Zondag 2 – In de ontmoeting met Christus ontdek je je zonde

Preek Heemse, 10 december 2017

Tekst: Zondag 2; Lukas 5:1-11

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Wie dicht bij de Here Jezus komt, wordt ontdekt aan zijn volmaakte liefde.

Petrus ziet dat in het wonder, dat een enorme school vissen zomaar de netten binnenzwemt. Ze hadden de hele nacht niets gevangen.

En nu, als de netten dreigen te scheuren, ziet hij het: Jezus is Heer!

Toen Jezus op aarde was, kon je zijn liefde zien in de wonderlijke manier waarop Jezus mensen eten gaf, hoe Hij zieken genas, hoe Hij zonden vergaf.

In het avondmaal mocht je dicht bij Jezus komen.

Je zag vanuit de kerk met hoeveel liefde Christus zijn eigen lichaam en bloed gaf voor onze zonden. Of als je aan tafel ging: je proefde zelfs die liefde in de tekenen van brood en wijn.

Die volmaakte liefde van Christus is enorm groot! Wanneer Petrus ziet dat beide boten vol van vissen zijn, dan valt hij op zijn knieën voor Jezus en roept: ‘Ga weg van mij!’. Hij durft niet goed bij Jezus in de buurt te zijn. Hij wordt er bang van. Zoals mensen bang worden als er engel verschijnt en die engel moet zeggen: ‘Wees niet bang!’ Hij ontdekt dat Jezus God is. Hij zegt dan ook: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens’. Juist in het licht van Jezus heerlijkheid, liefde en wonderen wordt Petrus ontdekt aan zijn zonde.

[#3] Wanneer wij vandaag gaan spreken over onze ellende, over onze zonde, dan willen we dat dan ook doen vanuit de ontmoeting met Jezus Christus onze verlosser. Zondag 1 heeft al gezegd: we zijn zijn eigendom. Hij wil ons leiden. Maar daarom is het goed om te zien hoe we zijn eigendom geworden zijn. Hoe we zijn als we zonder God zouden zijn, als we Jezus niet hadden leren kennen. Niet om daarmee ons van Christus te verwijderen, maar juist om daardoor (na de viering van het avondmaal!) des te meer naar Christus te getrokken te worden en het verlangen te hebben ook in de komende tijd met Hem verbonden te blijven.

 

Word ontdekt aan je zonde, juist om Christus te ontmoeten

1) Waaruit je je zonde kent; 2) Wat God van je vraagt; 3) Wat je dan ontdekt

[#3] 1) Waaruit je je zonde kent

De eerste vraag die zondag 2 ons stelt is de vraag: ‘waaruit’ ken je je ellende? De vraagstelling is helder. Als je wilt weten wat je zonden zijn en je verkeerde dingen. Waar haal je dan die kennis vandaan. Hoe kun je nu weten wat verkeerd is?

Aan de ene kant zou je kunnen zeggen: je ellende ken je uit je de levenservaring. Kijk eens wat ik allemaal heb meegemaakt in mijn leven. Die eenzaamheid, die keer dat ik enorm teleurgesteld ben in een ander of in mezelf. De dieptepunten van je leven, die het je zo moeilijk maken. Die zo verdrietig zijn. De ziekte, de rouw, de teleurstelling dat je je doel niet kon bereiken. Maar dat is niet de ellende waar de catechismus op doelt. Die ellende kent iedereen, gelovig of ongelovig.

Ken je dan de ellende uit de wereldgeschiedenis. Dat je steeds weer merkt dat het zo gruwelijk mis kan gaan. Dat een conflict uit de hand kan lopen en er weer oorlog komt. Dat je je hart vasthoudt bij de nieuwe doden in Jeruzalem. Of door te lezen over aardbevingen, scheepsrampen, orkanen. Komt daar de kennis van je ellende vandaan. Nee … ook dat is niet antwoord van de catechismus.

[#4] Maar ken je je ellende dan misschien vanuit je geweten. Als je geweten je influistert: dit is misschien niet helemaal goed, dan zit je verkeerd. Je geweten dat gevormd wordt tijdens je opvoeding en door wat andere mensen gewoon vinden? Maar ook dat kan het antwoord niet zijn. Ik las bijvoorbeeld over een vrouw in Duitsland die in de oorlog Joden had geholpen. De mensen waren in nood en vreesden voor hun leven. Maar toen ze het later aan de buren vertelde vonden die het heel raar. Toen vroeg ze zich af: heb ik wel het goede gedaan. Zo zie je maar dat je je geweten niet kan vertrouwen. Je geweten moet je ergens op afgesteld zijn: zoals je een klok af moet stellen op de juiste tijd.

[#5] We hebben een duidelijke bron nodig waaruit we onze ellende leren kennen. Die bron ligt buiten onszelf: God zelf heeft ons duidelijk gemaakt, waaruit we onze ellende kennen: De catechismus geeft dan ook een helder antwoord: die kennis van onze zonden komt uit de wet van God. De wet die God zelf met zijn eigen vingers op de stenen platen geschreven heeft, die wet die we elke week weer horen. Die de kinderen op school leren. Die wet houdt ons voor wat wel en niet goed is, die ontdekt ons er ook aan dat er momenten zijn waarop we die wet niet houden. En dan gaat het maar niet om de uiterlijke wet. Dat je luistert en dan denkt, bijvoorbeeld bij het zesde gebod: ik heb niemand doodgemaakt, dat doen alleen die mensen die in de zwaarbeveiligde gevangenis zitten. Maar dat je werkelijk je afvraagt: heb ik niemand uitgescholden, heb ik niemand gekwetst. Koester ik in mijn hart en gedachtengeen wrok en wraakgevoelens. Of om het zevende gebod te noemen: niet alleen dat je geen overspel pleegt, maar dat je het begeren uit je ogen. Dat je de ander niet ziet als lustobject, maar als mens door God schapen. En dan gaat het echt om je hart: waar ben je vol van? Het kan zomaar zijn dat je vol bent van het geld. Nee, je denkt voor jezelf: ik heb nooit gestolen, dus dat gebod dat raakt me niet. Maar je bent steeds bezig met je geld. Je bekijkt steeds je bankrekening. De kerk of goede doelen komen amper in de aandacht. Nee: in je hart ben je gierig en wil weer steeds meer voor jezelf hebben. In de diepte van je hart wordt dan duidelijk dat er meer liefde is voor het geld, dan voor God. Meer liefde voor het geld dan voor de naaste.

Deze wet had God bij Adam en Eva ingeschapen. Zodat ze die wet helemaal konden houden. Zodat de mens werkelijk de kroon op Gods schepping was. Zodat ze God in volmaaktheid kunnen dienen. Daar was het leven en paradijs. Daar was het leven goed. Daar konden ze de wet helemaal volbrengen! (vgl. vraag 5!) Wanneer wij de wet lezen, leer je hoe goed het leven zou kunnen zijn.

[#6] En dan is het geen algemene vraag: waaruit zie je wanneer mensen slecht doen. Nee, dan vraagt de catechismus het heel persoonlijk. Niet in het algemeen: ‘wat is ellende?’, maar waaruit kent u uw ellende, ken jij je ellende? Heb je zelf onder ogen gezien hoe volmaakt die wet van God is. Wat God van ons vraagt? Ben je dan ook zelf tot God genaderd: heb je werk gemaakt van de zelfbeproeving voor het HA? Heb je ’s avonds een vast moment om te overdenken wat niet goed was: dat je je leven legt naast die wet van God? Dan leer je steeds meer wat goed is, wat God welgevallig is, en dan ontdek je ook steeds meer hoeveel er in je leven ontbreekt. Hoezeer je God nodig hebt!

 

[#7] 2. Wat God van je vraagt

Maar wat vraagt God dan van ons? Daarvoor gaat de catechismus naar de Here Jezus toe. In de ontmoeting met Hem zie je de diepte van de wet. Het gaat dus niet om ons uiterlijke handelen: heb ik alles goed gedaan? Heb ik het goede gezocht? Maar Christus vraagt om ons hart: heb ik God lief boven alles, en de naaste als mezelf. In het Oude Testament wordt die samenvatting ook wel gegeven, maar in Jezus Christus komt alles samen. Hij verbindt de liefde voor God en de liefd en de liefde voor de naaste aan elkaar. Het was zijn eten en drinken om Gods wil te doen. Hij heeft Gods wet helemaal vervuld. Hij heeft ons het goede geleerd. Zoals Petrus in Christus Gods grootheid zag en zijn eigen zonde, zien wij dat ook in de samenvatting die Christus geeft.

[#8] Niet voor niets staat hier de samenvatting. Je zou kunnen zeggen: hier had toch ook heel de wet kunnen staan. Maar die komt later pas in de catechismus: in het hoofdstuk van de dankbaarheid. Als we leren hoe we mogen leven op een manier die past bij een nieuw leven. Hier staat een samenvatting: omdat dit echt terug gaat naar de kern. Het blijft niet staan bij de uiterlijke daden: het gaat om je hart. Zoals de rijke jongeling wel alle geboden gehouden had, maar uiteindelijk niet zijn bezit kon verkopen en de opbrengst aan de armen geven, omdat hij uiteindelijk geen liefde had voor God. God stoot door naar de kern van ons hart: hebben we werkelijk God en de naaste werkelijk lief?

Dat vraagt allereerst liefde voor God. Dat Hij in ons leven op de eerste plaats staat. Zijn dag, zijn naam, Hij alleen. Zoals dat geleerd wordt in de samenvatting van de wet: heb ik Hem lief, met heel met hart, met heel mijn ziel, met al mijn krachten. Wil ik helemaal voor Hem leven?

Heb je ook de naaste lief? Als mezelf: niet boven God. Niet boven mezelf. Maar als mezelf. Het gebod van de liefde voor de naaste is een beperkt gebod. Het kan namelijk nooit zijn dat je wel naar je naaste luistert, en niet naar God. We moeten God meer gehoorzaam zijn dan mensen. Als je vader zegt: ik bepaal mijn eigen snelheid op de weg wel of dat ik ga appen achter het stuur, terwijl jij hem dan tegenspreekt omdat je weet hoe je daarmee levens in gevaar brengt. Als je vriend zegt: laten we stiekem even wat meenemen uit de winkel. Iets kleins: ze merken het toch niet. Als een familielid zegt: zondag vier ik mijn verjaardag tijdens kerktijd, terwijl Christus je roept naar de kerk. Dan val je je vader, vriend of familielid misschien af. Heb je hen dan niet lief? Jawel, maar je bent God meer gehoorzaam dan mensen.

Dit gebod is begrenst: en tegelijk is het misschien nog wel moeilijker. Je kunt misschien God liefhebben dat je veel tijd voor Hem maakt. Je kunt misschien veel over hem weten en zeggen hoe het moet. Maar … Je kunt niet God liefhebben en ondertussen je naaste haten. Wie niet liefheeft, kent God niet. Leert de apostel Johannes. En dan niet alleen met de mond, maar waarachtig, met de daden. Ik vraag me wel eens af hoe het mogelijk is dat iemand vanuit liefde voor God, liefdeloos kritiek levert op zijn naaste in de kerk. Laten we onze liefde voor God daarom laten zien, vooral door wat we voor de naaste doen.

[#9] 3. Wat je dan ontdekt.

We hebben ontdekt hoe de ellende kan kennen. We hebben gezien hoeveel God vraagt. Maar dan: wat ontdek je dan? In de ontmoeting met de wet? De wet die in het paradijs volmaakt werd nageleefd en door Jezus vervuld? Dan zie je dat er bij ons van nature een andere neiging is. Het gaat er dus niet om om je in de put te praten of te zeggen: wat zijn we allemaal slecht. Maar als je je leven vergelijkt met Gods wet, dan is er bij ons de neiging, steeds weer, om ervan af te wijken. Het is te vergelijken met een kar die op een schuine helling staat en steeds de neiging heeft om naar beneden te rollen. Zo zijn wij steeds geneigd om de verkeerde kant op te rollen. Zijn we niet gericht op de ander, maar zoals Augustinus zegt: dan ben je in jezelf gekeerd, aan jezelf geketend. Dat is de gevangenis van de mens zonder liefde. Wat uit de mens die zonder God leeft voortkomt, is het tegenovergestelde van de liefde: dat is ik gerichtheid, dat is haat. Dat zijn de werken van het vlees en niet van de Geest.

Bij iemand die dat heel openlijk doet zie je dat duidelijk. Maar als je nou het toch probeert netjes te doen allemaal. Als je niet uit de band springt, als je je tuintje netjes aangeharkt hebt, als je leeft volgens de regels. Kun je dan zeggen: ik ben geneigd om het verkeerde te doen. Om niet lief te hebben, maar een ander af te stoten.

Als je vindt dat je alles wel goed genoeg doet, dan heb je Jezus niet nodig. Dan ben je als gezonde die geen dokter nodig heeft. Dan kun je jezelf wel redden. Maar de vraag is, of je je dan vergelijkt met anderen, met wat je geweten zegt, met wat men goed vindt of dat je je vergelijkt met Jezus en zijn wet. Als je je daarmee vergelijkt, kan het niet anders of je gaat uitroepen: ‘Heer, ik ben een zondig mens’, zoals Petrus riep toen Jezus dichtbij hem was.

[#10] Als je zo ontdekt hebt wie Jezus is, mag je op je knieën: want Petrus knielde neer. Voor de voeten van Jezus. Hij zegt: Jezus, ga weg van mij! Bedoelt hij: ‘Jezus ga uit mijn boot?’ Het zal wel niet in de boot geweest zijn dat Petrus knielde, want daar zal geen ruimte geweest zijn tussen de vissen. Nee: Petrus bedoelt: “Jezus, die band tussen U en mij kan niet bestaan. Hoe kunt U mij uitkiezen als een leerling. Gaat U maar weg, ik blijf visser. Wat een wonder heeft U laten zien, een bovennatuurlijke kracht. U bent God! Dan ben ik maar een zondige man. Ik geloofde niet dat u zoveel vissen in het net kon laten zwemmen. Ik ben het niet waard om met U verbonden te zijn. Om een volgeling van U te zijn en één te worden met uw lichaam en bloed.”

Het is opvallend dat Petrus deze woorden zegt. Voor het eerst wordt hij hier Petrus genoemd: op de belijdenis van deze rots, dat Jezus de Zoon van de levende God is, zal de kerk gebouwd zal worden. Juist deze rots noemt zichzelf niet waard om met Jezus verbonden te zijn. Als hij de macht van Jezus ziet. Het is niet vanuit onszelf dat we avondmaal vieren: hoe meer je Jezus liefde en macht ziet, hoe meer bij mij, bij u en bij jou hopelijk de vraag opkomt: Wie ben ik dat ik dat mag ontvangen, dat ik daarin mag delen. Ben ik dat wel waard, met mijn leven?

Maar dan zegt de Here Jezus. Wees niet bang. Wees niet bezorgd of angstig. Nee, Ik ga niet van je weg. Maar Ik laat mijn genade juist schitteren! Ik schakel, jou, Petrus juist in. Jij wordt heel bijzonder met Mij verbonden. Je wordt een visser van mensen, net als Johannes en Jakobus.

Zo leert Petrus de juiste grondhouding: niet vanuit zichzelf kan hij helpen om mensen aan Jezus te verbinden, om vissen te vangen. Om mensen het eeuwige leven geven, maar vanuit de kracht van God. Zoals hij niet op eigen kracht het net vol vissen kreeg, maar door een wonder van God. Niet uit eigen kracht kan Petrus, kan Paulus de netten uitgooien en mensen vertellen over de redding voor zondaren.

Niet uit uzelf kunt u leven in Gods redding en het licht laten schijnen: het is vanuit Gods genade en zijn liefde in Christus die zichtbaar wordt juist rondom de avondmaalstafel. Zijn liefde en genade deelt Hij uit aan tafel. Jezus zegt: volg Mij. Hij wil zich nu ook aan anderen verbinden. Wie, door Gods genade, voor Jezus kiest en Hem volgt, wordt met Hem verbonden. De discipelen lieten de enorme vangst van vissen achter op het strand. Daar zorgden anderen wel voor en ze luisteren, ze kwamen tot Jezus. Ga zo bij het avondmaal vandaag: vergeet de zonde, vergeet wat achter u ligt, het is vergeven en zie wat voor u ligt: de redding waarin Hij u wil doen delen tot een nieuw leven. Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: