

Wat een worsteling kan het zijn als iets chronisch blijkt,

Als je met een beperking moet leren leven, als je niet meer beter wordt.

Ik bid dan dat je ook de kracht krijgt om te zeggen: ‘Uw wil geschiede’.

Dat je geloof dan je kracht mag geven, omdat je van de Here Jezus bent.

[#5] Het is vandaag ontdekzondag, een aangepaste dienst en tegelijk voor heel de gemeente. Want hoe ga je om met mensen met een beperking?

Die man die lepra had, werd buiten het dorp gezet.

Dat gebeurde niet alleen omdat de mensen bang waren.

Het was ook een bevel van God.

Mensen die deze ziekte hadden mochten niet meer in de stad komen.

Mochten niet meer in de tempel van God komen.

Dat had te maken met het gevaar van besmetting.

Een groep melaatsen moest dan ook als er mensen aankomen de mensen waarschuwen door hard te roepen: “onrein, onrein.” Ze leefden vaak in groepjes buiten de stad.

Moet je je voorstellen wat voor leven dat was, dan had je echt niets meer:

je familie, je vrienden, je bezit alles was je kwijt.

Een vreselijk ellendige, uitzichtloze situatie.

Ook vandaag kun je zomaar alleen komen te staan.

Dat je niet goed kan horen, en maar niet meer naar anderen toegaat.

Dat je wereld klein wordt. Dat je het idee hebt dat je niet meetelt of dat je minder bent.

Zeker als het langer duurt, als je lang ziek bent, als je beperkt bent: kun je zomaar vereenzamen.

Hoe is dat in de kerk? Weten mensen met een handicap, stoornis, beperking zich welkom? Of staan ze vandaag ook alleen?

[#6] En welke rol spelen zieke en gebroken mensen in jouw leven?  

Staan ze op een afstand. Of zoek je ze op?

Betekenen ze iets voor jou?

Als je een beperking hebt: wat beteken je voor de ander?

Ook als je sommige dingen niet zo goed kunt, kun je soms veel betekenen:

Een kaartje, een tekening, muziek maken.

Rustig in het leven staan en niet met de stress meegaan.

Dat je vaak je handen vouwt en bidt voor andere mensen.

Want dat is ook wat we van Jezus mogen leren.

Jezus wordt niet boos dat deze man bij hem komt.

Jezus loop niet angstig weg, omdat hij bang is ook besmet te worden.

Dat je zijn menselijke lichaam, ook ziek wordt.

Nee: Hij raakt de man aan. Hij strekt zijn hand uit.

Want: Hij heeft medelijden, Hij is begaan met de man.

Hij ziet hem niet in zijn ziekte, Hij ziet hem als mens.

Hij raakt bewogen in zijn binnenste.

Laten we ook zo anderen niet op een afstand zetten.

Laten we ze bij de hand nemen.

Hen zien als broer of zus in Jezus. Als koningskinderen.

[#7] Ik heb zelf heel veel geleerd van Maria.

Een meisje uit mijn vorige gemeente.

Ze was zwaar gehandicapt.

Maar ze was er vaak in de dienst.

Met haar knuffels, geluiden, geschreeuw.

Maar ze hoorde er helemaal bij.

Ze vierde haar verjaardag na de dienst in de kerkzaal.

Haar moeder was kunstenares.

Was in geloof met de vragen bezig, ook waarom zij zo’n kindje hadden.

Ze maakte beelden: daarin vroeg ze God, maar loofde ze ook God.

Bovenal zegt ze vooral: Maria leert ons heel veel.

We leren wat echt belangrijk is in het leven.

We laten de stress en de haast los.

We zien dat ook zei kostbaar is in Gods hand.

Al vraagt ze veel zorg, als is het een worsteling.

We zien in haar de gebrokenheid, maar ook de eenvoud van een kind.

In die zin begrijp je beter dat Christus zegt:

Niet voor wijzen en verstandigen, maar aan gewone mensen heeft Jezus zich bekend gemaakt.  

Wordt als een kind.

Laten we ook zo als gemeente om elkaar heen staan.

En van elkaar leren.  

[#8] Eens zal iedereen volmaakt zijn.

Eens zal elke traan en elk verdriet weg zijn.

Het mooie is dat Jezus al iets van dat volmaakte rijk laat zien.

Wanneer Jezus deze man met lepra aanraakt, zegt Hij: ik wil het!   

Zijn wil geschiede … en die wil is nu dat deze man beter wordt.

Rondom Jezus straalt het koninkrijk.

Deze man mag iets laten zien van de macht van de nieuwe koning.

[#9] Dat rijk is er nu nog niet.

Maar als we bidden, mogen we weten dat Jezus ons leven kent.

Ook met de pijn en beperkingen.

Onze ziekten, en moeite, heeft Hij gedragen.

Hij wil de ziekte van die man wegnemen.

Hij durft hem aan te raken.

En waar die man eerst verlaten was van iedereen,

komt Jezus nu alleen te staan.

Hij kan niet meer in de dorpen komen, want iedereen loopt op Hem af.

Hij trekt zich terug op de eenzame plek.

Met ons verdriet, met onze pijn was Hij bekend.

Hij nam het zwaarste kruis op zich, het kruis door God verlaten zijn.

Hij kwam alleen te staan …

Zodat wij nooit meer door God verlaten zullen worden.

U niet, jij niet, ik niet. God is altijd bij je. Geloof dat maar, zo is Jezus.

Zullen wij dan bidden dat we anderen niet alleen laten staan?

Zullen wij bidden of Jezus ons daarvoor de kracht wil geven? 

Amen