Genesis 18: Bid vrijuit tot de HEER van het verbond!

Preek gehouden in Heemse, november ’13

Tekst: Gen 18:25b en 26

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Sommige vragen zijn soms zo groot dat je het bijna niet vrijuit aan God durft te vragen. Waarom gebeuren er zulke rampen als gisteren op de Filippijnen: 10.000 doden? Soms komt er zo’n nieuwsbericht binnen, en denk je: hoe kan het gebeuren?

Of dichterbij: Waarom is er die ruzie? Waarom Here moest u hem of haar zo jong al uit het leven wegnemen? Waarom ben ik zo gepest dat mijn leven kapotgemaakt is?

Ja meestal treft het anderen, maar nu … nu wordt ik getroffen door dat ongeluk. Here, waar was u? Here, waar bent u?

Dan kan het zomaar zijn dat er afstand met God groeit in je leven.

Dat je of heel boos bent op God en niets meer durft te zeggen.

Of dat je zulke grote vragen hebt dat je in plaats van ze vrijuit aan God te stellen, maar je mond dicht houdt. Dat je niet echt meer kan geloven dat er een God is die de dingen regeert en bestuurt. Dat je je dan ook afvraagt of het nog wel zin heeft om tot deze God te bidden. Heeft het wel zin om die mijn vragen en de moeite in de wereld aan Hem op te dragen.

Vanmorgen ligt er zo’n moeilijke vraag op tafel. God is van plan om straf te geven aan Sodom en Gomorra, twee steden op de blek waar nu de zoutzee ligt. God is van plan om zijn bliksem en vuur te zenden. Stel je voor dat het journaal er in dit tijd was en het daarmee zou openen: Hier rechtstreeks vanuit de bergen, met zich op het dal van Siddim. Het nieuws zal beelden laten zien van de gevolgen van brand, van kinderen die op een afschuwelijke manier omkomen, van ingestorte huizen en omgekomen mensen.

Abraham weet hoort dit al van te voren … en wat doet Abraham dan?

Kan hij toch nog blijven geloven? Is deze God betrouwbaar?

Abraham weet dat hij maar een mens is, maar hij spreekt tot God.

Hij kropt het niet op, maar praat vrijuit tot de Here.

Hij stelt God zijn vragen en wil weten wat Hij aan God heeft. Zo mogen we ook altijd vrijuit met de Here praten, zeker als kinderen van zijn verbond.

God luistert naar Abraham en God legt alles rustig uit. Daarom bedien ik u Gods Woord onder het volgende thema: Bid vrijuit tot de HEER van het verbond!
1. Hij luistert

2. Hij doet recht

3. Hij vergeeft

1. Hij luistert

Als wij moeilijke vragen aan God willen stellen, is dat lastig. Wij mogen alles vragen, maar je krijgt niet zomaar een antwoord. Maar voor Abraham is het net even gemakkelijker. Hoe begon deze ontmoeting met God? God had zijn verbond met Abraham gesloten. Later verschijnen er dan drie mannen. Abraham ontvangt die drie mannen hartelijk. Hij geeft ze pannenkoeken en mals kalfsvlees te eten. Wie waren die mannen? Het waren twee engelen, en één van hen was God zelf. God die die mooie belofte geeft: “over een jaar kom Ik terug en dan heeft Sara een zoon” (17:9). Sara had gelachen: ha, ha, ik als oude vrouw over een jaar een zoon, maar de Heer had gezegd dat het echt zo was. Wat mooi dat God laat zien dat Hij echt luistert en doet wat Hij zegt.

Dan gaan de drie mannen verder. De HEER dacht: nu Ik Abraham heb uitgekozen voor mijn verbond, nu alle volken op aarde willen gezegend worden als hij (vs. 18), nu wil Ik hem ook vertellen dat Ik gehoord heb dat er ernstige beschuldigingen tegen Sodom en Gomorra zijn geuit, dat hun zonde groot is. Ja en daarom zal Ik die steden daar (Abraham was meegelopen naar een punt, waar vandaan je 1000 meter lager de vlakte van Sodom en Gomorra kon zien liggen). Daarom zal ik die steden daar… controleren  en kijken of zij verwoesting over zich afgeroepen hebben.

Abraham schrikt! Zoals je vandaag zou schrikken van zo’n boodschap. Wat is het erg zo’n straf! Goed, mensen die verschrikkelijke dingen doen, moeten daarmee stoppen. Het kwaad moet aangepakt: iemand die zomaar zijn dochter vermoordt (denk aan Reuver); iemand die een ander misbruikt dat moet gestraft. Maar er wonen toch ook onschuldige, goede mensen in die stad. Zijn neef Lot woont daar. Hij snapt niets van God. Dat kan God toch niet doen!

Dat zegt hij ook: Here God … (er zit aarzeling in zijn stem, hij dekt zich in) U moet als rechter over de aarde toch rechtvaardig oordelen? Stel dat er nog 50 rechtvaardigen zijn, dan zullen die met de onrechtvaardigen omkomen. Maar God zegt: Omwille van die 50 zou Ik dan de stad vergeving schenken. Gelukkig! Abraham voelt aarzeling, maar hij denkt: stel dat het er vijf minder zijn. Heer, ik ben maar stof en as, maar … als het er nu 45 zijn. Nee dan zal Ik de stad niet verwoesten. En als het er 40 zijn. Nee dan ook dan zal ik het niet doen. Maar Heer, Ik hoop dat u niet kwaad wordt, als ik het waag om door te gaan. Maar stel dat het er maar 30 zijn. Nee dan zal ik de stad ook niet verwoesten, Abraham. Ik ben zo vrij … 20? Nee dan ook niet. Ik waag het nog één keer, de laatste keer, ik hoop niet dat u kwaad wordt. Als er nu maar tien zijn? Dan zal ik haar niet verwoesten omwille van die tien!

Het is nogal wat dat Abraham zo tot God spreekt. Maar waar ik misschien denk: is dat niet oneerbiedig van Abraham?, daar krijgt Abraham de ruimte om zijn vragen te stellen. Dat kan omdat er net iets bijzonders is gebeurd. God heeft zijn verbond gesloten met Abraham. Hij is uitgekozen om een groot volk te krijgen, om in dit land te wonen. Zo heeft God een heel speciale band met hem gekregen. Binnen die verbondsband vertelt God zijn plan. Hij is niet brutaal, hij doet het eerbiedig, maar hij mag wel eerlijk tot God naderen en alles vragen wat hij op zijn hart heeft.

Weet daarom: God luistert. Bidden heeft zin. Met bidden stap je als het ware de hemelpoort binnen: ga je naar Gods troon. Maar dan hoef je niet bang te zijn: Je mag gewoon zeggen: Vader! God sloot zijn verbond en roept je. Je mag vrijuit als een kind tot Vader naderen. God wil gebeden zijn! Nader tot Hem in Jezus Christus. Maar vraag het Hem alsjeblieft: Heer, ontferm u! Heer doe mij recht! Heer geef toch dat mijn man of vrouw beter wordt. Heer, help mij toch in mijn gemis. Heer, wees toch daar in die ruzie. Heer, maak een eind aan dat voortdurende onrecht dat ik moet ondergaan. Heer, wees toch met de mensen in Reuver. Wees met de mensen in de Filepijnen. Wees met mensen die lijden onder onrecht. Bidt vrijuit tot de HEER van het verbond: Hij luistert.

2. Hij doet recht

Ik hoorde van de week een verhaal op Radio 1 over diamanthandelaren. Kleine steentjes worden voor grote bedragen verkocht in Amsterdam. Een man zei: Ik werk al 40 jaar met deze handelaar samen. Dit zijn zulke grote bedragen. Je moet de ander dan echt kunnen vertrouwen als je een contract hebt gesloten. Diamanthandel is een handel op basis van vertrouwen.

Nu heeft God in Gen 17 zijn verbond gesloten. Hij zegt hier nog een keer dat Hij van Abraham wil kunnen vertrouwen. Hij zegt: ik wil dat jij en je kinderen goed en rechtvaardig zullen handelen. Dan zal Ik doen wat Ik beloofd heb.

Maar andersom geldt het ook: Abraham wil graag God kunnen vertrouwen. Abraham zegt: Here, u bent toch eerlijk? U moet de wereld toch rechtvaardig oordelen? In de antwoorden geeft God aan dat Hij inderdaad eerlijk is. Zelfs al zouden er maar tien mensen zijn die geen straf verdiend hebben, dan zou Hij omwille van de tien de stad niet verwoesten.

Tegelijk zal Hij dan ook eerlijk oordelen over het gedrag van de mensen. Hij gaat zelfs naar Sodom toe. Hij is als een rechter die naar de plaats delict gaat en gaat kijken of de dingen die over Sodom gezegd zijn wel echt kloppen. Verdient die stad werkelijk verwoesting? Hij zoekt de plaats op, de twee engelen zijn al vooruit gegaan.

God doet recht: We weten dat ook uit andere verhalen van de Bijbel. Als God Jona naar Nineve stuurt met een laatste waarschuwing, is God niet ongevoelig voor de bekering van het volk. Hoewel Jona het niet begrijpt, wordt de stad niet verwoest. God toont zijn genade zelfs voor de andere volken dan het volk van Abraham.

Maar als God echt recht gaat doen. Wie kan dan bestaan? Ik mag God vertrouwen, maar kan Hij mij wij wel vertrouwen. Als we gedoopt worden zijn we er niet op aangelegd om het goede te doen. Niemand is een heilige. Steeds weer steekt de zonde de kop op. Hopelijk niet zo erg als in Sodom, waar ze wel erg ongastvrij zijn. Niet goed met hun gasten omgaan. Ze niet trakteren op pannenkoeken en kalfsvlees, maar waar ze de dochter van lot willen verkrachten en ook de mannen die te gast zijn nog willen hebben. Maar toch: als God deze stad niet spaart. Als Hij zonde zo hoog opneemt. Zou Hij dan geen recht hebben om ons te straffen?

Het meest bemoedigend uit deze geschiedenis vind ik dat in het Nieuwe Testament deze geschiedenis tot in het uiterste zichtbaar wordt. Uiteindelijk zal God omdat er één mens helemaal rechtvaardig was de anderen niet straffen. Ja het wordt zelfs omgekeerd: Hij straft Jezus Christus, zodat jij niet gestraft hoeft te worden. Jezus heeft de zonden van alle mensen op zich heeft willen nemen. Omdat Hij jouw zonden heeft willen dragen: omdat de éne rechtvaardige voor jou gestorven is, zullen jij voor altijd gered worden! Dat is de manier waarop God uiteindelijk recht heeft willen doen voor ons.

Kijk en daarom hoef je ook nooit bang te zijn dat de rampen die er gebeuren, dat de erge dingen die er gebeuren, dat die een straf voor je zonden zijn. God heeft zijn Zoon Jezus Christus gestraft voor onze zonden. Hij wil de schuld dragen.

En ja … dan leven we nog in een wereld die niet volmaakt is. Waar de duivel nog rondgaat. Waar er soms moeite is. God werkt heen naar de dag van de wederkomst, van het oordeel. Maar wie schuilt bij Jezus mag weten dat niets ons van zijn liefde kan scheiden! Mag weten dat, ook al hebben wij soms grote vragen: zijn weg echt eerlijk en rechtvaardig is!

3. Hij vergeeft

Je mag vrijmoedig tot God spreken. Je mag weten dat God recht doet.

Ja maar hoe loopt het dan af? Als Abraham gezegd heeft: ‘Ik hoop dat u niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ Dan gaat God weg. God gaat Sodom straffen. Er waren zelfs niet 10 mensen die rechtvaardig waren! Maar in zijn genade laat God toch Lot en zijn vrouw en dochter ontkomen. De rechtvaardigen worden niet gestraft met de onrechtvaardigen. Eerst wordt al hun huis door de engelen afgesloten. De mannen van de stad kunnen hen niet bereiken. De deur kunnen ze niet vinden. En later mogen Lot en zijn vrouw en dochter vertrekken. God staat hen toe om te schuilen in het dorpje Soar. Er staat dat God zo rekening hield van Abraham.

Wat is het goed dat Abraham tot God gebeden heeft. Op verschillende plaatsen in de Bijbel lezen we zo dat er mensen bidden en het opnemen bij God. Mozes neemt het op voor het volk dat in de woestijn gezondigd heeft. Jeremia bidt voor het volk. God zegt: bidt voor alle mensen zodat u in vrede kunt leven! (1 Tim). Voer die geestelijk strijd (Ef. 6). Jezus gebruikt zelf als voorbeeld dat er eens een vrouw was in een stad, en die bleef maar vragen bij de rechter dat haar recht gedaan werd. Jezus zegt: God zal zeker recht verschaffen aan wie tot hem roepen! Hij laat hen niet wachten.

Ik werk deze weken op de catechisaties over het gebed met de jongeren van 14 en 15 jaar. We hebben het gehad over niet vrijpostig bidden, maar wel vrijuit bidden. Wat mooi als er zo thuis aan tafel gebeden wordt of voor je gaat slapen. Dat gaat niet vanzelf: soms is het moeilijk. Wat moet je vragen? Soms schiet het bidden erbij in, soms is het steeds hetzelfde gebed aan tafel. Maar ook de moeilijke dingen: het kruis dat jij te dragen heb. Die moeite in je leven. God wil gebeden zijn. Hij is een eerlijke God: hij wil je leiden. Hij houdt rekening met je gebed.

Laten we leren uit de Bijbel. Laten we ons op de goede dagen oefenen in het bidden. Neem de lijst van je wijk er eens bij en bidt voor de mensen in je wijk. Jongens en meisjes, je ziet op je blaadje een lijst. Neem het mee en leg het naast je bed,dan kun je daar ’s avonds voor bidden. Schrijf maar eens op waar je allemaal voor gebeden hebt. Bidt voor je de mensen om je heen, op je werk, in de buurt, in je stad. Dat betekent niet dat het leven hier opeens makkelijk wordt. Je zult je vragen hebben en soms best houden. Maar als je leeft verbonden met God, zal je ook regelmatig op mogen merken hoe God rekening met je houdt, zoals God rekening hield met Abraham. Dan leef je verbonden met de Heer en op weg naar een geweldige toekomst, [net als Ryan die het teken van het verbond ontving]. Want door Abraham zouden uiteindelijk alle volken gezegend worden: zijn zoon kwam er, en daardoor uiteindelijk zijn grote Zoon: Jezus Christus. Hij is de God die vergeeft! Je kunt op Gods waarheid aan: God zal zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig zijn verbond gedenken! Amen

Votum en zegengroet

Lied 434:1,3,5
Wet

Ps 107:2,12: School. Psalm: als we in de moeite roepen geeft God bevrijding en genezing.

Gebed

Lezen Gen 18:16-33; 19:27-29

Gz 3 (Abraham)

[11:00 uur Doopformulier 3 + Ps 105:5]

Tekst 18:25b en 26

Preek

Ps 11

Gebed

Zingen Gz 160: Groot is uw trouw (aangekondigd na collecte)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: