Liturgie Morgendienst Beilen 9.30 20 mei
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 138:1 en 4
Wet
Zingen Ps 19:3 en 4
Gebed
Lezen Rom 15:25-33
Hand 21:27-36
Zingen Gz 68: stel mijn vertrouwen (2x)
Tekst Hand 20:22-24
Preek
Zingen Gz 102a:3 en 4 (Looft de Geest)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Lied 293:1,3,4 (Wat de toekomst)
Zegen en amen
Hand 20:22-24: Morgen is voor ons verborgen
mei 17, 2012Ps 23 – Belijdenisdienst 2012
mei 17, 2012Liturgie 20 mei 2012
Liturgie 20 mei – Belijdenisdienst Hooghalen 14:15 uur
Zingen Gz 167:1 en 3 (Samen in de naam van Jezus)
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Psalm 122: 1 en 3
Gebed
Zingen Lied 341:1 (Gij hebt uw woord gegeven)
Lezen 1 Petrus 5:1-11 (Lezen door Jarnik )
Zingen Psalm 77:4 en 6 (rode roos bij doopvont)
Tekst Psalm 23 (Lezen door Cristiano)
Preek
Zingen Lied 14 (De Heer is mijn herder)
Lezen formulier en vragen
Zingen Psalm 134:3
Opwekking 710 : zegen mij
Zingen Gz 161 – Heer u bent mijn leven (afgewisseld met geloofsbelijdenis)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 150
Zegen en amen
Cristiano / felicitaties / kado
Zingen Opwekking 488: De kracht van uw liefde
Psalm 24 – Christus als Koning binnengehaald en gekroond
mei 14, 2012Liturgie Hemelvaartsdag
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Gz 100:1, 3 en 4 (De dag der kroning)
Gebed
Lezen Ef 4:1-16
Zingen Ps 47
Tekst Ps 24
Preek
Zingen Ps 24 (1m,2v,3m,4v.5a)
Lezen gedeelte uit belijdenis
Zingen Lied 234 (Al heeft Hij ons verlaten)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 100:2,5 en 6
Zegen en amen
Hand 20 – Paulus over zijn tijd in Efeze
mei 10, 2012Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, mei ’12
Tekst: Hand 20:18-21
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia] Binnenkort hebben we belijdenisdienst. Jongeren komen uit voor hun geloof in Jezus.
Ze komen niet alleen om dingen te krijgen, maar ze willen ook zelf hun steentje bijdragen: Je belooft dienstbaar te willen zijn aan de opbouw van de gemeente. Dat je zelf ook, met wat jij goed kan, meebouwt aan Gods kerk. Een bezoekje brengen aan iemand, niet omdat het moet, maar gewoon omdat hij of zij toch bij jou in de kerk zit. De kerkdiensten bezoeken. Meedraaien in een commissie, bestuurstaak voor een bijbelstudie en misschien later als ambtsdrager een aan de slag gaan.
Maar hoe is dat om dingen in de kerk te doen? Om je in te zetten in een commissie, om een bepaald ambt te hebben?
Soms is het gewoon mooi en fijn om daarmee bezig te zijn, al kost het wel tijd. Mooi als je aan het begin van zulk commissiewerk ook altijd ruimte inplant voor het wel en wee. Geweldig als je in deze hectische tijd, tijd vrijmaakt voor God en je medemens.
Soms loopt het niet zo lekker. Door persoonlijke omstandigheden, omdat het je veel energie kost, omdat je het moeilijk vindt met hem of haar samen te werken. Dan kan het veel energie kosten, dan moet je soms nee zeggen, bedanken en raak je teleurgesteld.
Een paar of meer jaar geleden werden deze mannen bevestigd in hun ambt als diaken, ouderling en ik als predikant. ‘Door de gemeente verkozen’ ‘Door God geroepen’ ‘Door de kerkenraad benoemd’.
Bij welke beslissingen in de kerkenraad vonden het ze het erg lastig of ze nu het goede gekozen hadden, als dingen gevoelig lagen in de gemeente? Is het nu iets moois, mag je deze nieuwe broeders feliciteren of moet je ze juist sterkte wensen?
Met een aantal ouderlingen sprak ik erover: wat kan het soms moeilijk als mensen je bijna niet willen ontvangen. Maar tegelijk wat kan het mooi zijn als je mee mag bouwen, als je kunt vertellen over Gods grote liefde. Als je mensen voor mag gaan en mee mag nemen richting Christus! Samen bouwen we mee aan het huis van de Heer.
[dia thema en verdeling] Wees dienstbaar aan de opbouw van Christus’ gemeente
1. In dienst van de Heer
2. Met de houding van de Heer
3. Vanuit de boodschap van de Heer
1. In dienst van Christus
Lukas vertelt in zijn boek hoe Gods kerk gebouwd wordt.
Het goede nieuws van Jezus verspreidt zich: via Jeruzalem, Judea, Samaria naar de uiteinden van de aarde.
Wat werkt dat nieuws over Jezus de Heer veel uit in de levens van mensen!!
[Dia zendingsreis] Lukas vertelt het soms snel: dan lezen we over de plaatsen, kijk maar naar de verzen 13-16: van Assus, naar Mitylene, naar Chios, naar Samos, naar Milete. Je ziet voor je hoe Paulus die plaatsen langsgaat, maar soms is het alsof Lukas even stilhoudt: dan horen we meer over één plaats, over een gesprek, over een preek over gebeurtenissen. Iets van zo’n toespraak mogen we vanmorgen verder uitdiepen.
[Dia Efeze] Paulus vertelt ons in het gedeelte van onze tekst over zijn tijd in Efeze.
Efeze de laatste grote plaats waar hij in vrijheid als apostel heeft kunnen werken.
Paulus is dus nu met zijn derde reis bezig. In Hand. 18:23 lezen we dat hij vertrekt. Altijd spannend als je zo met gevaar voor eigen leven reis gaat. Zich met gevaar van eigen leven inzet voor Gods rijk. Wat was ik blij om donderdag te horen dat br. A weer veilig terug mocht keren uit de gesloten gebieden. In Hand 19:1 lezen we hoe Paulus aankomt in Efeze. Drie maanden lang preekt hij in de synagoge en probeert daar de bezoekers te overtuigen. Maar ze maken de boodschap van Jezus Christus belachelijk. Hij spreekt voortaan dagelijks in de school van Tyrannus. Iedereen maakt kennis met de boodschap van de Heer. Zijn werk heeft zoveel invloed dat er voor 50.000 zilverstukken aan boeken wordt verbrand (19:19) en dat de zilversmeden in opstand komen omdat ze geen Artemistempeltjes meer kunnen verkopen. Paulus wordt eerst door de Joden bedreigd, en nu dus ook door een enorm volksoproer. Hij spreekt de leerlingen nog moed in, maar dan trekt hij verder (20:1)! Proef je het dubbele hier in Paulus werk? Aan de éne kant: veel zegen, moet je kijken hoeveel occulte boeken er verbrand worden; hoe mensen zelfs merken aan hun portemonnee dat er minder tempels verkocht worden. En tegelijk ook: bedreigingen, gevaar voor eigen leven en moeite.
[Dia oudsten] Wanneer Paulus dan terugkeert, heeft hij haast. Hij wil voor Pinksteren in Jeruzalem zijn. Maar hij wil toch nog graag de mensen uit Efeze een keer spreken. Op het strand van Milete nodigt hij de oudsten van de gemeente uit om te komen. Ze moeten er kilometers voor lopen, maar ze komen naar Paulus toe. Dan krijgt Paulus de gelegenheid om de oudsten van Efeze aan te sporen. Het kost Paulus teveel tijd om iedereen aandacht te geven, maar Paulus beseft: als er goede leiders zijn, als de oudsten trouw blijven aan Jezus en aan Gods woord, dan blijft de gemeente op koers! Wat belangrijk om dus juist voor de ouderlingen en diakenen te bidden. Om hen te bemoedigen en aan te sporen.
Als Paulus hen wil aansporen, dan wijst hij erop hoe hijzelf bij hen is geweest. Ze hebben hem allemaal kunnen zien, ze weten wat hij gedaan heeft. Laten we zo van Paulus leren hoe je leiding geeft aan een gemeente! Laten we daar precies naar kijken: Je kunt praten over geestelijk leiding geven, maar laten we vooral de Bijbel opendoen en luisteren hoe Paulus de leiders in Efeze aanspoort.
[Dia Hand 20:19] Paulus zegt dat hij Jezus, ik bedoel (we moeten precies lezen!) dat hij ‘de Heer’ gediend heeft. Hij is dus in het midden geweest, niet als een baas, als een heerser: nee Hij was er als een dienstknecht, een slaaf, een werknemer. Iemand die niet zelf bepaalt wat hij doet, maar die zich laat leiden door zijn meester.
Daarom wordt Jezus hier dan ook “Heer” genoemd: Hij heeft het voor het zeggen. Paulus laat zich niet langer leiden door zijn eigen lusten, zijn eigen zin, zijn eigen verlangens. Wat Hij zelf graag wil. Hij is van Jezus Christus, die heeft het te zeggen in zijn leven. In Gal 1:20 staat: als ik mensen zou proberen te behagen, zou ik geen dienstknecht van de Heer zijn. Wie het iedereen naar zijn zin wil maken, wie het voor de mensen goed wil doen, die wordt een slaaf van mensen en menselijke verwachtingen. Belangrijk is: wat vraagt Jezus van je. Paulus geeft aan richting de oudsten (vs. 23), dat hij straks gevangen genomen zal worden, en misschien zijn leven zal verliezen. Er is echter één ding waar het om draait: De opdracht uitvoeren die hij van Christus Jezus ontvangen heeft.
[Dia Ik bouw op U] Ben jij, ben ik gehoorzaam aan de roeping die Jezus je geeft? Wil jij zijn opdracht uitvoeren? Iemand van de ouderlingen zei terugkijkend op zijn werk wel: ‘Ik zie het wel als een opdracht van God, en ook al is het wel eens lastig, ik probeer zijn opdracht uit te voeren’. Paulus zegt later: Hij die u geroepen heeft is trouw. Van Hem mag je om kracht bidden: als je je inzet in de gemeente. Hij geeft zijn zegen mee: aan wie belijdenis doet, aan wie ambtsdrager wordt. God roept, maar Hij is ook trouw! Al voel je soms eigen zwakheid, ik bid dat je sterk in zijn kracht op pad mag gaan!
Jongens en meisjes: het eerste wat je mag onthouden is: in de kerk is niemand de baas, maar is er maar één die het voor het zeggen heeft: Jezus de Heer! Ook de ouderlingen, en de diakenen en de dominee zijn knechten van hem.
[Dia thema / verdeling] 2. Met de houding van de Heer
Hoe is Paulus dan gehoorzaam geweest?
Hij geeft aan dat hij in alle nederigheid gehoorzaam is geweest. Je kunt op twee manieren in het leven staan: precies weten wat een ander moeten doen. Hij mag mij eerst wel eens bellen, hij mag het eerst wel eens goedmaken, hij mag mij wel eens vragen, ik zou van hem of haar wel eens een luisterend oor willen hebben. Het kan heel christelijk klinken. Het lijkt dat je zo heel gehoorzaam bent aan God. Maar eigenlijk is dat het tegenoverstelde van nederig. Jij weet precies wat een ander bij jou moet doen.
[Dia Fil 2] Maar wat is nederig gehoorzaam zijn? Dat je zelf er voor een ander bent. Dat je denkt: wat kan ik voor een ander doen, wat kan ik voor een ander betekenen. Hoe kan de ander een luisterend oor geven, tijd voor hem vrijmaken, liefde geven en aandacht? Paulus zegt: u weet dat ik zo in uw midden geleefd hebt. Daarin volgde Paulus het voorbeeld van Christus: Hij vernederde zich, hij daalde neer uit de hemel, hij ging door de knieën, Hij nam zelf de gestalte van een slaaf, van een dienstknecht aan. Wat geweldig dat hij de minste wilde zijn. Niet voor zichzelf: maar voor u en jou en mij! Wij uit onszelf vijanden van Hem zijn! Die echt niet zo vaak aan hem denken! Zullen wij dat voorbeeld van Hem navolgen?
[Dia nederig/tranen/beproevingen] Zo wilde Paulus nederig in hun midden zijn, dan moet hij eerlijk toegeven dat hij ook tranen heeft gehad. Hij kan niet alleen terugkijken op een rustige tijd, nee hij moest soms huilen. Waarom? Waarom huil je? Soms omdat je pijn hebt omdat je gevallen bent of een schop gekregen hebt. Soms omdat er iets heel ergs gebeurd is en je niet weet hoe het verder moet. Paulus zegt (vs. 31): vergeet niet hoe ik ieder van jullie dag en nacht onder tranen advies heb gegeven. Paulus tranen komen dus niet allereerst doordat hij zelf pijn heeft of het moeilijk heeft, hij heeft het moeilijk in contact met de mensen. Iemand zei eens: ‘als je je leven leeft in een vast patroon van huisje, boompje, beestje. ’s Morgens opstaan, je werk doen, ’s avonds wat TV kijken en regelmatig vakantie, een leven dat netjes ingekaderd is en gericht op eigen rust en regelmatig, dan huil je misschien niet zo vaak. Maar wie betrokken is op de ander, wie bij de huizen langs gaat en hoort hoe ieder huis zijn eigen kruis, pijn en verdriet en tranen heeft, die emotioneel betrokken raakt in het leven van een ander, die zal er bij betrokken zijn. Zoals een moeder vol zorgen en tranen kan zijn over een kind dat in de problemen zit: je gaat ermee naar bed, je legt het bij de Heer neer, maar ’s morgens komt het weer bij je terug.
Bij Paulus kwam er dan nog wat bij: hij moest heel wat beproevingen doorstaan. Het werd hem moeilijk gemaakt door de Joden. Die maakten hem belachelijk. In de volgende verzen waarschuwt hij ook dat uit eigen kring mensen op zullen staan die de waarheid verdraaien. Juist van de mensen van wie je het niet verwachtte, juist die broeder of zuster, die ouderling of diaken daar kun je in teleurgesteld raken. Wat kan het dan moeilijk zijn om trouw te zijn aan je Heer Jezus Christus. Om naar Hem te kijken, en niet op mensen te vertrouwen. Overal kun je teleurgesteld raken, in wat voor verband dan ook, maar in de kerk verwacht je anders. Wat kan het dan moeilijk zijn om in alle nederigheid de Heer te blijven dienen. Jongens en meisjes: Je wilt er zijn voor anderen.
[Dia thema en verdeling] 3. Vanuit de boodschap van de Heer
Heb je een beetje voor je hoe Paulus daar aan het werk was? Vers 19 liet vooral zien dat het niet altijd makkelijk was voor Paulus. Er gaat heel wat in zijn hart om. En misschien denk je ook wel: zoiets hou je toch niet vol? [Dia moe] Juist hier in de kerk zijn er veel mensen die druk zijn voor elkaar: een leuke actie voor een gemeentelid, even een telefoontje, wat werk voor die commissie, een collecte lopen, noem maar op waar je allemaal mee bezig bent. En dan word je ambtsdrager en dan komt er nog een schepje bovenop. Wie houdt dat vol? Als je alleen maar geeft dan raakt je accu toch op, dan verlies je toch te veel, dan raak je toch uit evenwicht. Zeker in het ambt: en ik vind het zelf ook wel eens moeilijk. Je wilt er zijn voor de gemeenteleden, je ziet dat nood is, maar de preek, de classis, de vergadering, de catechese en alle mailtjes en telefoontjesvragen ook hun tijd. Bovendien ben ik nog vader en man. De vraag is: voor u, zoals ik u hier voor me zie, hoe kun je in de gemeente toch je plek innemen, zonder gefrustreerd, teleurgesteld en uitgeblust, te raken?
[Laatste dia: foto bron] Paulus zegt in vers 20: in al die tijd heb ik alles bekend gemaakt wat uw welzijn ten goede komt. Er is een kracht in het leven van Paulus gekomen, waardoor hij in staat is er voor anderen te zijn. Hij heeft iets dat hij graag aan anderen wil vertellen. Die kracht is in zijn leven gekomen toen er midden in de woestijn, onderweg naar Damuscus wat gebeurde. Jezus Christus verscheen aan Hem en vroeg: “Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’. Paulus mocht zelf het licht zien: toen deed hij alles weg, waardoor hij zich op een verkeerde manier inspande. Hij probeerde eerst netjes volgens de regels te leven, Hij probeerde God zo goed mogelijk te dienen, hij was besneden en wist veel van het geloof. Maar toen veranderde er wat. Toen brak de genade van God door in zijn leven. Hij schaamt zich niet voor die goede boodschap, want het is Gods reddende kracht voor wie gelooft.
Paulus kwam niet met zichzelf, met zijn liefde, met zijn aandacht: Paulus komt ook in Efeze met Jezus Christus. Dat was hetgene waar een ander echt wat aan had. Dat is echt nodig voor de gemeente. Wie Christus leert kennen, wie met Hem door het leven gaat, mag daaruit kracht ontvangen. En dan weet ik wel: Het leven kan soms een emotionele achtbaan zijn, met hoogtepunten en dieptepunten, met moeilijke dingen: maar wat is het dan juist belangrijk om weer met Jezus verbonden te zijn, om tijd vrij te maken voor God, om te ontdekken wat nu echt de boodschap was. Om je Bijbel open te doen en te ontdekken dat God echt iets wil zeggen.
Daarbij mag ook heel Gods boodschap klinken: Niets hoeft worden achtergehouden.
Voor ieder klinkt dezelfde boodschap. De boodschap van Jezus Christus in Marc 1:15: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’
Bekering, daar begint het mee. Dat je stop met het gaan van de verkeerde weg. Dat je een heilloze weg verlaat. Bekeer je: als je van Christus afgewend staat: keer je gezicht weer naar hem toe en volg hem na. Zoals Paulus geroepen werd, zo mag je zelf geroepen worden. Mag je ingeschakeld worden om anderen op te roepen zich te bekeren van een leeg leven, een leven zonder God.
Bekering en … geloof. Je mag geloven dat Jezus voor je zonden is gestorven. Je mag hem omhelsen en zijn liefde aannemen. Dat zijn liefde en zijn werk steeds de basis van je leven mag zijn!
Paulus had steeds een boodschap voor de mensen. Hij zegt: ‘Ik heb u dingen bekend gemaakt’ en ‘Ik heb u onderricht gegeven’. Om onderricht te geven moest hij eerst zelf goed thuis zijn in het woord van God. Maar dat woord bracht hij verder: soms legde hij de dingen uit, bij de mensen thuis, maar ook in het publiek in de hal van Tyrannus. Hij schaamt zich niet voor die woorden, iedereen mag het weten! Het woord dat hier staat voor bekend maken is wel een bijzonder woord. Het is wat anders dan uitleggen. Kijk ik kan je uitleggen hoe je moet voetballen. Dan vertel ik wat regels en dan praat ik heel rustig. Maar ik kan je ook iets bekend maken: wanneer ik je vertel dat Nederland van Duitsland heeft gewonnen dan zeg ik dat niet rustig, maar klinkt dat enthousiast, geweldig, super: ik mag je nieuws, ik mag je een boodschap vertellen. Ik ben daar helemaal bij betrokken. Niet iedereen heeft de taak om voor het oog van iedereen te staan preken, te vertellen over het geloof. Maar wat maakt het veel uit of je echt met Jezus leeft, ziet hoe je door Hem geliefd bent en daar kracht uit put. Of dat je kan vertellen dat Jezus de zoon van God is en voor je zonden gestorven is. Wie echt gelooft, wie echt verbonden is met Jezus, wie steeds teruggaat naar de bron: die mag bidden en hopen op kracht van de Geest om dingen te zeggen voor het welzijn van anderen. Amen
| Liturgie zondag 13 mei | Morgendienst (Beilen, bevestiging, 9.30 uur) | Middagdienst (Hooghalen, 14.15) |
| Welkom en mededelingen | ||
| Votum, zegengroet en amen | ||
| Zingen | Ps 84:1 en 2 | Ps 84:1 en 2 |
| Wet | Nvt | |
| Zingen | Gz 62 (geleerd groep 3 en 4 assen) (Ik ben de weg … ) | Nvt |
| Gebed | ||
| Zingen | Gz 177 | Gz 177 |
| Lezen | Hand 20:17-31 | Hand 20:17-31 |
| Zingen | Ps 132:1,2,6,8 | Ps 132:1,2,6,8 |
| Tekst | Hand 20:18-21 | Hand 20:18-21 |
| Preek | ||
| Zingen | Gz 118 (God is getrouw) | Gz 118 |
| Formulier bevestiging | Gz 179a | |
| Zingen | Ps 115:5 en 6 | |
| Dankgebed en voorbede | ||
| Collecte | ||
| Zingen (aangekondigd na col.) | Lied 477:1 (Geest van hierboven) | Lied 477:1 |
| Zegen en amen | ||
Zondag 47 – Maak allereerst Gods Naam groot!
mei 2, 2012Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, mei ’12 Tekst: Zondag 47
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia Heilig] ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten, heel de aarde is vervuld van zijn majesteit’. Jesaja mag even in de hemel kijken en ziet en hoort hoe die engelen tot God naderen. Wat ze zeggen als ze bij God komen. Heer wat bent u groot! Heer wat bent u machtig! Zo zweven de serafs rond Gods troon (Jes 6:3).
‘Groot en wonderlijk zijn uw werken’, ‘Heer wat bent u Heilig!’, ‘Rechtvaardig is uw bestuur, vorst van alle volken’. Op die manier prijzen de mensen die het beest hadden overwonnen God. Wanneer de engelen erop uit gaan om de laatste plagen uit te voeren. Zij doen wat de heilige God van hen vraagt.
Wanneer engelen tot God naderen, wanneer mensen in de hemel God aanspreken: knielen ze vol eerbied, maken zij Gods naam groot, ze heiligen zijn naam!
Hoe begin jij je gebed, wat zeg je als eerste, nadat ik gezegd heb: Onze Vader, die in de hemel is? Denk je dan eerst aan God, aan hoe groot en machtig, hoe liefdevol Hij is? Zorg je dat je Hem ook echt voor ogen krijgt? Dat je beseft dat je tot Hem komt die woont in de hemel? Hij die je gemaakt heeft? Jezus leert ons wel om zo te bidden: ook al staan mijn eigen gedachten, wensen en verlangens te trappelen om aan de beurt te komen: Jezus leert ons eerst zeggen: Uw naam worde geheiligd: Heer, hoe heilig is uw naam!
Dat is geen makkelijke opdracht:
als je je handen vouwt voor je examen, waar je zo hard voor geleerd hebt, denk je er dan nog aan om God groot te maken en te zeggen: Heer wat bent u goed … of vraag je maar gelijk om hulp en dat het goed mag gaan?
Wanneer je bang bent dat je je kind gaat verliezen en God om hulp vraagt: ‘kun je dan nog eerst zeggen: Heer, u bent heilig, groot en goed?’
Als je zonde hebt gedaan, prijs je dan eerst God, voor je om vergeving vraagt? Als je als jongere alleen op je kamer zit en vol zit met allerlei vragen.
Als ik naar mijn eigen gebed kijk? Maar al te snel leg ik eerst van alles wat mij bezig houdt aan God voor. Daarbij hangt het wel van de situatie af: bij het eten lukt het misschien wel om eerst God te prijzen voor het eten dat Hij geeft, maar soms is bidden ook zo gewoon geworden, dat ik amper de tijd neem me echt goed op God te richten: Hem eerst te prijzen, te beseffen dat ik zijn heiligdom binnentreedt.
[Dia Thema en Verdeling] Jezus leert ons allereerst Gods naam groot te maken
1. Maak Hem groot als de Schepper
2. Maak Hem groot als de Verlosser
3. Maak Hem groot met je leven
1. Maak Hem groot als de Schepper
Als je goed tot God wil naderen in je gebed, als je in de nood zit, als het moeilijk is, maar ook als je leven een sleur is en voor het idee God ver weg is, dan is het de belangrijkste vraag of je voordat je ging bidden je ogen open had. Heb je vanmorgen goed je ogen open gehad, voordat je naar de kerk ging om te bidden? Juist in de natuur, in de schepping van God straalt Gods macht en goedheid.
[Dia open ogen] Het valt je misschien wel eens op dat ik vaak in het gebed in de kerkdienst God eerst prijs om de natuur. Soms als ik zondagsmorgens ergens anders preek dan zie ik al veel van de natuur als ik onderweg ben. Soms noem ik dingen die ik afgelopen week zag: soms gewoon vanuit mijn studeerkamerraam, of als ik in de natuur was. Wat geweldig om een roofvogel zijn prooi te zien pakken; wat mooi als de eerste kleine druiven al weer zichtbaar zijn; wat bijzonder als alles in een week tijd al weer zo’n stuk groener is geworden. Wat mooi dat ik afgelopen week mijn jonge nichtje mocht zien: haar handje was nog kleiner dan Guido zijn pink.
[Dia waterschrijvertje] Guido Gazelle, een dichter uit de vorige eeuw, schreef een mooi gedicht over hoe de schepping zelf iets van God laat zien, al is het zonder woorden. Wat doe het waterschrijvertje, zo’n klein beestje dat de hele dat over het water heengaat en kringen maakt? Waar is hij zo vol van? Schrijft hij over de vissen in het water, over de blauwe lucht, over de vogels die vliegen, de bomen en de struiken? Waar is het dat het waterschrijvertje, dat ’t krinkelende winkelende waterding over schrijven moet? En dan antwoordt het schrijvertje: wij schrijven wat onze schrijver en maker ons te schrijven gaf, kunt gij dat niet meer lezen? Telkens weer schrijven wij zijn heilige naam! Dus Gods naam kun je lezen in de schepping.
Wat vinden we in de Bijbel veel voorbeelden dat God groot gemaakt wordt als de schepper. Straks zingen we woorden uit Gezang 145, woorden van Psalm 8: door sterren, zon en maan, maakt God zijn naam bekend, maken Gods heerlijkheid bekend. Psalm 104 prijst God om hoe Hij het water leidt door het land, hoe de vogels hun nesten bouwen, om hoe het wemelt in de zee van vissen niet te tellen, en dan de zon en de maan: ze weten precies op welke tijd ze op en onder moeten gaan. Wie zo zijn gebed begint met het benoemen van Gods werken, beseft gelijk hoe groot God is, hoe machtig hij is, hoe hij de maker is tot wie je spreekt. Dat je bent als klei dat spreekt tot de pottenbakker, die hem gekneed heeft (Jes. 29:16).
[Dia vragen] Goed, zou je kunnen zeggen, God is mijn maker, Hij is groot, Hij heeft een geweldige wereld gemaakt, maar … toch is het allemaal niet zo makkelijk. Ik merk niet altijd evenveel van God. Ik ervaar niet altijd zijn grootheid en leef soms gewoon aan die bijzondere dingen voorbij. En ja dan vergeet ik ook hem te prijzen. En bovendien: is dat wat God gemaakt heeft allemaal wel zo goed? Ik heb soms grote vragen aan God. Als God dan zo groot en goed is: waarom is er dan zoveel onrecht op deze wereld, zoveel pijn en moeite.
Je ziet het in de schepping. Er scheen van de week nogal wat ophef te zijn over een video dat een poes jonge vogeltjes uit een merelnest haalde. Kennelijk is de natuur niet altijd zo mooi. Bram van de Beek schrijft in zijn boek ‘Schepping’ uitgebreid over hoe de natuur voor 99% afbraak en sterven is.
Je ziet het ook in hoe mensen met elkaar omgaan. Afgelopen week stonden we weer stil bij al het oorlogsgeweld dat hier in Nederland gewoed heeft. Soldaten die stierven, Joden die gedood werden. En wat kunnen de pijn en de vragen soms heel dichtbij komen. Als je gewoon koud bent, niet meer warm kan worden om de erge dingen die jij in je leven meegemaakt hebt.
Daarom is het niet genoeg als we van ons geloof een soort natuurgeloof maken. Kijk maar de natuur is mooi en indrukwekkend. God laat zich zien in de natuur, maar met alleen een natuurgod komen we er niet. Er is teveel in de schepping gebeurd sinds de zondeval om daar nog zo onbevangen in te staan. In het tweede punt willen we daar ook op letten.
[God groot maken als de schepper] Maar daarmee wil ik niet zeggen ‘dan hoef je God niet groot te maken als de Schepper’, dat ik net zo goed het eerste punt van de preek over had kunnen slaan. Want ondanks de zonde, ondanks wat kapot is: mogen we nog veel van Gods grootheid zien. Dus jongens en meisjes als ze thuis vragen waar ging de preek over, wat moet je nu als eerste bidden? Dan hoop ik dat je zegt: ‘Als ik mijn handjes vouw, dan noem ik voor God de mooie dingen die Hij gemaakt heeft: dat baby’tje; die mooie bloem; dat vogeltje; die schitterende kastanjeboom met al die kaarsjes. Als ik bid dan weet ik: God heeft alles gemaakt, en hij heeft ook mij gemaakt. Ik ben zijn kind!’
[Dia thema en verdeling] 2. Maak Hem groot als de Verlosser
Als je zo je handen gevouwen hebt, zo aan God denkt als de grote schepper, mag je ook verder denken. Je hebt misschien wel je vragen. Hoe kan God aan mij denken? Ziet God mij wel met mijn vragen?
[Dia Maak Hem groot] Gz. 145 brengt het schitterend onder woorden: ‘U komt ons Heer, in Christus tegemoet; U geeft ons Heer verlossing door zijn bloed.’ God heeft je niet alleen gemaakt, om je vervolgens aan je lot over te laten, God komt nu ook dicht bij je. Hoe zoekt je op in Jezus Christus. Hij wil je helpen in je moeite, in wil in je problemen naast je staan.
Dat mocht al zo zijn voor het volk Israël. Jesaja mag aan dat volk dat zoveel moeite kende, dat bijna zijn God vergeten was en naar andere goden toe was gegaan, laten weten dat God naar hen omziet. Ook al is er zoveel moeite en duisternis: straks zul je echt zien dat God een goed plan heeft met de mensen. De doven (mensen die niet willen luisteren naar God), die zullen het horen. De blinden (mensen die God niet willen zien) zullen het dan zien: De moeite zullen voorbij zijn. God zal zijn liefde tonen. Het is alsof de kale berg weer helemaal vol met bomen zal staan. Zo laat God zijn liefde aan zijn volk zien.
God gaf verlossing door het bloed van Jezus Christus. Dat is ook wat Petrus in zijn brief schrijft. Wat een liefde van God spreekt in dat bloed: God heeft hem uitgekozen, om voor onze zonden te betalen.
[Dia Maak Hem groot … ] Ik heb dit hoofdstuk erbij gelezen, vooral om vers 23: Want wanneer zijn kinderen zien wat ik in hun midden heb verricht,
zullen zij eerbied hebben voor mijn naam,
de heiligheid erkennen van de Heilige van Jakob
en de God van Israël vrezen.
Dat staat er niet voor niets op die manier. Waardoor had Israël zoveel ellende gekregen? Waardoor was er afstand tussen God en hen gekomen? Omdat ze geen eerbied meer voor God hadden. Omdat ze hun eigen leven waren geen leiden, op andere volken waren gaan vertrouwen. Omdat ze dachten zelf het leven wel te kunnen maken. Opa en oma wisten misschien nog van de Heilige van Jakob, voor vader en moeder was het gewoon geworden en zoon en dochter rekenden niet meer met God. En dat terwijl het volk alleen kon leven van Gods liefde: omdat Hij zijn verbond met hen gesloten had. Omdat Hij hen redde uit Egypte. Omdat Hij hun zonde wilde vergeven. Ze leefden van zijn genade.
Petrus ziet het juist andersom: de voorouders die leefden en zinloos leven. Maar jullie zijn gered door het bloed van Christus. Zijn kostbaar bloed. Maar juist daarom, omdat God zoveel liefde voor je getoond heeft, moet je ook ontzag voor God hebben.
Voorbeeld: Je kunt het vergelijken met een weesjongetje in Bangladesh.
Het is daar heel arm, hij krijgt wel wat hulp via het geld dat je op maandag meeneemt.
Hij moet al jong werken, heeft vaak honger en zal niet oud worden.
Maar dan komt er iemand uit Nederland. Hij wordt geadopteerd.
Nu heeft hij het goed: er is eten, hij kan naar school, er wordt voor hem gezorgd.
Maar als hij dan hier is: dan doet hij zomaar de koelkast open en pakt de fles cola, hij pakt geld uit de portemonnee en koopt een playstation en met de pincode pint hij geld om een mooie fiets te kopen.
Wat doet hij zijn vader pijn! Hij vergeet terwijl hij hier leeft hoe het komt dat hij hier kan leven.
Laten we zo ook God nooit vergeten: we hadden de dood verdiend, maar hij geeft het eeuwige leven.
Laten we dan ook maar niet zomaar leven, maar altijd aan Hem denken! Als we gaan bidden eerst beseffen van wie we alles hebben: dat Hij ons het leven geeft!
Als mensen kunnen we er niet altijd bij, waarom bepaalde dingen gebeuren. Ben je niet altijd genoeg gericht op God. Daarom is wil Jezus ons juist aan het begin van het gebed leren om God de heilige te noemen. Hij is groot en machtig, Hij heeft zijn eigen plan met deze wereld. Hij is zo heel anders dan ons mensen. Wie alleen stil blijft staan bij zijn eigen vragen zal misschien mopperen, zal misschien steeds maar klagen, zal verward zijn. En het is ook heel begrijpelijk dat die verwardheid er kan zijn. Maar laten we onze vragen niet verwisselen met Gods grote plannen. Waarom kunnen de engelen God heilig en goed noemen, waarom prijzen de heiligen in openbaring God om zijn werken: omdat Hij echt verder wil werken. Omdat hij zo groot en machtig is, dat hij ook in jou leven verder kan werken. Hij zal alles goed maken. [Voorbeeld puzzelstukjes]. Jesaja eindigt zijn hoofdstuk met die beloftevolle woorden:
Wie verward was, zal inzicht verwerven.
Wie altijd klaagde, is vol begrip.
Wat een mooie woorden! Wat geweldig dat straks alles bekend zal worden. Dat we God helemaal mogen zien in zijn liefde, als we die door Christus hebben leren kennen!
[dia Heilig] God is de grote verlosser! Heb jij hem zo al in je leven leren kennen? Heb jij zijn genade mogen ervaren? Dan bid je maar niet even zo tussen door, maar dan neem je de tijd om te bidden. Dan bidt je maar niet onregelmatig, maar zoek je de rust en ruimte om God elke dag weer te bidden. Dan bezuinig je niet op je kerkgang, maar dan kom je naar dit gebedshuis zo vaak als je geroepen wordt om Gods naam te heiligen. Dan kan een ander aan je houding zien dat je beseft tegen wie je het hebt: Je Vader! De Heilige grote God! Hij die zal zorgen dat alles uiteindelijk goed zal komen!
[dia Heilig 2] Jongens en meisjes: hoe zit je als je gaat bidden? Als je God niet zo goed kent, als Hij maar vaag is, maakt het je misschien niet uit. Maar als je weet dat de Here Jezus voor jou zijn bloed gaf op Golgotha, als je weet dat God in de hemel alles goed wil maken: doe dan maar je ogen dicht, vouw je handen en denk maar aan die Goede Vader in de hemel. Heilig is zijn naam!
[Dia thema en verdeling] 3. Maak Hem groot met je leven
De Here Jezus leert ons bidden … in je gebed mag je beginnen met het zeggen hoe groot God is. Toch bid je in dit gebed niet alleen iets in de richting van God.
Je komt ook zelf in beeld.
Want je kunt wel zeggen ‘God is heilig’; maar wat ben je schijnheilig als je zelf niet heilig leeft. Dan zeggen de mensen: Hij kan mooi bidden, maar kijk eens hoe hij altijd uit is op meer geld voor zichzelf; kijk eens hoe hij schreeuwt en boos doet; kijk eens hoe hij commentaar heeft op zijn familie en praat over anderen. En hij zegt mooie dingen over de schepping, maar denk maar niet dat hij een keer minder de auto pakt, meehelpt aan afvalscheiding of aan milieumaatregelen.
Kijk eens wat Petrus zegt: ‘God heeft gezegd: wees heilig, want Ik ben heilig’. Hoe meer je God prijst om zijn heiligheid, hoe meer ook wij heilig moeten leven. Stel je voor dat de baas van je bedrijf zijn 25 jarig jubileum viert. Je werkt als 13 jaar voor hem: je houdt een toespraakje ‘geweldig bedrijf, geweldige baas, dat het nog maar lang mag bestaan …’ En ondertussen licht je de baas op en begin je voor jezelf. Wat schijnheilig zou dat zijn!
Hoe meer je je in je gebed richt op die heilig God, Hoe meer je de liefde van Jezus Christus ontdekt en leert kennen. Hoe meer je ook die liefde in je leven laat zien. Als anderen Gods goedheid willen zien, als mensen Christus willen zien, dan gebeurt dat vaak door christenen. Wat is het erg als tussen Christus en mensen die hem niet kunnen het bordje christen of gereformeerd wordt geschoven: in de zin van: als zij zo doen, hoef ik hun God niet te leren kennen. Als je voordringt, asociaal doet, loop te zeuren, staat te schelden.
Wat is het geweldig dat God ons dit gebed geeft. Wie steeds meer Gods grootheid ziet, wie steeds meer van Jezus leert kennen, met zijn hart aan Christus verbonden wordt: die wordt anders. Door God te prijzen en zijn liefde in je hart toe te laten, straal je die liefde ook uit. Dan heb je niet meer je oordeel klaar over een ander, maar leef je zelf van Gods liefde. Wat word je dan mild en liefdevol: want jij mag leven van genade, van Gods liefde. En juist daarom wil je die liefde ook delen. Dan ben jij niet meer het belangrijkste, maar dan gaat het erom dat God zijn eer ontvangt. Want als hij zo geprezen wordt, dan komt heel Gods werk, en ook jij, tot het grote doel! Wie zo Gods liefde leert kennen begrijpt dat de engelen zo tot God kunnen naderen: Heilig, Heilig, Heilig, God wat bent u machtig. Amen.
| Liturgie 6 mei 2012 | Morgendienst 9.15 Hooghalen | Middagdienst |
| Welkom en mededelingen | ||
| Votum, zegengroet en amen | ||
| Zingen | Ps 81,1.2.4 | Ps 81,1.2.4 |
| Wet | nvt | |
| Zingen | Ps 81,5.8 | nvt |
| Gebed | ||
| Lezen | Jes 29:17-241 Petr 1,14-21 | Jes 29:17-241 Petr 1,14-21 |
| Zingen | Ps 18:1 en 9 | Ps 18:1 en 9 |
| Tekst | Zondag 47 | Zondag 47 |
| Preek | ||
| Zingen | Gz 145 | Gz 145 |
| Geloofsbelijdenis | ||
| Zingen | nvt | Opwekking 46 (canon) |
| Dankgebed en voorbede | nvt | |
| Collecte | ||
| Zingen (aangekondigd na col.) | Lied 444 (grote God) | Lied 444 (grote God) |
| Zegen en amen |
Luc 15 – Welkom thuis bij Vader!
april 19, 2012Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, april ’12
Tekst: Lukas 15:11-32 – Ontmoetingsdienst ‘Leven uit de Bron’ / ‘Hart voor de wereld’
(1) Op een dag zegt een zoon tegen zijn Vader: Papa, we zijn hier met zijn drieen. Ik wil graag al het geld hebben dat later voor mij zal zijn.
(2) Dan zegt de Zoon dat Hij weggaat, de vader vind het niet leuk dat hij weggaat.
(3) De zoon doet alleen maar dingen die hij zelf wil, koopt alles wat hij wil en viert feest.
(4) Dan is zijn geld op. Bij de varkens heeft hij zo’n honger dat hij zelfs de schillen daar wil eten.
(5) Hij gaat naar huis. Wat is zijn Vader blij dat hij thuiskomt! Het is groot feest!
(6) Maar zijn broer is boos. Waarom vier je feest als zo’n stoute broer terugkomt? Vader zegt: Zoon, jij bent altijd bij mij!
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 1 – Luc 15:1-2] We horen vandaag een bekend verhaal. Een mooi verhaal over een vader en zijn zonen. Een populair Bijbelverhaal, met veel emoties.
Maar hoe moet je het verhaal begrijpen?
Wat heeft het ons te zeggen?
Waarom vertelt Jezus dit verhaal?
Jezus vertelt dit verhaal omdat de mensen kritiek op Hem hadden.
De leiders van het Joodse volk, de mensen die vertelden over God, mopperden tegen elkaar, omdat Jezus allemaal slecht volk ontving. ‘Erg toch … die Jezus .. die zegt namens God te komen, die zit daar te eten met een prostitué, met een ex-verslaafde, met een oplichter, allemaal slechte mensen!. Moeten we het nu van die Jezus verwachten?’
Het is inderdaad bijzonder wat Jezus hier doet:
er staat maar niet dat hij de zondaars even groet,
dat hij een prostitué zegt dat ze anders moet leven,
dat hij een belastingbeambte niet moet frauderen.
Nee, er staat dat Hij met hen eet, samen hebben ze een maaltijd.
Kan Hij nog duidelijker laten zien dat Hij niet met een boog om hen heen loopt?
Dat Hij hen liefheeft?
Er staat ook bij dat Hij hen ontvangt. Een sterk woord in het Grieks.
Het is een woord dat Lukas in hoofdstuk 12 gebruikt voor een bruidegom die zijn bruid verwacht en ontvangt. Zoals een bruidegom naar zijn bruid uitkijkt, blij is dat hij haar in de armen kan sluiten, zo ontvangt ziet Jezus uit naar zondige mensen, zo ontvangt hij hen en houdt maaltijd met hen.
Dat is wat de Farizeeën, de schriftgeleerden en leiders niet kunnen begrijpen.
[Dia 2 Luc 15:3-10] Daarom Jezus legt Jezus uit waarom hij dit doet, eerst met twee korte voorbeelden: Denk eens aan een herder die 100 schapen heeft. Stel dat Hij er één kwijt is. Dan gaat hij toch zoeken!? Wat is hij blij als hij dat éne schaap weer gevonden heeft!
Of denk aan een vrouw die 10 muntstukjes heeft, en er één verliest.
Wat een feest als ze die éne weer gevonden heeft!
Jezus wil zeggen: Kijk ik ontvang deze zondaren, ik ontvang ze: want het is feest in de hemel als één zondaar zich bekeerd!
Als Hij die twee verhalen verteld heeft, komt het derde verhaal, een langer verhaal en nog indringender verhaal.
Nu is iemand niet 1 van de 100 kwijt, niet 1 van de 10, maar 1 van de 2: Een Vader raakt één van zijn zonen kwijt!
Hij raakt niet maar een muntstuk of een schaap kwijt, maar zijn eigen kind!
[Dia weg van huis] Laten we eens goed kijken naar die zoon. Hij is opgegroeid op de boerderij van zijn vader. Ze hadden daar geld, eten en alles wat je nodig had. Maar de vrijheid lokt. De vrijheid lijkt aantrekkelijk. Je herkent het misschien wel als je opgegroeid bent in een rustige omgeving, dat je wel eens wat anders wil dan het vaste patroon. Wat geweldig om zelf je leven te bepalen, zelf te bepalen hoe laat je thuis komt, waar je je geld aan uitgeeft, wie je vrienden zijn! Goed het was niet zo aardig dat hij zijn Vader en zijn broer achterliet en als het ware zijn vader dood wenste, door de erfenis op te vragen, want zo werd dat in die tijd gezien. Maar die vrijheid heeft toch ook wel iets aantrekkelijks!
De zoon slaat de deur van thuis achter zich dicht, trekt de straat uit, gaat naar een land ver weg. Laten we zeggen: hij boekte enkele reis naar Ibiza, luxueuze hotels, mooi nachtleven, lekker dansen, vrienden zolang hij geld had, mooie vrouwen, lekker eten, goeie muziek. Wat had jij gezegd als je gevraagd was: ga je mee?
Kijk de zonde heeft altijd iets aantrekkelijks. Iets moois in zich. Wil graag dat je je er helemaal aan geeft. Als mens ben je geneigd om jezelf ergens aan te verbinden: is het niet aan zo’n leven dat die zoon wilde leiden, dan kan het je werk zijn, je hobby, je status, je sport, je auto, je verslaving. Op allerlei manieren kun je je aan iets hechten volgens jou het echte geluk moet brengen.
Het is alsof je uit het vliegtuig springt, een kleine ruimte.
Heerlijk, die wind, dat uitzicht, vrij als een vogel in de lucht.
Niemand doet je wat. Super! Het voelt allemaal geweldig.
[Dia ‘Kwam tot zichzelf’] Tot je ontdekt dat je geen parachute om gedaan hebt, en daarna de vrijheid toch wel erg beangstigend wordt als je hard naar beneden stort. … De Zoon geniet van alles. Maar dan gaat het mis…
want op een gegeven moment is zijn geld op.
En alsof dat nog niet erg genoeg is, in het verhaal komt er nog een hongersnood bij.
Waarom dat ook nog? Waarom is het niet genoeg dat Jezus vertelt dat zijn geld op is? Kijk dat het geld op is, dat is zijn eigen fout.
Maar dat er een hongersnood komt, daar kan hij niets aan doen.
Soms is het door verkeerde keuzes dat je aan het denken wordt gezet waar je nu eigenlijk mee bezig bent.
Soms zijn het dingen die je overkomen: een hongersnood, een sterfgeval, een ongeluk, dingen die van buiten komen. Die je wakker schudden.
In ieder geval is de zoon zover weggezakt dat hij tussen de varkens komt te zitten. Dieren die een Jood nooit zou houden omdat die niet gegeten mogen worden door Joden. Hij krijgt van zijn baas er wat eten voor, maar houdt honger. Het liefst zou hij zijn maag vullen met de peulen die de zwijnen eten. Daar zit hij dan. Dat is zijn leven …
Dan op dat moment gaan zijn ogen open. Er staat zo mooi: ‘Hij komt tot zichzelf’. Hij ontdekt wie hij is als mens. Hij ziet zijn leven voor zich: hoe hij opgroeide, hoe hij besloot weg te gaan, hoe hij het weggetje van de boerderij afliep, hoe hij feest vierde. Het leek allemaal zo mooi, maar wat staat hij nu met lege handen! En dat terwijl hij een vader heeft. Zo mag je zelf tot jezelf komen in je leven: wie ben ik? waarvoor leef ik? Is alles maar zomaar en moet je er uit halen wat er in zit? Of ben ik een mens, door God gemaakt om voor Hem te leven?
De Zoon staat op. Hij gaat naar zijn vader gaan.
Hij bereid een hele toespraak voor en hoopt voor zijn vader te mogen werken.
Hij beseft dat hij het verspeelt heeft om zoon te zijn, maar misschien mag hij er wel weer wonen en als knecht in zijn buurt zijn …
[Dia catechismus] Jezus vertelt dit allemaal dus aan de Joden en de Farizeeën. De prostituees, de verloren zonen en dochters, de oplichters, de verslaafden en bedriegers, ze horen het allemaal. Jezus legt uit: Hoe hij, als Zoon van de Vader, blij is als hij mensen mag ontvangen. Hij en de Vader zijn één. Hij wil laten zien hoe wij altijd tot de Vader in de hemel mogen komen! Als we bidden, dan mogen God aanspreken als onze Vader in de hemel, Hij nodigt ons uit om tot Hem te komen. Omdat Jezus Christus voor onze zonden is gestorven mag je geloven dat jij ook een kind van de hemelse Vader mag zijn, zoals de dat in het leerboek van de kerk, zondag 46 van de catechismus, ook zeggen. Zoals Jezus de mensen ontvangt, zo mag je geloven dat God ook jou wil ontvangen! Jouw woorden wil horen als je tot Hem spreekt!
[Dia terugkeer] Wat krijgen we een geweldig beeld van de vader hier. Eigenlijk zien we vijf momenten vol emotie en liefde bij die Vader. Het eerste wat we zien is hoe de vader de zoon al in de verte aan ziet komen. Dit is een vader die zijn eigen zoon verloren heeft. Die graag zou willen dat hij thuiskwam, maar hij kwam niet. Hij was als het ware dood voor hem. Wie zelf geen of moeilijk contact met zijn zoon of dochter mist kan zich goed voorstellen wat er door die vader heengegaan moet zijn: ‘het zal toch niet waar zijn!’. Je hebt al zo vaak gehoopt en je voorgesteld hoe het zou zijn dat hij of zij de oprit op zou lopen. Zo vaak heb je tevergeefs uit het raam gekeken, maar Kijk en daar komt ze, daar komt hij! Hij is het echt! Wat geweldig.
Kijk eens naar die Vader, wat er daarna gebeurt. Hij blijft niet staan bij de deur. Nee, deze rijke boer met zijn mantel, met zijn ring, met zijn waardigheid gaat naar zijn Zoon toe. Er staat zelfs dat hij begint te rennen! Er zijn mensen van wie het niet zo raar is dat ze beginnen te rennen, maar bij sommigen is het echt vreemd. Iemand in driedelig pak zien rennen, kan gebeuren maar is toch apart. Of laten we voorstellen onze koningin: kunt u zich voorstellen dat ze begint te rennen. Ik heb het nog nooit gezien, al denk ik dat als prins Friso bij zou komen en aan zou komen ze hem graag renend tegemoet zou gaan!
Kijk en dan die omhelzing. De zoon valt zijn vader in de armen. Geweldig om te zien hoe de vader zijn zoon in liefde weer ontvangt. En de vader kust zijn Zoon. Ook dat wordt erbij gezegd. Echte oprechte vaderliefde van een vader die zijn Zoon heeft teruggevonden! Wat mooi als er echte vaderliefde kan zijn. Wat kan iemand er jaloers op zijn die zelf nooit echt vader of moederliefde heeft mogen merken; wat kun je verwonderd zijn dat zulke oprechte vaderliefde mogelijk is, als je zelf weet van misbruik. Wat gaat er veel mis, juist op dat terrein. Dit is echte vaderliefde: een vader die blij is dat hij zijn eigen zoon weer gevonden heeft.
De Zoon krijgt niet eens de gelegenheid om zijn verhaal af te maken dat hij ingestudeerd had. Zijn vader is zo blij! Hij ontvangt hem niet als een slaaf die wel bij hem mag werken. Hij heeft zijn zoon weer terug! Hij krijgt een mantel om, een ring om zijn vinger, sandalen aan. Het wordt groot feest. Zijn zoon was dood, maar is weer levend. Was verloren, en is weer teruggevonden.
Die mooie boodschap mag Jezus vertellen. Zo mag jij, mag ik een Vader in de hemel hebben. Mag je tot jezelf komen. Als de Here Jezus ons leert bidden, leert hij ons eerst bidden: ‘Onze Vader, in de hemel’. Als je handen vouwt en ogen sluit, mag je geloven, dat ook al hebben we het niet verdiend, je een kind van de Vader in de hemel mag zijn. Dat hij in alle liefde naar wil luisteren en wil geven wat je nodig hebt. Hij is het die als het ware zijn handen op je rug legt, bij wie je het hoofd in de schoot mag leggen. Je mag je geborgen voelen. Echt thuis bij Vader. Ik hoop dat je dat gevoel van gedragen zijn door God ook werkelijk mag ervaren in je leven!
[Dia oudste Zoon] Maar dan kijkt Jezus ook over de gewone mensen heen. Hij kijkt verder en ziet daar die Farizeeën en schriftgeleerden staan, die leiders die het zo goed weten. Diegenen die nooit zo uit de ban zijn gesprongen, niet heel verkeerde dingen hebben gedaan.
Dan begint Jezus te vertellen over de oudste zoon.
Want terwijl de vader op de uitkijk staat, is de zoon aan het werk.
Pas als het feest in volle gang is, krijgt die zoon in de gaten dat er wat aan de hand is. Hij rent niet zelf naar zijn broer toe, maar een knecht informeert hem dat zijn broer is thuisgekomen. Wat wordt hij kwaad! Dat jong, die boef, waar ze zoveel jaren ongerust over zijn geweest, die zo’n leven van feesten gevierd heeft, wordt daar feest omgevierd?! Een plekje op de hooizolder is goed genoeg voor hem. En het beste kalf wordt nu geslacht? Hij heeft er geen woorden voor!
Wat is hier aan de hand? Kijk deze zoon is wel bij zijn vader gebleven. Maar hij zag zijn vader vooral als een baas, als een meester, als zijn werkgever. Wat is die zin ontdekkend “Ik ben nooit ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg”. U droeg mij dingen op, u gaf mij wetten en opdrachten, ik luisterde. En ja: Ik had ook wel feest willen vieren met mijn vrienden, daar wel een geitje voor willen hebben! Maar hij had kennelijk niet de lef om dat ook echt te gaan doen. Wie God ziet als een meester, als iemand die opdrachten geeft, die kan zich zijn vaderliefde niet voorstellen … Die voelt zich beter, is schijnheilig. Wat reageert de vader als echte vader! Hij zegt: ‘Mijn jongen’, mijn kind. Zo reageert hij. Wat wijs. Misschien heb je ook wel eens een kind gehad dat boos was en niet aan tafel wilde komen; misschien iemand die niet mee wilde op familieweekend. Misschien zou je hem het liefst een mep verkopen; misschien zou je willen discussiëren en redeneren. Maar ik heb toch … Deze vader toont alleen zijn vaderhart: Mijn kind! Zo kijkt God naar jou.
Zo nodigt Christus de Joodse leiders uit, om ook in te gaan tot het feest. Om niet aan de zijkant te blijven staan. Zo nodigt hij jou uit: als je misschien niet zo’n openlijke zondaar bent als die eerste zoon, als je altijd netjes probeerde te leven, maar als je God niet als je Vader hebt leren kennen, om door de knieën te gaan. Om ook jouw hoofd voor hem te buigen en alles in je leven, niet van jezelf, maar van je God de Vader te verwachten. Om de kern van de genade te ontdekken.
Dan ben je niet een kerklid, dat klaar staat met zijn oordelen. Omdat een ander in de kerk iets niet goed geregeld heeft. Omdat jongeren in de kerk het anders willen of dat je het maar niets vindt dat dat lied gezongen wordt. Of dat dit nu in de dienst moet gebeuren. Dan oordeel je niet, nee dan leer je zelf leven van genade. Dan hoor je hoe God zegt: ‘mijn kind’. Wat heb je zelf die genade nodig, en als je die genade gevoeld hebt gaat je hart open… Voor de Heer, voor elkaar en voor de wereld.
[Dia ‘Welkom thuis bij Vader’] Of je nu voor je gevoeld ver weg gegaan bent, veel ontdekt hebt, of dat je al jarenlang gelovig bent en Gods liefde nog niet echt ontdekt heb. God zegt: Welkom thuis! Kom mijn kind, ga in tot het feest.. Niet om wat je doet, niet als slaaf of als knecht, maar omdat ik mijn Zoon voor jou gegeven. Welkom Thuis. Ik wil je Vader zijn. Amen.
| Liturgie | Morgendienst Beilen 9.30 uur | Middagdienst Hooghalen 14.15 uur |
| Welkom en mededelingen | ||
| Votum, zegengroet en amen | ||
| Zingen | Gz 158 (als een hert) | Gz 158 (als een hert) |
| Wet | nvt | |
| Zingen | Ps 135:3 en 12 (groep 3 / 4) | nvt |
| Gebed | ||
| Lezen en tekst | Luc 15:11-32 | Luc 15:11-32 |
| Zingen | Ps 103:4 en 5 | Ps 135:3 en 12 (geleerd door groep 3 / 4) |
| Kindmoment | ||
| Zingen | Opwekking 518: Heer u bent altijd bij mij | Opwekking 518: Heer u bent altijd bij mij |
| Preek | ||
| Zingen | Opwekking 462: aan uw voeten | Opwekking 462: aan uw voeten |
| Geloofsbelijdenis | nvt | |
| Zingen | nvt | Ps 103:4 en 5 |
| Dankgebed en voorbede | ||
| Collecte | ||
| Zingen (aangekondigd na col.) | Psalm 40:1 en 7 | Psalm 40:1 en 7 |
| Zegen en amen |
Joh 21:12 – De levende Jezus laat je niet alleen!
april 9, 2012Preek gehouden in Hooghalen/Beilen, 2012
Tekst: Joh 21,12
Geliefden van onze Here Jezus Christus,
Jezus leeft! Dat is het goede nieuws van Pasen. Verblijdt je! Zijn boodschap gaat heel de wereld over, mede dankzij het werk van zijn apostelen, van Petrus, Johannes en de anderen.
Maar wat zien ze van Jezus? Ze moesten eerst naar Galilea toegaan, maar als ze er zijn, is niet 1,2,3 duidelijk waar Jezus is. Wat wordt er van hen verwacht? Hoe zal Jezus bij hen zijn? Hoe wordt duidelijk dat Hij leeft?
Jezus leeft! Het goede nieuws voor de kerk, voor u, voor jou en voor mij. Maar wat betekent dat nu precies. Waar is Hij dan? Hoe is Hij dan bij mij? Maandag ga je naar school: je pakt je tas uit en legt je boeken op tafel. Is Jezus er dan. Of misschien zit je wel alleen in je stoel thuis, terwijl jij je eenzaam voelt: waar is Jezus dan? Is Jezus echt de levende, die je als ouderling of diaken wil helpen als het moeilijk is? Helpt Hij als er nieuwe ambtsdragers nodig zijn?
Er zijn mensen die niet geloven in Jezus Christus. In de postvakjes zitten uitnodigingen voor je buren of vrienden met wie je wel eens over het geloof praat. Het gaat er dan niet om dat je ’s avonds als het donker is, stiekem even een briefje in de bus doet. Zo heeft niemand me gezien? Nee, het is een uitnodiging die je geeft aan mensen met wie je omgaat en die regelmatig iets laat zien dat jij Jezus kent. Je nodigt ze uit om daar volgende week iets van mee te maken. Maar is Jezus dan wel echt de levende in jouw leven?
Vanuit hoe de Here Jezus in Galilea verschijnt, mogen we horen hoe Hij ook vandaag nabij wil zijn.
De levende Jezus laat je niet alleen!
1. Is Hij weg?
2. Hij is er door zijn Woord en macht.
3. Hij is er in zijn Maaltijd!
1. Is Hij weg? Zou Hij hier nog wel komen? De discipelen vragen het zich af. Ze hadden Jezus in de omgeving van Jeruzalem een aantal keren mogen ontmoeten. Maar nu zijn ze in Galilea, daar waar ze heen moesten van Jezus. Waar is Hij dan? Op een avond zijn ze met z’n zevenen bij elkaar, de discipelen, die ook zo hun vragen hadden of gehad hadden:
de fanatieke Petrus, die nog bij Jezus in de schuld stond omdat Hij hem verloochend had;
Tomas die pas in Jezus kon geloven toen Hij hem echt gezien had.
Natanaël die niet geloofde dat er uit Nazaret iets goeds kon komen.
Ook Jacobus, en nog twee waren erbij, en natuurlijk Johannes, die dit zelf beschreven heeft.
Johannes had zijn boek al afgerond, maar geeft in dit hoofdstuk toch nog een verschijning weer van Jezus na de opstanding.
Juist in Galilea zullen de discipelen eerst vol vragen zijn geweest.
Wat hadden ze veel met Jezus meegemaakt, juist ook aan de oevers van het meer van Tiberias. Maar wat zullen juist daar ook veel herinneringen boven zijn gekomen aan de gesprekken, de preken en de wonderen van Jezus. Wat zullen ze Hem juist daar gemist hebben. Het is net als bij ons, als iemand overleden is: wat kun je op sommige plekken of door sommige dingen die je tegen komt weer extra herinnerd worden aan degene die mist. Wat kan het gemis dan soms weer hevig voelen en de tranen op voelen komen.
Bij dat meer ligt ook nog de boot van Petrus. Op die avond dat ze met z’n zevenen bij elkaar zijn,
zegt Petrus: “Ik ga vissen.”, wat er verder ook gaat gebeuren, ik ga eerst het meer op.
De anderen reageren gelijk instemmend: “Wij gaan met je mee”. Ze maken de netten in orde, ze stappen in het bootje, gooien de netten aan bakboord uit: drie netten van vijf meter, aan elkaar vastgeknoopt, zodat ze een lang net van 15 meter hebben. Zo kon je langs de kant van het meer goed vissen vangen, met name ’s nachts. De netten vormden een soort fuik, de kleine vissen zwommen wel door de mazen heen, de grote werden achterin verzameld. Maar hoe ze ook werken, waar zo ook varen: het net blijft aan bakboord leeg.
Maar mochten ze wel gaan vissen? Hadden ze niet biddend bij elkaar moeten gaan zitten wachten? Er zijn mensen die dit maar wat ongelovig van Petrus vinden: Hij wacht niet op zijn Heiland. Maar we lezen nergens dat de Heer dit niet goed vindt. Petrus gaat gewoon doen, wat hij zijn leven al gedaan heeft, dat waar zijn gaven en talenten liggen: Hij gaat vissen.
Daar kunnen u en jij en ik ook wat van leren. Je kunt nu ook soms het idee hebben: waar is God? Wat moet ik doen? Dan leert God ons niet om krampachtig de hele dag in de kerk te gaan zitten bidden, te vluchten in allerlei geestelijke activiteiten. Je mag ook gewoon je werk doen. Petrus is visser, Paulus was tentenmaker. Blijf niet stilstaan, maar pak je taak in Gods koninkrijk maar op: of die taak nu bij de kinderen ligt, of bij de zorg voor het land en dieren; Of je in de transport zit of de bouw; Of je studeert of naar school gaat. Ga maar doen wat je goed kan, God geniet ervan als je zo aan werk bent en je je taken doet.
De discipelen gaan vissen. Maar: het zit niet mee. Jezus zien ze nog niet, en nu lijkt de Schepper hen ook niet gunstig te zijn: de vissen willen in ieder geval niet het net in zwemmen, of anders gezegd: de vissers zien niet waar ze zijn moeten. Wat zullen ze zich in de vroege morgenstond dubbel triest hebben gevoeld: Niet alleen missen ze Jezus hier in Galilea, over hun harde werken en zwoegen gedurende hele nacht kwam geen zegen: ze vangen niets. De netten blijven leeg.
Ook nu kun je de Here Jezus niet echt zien. Je ziet de Here Jezus niet voorin de kerk staan; Hij staat niet letterlijk naast je op werk; en bij alle dingen die je meemaakt, geloof je misschien wel dat Hij er bij is, al kan dat ook nog wel eens moeilijk zijn, maar is Hij niet meer zichtbaar, tastbaar en hoorbaar aanwezig. Als het goed gaat is daar misschien nog mee te leven, maar als het tegen zit en Gods zegen uitblijft: wat kun je hem dan extra gaan missen. Als ik u hier zo zie zitten met de moeite die er kunnen zijn. Wat kunnen dan de vragen boven komen! Als je vastloopt op je werk; als school niet goed wil lukken; Als je te maken krijgt met een langdurige of ernstige ziekte; als je verandering wilt in je leven; als je verdriet hebt om een overlijden; Als je vol vragen en twijfels bent over de kerk en wat je nu moet. Wat zou het dan juist fijn zijn om eens een teken te krijgen, om even iets van God te mogen zien: om een duidelijke aanwijzing te krijgen of een bemoediging van de kant van God. Maar wat kun je dan je verslagen, alleen voelen of zwak. Hoe kan dat: Is Hij weg?
2. Hij is er door zijn woord. Lees eens wat er staat: Toen het al ochtend werd, stond Jezus aan de oever, maar … zijn leerlingen wisten niet dat hij Jezus was. Juist toen zij zich het meest alleen voelden was Jezus al bij hen! Hij zoekt hen op, Hij ziet hen bezig. Hij is met hen, zoals Hij later in Galilea ook zal zeggen, toen Hij zag dat sommigen twijfelden: Houdt dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld. Ook als wij niets van God opmerkingen, wanneer ons gevoel tegen ons zegt: Hij is er niet. Wanneer we een enorme kloof tussen God en ons ervaren, toch is Hij er. Het water scheidt de discipelen van hun Heiland, maar Jezus weet precies waar ze zijn en hoe met hen gaat. Hij is trouw aan wat Hij belooft. Hij laat zijn kinderen nooit alleen! Hou dat altijd voor ogen!
Maar het mooie is in deze geschiedenis dat Hij zich niet stil houdt. Luidt klinkt er over het water: HEBBEN JULLIE SOMS IETS TE ETEN? “Nee” klinkt er kortaf. Het zal hun visserstrots gekrenkt hebben, maar ze kunnen niets anders zeggen. GOOI HET NET AAN STUURBOORD UIT, DAN LUKT HET WEL! Ze doen het. En dan gebeurt het wonder: Het net raakt voller, het schip gaat langzamer varen en de gezichten van de discipelen klaren op.
Maar wie is die man? Net als Maria ’s morgens in de tuin, net als de Emmaüsgangers hebben ze eerst helemaal niet in de gaten wie Hij is: Wie heeft er de vissen van het meer in zijn macht? Wie kan met zijn woord spreken en het gebeurt? Wie was ook al weer tot zulke machtige wonderen in staat? … Johannes gelooft het als eerste. Het is als toen Johannes en Petrus ’s morgens bij het lege graf stonden is het weer Johannes die als eerste weet wat er aan de hand is: “HET IS DE HEER!” schreeuwt hij van vreugde uit. Maar het is weer Petrus die de snelste is: Hij trekt snel zijn overkleed aan, want ze stonden alleen in hun hemd te vissen, en daar gaat hij, recht door zee als hij is, met een sprong de zee in, en zwemt snel naar Jezus toe, aan wie Hij zoveel verschuldigd was.
Wat een wonder: wat worden de discipelen toch mooi geholpen.
Het zat hun tegen in hun werk, en God gaf een oplossing.
Ze vroegen zich af waar Jezus is en opeens horen ze hem weer spreken, aanwijzingen geven en kunnen ze hem weer zien.
Je zou er bijna jaloers op worden: zoveel voorspoed, zoveel bemoediging.
Maar laten we er ook jaloers op worden, laten we ervan leren hoe God bij ons wil zijn. De Here Jezus spreekt zijn woorden:
Jezus staat bij ons niet aan de kant, maar we hebben nog steeds zijn woorden. Johannes noemt Jezus later: het vleesgeworden woord van God. Wij hebben onze bijbel. Als je je bijbel dicht laat, dan is de kans dat je God hoort spreken voor jou leven niet groot. Maar als je elke dag trouw uit de bijbel leest, als je ook studie maakt van Gods woord op bijbelstudie of vereniging: dan raak je vertrouwd met de woorden van God, dan hoor je de stem van Jezus en dan hoef je niet alleen te weten dat Hij ergens is, dan mogen zijn aanwijzingen en bemoedigingen ook steeds in je oren klinken, dan weet je steeds beter wat Jezus gedaan zou hebben.
Dat vraagt ook dat je leeft naar Gods geboden: de discipelen waren gehoorzaam aan de aanwijzingen van Jezus. Maar wat doe jij? Met zijn regels over de naaste vergeven, de naaste liefhebben, God liefhebben met heel je hart, met zijn regels voor huwelijk en opvoeding, zijn aanwijzingen voor zijn dienst en de richtlijnen voor een christelijke houding op werk, school en thuis. Ook door te gehoorzamen aan Jezus woorden, leer je steeds meer met Hem op weg te zijn.
En bidt tot God: Jesaja zegt: Roep Hem aan, terwijl Hij zich laat vinden, zoek Hem terwijl Hij nabij is. En dan is het wel eens moeilijk; dan is het niet gelijk allemaal opgelost; dan komt de hulp niet altijd zo snel als je zelf zal willen: Maar God is trouw. Als je je blijft richten op Jezus, als je klopt: dan zal de deur opgedaan worden. Dan leer je steeds meer dat Hij ook jou, maar ook zijn kerk niet in de steek laat, maar vast houdt: Ook in deze tijd. God is trouw!
Maar er komt nog iets bij: 3. Hij is er in zijn maaltijd. Wanneer Petrus bij Jezus is gekomen, maakt Jezus niet zomaar even een praatje met Petrus. Nee: Hij geeft Petrus opdracht om de vangst nu ook binnen te halen: Hij gaat maaltijd met de discipelen houden. En zo hoeven de discipelen na de nacht vissen niet met een lege maag te blijven.
Wanneer het net aan land is getrokken scheurt het net niet. En dan kunnen zij de vissen gaan tellen: het zijn er 153. Geen symbolisch getal, maar een getal dat Johannes zo goed onthouden omdat het zoveel was: 153 grote vissen. Als een visrecord wordt het heel precies opgeschreven. Zo overvloedig geeft Jezus eten. Zo is de Here Jezus en zo is de God van Israël: Hij geeft geweldig veel.
Er zijn veel mensen die honger hebben en die dorstig zijn naar levenszin: Ze zijn op zoek. De een zoekt het in een luxe leven. De ander gaat op in de muziek. Een derde gaat alleen maar op in zijn werk. En misschien betrap je jezelf daar ook wel eens op. En Jesaja zegt spottend: wat betalen jullie nu veel geld, voor wat geen brood is. Maar Jezus geeft wel echt brood: bij Hem mag je weten dat Hij het levende brood is. Als je Hem vind, krijgt je leven zin. O al gij dorstigen, komt, koopt en eet!
Maar waarom nu een maaltijd? Ook bij de Emmaüsgangers gaat Jezus ETEN, en zij herkennen Jezus tijdens de maaltijd. Als Hij de eerste keer bij de discipelen is vraagt hij brood en vis. En ook hier lezen we bij de maaltijd: dat de discipelen weten dat het Jezus is. Zij zijn er zo van overtuigd: dat ze het niet meer durven vragen. Deze maaltijden laten iets zien van de kerk na Jezus opstanding. Voortaan zal Jezus meegaan met zijn kerk, Hij zal uitdelen en zich ook juist in de maaltijd, in het avondmaal laten zien.
De discipelen durven niet meer te vragen of Hij Jezus is. Als ze bij zo’n wonder en zo’n maaltijd nog hun vragen hebben zouden ze wel heel ongelovig geweest zijn, dan zou Tomas nog niets geleerd hebben. De vraag is: wat doe jij? Herken je Jezus, als de opgestane Heer? Geloof je dat Hij er is? …. Soms is dat wel moeilijk. Ook de discipelen vonden dat moeilijk. Het vraagt om geloof. Een geloof dat langzaam groeit. Maar God wil je daarbij helpen. En een paar keer per jaar wel heel bijzonder. Dan komt God maaltijd houden. Dan deelt Hij uit van het levende brood en van de wijn. Je kunt het zien. Zo wil de Geest je helpen om Jezus te herkennen.
Wat een feest van overvloed is dat. Het is brood, waar je geen honger meer van krijgt: want je zonden zijn vergeven. Je krijgt van God het leven. En zo krijg je elke keer bij het avondmaal nieuwe kracht om voor God te leven. En dan zie je het: Jezus zelf nodigt mij nog steeds uit aan zijn tafel. Hij is de Gastheer.
Straks komt de grote dag. De dag waarop Hij een geweldig feestmaal zal aanrichten, waar de wijn niet op zal raken en er brood en vis genoeg zal zijn. Jesaja profeteert er al van: Dan zal Gods volk uitgeleid worden en de bergen en de heuvels zullen in hun handen klappen. En dan zal het geen moeite kosten om Jezus te herkennen. Hij zal tussen de mensen wonen. Dan zult u oog in oog met u Heiland staan en zult u Hem helemaal kennen, zoals Hij u kent. Amen.
| Liturgie 15 april 2012 | Morgendienst 9.15 Hooghalen | Middagdienst 16.30 Beilen |
| Welkom en mededelingen | ||
| Votum, zegengroet en amen | ||
| Zingen | Lied 215 | Lied 215 |
| Wet | Nvt | |
| Zingen | Gz 69 (U, heilig Godslam) | Nvt |
| Gebed | ||
| Lezen | Jes 55 | Jes 55 |
| Zingen | Ps 89:1 en 6 | Ps 89:1 en 6 |
| Tekst | Joh 21:1-14 | Joh 21:1-14 |
| Preek | ||
| Zingen | Ps 84:3 en 6 | Ps 84:3 en 6 |
| HA: Formulier 4 (beamen gkv.nl > kerkelijke documenten > h’wijk 2011) | Gz 179b (Geloofsbelijdenis) | |
| Voor viering Gz 127:1,2,3Na viering Ps 113:1 en 2 | ||
| Dankgebed en voorbede | ||
| Collecte | ||
| Zingen (aangekondigd na col.) | Lied 225:1,4,5 | Lied 225:1,4,5 |
| Zegen en amen |
Luc 23:23-38 – Jezus’ lijdensweg
april 5, 2012Liturgie Goede Vrijdag
| Liturgie | Goede Vrijdag 2012 Hooghalen 6 april 19.30 |
| Welkom en mededelingen | |
| Votum, zegengroet en amen | |
| Zingen | Ps 22:1 en 7 |
| Gebed | |
| Lezen | Luc 23:23-38 |
| Zingen | Ps 102:1 en 4 |
| Luc 23:44-49 | |
| Zingen | Lied 189 (Mijn Verlosser) |
| Tekst | Luc 23:26-31 |
| Preek | |
| Zingen | Gz 41 (Buiten de poort) |
| Geloofsbelijdenis | |
| Zingen | Gz 155:4,5 (Ja amen Ja) |
| Dankgebed en voorbede | |
| Collecte | |
| Zingen (aangekondigd na col.) | Gz 90 (Ontsluit) |
| Zegen en amen |
Mat 28:6 – Wees blij om de opgestane Heer!
april 3, 2012Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, april ’12
Tekst: Mat 28:6
Jongens en meisjes,
[Dia paasmorgen] Wie van jullie is wel eens bang?
De vrouwen zijn misschien best bang geweest.
Het is op Paasmorgen ook niet de makkelijkste weg die de vrouwen af moeten leggen. Ze moeten naar het graf van hun overleden Heer en meester.
Het is nog halfdonker en schemerig, en opeens trilt en beeft de grond.
En bij het graf … geen steen, maar een donker gat gaapt hen tegemoet.
Zomaar kunnen de rillingen over je rug lopen.
Onzekerheid, duisternis, angst, de dood het zijn allemaal dingen die je bang kunnen maken.
Zou jij in het donker over een begraafplaats durven lopen?
Jongens en meisjes, wat kun je soms bang zijn als het donker is: als je van alles denkt te zien als je moet gaan slapen. Toch maar even de lamp aan, toch maar even onder je bed kijken.
[Dia soldaten voor het graf] Gelukkig zijn er mensen die hun beroep ervan gemaakt hebben om te zorgen dat wij veilig kunnen leven, dat wij niet bang hoeven te zijn. Dat zijn de soldaten. Zij durven met wapens de vijand tegemoet te gaan. Zij durven de strijd aan te gaan met het gevaar. Zij durven de dood in de ogen kijken. Als er een soldaat is, met zijn wapen, toen een zwaard en speer, een helm en schild, tegenwoordig met tanks, geweren en geschut, dan voel je je veilig, als hij het voor je opneemt, als hij je wil beschermen.
[Dia engel verschijnt] Maar kijk eens wat er gebeurt op die Paasmorgen, als Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf lopen. Wanneer de engel verschijnt, een soldaat uit het leger van de Heer der Heerscharen, wanneer hij straalt van licht en de aarde beeft, dan krijgen de vrouwen te horen dat ze niet bang hoeven te zijn! Vrees niet, staat er. Wees niet bang! Maak je geen zorgen. Deze engel, die zijn licht kan laten schijnen, omdat hij een engel is van de opgestane Heer, stelt hun gerust: je hoeft niet bang te zijn!
Maar wat gebeurt er met de soldaten? Die soldaten die de dood in de ogen durven kijken, beven nu als rietjes. In het Grieks staat er Seismo, een woord dat je misschien wel kent van mensen die zich met aardbevingen bezig houden. Deze soldaten trillen net zo hard als de grond net trilde bij de aardbeving: ze staan met knikkende knieën bij het graf. Ja ze schrikken zo, dat ze als dood op de grond vallen. Zij zijn wel bang! Zij moeten zich wel zorgen maken!
Geliefde gemeente van onze opgestane Heer,
[Dia Thema] Het thema voor vanmorgen heb ik als volgt samengevat: Wees niet bezorgd, maar verblijdt u in de opgestane Heer!
In het thema klinken de woorden van Paulus uit Filippenzen door. Wees blij! Woorden van Paulus, woorden uit de gevangenis: Paulus die in de gevangenis zit en zich genoeg zorgen zou kunnen maken. [Dia Paulus in Gevangenis] Paulus die, omdat Hij van Jezus vertelde, nu van zijn vrijheid beroofd is.
Als je zelf zou moeten zeggen: kan Paulus nu onbevangen en vrij in het leven staan, of is dat juist iemand die bezorgd zou moeten zijn, dan zou je denken: Paulus moet zich juist zorgen maken, zou hij het er wel levend afbrengen? Komt hij wel weer uit de gevangenis? Maar juist deze Paulus zegt: wees niet bezorgd, maar verblijdt u, in de Heer!
Vandaag willen we die blijdschap in de Here ook leren. Ook in ons leven, ook op deze paasdag kan er zomaar een heel stuk bezorgdheid zitten. Dat je niet weet hoe het verder moet met je gezondheid, rouw en verdriet, dat er zorgen zijn rondom huwelijken, dat je alleen bent, dat er zoveel kapot gegaan is in de band tussen jou en de anderen. Dat je misschien wel ’s nachts piekerend wakker wordt, omdat je niet goed weet hoe het nu verder moet. Als ouder, als kind, als man of als vrouw, kan het zomaar zijn dat de duisternis in je leven overheerst, dat je maar weinig van de paasblijdschap ziet.
Het kan zijn dat je het maar lastig vindt, die paasboodschap: verblijdt u!
Verblijden, niet bezorgd zijn?!!
Hoe zou ik dat in mijn situatie kunnen zeggen. Ik maak me juist wel veel zorgen. Ik mis zoveel van de vrede die God belooft!
[Dia Tekst Mat 27:62-64] Laten we dan weer teruggaan naar de Paasmorgen. De soldaten, ja die waren bang, en ze waren terecht bang. Want waarom stonden die soldaten daar? Ze stonden er namens Pilatus. De Farizeeën en hogepriesters waren bij hem gekomen. Ze maakten zich zorgen: die Jezus is een leugenaar, een bedrieger. Hij zei dat Hij op de derde dag op zou staan uit de dood. Daarom moeten we het graf bewaken, Pilatus, anders dan pakken ze straks z’n lichaam en zeggen: kijk maar, het graf is leeg, Jezus is opgestaan! Terwijl ze Hem stiekem ergens anders neergelegd hebben. Als je dus de soldaten ziet, mag je denken aan de anti-christelijke machten: aan Pilatus, en de Joodse leiders, die niets met Jezus te maken willen hebben. Die Hem een bedrieger noemen. Wie zich afkeert van Jezus, wie zegt dat zijn opstanding ‘een verhaal uit de dikke duim’ is, wie zegt dat kan toch niet, Hij is niet de Zoon van God, die zal beven en schrikken, als Jezus terugkomt. Als Hij verschijnt in licht en waarheid. Dan val je net als die soldaten, als dood op de grond. Hier wordt zichtbaar de strijd die er is tussen de kinderen van Eva en de kinderen van de slang, de strijd die gaande tussen God en satan: God heeft in Christus de dood overwonnen, de satan van zijn macht beroofd. Die strijd gaat verder, ook nog onder ons. Tot eens Jezus de volkomen overwinning behaald heeft: en elke knie zich zal buigen, ook de mensen die Hem ‘bedrieger’ noemden, zij zullen buigen trillend van angst, beseffend dat ze het bij het verkeerde eind hadden. Net als de soldaten die daar bij het graf op de grond liggen, al hoop ik dat ze later, misschien juist door deze gebeurtenis, Jezus nog aangenomen hebben!
[Dia Mat 28:6] Maar dan zijn er ook de vrouwen. Zij kenden de plek goed, want toen Jezus begraven werd keken zij van een afstand toe. Zijn zij dan helemaal niet bang? Ze hadden toch de woorden van Jezus gehoord, ze wisten toch dat ze deze dag blij mochten zijn? Maar zelfs deze vrouwen zijn verdrietig en bezorgd.
Ook als je een vriend van Jezus bent, als je met Hem door het leven gaat, kun je te maken krijgen met zorgen en onzekerheden.
De boodschap dat het lichaam van Jezus weg is uit het graf zal de vrouwen ook eerst wel met zorg vervuld hebben. Wat zou er dan mee gebeurd zijn? Wordt nu zelfs dat lichaam hen afgenomen? Maar gelukkig: Ze hoeven niet bang te zijn, want de engel gaat verder. Jullie zoeken Jezus, die gekruisigd is? Je hoeft niet meer te zoeken: God heeft Hem opgewekt! Hij is opgestaan! Wat een blijdschap en vreugde klinkt er al in die woorden door.
De woorden die vandaag wereldwijd in alle talen, en op alle manieren gehoord woorden: Hij leeft, Hij is opgewekt! Hij heeft gedaan zoals Hij voorzegd heeft. Dit is maar niet zomaar gebeurd: Jezus had al gezegd dat Hij op zou staan. Dat is nu gebeurd! In de manier van spreken klinkt al door waarom je blij kan zijn: Hij is degene die gekruisigd is, Hij is voor onze zonden gestorven. Ik hoop dat velen die deze week aan het lijden gedacht hebben of die 1,7 miljoen mensen die de Passion hebben gezien ook dit feest meevieren en zeggen en geloven: de gekruisigde leeft. Ik hoop dat jij het zegt en gelooft: Jezus leeft, ook voor mij!
[Dia ‘De vraag is niet ‘hoe dicht sta ik bij Jezus?’, maar de vraag is ‘sta ik met mijn gezicht naar Hem toe?’] Als je je afvraagt, kan ik die blijdschap wel meemaken. Lukt het mij wel om zo blij te zijn, als die vrouwen van wie staat dat ze opgetogen bij het graf weglopen, dus echt blij! Dan kan ik die vraag goed voorstellen: hoe is het mogelijk dat iemand opstaat uit de dood? Hoe zou Hij voor mij gestorven kunnen zijn, als er nog zoveel zonde is en zoveel kapot in mijn leven? Hoe komt het dat er nog zoveel is waar ik bezorgd over ben? Hoe ga je daar dan mee om? De soldaten en Gods volk hadden zich van Christus afgekeerd, zo’n Koning hoefden ze niet, ze liepen bij hem weg. Maar die vrouwen: ze gingen juist op zoek. Hun gezicht was in de richting van Jezus gekeerd! Zij worden gewezen op dat lege graf: kijk maar Hij is er niet meer! Zij worden gewezen op de woorden door Jezus gesproken: weet je nog Hij heeft het zelf gezegd. Hun richting is allesbepalend: Zij zoeken Jezus!
Je kunt best je moeite met het geloof hebben, je kunt voor je gevoel soms ver van het open graf, ver van Jezus Christus staan, terwijl voor je gevoel anderen er soms veel dichterbij staan. Maar de vraag is niet ‘hoe sterk geloof heb jij’, maar de vraag is: welke kant kijk je op. Van wie verwacht je het? Kijk je van Christus af, of zoek je hem juist op? En dan kan het een beginnend zoeken zijn, of dat je al heel dichtbij bent. Maar de vraag is: Wil je in Hem geloven?
Kijk en wat helpt dan om sterker te staan in dat geloof, ook als er moeite zijn? Dat zijn de woorden van de engel, die Hij namens Jezus spreekt. Steeds weer is het nodig om in gedachten te brengen wat Jezus gezegd heeft, om je bijbeltje open te doen. Om terug te denken aan de geweldige daden van de Heer. Om dat te vertellen aan de volgende generatie, zodat die het weer kan door vertellen.
[Dia Thema] Ook Paulus zegt zo: wees verblijdt in de Here. Hij is dichtbij. Dat wil zeggen: Hij zal spoedig terugkomen, maar ook: de hemel is nu dichtbij. Jezus is niet heel ver weg, maar Hij is om ons heen. Hij is heel dichtbij! Hij is de levende Hij is opgestaan! Als je zo hoort van de opstanding van Jezus, wat doet dat dan met jou? Wat komt er dan in je hart?
Als ik om mee heen kijk, dan merk ik dat veel mensen wel zomaar bezorgd en angstig kunnen zijn. Wat doe je dan: als je teleurgesteld bent, als je je afgewezen voelt, als je bang bent over hoe het verder moet gaan? Er zijn allerlei andere manieren in de wereld waarop mensen hun leegte opvullen. Ze zoeken hun vervulling in deze paasdagen op andere manieren. Door hun uiterlijk leven goed voor elkaar te maken, door met elkaar lekker te eten en naar de woonboulevard te gaan. Niets mis mee, wel erg als je niet eens weet wat Pasen nu echt betekend. Maar er zijn ook andere manieren: als je verdrietig bent, als je je leeg voelt, kun je je frustraties en bezorgdheid ook wegdrinken, vluchten in porno, vluchten in eten, vluchten in gemopper en geruzie, in constant jezelf tekort gedaan voelen.
Kijk eens wat Paulus zegt: verblijdt u in de Here! Wie zich richt op de Here Jezus, Hij die zo dichtbij wil zijn, die mag denken aan zijn woorden, aan zijn overwinningsmacht en die mag al zijn zorgen bij Hem bekend maken. Dus als er moeiten zijn, en die zijn er, duw ze dan niet weg, drink ze niet weg, stop ze niet weg, mopper ze niet weg: maar benoem ze maar naar Jezus Christus. Spreek het maar uit: Here Jezus, u kent mijn pijn … Wil mijn gebed horen. Ontferm u over mij, toon mij genade. Dan mag je van Hem horen: wees niet bang, wees niet bezorgd. Vertel het mij maar … en mijn vrede, die alle verstand te boven gaat zal in je neerdalen. Hij zal dan je gedachtes, maar ook wat er diep in je hart leeft beschermen en bewaken. Hij wil nu in deze wereld al, zijn vrede in je hart geven. Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen die mij vrede geeft? En wat is dat tussenzinnetje van vers 5 dan mooi: Uw vriendelijkheid mag dan bij alle mensen bekend zijn’. Want wie blij is, wie vol is van de vrede, juicht in de opgestane Heer, die straalt die vrede ook uit. Die zoekt wat goed en waar, wat vriendelijk en welgevallig is, want die kent de liefde van Jezus Christus. Die is door Hem gekend en wordt genezen.
Vandaag klinkt het nieuws: Jezus leeft! En dan kun je op twee manieren reageren. Je kunt aan de ene kant toeschouwer blijven, ook toen waren er toeschouwers, ook deze week waren er veel mensen die via de passion of op een andere manier van Jezus gehoord hebben, dan kun je de vragen laten overheersen, denken ‘een mooi verhaal van lang geleden’, maar dan blijft de angst aanwezig. Maar Paulus roept op: verblijdt u in de Here, kijk niet alleen toe, maar geloof in Hem, als de redder van de zonden en ontvang de vrede van de levende Heer Jezus Christus in je hart. De vrouwen zijn opgetogen. Ze blijven geen toeschouwer, maar komen in beweging: ze gaan vertellen aan de leerlingen wat ze gezien hebben en weten dat Jezus hen voorgaat naar Galilea, dat zijn licht daar zal gaan schijnen. Zo wordt Jezus macht wereldwijd! Wees dan volk des Heren, blij en welgezind en zegt telken kere: Christus overwint. U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.
Amen
| Liturgie | Morgendienst | Middagdienst |
| Wil koster microfoon klaarleggen?Gedicht Sela | Gedicht ‘Sela’ | |
| Welkom en mededelingen | Daar juicht een toon (gz 95) | Daar juicht een toon (gz 95) |
| Votum, zegengroet en amen | ||
| Zingen | Ps 118:9,10 | Ps 118:9,10 |
| Wet | Nvt | |
| Zingen | Gz 109:1,2 (Halleluja, lof zij) | Nvt |
| Gebed | ||
| Lezen | Mat 27:62-28:7 (kinderen lezen)Fil 4:4-7 (kinderen lezen) | Mat 27:62-28:7Fil 4:4-7 |
| Zingen | Ps 30:2 en 7 | Ps 30:2 en 7 |
| Tekst | Mat 28:6 | Mat 28:6 |
| Kindmoment | Aansluitend: Maria kwam bij het graf | |
| Preek | ||
| Zingen | Lied 213 (beurtzang) (halleluja allen) 1a2v3m4v5m6a | Lied 213 (beurtzang) (halleluja allen) 1a2v3m4v5m6a |
| Geloofsbelijdenis | Nvt | |
| Zingen | Nvt | Gz 109:1,2 (Halleluja, lof zij) |
| Dankgebed en voorbede | ||
| Collecte | Kinderen helpen | |
| Zingen (aangekondigd na col.) | Gz 99 | Gz 99 |
| Zegen en amen | Gz 71 (De lof en de heerlijkheid in plaats van Geloofd zij God) | Gz 71 (De lof en de heerlijkheid in plaats van Geloofd zijn God) |
| Kinderlied : Heer ik wil u bedanken | ||
Joh. 12 – Volg Jezus na!
maart 22, 2012Preek gehouden in Beilen Hooghalen 25 maart 2012
Tekst: Joh 12,25-26
Geliefden van onze Here Jezus Christus,
[Dia 1 – Poll] Waar je leef je voor? Wat is het doel van je leven? In de voorbereiding van deze dienst kwam ik op internet een poll tegen met die vraag. Stel dat jij die vraag tegenkwam wat zou je dan aangeklikt hebben, op de vraag: waar leef ik voor?
Je kon kiezen uit Goede cijfers;
Carrière maken;
Muziek;
Nog meer geld; Als ik er maar beroemd mee word;
voor Christus; Vrienden; Anderen helpen; Ik ga met God; Feesten!
Juist als jongere zul je keuzes moeten maken: waar leef ik voor? Hoe ga ik mijn tijd besteden? Wat voor opleiding, werk en relatie begin ik?
Laten we er vanuit gaan dat je niet zomaar hier op aarde bent.
Dat alles hier maar niet toevallig bij elkaar is ontstaan.
Dat je niet zonder doel geboren bent.
Dat het niet toevallig is dat je nu in de kerk zit.
Maar als we dan willen weten wat het doel is in ons leven, hoe kun je dat dan ontdekken? Wanneer je wil weten waarvoor een ingewikkelde machine gemaakt is, zul je naar zijn ontwerper moeten gaan. Zo willen we vandaag naar God luisteren: Hij die deze wereld gemaakt heeft, die ook jou gemaakt heeft en met een bepaald doel hier op aarde geboren deed worden.
God die ook Jezus Christus gegeven heeft, voor u en jou en mij. Juist door te kijken wat Christus ons leert, wat zijn doel is, mogen we ook Gods doel voor ons leven ontdekken.
[Dia 2 – Thema en verdeling] De Weg van het Leven: Leef voor Christus!
1. Christus stierf om vrucht te dragen voor heel de wereld
2. Christus roept je op het leven te vinden
3. Christus vraagt om Hem na te volgen
1. Christus stierf om vrucht te dragen voor heel de wereld
Nog een kleine twee weken en het is Goede Vrijdag: de dag dat Jezus gekruisigd werd. Hier in Johannes 12 is Jezus voor de allerlaatste keer in de tempel.
Voor de Joden was de tempel het doel in hun leven: daar konden ze bij God komen. Maar altijd al was men ervan bewust geweest dat ook andere volken in de tempel moesten kunnen komen. [Dia 3] Er was een apart plein voor mensen van andere volken: de voorhof van de heidenen.
Het is op die plek, dat er ook Grieken zijn die God willen aanbidden op het Pesach feest. Juist op de laatste dag dat Jezus in de tempel is, willen mensen van andere volken Hem ontmoeten. Filippus en Andreas, die zelf goed Grieks kunnen omdat ze allebei uit het Griekse Betsaïda komen, aarzelen even als die Grieken aan het vragen of ze Jezus mogen spreken. Kan dat wel? Is Jezus er niet alleen voor de Joden? Ze vragen aan Jezus of Hij hen wil ontmoeten.
Je leest geen direct antwoord van Jezus. Over de Grieken hoor je niets meer.
Wat zegt Jezus?
Hij zegt: De tijd is gekomen dat de mensenzoon tot majesteit verheven gaat worden! Nu is de tijd gekomen! Nu zelfs de anderen volken tot Hem komen. Door Hem zal de tussenmuur worden weggebroken (Ef. 2:13 en 14). Nu zal de tempel niet meer het doel van ieders leven moeten zijn. Nu zal Jezus zelf koning worden. Hij zal aan het kruishout moeten gaan, maar juist daardoor zal de wereldwijde kerk opbloeien: zal niet meer de tempel, alleen aan de Joden heil geven, maar zal Koning Jezus voor alle volken redding geven.
Sterven om vrucht te dragen!
[Dia Graankorrel] Jongens en Meisjes, Jezus legt dat aan de leerlingen uit met het voorbeeld van een graankorrel. Hij zegt: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, dan blijft het maar één graankorrel. Dan hou je er gewoon één. Maar als je een graankorrel pakt, je stopt hem in de grond, zorgt dat er vocht bij komt, dan kan hij veel vruchtdragen.
Zo zal het gaan met de Here Jezus. Hij zal over twee dagen sterven. Maar juist door zijn dood kan Hij de mensen redden. Zijn sterven zal het zaad van de kerk zijn. Daardoor kan de wereldwijde kerk gaan groeien. Net hiervoor had de hogepriester ook gezegd: het is in het belang van de mensen, dat door de dood van één iemand heel het volk gered zal worden.
Als je nadenkt over waarom je hier op aarde bent, is het belangrijkste dat je ziet wat de Here Jezus voor je gedaan heeft. Dat Hij door zijn sterven, aan jou het echte leven wil geven. Dat je beseft wat Goede Vrijdag en Pasen betekenen. De Here Jezus was hier maar niet zomaar: zijn doel was duidelijk. Hij ging zijn leven geven, Hij stierf, moest als een graankorrel in de aarde gaan, om veel vrucht te kunnen dragen.
Ziet u, zie jij de liefde die daarin naar voren komt? Door allerlei dingen kan die liefde van Christus uit beeld verdwijnen. Door wat er soms in de kerk gebeurt, doordat mensen om je heen het verdringen, door verkeerde keuzes die je gemaakt hebt. Maar dan vraag ik toch, richt je op Christus. Zie zijn liefde! Een liefde van Jezus Christus, waarin Hij zelfs bereid is zijn leven te geven. Een grotere liefde is toch niet mogelijk: dat je bereid bent je leven te geven voor je vrienden!, zegt Johannes later. Maar Christus deed het. Hij was niet op zichzelf gericht, maar offerde zich op voor u en jou. Die liefde, dat offer vormt de enige grond waarop je kan staan, waar vanuit je kan nadenken over het doel.
[Dia Thema en verdeling] 2. Christus roept je op het leven te vinden
Kort samengevat komt wat de Here Jezus hier gaat doen neer op wat er staat in vers 25. Hij gaat zijn leven op aarde loslaten, zodat Hij het eeuwige leven kan krijgen! [Dia vers 25] Maar nu vraagt de Here Jezus aan u, aan jou en aan mij om hetzelfde te gaan doen. Hij vraagt om zijn voorbeeld te volgen. “Als je je leven in deze wereld haat, dan behoud je het ten eeuwige leven”.
Dat is wel een verregaande uitspraak! Moet mijn doel in mijn leven vooral zijn dat ik mijn eigen leven haat? Dat ik, zoals de Here Jezus ergens anders zegt, mijn vader en moeder, broers en zussen, mijn bezit, mijn geld los moet laten. Moet ik mijn cd’s, mijn boeken, mijn vrienden, mijn kleren, mijn spellen gaan haten als ik het doel in het leven wil vinden? Moet ik mezelf haten?
De Here Jezus gebruikt hier een uitspraak die we wel een masjaal noemen. Dat is iets waarin je heel overdreven iets neerzet, of anders gezegd, waarin je twee dingen heel scherp tegenover elkaar zet. Een tegenstelling. Daarin zitten vaak meerdere boodschappen. Het is vaak een verborgen manier van spreken. Hij zegt dan ook: wie oren heeft, om te horen, die hore het!
Dat dit erg scherp gezegd is, blijkt ook hieruit dat de Here Jezus op andere plaatsen juist leert om je ouders lief te hebben, om jezelf lief te hebben. En ook wanneer hij hier zegt: “je leven haten”, dan is dat wel met het doel om het “eeuwige leven te vinden en dat juist lief te hebben”.
Wat de Here Jezus hier wil leren is dat je soms de moeilijke weg moet kiezen in plaats van de makkelijke weg. Als je je leven liefhebt, dan zul je het verliezen. Dan gaat je leven te gronde. Als Jezus zijn eigen leven lief had gehad, dan had Hij zich terug kunnen trekken en een rustig leven kunnen leiden. Maar dan had Hij jou niet kunnen redden. Als jij alleen leeft voor je leven hier, [Paulus noemt dat: als je God je buik is, als je aandacht alleen gericht is op aardse zaken, Fil 3] voor geld, opleiding, geluk, relaties, muziek en feest. Als u alleen leeft voor het leven hier: huizen, auto’s, kleding, carrière. Dan zul je, dan zult u zien dat uw leven uiteindelijk zijn doel mist. Je niet het echte leven vindt! Dan ben je als een graankorrel die alleen voor zichzelf leeft, maar niet als een graankorrel die gezaaid wordt en veel vrucht draagt!
Wat nodig is, is dat je het leven hier haat. Alleen dan kun je bij Christus horen en zijn medewerker zijn. Dat betekent niet een hekel hebben aan het leven, maar wel: dat je nee kan zeggen tegen wat tegen Christus ingaat, Dat je af kan wijzen en een afkeer hebt van wat een vijand van Gods zaak is. Paulus zegt later: wij moeten ons eigen vlees kunnen haten. Niet meer ik moet leven, maar Christus moet in mij leven. Het gaat er dus niet om dat de wereld hier niet belangrijk zou zijn, maar juist daarom dat je Jezus leert kennen en dat je alles wat daarvoor in de weg zou kunnen staan aan de kant zet! Dat er niets is dat je meer lief hebt, dan Jezus Christus!
Ga je voor je eigen doelen, je eigen comfort, je eigen vermaak leven of … leef je tot Gods eer, wetend dat God grote beloningen heeft weggelegd. Dat vraagt een keuze: een radicale keuze. Is er iets in wat je doet, hebt, mee bezig bent wat Jezus in de weg kan staan? Doe het weg!
[Dia Empty Cross] Angst bij Jezus
Ook van de Here Jezus vraagt het een keus om de weg van de Vader te gaan. Hij geeft zelf aan: het uur is gekomen. Tegelijk zegt Hij: Ik ben doodsbang! (vs. 27). Hij is vol angst en emotie.
U werd geschopt en geslagen, ze lachten en scholden U uit.
En zelfs door vrienden verlaten, hing U voor mij aan het kruis.
Morgen zal Hij in Getsemane smeken, bidden en bloed zweten. Maar ook nu bevliegt Hem de angst. Moet Hij maar vragen of de beker voorbij mag gaan? Hij vraagt het nu nog niet. Hij wil de weg gaan die de Vader van Hem vraagt. Hij trekt zich niet terug. Maar wil het doel bereiken.
Volg je Jezus na? Ben je bereid om de keuze voor hem te maken en de andere dingen los te laten, ook als dat pijn doet?
[Dia Thema en verdeling] 3. Christus vraagt om Hem na te volgen
Als God je de kracht geeft die keuze te maken, dan kun je Gods dienaar zijn. Dan kun je onderdaan zijn van koning Jezus. Jezus noemt het zo in [Dia] vers 26: “Wie mij dient moet mij volgen”. Zoals Jezus anderen hielp, bereid was nederig te zijn en anderen de voeten te wassen, zo vraagt Hij ook van zijn leerlingen om nederig te zijn en Hem te volgen.
Hoe kun je nu met Jezus op weg gaan? Wat betekent het om Hem te dienen? Het betekent dat je Jezus navolgt. Dat je achter Hem aangaat, wanneer Hij zegt volg mij!
Dat betekende toen voor de leerlingen dat ze Jezus niet alleen lieten, maar bij Hem bleven. Ook in de bangste uren. Ook als je meester al gepakt is, en jij staat in de buurt bij het kampvuur.
Dat betekent nu voor ons dat je steeds dicht bij de Here Jezus blijft, door tot Hem te bidden, door in zijn Woord te lezen, door naar de Kerk te gaan en door op zijn Wegen te gaan.
Maar navolgen gaat ook verder. Jezus vroeg zijn leerlingen ook op het kruis op zich te nemen. Een dienaar is niet meer dan zijn Heer.
De leerlingen moesten erop rekenen
dat ze bij hun werk van vertellen over Jezus op haat zouden stuiten.
Dat ze wanneer ze vertelden over Jezus, verzet zouden kunnen tegenkomen.
Dat ze als gelovigen de macht van Gods vijand zouden merken en
dat soms zelfs met de dood zouden moeten bekopen.
Wil jij die koning die aan het kruis ging volgen? Ook als er moeite zijn in je leven? Als het pijn doet? Als je er geen waardering, maar tegenspraak door krijgt? Alleen als je daartoe bereid bent, kun je zeggen: ik dien Jezus.
Maar je mag ook bemoedigd worden door de navolging. Het is niet alleen maar moeilijk, het is ook heerlijk! Want Jezus gaat op weg naar de hemel. Naar zijn Vader. Ook daarin mogen we Hem navolgen. Je mag uitzien op Gods rijke beloften! Delen in zijn heerlijkheid, want zegt Jezus: WAAR ik ben, DAAR zal ook mijn dienaar zijn! Paulus sluit daar bij aan in Fil 3: je mag burger zijn van de hemel. Daarvoor leven. En als je denkt aan de graankorrel: hij zal ons armzalig lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam!
[Kruis] Als de Here Jezus dit gezegd heeft, dan klinkt er een stem uit de hemel. De mensen horen een donderslag, maar voor Jezus is het de bevestiging uit de hemel. Zijn uur is nu gekomen. Hij zal aan het kruis verheven worden, om zijn kinderen te kunnen redden. De hemel maakt het bekend: zoals de hemel openging bij zijn doop en op de berg. Zoals de hemel openging bij Jezus geboorte, en de engelen ere zij God zongen. Zo gaat ook nu de hemel open. God de Vader laat zien: deze geliefde zoon, is door mij gestuurd. Hij zal nu zijn werk gaan volbrengen aan het kruis. Hij zal mensen uit een wereld, waarin duisternis is, tot het licht gaan roepen. Vrede op aarde. In de mensen een welbehagen! Hij verlaat de tempel, voor de laatste keer, om koning in de hemel te kunnen worden, voor alle volken.
Wil je Hem volgen? Wil je Hem dienen?
Als je dat doet of gaat doen, dan heb je het echte doel van je leven ontdekt.
Twijfel je of je dat wel kan? Of het wel voor jou is? Geloof in God, ga naar Hem toe, en Hij belooft je de kracht te geven om vol te houden. Om met Jezus door het leven te gaan. Je hoeft het niet op eigen kracht te doen.
Als je niet voor Hem kiest, dan besta je wel. Dan maak je misschien veel dingen mee in het leven. Maar dan zul je het echte leven niet vinden.
Het echte leven dat begint op het moment dat je gelooft dat Jezus gestorven is, om u, om jou en mij het leven te geven! Dan besta je niet alleen, maar dan vind je het echte doel van het leven!
Jezus, ik dank U, U gaf Uzelf voor mij.
Jezus, ik dank U en geef mijzelf aan U.
Amen
Liturgie zondag 25 maart
| Liturgie | Morgendienst Beilen 9.30 | Middagdienst Hooghalen 14.15 |
| Welkom en mededelingen | ||
| Votum, zegengroet en amen | ||
| Zingen | Ps 43:1 en 3 | Ps 43:1 en 3 |
| Wet | Nvt | |
| Zingen | Ps 119,4.14.22 | Nvt |
| Gebed | ||
| Lezen | Lz Joh 12,20-36Lz Fil. 3,13-21 | Lz Joh 12,20-36Lz Fil. 3,13-21 |
| Zingen | Gz 90:1 en 2 | Ps 119,4.14.22 |
| Tekst | T Joh 12,25.26 | T Joh 12,25.26 |
| Preek | ||
| Zingen | Lied 442 | Lied 442 |
| Geloofsbelijdenis | Nvt | |
| Zingen | Nvt | Gz 123:1 / Geloofbelijdsnis / Gz 123:5 |
| Dankgebed en voorbede | ||
| Collecte | ||
| Zingen (aangekondigd na col.) | Gz 162:1,2,4 | Gz 162:1,2,4 |
| Zegen en amen |
Geplaatst door dickdreschler