Jesaja 40 – Wees niet bang, de morgen gloort!

Preek Heemse, 3 december 2017

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Ben jij klaar om bij de kribbe te gaan staan? We gaan straks kerstfeest vieren en daar werken we deze weken van Advent naar toe. Door een bijbelleesrooster, door de kaarsen en met aandacht ervoor in de preken. Ouders van een kindje mogen negen maanden wachten: men had Jezus eeuwenlang verwacht. Eens wilde Hij dichtbij ons zijn, werd geboren in de stal. Wij verwachten nu de komst van de Here Jezus in deze wereld. God is echt mens geworden. Zijn lichaam en bloed geeft Hij voor ons. Hij wil in  ons midden zijn.

[dia 2] Maar ben je klaar om naar Hem toe te gaan? Kan het kerst worden in de duisternis van je leven? We leven in een gebroken wereld. De wereld met zoveel pijn en zonde, met kwaad en verdriet. Wanneer God verschijnt kan het zomaar zijn dat je wegduikt en je verstopt, omdat je bang bent voor deze God. Adam die eerst met God wandelde, verstopt zich, wanneer God vraagt: ‘Adam, waar ben je?’. Kaïn doet ook of hij niets weet, wanneer God vraagt: ‘Waar is je broer?’. Ben ik soms mijn broeders hoeder? En de herders duiken weg wanneer het felle licht verschijnt op Efrata’s velden en de engel moet zeggen: ‘Wees niet bang!’. Dat zegt de engel ook tegen Johannes en Maria wanneer hij aan hen verschijnt.

Vanuit ons gezien kan er soms allerlei reden zijn om angst te hebben voor God. Om weg te duiken. Er kan soms van alles in ons leven zijn, waardoor er een kloof is tussen God en ons. Adam en Eva hadden van de boom gegeten uit het midden van de hof. Kain had zijn broer vermoord. Het volk Israël had keer op keer God verlaten. Het volk was God vergeten en was zijn eigen leven gaan leiden en had God naar de achtergrond doen verdwijnen. Jesaja had steeds weer gewaarschuwd. Maar het was duidelijk: dit volk moest in ballingschap. God zou zijn volk straffen om de zonde. Terecht dat er angst is voor God.

[dia 3] Maar dan plotseling, midden in de nacht, midden in de duisternis mag het licht van kerst beginnen te schijnen. God zoekt Adam en Eva wel op en geeft zijn belofte: ik zal vijandschap zetten. Bij Jesaja klinkt “Troost”, en nog een keer “Troost, troost”. Is het dan toch waar? Wil God toch naar ons omzien en bij ons wonen? Kan ik de Heer ontmoeten?

 

Weest niet bang: de morgen gloort!

  1. Ruim op wat Jezus’ komst verstoort
  2. Vertrouw Hem op zijn woord
  3. Zorg dat je de stem van Herder hoort

 

[dia 4] 1. Ruim op wat zijn komst verstoort

Laten we even teruggaan naar de tijd van Jesaja 40. Het volk is ver weg in ballingschap gevoerd. Het volk heeft het idee dat ze niet meer in het beloofde land mogen wonen. Dat ze niet meer het volk van de Here mogen zijn. Er ligt een enorm gebied van wildernis, van woestijnen, van bergen en dalen tussen dat verre land en het beloofde land. Het lijkt wel of God hen vergeten is. Ze zijn vol van verdriet en er is afstand tot God.

Maar dan mag Jesaja roepen: troost, troost mijn volk. Die hele oude profeet, die zo vaak gewaarschuwd had, mag de mensen moed inspreken. Maar niet met een paar lege woorden. Zo van: kop op joh. Moed houden. Het valt vast wel mee. Zo kan iedereen wel helpen en troosten. Dat konden ze zelf ook wel tegen elkaar zeggen. Maar Jesaja mag echte troost bieden: troost die ergens op gebaseerd is. Die echt waar is. Troost en nieuwe moed omdat het werkelijk goed zal komen. Omdat er één is die de hoofdzaak van alle ellende aanpakt. Die de kloof wil overbruggen. God is zijn volk niet vergeten God wil het weer goed maken met zijn volk. God wil het licht in de duisternis laten schijnen. Daarom mag er troost klinken.

Jesaja vertelt ook waarom het weer goed kan komen. Er is betaald voor de schuld. Het volk is nu lang genoeg gestraft in de ballingschap. Er is dubbel betaald: dat wil zeggen dat er volkomen verzoening is gedaan voor de zonden. Het volk is genoeg gestraft, een straf die vooruit wees naar de straf die Christus voor ons gedragen heeft.

[dia 5] God zal zelf weer verschijnen. Hij gaat geweldige dingen doen. Daarvoor moet de weg gebaand. Zoals vroeger wanneer de koning zou komen de  wegen vlak gemaakt moesten worden. De kuilen eruit. De bulten geëffend. Bij asfaltwegen is dat wat minder nodig, maar bij zandwegen uit die tijd des te meer. Tegenwoordig gebeurt het ook nog vaak dat de plaats waar de koning komt op koningsdag veel stoepen opnieuw worden gelegd.

Zo zegt Jesaja: de heerlijkheid van de Here zal verschijnen. Alle volken zullen Hem zien. Het volk Israël mag terugkeren uit het verre land. Het volk mag weer in het beloofde land wonen. Baan dan de weg waarlangs God kan gaan. Zorg dan dat alle hindernissen opgeruimd zijn. De kronkelwegen recht, en de obstakels weg.

Zo stond ook Johannes de Doper later te roepen in de woestijn. Hij was maar een kleine profeet, maar hij was wel de belangrijkste in die zin dat hij Jezus met de vinger aan kon wijzen. Hij riep ook op om de weg te bereiden, om alles wat in de wegstond weg te nemen.

[dia 6] Wat staat er in jouw leven in de weg om God te ontmoeten? Waarvoor zou jij je liever verstoppen? Of wat zou je liever hebben dat de Here God niet zou zien? Wat maakt misschien dat je bang bent voor God? Er is van alles wat ons leven met de Here kan belemmeren. Misschien is het je hebzucht, waardoor je steeds meer wilt hebben en daar je geluk in probeert te vinden. Of je heerszucht, waardoor je wilt heersen en anderen maar naar jou moeten luisteren. Je jezelf belangrijk vindt waar anderen onder moeten lijden. Het kan ook je eigenwaan zijn: dat je denkt dat jij alles wel goed doet en dat anderen niet moeten zeuren. Of misschien is er bij jou vooral gebrek aan vertrouwen. Durf jij werkelijk te geloven dat je wanneer je Gods weg gaat, je in goede handen bent. Of laat jij je leiden door je lusten? Dat je je leegte en angst vooral probeert weg te stoppen door toe te geven aan allerlei verlangens? Adam en Eva hadden zich laten leiden door verlangen naar macht, doordat de vrucht mooi was. Kain had zijn broer gedood. Het volk was z’n eigen gang gegaan. Daarom werden ze bang. God zegt: maak je klaar om Mij te ontmoeten, [ook in het avondmaal.] Hoor de stem die roept in de woestijn: Effen de hoogten die zich heffen tussen de Heer en U!

 

[dia 7] 2. Vertrouw Hem op zijn woord

Terwijl God oproept om het volk te troosten: ‘Roept! Vertroost mijn volk! God zal komen.’ Kan er misschien toch een vraagteken komen. Zal God dan wel kunnen komen? Kan ik de hindernissen wel opruimen? Alles wat in de weg staat ook echt doen. Je hoort het hier ook in de tekst, want als er een stem zegt: roep! Dan klinkt er ook een stem die zegt: ‘Wat zal ik roepen?’

[dia 8] De mens is als gras! Gras dat even groeit, maar dan weer verdwijnt. Denk aan de woestijn waar soms na regen er wat gras kon groeien, maar soms ook zomaar weer weg kon zijn. Of denk aan hoe kort een bloem soms kan bloeien. Voordat je het weet is hij al weer verwelkt. En is ons mens-zijn soms niet net zo?

Als je jong bent denk je misschien dat je wel een heleboel voor elkaar kan boksen. Maar uiteindelijk zul je ook merken dat je een keer moe wordt. Als je ouder wordt merk je steeds meer de beperkingen. Kun je minder. Zul je ook steeds vaker ervan bewust zijn dat het een keer afgelopen is. Heb je verdriet over mensen om je heen die ziek zijn of mis je mensen die al overleden zijn. Inderdaad, zeg je dan … de mens is als gras, als een bloem die verwelkt. Als ik verstrikt zit in een liefdeloze relatie, als ik wacht op de liefde, maar geen partner vindt. Als je bestaan donker is door ziekte, depressie of verdriet. Waar haal ik dan de moed vandaan om door te gaan. Welke troost kan God me dan werkelijk geven, als het leven zo teer en kwetsbaar is. Kan God wel werkelijk helpen?

[dia 9] Maar dan klinkt het antwoord uit de tekst. Inderdaad, de mens is als gras, maar wat je nu te horen krijgt zijn geen mensenwoorden. Dit zijn geen woorden met lege troost, die nergens op gebaseerd is. Het is Gods Woord. Zijn woord is eeuwig. Zijn woord wil jou troosten en bemoedigen. Over dat woord staat: zijn woord houdt voor eeuwig stand. God zocht Adam en Eva op met zijn woord en zei: ik ga vijandschap zetten en het zaad van de vrouw zal overwinnen. God koos het volk van Israël uit. De mensen waren zwak en ontrouw, maar God ging verder. De maagd werd zwanger. Gods Woord kwam uit. Jezus Christus werd geboren. Een mens met lichaam en bloed, maar een mens die voor ons het eeuwige leven mogelijk maakt.

[dia 10] Wie volgende week avondmaal wil vieren, mag daarin iets proeven van het eeuwige leven. Als je het baseert op je eigen kunnen en prestaties moet je misschien wel zeggen. Kan ik dat wel? Mag ik dat wel? De mens is als gras … En je wordt misschien bang en onzeker. Maar God heeft zijn Woord gegeven. Zijn woord is een vaste grond, op zijn beloften kan je aan. Je mag leven van de vergeving. Christus is aan het kruis gestorven en zo is de kloof tussen God en mensen door Hem dicht gedicht. Wees niet bang! Zie op Jezus Christus. Hij wil je vertroosten en doen delen in zijn heil. Kracht voor vandaag, blijde hoop voor de toekomst. Vanwege Gods eeuwige beloften mag je zo tot Christus komen. Knielen voor Hem die je mee wil nemen naar het eeuwige leven!

 

[dia 11] 3. Zorg dat je de stem van Herder hoort

Onze angst om tot God te naderen kan komen door de zonde. Dat zagen we in het eerst punt. Er kan van alles in de weg staan. Laten we dat opruimen!
Onze angst om tot God te naderen kan komen omdat we ons zwak voelen. God zegt: wees niet bang. Zie op mijn woord en mijn belofte. Die zijn waar en zeker.

In vers 9-11 zie je nog een keer dat God zijn volk gaat overtuigen dat ze niet bang hoeven te zijn. Vrees niet. Roep het dan maar van de hoogste berg. Schreeuw het maar uit! Want als je nu nog niet komt, en nu nog niet weet hoe je Mij moet vinden … weet dan dat ik je zelf zal leiden en nabij zijn!

Zoals God eens Israël met een machtige arm uit Egypte heeft geleid, zo zal Hij nu zelf ook met macht zich openbaren. Zijn arm zal heersen. Zijn heil gaat voor hem uit.

[dia 12] Dan zal Hij zijn als een goede herder. Hij kent onze zwakte. Hij kent onze angst.

Maar wat doet een herder? Als een lammetje niet goed mee kan komen. Als een lammetje zwak is, dan tilt hij het op. Neem het op zijn arm. Vertroost het. Doet zijn mantel er deels omheen. Zo wil God zijn met degenen die angst voelen en onzeker zijn. Zo mogen ook de gedoopte kinderen bij de kudde horen. Hij zorgt voor de kudde. De grote schapen. De ooien, de moederschapen leidt hij veilig. Zodat ze krachtig zijn en voor de lammetjes kunnen zorgen als de moeilijke periode weer voorbij is. De Heer is je herder. Hij geeft alles wat je nodig hebt.

[dia 13] Ik hoop dat je zo steeds weer mag in vertrouwen vooruit mag zien. Jezus kent jouw leven. Er kan soms van alles zijn waardoor je vraagtekens krijgt. Soms snap je niet waar de weg heengaat. Maar wees ervan verzekerd: Hij is de goede herder. Je mag in vertrouwen aan Hem overgeven. Hij is de goede herder die zelf zwak werd, die geboren werd in Bethlehem stal, om zo ons bij de hand te kunnen nemen. Ga je mee op weg? Op weg om Hem te ontmoeten? Wees niet bang! Verberg je niet! Zijn hand wil je vellig leiden op weg naar de ontmoeting met Hem! Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: